CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS320151 Bijlage richtlijnen

Commissie Samenleving 30 januari 2025, gemeente Den HaagBij agendapunt: Themadebat: Aanpak Dakloosheid1.355 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Richtlijn toegang gezinsopvang

Deze eerste kaders voor toegang tot gezinsopvang zijn ontwikkeld begin 2024 door beleid en uitvoering samen. We gaan ervanuit dat deze op basis van ervaringen aan het loket doorontwikkeld zullen worden. Hiervoor richten wij een PDCA cyclus in onder leiding van een projectleider. Op basis van bevindingen in de praktijk zal dit kennisdocument worden aangescherpt.

Kennisdocument gezinnenblok versie 3-240925

Richtlijn toegang gezinsopvang in het kort Wmo loket Het Daklozenloket is een Wmo loket. De casemanagers van het gezinnenblok -het specialistische team dat zich richt op gezinnen- ontvangen het gezin aan het loket (dit is de Wmo melding) en voeren een Wmo onderzoek uit. In de eerste 24u na melding wordt een eerste inschatting gemaakt waarna er wel/niet voorlopig geplaatst wordt in de maatschappelijke opvang. Daarna wordt in (maximaal) 6 weken uitgebreider onderzoek gedaan waarna het Wmo advies -waarvan de belangen van het kind onderdeel uitmakenwordt opgesteld. Wanneer een gezin zich meldt zijn de volgende uitkomsten mogelijk: 1. Een gezin is Wmo-gerechtigd, het gezin wordt altijd toegelaten tenzij dit niet in het belang van het kind is. 2. Een gezin is niet-Wmo-gerechtigd en wordt in principe niet toegelaten, tenzij dit noodzakelijk wordt geacht in het belang van het kind. Het Wmo onderzoek Onze casemanagers onderzoeken: 1. Of het gezin voldoet aan de toegangsvoorwaarden conform de Wmo. 2. Of er belangen van het kind spelen die besluitvorming rondom de toegang beïnvloeden. 3. Of er zorgen zijn over de veiligheid en gezondheid van het kind die besluitvorming rondom de toegang beïnvloeden. 4. Wat een duurzame oplossing is voor de ondersteuningsbehoefte van het gezin.

Voor het bepalen van het recht op toegang tot de maatschappelijke opvang van Den Haag maakt het gezinnenblok gebruik van verschillende regelingen en richtlijnen: 1. Wmo en verordening van de gemeente Den Haag (Heeft het gezin recht op de maatschappelijke

opvang conform de Wmo?) De casemanager onderzoekt de hulpvragen van het gezin, en of opvang vanuit de Wmo noodzakelijk is met behulp van drie kernvragen. 1. wel/geen recht op opvang vanuit de Wmo 2. wel/geen kansrijk herstel in Den Haag 3. wel/niet zelfredzaam Daarbij wordt in de onderzoeksperiode een kindcheck uitgevoerd. Het gezin wordt aanvullende vragen gesteld over de omstandigheden van het kind. 2. De handreiking het beste besluit voor het kind bij huisvestingsproblemen (Is het opvangen in de maatschappelijke opvang ook het beste besluit voor het kind?) De casemanager gaat na of het plaatsen in de maatschappelijke opvang ook het beste besluit is voor het kind door bijvoorbeeld te kijken naar de leeftijds-/ontwikkelfase van het kind, de kwetsbaarheid en het recht op onderwijs. De casemanager spant zich in de inbreng van het kind zelf ook mee te nemen in de afweging van belangen. 3. Meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld (Zijn er zorgen over de veiligheid en

gezondheid van het kind?) Onderdeel van de kindbelangen is de veiligheid van het kind. De casemanager gaat altijd na of er zorgen zijn over de veiligheid en ontwikkeling van het kind. Dit kan een reden zijn om ondanks dat er geen recht is op opvang vanuit de Wmo, het gezin toch op te vangen. Gezinnen die niet vallen onder de dienstverlening van het daklozenloket worden door het gezinnenblok met een advies verwezen naar het juiste loket (IND, Barka, algemene voorzieningen etc). Indien dat loket een andere gemeente is, wordt het gezin warm overgedragen.

Stap 1: check op ingezetenschap De casemanager gaat na of er sprake is van Nederlandse nationaliteit of vreemdeling die aan Nederlander gelijk gesteld kan worden. Als dat zo is wordt door de casemanager het Wmo onderzoek gestart. Stap 2: Wmo onderzoek conform de 5 stappen van de raad van beroep d.m.v. verdiepende intake. De casemanager onderzoekt de hulpvragen van het gezin, en of opvang vanuit de Wmo: noodzakelijk is. Hierbij wordt niet alleen gekeken naar de huidige situatie, maar ook hoe het gezin in deze situatie terecht is gekomen (levensloopmethode). De casemanager brengt ook de voorzienbaarheid en slagingskans in kaart.

Het gezin kan geen aanspraak maken op maatschappelijke opvang vanuit de Wmo omdat:

Kan geen aanspraak maken op MO vanuit de Wmo

Voorwaarden tot toekenning van opvang zijn opgenomen in artikel 1.2.1. aanhef en ander c van de Wmo 2015 en volgen uit artikel 2.3.5 lid 1 onder b en lid 4 van de Wmo 2015: 1. Is iemand ingezetene van Nederland 2. Is er sprake van dakloosheid of dreigende dakloosheid 3. Kan iemand zich (zelfstandig, of met hulp van sociale netwerk, algemene voorzieningen etc) handhaven in de maatschappij (kortom: is hij/zij zelfredzaam) Bij dit onderzoek wordt gebruik gemaakt van de 5 stappen van de Centrale Raad van Beroep. Bij vaststelling welke voorziening noodzakelijk is speelt ook mee waar iemand het meeste zicht heeft op een kansrijk herstel (de voorziening moet immers een passende bijdrage leveren aan het realiseren van een situatie waarin client zich weer zo snel mogelijk, op eigen kracht, kan handhaven in de maatschappij).

Vanuit stap 2: - Er geen noodzaak is tot MO: het gezin kan bijvoorbeeld nog verblijven in het netwerk, of er zijn andere algemene voorzieningen waarvan het gezin gebruik kan maken. - Het gezin zelfredzaam is. Wanneer er een vermoeden is van veiligheidsproblematiek kan besloten worden deze gezinnen toch op te vangen Uitgangspunt = “Niet opvangen tenzij er sprake is van verwaarlozing, mishandeling, ontwikkelingsachterstand, of het risico er groot is dat dit zal ontstaan.

Afweging belangen van het kind met behulp van de kindcheck: Er wordt hier gekeken naar o.a. de leeftijdsfase van het kind, het recht op onderwijs en het recht op zorg. De casemanager spant zich in de inbreng van het kind zelf ook mee te nemen in de afweging van belangen. Daarnaast worden eventuele zorgen over de veiligheid en ontwikkeling van het kind in kaart gebracht. NB: Is er een vermoeden dat de veiligheid van het kind in het geding is dan wordt de meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld gevolgd. Stap 3: afweging toelating De casemanager stelt vast op basis van bovengenoemde informatie (Wmo onderzoek inclusief de belangen van het kind) of het gezin gebruik kan maken van de maatschappelijke opvang. Besluit: Toelating MO op basis van 1. *Wmo materiële toets (→doelgroep Wmo recht Haags gezin) 2. *Wmo niet materiele toets (→ doelgroep Wmo recht hardheidsclausule)

Vanuit stap 1: - Er geen recht is: het gezin valt in de categorie die geen ‘ingezetene’ is en de vreemdeling die niet aan Nederlander gelijk kan worden gesteld.

Het gezin kan geen aanspraak maken op maatschappelijke opvang vanuit de Wmo omdat: Indien nee

Vanuit stap 3: - Het niet in het belang van het kind is om op te vangen.

Richtlijnen gezinsopvang Geen recht: Doorverwijzen* (COA, IND, Barka) met ander adviesbrief. Geen noodzaak tot MO: Doorverwijzen* (algemene voorzieningen, voorliggende voorzieningen, netwerk etc) met Wmo advies zonder Wmo (of met Wmo indien wel MWA wordt ingezet). Zelfredzaam: = groep economisch dakloze gezinnen*. Doorverwijzen met Wmo advies zonder Wmo. Flyer Op zoek naar een nieuw huis wordt meegegeven.

Op basis van het beste besluit voor het kind ander advies verstrekken. Ondersteunen bij terugkeer naar land van herkomst kan hier onderdeel van uitmaken. Ter overbrugging kan alsnog kortdurende opvang worden aangeboden als de casemanager dit noodzakelijk acht.

En afweging is toelating tot MO ook in het belang van het kind? Uitgangspunt = “Opvangen tenzij de casemanager verwacht dat het niet in het belang van het kind is om op te vangen.

Kan aanspraak maken op MO

Stap 3: Toegang tot de maatschappelijke opvang gedurende het Wmo onderzoek. Het gezin wordt toegelaten tot de maatschappelijke opvang gedurende het Wmo onderzoek. De casemanager verdiept het Wmo onderzoek en levert binnen 6 weken het Wmo advies op. Hierin is het definitieve besluit tot wel/niet toelaten in de maatschappelijke opvang opgenomen.

Het gezin heeft het recht zich gedurende het onderzoek te laten ondersteunen door een onafhankelijk cliëntondersteuner. De casemanagers wijzen het gezin hierop bij het eerste loketbezoek.

In de eerste 24u na melding wordt een eerste inschatting gemaakt waarna er wel/niet voorlopig geplaatst wordt in de maatschappelijke opvang. Daarna wordt in (maximaal) 6 weken uitgebreider onderzoek gedaan waarna het Wmo advies -waarvan de belangen van het kind onderdeel uitmaken- wordt opgesteld.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14867333/1