RIS320227 Beantwoording SV Geen ruimte voor Oeigoerse onderdrukking in het stadhuis
Tekst van het document
Datum
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE VRAGEN
16 december 2024 Ons kenmerk Onderwerp
Antwoord van het college op de vragen van het raadslid mevrouw Van Basten Batenburg, luidend: ‘Geen ruimte voor Oeigoerse onderdrukking in het stadhuis’
BSD/10814038 RIS320227
Het raadslid mevrouw Van Basten Batenburg heeft op 29 oktober 2024 een brief met daarin 14 vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 30 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. Op 27 februari 2024 stelde de Haagse VVD schriftelijke vragen (RIS318154) naar aanleiding van een opvoering van een Oeigoerse dans door een Chinese dansgroep tijdens de viering van het Chinese Nieuwjaar in het Atrium van het stadhuis. Een man die protesteerde tegen deze pijnlijke symboliek voor de onderdrukking en intimidatie van de Oeigoerse minderheid door China, werd afgevoerd en beboet. In de beantwoording stelde het college geen enkele vorm van toetsing te doen op de inhoudelijke boodschap van een gesubsidieerd evenement. Wel beloofde het college in gesprek te gaan met stichting Atrium over hun voorwaarden. 1.
Is komend jaar wederom een viering van het Chinees Nieuwjaar in het Atrium gepland? Zo ja, welke rol speelt de Chinese ambassade hierbij? Kan het college toelichten welke afweging de stichting Atrium heeft gemaakt met betrekking tot deze viering, in het licht van de viering in 2024 alwaar onderdrukking en intimidatie van Oeigoeren plaatsvond?
Het college heeft van de Stichting Atrium begrepen dat de stichting CCEN komend jaar geen gebruik zal maken van het atrium. De landelijke viering van het Chinees nieuwjaar zal komend jaar niet plaatsvinden in het atrium. Overigens was de Stichting Atrium al in gesprek met de stichting CCEN naar aanleiding van de viering in 2024. De landelijke viering van het Chinees nieuwjaar wordt georganiseerd door de stichting Chinese Culturele Evenementen Nederland (CCEN). Het is gebruikelijk dat de ambassadeur van China in Nederland bij de viering aanwezig is en een korte toespraak houdt. Van een verdere rol van de ambassade is het college niets bekend. Overigens organiseren de ondernemers in Chinatown ook jaarlijks een (separate) viering van het Chinees nieuwjaar. 2.
Indien er een viering gepland is, zal het college bij de viering vertegenwoordigd zijn, dan wel zich ambtelijk laten vertegenwoordigen? Graag een toelichting.
Zie antwoord op vraag 1.
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
BSD/10814038
3.
Is het college voornemens wederom een bijdrage te leveren aan de viering van het Chinees nieuwjaar? Zo ja, vindt wederom geen enkele controle plaats op de inhoud van het evenement? In welke mate is dit geld reeds financieel en juridisch verplicht?
Er ligt op dit moment geen aanvraag van de stichting CCEN voor een bijdrage aan de Landelijke Viering van het Chinees nieuwjaar in 2025. In de beantwoording van vraag 3 schrijft het college: "Het college ziet echter geen juridische grond waarop een dergelijke uitvoering verboden zou kunnen worden zo lang deze binnen de vrijheid van meningsuiting valt." 4.
Is het college met de Haagse VVD van mening dat het onwenselijk is om als gemeente boodschappen van onderdrukking, intimidatie, discriminatie of haat te sponsoren?
Ja, het college vindt het onwenselijk als gemeentelijke subsidie wordt ingezet voor het verkondigen van boodschappen van onderdrukking, intimidatie, discriminatie of haat. 5.
Is het college met de Haagse VVD van mening dat er geen enkele belemmering is om een dergelijke uitvoering niet te sponsoren en dat die keuze volkomen losstaat van vrijheid van meningsuiting?
De Algemene Subsidieverordening Den Haag 2020 (ASV) geeft het college handvatten om ongewenste activiteiten tegen te gaan op basis van de weigerings- en intrekkingsgrond in artikel 11, vierde lid, onder b: “als de aanvrager doelstellingen beoogt, activiteiten zal ontplooien of boodschappen uitdraagt die in strijd zijn met een wettelijk voorschrift, het algemeen belang of de openbare orde”. Uitingen die vallen onder de vrijheid van meningsuiting zijn in elk geval niet in strijd met een wettelijk voorschrift. Van strijdigheid met het algemeen belang of de openbare orde kan wel sprake zijn. De kadernota subsidiebeleid (RIS305416) spreekt van “ongewenste maatschappelijke activiteiten, waaronder in ieder geval discrimineren en haatzaaien worden verstaan”. Wanneer dit vooraf zonder meer helder is, of hiervan achteraf is gebleken, kan een subsidie (deels) worden geweigerd of ingetrokken. Bij veel subsidieregelingen is op het moment dat de subsidie moet worden aangevraagd de exacte inhoud van de programmering nog niet bekend. Vooraf vaststellen dat een aanvraag niet voldoet aan bovenstaande bepaling aan de ASV is om die reden vaak niet mogelijk. Op basis van ervaringen uit het verleden of andere aanwijzingen kan bij het verstrekken van een subsidie nadrukkelijk gewezen worden op de relevante bepalingen in de ASV. 6.
Is het college het met de Haagse VVD eens dat de genoemde uitvoering niets te maken had met vrijheid van meningsuiting en dat de vrijheid van meningsuiting nooit als excuus kan dienen voor intimidatie en onderdrukking?
De vrijheid van meningsuiting is een groot goed in Nederland. Deze geeft ook ruimte aan ongemakkelijke en niet door iedereen gewenste boodschappen. Het is aan de rechter om te beoordelen of in specifieke gevallen de grenzen van deze vrijheid worden overschreden. Het Openbaar Ministerie heeft geen aanleiding gezien om de gebeurtenis tijdens het Chinees nieuwjaar in het atrium aan de rechter voor te leggen.
2/4
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
BSD/10814038
7.
Waarom toetst het college niet welke boodschap wordt verkondigd op een gesubsidieerd evenement? Is het college het met de Haagse VVD eens dat het te allen tijde moet voorkomen dat het boodschappen van haat, intimidatie of onderdrukking sponsort? Zo ja, wat gaat het college hieraan doen?
Zie de beantwoording van vraag 3, 4 en 5. In de beantwoording van vraag 3 schrijft het college tevens: "Het college gaat in gesprek met de stichting Atrium om te bezien of de vigerende algemene voorwaarden noodzaken tot aanpassingen." 8.
Kan het college de raad informeren over hoe het staat met de herijking van de algemene voorwaarden? 9. Zijn er handvatten geformuleerd die toetsing op dergelijke kwesties in de toekomst mogelijk maken? Zo nee, waarom niet? Zo ja, welke? 10. Hoe voorkomt het college met de stichting Atrium dat in de toekomst wederom onder valse voorwendselen onbedoeld medewerking aan dit soort verwerpelijke uitvoeringen kan worden verleend? Graag in het antwoord ook ingaan op de subsidierelatie van de gemeente. Ad 8, 9 en 10 Eén van de algemene voorwaarden voor het gebruik van het atrium bepaalt dat de activiteit geen eenzijdig partijpolitiek en sterk en/of eenzijdig religieus karakter mag dragen noch in strijd mag zijn met het karakter van het stadhuis/bibliotheekcomplex. Zowel het college als de Stichting Atrium zien geen reden om deze voorwaarden aan te passen naar aanleiding van dit incident. De algemene voorwaarden geven voldoende heldere grenzen aan voor het gebruik van het atrium. Algemene voorwaarden zijn niet het instrument waarmee alle incidenten voorkomen worden. De Stichting Atrium heeft aangegeven zich maximaal in te zetten om herhaling tegen te gaan door in voorkomende gevallen intensief overleg te voeren met huurders. Zie ook de beantwoording van vraag 1.
De gemeente verstrekt de Stichting Atrium een subsidie om hun activiteiten te kunnen uitoefenen en daarmee binnen de gestelde kaders een onafhankelijke programmering te verzorgen. Deze subsidie staat los van verhuur van het atrium door de stichting aan derden, zoals in geval van het Chinees nieuwjaar. In antwoord op vraag 4-6 stelt het college geen volledig beeld te hebben van wat zich precies heeft voorgedaan. Echter in antwoord op vraag 9 stelt het college dat de burgemeester en verschillende ambtenaren aanwezig waren. 11.
Klopt het dat de burgemeester en ambtenaren ooggetuigen waren van het voorval? Zo ja, waarom heeft het college er dan geen beeld van?
Nee, de burgemeester en enkele ambtenaren waren vanuit hun functie aanwezig bij het evenement maar waren geen van allen ooggetuigen van het voorval. Overigens was wethouder Vavier wel toevallig ooggetuige van het voorval toen zij korte tijd op haar werkkamer aanwezig was. Ondanks deze waarneming heeft het college geen volledig beeld van wat zich precies heeft voorgedaan, wie hierbij betrokken waren en wat hun motief, veiligheidssituatie of gemoedstoestand is.
3/4
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
BSD/10814038
12. Gezien het feit dat zowel de burgemeester als ambtenaren aanwezig waren bij het voorval: waarom heeft het college, ondanks het onvolledige beeld van de situatie, geen initiatief genomen om dit beeld nader te onderzoeken en te verduidelijken? 13. Is het college het met de VVD eens dat het bijzonder pijnlijk is dat iemand die protesteert tegen deze intimidatie is opgepakt en beboet? Hoe blikt het college hierop terug? Ad 12 en 13 Er is één persoon aangehouden en beboet. Dit gebeurde op gezag van de Hoofdofficier van Justitie. Protestacties dienen ongeacht het onderwerp altijd plaats te vinden binnen de kaders van de wet. Het is niet aan het college om dit individuele geval verder te beoordelen. Het college schrijft in de beantwoording van vraag 15: "Het college is niet betrokken bij de inhoudelijke toetsing van een aanvraag." En in hetzelfde antwoord: "De medewerkers van de stichting Atrium beoordelen of een aanvraag een partijpolitiek, activistisch of sterk en/of een eenzijdig religieus karakter heeft, als dit zo is wordt een aanvraag hierop afgewezen. Daarnaast worden aanvragen, van bijvoorbeeld ambassades en NGO's afgestemd met de gemeente Den Haag." 14.
Klopt het dat aanvragen van ambassades worden afgestemd met de gemeente? Zo ja, waarom distantieert het college zich van inhoudelijke toetsing als aanvragen wel degelijk worden afgestemd? Deze afstemming heeft vooral een praktische achtergrond. De gemeente onderhoudt contacten met ambassades en verzoeken komen vaak via een gemeentelijk contact naar de Stichting Atrium. Om goede banden met het Haagse corps diplomatique te onderhouden is het belangrijk voor het college goed geïnformeerd te zijn. Dit is de reden dat de Stichting Atrium aanvragen van ambassades en NGO’s afstemt met de gemeente. De afstemming tussen de gemeente en de Stichting Atrium is geen vorm van inhoudelijke toetsing op de inhoud van exposities of evenementen. Hierin opereert de Stichting Atrium onafhankelijk. Uit de beantwoording van de vragen komt naar voren dat het college geen contacten heeft met Oeigoeren in Den Haag. 15.
Heeft het college inmiddels wel contact met de Oeigoerse gemeenschap in Den Haag? Zo nee, waarom niet?
Het college heeft op een eerder moment, vóór het Chinees nieuwjaar, contact gehad met de Oeigoerse gemeenschap. Hen is toegelicht dat de gemeente altijd voor ze klaar staat ondanks dat het handelingsperspectief in geval van intimidatie in en vanuit het buitenland voor de gemeente beperkt is. Men kan bij incidenten of concrete gevoelens van onveiligheid altijd contact opnemen. In de afgelopen periode zijn er enkele contacten geweest met individuele Oeigoerse inwoners/ondernemers. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de locoburgemeester, Ilma Merx
Robert van Asten
4/4