RIS320227 Geen ruimte voor Oeigoerse onderdrukking in het stadhuis
Tekst van het document
RIS-nummer: 320227
Schriftelijke vragen: Geen ruimte voor Oeigoerse onderdrukking in het stadhuis Indieners: Lotte van Basten Batenburg, Haagse VVD Datum: 9 oktober 2024 Aan de voorzitter van de gemeenteraad, Op 27 februari 2024 stelde de Haagse VVD schriftelijke vragen (RIS318154) naar aanleiding van een opvoering van een Oeigoerse dans door een Chinese dansgroep tijdens de viering van het Chinese Nieuwjaar in het Atrium van het stadhuis. Een man die protesteerde tegen deze pijnlijke symboliek voor de onderdrukking en intimidatie van de Oeigoerse minderheid door China, werd afgevoerd en beboet. In de beantwoording stelde het college geen enkele vorm van toetsing te doen op de inhoudelijke boodschap van een gesubsidieerd evenement. Wel beloofde het college in gesprek te gaan met stichting Atrium over hun voorwaarden. Nu het nieuwe Chinese jaar weer dichterbij komt en naar aanleiding van de beantwoording van de schriftelijke vragen (RIS318154) stelt raadslid Lotte van Basten Batenburg van de Haagse VVD, overeenkomstig art. 30 van het Reglement van orde, de volgende vragen: 1.
2. 3.
Is komend jaar wederom een viering van het Chinees Nieuwjaar in het Atrium gepland? Zo ja, welke rol speelt de Chinese ambassade hierbij? Kan het college toelichten welke afweging de stichting Atrium heeft gemaakt met betrekking tot deze viering, in het licht van de viering in 2024 alwaar onderdrukking en intimidatie van Oeigoeren plaatsvond? Indien er een viering gepland is, zal het college bij de viering vertegenwoordigd zijn, dan wel zich ambtelijk laten vertegenwoordigen? Graag een toelichting. Is het college voornemens wederom een bijdrage te leveren aan de viering van het Chinees nieuwjaar? Zo ja, vindt wederom geen enkele controle plaats op de inhoud van het evenement? In welke mate is dit geld reeds financieel en juridisch verplicht?
In de beantwoording van vraag 3 schrijft het college: "Het college ziet echter geen juridische grond waarop een dergelijke uitvoering verboden zou kunnen worden zo lang deze binnen de vrijheid van meningsuiting valt." 4. 5. 6. 7.
Is het college met de Haagse VVD van mening dat het onwenselijk is om als gemeente boodschappen van onderdrukking, intimidatie, discriminatie of haat te sponsoren? Is het college met de Haagse VVD van mening dat er geen enkele belemmering is om een dergelijke uitvoering niet te sponsoren en dat die keuze volkomen losstaat van vrijheid van meningsuiting? Is het college het met de Haagse VVD eens dat de genoemde uitvoering niets te maken had met vrijheid van meningsuiting en dat de vrijheid van meningsuiting nooit als excuus kan dienen voor intimidatie en onderdrukking? Waarom toetst het college niet welke boodschap wordt verkondigd op een gesubsidieerd evenement? Is het college het met de Haagse VVD eens dat het te allen tijde moet voorkomen dat het boodschappen van haat, intimidatie of onderdrukking sponsort? Zo ja, wat gaat het college hieraan doen?
In de beantwoording van vraag 3 schrijft het college tevens: "Het college gaat in gesprek met de stichting Atrium om te bezien of de vigerende algemene voorwaarden noodzaken tot aanpassingen." 8. 9.
Kan het college de raad informeren over hoe het staat met de herijking van de algemene voorwaarden? Zijn er handvatten geformuleerd die toetsing op dergelijke kwesties in de toekomst mogelijk maken? Zo nee, waarom niet? Zo ja, welke? 10. Hoe voorkomt het college met de stichting Atrium dat in de toekomst wederom onder valse voorwendselen onbedoeld medewerking aan dit soort verwerpelijke uitvoeringen kan worden verleend? Graag in het antwoord ook ingaan op de subsidierelatie van de gemeente. In antwoord op vraag 4-6 stelt het college geen volledig beeld te hebben van wat zich precies heeft voorgedaan. Echter in antwoord op vraag 9 stelt het college dat de burgemeester en verschillende ambtenaren aanwezig waren. 11. Klopt het dat de burgemeester en ambtenaren ooggetuigen waren van het voorval? Zo ja, waarom heeft het college er dan geen beeld van? 12. Gezien het feit dat zowel de burgemeester als ambtenaren aanwezig waren bij het voorval: waarom heeft het college, ondanks het onvolledige beeld van de situatie, geen initiatief genomen om dit beeld nader te onderzoeken en te verduidelijken?
13. Is het college het met de VVD eens dat het bijzonder pijnlijk is dat iemand die protesteert tegen deze intimidatie is opgepakt en beboet? Hoe blikt het college hierop terug? Het college schrijft in de beantwoording van vraag 15: "Het college is niet betrokken bij de inhoudelijke toetsing van een aanvraag." En in hetzelfde antwoord: "De medewerkers van de stichting Atrium beoordelen of een aanvraag een partijpolitiek, activistisch of sterk en/of een eenzijdig religieus karakter heeft, als dit zo is wordt een aanvraag hierop afgewezen. Daarnaast worden aanvragen, van bijvoorbeeld ambassades en NGO's afgestemd met de gemeente Den Haag." 14. Klopt het dat aanvragen van ambassades worden afgestemd met de gemeente? Zo ja, waarom distantieert het college zich van inhoudelijke toetsing als aanvragen wel degelijk worden afgestemd? Uit de beantwoording van de vragen komt naar voren dat het college geen contacten heeft met Oeigoeren in Den Haag. 15. Heeft het college inmiddels wel contact met de Oeigoerse gemeenschap in Den Haag? Zo nee, waarom niet? Lotte van Basten Batenburg Haagse VVD