RIS320174 Afdoening motie Wie helpt de thuiszitter door de schooldeur
Tekst van het document
Typ tekstTyp tekstTyp tekst
Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag
Ons kenmerk
Aan de gemeenteraad
OCW/10898271 RIS320174 Contactpersoon
Audrey Mussoni Dienst
Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn Afdeling
OCW Stad en Bestuur Telefoonnummer
14070 Datum
E-mailadres
27 mei 2025
audrey.mussoni@denhaag.nl
Onderwerp
Afdoening motie: ‘Wie helpt de thuiszitter door die schooldeur?’
Uw raad heeft tijdens de bespreking van het agendapunt Thuiszitteraanpak op 3 oktober 2024 de door het raadslid mevrouw Verduin ingediende motie ‘Wie helpt de thuiszitter door die schooldeur?’ (RIS320174) aangenomen. De motie luidt als volgt: Constaterende dat: • uit het onderzoek van Oberon blijkt dat het gebrek aan casusregie bij thuiszitters vaak tot gevolg heeft dat overleg-, beoordelings- en oplossingstrajecten te lang duren, het overzicht in de keten en sturing naar een oplossing in het belang van het kind ontbreekt; • de mogelijkheid van tijdige inschakeling van een casusregisseur door de ouders/kind niet bekend is bij ouders. Overwegende, dat: • ieder kind recht heeft om te leren en het leerrecht uitgangspunt moet zijn voor de thuiszittersaanpak: • de vindbaarheid van/bekendheid met een casusregisseur sociaal domein onvoldoende is bij ouders met een (dreigend) thuiszittend of over te plaatsen kind; • de impact op het thuiszittende kind en de ontwrichtende gevolgen binnen het gezin leidend moeten zijn in het werken naar een tijdige oplossing.
Verzoekt het college: • om met een voorstel te komen de vindbaarheid van/bekendheid met inzet van een casusregisseur sociaal domein of Ouder en Jeugd Steunpunt voor dergelijke onderwijsvraagstukken onder ouders te vergroten (off- en online); • een overzicht bij te houden en inzicht te geven bij hoeveel onderwijs gerelateerde vragen door ouders een casusregisseur sociaal domein of het Ouder en Jeugd Steunpunt wordt geconsulteerd; • de raad uiterlijk in Q1/2025 te informeren over de stand van zaken.
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10898271
Hierbij informeert het college de raad over de afdoening van de motie: Het college onderschrijft het belang van duidelijke regie om passende ondersteuning te bieden aan kinderen die uitvallen uit het onderwijs. Het komen tot een passend onderwijsaanbod kan complex zijn, daarom is het belangrijk dat ouders in het traject naar een geschikte onderwijsplek goed geïnformeerd en begeleid worden door de betrokken professionals. Wanneer een kind is ingeschreven op een school, is de school primair verantwoordelijk voor het informeren van ouders over passend onderwijs en het actief zoeken naar een geschikte onderwijsvorm. Dit gebeurt bij voorkeur binnen de eigen school, en als dit niet mogelijk is, bij een andere school die wel de juiste ondersteuning kan bieden. Deze regietaak maakt deel uit van de zorgplicht van de school, die verantwoordelijk blijft totdat een passend aanbod is gevonden. Het Routeboek Verzuim en Thuiszitters Het is echter niet altijd eenvoudig om vast te stellen welke ondersteuning een kind nodig heeft en hoe deze het beste geboden kan worden. Dit kan ertoe leiden dat een kind tijdelijk moet wachten op een passende plek. In het meest ongunstige geval resulteert dit in uitval, waarbij het kind thuis komt te zitten in afwachting van passend onderwijs.
Om dit zoveel mogelijk te voorkomen is het Routeboek Verzuim en Thuiszitters1 2 ontwikkeld ter ondersteuning van onderwijsprofessionals in hun regierol. Het routeboek biedt richtlijnen voor de stappen die genomen kunnen worden bij (preventie van) verzuim en dreigend uitvallen van een leerling, en welke expertise ingeschakeld kan worden om het proces naar een passende plek voort te zetten. Dit routeboek is bestuurlijk bekrachtigd door de drie gemeenten van het samenwerkingsgebied passend onderwijs (Den Haag, Rijswijk en LeidschendamVoorburg) en de samenwerkingsverbanden passend onderwijs SPPOH en SWVZHW. Het rapport Plaats voor ieder kind (RIS318489) – van onderzoeksbureau Oberon over de Haagse thuiszittersaanpak – heeft laten zien dat dit routeboek helaas onvoldoende is geïntegreerd in de samenwerking tussen onderwijs, gemeente en zorgpartners. Daardoor ontbreekt regelmatig de noodzakelijke sturing, vooral bij complexe casussen, en ontvangen deze ouders en kinderen niet de ondersteuning die zij nodig hebben. Op aanbeveling van Oberon heeft de gemeente met de samenwerkingsverbanden passend onderwijs daarom stappen gezet om het gebruik van het routeboek te verbeteren. In 2024 is het routeboek vernieuwd en opnieuw gelanceerd.
De herziene versie biedt een duidelijkere beschrijving van de te nemen stappen bij dreigend thuiszitten, inclusief escalatieladders voor situaties waarin opschaling nodig is om tot een oplossing te komen. Het routeboek zal ook worden aangevuld met een gebruiksvriendelijke online webtool die met ingang van het nieuwe schooljaar kan worden gebruikt. Daarnaast onderzoekt de gemeente hoe onderwijsprofessionals verder ondersteund kunnen worden bij het voeren van casusregie. In het eerste kwartaal van 2025 heeft hierover een verkennende bijeenkomst plaatsgevonden met uitvoeringsorganisaties van de gemeente Den Haag en vertegenwoordigers uit Rijswijk en Leidschendam-Voorburg.
1 Routeboek Verzuim en Thuiszitters Primair Onderwijs: https://pro.sppoh.nl/wp-content/uploads/sites/3/2024/09/2024-
Routeboek-Verzuim-en-Thuiszitters-PO-definitief.pdf 2 Routeboek Verzuim en Thuiszitters Voortgezet Onderwijs: SWV019-Routeboek-Verzuim-en-Thuiszitten-VO-241120-ow1-dgt.pdf
2
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10898271
De Regisseur Sociaal Domein Het college is zich er evenwel van bewust dat er altijd complexe casussen blijven bestaan die buiten de handelingsruimte van school en betrokken professionals vallen. In zulke gevallen kan een partner uit het MDO- of JES-overleg direct een regisseur sociaal domein inschakelen 3. In het primair onderwijs gebeurt dit via de adviestafel, waar de regisseur bij aansluit. In het voortgezet onderwijs meldt een JES-partner de casus rechtstreeks bij de regisseurs, die vervolgens aansluiten bij het JES-overleg. De procedures hiervoor staan beschreven in het routeboek. Uit het onderzoek van Oberon blijkt dat bij complexe problematiek vaak te laat wordt opgeschaald. Met een verduidelijking van de opschalingsroutes in het nieuwe routeboek willen we scholen helpen om sneller en gerichter de regisseur te vinden. Daarnaast zal de gemeente, samen met de samenwerkingsverbanden passend onderwijs, in het komende schooljaar prioriteit geven aan de communicatie over het routeboek. Dit zal ook bijdragen aan betere vindbaarheid van de regisseurs. In 2024 zijn 1.169 casussen aangemeld bij regisseurs sociaal domein. In 647 gevallen was procesregie nodig, waarvan 77 casussen vanuit het onderwijs kwamen, bijna een verdubbeling ten opzichte van 2023.
Deze stijging komt mede door de toegenomen zichtbaarheid en veranderingen in werkafspraken door de transitie van jeugdhulp naar Kracht en rondomJou. In de motie lijkt verwarring te bestaan tussen de regisseurs sociaal domein en het team casusregie. Dit zijn twee afzonderlijke teams met verschillende taken. De regisseurs sociaal domein zijn primair verantwoordelijk voor het ondersteunen van professionals als zij vastlopen in hun casussen. Zij analyseren de casus, brengen de stagnatie in kaart, adviseren de professional over mogelijke oplossingen en voeren waar nodig procesregie om tot een doorbraak te komen. Zij doen dit vanuit verschillende expertisegebieden zoals jeugdhulp, onderwijs, dakloosheid, geestelijke gezondheidszorg, ondersteuning van ongedocumenteerde mensen, huiselijk geweld en veiligheid. De regisseur sociaal domein maakt geen deel uit van het primaire proces, maar versterkt en faciliteert, met als doel dat de professionals zelfstandig verder kunnen om de inwoner te helpen. Casusregisseurs zijn actief bij geëscaleerde casuïstiek op het vlak van veiligheid, dakloosheid, onbegrepen gedrag en schulden. Zij komen alleen in beeld als er naast onderwijsproblemen ook andere kwesties spelen die het welzijn van het gezin in gevaar brengen.
Het Ouder- en Jeugdsteunpunt Ouders van (dreigende) thuiszitters kunnen voor directe hulp terecht bij het Ouder- en Jeugdsteunpunt (OJSP) Haaglanden. Vanaf 1 januari 2025 is elk samenwerkingsverband passend onderwijs verplicht een dergelijk steunpunt te hebben. In Den Haag is het OJSP al sinds 2022 actief. Het verstrekt informatie over passend onderwijs, luistert naar de ervaringen van ouders en denkt mee over mogelijke routes naar een passende oplossing. In het schooljaar 2023-2024 ontving het OJSP 180 meldingen uit het primair onderwijs (40 meldingen minder dan het schooljaar daarvoor) en 67 meldingen uit voortgezet onderwijs (11 meldingen meer dan het schooljaar daarvoor). De onderstaande tabellen tonen het type vragen waarmee ouders het OJSP benaderden:
3 Het MDO (Multidisciplinair Overleg) in het primair onderwijs en het JES (Jeugd Expertise Team)-overleg in het voortgezet
onderwijs worden georganiseerd door de school of de betrokken jeugdhulporganisatie om de ondersteuning voor een leerling af te stemmen. Aan tafel zitten professionals uit o.a. onderwijs, jeugdhulp en zorg.
3
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10898271
Het OJSP ontvangt veel vragen over het vinden van een passende school en observeerde in het schooljaar 2023-2024 dat ouders vaak onvoldoende bekend zijn met de zorgplicht van scholen, en daardoor niet volledig op de hoogte zijn van hun rechten met betrekking tot het ontvangen van een passend onderwijsaanbod. Naar aanleiding van dit signaal heeft het OJSP de informatie op de website aangevuld met informatie over passend onderwijs en de wijze waar ouders kunnen samenwerken met school. Het OJSP heeft daarnaast actief ingezet op het vergroten van de zichtbaarheid richting zowel ouders als school, onder andere door het verspreiden flyers en posters. Ook is de bereikbaarheid verbeterd door de toevoeging van een WhatsApp-functie aan de servicedesk. Om de bekendheid onder ouders verder te versterken, is in het najaar van 2024 een link naar de website van het OJSP geplaatst op de gemeentelijke pagina Onderwijs en Studeren4. Aanvullende ondersteuning voor ouders van (dreigende) thuiszitters Na de publicatie van het Oberon-rapport is een interne ambtelijke werkgroep opgericht om de aanbevelingen op te volgen. In lijn met de specifieke aanbeveling om ‘ouders beter en onafhankelijker te ondersteunen met informatie’, is de werkgroep in gesprek gegaan met ouders van voormalige thuiszitters.
4 Onderwijs en Studeren: Onderwijs en studeren - Den Haag
4
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10898271
Er zijn vragenlijsten gestuurd naar 289 ouders die bij de gemeente bekend waren als ouders van een voormalige thuiszitter. 38 ouders hebben hun ervaringen gedeeld over de periode dat hun kind thuiszat, inclusief de hulp die ze wel of niet hebben ontvangen. Daarnaast zijn er 7 diepte-interviews afgenomen, waarin ouders persoonlijk hebben kunnen toelichten wat ze hebben meegemaakt, wat er beter had gekund en welke rol de gemeente hierin in de toekomst kan spelen. Naast deze ouderinput is aanvullend een vragenlijst uitgezet onder een dertigtal partners in onderwijs en zorg. Zij deelden hun ervaringen met de ondersteuning aan ouders van (dreigende) thuiszitters en gaven aan waar volgens hen nog behoefte bestaat aan aanvullende vormen van dienstverlening. De opgedane inzichten tonen aan dat ouders van thuiszitters zich vaak onvoldoende ondersteund voelen. Hoewel school, het OJSP en vaak ook de leerplichtambtenaar beschikbaar zijn voor hulp, is er in deze complexe gevallen vaak sprake van een gebrek aan vertrouwen in de betrokken professionals. Dit maakt het voor ouders moeilijk om bij deze partijen verder advies in te winnen. Sommige ouders weten in zulke situaties hun weg te vinden naar de meer onafhankelijke diensten van de Onderwijsconsulenten, die in opdracht van het ministerie van OCW begeleiding en advies bieden aan ouders van kinderen met complexe onderwijsbehoeften.
Voor de meeste ouders werd de mogelijkheid om een Onderwijsconsulent in te schakelen pas later in het traject bekend, en omdat er soms sprake is van wachttijden bij de Onderwijsconsulenten, kan de benodigde hulp niet altijd tijdig worden geboden. Om deze reden onderzoekt de werkgroep momenteel hoe de informatieverstrekking aan ouders van (dreigende) thuiszitters verbeterd kan worden. Er wordt gekeken naar manieren om zowel online als offline op een overzichtelijke manier zichtbaar te maken welke ondersteunende partijen beschikbaar zijn, zowel in Den Haag als in de rest van het land, zodat de ondersteuning die zij kunnen bieden tijdig wordt gevonden. Ook onderzoekt de werkgroep of er meerwaarde kan zijn in het uitbreiden van gemeentelijke dienstverlening, om ouders beter te ondersteunen bij vraagstukken die momenteel onvoldoende door bestaande diensten kunnen worden behandeld. Om dubbele dienstverlening te voorkomen wordt dit in nauwe afstemming met zowel interne als externe diensten onderzocht. Concluderend Het college erkent de zorgen van de raad over de ondersteuning van ouders van (dreigende) thuiszitters en onderschrijft het belang van solide regievoering. Tegelijkertijd hecht het college eraan dat de regiefunctie blijft bij de verantwoordelijke professionals binnen en rondom de school.
Het college ziet het als haar taak om deze professionals te ondersteunen in het vervullen van deze rol. De verankering van het Routeboek Verzuim en Thuiszitters vormt een essentieel onderdeel van deze aanpak. De gemeente onderneemt dan ook gerichte acties om de bekendheid en het gebruik van het routeboek te vergroten. Dit routeboek biedt helderheid over de integrale aanpak, inclusief de rol van de regisseur sociaal domein. Het college is ervan overtuigd dat hier de belangrijkste meerwaarde is te behalen, en acht een aanvullend voorstel voor de vindbaarheid van de regisseurs of het OJSP niet wenselijk. Bovendien zetten zowel de regisseurs als het OJSP zich doorlopend in voor de verbetering van hun zichtbaarheid en communicatie, respectievelijk met ouders en professionals. Tot slot onderzoekt het college momenteel de mogelijke meerwaarde van aanvullende dienstverlening, om te voorzien in de behoeften van ouders en professionals op gebieden waar de bestaande dienstverlening nog onvoldoende op kan inspelen. Het college zal de raad in Q4 informeren over de voortgang van deze verkenningen. Het college beschouwt de motie hiermee als afgedaan. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx
Jan van Zanen
5