RIS320219 Vaststelling bestemmingsplan Willem Royaardsplein
Tekst van het document
Datum
Ons Kenmerk
14 oktober 2024
DSO/10799529 RIS320219
Voorstel van het college inzake Vaststelling bestemmingsplan Willem Royaardsplein INLEIDING Bij raadsmededeling van 4 juli 2023 (RIS316039) is aan de raad toegezonden het ontwerpbestemmingsplan Willem Royaardsplein. Begrenzing van het plangebied Het plangebied ligt in de wijk Benoordenhout van de gemeente Den Haag. De begrenzing van het plangebied wordt gevormd door de Esther de Boer - van Rijklaan, Nyelantstraat, Theo MannBouwmeesterlaan en de American Protestant Church of The Hague. Aanleiding voor het bestemmingsplan Het winkelcentrum Duinzigt stamt uit de jaren '70 en is gebouwd als laatste uitbreiding van de wijk Benoordenhout in de gemeente Den Haag. Het winkelcentrum is centraal gelegen in de wijk en heeft een ruim verzorgingsgebied. Door de sterke positie van de huidige supermarkt (AH) is het winkelcentrum dominant ten opzichte van de andere boodschappencentra in de wijk. De komst van het ICC, de uitbreiding van de NATO en TNO alsmede de veranderende (met name verjonging van de) bevolkingssamenstelling in de wijk zijn ingrediënten voor een succesvol boodschappencentrum voor de komende 15 tot 20 jaar, maar dan moet het aanbod en de sfeer meegaan met de eisen van deze tijd.
Daartoe zijn al vanaf 1988 door opeenvolgende investeerders pogingen ondernomen om het winkelcentrum te revitaliseren, voor het laatst in 2007 toen een Nota van Uitgangspunten (NvU) is vastgesteld (RIS149008) die uiteindelijk niet tot een herontwikkeling heeft geleid. Het winkelcentrum is een belangrijke ontmoetingsplaats voor de bewoners van Benoordenhout. Echter door het almaar uitblijven van investeringen is de aantrekkingskracht ten opzichte van andere centra teruggelopen en is leegstand ingetreden. Het winkelcentrum aan het Willem Royaardsplein is in 2014 aangekocht door WP Retail Invest Duinzigt CV (WPRI). WPRI heeft hiervoor overleg gezocht met diverse belanghebbenden rondom het winkelcentrum door een klankbordgroep in te stellen. In nauw overleg met deze klankbordgroep heeft WPRI een plan ontwikkeld dat onder meer ruimte biedt aan een nieuwe en gelijkvloerse supermarkt en een grote ondergrondse parkeergarage. Op 5 juli 2016 heeft het college vervolgens de nieuwe Nota van Uitgangspunten Winkelcentrum Duinzigt (Willem Royaardsplein) vastgesteld (RIS294730) waarin de randvoorwaarden voor de herontwikkeling zijn opgenomen. De NvU is op 22 september 2016 besproken in de commissie Ruimte en op basis van deze bespreking heeft het college nog extra besprekingen met belanghebbenden gevoerd.
Deze besprekingen hebben geleid tot de vaststelling van een gewijzigde Nota van Uitgangspunten (NvU) op 31 januari 2017 (RIS296212). In de gewijzigde NvU is ten opzichte van de eerdere NvU het bouwprogramma verkleind, de oppervlakte van het nieuwe plein vergroot en is de gemeentelijke projectorganisatie aangepast waarmee zij de regie op de herontwikkeling heeft genomen. Op 22 februari 2017 heeft de commissie Ruimte tijdens een werkbespreking zich laten informeren over de plannen en is gesproken met verschillende belanghebbenden. Tijdens de tweede behandeling in de commissie Ruimte op 29 maart 2017 bleek brede steun voor deze gewijzigde NvU.
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
dienst: afdeling-telefoon dienst: afdeling-website
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10799529
De gemeenteraad heeft vervolgens in de raadsvergadering van 13 april 2017 de NvU tezamen met een tweetal moties aangenomen waarbij de gemeenteraad zich uitspreekt over het behoud van de drie ondernemers op het plein en de ontwikkelaar en winkeleigenaren en belanghebbenden oproept om het overleg verder op te starten. Daarnaast heeft de gemeenteraad verzocht om de winkeloppervlakte voor de tweede trekker te verkleinen, dan wel het anders in te delen - op een financieel haalbare wijze, zodat tegemoetgekomen wordt aan de (resterende) bezwaren in de wijk. Beide moties zijn inmiddels afgedaan. Op 19 december 2017 heeft het college van B&W ingestemd met de inhoud van het projectdocument Winkelcentrum Duinzigt en ingestemd met de onderliggende grondexploitatie winkelcentrum Duinzigt (HA-74), waarna deze stukken ter goedkeuring aan de gemeenteraad zijn voorgelegd. Op 15 februari 2018 heeft de gemeenteraad haar goedkeuring verleend. Vervolgens ondertekenden de nieuwe eigenaar van het winkelcentrum WP Retail Invest (WPRI) en de gemeente Den Haag op 7 juni 2018 de samenwerkingsovereenkomst voor de herontwikkeling van het winkelcentrum Duinzigt aan het Willem Royaardsplein. Het plan voorziet in modernisering van het verouderde winkelcentrum, uitbreiding van het (winkel)areaal en het toevoegen van een woonprogramma.
Hoewel de door de gemeenteraad goedgekeurde (her)ontwikkeling niet past binnen de vigerende beheersverordening Benoordenhout Noordoost (vastgesteld op 19 april 2012) sluit het wel volledig aan bij de ambitie van de gemeente om het Willem Royaardsplein als levendig plein te herontwikkelen. Daarvoor is een bestemmingsplanwijziging benodigd waartoe dit (postzegel)bestemmingsplan is opgesteld. De projectlocatie wordt bepaald op basis van de hiervoor genoemde stukken (waaronder de NvU). Doel van het bestemmingsplan Het doel van het bestemmingsplan Willem Royaardsplein is het vastleggen van de planologischjuridische kaders voor de nieuwe ontwikkeling. Voorts wordt dit bestemmingsplan in overeenstemming gebracht met de huidige wet- en regelgeving alsook het op dit moment geldende gemeentelijke beleid. Een volledige beschrijving van deze herontwikkeling is opgenomen in hoofdstuk 5.2 van de toelichting van het bestemmingsplan. Geldende planologische regelingen Het bestemmingsplan Willem Royaardsplein vervangt (gedeeltelijk) de beheersverordening Benoordenhout Noord Oost, vastgesteld op 11 oktober 2012 en onherroepelijk geworden op 3 mei 2012.
Naast bestemmingsplannen die op een specifiek plangebied van toepassing zijn, kent de gemeente Den Haag een aantal parapluherzieningen die op heel het gemeentelijke grondgebied van toepassing zijn en die door dit bestemmingsplan voor wat betreft het plangebied worden vervangen: - Parapluherziening (fiets) parkeren, vastgesteld 20 september 2018, geheel onherroepelijk 16 december 2018, waardoor actuele (fiets)parkeernormen in vigerende plannen worden gehanteerd. De wijze waarop bestemmingsplan Willem Royaardsplein het beleid in de parapluherzieningen vervangt, is beschreven in hoofdstuk 5.5 Keuze en verantwoording van bestemmingen. Coördinatieregeling Om de herontwikkeling planologisch mogelijk te maken zal, met toepassing van de Coördinatieverordening Den Haag 2018, een nieuw bestemmingsplan worden vastgesteld onder gelijktijdige afstemming met de af te geven omgevingsvergunning en beschikking ontheffing hogere grenswaarden Wet geluidhinder. Daarnaast is de Crisis- en herstelwet van toepassing.
2/83
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10799529
PROCEDURE Vooroverleg Op 1 april 2019 is het voorgaande ontwerpbestemmingsplan in het kader van het vooroverleg ex artikel 3.1.1. Bro toegestuurd aan overlegpartners, waaronder de Provincie Zuid-Holland, het Hoogheemraadschap van Delfland, Rijkswaterstaat, de bewonersorganisaties en overige bij het plan betrokken instanties. Inspraak Bij besluit van burgemeester en wethouders, d.d. 4 juli 2023, RIS316041, heeft het college besloten het ontwerpbestemmingsplan ter inzage te leggen zoals voorgeschreven in artikel 3.8 Wro en afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. Terinzagelegging ontwerpbestemmingsplan Op 11 september 2023 is de kennisgeving van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan toegestuurd aan overlegpartners, waaronder de Provincie Zuid-Holland, Rijkswaterstaat, het Hoogheemraadschap van Delfland, de bewonersorganisatie en overige bij het plan betrokken instanties. Het ontwerpbestemmingsplan, ontwerp- omgevingsvergunning en de ontwerp-beschikking ontheffing hogere grenswaarden hebben van 12 september tot en met 23 oktober 2023 ter inzage gelegen. Het bestemmingsplan en de omgevingsvergunning waren in te zien op www.ruimtelijkeplannen.nl. Op dinsdag 26 september 2023 is een inloopbijeenkomst gehouden voor het bestemmingsplan. Er zijn 12 zienswijzen tegen het bestemmingsplan ingediend.
Het college biedt de raad hierbij het ontwerpbestemmingsplan ter vaststelling aan. Het plan bestaat uit de plankaart met kenmerk NL.IMRO.0518. BP0320GWRoyplein-40ON en regels, en gaat vergezeld van een toelichting. INGEKOMEN ZIENSWIJZEN Nr. 01. 02. 03. 04.
Ra-nr. 10630249 10632515 10630141 10632331
05. 06. 07. 08. 09. 10.
10632387 10632442 10632487 10633560 10629930 10626057
11. 12.
10633749 10630206
Indiener zienswijze Belanghebbende VVE Theo Mann-Boumeesterlaan-Else Mauhslaan VVE Theo Mann-Boumeesterlaan 19-49 mr. drs. M.C. van Meppelen Scheppink namens VOF Vishandel h/o Vis en Snacktiek Duinzigt VOF de Bloemendoos Algemene Vereniging voor Natuurbescherming (1e) Algemene Vereniging voor Natuurbescherming (2e) Belanghebbende Stichting Voorall mr. S.W. Boot namens American Protestant Church of The Hague Belanghebbenden Stichting Hart voor Meijendel
Ontvankelijkheid zienswijzen De zienswijzen zijn tijdig ingekomen en voldoen aan de wettelijke eisen.
3/83
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10799529
Behandeling zienswijzen Coördinatieprocedure Voordat inhoudelijk op de beantwoording van de ingekomen zienswijzen wordt ingegaan volgt eerst een nadere toelichting en uitleg op de werkwijze in relatie tot de gevoerde coördinatieprocedure op grond van artikel 3.30 Wet ruimtelijke ordening (Wro). De gemeentelijke coördinatieregeling maakt het mogelijk om een procedure voor benodigde vergunningen gelijktijdig op te laten lopen met de procedure van het bestemmingsplan. Met de coördinatieregeling worden de betrokken besluiten gezamenlijk voorbereid en gelijktijdig bekendgemaakt. Ook vindt bundeling van rechtsbescherming plaats zodat kan worden volstaan met het indienen van één zienswijze tegen één of meer van de gecoördineerde besluiten. Hierdoor kan de besluitvorming efficiënter, sneller en meer inzichtelijk plaatsvinden. Initiatiefnemer heeft in deze procedure verzocht om de volgende procedures te coördineren: het ontwerpbesluit tot het verlenen van hogere grenswaarden voor geluid op basis van de Wet Geluidhinder (Wgh) het ontwerpbesluit tot vaststelling van het bestemmingsplan op basis van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) het ontwerpbesluit tot het verlenen van de omgevingsvergunning op grond van de Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht (Wabo).
Op het ontwerpbesluit hogere grenswaarden zijn zienswijzen ingediend en het besluit is overeenkomstig het bepaalde in de Wgh en Wro en voorafgaande aan de vaststelling van het bestemmingsplan door de Omgevingsdienst Haaglanden (ODH), namens het college, verleend. In dit raadsvoorstel is ter kennisgeving dit concept besluit bijgesloten (zie bijlagen bij dit raadsvoorstel). De bij de gemeente ingekomen zienswijzen hebben zowel betrekking op het ontwerpbestemmingsplan waartoe uw raad is bevoegd en op het ontwerpbesluit omgevingsvergunning waartoe het college is bevoegd. De (onderdelen van) zienswijzen, welke zich specifiek richten tegen het ontwerpbesluit omgevingsvergunning, worden inhoudelijk behandeld in het ontwerpbesluit omgevingsvergunning en het voorstel tot besluitvorming hiertoe. Het besluit tot verlening van de omgevingsvergunning zal plaatsvinden eerst nadat uw raad over het voorliggende bestemmingsplan tot vaststelling heeft besloten. In dit raadsvoorstel is ter kennisgeving het ontwerpbesluit tot het verlenen van de omgevingsvergunning door het college bijgesloten (zie bijlagen bij dit raadsvoorstel). In de hiernavolgende behandeling van de ingekomen zienswijzen tegen het ontwerpbestemmingsplan wordt, waar dat aan de orde is, verwezen naar de beantwoording in het ontwerpbesluit omgevingsvergunning, dan wel het ontwerpbesluit hogere grenswaarden.
Nadat in de aangegeven volgorde en over alle benodigde te coördineren besluiten is besloten vindt er publicatie plaats met een gezamenlijke termijn tot tervisielegging van zes weken van de betreffende stukken waardoor voor alle besluiten en op grond van artikel 3.32 Wro er een gecoördineerde beroepsmogelijkheid openstaat bij de Raad van State.
4/83
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10799529
Thematische beantwoording van zienswijzen Voordat wordt overgegaan tot de behandeling van de zienswijzen tegen het bestemmingsplan wordt geconstateerd, dat in de zienswijzen- hoewel anders verwoord- veel gelijke onderwerpen worden aangevoerd. Om die reden wordt in het kader van de overzichtelijkheid allereerst thematisch ingegaan op onderwerpen. Aansluitend volgt behandeling van de (overige) zienswijzen per reclamant. Vervolgens worden de zienswijzen in verband met de omvang samengevat weergeven. De thematische beantwoording betreft achtereenvolgens de onderwerpen als volgt: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j.
Nut en noodzaak uitbreiding winkelcentrum en tweede trekker; Bomen en groen Vleermuizen en soortenbescherming Kiosken en ambulante handel Verkeer en parkeren Stikstof Horeca en pakketdiensten Bodemstabiliteit Financiële uitvoerbaarheid en planschade; Zienswijze reclamant nr. 1 (belanghebbende) en nr. 2 (VVE Theo Mann-BouwmeesterlaanElse Mauhslaan) k. Zienswijze reclamant nr. 3 (VVE Theo Mann-Boumeesterlaan 19-49) l. Zienswijze reclamant nr. 4 (mr. drs. M.C. van Meppelen Scheppink namens VOF Vishandel h/o Vis en Snacktiek Duinzigt) m. Zienswijze reclamanten nr. 5 (VOF De Bloemendoos) n. Zienswijze reclamant nr. 6 (Algemene Vereniging voor Natuurbescherming voor ’s Gravenhage e.o) o. Zienswijze reclamant nr. 7 (Algemene Vereniging voor Natuurbescherming voor ’s Gravenhage e.o) p. Zienswijze reclamant nr. 8 (belanghebbende) q. Zienswijze reclamant nr. 9 (Stichting Voorall) r. Zienswijze reclamant nr. 10 (mr. S.W. Boot namens American Protestant Church of The Hague) s. Zienswijze reclamant nr. 11 (belanghebbenden) t. Zienswijze reclamant nr. 12 (Stichting Hart voor Meijendel)
a. Nut en noodzaak uitbreiding winkelcentrum en tweede trekker Dit thema komt naar voren in meerdere zienswijzen. De noodzaak van vernieuwing van het uit de jaren 70 van de vorige eeuw daterende winkelcentrum wordt ook door reclamanten onderschreven. Reclamanten betwisten echter de omvang en vorm van de herontwikkeling, de detailhandelsmogelijkheden en de mogelijke komst van een tweede supermarkt. Dit geeft grond tot de navolgende uiteenzetting. Daarnaast hebben reclamanten in algemene zin terechte twijfels geuit over de ouderdom van meerdere onderzoeken. Zowel de gemeente als de ontwikkelaar hebben dit ter harte genomen. Deze (ver)oudere onderzoeken hangen direct samen met het feit dat de herontwikkeling van winkelcentrum Duinzigt -en daardoor ook het bestemmingsplan- helaas een langer traject is geweest dan tevoren kon worden voorzien. Dit betekent dat meerdere bijlagen bij de toelichting dienden te worden geactualiseerd.
5/83
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10799529
Alle geactualiseerde bijlagen worden als ambtshalve wijziging bij de vaststelling vervangen. De geactualiseerde onderzoeken zijn het uitgangspunt voor de beantwoording van de zienswijzen. 1. Distributie planologisch onderzoek 2024 Evenals reclamanten onderschrijven wij de noodzaak van actualisering van het distributie planologisch onderzoek d.d. 10 augustus 2018, dat als bijlage 17 in de toelichting van het bestemmingsplan is opgenomen. De actualisatie van het distributie planologisch onderzoek d.d. 15 maart 2024 (zie de bijlagen bij dit raadsvoorstel), wordt als ambtshalve wijzigingen opgenomen in de Staat van wijzigingen en vervangt daarmee het voorgaande onderzoek (bijlage 17 van de plantoelichting). Dit onderzoek, getiteld “actualisatie distributieve toets en effecten herontwikkeling Winkelcentrum Duinzigt”, beantwoordt in positieve zin de vragen naar de behoefte (kwantitatief en ruimtelijkkwalitatief) aan een uitbreiding en modernisering van winkelcentrum Duinzigt en naar de effecten van de ontwikkeling op het functioneren van het dagelijkse winkelaanbod elders in Den Haag en de regio. Het onderzoek constateert, dat de beoogde ontwikkeling voldoet aan de eisen van de Ladder voor duurzame verstedelijking en voorziet in een grote ruimtelijk-economische impuls. Door het winkelcentrum te versterken neemt de (aantrekkings-)kracht van Duinzigt verder toe.
Hiermee wordt voldaan aan de wensen vanuit gemeentelijk beleid en het past bij de status van Duinzigt als goed functionerend onderdeel van de gemeentelijke Hoofdwinkelstructuur. Niet alleen worden lokale en bovenlokale bewoners beter gebonden aan het dagelijkse aanbod in het winkelcentrum, ook stelt de versterking Duinzigt in staat een groter aantal werkconsumenten en bezoekers van omliggende instellingen aan te trekken. Tot slot wordt de verkeers- en parkeersituatie rondom het winkelgebied verbeterd: niet alleen kwantitatief (meer parkeerplaatsen) maar ook kwalitatief (geconcentreerd ondergronds, grotere verkeersveiligheid). In het onderzoek is in paragraaf 5.4 de uitbreidingsruimte voor dagelijkse artikelen berekend per 2024 (1.740 m2 WVO of 2.176 m2 BVO), terwijl de uitbreidingsruimte als gevolg van de bevolkingstoename in de wijk naar 2029 sterk toeneemt (naar 3.188 m2 WVO of 3.982 m2 BVO). De berekeningen in het onderzoek zijn gebaseerd op de meest recente gegevens uit het grote Koopstromen onderzoek Randstad en Noord-Brabant 2021 voor de cijfers over koopkrachtbinding en -toevloeiing, als ook klantenherkomst gegevens van Ahold over de vestiging in Duinzigt. Kortom, het betreft een betrouwbare raming van de uitbreidingsruimte.
Uit het geactualiseerde onderzoek “actualisatie distributieve toets en effecten herontwikkeling Winkelcentrum Duinzigt” kunnen wij geen doorslaggevende argumenten afleiden op basis waarvan besloten zou moeten worden om geen vernieuwing en uitbreiding van het winkelcentrum mogelijk te maken. 2. Hoofdwinkelstructuur en buurtverzorgend aanbod Winkelcentrum Duinzigt behoort tot de Haagse hoofdwinkelstructuur zoals ook beschreven in de Kadernota detailhandel en de Retailmonitor van Den Haag. Het is een gedateerd maar perspectiefrijk winkelcentrum dat goed functioneert en beschikt over een grote supermarkt. Echter, met het oog op toekomstbestendigheid gaat het winkelcentrum met de beoogde herontwikkeling van minder dan 2.000 m² uitbreiding en de mogelijke toevoeging van een tweede trekker voldoen aan moderne proporties en eisen voor dit winkelgebied. Perspectiefrijke winkelgebieden hebben een aanbod dat voor minstens 50% bestaat uit winkels en hebben en minste één supermarkt met een omvang groter dan 1.000 m² bvo. Deze winkelgebieden mogen volgens het Haagse detailhandelsbeleid versterken, ook als dit ten koste gaat van nabijgelegen kleinere winkelgebieden (minder maar beter). Het uitgangspunt dat elke inwoner binnen 1.000 meter moet kunnen beschikken over een buurtverzorgend aanbod blijft gehandhaafd.
6/83
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10799529
Duinzigt is het grootste en enige wijkwinkelcentrum in de gehele wijk Benoordenhout. Naast inwoners vormen ook werkconsumenten en bezoekers van onder andere de nabijgelegen internationale instellingen, waaronder het International Criminal Court, een aanzienlijk klantenpotentieel. In tegenstelling tot wat reclamanten stellen, is binnen een straal van 1 kilometer geen sprake van een alternatief volledig supermarktaanbod en is de afstand tot concurrerende buurt- en wijkwinkelcentra groot tot zeer groot. Hierdoor is de oriëntatie op winkelcentrum Duinzigt voor inwoners, werkconsumenten en bezoekers in de directe omgeving aanzienlijk. De dichtstbijzijnde losstaande winkel, gelegen op de hoek Waalsdorperweg 103, voorbij het Bronovo ziekenhuis, is op minimaal 1 kilometer loopafstand, ongeveer 14 minuten in gematigd tempo. Het beleid is sinds vele jaren gericht op het zoveel mogelijk concentreren en het tegengaan van losstaande winkels (waaronder losstaande supermarkten). In de oudere vooroorlogse Haagse wijken zijn uiteraard van oudsher nog zulke hoekwinkeltjes aanwezig. De andere door reclamanten genoemde supermarktlocaties aan de Breitnerlaan, Hoytemastraat en Weissenbruchstraat en de Westfield Mall of The Netherlands liggen nog verder weg op respectievelijk circa 1,8 -, 1,8 -, 2,2 - en 10 kilometer afstand.
Al deze locaties vallen niet onder het Haagse beleidsstreven, dat elke inwoner binnen een straal van 1.000 meter toegang heeft tot voldoende basisvoorzieningen. Naast het feit dat de dekkingsgraad in de omgeving van het Willem Royaardsplein derhalve laag is, is het bestedingspotentieel in deze welvarende omgeving hoog. In tegenstelling tot wat reclamanten stellen, toont het recente onderzoek (opnieuw) aan dat binnen winkelcentrum Duindigt wel ruimte is voor een tweede trekker en dit niet onnodig zal concurreren. Consequent Haags detailhandelsbeleid leert dat afname van verspreide bewinkeling en concentratie van winkelaanbod in de hoofdwinkelstructuur een positief effect op de omzet heeft en een beter perspectief biedt. Ondernemers varen daarom wel bij concentratie, evenals dat omwonenden en gebruikers baat hebben bij een toekomstbestendig winkelcentrum. De beoogde ontwikkeling voorziet derhalve, onder verwijzing naar het onderzoek “actualisatie distributieve toets en effecten herontwikkeling Winkelcentrum Duinzigt” van 15 maart 2024, in een grote ruimtelijk-economische impuls. Door het winkelcentrum te versterken neemt de (aantrekkings)kracht van Duinzigt verder toe. Hiermee wordt voldaan aan de wensen vanuit gemeentelijk beleid en het past bij de status van Duinzigt als goed functionerend en toekomstbestendig onderdeel van de gemeentelijke Hoofdwinkelstructuur.
Tevens wordt de verkeers- en parkeersituatie rondom het winkelgebied met deze ontwikkeling verbeterd. Niet alleen kwantitatief door meer parkeerplaatsen, maar ook kwalitatief door geconcentreerd ondergronds parkeren en daarmee samenhangend grotere verkeersveiligheid. Geconstateerd wordt dat de wens van reclamanten om het winkelcentrum in ongewijzigde vorm te behouden, onvoldoende rekening houdt met andere gezamenlijke belangen, waaronder de toekomstbestendigheid van dit grootste en enige wijkwinkelcentrum in het Benoordenhout, een noodzakelijke ruimtelijk-economische impuls, ondernemersbelangen, het beleidsuitgangspunt dat elke inwoner binnen 1.000 meter moet kunnen beschikken over een buurtverzorgend aanbod en het feit dat supermarkten naar hun aard bijdragen aan de mogelijkheid te voorzien in eerste levensbehoeften. De voorziene uitbreiding van het winkelcentrum is bovendien niet van een zodanige omvang is dat sprake is van een onaanvaardbare aantasting van het woon-, leef- en ondernemersklimaat.
7/83
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10799529
3. Fysieke uitbreiding versus actuele ontwikkelingen Voor zover in zienswijzen wordt aangevoerd, dat het aandeel online boodschappen aanzienlijk zal stijgen en ten gevolge daarvan in de toekomst minder fysieke supermarktmeters benodigd zullen zijn, wordt het volgende overwogen. Reclamanten gebruiken voor hun argumenten een publicatie van CBRE (n.b. een afkorting voor “Coldwell Banker Richard Ellis”, een internationaal commercieel bedrijf voor vastgoeddiensten en – investeringen, met hoofdkantoor in Los Angeles). Los van de waarde welke aan een dergelijke publicatie moet worden gehecht, merken wij op dat de daarin gehanteerde percentages voor het marktaandeel online vanaf 2023 niet juist zijn. Verwezen wordt in dat kader naar het onderzoek van het Platform Supermarkt en Ruimte https://www.supermarktenruimte.nl/wp-content/uploads/2023/06/SER_Publicatie_OnlineSupermarktomzet-2023_A6-Digi.pdf. Dit platform onderzocht de afgelopen 8 jaren ieder jaar tweemaal via een representatief onderzoek de online bestedingen in de foodsector. Dit percentage bedroeg per april 2023 4,6%%, en per april 2024 4,5%. Tot april 2022 was het aandeel – mede door de corona - geleidelijk gestegen naar 5,6% en is daarna dus dalende. Een stijging naar 9% in 2027 zou min of meer neerkomen op een verdubbeling van het online supermarkt aandeel ten opzichte van april 2023.
Afgezet tegen dit gedegen onderzoek is de door reclamanten aangehaalde te verwachten stijging niet realistisch te noemen. Integendeel, sinds 2022 is sprake van stagnatie en zijn bepaalde bezorgers inmiddels zelfs uit Nederland verdwenen. Geconstateerd wordt, dat hetgeen reclamanten aanvoeren over de mogelijkheid van online boodschappen niet van doorslaggevende invloed is op nut en noodzaak van de herontwikkeling van wijkwinkelcentrum Duinzigt. 4. Geen advies noodzakelijk van de Adviescommissie Detailhandel Zuid-Holland Reclamanten stellen dat ten onrechte geen advies van de Adviescommissie Detailhandel ZuidHolland is ingewonnen omtrent de uitbreiding. Een dergelijk advies is noodzakelijk indien sprake is van een detailhandelsuitbreiding van meer dan 2.000 m2 BVO. Onder verwijzing naar pagina’s 16 en 17 van het al genoemde “actualisatie distributieve toets en effecten herontwikkeling Winkelcentrum Duinzigt” van 15 maart 2024 stellen wij vast dat uit de daarin opgenomen tabellen blijkt dat er geen sprake is van een uitbreiding van 2.000 m2 BVO of meer. In de huidige situatie tonen de tabellen aan dat er bij elkaar opgeteld (Detailhandel-supermarkt en Detailhandel-winkel) sprake is van 4243 m2 BVO detailhandel.
In de toekomstige situatie tonen de tabellen aan, dat er bij elkaar opgeteld (Detailhandel-supermarkt twee keer en Detailhandel-winkel) sprake is van een totaal van 5442 m2 BVO. Er is derhalve sprake van een verschil van 1199 m2 BVO, hetgeen ruim onder de adviesgrens van 2000 m2 BVO ligt. Om die reden is het inwinnen van een advies van de Adviescommissie Detailhandel Zuid-Holland voor een uitbreiding van deze grootte niet aan de orde. 5. Motie Winkeloppervlak tweede trekker winkelcentrum Willem Royaardsplein (RIS296770) De raad heeft tijdens de bespreking van het tweeminutendebat op 13 april 2017 de door het raadslid mevrouw Van de Bijl ingediende motie Winkeloppervlak tweede trekker winkelcentrum Willem Royaardsplein (RIS296770) aangenomen. In de motie heeft de raad de noodzaak tot herontwikkeling van het Willem Royaardsplein onderschreven en daarnaast verzocht het winkeloppervlak voor de tweede trekker te verkleinen of anders in te delen op een financieel haalbare wijze. Het college van burgemeester en wethouders heeft op 27 december 2017 de motie afgedaan (RIS296771) en geantwoord op de uitspraken van de raad.
8/83
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10799529
Daarbij is het volgende aangegeven (citaat): “Ontwikkelaar WPRI heeft een schetsontwerp ingediend voor een nieuw kopgebouw, op de plek van de huidige vestiging van de Albert Heijn. Het huidige kopgebouw zal worden gesloopt. In het nieuwe kopgebouw is 1.500 m2 bvo detailhandel opgenomen gecombineerd met 15 appartementen en 16 (ondergrondse) parkeerplaatsen. De 1.500 m2 bvo detailhandel is een verkleining met 29 %, te weten 623 m2 bvo detailhandel ten opzichte van de huidige vestiging van de Albert Heijn op deze plek. Deze substantiële vermindering van het winkeloppervlak is voor de ontwikkelaar en de gemeente passend binnen de financiële mogelijkheden. De gemeente heeft als voorwaarde gesteld, dat er op korte termijn een Brancherings Advies Commissie (verder: BAC) voor het winkelcentrum wordt opgericht. In deze commissie zijn de stakeholders in en rondom het winkelcentrum evenwichtig vertegenwoordigd, alsmede externe deskundige(n) en de gemeente. De Brancherings Advies Commissie is weliswaar een adviesorgaan richting de ontwikkelaar, maar zowel gemeente als ontwikkelaar zetten in op zwaarwegende/gekwalificeerde advisering. De gemeente bewaakt de afspraken van de BAC en maakt hierover nadere afspraken met ontwikkelaar.
Het college beschouwt de motie hiermee als afgedaan.” In tegenstelling tot hetgeen in de zienswijzen wordt gesuggereerd, is de motie RIS 296770 gericht op verkleining van het winkeloppervlak van een tweede supermarkt en niet gericht op afwijzing hiervan. Integendeel, in de motie wordt gesteld dat “de wijk geen bezwaren heeft tegen een kleinschaligere supermarkt...”. Overeenkomstig de motie en de afdoening daarvan biedt het bestemmingsplan de planologischjuridische ruimte voor de noodzakelijk herontwikkeling van het Willem Royaardsplein en een verkleining van het detailhandelsoppervlak ter plaatse van het kopgebouw. Voor zover de afdoening zich ook richt op het instellen van een Brancherings Advies Commissie (nader te noemen BAC) wordt het volgende opgemerkt. De samenwerkingsovereenkomst (verder: SOK) tussen de gemeente Den Haag en de ontwikkelaar is op 7 juni 2018 getekend en ziet toe op de herontwikkeling van het winkelcentrum Duinzigt (zie RIS300443). In deze samenwerkingsovereenkomst hebben partijen over en weer de rechten en verplichtingen vastgelegd. Deze overeenkomst is een uitwerking van het Projectdocument zoals door de raad op 15 februari 2018 is vastgesteld (zie RIS298751). Deze voorwaarde om een BAC op te richten, zoals benoemd in de afdoening van de motie, is opgenomen in de Samenwerkingsovereenkomst als bijlage 9.
Deze commissie is kort na de ondertekening van de SOK ingesteld en heeft vervolgens het opstellen van een brancheringsrapport opgedragen aan een deskundig bureau (Brancheringsrapport W. Royaardsplein d.d. 10 aug. 2018 Bureau Stedelijke Planning en ook bij Locatus, juni 2019). De rapporten zijn besproken in de BAC. De BAC heeft vervolgens een brancheringsadvies uitgebracht. Dit advies omvat de volgens de BAC meest gewenste invulling voor de winkels van het winkelcentrum en is hieronder integraal weergegeven.
9/83
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10799529
Voor zover het uitgangspunt van het Brancheringsadvies het streven naar twee subtrekkers is, in plaats van een grotere trekker in het kopgebouw, wordt het volgende toegelicht. In bijlage 9 van de SOK is een inspanningsverplichting opgenomen om de splitsing in twee units van de commerciële ruimte in het nieuw op te richten kopgebouw als eerste serieuze mogelijkheid te onderzoeken in samenwerking met de Brancheringsadviescommissie. Indien 12 maanden voor de bouwkundige oplevering geen geschikte kandidaten zijn gevonden is de ontwikkelaar vrij om een haalbare invulling te zoeken voor de verhuur van de ruimte in zijn geheel. Voor de duidelijkheid wordt hieronder een gedeelte uit bijlage 9 van de SOK weergegeven:
10/83
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10799529
Bij de afdoening van de motie is aangegeven dat 1.500 m2 bvo detailhandel in het nieuwe kopgebouw een verkleining is van 29 %, te weten 623 m2 bvo detailhandel ten opzichte van de huidige vestiging van Albert Heijn op deze plek. In het definitieve ontwerp dat ter visie heeft gelegen is dat zelfs nog meer geworden, namelijk 656,2 m2 kleiner. De huidige supermarkt heeft volgens het NEN-2580 (m2 bvo) meetcertificaat van 2007 een oppervlak van 2.123,2 m2. In de nieuwbouw is slechts 1.467 m2 bvo winkelruimte voorzien, inclusief 243 m2 magazijn in de kelder en 103 m2 op de verdieping voor kantoor en kantine voor het personeel. De winkelruimte op de begane grond wordt daarmee slechts 1.121 m2 groot. De in het bestemmingsplan vastgelegde mogelijkheden zijn daarmee in lijn met de gemeentelijke Kadernota Detailhandel (RIS300626), welke inzet op versterking voor perspectiefrijke winkelgebieden (die bijvoorbeeld voor minstens 50% uit winkels bestaan of een supermarkt hebben die groter is dan 1000 m2 winkelvloer) en maatwerk per gebied. Tot slot wordt opgemerkt dat de wijkvereniging Benoordenhout ten tijde van de bijeenkomsten van de Brancherings Advies Commissie in 2018 onderzoek heeft verricht onder de bewoners door middel van een bewonersenquête. Op de vraag welke winkels wijkgenoten graag willen zien kwam een kleine Hema (40%) op een eerste plaats.
Daarnaast kwam uit de categorie open antwoorden als suggestie naar voren, dat men graag een concurrerende supermarkt zoals de Lidl wil zien en geen discounter. Zie Wijkblad Benoordenhout april 2019 (via link naar het archief: https://www.wvbn.nl/wijkbladen-benoordenhout-archief-compleet/#2019 De uitkomsten van het onderzoek sluiten daarmee aan op de motie RIS 296770, welke zich richtte op verkleining van het winkeloppervlak van een tweede supermarkt en waarin is gesteld dat de wijk geen bezwaren heeft tegen een kleinschaligere supermarkt. Conclusie: 1.Uit voorgaande overwegingen vloeit voort dat het college de raad adviseert de zienswijzen gericht tegen dit thema ongegrond te verklaren. 2. Uit voorgaande overwegingen vloeit tevens voort dat het college de gemeenteraad adviseert om als ambtshalve wijziging bijlage 17 (Brancheringsonderzoek (DPO) van de toelichting te vervangen door de geactualiseerde versie d.d. 15 maart 2024 (zie bijlagen bij dit raadsvoorstel). b. Bomen en groen Dit thema wordt naar voren gebracht door reclamanten nummers. 1, 2, 3, 10 en 6. Reclamanten maken zich met name zorgen over compensatie van bomen en groen, de verwijdering van bomen en de terugkeer daarvan.
11/83
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10799529
1. Compensatie van bomen binnen het plangebied en in de omgeving Allereerst wordt aangegeven dat de gemeente het belang van bomen en groen in de stad volledig onderschrijft. Bomen zorgen immers voor biodiversiteit, ze maken Den Haag mooier, gezonder en leefbaarder om in te wonen. In de toelichting van het bestemmingsplan is in hoofdstuk 3.4 het beleidskader voor groen beschreven, waaronder is in hoofdstuk 3.4.3 een beschrijving van de Nota Stadsbomen (15 april 2021, RIS 307827) en de betekenis voor het plangebied opgenomen. Voor wat betreft de betekenis voor het plangebied is aangegeven dat in 2019 een bomeninventarisatie is uitgevoerd voor het Willem Royaardsplein en omgeving. Hieruit blijkt dat er op het inventarisatiemoment op de locatie 67 bomen aanwezig waren. Er zijn geen monumentale bomen aanwezig of bomen die deel uitmaken van de hoofdboomstructuur. Ook maakt het gebied geen deel uit van de Stedelijke Groene Hoofdstructuur. Voor wat betreft de ontwikkeling van het winkelcentrum en voor de bouw van de parkeergarage zullen er circa 38 bomen verwijderd moeten worden. Van deze bomen zijn er circa 6 verplantbaar. Uitgangspunt is om de bomen te compenseren in het nieuwe ontwerp of in de nabije omgeving (in de wijk Duinzigt). Op het plein zullen circa 9 bomen terugkeren. In totaal zullen er circa 25 bomen herplant worden in de directe omgeving van het Willem Royaardsplein.
Indien dit niet mogelijk blijkt, dan moet compensatie plaatsvinden middels storting in het Bomenfonds van de gemeente. Uit de bomeninventarisatie blijkt dat voor alle te kappen en eventueel te verplanten bomen een kapvergunning moet worden aangevraagd. Zo’n vergunning is nog niet aangevraagd en is ook geen procedure welke in het kader van de vaststelling van een bestemmingsplan kan spelen. Eerst wanneer sprake is van een aanvraag om bomen te kappen –en dat is dus nog niet het gevalkan na onderzoek een gewogen beslissing over compensatie worden genomen. Bij een dergelijke beslissing dient het gehele plangebied in ogenschouw te worden genomen. Er bestaan namelijk binnen het plangebied meer mogelijkheden voor compensatie dan alleen ter plaatse van de functieaanduiding “parkeergarage”. De regels van het bestemmingsplan staan bovendien de plaatsing van nieuwe bomen, het behoud van bestaande bomen en een groenere invulling van het plangebied geheel niet in de weg. Pas als duidelijk is geworden dat niet alle bomen binnen het plangebied herplant kunnen worden, is de volgende stap te bezien of er ruimte kan worden gevonden in de directe omgeving. Ter borging van de compensatie zijn tijdens de planvorming verschillende locaties verkend, waar herplant in het plangebied dan wel in de directe omgeving kan plaatsvinden.
Waar mogelijk zijn deze locaties opgenomen in voorontwerpen voor het inrichtingsplan voor de buitenruimte in en rond het winkelcentrum. Zo zijn in de meest recente versies van het VO inrichtingsplan van december 2021 en februari 2022 in overleg met het stadsdeel voorlopige locaties aangewezen als aanvulling van de bomenrij als rand en markering van de hele strook van het winkelcentrum tot en met de Cees Laseurlaan. Daarbij zijn verschillende mogelijke locaties voor het herplanten van bomen gevonden, te weten de Theo Mann-Bouwmeesterlaan (tussen de Cees Laseurlaan en de Fritz Hirschlaan) en de groenstrook van de Else Mauhslaan. Zoals al aangegeven kan een exacte invulling eerst bij de uitvoering van de plannen en de aanvraag voor het kappen van bomen worden gegeven. De inrichtingsplannen voorzien in principe dus in de compensatie van te kappen bomen: gedeeltelijk direct buiten het plangebied langs Theo Mann-Bouwmeesterlaan en de Esther de boer-van Rijklaan. Als laatste optie – als kappen aantoonbaar onvermijdelijk is en verplanten en herplanten echt niet mogelijk is- kan in lijn met het beleid besloten worden tot compensatie door middel van storting in het Bomenfonds van de gemeente.
12/83
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10799529
Om zeker te weten dat deze bomen toch in onze stad terugkomen, moet de aanvrager van de kapvergunning voor iedere boom die niet meer in zijn plan past, geld storten in het Bomenfonds van de gemeente. Daarmee plant de gemeente nieuwe bomen, bij voorkeur zo dicht mogelijk bij de plek van de kap. Als dat niet kan, komt de boom overeenkomstig het beleid ergens anders in het stadsdeel terug. Uit voorgaande overwegingen volgt, dat van strijd met het beleid geen sprake is. 2. Madurodam en begripsbepalingen Reclamant nr.6, de Algemene Vereniging voor Natuurbescherming voor Den Haag en omstreken (nader: “de AVN”) stelt, dat -naar analogie van het bestemmingsplan Madurodam- een begripsbepaling daktuin ten behoeve van bomen dient te worden geïntroduceerd als verplichting in de regels. Geconstateerd wordt, dat deze vergelijking met het bestemmingsplan Madurodam onjuist is en van een verkeerde lezing getuigt. Niet alleen zijn beide plangebieden onvergelijkbaar, het bestemmingsplan Madurodam, waarbij een klein deel, 0,6 hectare bosgebied, van de Scheveningse Bosjes wordt gebruikt voor de uitbreiding van Madurodam, kent géen regel dat daken van een daktuin met bomen moeten worden voorzien.
Wat in het bestemmingsplan Madurodam wel is vastgelegd in de regels (onder verwijzing naar de artikelen 1.37, 1.47 en 3.2.1 onder e en f, van het betreffende bestemmingsplan) ziet onder meer op een groenfunctie van daken met beplanting tot struikhoogte. De in de regels vastgelegde ecowal en gevels en daken met een groenfunctie zorgen voor een overloop en inpassing in dit bijzondere gebied. In het plan voor Madurodam is derhalve niet vastgelegd dat er ook bomen op daken moeten worden geplant. De raad heeft in 2016 de motie Natuurinclusief bouwen (2016, RIS288182) aangenomen met als doel dat ruimtelijke ontwikkelingen kunnen bijdragen aan het verbeteren van het leefklimaat voor mens en dier. De aandachtspunten uit deze motie hebben destijds hun weerslag gevonden in de regels van het bestemmingsplan Madurodam, zoals vastgesteld door de raad op 18 juli 2019. Zo is onder meer in de regels van dat plan verankerd, dat gebouwen welke worden gebouwd in de uitbreidingszone (ofwel het voormalig deel van de Scheveningse Bosjes) dienen te zijn ingepast in het landschap en de groene omgeving. Deze gebouwen dienen te worden voorzien van daken met een groenfunctie, bestaande uit inheemse mantel en zoomvegetatie, derhalve tot struikhoogte.
Een bijzonder en ingrijpend plan als Madurodam, waarbij de AVN zelf in adviserende rol betrokken is geweest, en waarbij eenmalig een deel van de Scheveningse Bosjes onttrokken wordt en gecompenseerd is van een geheel andere orde. Het plan Madurodam en het (ook door de AVN genoemde en) door de Raad van State vernietigde bestemmingsplan Steenzicht en Ruimzicht zijn niet vergelijkbaar met het plan Willem Royaardsplein, dat ziet op de vernieuwing van een verouderd winkelcentrum en een bestaand openbaar verblijfsgebied. 3. Het vastleggen van de gebiedsinrichting in de regels en compensatie op het parkeerdak In de zienswijze van de AVN wordt verzocht om in de regels vast te leggen, dat het openbare gebied in het winkelcentrum, gelegen boven de ondergrondse parkeergarage, als daktuin moet worden ingericht, en dat bomen op het parkeerdak moeten worden gecompenseerd. Geconstateerd wordt dat de AVN feitelijk beoogt dat de inrichting van het overgrote gedeelte van de gronden met de bestemming Verkeer-Verblijfsgebied dwingend wordt vastgelegd, terwijl de beheersverordening Benoordenhout Noordoost dergelijke vergaande beperkingen niet kent. Zowel de beheersverordening als het bestemmingsplan bieden de mogelijkheid tot een groenere inrichting van het plein.
13/83
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10799529
Voor zover deze zienswijze zich specifiek richt op compensatie van bomen op het parkeerdak, heeft dit niet alleen betrekking op een civieltechnisch uitvoeringsaspect, te weten draagkracht van het parkeerdak, maar ook op de financiële uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. Het verplichten van compensatie van bomen op het parkeerdak kan van invloed zijn op de uitvoering van de parkeergarage, zonder dat dit vooraf is betrokken bij de financiële uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. Een dergelijke verplichting, welke ook niet voortvloeit uit de beheersverordening, wordt in dit kader niet als redelijk bezien en onevenredig in verhouding tot het daarmee te dienen doel. De door de AVN gewenste aanpassingen van de regels, achten wij ook niet in verhouding tot de hoofdfunctie van het gebied, een winkelcentrum. De gemeente onderschrijft en stimuleert uiteraard volledig het waar mogelijk aantrekkelijker en groener vormgeven van openbaar verblijfsgebieden zoals het Willem Royaardsplein. De regels in het ontwerpbestemmingsplan maken dit ook volledig mogelijk. Echter, in heroverweging, geeft de zienswijze van de AVN wel aanleiding om de functie van groen in de bestemmingsomschrijving van artikel 7 (Verkeer-Verblijfsgebied) te versterken en als een hoofdfunctie van het verblijfsgebied toe te voegen.
Daarbij is aansluiting gezocht bij de bestemmingsomschrijving van het voorplein bij Madurodam, dat eveneens de bestemming VerkeerVerblijfsgebied heeft. Op deze wijze komt de waarde van groen als hoofdfunctie beter tot zijn recht. 4. Overige compensatie, aanwijzen compensatieterrein De AVN acht de in de toelichting beschreven compensatiemogelijkheden te vrijblijvend en stelt voor om een compensatieplan aan het bestemmingsplan toe te voegen en (op voorhand) een compensatieterrein aan te wijzen. Hierboven is reeds beschreven dat de in het bestemmingsplan vastgelegde herontwikkeling niet strijdig is met het beleid. De regels van het bestemmingsplan staan bovendien niet in de weg staat aan een groenere invulling van het plangebied. Voor zover reclamant van mening is een groene invulling, inclusief de bomen, nu al vergaand dient te worden vastgelegd, onderschrijven wij dit niet. Gewezen wordt op het feit, dat er nog geen omgevingsvergunning is aangevraagd voor de kap van bomen door de ontwikkelaar van het winkelcentrum. Het gelijktijdig aanvragen van (alle) vergunningen is ook geen wettelijk vereiste. Op dit moment in de tijd is een beoordeling van een toekomstige vergunningaanvraag voor het kappen van bomen, en daaraan verbonden de compensatievraag, daarom nog niet aan de orde.
Een vergunningaanvraag voor het kappen van bomen zal wanneer deze is aangevraagd moeten worden beoordeeld aan de hand van de Algemene Plaatselijke Verordening voor de gemeente Den Haag (APV) en de daarin opgenomen regels ten aanzien van het vellen van houtopstanden, dan wel aan de regelgeving zoals die op dat moment hiervoor geldt. Het gemeentelijk beleid bevat geen verplichting welke bij de herontwikkeling van een bestaand winkelgebied in een stedelijke omgeving, het aanwijzen van elders gelegen compensatieterreinen in een bestemmingsplan vereist. 5. Overige compensatie, puntensysteem Groen en Natuurinclusief Bouwen De gemeente Den Haag wil groen- en natuurinclusief bouwen in de stad bevorderen. Groen- en natuurinclusief bouwen levert een bijdrage aan de biodiversiteit, aan de klimaatopgave door vermindering van hittestress en wateroverlast, aan de mogelijkheden voor natuurbeleving in de stad en daarmee samenhangend aan het welzijn en de gezondheid van mensen.
14/83
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10799529
Den Haag was in 2016 de eerste stad in Nederland met een puntensysteem Groen en Natuurinclusief Bouwen. Grootschalige nieuwbouwprojecten in Den Haag moeten veelal voldoen aan het Puntensysteem groen- en natuurinclusief bouwen. Hierdoor moeten ontwikkelaars van gebouwen zorgen voor genoeg groen op en rondom de bouwlocatie. Een ontwikkelaar kan punten krijgen door bijvoorbeeld groene muren of daken in het gebouw te maken. Of door bijvoorbeeld te zorgen voor nestplekken voor vogels. Na evaluatie van het puntensysteem is op 6 september 2022 een verbeterde compacte versie van het ‘Puntensysteem groen- en natuurinclusief bouwen’ vastgesteld (RIS313059). De toepassing daarvan is meestal verplicht bij grootschalige nieuwbouwontwikkelingen en de vergunningverlening en daarmee afdoende zeker gesteld. Of het (nieuwste) puntensysteem op een ontwikkeling van toepassing is, en op welke wijze invulling zal worden gegeven, dient per geval te worden beoordeeld. Dit betreft echter een uitvoeringsaspect en zal in de desbetreffende vergunningsprocedure worden beoordeeld aan de hand van het puntensysteem zoals dat op dat moment geldt. Om die reden kan voor het bestemmingsplan worden volstaan met het als ambtshalve wijziging opnemen van deze verbeterde versie van het puntensysteem groen- en natuurinclusief bouwen (6 september 2022, RIS313059) als bijlage 18 van de plantoelichting.
Deze versie vervangt daarmee het voorgaande Puntensysteem groen- en natuurinclusief bouwen d.d. 26 september 2018 (RIS301953). De zienswijzen op dit punt geven ons geen aanleiding voor een oordeel dat het bestemmingsplan in strijd is met een goede ruimtelijke ordening, dan wel dat er sprake is van strijd met het beleid. Concluderend stellen wij het volgende vast. De opvatting van reclamanten dat de compensatie tekortschiet, dan wel een compensatieterrein moet worden aangewezen, onderschrijven wij niet. Noch het bestemmingsplan, noch het gemeentelijk beleid staan in de weg aan vergroening van het plangebied, dan wel herbeplanting op andere gronden. De zienswijzen op dit punt geven ons op voorhand van nog te doorlopen (bomenkap)procedures geen aanleiding voor een oordeel dat de uitvoerbaarheid in redelijkheid zou moeten worden betwijfeld. Het bestemmingsplan voorziet bovendien naar ons oordeel in voldoende waarborgen voor de te beschermen groene waarden.
6. Motie “Nieuwe natuurbuffer Meijendel” en Nationaal Park Hollandse Duinen In aanvulling op voorgaande overwegingen wordt over de te beschermen groene waarden in de wijdere omgeving van het plangebied ter informatie het volgende toegelicht. Vanaf 2017 wordt gewerkt aan het organiseren van Nationaal Park Hollandse Duinen. Het is één van de eerste nationale parken nieuwe stijl en is daarmee veel meer dan alleen natuur. Hollandse Duinen is uniek door de nabijheid van de zee, de dorpen en steden, de waardevolle natuur in en rond de duinen en de rijke cultuur en historie. Het nabij het plangebied Willem Royaardsplein gelegen Natura 2000 gebied Meijendel maakt daar ook deel vanuit. In het coalitieakkoord 2022-2026 is de inzet voor dit park bekrachtigd met onder meer de overweging: “Den Haag is trotse bestuurlijke partner van het Nationaal Park Hollandse Duinen. We willen hiermee de bescherming en toegankelijkheid van de natuurgebieden en buitenplaatsen verbeteren. Ook ontwikkelen we de zone ‘van Zee tot Zweth’ om de natuur- en recreatiegebieden De Uithof, Madestein, Ockenburgh, Solleveld en Kijkduin te verbinden tot een park met regionale betekenis”. Tijdens de behandeling van het voorstel inzake Nationaal Park Hollandse Duinen (RIS315026) op 7 september 2023 is de door het raadslid de heer Groenewold ingediende motie Nieuwe natuurbuffer Meijendel (RIS316527) aangenomen.
15/83
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10799529
Hierbij informeert het college de raad over de afdoening van de motie. De motie luidt als volgt: “Constaterende, dat: - de gemeente Den Haag bestuurlijk partner is van Nationaal Park Hollandse Duinen i.o.; - de gemeente binnen NPHD i.o. speciale aandacht heeft voor de volgende vier projecten: * Groene entree (Koekamp/Haagse bos); * Solleveld-Ockenburg-Madestein-Kijkduin (‘Groot Solleveld’); * Campagne gericht op ‘Bekendheid NPHD’ en ‘Schoonheid en kwetsbaarheid Haagse natuur’; * Educatiecampagne; - Meijendel een Natura 2000-status heeft en dat er momenteel al veel druk op het natuurgebied is. Van mening dat: − het wenselijk is een bufferzone te creëren aan de rand van Meijendel om bezoek daar al op te vangen; − er kansen liggen om een dergelijke bufferzone te realiseren in het gebied bij TNO/Willem Royaardsplein. Verzoekt het college: - om bij de verdere uitwerking van plannen voor Nationaal Park Hollandse Duinen in kaart te brengen wat de mogelijkheden zijn voor de realisatie van een bufferzone bij Meijendel in het gebied bij TNO/Willem Royaardsplein.” Bij de afdoening van de motie “Nieuwe natuurbuffer Meijendel” (RIS316527 d.d. 19 december 2023) heeft het college de raad op de volgende manier antwoord gegeven: “Het college ondersteunt het idee om te zoeken naar manieren om de toenemende recreatieve druk op Natura 2000-gebieden te beperken.
In het geval van Meijendel gaat het college in kaart brengen wat de mogelijkheden zijn om in de buitenruimte van het aangrenzende gebied een meer robuust groenen natuurnetwerk te realiseren en, daarmee samenhangend, hoe de bufferzonefunctie ingericht kan worden. Het in beschouwing te nemen gebied definiëren we breder dan alleen het gebied bij TNO/Willem Royaardsplein. De scope zal lopen van Duindigt tot Scheveningse Bosjes en van Haagse Bos tot Landscheidingsweg. Bij het onderzoek betrekt het college dan ook de gemeente Wassenaar en Dunea. Verder zal er afstemming plaatsvinden met gemeentelijk beleid voor groen en natuur, met de gebiedsvisie internationale zone (RIS304182), met de doelstellingen van Nationaal Park Hollandse Duinen (RIS306766) en met het Zuid-Hollands Programma Landelijk Gebied, deelgebied Kust Duinen (ZH-PLG). De resultaten van dit onderzoek, dat moet resulteren in een ‘position paper’, zullen gedeeld worden met de provincie in het kader van de projectuitwerking voor dit ZH-PLG. De mogelijkheden op de locatie TNO/Willem Royaardsplein zullen bij dit onderzoek in elk geval onderzocht worden. De kosten van het onderzoek bedragen € 40.000,-. De oplevering van het onderzoek verwachten we in Q2 2024. Het college beschouwt de motie hiermee als afgedaan.” Conclusie: 1.
Uit voorgaande overwegingen vloeit voort dat het college de gemeenteraad adviseert zienswijze nr.6 gedeeltelijk gegrond te verklaren voor zover gericht tegen de functie groen in de regels en voor het overige ongegrond. 2. Uit voorgaande overwegingen vloeit tevens voort dat het college de gemeenteraad adviseert zienswijzen nrs.1, 2, 3 en 10 ongegrond te verklaren voor wat betreft dit thema. De regels worden gewijzigd als volgt: in artikel 7.1 (Verkeer-Verblijfsgebied, bestemmingsomschrijving) wordt in de laatste zin het woord “groen” als bijbehorende voorziening geschrapt en wordt als sub e, onder vernummering van de overige subleden als een hoofdfunctie van het verblijfsgebied toegevoegd: “e. Groenvoorzieningen, zoals grasvelden, plantsoenen, gazons en plantvakken;” 3. Uit voorgaande overwegingen vloeit tevens voort dat het college de gemeenteraad adviseert om als ambtshalve wijziging bijlage 18 (Puntensysteem NIB) van de toelichting te vervangen door de geactualiseerde versie d.d. 6 september 2022, RIS 313059 (zie bijlagen bij dit raadsvoorstel).
16/83
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10799529
c. Vleermuizen en soortenbescherming Dit thema wordt naar voren gebracht door reclamanten nrs 1,2, 11 en 12. Reclamanten merken op dat het vleermuizenonderzoek (bijlage 7 van de toelichting) gedateerd is en niet kan dienen als grondslag voor besluitvorming. Daarnaast wordt er in de zienswijzen aangevoerd dat er een actueel onderzoek moet komen naar de aanwezigheid van andere beschermde diersoorten. 1. Vleermuizenonderzoek en andere soorten Wij zijn het met reclamanten eens dat dit onderzoek d.d. 19 oktober 2017 gedateerd is en dient te worden geactualiseerd. Bovendien was de door de Omgevingsdienst Haaglanden verleende ontheffing Wet natuurbescherming slechts geldig tot 1 mei 2023. De achterliggende reden is de onvoorziene vertraging die de herontwikkeling van het winkelcentrum heeft opgelopen. Om die reden heeft de ontwikkelaar door het bureau Eelerwoude allereerst op 24 februari 2024 een Actualisatie Quickscan Wet Natuurbescherming laten uitvoeren. De quickscan wordt ambtshalve als bijlage bij de toelichting van het bestemmingsplan opgenomen (zie bijlagen bij dit raadsvoorstel). In de quickscan is geconstateerd dat de huidige situatie nagenoeg gelijk is met de situatie in 2017. De bebouwing is in tussentijd niet gewijzigd: de buitenkant is gelijk en er is niets gesloopt. Het openbaar groen is in gelijke mate aanwezig en op dezelfde plekken.
Zo zijn er geen bomen gekapt of struiken gerooid. Het eerdere onderzoek uit 2017, toonde aan dat aan de kopse kant van de Strip een zomerverblijfplaats van één gewone dwergvleermuis aanwezig is. Doordat de situatie ongewijzigd is gebleven, kan ervanuit worden gegaan dat de functie van het gebouw voor vleermuizen, hetzelfde is gebleven. Gelet op de tijd die is verstreken sinds 2017 wordt in het kader van de zorgvuldigheid een nieuw onderzoek en een nieuwe aanvraag omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit (de benaming van de ontheffing sinds 1 januari 2024) door de gemeente noodzakelijk geacht. Op 14 mei 2024 is de aanvraag voor flora- en fauna-activiteiten als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder g, van de Omgevingswet ingediend bij de Omgevingsdienst Haaglanden. De aanvraag betreft het herontwikkeling van het winkelcentrum Duinzigt met de aanwezigheid hierbij van de gewone dwergvleermuis op locatie Willem Royaardsplein en omgeving te Den Haag. De aanvraag is door de omgevingsdienst geregistreerd met het zaaknummer 01105536. De kennisgeving hiervan is gepubliceerd op www.officielebekendmakingen.nl Geconcludeerd wordt het volgende.
Gelet op het feit dat: in 2017 al een ontheffing is verleend, welke door het langdurige proces is verlopen, er een Actualisatie Quickscan Wet natuurbescherming is gedaan in februari 2024, er op 14 mei 2024 een aanvraag voor flora- en fauna-activiteiten als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder g, van de Omgevingswet is ingediend bij de Omgevingsdienst Haaglanden, het buro Eelerwoude bezig is om het Nader Onderzoek Vleermuizen te actualiseren. Dit zal naar verwachting in oktober 2024, voorafgaand aan de vaststelling van het bestemmingsplan worden afgerond, de situatie in het plangebied vrijwel onveranderd is tussen 2017 en 2024, is er naar ons oordeel onvoldoende aanleiding om op voorhand te besluiten dat de soortenbescherming aan de uitvoerbaarheid en vaststelling van het bestemmingsplan in de weg staat.
17/83
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10799529
Echter, sinds de Wet natuurbescherming 1 januari 2024 is opgenomen in de Omgevingswet, is er geen sprake meer van onlosmakelijkheid. Dit betekent, dat een initiatiefnemer nu alle vergunningen los mag aanvragen. In dat kader wordt gewezen op de volgende relevante jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, de uitspraak van 31 januari 2024, ECLI:NL:RVS:2024:353 (Gemeente Peel en Maas inzake het bestemmingsplan "Veersepad 13, Kessel"). Gezien het belang dat is gediend met de voltooiing van een actueel onderzoek naar vleermuizen en de verlening van de benodigde omgevingsvergunning(en) flora- en fauna-activiteit, is dit voor ons aanleiding om ambtshalve een voorwaardelijke verplichting ecologie in de regels op te nemen. Conclusie: 1. Uit voorgaande overwegingen vloeit voort, dat het college de raad adviseert om de zienswijzen gericht tegen het thema “Vleermuizen en soortenbescherming” ongegrond te verklaren. 2.
-
Uit voorgaande overwegingen vloeit tevens voort, dat het college de raad adviseert om ambtshalve een voorwaardelijke verplichting ecologie in de regels op te nemen. De regels worden gewijzigd als volgt: Aan artikel 11 (Algemene bouwregels) wordt als lid r, en aan artikel 12 (Algemene gebruiksregels) wordt als lid m, de volgende regel toegevoegd:
“m. Voorwaardelijke verplichting ecologie: Het slopen van de bestaande bebouwing en het bebouwen en gebruiken van de gronden overeenkomstig het bepaalde in de regels is uitsluitend toegestaan, voor zover wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. vervolgonderzoek heeft plaatsgevonden naar het daadwerkelijk voorkomen van vleermuizen; b. de noodzakelijk gebleken omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit voor de onder a genoemde soort op grond van de Omgevingswet door het bevoegd gezag zijn verleend en c. voldaan is aan alle verplichtingen die uit deze omgevingsvergunning flora- en faunaactiviteit voortvloeien.” 3.
Uit voorgaande overwegingen vloeit tevens voort dat het college de gemeenteraad adviseert om als ambtshalve wijziging als bijlage bij de toelichting toe te voegen de Actualisatie Quickscan Wet Natuurbescherming d.d. 24 februari 2024 (zie bijlagen bij dit raadsvoorstel).
d. Kiosken en behoud ambulante handel Dit thema komt naar voren in de zienswijzen nummers 4 en 5. Reclamanten zijn ondernemers, kioskhouders in het plangebied. 1. Motie Ondernemers Willem Royaardsplein (RIS296771) De raad heeft tijdens de bespreking van het tweeminutendebat op 13 april 2017 de door het raadslid de heer Dubbelaar ingediende motie Ondernemers Willem Royaardsplein (RIS296771) aangenomen. Het college van Burgemeester en wethouders heeft op 27 december 2017 de motie afgedaan (RIS296771) en geantwoord op de uitspraken van de raad. Daarbij is het volgende aangegeven (citaat):
18/83
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10799529
“Gesprekken met de ondernemers Op initiatief van de gemeente is de projectontwikkelaar gestart met gesprekken met de huidige (ambulante) ondernemers. In deze gesprekken biedt de projectontwikkelaar deze ondernemers de mogelijkheid om een ruimte te huren van de projectontwikkelaar na de verbouwing van het winkelcentrum. Dit kan zijn in de bestaande winkelstrip, in het te realiseren paviljoen dan wel in een voor deze ondernemers op te richten kiosk/ standplaats op het plein. De gemeente heeft eveneens de afgelopen twee jaar regelmatig individuele gesprekken met de kioskhouders standplaatsvergunninghouders en de grondhuurder) gevoerd. Tijdens deze gesprekken is de stand van zaken van het project, de verschillende juridische positie van de drie ondernemers toegelicht, welke gevolgen de planontwikkeling voor hen heeft en welke keuzes aan hen zullen worden voorgelegd. Terugkeren op het plein en standpunt raad De projectontwikkelaar kan niet garanderen dat hij met de ondernemers tot een overeenstemming komt over het huren van een ruimte in het vastgoed. In het huidige schetsontwerp van het plein worden drie plekken gereserveerd voor kiosken of standplaatsen voor de huidige (ambulante) ondernemers. Dit voor het geval dat de gesprekken tussen projectontwikkelaar en de huidige drie (ambulante) ondernemers niet tot overeenstemming leiden.
Dit is zowel door de ontwikkelaar als de gemeente aan de drie ondernemers tijdens de gesprekken medegedeeld. De ruimtereserveringen gelden alleen voor de drie huidige ondernemers. Indien één of meerdere ondernemers wel tot overeenstemming komt/komen met de ontwikkelaar, dan zullen deze ruimtereserveringen vervallen. Deze zijn niet beschikbaar voor nieuwe ambulante ondernemers, dit vanwege de fysiek beperkte ruimte op het plein. Het standpunt van de raad verwoord in onderhavige motie is bekend bij de ondernemers. Het college beschouwt de motie hiermee als afgedaan.” (einde citaat). Overeenkomstig de motie en de beantwoording daarvan biedt het bestemmingsplan meerdere kioskmogelijkheden, waarvan twee op het plein en één voor de huidige Albert Heijn (Kopgebouw). Deze drie mogelijkheden zijn vastgelegd binnen de bestemming “Verkeer-Verblijfsgebied” (artikel 7 van de regels) en op de verbeelding voorzien van een functieaanduiding “gemengd” ten behoeve van detailhandel en/of horeca in de categorie licht zoals opgenomen in de Staat van horeca-categorieën van de regels. In tegenstelling tot de stelling van reclamanten, biedt het bestemmingsplan daarmee wel degelijk een dekkende juridisch-planologische mogelijkheid voor drie kiosken en staat niets in de weg aan terugkeer en voortzetting van ambulante handel binnen het plangebied.