RIS320306 Uitvoeringsagenda Zero-emissiezones 2025-2030
Tekst van het document
Typ tekstTyp tekstTyp tekst
Robert Barker Wethouder van Buitenruimte, Dierenwelzijn en Milieu
dienst: dienstcode
Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag
Ons kenmerk
Aan de voorzitter van de commissie Leefomgeving
DSB/10860512 RIS320306 Contactpersoon
Victor Koopman Dienst
Dienst Stadsbeheer Afdeling
DSB BAS Telefoonnummer
14070 Datum
E-mailadres
14 maart 2025
victor.koopman@denhaag.nl
Onderwerp
Uitvoeringsagenda zero-emissiezones
Geachte voorzitter, Met deze brief laat ik u weten, dat het college heeft besloten om de Uitvoeringsagenda zeroemissiezones (RIS320305) mee te ondertekenen. Daarmee draagt het college bij aan het bestendigen van de nauwe strategische samenwerking, die ten grondslag ligt aan de invoering van zeroemissiezones in (nu) zeventien gemeenten in Nederland. In de komende jaren volgen twaalf andere gemeenten. Deze Uitvoeringsagenda is in verschillende brieven (waaronder RIS320653) aan de raad aangekondigd geweest. De ondertekening ervan werd uitgesteld naar aanleiding van de brief aan de Tweede Kamer (Kamerstuk 36 600-XII-nr. 66) over de wijze waarop het kabinet om wil gaan met de aangenomen Tweede Kamermotie (36 600 XII, nr. 37). Het college heeft vervolgens die situatie geschetst in een brief (RIS320653) eind november. Eind januari 2025 is hierover afrondend bestuurlijk overleg van de Staatssecretaris met alle medeondertekenaars geweest. De nieuwe Uitvoeringsagenda bestendigt de verregaand geharmoniseerde beleidsregels, zo wordt voorkomen dat een landelijke lappendeken aan verschillende beleidsregels op lokaal niveau ontstaat. Het is belangrijk om de overstap stapsgewijs te doen, eerst worden de oudste en meest vieze voertuigen geweerd.
Hierover zijn met het Rijk, andere gemeenten, branche- en koepelorganisaties ter zake heldere afspraken gemaakt in 2021 in de Uitvoeringsagenda Stadslogistiek (RIS307511). Die samenwerking wordt nu bestendigd. De Uitvoeringsagenda is niet in rechte afdwingbaar, maar geeft richting aan alle partners om in samenwerking en onderlinge afstemming de overgang naar en het eigen beleid van zero-emissie zones vorm te geven en mee te dragen. De nieuwe Uitvoeringsagenda zero-emissiezones richt zich op: het vasthouden aan eenduidige beleidsregels (inclusief ontheffingen en vrijstellingenbeleid); het inventariseren van knelpunten en bepalen van oplossingsrichtingen bij de implementatie en instandhouding van zero-emissiezones; de uitvoering van de acties (zoals monitoring, waarschuwen, Europese afstemming); implementatie van de agenda via de afgesproken organisatiestructuur; het behalen van het doel van 1 Mton CO2-reductie per jaar vanaf 2030.
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
Telefoonummer 14070 www.denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10860512
Recent zijn na afrondend bestuurlijk overleg eind januari 2025 de volgende afspraken toegevoegd: • De waarschuwingsperiode duurt tenminste 6 maanden, ontheffingen ‘Bedrijfseconomische Omstandigheden’, en ‘Vanwege Netcongestie’ krijgen landelijke werking, en de overgangsregeling voor emissieklasse 6 bestelbussen gaat verlengd worden naar 2029; • De beschrijving van de rol van brancheorganisaties; • Het concreter maken van het zorgen voor voldoende laadinfrastructuur; • Urgentie bij het beleid voor na 2030 (de duur van vrijstellingen en ontheffingen); • Handelen n.a.v. risico’s rondom tractoren die vrachtauto’s vervangen; Vanwege de urgentie van voldoende netbeschikbaarheid voor het bedrijfsleven wordt periodieke afstemming op landelijk niveau geïntroduceerd met het ministerie van Klimaat en Groene Groei. Voor gemeenten die een uitbreiding van hun zero-emissiezones overwegen introduceert de nieuwe Uitvoeringsagenda een aankondigingstermijn van twee jaar. Een andere termijn – namelijk de waarschuwingsperiode – wordt nu in de Uitvoeringsagenda vastgelegd op 6 maanden. Dit wijkt af van de in uw raad afgesproken 4 maanden. Gegeven het totaalpakket van afspraken en vanuit de wens om als zero-emissiegemeenten en ministerie gezamenlijk op te blijven trekken heeft het college gemeend dat deze verruiming acceptabel is.
Het is daarmee niet een gevolg van het Haagse weegmoment na drie maanden. Overigens zal de informatie van het Haagse weegmoment ook landelijk nog gedeeld worden zodat deze betrokken kan worden bij de toegezegde landelijke monitoring aan de Tweede Kamer. Met vriendelijke groet, de Wethouder van Buitenruimte, Dierenwelzijn en Milieu Robert Barker
2/2