CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS320313 Beantwoording SV Bewegen op jonge leeftijd is de basis voor een goed leven

Commissie Samenleving 27 maart 2025, gemeente Den HaagBij agendapunt: Commissiebrief inzake Reactie op nieuwe cijfers overgewicht Haagse kinderen1.638 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Datum

BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE VRAGEN

17 december 2024 Ons kenmerk Onderwerp

Antwoord van het college op de vragen van het raadslid mevrouw Verduin, luidend: ‘Bewegen op jonge leeftijd is de basis voor een goed leven’

OCW/10822030 RIS320313

Het raadslid mevrouw Verduin heeft op 18 oktober 2024 een brief met daarin vijftien vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 30 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. Uit onderzoek van het Mulier Instituut is gebleken dat een derde van de scholen in het primair onderwijs niet voldoet aan de wettelijke norm van minimaal 90 minuten bewegingsonderwijs per week. Een tekort aan sportaccommodaties en volle lesroosters zijn, volgens het onderzoeksinstituut, de oorzaken van het niet voldoen aan de wettelijke richtlijn bewegingsonderwijs. 1.

Is bij het college bekend op hoeveel PO-scholen in Den Haag wordt voldaan aan de 90 minuten bewegingsonderwijs? Zo nee, kan dit uitgevraagd worden bij scholen/schoolbesturen?

De drie grootste schoolbesturen in Den Haag (Stichting Christelijk Onderwijs Haaglanden, Lucas Onderwijs en De Haagse Scholen) geven aan dat op 157 van de 161 scholen (98%) wordt voldaan aan de eis van 90 minuten bewegingsonderwijs per week. Bij de 2% van de scholen waar hier niet aan wordt voldaan gaat het om een tijdelijke situatie. Samen zijn deze schoolbesturen verantwoordelijk voor 90% van de po-scholen in Den Haag. Het college zal dit ook nagaan bij de kleinere schoolbesturen. Als dit een sterk afwijkend beeld oplevert, zal de raad hierover worden geïnformeerd. Het college heeft recent aangegeven te willen focussen op het jonge kind wat betreft beweging (bijv. met de gratis sportpas voor 6- en 7-jarigen). 2.

In hoeverre ziet het college bewegingsonderwijs ook als een rol hiervoor?

Het college ziet hierin een belangrijke rol voor het bewegingsonderwijs en hecht er daarom aan dat scholen voldoen aan 90 minuten bewegingsonderwijs per week. In eerdere beantwoording van vragen gaf het college aan dat er geen tekort is aan gymzalen/Sportaccommodaties (RIS314534). 3.

Is dat nog steeds het geval?

Dit is nog steeds de situatie. Het huidige aanbod van gymlocaties en sportaccommodaties sluit aan bij de vraag voor gymnastiekonderwijs. Ten opzichte van de norm van 90 minuten bewegingsonderwijs per week is over de hele linie bekeken zelfs sprake van een significante overcapaciteit.

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/10822030

4.

Op hoeveel PO-scholen in Den Haag is de gymzaal onderdeel van het schoolgebouw? En bij hoeveel scholen wordt de gymzaal gedeeld met een andere school? Hoeveel scholen hebben geen eigen inpandige gymzaal?

Bij 166 schoolgebouwen (primair onderwijs, speciaal basisonderwijs en speciaal onderwijs) is de gymzaal onderdeel van het gebouw. Bij 32 scholen is de gymzaal geen onderdeel van het gebouw, deze scholen maken gebruik van een sportaccommodatie. Er zijn 59 scholen die een gymnastieklokaal delen met een andere school. 5.

Is het inmiddels de norm dat bij nieuwbouw/verbouw van een school een gymzaal inpandig wordt gebouwd? Zo nee, waarom niet? Zo ja, kan hier niet van afgeweken worden?

In het merendeel van de nieuwbouwprojecten worden één of meerdere gymzalen meegebouwd. Dit is echter niet bij ieder project het geval. Voorkomende situaties waarbij een gymzaal niet meegebouwd wordt, zijn: -

-

6.

Projecten voor schoolgebouwen waarbij er in de nabije omgeving een sportaccommodatie voldoende capaciteit biedt. In dat geval is het efficiënter, maar ook voor de exploitatie van de sportaccommodatie beter om hiervan gebruik te maken. Projecten voor kleinere (basis)scholen waarbij medegebruik van een gymzaal van een naburige school voor de lange termijn een werkbare optie is. Dit is ook aan de orde in het geval dat meerdere scholen een locatie delen. Hiermee wordt efficiënter omgegaan met ruimte en middelen en worden exploitatiekosten voor scholen beperkt. Wordt er bij de berekening van het aantal klokuren, dat een school krijgt toegewezen voor bewegingsonderwijs, rekening gehouden met de daadwerkelijke groepsformatie? Zo nee, is het college bereid dit wel te gaan doen?

Nee, de klokuren zijn gebaseerd op een berekening die neerkomt op gemiddeld 24 leerlingen per groep in het basisonderwijs. Een eventuele kleine scholentoeslag en extra groepen vanwege de CBSachterstandsscore brengen dit gemiddelde omlaag, waarmee ook rekening wordt gehouden bij de berekening van het te vergoeden aantal klokuren gymnastiek. De daadwerkelijke groepsformatie, verdeeld over onderbouw (speellokaal) en bovenbouw (gymnastieklokaal), is een schoolbestuurlijke aangelegenheid en varieert van school tot school. Het is ondoenlijk om in de toedeling en bekostiging van klokuren daarmee rekening te houden en zou in het nadeel werken van scholen die, al dan niet noodzakelijk, minder (en dus grotere) groepen formeren. 7.

Is de toewijzing van uren in de sportaccommodatie inclusief de extra benodigde tijd voor klaarzetten en opruimen voor de gymles, waardoor het daadwerkelijk aantal uren dat de gymzaal gebruikt kan worden voor gymles lager uitvalt?

De formele toewijzing van uren in sportaccommodaties is gebaseerd op de genormeerde uren. Omdat scholen in de regel een sportaccommodatie voor een dag(deel) huren, kan de verloren tijd voor het klaarzetten en opruimen van materialen beperkt gehouden worden. Daarnaast kunnen gymleerkrachten situationeel in overleg met de beheerder van de sportaccommodatie een kwartier voor de aanvang van de ingeroosterde lessen alvast de zaal in, dan wel iets langer in de zaal blijven.

2/4

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/10822030

8.

Klopt het dat voor deze berekeningen al 15 jaar hetzelfde systeem wordt gebruikt?

Ja. 9.

Waarom hanteert de gemeente Den Haag de VNG norm (daterend uit 1987) van gymzalen van 252 vierkante meter in plaats van door de KVLO geadviseerde norm van 336 vierkante meter?

Gymnastieklokalen worden bekostigd uit de onderwijsmiddelen en zijn derhalve primair voor onderwijsdoeleinden bedoeld. Voor bekostiging van nieuwbouw is de VNG norm de minimummaat die geleverd moet worden. De hogere KVLO norm is primair ingegeven door multifunctioneel gebruik door sportverenigingen buiten schooluren. Schoolbesturen worden als eigenaar en beheerder gestimuleerd hun gymnastieklokalen buiten schooltijd te verhuren aan (sport)verenigingen en hebben de huuropbrengsten daarvan als inkomstenbron. Voor de verhuurbaarheid kan het voor scholen interessant zijn om in nieuwbouw een ruimere vloermaat toe te passen die aansluit bij de (sport)activiteit waarnaar vraag is vanuit de stad. In die zin past het dat scholen daarin ook zelf investeren. In de praktijk gebeurt dat ook. 10. Buiten de scholen die hun gymzaal inpandig hebben: hoeveel PO-scholen hebben hun sportaccommodatie binnen een afstand van maximaal 1 km (de VNG norm) en hoeveel scholen binnen een afstand van 750 meter (de KVLO norm)? Alle 32 scholen waarbij de gymzaal geen onderdeel van het gebouw is, hebben een sportaccommodatie binnen een afstand 1 km van hun schoolgebouw. Van deze scholen hebben er 30 een sportaccommodatie binnen een afstand van 750 meter. Naast sportaccommodaties is een tekort aan vakleerkrachten lichamelijke opvoeding één van de redenen van minder bewegingsonderwijs.

De gemeente Den Haag is daarom de PABO/HALO combiopleiding gestart samen met de Haagse Hogeschool. Dat vindt D66 Den Haag een mooie ontwikkeling. 11.

Op hoeveel scholen wordt de gymleerkracht ingehuurd via een extern uitzendbureau. Kan het college deze cijfers opvragen bij de scholen? Zo nee, waarom niet?

Er zijn circa 160 gymleerkrachten werkzaam op basisscholen in Den Haag. De drie grootste schoolbesturen geven aan dat 23 gymleerkrachten (veelal niet voor een volledig fte, maar voor een beperkt deel van de week) worden ingehuurd via een extern uitzendbureau. Inzet van ZZP’ers gebeurt bij voorkeur alleen bij een tijdelijke vervangingsvraag, bijvoorbeeld ter vervanging van ziekte- of zwangerschapsverlof. De schoolbesturen zijn soms genoodzaakt tijdelijk gebruik te maken van externe uitzendbureaus om openstaande vacatures op te vangen. Zodra de vacatures zijn vervuld, worden de tijdelijke overeenkomsten met het externe uitzendbureau beëindigd. 12. Op hoeveel scholen is op dit moment een vacature voor gymleerkrachten? Bij de drie grootste schoolbesturen staan momenteel 11 vacatures voor gymleerkracht open.

3/4

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/10822030

13. Is bij het college bekend wat de reden is dat gymleerkrachten zich liever als zzp-er of via uitzendbureau laten inhuren op een school, in plaats van in loondienst te treden? Zo ja, wat zijn de redenen? Zo nee, is het college bereid dit te (laten) onderzoeken? In de afdoening motie “Ban detachering/ZZP'ers in onderwijs gefaseerd uit” (RIS317489) is aangegeven waarom leerkrachten er soms voor kiezen zich in te laten huren als zzp-er of via een uitzendbureau. Eén van de belangrijkste voordelen is de grotere vrijheid en flexibiliteit die zij genieten, aangezien zij alleen die opdrachten aannemen die zij zelf interessant en leuk vinden. Bovendien kan werken via een uitzendbureau resulteren in een hoger inkomen, doordat zij zelf hun tarieven kunnen bepalen en mogelijk meer opdrachten kunnen aannemen. 14.

Op welke wijze ondersteunt de gemeente nu scholen om voldoende vakleerkrachten voor de groepen te laten staan, nadrukkelijk ook bij groep 1 en 2, zoals de Haagse adviesraad voor de sport adviseert? Op hoeveel scholen in Den Haag staat een vakleerkracht voor groep 1 en 2?

De scholen zijn zelf verantwoordelijk voor de lessen bewegingsonderwijs en voor het inzetten van bevoegd personeel. Momenteel wordt op ongeveer 85% van de Haagse basisscholen bewegingsonderwijs aan de groepen 1 en 2 gegeven door een leerkracht lichamelijke opvoeding. De overige scholen laten lessen uitvoeren door een gediplomeerd leerkracht. De Inspectie van Onderwijs ziet erop toe dat scholen voldoen aan de bewegingsnorm. Zie de afdoening motie “Bewegen vanaf groep 1” (RIS316796). 15.

Hoe worden HALO en sportverenigingen betrokken bij scholen die de 90 minuten norm nu niet behalen?

In de stad is er een goede samenwerking tussen schoolbesturen en het HALO (Haagse Academie Lichamelijke Opvoeding) met betrekking tot de inzet van stagiairs. De schoolbesturen hebben de mogelijkheid om voor buitengymnastiek en bij het buitenschoolse sportaanbod gebruik te maken van de sportaccommodaties (velden) van sportverenigingen. In deze samenwerking wordt géén onderscheid gemaakt tussen welke scholen al dan niet de 90-minutennorm behalen. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx

Jan van Zanen

4/4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14962882/1