CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS320447 Bijlage MEMO burgerinitiatief en startnotitie referendum 13-11-2024

Gemeenteraad 28 november 2024, gemeente Den HaagBij agendapunt: Burgerinitiatief referendum uitbreiding betaald parkeren (RIS320604)4.003 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

MEMO Aan: Betreft: Datum: Van:

De voorzitter van de gemeenteraad van Den Haag Referendabiliteit uitbreiding betaald parkeren Den Haag 13 november 2024 Saskia de Boer

Geachte heer Van Zanen, Aanleiding en samenvatting advies In Den Haag loopt op dit moment een burgerinitiatief dat verzoekt om een referendum over de uitbreiding van betaald parkeren in de gemeente. In dat kader heeft u mij de volgende vragen gesteld: 1.

2.

3.

In hoeverre is sprake van een aangelegenheid als bedoeld in artikel 3 van de Verordening op het burgerinitiatief op basis waarvan een burgerinitiatief niet kan worden ingediend? In hoeverre valt het onderwerp waarop het burgerinitiatief ziet onder een onderwerp genoemd in artikel 3 van de Referendumverordening startnotitie op basis waarvan geen referendum kan worden gehouden? Indien de onder punt 1 en 2 genoemde vragen niet eenduidig te beantwoorden zijn, ontvangen we in onderhavige casus graag a) de argumenten die pleiten voor, en b) de argumenten die pleiten tegen toepasselijkheid van art. 3 Verordening op het burgerinitiatief respectievelijk artikel 3 van de Referendumverordening startnotitie.

Ik concludeer dat betaald parkeren in de gemeente onder het begrip “aangelegenheid” als bedoeld in de Verordening op het burgerinitiatief valt. Over het onderwerp betaald parkeren kan geen burgerinitiatief worden ingediend omdat het een gemeentelijke belasting betreft. Dit onderwerp is zonder enige beperking volledig uitgesloten van de mogelijkheid om daarover een burgerinitiatief in te dienen. Ditzelfde geldt voor de mogelijkheid van het houden van een referendum. Het onderwerp gemeentelijke belastingen is daarvoor uitgesloten. Ten overvloede merk ik op dat er geen sprake is van de beperking voor het indienen van een burgerinitiatief vanwege het feit dat het onderwerp betaald parkeren onderdeel uitmaakt van het coalitieakkoord, of dat het in diverse programmabegrotingen is opgenomen, en evenmin vanwege het feit dat het onderwerp (uitbreiding van) betaald parkeren in de Parkeerstrategie of andere gemeentelijke beleidsstukken wordt besproken. Als de Parkeerstrategie 2021-2030 gewijzigd wordt vastgesteld is daarvan wel sprake. Op dit moment is het onderwerp “gemeentelijke belastingen” categorisch uitgesloten van zowel een burgerinitiatief als voor een referendum. Mogelijk is de bedoeling om hier meer genuanceerd mee om te gaan.

Daarnaast meen ik dat ten aanzien van enkele overige bepalingen in de beide verordeningen ruimte is voor interpretatie bijvoorbeeld over het begrip “besluit”. Ik 1

raad aan om de beide verordeningen tegen het licht te houden en de tekst en toelichting daarop aan te passen. Hieronder ga ik in op de door u gestelde vragen. 1.

In hoeverre is sprake van een aangelegenheid als bedoeld in artikel 3 van de Verordening op het burgerinitiatief op basis waarvan een burgerinitiatief niet kan worden ingediend?

De Verordening op het burgerinitiatief is een door de raad op basis van haar autonome bevoegdheid vastgestelde verordening. De grondslag daarvoor is gegeven in artikel 149 Gemeentewet. Het onderwerp kent geen verplichte onderdelen of uitsluitingen, de raad heeft beleidsvrijheid en kan zelf bepalen of en zo ja in welke gevallen een burgerinitiatief mogelijk is. In het burgerinitiatief referendum parkeerbeleid staat na een toelichting het volgende verzoek aan het college van B&W: “om een startnotitie op te stellen voor het houden van een referendum waarbij de burgers van Den Haag zich kunnen uitspreken voor- of tegen de uitbreiding van betaald parkeren” Aan de hand van de tekst van de Verordening op het burgerinitiatief ga ik na of dit verzoek al dan niet binnen de Verordening past. Naar mijn mening moet een verzoek in ieder geval met de nodige welwillendheid worden beoordeeld. Daarop duidt ook de tekst van het raadsvoorstel d.d. 2 september 2002: “Het is niet wenselijk dat burgerinitiatieven op louter formele gronden buiten behandeling blijven.” De Verordening is onverplicht en bewust vastgesteld door de raad. Daaruit blijkt de bedoeling om inwoners actief te betrekken bij de besluitvorming en uitvoering van beleid. Met deze uitgangspunten in het achterhoofd moet een burgerinitiatief dan ook worden beoordeeld.

1.a Gemeentelijke aangelegenheid Op grond van de Verordening op het burgerinitiatief wordt (in artikel 1 onder d) onder een burgerinitiatief het volgende verstaan: een schriftelijk en gemotiveerd verzoek van ingezetenen aan de raad om te beraadslagen over een door hen geformuleerd voorstel dat betrekking heeft op een gemeentelijke aangelegenheid Hoewel het verzoek gericht is tot het college acht ik dat niet relevant. Een dergelijk verzoek moet immers op grond van de Algemene wet bestuursrecht (artikel 2:3) worden doorgestuurd naar het juiste bestuursorgaan.

2

In de definitie voor het burgerinitiatief zoals de raad van Den Haag dat heeft bepaald zijn in ieder geval twee kernbegrippen te onderscheiden: “beraadslagen” en “aangelegenheid”. Het gaat er dus om dat een onderwerp onder de aandacht van de raad kan worden gebracht. Wat een “aangelegenheid” is wordt niet nader aangeduid, anders dan dat het de gemeente moet betreffen. Een aangelegenheid is een ruim begrip dat op veel gemeentelijke aspecten kan zien. Er is in ieder geval geen beperking opgenomen tot alleen een (voorgenomen) “besluit”. Zodra sprake is van “een aangelegenheid” die niet onder de uitzonderingsbepalingen valt, is een burgerinitiatief in beginsel dus mogelijk. Het gaat dan om een aangelegenheid waarover de raad moet beraadslagen. Betaald parkeren in de gemeente valt zo naar mijn mening onder het begrip “aangelegenheid”. 1.b Gemeentelijke belastingen uitgesloten van burgerinitiatief Artikel 3 van de Verordening op het burgerinitiatief beperkt vervolgens de onderwerpen van die aangelegenheden waarop het burgerinitiatief mag zien: Artikel 3 Een burgerinitiatief kan niet worden ingediend over de volgende aangelegenheden: (…) d. vaststelling en wijziging van de gemeentelijke begroting en begrotingen van takken van dienst; e. gemeentelijke belastingen en tarieven; (…) g.

onderwerpen waarover de raad korter dan twee jaar voor de indiening van het burgerinitiatief een besluit heeft genomen; (…) Samengevat: een burgerinitiatief kan niet worden ingediend over gemeentelijke belastingen en tarieven. Dit is niet beperkt tot “een besluit over” of tot “vaststelling van beleid over”. De gehele aangelegenheid gemeentelijke belastingen is ongeclausuleerd uitgesloten van de indiening van een burgerinitiatief. In het raadsvoorstel d.d. 3 september 2002 ten behoeve van de vaststelling van de verordening is hierop ook geen nadere duiding gegeven. Daarin staat alleen: “Voorgesteld wordt geen burgerinitiatief open te stellen voor de volgende onderwerpen resp. in de volgende situaties: (…) -gemeentelijke belastingen en tarieven (…)” Betaald parkeren valt onder het begrip “gemeentelijke belastingen”. Artikel 225 Gemeentewet vormt de grondslag voor deze belastingen. Op basis daarvan kan een gemeente, kort samengevat, in het kader van parkeerregulering parkeerbelastingen heffen. De gemeente Den Haag heeft de mogelijkheid voor het heffen van deze parkeerbelasting opgenomen in de Verordening parkeerregulering en parkeerbelasting Den Haag 2022. Over de gemeentelijke belastingen en tarieven kan geen burgerinitiatief worden ingediend, dus ook niet over de aanpassing daarvan. De tekst is duidelijk. Hier zit verder geen ruimte voor interpretatie of welwillende invulling.

Dat het niet de bedoeling is om een burgerinitiatief louter op formele gronden buiten behandeling te laten gaat niet zover dat daarmee aan de expliciet bepaalde uitsluitingsgronden voorbij kan worden gegaan.

3

Dat betekent dat het burgerinitiatief in dit geval strandt op de in artikel 3 genoemde uitsluiting van aangelegenheden, de gemeentelijke belastingen. Tot slot, het is niet de bedoeling van de raad geweest om een onderwerp dat is uitgesloten van een burgerinitiatief alsnog via een referendum op de agenda te krijgen en vice versa. Dit wordt benadrukt in de toelichting op de Verordening op het burgerinitiatief: Onderwerpen die in de gemeentelijke referendumverordening zijn uitgesloten van een referendum worden hiermee tevens uitgesloten van een burgerinitiatief. Tevens wordt hiermee voorkomen dat het burgerinitiatief wordt gebruikt om reeds gevoerde discussies eindeloos over te doen of als klachtinstrument. Ik ga hier inhoudelijk verder in bij de beantwoording van vraag 2. Voor de volledigheid ga ik echter eerst toch ook nog in op onderdelen d en g van artikel 3 omdat ik mij kan voorstellen dat daarover nog wel discussie kan zijn: een onderwerp waarover de raad in de afgelopen periode van twee jaar “een besluit heeft genomen”. Bovendien staat het onderwerp op korte termijn op de agenda van de raad. 1.c Is sprake van een aangelegenheid waarover eerder is besloten? Het onderwerp betreft volgens het verzoek “de uitbreiding van betaald parkeren”. Over het onderwerp (uitbreiding van) betaald parkeren in Den Haag is in de loop der jaren al veel geschreven en besproken.

Dat doet op zichzelf aan het burgerinitiatief niets af, zolang het maar niet gaat om een onderwerp waarover de raad korter dan twee jaar voor de indiening van het burgerinitiatief een besluit heeft genomen. Hieronder ga ik aan de hand van de gemeentelijke regelgeving en overige stukken na of de raad over de uitbreiding van betaald parkeren heeft besloten. Ook ga ik in op de vraag of sprake is van de uitzondering omtrent vaststelling van de gemeentelijke begroting nog een rol kan spelen. 1.d Wat wordt bedoeld met het begrip besluit? In de Verordening op het burgerinitiatief wordt niet nader aangeduid wat wordt bedoeld met het begrip “waarover de raad heeft besloten”. Hierin ligt het woord “besluit” begrepen. In het raadsvoorstel d.d. 3 september 2002 staat op dit begrip geen toelichting. Op de website van de gemeente worden de voorwaarden voor een burgerinitiatief besproken, het begrip besluit wordt daar evenmin nader geduid. Ik heb daarom ook gekeken naar een aanwijzing voor de duiding van het besluitbegrip in het Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad. Daarin is het begrip besluit, of wat er bedoeld wordt met de duiding dat de raad heeft besloten, niet beschreven.

Het begrip besluit in de Verordening op het burgerinitiatief wordt daarmee in ieder geval niet beperkt tot een formeel besluit ingevolgde de Algemene wet bestuursrecht en kan zo een ruime betekenis hebben. Eerder heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) bepaald dat de raad in geval van de uitleg van een eigen referendumverordening beoordelingsvrijheid heeft1. 1

Uitspraak d.d. 23 april 2014, ECLI:NL:RVS:2014:1402

4

Het door de raad ingenomen standpunt moet uiteraard wel goed worden gemotiveerd. In dat geval was sprake van een uitsluitingsgrond voor het houden van een referendum als sprake was van “besluiten die naar het oordeel van de raad hun grondslag vinden in een eerder genomen beslissing waarover een referendum is gehouden of kon worden gehouden”. Het is dan ook uiteindelijk aan uw raad om gemotiveerd te bepalen of in dit geval sprake is van een onderwerp waarover al door de raad is besloten. Aan de hand van de volgende overwegingen meen ik dat op dit moment nog geen sprake is van een onderwerp waarover de raad de afgelopen twee jaar heeft besloten. Om het gebruik maken van de Verordening niet illusoir te maken kan met de zinsnede “waarover de raad heeft besloten” naar mijn mening niet worden gedoeld worden op alle onderwerpen die in de raad de revue zijn gepasseerd. Aan de hand van de gemeentelijke verordeningen en beleidsstukken waarin voor zover mij bekend het onderwerp betaald parkeren aan de orde is (gekomen) bekijk ik of sprake is van een onderwerp waarover de raad al dan niet al heeft besloten.

- Verordening parkeerregulering en parkeerbelasting Den Haag Via de tekst van artikel 225 van de Gemeentewet en de gemeentelijke verordening kan al dan niet sprake zijn van een “besluit” van de raad: Artikel 225 1 In het kader van de parkeerregulering kunnen de volgende belastingen worden geheven: a. een belasting ter zake van het parkeren van een voertuig op een bij de belastingverordening dan wel krachtens de belastingverordening in de daarin aangewezen gevallen door het college te bepalen plaats, tijdstip en wijze; b. een belasting ter zake van een van gemeentewege verleende vergunning voor het parkeren van een voertuig op de in die vergunning aangegeven plaats en wijze. De betreffende verordening wordt door de raad vastgesteld. In die verordening wordt ofwel direct rechtstreeks “bij de belastingverordening” (dus door de raad zelf) bepaald waar, hoe en wanneer er parkeerbelasting wordt geheven, ofwel wordt daarin bepaald dat “krachtens de belastingverordening” het college dit nader vaststelt. De gemeente Den Haag heeft in de Verordening parkeerregulering en parkeerbelasting Den Haag 2022 gekozen voor de tweede optie: het college stelt vast.

De Verordening parkeerregulering en parkeerbelasting Den Haag 2022 bepaalt: Hoofdstuk 2 Plaatsen voor vergunninghouders en vergunningen Artikel 2:1 Aanwijzing van plaatsen voor vergunninghouders Het college kan, bij openbaar te maken besluit, weggedeelten aanwijzen die bestemd zijn voor het parkeren door vergunninghouders. Het college kan hierbij onderscheid maken in de categorieën als bedoeld in artikel 2:2, derde lid, van deze verordening. (…) Hoofdstuk 5 Parkeerbelasting Artikel 5:1 Belastbaar feit 5

Onder de naam ‘parkeerbelastingen’ worden de volgende belastingen geheven: a. een belasting ter zake van het parkeren van een motorvoertuig op een bij, dan wel krachtens deze verordening in de daarin aangewezen gevallen door het college te bepalen plaats, tijdstip en wijze; b. een belasting ter zake van een van gemeentewege verleende vergunning voor het parkeren van een motorvoertuig op de in die vergunning aangegeven plaats en wijze. Via de Verordening maakt de raad het mogelijk dat het college over betaald parkeren besluit. Naar mijn mening is via deze Verordening over de uitbreiding van betaald parkeren nog geen besluit door de raad zelf genomen. - Programmabegrotingen Daarnaast zijn er stukken die de raad heeft vastgesteld of waarmee de raad heeft ingestemd. Dat betreft onder meer de verschillende programmabegrotingen. Zowel in de programmabegroting 2023-2026 als in de programmabegroting 2024-2027 wordt melding gemaakt van het voornemen om in alle wijken betaald parkeren in te voeren dan wel om het betaald parkeren uit te breiden. Voor bepaalde wijken zal dit alleen worden ingevoerd als de parkeerdruk daartoe aanleiding geeft. Dat staat dus nog niet vast. Deze programmabegrotingen zijn vastgesteld door de raad. Het burgerinitiatief ziet echter niet op de vaststelling van de begroting op zich.

Daarmee is geen sprake van een uitgezonderd onderwerp als bedoeld in artikel 3 onder d van de Verordening op het burgerinitiatief. Dat het onderwerp betaald parkeren onderdeel uitmaakt van die begroting waarover is besloten maakt dit in mijn ogen niet anders. In de begroting komen alle onderwerpen die relevant zijn voor Den Haag aan de orde. Dat zou betekenen dat geen enkel onderwerp meer voor een burgerinitiatief in aanmerking kan komen. De Verordening op het burgerinitiatief zou daarmee een loze verordening zijn. De Verordening kan daarom niet zo worden uitgelegd dat ieder onderwerp dat in de begroting aan de orde is gekomen wordt uitgesloten van een burgerinitiatief. Ik verwijs in dat kader ook nog naar de overwegingen die geleid hebben tot het vaststellen van de Verordening: het actief betrekken van inwoners bij de besluitvorming en uitvoering van beleid van de gemeente. - De coalitieakkoorden In het coalitieakkoord wordt het voornemen van het invoeren van betaald parkeren benoemd, in het coalitieakkoord uit 2022 wordt dit aangekondigd voor alle wijken, maar niet voor vergunningparkeren in uitgezonderde wijken, en in zijn algemeenheid wordt het invoeren van betaald parkeren in het Haags akkoord 2023-2026 benoemd.

Hoewel in deze stukken vrij stellig wordt geschreven dat betaald parkeren op enkele uitzonderingen na overal wordt ingevoerd betreffen de coalitieakkoorden geen aangelegenheden waarover de raad “besloten heeft”. Tijdens de behandeling daarvan in de raad is aangegeven dat over het coalitieakkoord geen besluit wordt gevraagd.

6

- Overige relevante beleidsstukken In diverse gemeentelijke beleidsstukken die al dan niet formeel zijn vastgesteld door de raad wordt het voornemen benoemd om “anders om te gaan met parkeren2” en “nieuw parkeerbeleid” en de “uitbreiding van parkeerregulering3”. De inhoud van deze beleidsstukken is naar mijn mening te globaal om van een onderwerp waarover is besloten door te raad te kunnen spreken. Ter illustratie een overweging uit de Parkeerstrategie 2021-20304 waaruit blijkt dat de uitbreiding van betaald parkeren weliswaar wordt overwogen, maar dat daarover nog geen besluit is genomen: De parkeerstrategie schetst op hoofdlijnen het nieuwe Haagse parkeerbeleid. De parkeerstrategie zal leiden tot veranderingen in hiervan afgeleide nota’s en verordeningen, zoals de Parkeerverordening en de beleidsregels Parkeervergunningen; de Verordening Parkeerbelastingen 2021; de Beleidsregels autoparkeernormen; het Uitvoeringsprogramma parkeren, deelmobiliteit en mobiliteitshubs. Bij het vaststellen van de parkeerstrategie door de Gemeenteraad worden deze nota’s, besluiten en verordeningen aangepast en opnieuw vastgesteld. Een aanwijzing dat daarover nog niet is besloten vormt ook de tekst in de brief van de portefeuillehouder aan de commissie leefomgeving d.d.

28-11-2023: Door het voornemen in (vrijwel) de hele stad betaald parkeren in te voeren dienen de Parkeerstrategie, Verordening parkeerregulering en parkeerbelastingen 2022 en Regeling parkeerregulering en parkeerbelastingen 2022 geactualiseerd te worden. Daarom ben ik voornemens eind Q2 2024 voorstellen voor aanpassing van de Parkeerstrategie, verordening en regeling aan de raad voor te leggen. En tot slot blijkt uit de stukken die voor behandeling door de commissie leefomgeving op 21 november a.s. op de agenda staan dat een er een “voorstel ligt om de strategie op enkele punten te actualiseren”5. Aangekondigd wordt dat “het college in 2025 en 2026 parkeerregulering wil invoeren.” De wethouder meldt in deze brief alleen ten aanzien van “gebiedsgerichte aanpakken parkeeroverlast” dat “deze aanpakken binnen de kaders van het vastgestelde parkeerbeleid” vallen. Naast deze voortgangsbrief is tevens een voorstel van het college inzake de Actualisatie Parkeerstrategie 2021-2030 ter behandeling aan de commissie gezonden. Er is een actualisering nodig op de volgende punten: de invoering van parkeerregulering en de uitgifte van parkeervergunningen. Deze punten worden in dit raadsvoorstel toegelicht. Het raadsvoorstel omvat de volgende onderdelen: 1. de aanleiding van de actualisatie van de Parkeerstrategie 2021-2030; 2.

een beschrijving van de maatregelen waarvoor de actualisatie nodig is; 2

Hoofdlijnenbrief mobiliteitstransitie d.d. 17 mei 2019 Voorstel college voor Parkeerstrategie 21 mei 2019 4 P. 11 5 Voortgangsbrief uitvoering Parkeerstrategie 2024 9 september 2024 portefeuillehouder aan de commissie Leefomgeving 3

7

3. een toelichting waarom gereduceerd tarief bij invoering gereguleerd parkeren niet mogelijk is; 4. een beschrijving van de vervolgprocedure. Voorgesteld wordt om in de Parkeerstrategie de volgende tekst in te voeren: “Om meer grip te krijgen op de leefbaarheid van de buitenruimte en regie te kunnen voeren op het gebruik van de verschillende parkeermogelijkheden in de stad door de verschillende doelgroepen (zoals forenzen, bezoekers of mensen met de optie voor parkeren op eigen terrein) wordt in (vrijwel) de hele stad gereguleerd parkeren ingevoerd. Hiermee wordt voorkomen dat er een waterbedeffect ontstaat, waarbij parkeerproblemen steeds verschuiven naar de rand van een gebied. Gereguleerd parkeren is tevens belangrijk om bouwontwikkelingen mogelijk te maken. Parkeerregulering is dan ook belangrijk voor de regie op parkeermogelijkheden en doelgroepen, de transitie naar duurzame mobiliteit en voor de woningbouw. De tarieven voor zowel bewonersvergunningen als het straatparkeren blijven relatief laag, vergeleken met andere grote steden (zie tabel 1.5).” En: “In (vrijwel) de hele stad wordt gereguleerd parkeren ingevoerd en alleen als de parkeerdruk daartoe aanleiding geeft, ook in de wijken Vroondaal, Wateringse Veld en het stadsdeel Leidschenveen-Ypenburg. 3.

Bij de fasering van het invoeren van parkeerregulering wordt prioriteit gegeven aan de gebieden waar grootschalige ontwikkelingen gaan plaatsvinden, die aanzienlijke negatieve gevolgen zullen hebben voor de parkeerdruk.” Met andere woorden: het beleid over onder meer betaald parkeren moet worden aangepast en de raad moet hierover nog besluiten. De raad wordt in het voorstel verzocht om in te stemmen met de wijzigingen op de Parkeerstrategie. Pas als daarover op die manier expliciet over het onderwerp betaald parkeren door de raad zal zijn besloten meen ik dat gesproken kan worden over een “aangelegenheid waarover door de raad is besloten” als bedoeld in de Verordening op het burgerinitiatief.

2.

In hoeverre valt het onderwerp waarop het burgerinitiatief ziet onder een onderwerp genoemd in artikel 3 van de Referendumverordening startnotitie op basis waarvan geen referendum kan worden gehouden?

De Verordening op het burgerinitiatief beoogt de raad te laten beraadslagen over een bepaald onderwerp, de Referendumverordening startnotitie bepaalt wanneer een referendum onder de kiesgerechtigden kan worden gehouden. Dit proces wordt in gang gezet via een “startnotitie”. In een referendum kunnen de inwoners van Den Haag zich vervolgens uitspreken over de startnotitie. Een startnotitie wordt (in artikel 1 onder c) van de Referendumverordening startnotitie als volgt gedefinieerd: 8

startnotitie: door de raad vast te stellen notitie waarin een korte heldere probleemstelling en een korte heldere schets van de beoogde oplossingsrichtingen staan beschreven. Deze verordening bevat op onderdelen een vergelijkbare uitzonderingsbepaling als de Verordening op het burgerinitiatief: Artikel 3 Uitzonderingen Een referendum kan niet worden gehouden over: (…) c. over de vaststelling van de gemeentelijke begroting en de rekening en over de gemeentelijke belastingen; De raad kan zelf bepalen of over een onderwerp een startnotitie wordt gemaakt, de startnotitie kan ook via een burgerinitiatief op de agenda van de raad komen, waarna de raad zelf besluit of daarover vervolgens een referendum wordt georganiseerd: Artikel 5 Burgerinitiatief Op grond van de Verordening op het burgerinitiatief kan een initiatief inhoudende een verzoek om een referendum over een onderwerp, worden ingediend. Indien een dergelijk verzoek wordt ingediend, geldt artikel 4 lid 2 onder c van de Verordening op het burgerinitiatief niet6 en moet een dergelijk verzoek worden ondersteund door minimaal 10.000 handtekeningen van kiesgerechtigden. Op grond van de Referendumverordening Startnotitie kan een initiatief om een verzoek om een referendum te houden worden gezien als een verzoek aan de raad om te beraadslagen over dat onderwerp.

De indieners beogen volgens de tekst van hun verzoek om een startnotitie op te stellen voor het houden van een referendum waarbij de burgers van Den Haag zich kunnen uitspreken voor- of tegen de uitbreiding van betaald parkeren. In aanvulling op hetgeen hierover in het kader van het burgerinitiatief is vermeld, is de duiding van de VNG op de modelverordening van de VNG voor het referendum nog relevant. In de modelverordening is in artikel 2, tweede lid onder f en g een “besluit” over de vaststelling van de gemeentelijke begroting en de rekening en over de vaststelling van gemeentelijke tarieven en belastingen uitgesloten van het onderwerp voor een referendum. In de toelichting staat daarover vermeld: bij de onderdelen f en g gaat het om het budgetrecht van de raad. Ook hier strandt daarom de mogelijkheid om een startnotitie te agenderen en daarmee mogelijk een referendum plaats te laten vinden over de gemeentelijke belastingen op de uitsluiting in artikel 3 van de Verordening omdat het onderwerp gaat “over de gemeentelijke belastingen”. Dit onderwerp is zonder enige restrictie uitgesloten van een referendum. Zoals hierboven bij de beantwoording van vraag 1 weergegeven valt het onderwerp betaald parkeren onder de gemeentelijke belastingen. 6

Dit artikel bepaalt het aantal vereiste handtekeningen

9

De uitsluiting voor het houden van een referendum over de vaststelling van de gemeentelijke begroting is hier overigens niet van toepassing. Ik verwijs naar de redenering daarover bij de beantwoording van vraag 1. Evenmin valt het onderwerp onder de overige uitsluitingsgronden. Ten overvloede ten aanzien van vraag 1 en vraag 2 Aan dit alles doet uiteraard niet af dat de raad zelf kan besluiten om te beraadslagen over het onderwerp betaald parkeren. Een referendum kan daarover echter niet worden gehouden, de Referendumverordening startnotitie sluit deze mogelijkheid uit.

3.

Indien de onder punt 1 en 2 genoemde vragen niet eenduidig te beantwoorden zijn, ontvangen we in onderhavige casus graag a) de argumenten die pleiten voor, en b) de argumenten die pleiten tegen toepasselijkheid van art. 3 Verordening op het burgerinitiatief respectievelijk artikel 3 van de Referendumverordening startnotitie.

Naar mijn mening is de uitsluiting van het onderwerp gemeentelijke belastingen voor een burgerinitiatief of de startnotitie voor een referendum niet voor tweeërlei uitleg vatbaar. Dat kan anders zijn ten aanzien van de vraag of daarover al “besloten” is. Wanneer sprake is van een besluit van de raad in de zin van de Verordening is niet duidelijk. Op dit moment is het onderwerp “gemeentelijke belastingen” categorisch uitgesloten van zowel een burgerinitiatief als voor een referendum. Mogelijk is de bedoeling om hier meer genuanceerd mee om te gaan. Daarnaast meen ik dat ten aanzien van enkele overige bepalingen in de beide verordeningen ruimte is voor interpretatie bijvoorbeeld over het begrip “besluit”. Ik raad aan om de beide verordeningen tegen het licht te houden en de tekst en toelichting daarop aan te passen. Tot slot Ik hoop met het bovenstaande naar tevredenheid antwoord te hebben gegeven op de gestelde vragen. Uiteraard ben ik graag bereid tot een nadere toelichting of de beantwoording van aanvullende vragen.

Met vriendelijke groet, Saskia de Boer

10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14815542/1