CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS320247 Voortgang warmteprogramma

Commissie Leefomgeving 12 december 2024, gemeente Den HaagBij agendapunt: Energietransitie1.941 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Typ tekstTyp tekstTyp tekst

Arjen Kapteijns Wethouder Energietransitie, Mobiliteit en Grondstoffen

dienst: dienstcode

Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag

Ons kenmerk

Aan de voorzitter van de commissie Leefomgeving

DSO/10797030 RIS320247 Contactpersoon

Rosalie Bedijn Dienst

Dienst Stedelijke Ontwikkeling Afdeling

DSO Energietransitie Telefoonnummer

14070 Datum

E-mailadres

14 oktober 2024

rosalie.bedijn@denhaag.nl Bijlage

1

Onderwerp

Voortgang warmteprogramma

Geachte voorzitter, Met deze brief informeert het college uw commissie over het traject om te komen tot een warmteprogramma en de rol die de gemeenteraad daarbij zal spelen. Het warmteprogramma is een thematisch omgevingsprogramma dat valt onder de Omgevingswet. De door de gemeenteraad vast te stellen omgevingsvisie wordt uitgewerkt in omgevingsprogramma’s over diverse onderwerpen of gebieden. Het warmteprogramma is er daar één van. Het warmteprogramma is naar verwachting één van de eerste omgevingsprogramma’s dat binnen de gemeente Den Haag zal worden vastgesteld. Dit warmteprogramma is gericht op de transitie naar het aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving. De verwachte nieuwe Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) verplicht iedere gemeente om uiterlijk 31 december 2026 een warmteprogramma vast te stellen als opvolger van de Transitievisie warmte (TVW, RIS313867). Deze nieuwe wet wordt naar verwachting op 1 juli 2025 van kracht en ligt nu voor bij de Eerste Kamer. Om op tijd te voldoen aan de verplichtingen die voorvloeien uit de Omgevingswet en de (concept) Wgiw en om tijdig de verplichte planMER te kunnen uitvoeren wordt nu gestart met het proces om een warmteprogramma op te stellen. Een participatietraject is een in de Omgevingswet verplicht onderdeel om te komen tot een omgevingsprogramma.

Dit participatietraject wordt georganiseerd conform de participatieverordening en gaat nu van start. Uw raad wordt geïnformeerd over het participatietraject en geconsulteerd waarbij de resultaten van het traject betrokken kunnen worden. In deze brief licht het college toe wat de aanleiding is voor het warmteprogramma en wat de wettelijke context hiervoor is. Bovendien beschrijft het college hoe inwoners en ondernemers bij het participatieproces worden betrokken en wat de planning op hoofdlijnen is. Tot slot wordt stil gestaan bij de wijze waarop de gemeenteraad betrokken zal worden om te komen tot een Haags warmteprogramma. In de bijlage leest u hoe het omgevingsprogramma zich als instrument verhoudt tot de andere instrumenten onder de Omgevingswet. Wat houdt het warmteprogramma in? Conform de (concept) Wgiw moet het eerste warmteprogramma uiterlijk 31 december 2026 zijn vastgesteld en moet het iedere vijf jaar geactualiseerd worden. Het eerste warmteprogramma heeft betrekking op de periode tot en met december 2035.

Gemeente Den Haag

Spui 70 Den Haag

Postbus 12600 2500 DJ Den Haag

Telefoonummer 14070 www.denhaag.nl

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10797030

Om aan de sluiten bij de vereisten uit de (concept) Wgiw brengt de gemeente in het warmteprogramma in beeld in welke buurten of wijken zij de komende periode tot en met 2035 aan de slag gaat. Het kan daarbij zowel gaan om isolatie als om de overstap op een duurzaam alternatief voor aardgas. De Wgiw zal voorschrijven dat de gemeente voor deze buurten en wijken het volgende beschrijft: • de duurzame alternatieven voor aardgas die per buurt worden overwogen; • per buurt het duurzame alternatief voor aardgas met de laagste maatschappelijke kosten; • het aantal gebouwen/woningen dat wordt geïsoleerd, maar nog niet aardgasvrij wordt; • het aantal gebouwen/woningen dat wordt geïsoleerd en waarbij de overstap naar één van de duurzame alternatieven voor aardgas wordt gerealiseerd en; • of hierbij al dan niet de aanwijsbevoegdheid wordt ingezet die met de Wgiw wordt ingesteld. De aanwijsbevoegdheid biedt gemeenten de mogelijkheden om in het omgevingsplan binnen hun grondgebied gebieden aan te wijzen die overgaan op een duurzame warmtevoorziening en waar het aardgastransport dus op termijn eindigt. Op al deze punten kent Den Haag al actueel vastgesteld beleid. De Transitievisie warmte (TVW) is in 2023 vastgesteld door de gemeenteraad en het hoofdstuk met uitgangspunten voor de warmtetransitie is tot stand gekomen naar aanleiding van een motie van de gemeenteraad (RIS311117).

In Den Haag is de TVW relatief laat vastgesteld ten opzichte van andere gemeenten, waardoor de inhoud nog actueel is. Ook het stopzetten van de voorbereiding van de aanbesteding voor warmtenetten heeft geen invloed op de inhoud van de TVW. Inhoudelijk zal het warmteprogramma aansluiten bij de uitgangspunten en de duurzame warmteopties per buurt die in de TVW zijn beschreven. Deze uitgangspunten en de duurzame warmteoplossingen per buurt uit de TVW vormen de basis voor het warmteprogramma en zullen naar verwachting nauwelijks wijzigen. Omdat het verplichte warmteprogramma de TVW vervangt, actualiseren we de TVW in het nieuwe warmteprogramma. De EFG-labelaanpak (van de gemeente; RIS316094) vormt de basis voor het onderdeel isoleren van het warmteprogramma. Vanzelfsprekend wordt het warmteprogramma integraal afgestemd op de andere instrumenten onder de Omgevingswet, zoals de in ontwikkeling zijnde omgevingsvisie die het kader vormt en waarvoor de TVW als inhoudelijke input heeft gediend voor de conceptteksten. Ook met de andere nog op te stellen thematische en gebiedsgerichte omgevingsprogramma's wordt de samenhang geborgd. In de bijlage leest u hoe het omgevingsprogramma zich als instrument verhoudt tot de andere instrumenten onder de Omgevingswet.

Wettelijke context De verplichting voor het opstellen van een warmteprogramma en de vereisten aan het proces en de inhoud van een warmteprogramma vloeien voort uit: • de Omgevingswet. De Omgevingswet stelt eisen aan ieder programma, dus ook aan het warmteprogramma. Deze vereisten zijn voornamelijk procedureel van aard; • de (concept) Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw). Met de Wgiw wordt het warmteprogramma als verplicht programma in de Omgevingswet opgenomen. Dit betekent dat iedere gemeente een warmteprogramma moet vaststellen. Deze nieuwe wet is naar verwachting op 1 juli 2025 van kracht en ligt nu voor bij de Eerste Kamer; • het (concept) Besluit gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Bgiw). Het bij de Wgiw horende Bgiw stelt eisen aan de vaststellings- en actualisatietermijn en de inhoud van het warmteprogramma; • het uitvoeren van een plan-milieueffectrapportage (planMER) is een verplichte stap in het traject om tot een warmteprogramma te komen;

2/4

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10797030

•

een aandachtspunt is dat de Wgiw en Bgiw eisen stellen aan de inhoud van het warmteprogramma, maar tegelijkertijd nog in ontwikkeling zijn. De Wgiw ligt nu bij de Eerste Kamer en moet nog plenair behandeld worden. De status van de Wgiw betekent dat het wetsvoorstel nog kan worden aangepast.

Betrekken van inwoners en ondernemers en uw raad Een vereiste stap in de totstandkoming van het warmteprogramma is het doorlopen van een participatieproces dat voldoet aan de eisen van de Omgevingswet. De in de Omgevingswet vereiste participatie rond het warmteprogramma is vormvrij. Vooraf moet een plan van aanpak worden gemaakt waarin beschreven is waarop en op welke wijze mag worden geparticipeerd. In het warmteprogramma moet een verantwoording worden opgenomen over wat met de inbreng is gebeurd. Dit participatieproces wordt georganiseerd conform de participatieverordening. Bij de totstandkoming van onder andere de TVW en de Omgevingsvisie zijn inwoners, ondernemers, woningcorporaties en bewonersinitiatieven op verschillende manieren betrokken bij de plannen voor de energietransitie. De input die is opgehaald in de stad wordt meegenomen bij het opstellen van het warmteprogramma en vormt de basis waarop verder wordt gebouwd in dit participatietraject. De uitgangspunten en de duurzame warmteoplossing(en) per buurt uit de TVW staan vast en vormen het uitgangspunt voor de raadpleging. Daarop zal geen participatie plaatsvinden. De participatie bestaat uit een stadsbrede raadpleging die nog dit jaar plaatsvindt.

Dit vindt plaats middels een participatieve waarden-tool waarin, onder andere tijdens de Haagse Klimaatweek in november, verschillende dillema’s over de warmtetransitie wordt voorgelegd aan een brede groep van belanghebbenden. Er worden extra inspanningen verricht om een diverse groep van inwoners en ondernemers te bereiken. Hiervoor wordt directe promotie (on- en nadrukkelijk ook offline) ingezet onder moeilijker bereikbare groepen via sleutelfiguren en door aan te sluiten bij bestaande evenementen. Door de raadpleging zowel digitaal als op fysieke plekken aan te bieden in de stad wordt iedereen de mogelijkheid geboden om deel te nemen, desgewenst met hulp bij het online invullen van de tool. Het volledige participatieplan wordt binnenkort gepubliceerd op de website Duurzame Stad Den Haag. In het eerste kwartaal van 2025 wordt uw gemeenteraad om een advies gevraagd. De analyse uit het participatietraject wordt met u gedeeld en u wordt gevraagd of de analyse van de raadpleging aanleiding geeft om onderwerpen verder uit te diepen. Deze vraag ligt tevens voor aan andere stakeholders. Planning op hoofdlijnen en hoe gemeenteraad wordt betrokken Het warmteprogramma moet uiterlijk op 31 december 2026 worden vastgesteld.

Mede omdat de periode tussen de gemeenteraadsverkiezingen in dat jaar te kort is om het hele proces goed te doorlopen is in de Energieregio Rotterdam Den Haag door de gemeenten uitgesproken dat het bestuurlijk streven is om al in de huidige bestuursperiode het warmteprogramma vast te stellen. Hierbij speelt ook dat het wenselijk is om met de regio een gezamenlijke planMER te organiseren. Dit omdat er maar beperkte capaciteit in de markt is voor dit soort onderzoeken en anders alleen al 23 gemeenten in onze regio in dezelfde periode een planMER moeten laten maken. Daarnaast moet het regionale proces zorgen voor meer samenhang tussen de verschillende warmteprogramma’s van de gemeenten in de regio, om verder te kunnen werken aan het benodigde bovenregionale warmtesysteem. Bovendien heeft de Energieregio van het Rijk SPUK-gelden ontvangen voor de versnelling van de lokale warmtetransitie. Deze middelen worden ingezet voor inhoudelijke en procesmatige ondersteuning van gemeenten.

3/4

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10797030

Dit maakt het noodzakelijk om al in 2024 aan de slag te gaan met de voorbereidingen van het participatietraject en het betrekken van de stad. Daarnaast moet tijdig, in het najaar van 2024, worden gestart met de voorbereidingen voor de verplichte planMER procedure. Het doel is om het ontwerpwarmteprogramma na de zomer van 2025 gereed te hebben voor de terinzagelegging. Gezien de Transitievisie Warmte en de EFG-aanpak actueel zijn en al inhoudelijk invulling geven aan het warmteprogramma ziet het college dit als een realistische planning. De momenten waarop de gemeenteraad wordt betrokken bij de inhoud van het warmteprogramma zijn de volgende: • Najaar 2024: de voorbereiding van de tool die wordt ingezet voor het participatietraject. De commissie Leefomgeving ontvangt separaat een uitnodiging. • Q4 2024-Q1 2025: de analyse van de resultaten van het participatietraject wordt met u gedeeld en u wordt gevraagd of de analyse van de raadpleging aanleiding geeft om onderwerpen verder uit te diepen. • Q3 2025: het concept ontwerp-warmteprogramma wordt door het college naar de gemeenteraad gestuurd, zodat indien wenselijk nog voor definitieve vaststelling een debat kan plaatsvinden.

• Q4 2025: het college stelt het warmteprogramma vast, conform de Omgevingswet Planning aanpak warmtetransitie en het warmteprogramma De planning van het warmteprogramma loopt parallel aan de aanpak warmtetransitie, waaronder ander de mogelijke rolneming van voor de gemeente Den Haag in een publiek warmtebedrijf centraal staat. Tot het einde van dit jaar en in 2025 zijn er verschillende momenten waarop de gemeenteraad de aanpak van de warmtetransitie bespreekt. Dan wordt de gemeenteraad betrokken bij het traject rond de mogelijke rolnemingen voor de gemeente Den Haag in een publiek warmtebedrijf (RIS319397). De gemeenteraad ontvangt nog in november een commissiebrief over de besluitvorming over de rol die gemeente zal nemen in een op te richten publiek warmtebedrijf. Waar mogelijk en opportuun worden deze momenten, in samenspraak met uw commissie, ook benut om (onderdelen van) het warmteprogramma ook deel te laten uitmaken van uw beraadslaging. Hopende u hiermee goed geïnformeerd te hebben over het proces voor de totstandkoming van het warmteprogramma. Het is college ervan overtuigd dat het instrument een kans biedt om de samenhang tussen de warmtetransitie en andere ruimtelijke opgaven in de stad te borgen en zo te werken aan de klimaatneutrale toekomst van Den Haag. Met vriendelijke groet, de wethouder Energietransitie, Mobiliteit en Grondstoffen Arjen Kapteijns

4/4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14641007/1