RIS320151 Toegang tot gezinsopvang
Tekst van het document
Typ tekstTyp tekstTyp tekst
Mariëlle Vavier Wethouder van Armoede, Inclusie, Zorg en Internationale Zaken
060
Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag
Ons kenmerk
Aan de voorzitter van de commissie Samenleving
OCW/10801749 RIS320151 Contactpersoon
Cindy-maria Helbers-Bakx Dienst
Onderwijs, Cultuur en Welzijn Afdeling
Stad en Bestuur OCW Telefoonnummer
14070 Datum
E-mailadres
26 november 2024
Cindy.helbers@denhaag.nl Bijlage
1
Onderwerp
Toegang tot gezinsopvang
Geachte voorzitter, Met deze brief informeert het college uw commissie over de toegang tot gezinsopvang. Inleiding: De gemeente heeft de verplichting op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) opvangfaciliteiten te bieden aan cliënten en gezinnen die niet-zelfredzaam zijn. Naast deze wettelijke taak worden in Den Haag steeds meer zelfredzame gezinnen opgevangen die niet tot de doelgroep van de Wmo behoren. De gemeente Den Haag hanteert met het breed uitgedragen adagium ‘Geen kind op straat’ een ruimhartiger toegang in vergelijking met andere gemeenten, waardoor een duidelijk afwegingskader voor toegang tot gezinsopvang en de belangen van het kind te wegen ontbreekt. De jeugdombudsman heeft om deze reden geadviseerd om op een structurele wijze het belang van kind te betrekken in alle beslissingen die hen aangaan en de kinderrechten structureel een plek te geven in de gemeentelijke regelgeving, gemeentelijk beleid en uitvoering. (RIS316128). In het vormgeven van het beleid op dit onderwerp hecht het college grote waarde aan de adviezen van de Jeugdombudsman. De afgelopen periode is het aantal gezinnen dat zich meldt wederom fors gestegen en is de doorstroom verder gestagneerd. Daarnaast wordt het steeds lastiger goede opvangopties te vinden en aan de wettelijke taak om niet-zelfredzame gezinnen op te vangen te voldoen.
Hierdoor wijken we regelmatig uit naar opvang in hotels. Als gevolg hiervan nemen kosten fors toe. Door deze hoge kosten wordt het een stuk moeilijker om de plannen uit het beleidskader ‘Den Haag geeft thuis’ (RIS316085) uit te voeren. Hierdoor komt onze hulp aan de brede groep dak- en thuisloze mensen en andere doelgroepen in het geding. Door het aanpassen van de werkwijze met betrekking tot de toegang tot gezinsopvang, kan het college de meest kwetsbare Wmo-gerechtigde gezinnen de komende jaren opvang blijven bieden. Hieronder gaat het college in op de diverse overwegingen die daarbij spelen. Aantal gezinnen: In onderstaande tabel is de groei van het aantal gemelde en geplaatste gezinnen te zien, een uitsplitsing tussen Wmo-gerechtigd en niet Wmo-gerechtigd en zijn voorbeelden beschreven van de achtergrond van de niet Wmo-gerechtigde gezinnen in de Haagse opvang:
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
T 14070 www.denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10801749
2015
2016
2017
2018
2019
2020
2021
2022
2023
2024
Aantal aangemelde (unieke) 172 gezinnen
260
220
292
350
395
420
362
490
Begin 2025 bekend
59
62
96
83
127
111
110
152
223
240-260
Jaar
Aantal geplaatste gezinnen*
Kwantitatieve data: Jaar
Wmo-gerechtigd
Niet Wmo-gerechtigd
Totaal opgevangen gezinnen*
34,5%
65,5%
*opvallend is dat 38,4% van de Wmo-gerechtigde gezinnen, remigrant is, eerste vestging, of korter dan 6 maanden in Den Haag, van de niet Wmo-gerechtigde gezinnen is dit 87,9%.
Voorbeelden niet Wmo-gerechtigde gezinnen in de Haagse gezinsopvang: 1. Gezinnen met kinderen, die om economische redenen dakloos raken, vanwege een life event, zoals een echtscheiding, werkloosheid, kortlopend huurcontract; 2. Gezinnen met kinderen die vanuit het Caraïbisch deel van het Koninkrijk naar Nederland komen, hier geen duurzame huisvesting hebben en financieel niet bij machte zijn dit te regelen; 3. Gezinnen met kinderen die na een (al dan niet tijdelijk) verblijf in het buitenland terugkeren naar Nederland. Het gezin heeft (of leden hiervan hebben) de Nederlandse nationaliteit, maar geen duurzame huisvesting. Zij worden ook wel remigrantengezinnen genoemd. Ook deze gezinnen ontbeert het aan de economische middelen om duurzame huisvesting te bemachtigen; 4. Gezinnen die op basis van gezinshereniging (Chavez-arrest) naar Nederland komen en soms direct soms na enige tijd een beroep doen op gezinsopvang; Financiële situatie: Het continueren van de huidige werkwijze zorgt ervoor dat de kosten de komende jaren onhoudbaar stijgen. De extra kosten in 2024 kunnen nu nog worden opgevangen binnen de Wmo-activiteiten van programma 8. In 2025 zal dit in mindere mate mogelijk zijn. Met verdere kostenstijging is in de begroting in ieder geval geen rekening gehouden.
Bij een ongewijzigde werkwijze is minder geld beschikbaar in 2025-2026 voor realisatie van de ambities in het beleidskader ‘Den Haag Geeft Thuis’. Daardoor worden andere ambities in het Beleidskader verdrukt. Een ombuiging van de kostenstijging is noodzakelijk.
Hotels
2022 0,5
2023 3,6
2024 prognose 2025 prognose 8,3 11,5 – 13,5
Opvangplekken regulier Totaal
0,5 1,0
0,6 4,1
1 9,3
1 12,5 – 14,5
In bovenstaande tabel zijn de hotelkosten en de kosten van de gezinslocaties voor 2022 en 2023 en de prognose voor 2024 en 2025 weergegeven. Hierin is te zien dat de hotelkosten zijn gestegen van € 0,5 mln. in 2022 naar € 3,6 mln. in 2023 en in 2024 naar verwachting verder stijgen tot ruim € 8 mln. Zonder wijziging van de werkwijze is de verwachting dat de hotelkosten in 2025 tussen de € 11,5 mln. en € 13,5 mln. zullen bedragen. De geprognosticeerde totale kosten tussen de € 12,5 mln. en 14,5 mln. zijn 41%-48% van de begrote € 30,3 mln. voor realisatie van het Beleidskader ‘Den Haag Geeft Thuis’ in 2025.
2/5
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10801749
Werkwijze toegang tot gezinsopvang G4: De gemeenten in de G4 hanteren het wettelijk kader van de Wmo voor de toegang tot de gezinsopvang. In Amsterdam is in aanvulling op het wettelijk kader een noodopvang voor kwetsbare economisch dakloze gezinnen georganiseerd (niet Wmo-gerechtigd), waarbij een bindingseis geldt. In Utrecht zijn er zeer beperkt plekken beschikbaar voor deze gezinnen en enkele (crisis) hotelplekken met een bindingseis. In Rotterdam is geen opvang voor economisch dakloze gezinnen, alleen crisisplekken. Met de huidige werkwijze is Den Haag ruimhartiger dan de andere G4 gemeenten. Met de nieuwe werkwijze schuift de werkwijze van de gemeente Den Haag meer op richting de andere G4-steden. Utrecht, Rotterdam en Amsterdam reageerden positief op de wijziging en implementatie van het belang van het kind in de besluitvorming. Herijkte werkwijze: Gegeven bovenstaande overwegingen: dat tijdelijke hotelopvang niet voor kinderen passend is, de toename van de aantallen inclusief het financieel beslag en het afwijken van de werkwijze in de G4 heeft het college besloten tot een aangepaste werkwijze. Dit genomen besluit betekent concreet dat als een gezin zich meldt bij het daklozenloket voor opvang er een Wmo-onderzoek volgt waarbij er twee uitkomsten mogelijk zijn: 1.
Een gezin is Wmo-gerechtigd, het gezin wordt altijd toegelaten tenzij dit niet in het belang van het kind is. 2. Een gezin is niet-Wmo-gerechtigd en wordt in principe niet toegelaten, tenzij dit noodzakelijk wordt geacht in het belang van het kind, bijvoorbeeld omdat de veiligheid en ontwikkeling van een kind in het geding is. Als opvang niét aan de orde is, bepalen we welk vervolg of welke route wel passend in het belang van het kind is. We blijven daarbij oog houden voor de menselijk maat en gezinnen in kwetsbare situaties. Impact op gezinnen: Het college realiseert zich dat het genomen besluit impact heeft op gezinnen die zich melden. De nieuwe werkwijze betreft nieuwe meldingen waarbij de menselijke maat voorop blijft staan. We gaan geen gezinnen uit de opvang of hotel zetten, maar gaan wel met deze gezinnen opzoek naar de best mogelijke oplossing voor het kind en zetten in op versnelde doorstroom. We zien in praktijk dat veel instroom op de grote steden afkomt en daarbij zeker op de gemeente Den Haag. Op dit moment worden 230 gezinnen opgevangen, 141 gezinnen in hotels en 89 gezinnen in opvanglocaties. Het aantal gezinnen dat zich meldt is hoger. Allebei de aantallen zijn afgelopen tijd fors gestegen. Het huisvestingsprobleem voor gezinnen zonder regiobinding kan vanwege de druk op de woningmarkt ook niet hier in de stad en/of regio worden opgelost.
Door de grote schaarste op de woningmarkt verblijven gezinnen langdurig in hotels of in de reguliere opvang. Opvang in een hotel is niet alleen duur, maar biedt ook geen duurzaam perspectief voor langdurige opvang van kinderen. Soms is nee zeggen daarbij de beste oplossing. Wanneer er sprake is van een afwijzing doen we dat zorgvuldig. Voor minderjarige kinderen die uit hun vertrouwde omgeving, bijvoorbeeld overzeese gebiedsdelen, worden gehaald zonder het voor hun bekende sociale netwerk, kan het meer in het belang van het kind zijn om oplossingen te vinden in die vertrouwde omgeving. 1. Een groot deel van de niet-Wmo-gerechtigde gezinnen wordt niet meer opgevangen. Uit het aantal toelatingen van 2023 blijkt dat 65,5% van de toegelaten gezinnen niet Wmo-gerechtigd is en door de nieuwe werkwijze geen aanspraak meer kan maken op opvang vanuit de Wmo. Dit omdat er onder andere sprake is van voldoende zelfredzaamheid, een voorliggend netwerk of betere slagingskans of binding met een andere gemeente, land van herkomst.
3/5
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10801749
Hierbij betreft het vaak zelfredzame gezinnen met een woonprobleem of een enkelvoudige huisvestingsvraag. Deze gezinnen zijn in staat om zelfstandig huisvesting te zoeken gelijk aan andere woningzoekenden in regio Haaglanden. Indien uit onderzoek blijkt, dat er een duidelijke reden is om in het belang van het kind toch toegang toe te wijzen, kan dat. 2.
Vermindering van het aantal (re)migrerende gezinnen (Re)migrerende gezinnen worden vaker terugverwezen indien het gezin zelfredzaam is en ingezetenschap niet aangetoond is en/of de (re)migratie niet in het belang van het kind is.
Juridische gevolgen: Met deze keuze wordt de beoordeling van het recht op opvang gebaseerd op de Wmo, waarbij het belang van het kind in alle gevallen bij de besluitvorming wordt meegewogen. Deze belangenafweging vloeit voort uit het Internationale Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK). Uit vaste rechtspraak volgt dat artikel 3 lid 1 IVRK rechtstreekse werking heeft, hetgeen betekent dat we gehouden zijn de belangen van het kind in het besluitvormingsproces te betrekken. Om deze belangen van het kind zorgvuldig te kunnen wegen is een richtlijn (leidraad) opgesteld, waarin de factoren worden benoemd die bij deze weging een rol (kunnen) spelen. Dit is geen limitatieve opsomming en mede afhankelijk van de individuele situatie. Op basis van jurisprudentie 1 en praktijkervaringen zal dit verder zijn beslag moeten krijgen in de leidraad. De gemaakte afweging wordt opgenomen in de onderliggende rapportage (het adviesverslag). Daarnaast wordt de uitkomst van de belangenafweging onderdeel van de motivering van het besluit. De bestuursrechter toets of het bestuursorgaan zich voldoende rekenschap heeft gegeven van de belangen van het kind. Bij de beoordeling daarvan zal de onderliggende verslaglegging en besluitvorming doorslaggevend zijn. Met deze werkwijze wordt tegemoetgekomen aan hetgeen de wetgever heeft beoogd en wordt recht gedaan aan de belangen van kinderen.
Vervolgstappen: De gezinsopvang heeft de onverminderde aandacht van het college. Om tot een goede belangenafweging te komen gaan we graag in op het aanbod van de Jeugdombudsman om een rol te spelen in de informatievoorziening, training en ondersteuning van de medewerkers van het daklozenloket over de IVRK. Het college werkt daarnaast onder andere hard aan: ▪ Lobby in G4 verband gericht op verdere uitwerking van het rijk voor toetsing belang van het kind, toename dakloosheid van gezinnen, (re)migrerende gezinnen en de toename in de kosten van opvang (mede door de schaarste op de woningmarkt en de verminderde bestaanszekerheid); ▪ De inzet op preventie van dakloosheid;
1 Uitspraak met kenmerk : ECLI:NL:RBDHA:2023:3132 (meervoudige kamer). Ziet op het onderzoek dat uitgevoerd
moet worden in het kader van de aanvraag om opvang en de rol die de belangen van de kinderen daarbij spelen. Uitspraak met kenmerk: ECLI:NL:RBMNE:2024:4220. Betreft voorlopige voorziening. Omdat de gevolgen van de afwijzing voor de kinderen onvoldoende is onderzocht, is er naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter geen deugdelijk onderzoek geweest zoals voorgeschreven in artikel 3:2 van de Awb en de artikelen 2.3.2 en 2.3.5 Wmo 2015. Uitspraak ECLI:NL:RBDHA:2024:8522. Betreft voorlopige voorziening. Belang van volledig en zorgvuldig onderzoek. Weging belang van het kind.
4/5
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10801749
▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
Onderzoeken mogelijkheden voor aanvullende ondersteuning aan economisch dakloze mensen samen met de G4; Het plaatsen in hotels tot een minimum te beperken en het toevoegen van structurele opvangplekken voor gezinnen; Aanbesteding sociaal en technisch beheer voor goede ondersteuning en begeleiding gezinnen op de locaties in samenhang met nieuwkomers; Doorstroom en uitstroom via betaalbare en beschikbare woningen; Het versneld verkrijgen van vervolghuisvesting na gezinsopvang; Zorgvuldige implementatie en een scholingsplan van de uitvoering bij het Daklozenloket.
Ook landelijk is het thema gezinsopvang in beweging. Dit maakt dat we als gemeente moeten meebewegen en het beleid gaandeweg moeten aanpassen naarmate er meer duidelijkheid komt vanuit jurisprudentie of andere instanties. Iets waar alle gemeenten mee worstelen. Dit besluit zorgt ervoor dat we hulp kunnen garanderen aan kwetsbare gezinnen en in situaties waarbij sprake is van onveiligheid en of huiselijk geweld, zorgvuldig handelen richting de gezinnen die de ondersteuning het hardst nodig hebben, de wet correct uitvoeren, financieel bewust handelen, niet uit de pas lopen met andere G4-gemeenten én duidelijkheid en steun geven aan de uitvoering. Met vriendelijke groet, de wethouder van Armoede, Inclusie, Zorg en Internationale Zaken Mariëlle Vavier
5/5