RIS320138 Bijlage
Tekst van het document
Kansen voor de ontwikkeling van een Wind op Zee Campus in Scheveningen
Kansen voor de ontwikkeling van een Wind op Zee Campus in Scheveningen
Dit rapport is gemaakt op initiatief van de gemeente Den Haag. Mei 2022 Kwartiermakers Erwin Coolen (ECHT)
Marcel van Wijk (EduQuipment) Auteurs Marcel van Wijk Erwin Coolen Erik van Diest Suuz Kamper Dit rapport is ter volledigheid gereviewd door organisaties: ROC Mondriaan, De Haagse Hogeschool, Nederlandse Wind Energie Association, Campus@Sea, Siemens Gamesa Renewable Energy, IRO, North Sea Farmers en W van der Zwan. Suggestie voor citatie: Coolen, E., Wijk van, M., Diest van, E., Kamper, S. (2022): Kansen voor de ontwikkeling van een Wind op Zee campus in Scheveningen
Disclaimer: Dit rapport is tot stand gekomen in opdracht van de gemeente Den Haag. De meningen in dit rapport zijn de geuite meningen van verschillende stakeholders en geven niet noodzakelijk de
mening van de gemeente Den Haag ofwel die van de auteurs weer. De gemeente Den Haag is niet
aansprakelijk voor de juistheid van de verstrekte informatie of verantwoordelijk voor enig gebruik van de inhoud.
Kansen voor de ontwikkeling van een Wind op zee Campus in Scheveningen
2
Managementsamenvatting
Offshore wind speelt een sleutelrol in de energietransitie. De uitrol van de Wind op
Zee doelstellingen naar 21,5 GW in 2030 vraagt om voldoende goed opgeleid per-
soneel. Vertrekpunt vanuit de Gemeente Den Haag is daarbij: “De beschikbaarheid van talent is één van de belangrijkste, zo niet het belangrijkste thema voor het be-
drijfsleven om de ambities voor de energietransitie waar te kunnen maken. Er zijn veel mensen nodig en Den Haag als wereldstad aan zee met een groot reservoir
aan talent, is een potentiële leverancier waar met veel interesse vanuit het be-
drijfsleven naar gekeken wordt. Het voorstel voor een mogelijke Wind op Zee Campus past bovendien uitstekend in de economische visie van de stad waar voor het groeiende aantal inwoners nieuwe banen beschikbaar zullen moeten komen”. In dit rapport is de behoefte geïnventariseerd bij het bedrijfsleven en het onderwijs
door te onderzoeken of er kansen zijn voor een Wind op Zee Campus.
Op basis van de informatie die is opgehaald uit workshops, gesprekken met sta-
keholders en deskstudie kan geconcludeerd worden dat de werkgelegenheid met
betrekking tot ‘Wind op Zee’ en de blauwe economie de komende jaren in de regio Den Haag toe zal nemen. De energietransitie met betrekking tot ‘Wind op Zee’
biedt in de toekomst aan een grote groep mensen werk. De gemeente Den Haag heeft met de haven van Scheveningen een goede kans om een deel van deze
werkgelegenheid naar haar gemeente toe te trekken en biedt een goede voedingsbodem voor publiek-private samenwerking.
Binnen vrijwel alle deelsectoren in de Haagse blauwe economie (energie, voedsel en natuur) wordt de komende jaren een groei verwacht in de werkgelegenheid.
Voor de opkomende markten zoals marine energy, aquacultuur en natuur hebben de bedrijven zelf nog beperkt inzicht in de verwachte vraag naar personeel. Voor
bestaande markten zoals windenergie en visserij is er een beter inzicht. Echter,
veel bedrijven wachten af hoe de markt zich ontwikkelt en gaan pas op zoek naar nieuwe mensen als de nood zich aandient. Hierdoor is nu slechts mogelijk een inschatting te maken met een grote spreiding als indicatie van de verwachte ontwikkeling van de werkgelegenheid.
De vraag naar technisch geschoold personeel overstijgt op dit moment al het
aanbod. De komende jaren zal deze vraag, mede als gevolg van vergrijzing en de opgave in de energietransitie, alleen maar verder toenemen. ‘Wind op zee’ zal hierin een belangrijk deel voor haar rekening zal nemen. Alle stakeholders
Kansen voor de ontwikkeling van een Wind op zee Campus in Scheveningen
3
erkennen deze uitdaging. Ondanks dat de uitbreidingsvraag een gegeven feit is,
blijkt binnen de markt een grote mate van onzekerheid en aarzeling voor het op-
zetten van een Wind op Zee Campus. Tijdens de georganiseerde workshops kon
dit niet concreet gemaakt worden. Bedrijven zijn zeker bereid om mee te denken
en een bijdrage te leveren, maar zoeken nog hun rol in het werven en opleiden van toekomstig personeel.
Een praktijkcentrum, als praktische uitwerking, wordt door zowel bedrijven als jon-
geren als goed initiatief gezien om zichtbaarheid te geven aan de kansen voor werk op zee. Op dit moment blijkt er echter nog beperkt commitment en eige-
naarschap bij de betrokken bedrijven om dit praktijkcentrum van idee naar reali-
satie te brengen. Bedrijven richten zich voor hun personeelsbeleid vaak meer op
de korte termijn, terwijl het praktijkcentrum uitgaat van een lange termijnvisie en
het vroegtijdig interesseren van de jeugd. Gezien de verwachte vraag naar personeel is het dan ook belangrijk dat er nu vanuit deze lange termijnvisie gewerkt wordt om de komende jaren te zorgen voor voldoende personeel in 2030 en daarna.
Aanbevelingen In het rapport benoemen we een drietal aanbevelingen op basis waarvan de Wind op Zee Campus zich kan ontwikkelen. Dit zijn: 1.
Versterking positionering van Impact City en Campus@Sea:
In aansluiting op de eerste workshop wordt hierin doorgepakt op de kans die Den Haag met hogescholen en universiteiten en het achterland van
Delft, Leiden en Rotterdam biedt aan innovatie en de positionering hiervan
naar buiten;
2. Een impuls organiseren aan bestaande onderwijsstructuur:
Een aanpak waarbij optimaal benutting van- en samenwerking met mbo-
en hbo-onderwijs, zonder structurele wijzigingen te beogen;
3. Wanneer 1 en 2 succesvol: doorwerken naar een fysieke Wind op Zee Cam-
pus: een uitvoeringsplaats waar onderwijs wordt in combinatie van werken en leren georganiseerd
Kansen voor de ontwikkeling van een Wind op zee Campus in Scheveningen
4
Inhoudsopgave Managementsamenvatting ............................................................................................................................. 3 1
Introductie ....................................................................................................................................................7 1.1
Inventarisatie van kansen.................................................................................................................................................... 7
1.3
Haven & logistiek........................................................................................................................................................................8
1.2
1.4
1.5
1.6 1.7
1.8
2
2.2
Actualiteit ...................................................................................................................................................................................... 15 Scope en Werkwijze................................................................................................................................................................ 17
Ruwe schets van de kansen toegespitst op Den Haag ................................................................................. 18 Groeiverwachting sectoren blauwe economie .................................................................................................. 20
De arbeidsmarkt in Den Haag en omstreken ...................................................................................................... 37
3.3
Zijinstroom .................................................................................................................................................................................... 51
Aanbod uit het onderwijs .................................................................................................................................................. 40
Marketing en positionering: vinden boeien binden .......................................................................... 53 4.1
Doelgroep: Generatie Z ....................................................................................................................................................... 54
4.3
Stap 2: Boeien ............................................................................................................................................................................ 57
4.4 4.5
Stap 1: Vinden ............................................................................................................................................................................ 55 Stap 3: Binden ........................................................................................................................................................................... 59 Stap 4: Beginnen .....................................................................................................................................................................60
Conclusie ................................................................................................................................................... 62 5.1
Deelconclusie 1: Prognose werkgelegenheid ....................................................................................................... 62
5.3
Deelconclusie 3: Marketing en positionering ....................................................................................................... 63
5.2
5.4
6
De duurzame blauwe economie .................................................................................................................................... 11
3.1
4.2
5
Inwoners Den Haag ................................................................................................................................................................. 11
Aanbod aan de markt ............................................................................................................................. 37
3.2
4
Bereikbaarheid en aanrijdtijd .......................................................................................................................................... 10
Prognose werkgelegenheid Den Haag.................................................................................................. 18 2.1
3
De stad..............................................................................................................................................................................................8
Deelconclusie 2: Aanbod aan de markt .................................................................................................................. 62
Samenvattende conclusie ...............................................................................................................................................64
Aanbevelingen ......................................................................................................................................... 66 6.1
Aanbeveling 1: Versterking positionering van Impact City en Campus@Sea ...............................66
6.3
Aanbeveling 3: Realisatie Wind op Zee Campus............................................................................................... 70
6.2
6.4
Aanbeveling 2: Impuls aan bestaand onderwijs ............................................................................................... 67
De toekomst tegemoet ....................................................................................................................................................... 73
Kansen voor de ontwikkeling van een Wind op zee Campus in Scheveningen
5
7
Bijlagen ...................................................................................................................................................... 80 7.1
Werkwijze van het onderzoek ......................................................................................................................................... 80
7.3
Groeiverwachting overige sectoren blauwe economie ............................................................................... 83
7.2
7.4 7.5
7.6
Overzicht deelnemers workshop en bilaterale gesprekken....................................................................... 82 Leerlingaantallen Haaglanden voortgezet onderwijs ....................................................................................88 Aantallen vmbo-leerlingen in leerjaar 3 en 4......................................................................................................89
Aantal leerlingen vmbo-techniek per school en per opleiding in 2021 in Haaglanden. .........90
7.7
Leerlingaantallen MBO in Zuid-Holland (1 okt 2020) ........................................................................................ 91
7.9
Landelijke studenten verdeling in het hbo (okt 2020) ...................................................................................96
7.8 7.10 7.11
Deelnemersaantallen ROC Mondriaan technische opleidingen naar niveau (okt 2020) ..... 92 HBO-Studentenverdeling in Zuid-Holland (okt 2020) ....................................................................................96
Studentenaantallen technisch hbo in Zuid-Holland 2016 - 2020 (1 okt 2020)............................... 97
Kansen voor de ontwikkeling van een Wind op zee Campus in Scheveningen
6
1 Introductie
Vanuit de doelstellingen van het klimaatakkoord is de transitie ingezet naar duur-
zame energie. Er wordt gekeken naar elektrificatie, groene elektronen (elektriciteit)
en groene moleculen (waterstof). Offshore wind speelt een sleutelrol in de energietransitie en de transformatie van de industrie. Waar er nu 2,5 GW aan opge-
steld windvermogen staat in het Nederlandse deel van de Noordzee versnellen we naar 21,5GW in 2030. Meervoudig ruimtegebruik, natuurinclusiviteit, digitalisering
(security), kunstmatige intelligentie, systeemintegratie, waterstof, opslag en circu-
lariteit vragen om kennis en innovatiekracht. Naast de noodzaak voor goede op-
leidingen en goed personeel, denk hierbij aan het onderhouden van deze energiecentrales op zee, ontstaan er nieuwe kansen en nieuwe markten. Een blauwe economie!
Deze blauwe economie creëert een grote groei in de vraag naar personeel. Op dit
moment wordt er al een grote groei verwacht in de werkgelegenheid van offshore wind, waar naar verwachting in 2030 15.0001 banen nodig zijn. Om de mensen
hiervoor op te leiden zijn binnen Nederland al enkele gespecialiseerde opleidin-
gen, maar deze kunnen naar verwachting niet voldoen aan de grote vraag naar
personeel. Daarnaast ontstaan er ook nieuwe beroepen in aanpalende sectoren
die nu pas net begonnen zijn. Denk daarbij aan drijvende zonneparken, visserij in windparken en zeewierkwekerijen. Op dit moment vindt er al veel ontwikkeling
plaats in Den Haag binnen deze sectoren, die vaak gecombineerd worden met
wind op zee. Daarom worden in dit rapport ook de ontwikkelingen die waarschijnlijk toegepast gaan worden in toekomstige windparken meegenomen.
1.1
Inventarisatie van kansen
Om meer inzicht te krijgen in de kansen voor een Wind op Zee Campus is dit rap-
port opgesteld. Vertrekpunt vanuit de Gemeente Den Haag is daarbij: “De beschik-
baarheid van talent is één van de belangrijkste zo niet het belangrijkste thema voor het bedrijfsleven om de ambities voor de energietransitie waar te kunnen
maken. Er zijn veel mensen nodig en Den Haag als wereldstad aan zee met een
groot reservoir aan talent, is een potentiële leverancier waar met veel interesse
vanuit het bedrijfsleven naar gekeken wordt. Het voorstel voor een mogelijke Wind op Zee Campus past bovendien uitstekend in de economische visie van de stad
waar voor het groeiende aantal inwoners nieuwe banen beschikbaar zullen moeten komen.
1
https://www.kustcoalitie.nl/probleemstelling/
Kansen voor de ontwikkeling van een Wind op zee Campus in Scheveningen
7
De gemeente Den Haag wil de economische structuur verdiepen, verbreden, vernieuwen en opschalen en daarbij een belangrijke bijdrage leveren aan de ener-
gietransitie. Noordzee werkgelegenheid is daarbij één van de pijlers waarop wordt
ingezet. Onderdeel daarvan is de aansluiting van het beroepsonderwijs op banen in onder meer de wind op zee sector.” 2 Naar aanleiding van het initiatiefvoorstel
van Groenlinks in de raad van Den Haag inventariseert dit rapport de behoeften
van het onderwijs, bedrijfsleven en overheid met betrekking tot het opzetten van
een Wind op Zee Campus in Scheveningen. De afgelopen drie maanden is daar-
voor een inventarisatie gemaakt van de behoeften, kansen en risico’s voor het op-
richten van een Wind op Zee Campus in Den Haag.
Werkzaamheden die bijdragen aan duurzame ontwikkeling op de Noordzee kunnen worden verzameld onder de term ‘duurzame blauwe economie’. Een duurzame blauwe economie draagt bij aan de verwezenlijking van de agenda voor duurzame ontwikkeling, maar is ook een mogelijk belangrijke leverancier voor
onze middelen van bestaan zoals voedsel en werkgelegenheid. In de blauwe economie komen voedsel, natuur, energie, sport en veiligheid samen. Door de toenemende druk op het ruimtegebruik op land en op zee en de daarmee samenhan-
gende druk op het milieu, wordt de noodzaak van een holistische benadering met
meerdere doelstellingen voor het plannen en beheren van onze zeeën en oceanen steeds belangrijker. In de praktijk wordt hierbij gebruik gemaakt van meervoudig ruimtegebruik, waarbij meerdere economische activiteiten samen komen in een gebied, ook bekend als een maritiem bedrijventerrein. De komende jaren zullen
dan ook in het teken staan van de transitie naar een ‘duurzame blauwe economie’.
1.2 De stad
Den Haag heeft een unieke ligging als enige grote Nederlandse stad aan zee. Het
is dan ook vanzelfsprekend dat de zee verweven zit in de cultuur van Den Haag. De ambitie opgesteld vanuit de gemeente om het kustgebied in en rondom Den
Haag te ontwikkelen tot een (inter)nationale hotspot waar innovatie en economische kennis gericht op duurzaam meervoudig gebruik van de Noordzee samenkomt, sluit hier dan ook erg goed op aan.
1.3 Haven & logistiek
De zeehaven van Scheveningen ligt direct aan de Noordzee en centraal aan de Nederlandse kust. De gevestigde zeehavens in Nederland met betrekking tot
2
Preadvies initiatiefvoorstel ‘Maak werk van energie; een wind op zee campus op Scheveningen’, 29 oktober 2021,
Gemeente Den Haag DSO/10169308 RIS305360,
Kansen voor de ontwikkeling van een Wind op zee Campus in Scheveningen
8
offshore activiteiten zijn de Port of Amsterdam, Port of Rotterdam, Zeeland Se-
aports (Vlissingen), IJmuiden, Den Helder en Eemshaven, welke zich allen focussen op het ontplooien van de nodige activiteiten rondom offshore wind met ieder hun eigen specifieke kenmerken.
In Figuur 1 zijn de kenmerken en liggingen van de andere havens weergeven, sa-
men met de huidige en toekomstige windgebieden. De grijze gebieden in de kaart
zijn de windgebieden waarin opgeteld 10,6 GW wind op zee wordt gebouwd. De
opschaling naar 21,5 GW zal plaatsvinden in de oranje gebieden. De groene lijnen
verbinden de havens waar vandaan gebouwd wordt of onderhoud plaatsvindt met de verschillende bestaande windparken.
Figuur 1: Overzicht (toekomstige) windenergiegebieden en betrokken havens. Bron: RVO, bewerking door auteurs.
De haven van Scheveningen is volop in ontwikkeling. De visserij, havengebonden dienstverlening, offshore support, watersport en vernieuwingen staan hierbij
Kansen voor de ontwikkeling van een Wind op zee Campus in Scheveningen
9
voorop. Samenwerking tussen bedrijven, overheden en kennisinstellingen gericht
op kust- en zee activiteiten neemt toe. Onderdeel hiervan is Campus@Sea. Zij beoogt een inspirerende, missie gedreven en natuur inclusieve leer-, werk- en inno-
vatieomgeving te bieden op zee voor de kust van Den Haag en in de Haven van
Scheveningen rondom het thema meervoudig gebruik van de zee. De gemeente
Den Haag en de provincie Zuid-Holland ondersteunen de ontwikkeling van de haven van Scheveningen tot campus om als stad en provincie samen met belang-
hebbenden een betere uitgangspositie te creëren om bij te dragen aan de grootschalige ontwikkelingen op de Noordzee op het gebied van energie, voedsel en
natuur. De ambitie van Campus@Sea is om een belangrijke bijdrage te leveren
aan de ontwikkeling van een duurzame blauwe economie door een innovatiehub te starten die zich richt op innovatie in en rond de zee.
De huidige ontwikkeling van de haven biedt een mooie kans voor zowel het prak-
tijkcentrum alsmede Campus@Sea. Kijkend naar de mogelijkheden en positie ten opzichte van andere zeehavens is het aannemelijk dat Den Haag met name ge-
schikt is voor de kennisintensieve- en operationele diensten en onderzoek en experimenten. Dit geldt ook op de offshore site voor de kust, met betrekking tot de
blauwe economie. Voor constructie en installatie activiteiten zijn Vlissingen, IJmuiden en Eemshaven reeds de toonaangevende havens.
1.4 Bereikbaarheid en aanrijdtijd
Er bestaat bij velen de indruk dat zowel de visserij als de offshore op Scheveningen kwetsbare sectoren zijn. Dit komt mede door de moeilijke bereikbaarheid voor groot materieel vanaf de landzijde van het Havenkwartier. Bereikbaarheid en
ruimte waren ook precies die twee factoren waardoor de Norfolkline in 2005 Scheveningen verlaten heeft. 3 Voor sommige partijen heeft dit een negatieve impact op het vestigingsklimaat, wat op termijn zou kunnen betekenen dat ook andere
bedrijven de haven verlaten en enkel de jachthaven van Scheveningen overblijft.
Aan de andere kant is de bereikbaarheid van Scheveningen voor personen zeer
goed. De stad en woonwijken van Scheveningen sluiten naadloos aan op de haven van Scheveningen. Dit betekent dat er een grote groep aan potentiële werknemers op korte reistijd woont van de haven, in tegenstelling tot bijvoorbeeld de Maasvlakte. Voor deze reistijd kan men in Den Haag kiezen uit verschillende vormen van vervoer. Als groene stad zijn er veel mogelijkheden met de fiets, OV en
deelscooter, naast gebruik van de auto. Dit betekent dat voor bedrijven die vooral
afhankelijk zijn van mensen, en minder van groot materieel, de haven van
3
Bron: Convenant Scheveningen Haven, 17 juni 2020, Gemeente Den Haag
Kansen voor de ontwikkeling van een Wind op zee Campus in Scheveningen
10
Scheveningen juist grote kansen biedt door het grote potentieel aan arbeids-
krachten in de buurt.
1.5 Inwoners Den Haag
Den Haag telde op 2021 548.320 inwoners en is daarmee de derde stad van Nederland. Daarnaast is Den Haag van oudsher het centrum van de Nederlandse
politiek. De werkgelegenheid bestaat vooral uit overheid en belangenorganisaties,
zakelijke diensten en detailhandel en horeca. 4
Inmiddels heeft meer dan de helft van de inwoners een migratieachtergrond5, na-
melijk 55,6%. Den Haag is samen met Amsterdam de gemeente met het hoogste percentage inwoners met een migratieachtergrond.
29,1% van de inwoners van Den Haag is jonger dan 25 jaar, iets hoger dan het ge-
middelde van Nederland. Volgens de gemeente kent Den Haag het hoogste percentage jongerenwerkloosheid van Nederland.
1.6 De duurzame blauwe economie
De zee is van oudsher een belangrijke bron van de economie in Scheveningen. Al eeuwenlang wonen vissersfamilies hier, en verdienen zij hun geld op zee. Echter,
de afgelopen eeuw zijn er veel activiteiten op zee bij gekomen. Olie- en gaswinning, oefengebieden voor defensie, natuurgebieden en nu nieuwkomers zoals
wind op zee. In de komende jaren zullen nieuwe sectoren aanspraak maken op het medegebruik van de Noordzee. Innovaties zoals zeewierteelt en getijdencentrales
zullen op zoek gaan naar de juiste locaties voor hun activiteiten. Tezamen staan al deze economische activiteiten bekend als de blauwe economie. Wat is de blauwe economie? De blauwe economie bestaat onder andere uit visserij, toerisme, havens,
scheepvaart en scheepsbouw, transport, maar ook nieuwe gebruikers: aqua-
cultuur, blauwe biotechnologie, ontginnen van de zeebodem en hernieuwbare energie (wind, getij, golven). Al deze sectoren (in combinatie met natuurbescherming) worden samen de “blauwe economie” genoemd.” - SDG Nederland
4 5
Bron: https://denhaag.incijfers.nl/dashboard/Overzichten/Werk-en-inkomen/ (geraadpleegd maart 2022). Bron: https://denhaag.incijfers.nl/dashboard/Overzichten/Bevolking/ (geraadpleegd maart 2022)
Kansen voor de ontwikkeling van een Wind op zee Campus in Scheveningen
11
De economische kansen van de wereldwijde blauwe economie zijn enorm. In het rapport ‘Ocean’s future to 2050 – a sectoral and regional forecast of the Blue
Economy’ van DNV GL (2021) is een voorzichtige inschatting gemaakt van de economische impact. Dit laat zien dat er jaarlijks tot 2050 tussen de 450-700 miljard
aan investeringen wordt gedaan, naast 700-900 miljard aan operationele uitga-
ven (zie Figuur 2).
Figuur 2: Jaarlijkse wereldwijde investeringen en operationele uitgaven in de blauwe economie tot 2050. Bron: Ocean’s future to 2050 – a sectoral and regional forecast of the Blue Economy (2021) door DNV
Binnen Nederland gaat de meeste aandacht uit naar wind op zee. Als grootste
nieuwe speler zal zij ook een dominante rol gaan spelen op de Noordzee. De doelen voor wind op zee zijn een gevolg van het Parijsakkoord (2015) en daaruit volgende Klimaatakkoord (2019), welke inmiddels verder wordt aangescherpt door de huidige regering.
Op dit moment staat er in Nederland 2,5 GW aan windvermogen op zee. De hui-
dige plannen tot 2030, samengevat in de Routekaart 2030, gaan uit van 10,6 GW aan vermogen. Het huidige kabinet heeft al aangekondigd dit doel te verhogen,
tot 21,5 GW. Dit mede naar aanleiding van aangescherpte doelen vanuit de Europese Unie en de snelgroeiende wens naar meer energie-onafhankelijkheid.
De scenario’s tot 2050 laten zien dat er na 2030 nog een grotere versnelling plaats zal moeten vinden. In het slechtste geval zal er in 2050 slechts 38 GW aan wind op
zee staan, maar in de optimistische scenario’s gaat men al uit van 72 GW. Volgens
sommigen is het zelfs mogelijk om 100 GW te bouwen in de Nederlandse Noordzee, zolang er maar slim wordt omgegaan met de ruimte op de Noordzee. Hiervoor zullen grote investeringen nodig zijn, zoals te zien is in Figuur 3 en Figuur 4:
Kansen voor de ontwikkeling van een Wind op zee Campus in Scheveningen
12
Jaarlijkse wereldwijde investeringen in wind 120 100 80 60 40 20 0 2020
2030
2050
Annual investments (billion $ per year
Figuur 3: Jaarlijkse wereldwijde investeringen in wind. Bron: Future of Wind, IRENA (2019)
Figuur 4: Jaarlijkse investeringen in offshore wind. Bron: WindEurope.
Met het toevoegen van windenergie aan de gebruikers van de Noordzee wordt
deze steeds voller. Om optimaal gebruik te maken van de kansen van de blauwe
economie is het van belang om functies te combineren en te gaan voor meervoudig ruimtegebruik, door bijvoorbeeld zeewierkweek en natuurversterking te combineren met wind. Dit is een nieuwe tak van sport, en biedt dus kansen voor de Gemeente Den Haag. North Sea Farmers heeft hiervoor de eerste stap al gezet met
het offshore test-bed voor de kust van Scheveningen waar nieuwe innovaties met
betrekking tot de blauwe economie getest kunnen worden.
Kansen voor de ontwikkeling van een Wind op zee Campus in Scheveningen
13
Ook voor de visserij van Scheveningen liggen er kansen in de blauwe economie,
specifiek binnen de aquacultuur. Aquacultuur omvat de teelt van aquatische or-
ganismen zoals vissen, schaaldieren, schelpdieren, waterplanten en algen. In on-
derstaande afbeelding is de groei van de aquacultuursector zichtbaar in vergelijking met de totale visserij en marine visserij tot 2050.
Figuur 5: Verwachte groei in opbrengsten aquacultuur en visserij tot 2050 in miljoenen
tonnen. Bron: DNV. Ocean’s future to 2050 – a sectoral and regional forecast of the Blue
Economy (2021)
Deze nieuwe vormen van visserij en voedselvoorziening kunnen goed gecombineerd worden met onder andere windparken op zee. Onderzoek naar de beste
manier om dit te doen vindt plaats door partijen zoals de North Sea Farmers, die de mogelijkheden onderzoeken voor het kweken van zeewier als oplossing voor
het behalen van de klimaatdoelen. Zij opereren al vanuit de haven van Scheveningen.
De doelstellingen en ambities van de verschillende offshore sectoren voor een
duurzame ontwikkeling zijn helder. Het halen van de doelstellingen is echter nog
niet zo makkelijk. Plannen worden vaak gemaakt, maar uiteindelijk zijn er mensen nodig die het werk gaan verzetten. Daar ligt de echte uitdaging voor de blauwe economie.
Kansen voor de ontwikkeling van een Wind op zee Campus in Scheveningen
14
1.7 Actualiteit
De transitie naar de duurzame blauwe economie gebeurt wereldwijd over een langere periode. De veranderingen die hier plaatsvinden zijn dus ook pas op langere termijn zichtbaar. Op dit moment, als gevolg van de recente ontwikkelingen in Oekraïne, zijn er een aantal grote veranderingen die direct invloed hebben op hoe wij kijken naar onze Noordzee en de kansen die daarbij opduiken. Wij lichten hier drie onderwerpen kort uit om inzicht te geven in de ontwikkelingen en wat dit betekent voor de partijen die actief zijn in de blauwe economie.
Onafhankelijke Duurzame energie
In 2020 was de Europese Unie voor 57% van haar energiebehoefte afhankelijk van landen buiten de EU.6 Een groot deel werd geïmporteerd uit Rusland. Met de hui-
dige oorlog in Oekraïne wordt de roep om energieonafhankelijkheid vanuit de EU
ook steeds groter. Daarom heeft de EU op 8 maart het REPowerEU programma gepresenteerd, waarmee men uiterlijk in 2030 van het Russisch gas af wil zijn. 7
Om dit voor elkaar te krijgen wil de Europese Commissie de snelheid waarmee duurzame energie wordt uitgerold verhogen met 20% extra per jaar. Daarnaast wordt er een ‘waterstofversneller’ ingezet, waarmee men in 2030 5 miljoen ton extra duurzame waterstof in Europa wil produceren. Naar verwachting is hiervoor nog een additionele 80 GW aan duurzame opwek nodig. Beide plannen bieden grote kansen voor in eerste instantie wind op zee. De EU ziet dit namelijk als een van de belangrijkste leveranciers van groene energie in de energietransitie. Vertaald naar de Nederlandse markt betekent dit een versnelde uitrol van wind op zee. In het kader van de versnelling richting 2030 heeft Nederland al aangegeven dat er in 2030 in totaal 21,5 GW aan wind op zee moet staan. Daar bovenop zou mogelijk nog een extra vraag naar meer kunnen komen door het additionele vermogen wat gevraagd wordt voor de opwek van waterstof. Voor Den Haag ligt hierbij de kans om meer windparken te gaan onderhouden vanuit de haven van Scheveningen. Daarnaast draait het in de nieuwe windparken het ook steeds meer om efficiënt meervoudig ruimtegebruik. Voedselvoorziening, alternatieve vormen van energieopwekking en natuurversterking moet hierin allemaal samen gaan komen. Voedsel (anders dan actieve visserij) en duurzame energieopwekking (anders dan wind) zitten nog vrij vroeg in hun ontwikkeling.
Met partijen als North Sea Farmers en DMEC heeft Den Haag hiermee de kans om deze kennis verder te ontwikkelen, en vervolgens te exporteren naar de rest van de wereld. Hiermee zou Scheveningen eenzelfde rol kunnen pakken als de
6
https://ec.europa.eu/eurostat/statistics-explained/index.php?title=Energy_production_and_imports
7
https://ec.europa.eu/commission/presscorner/detail/nl/ip_22_1511
Kansen voor de ontwikkeling van een Wind op zee Campus in Scheveningen
15
kassenbouwers in het Westland. Zij exporteren de hier ontwikkelde kennis over de hele wereld, en zorgen daarmee voor zowel een economische impuls als banen.
Cyber & Security
Veiligheid speelt zich steeds vaker af in het digitale domein. Criminaliteit en oorlogsvoering gaan steeds vaker via digitale middelen. Denk daarbij aan via phishing 8 om gegevens te achterhalen om hiermee geld afhandig te maken, of door grootschalige digitale aanvallen te plegen op infrastructuur waarmee bijvoorbeeld oliepijpleidingen worden platgelegd 9. De energie infrastructuur werd dan ook in 2019 al genoemd als nummer 1 doel voor cyberaanvallen, en de afgelopen jaren heeft het deze koppositie vastgehouden, waarbij er ook steeds vaker wordt gewezen naar Statelijke actoren die deze aanvallen plegen.10 Ook op de Noordzee worden de risico’s steeds groter. Er lopen al diverse stroomkabels en pijpleidingen over de bodem van de Noordzee. Deze verbindingen zor-
gen ervoor dat de energie die we opwekken op zee naar land kan, en eventueel ook weer verder gedeeld kan worden met andere landen. Daarnaast liggen er ook veel andere kabels op de Noordzee, o.a. om internetverbindingen mogelijk te maken naar Amerika. Ook zijn er ook nog een groot aantal (onbemande) gasplatforms, een immer groeiend aantal windmolens en transformatorplatforms wat hierbij hoort, wat al met al leidt tot een grote hoeveelheid potentieel kwetsbare infrastructuur op onze Noordzee. Deze infrastructuur kent, naast digitale aanvallen, ook een tweede kwetsbaarheid. Al dan niet bewust bestaat de kans dat de infrastructuur fysiek beschadigd raakt 11.
Zo raakte deze winter nog een schip op drift in een storm, wat leidde tot flinke schade in een windmolenpark in aanbouw 12. Met de verwachte groei in transport-
stromen en het in de vaart komen van autonoom varende schepen 13 zal dit risico alleen nog maar verder groeien. Want hoe zorg je ervoor dat een schip zonder kapitein aan boord niet digitaal van koers wordt gebracht? Ook hier ligt een kans voor Den Haag. Al jarenlang werkt de gemeente aan haar positie als stad van Vrede en Recht. Bijvoorbeeld door het Internationaal Strafhof,
8
https://www.politie.nl/onderwerpen/phishing.html
9
https://nos.nl/artikel/2379835-oliepijpleidingen-vs-stilgelegd-vanwege-cyberaanval
10
https://www.huntandhackett.com/blog/when-the-lights-go-out-increasing-cyber-espionage-and-disrup-
tion-in-energy-industries
11
12
https://hcss.nl/report/high-value-of-the-north-sea/
https://group.vattenfall.com/nl/newsroom/persbericht/2022/schade-aan-windpark-hollandse-kust-zuid-na-
aanvaring-door-vrachtschip-julietta-d 13
https://www.yara.com/news-and-media/press-kits/yara-birkeland-press-kit/
Kansen voor de ontwikkeling van een Wind op zee Campus in Scheveningen
16
maar ook door ondersteuning te bieden aan The Hague Security Delta14. Een cluster van 275 bedrijven die werken aan meer digitale veiligheid voor Nederland en Nederlandse bedrijven. Binnen dit cluster vindt op hoog niveau onderzoek plaats, worden innovaties verder ontwikkeld en wordt Nederland weerbaarder gemaakt op het gebied van cyberveiligheid. Vanuit de blauwe economie liggen hier ook grote kansen. De infrastructuur op de Noordzee kan op het gebied van veiligheid en cybersecurity nog een belangrijke stap maken. Zeker met de groei van de activiteiten en de risico’s. Wanneer Den
Haag hier een leidende rol in pakt worden er nieuwe kansen voor bedrijven gecreeerd en daarmee nieuwe banen op alle niveaus. De kennis die hiermee wordt op-
gebouwd kan ook weer als exportproduct worden ingezet, waarbij Haagse partijen over de hele wereld zorgen voor meer digitale veiligheid in het energiesysteem.
1.8 Scope en Werkwijze
Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van de Gemeente Den Haag. Er is gekeken naar de kansen voor het opzetten van een Wind op Zee Campus in de haven van Scheveningen. Deze campus richt zich op meervoudig ruimtegebruik op de Noordzee, met specifieke aandacht voor windparken in samenhang met aanvullende kansen in de duurzame blauwe economie. Dit betekent dat naast windenergie ook andere nieuwe energieopwekkende technieken zijn meegenomen, alsmede voedselproductie in windparken. Fossiele energieopwekking is op dit moment ook een belangrijke werkgever in de gemeente Den Haag, net als toerisme en in beperkte mate watertopsport en zodoende dan ook betrokken bij dit onderzoek. De resultaten van deze sectoren zijn echter niet meegenomen in het hoofdrapport, maar ter volledigheid wel in de bijlage opgenomen. Binnen het onderzoek is specifiek gekeken naar de samenwerking met onderwijsinstellingen binnen de stad, waardoor er gekozen is om de link te maken met mbo- en hbo-instellingen. TU Delft is wel betrokken geweest bij het onderzoek als wo-instelling, maar voor het Praktijkcentrum is verder niet gekeken naar de mogelijke kansen voor wo-geschoolden. Om de kansen voor de gemeente Den Haag te onderzoeken zijn er verschillende workshops georganiseerd en gesprekken gevoerd, waarbij informatie is opge-
haald bij een groot aantal stakeholders. Voor de volledige werkwijze zie Appendix 7.1.
14
https://securitydelta.nl
Kansen voor de ontwikkeling van een Wind op zee Campus in Scheveningen
17
2 Prognose werkgelegenheid Den Haag
Volgens het DNV-onderzoek biedt de transitie naar de blauwe economie in de
toekomst aan een grote groep mensen werk. De vraag naar meer onafhankelijk-
heid qua energieopwekking zorgt voor een verdere versnelling van de groei in de werkgelegenheid.
De gemeente Den Haag heeft met de haven van Scheveningen een goede kans
om een deel van deze werkgelegenheid naar haar gemeente te krijgen. Dit hoofd-
stuk biedt een eerste inzicht in deze kansen.
2.1 Ruwe schets van de kansen toegespitst op Den Haag
De economie van Scheveningen kent van oudsher een belangrijke link met visserij. De afgelopen jaren heeft de haven een voorzichtige stap gemaakt naar andere
economische activiteiten in de Noordzee op het gebied van innovatie ontwikke-
ling. Offshore projecten hanteren doorgaans de volgende fases in hun projecten:
Figuur 6: Fases in de ontwikkeling van een offshore project
Onder de stakeholders van de haven is een verdiepende uitvraag gedaan naar de kansen voor nieuwe projecten in en om Scheveningen. Alvorens werd aangeno-
men dat Scheveningen een uitvalsbasis zou kunnen kan zijn voor de operationele
fase van de offshore sector, ook bekend als operation and maintenance fase.
Echter kwam in de verdiepende uitvraag onder de stakeholders naar voren dat de grootste kansen worden gezien in zowel de operationele fase als in de onderzoeksfase van projecten.
In Den Haag vindt momenteel al veel onderzoek plaats naar nieuwe mogelijkhe-
den in de blauwe economie. Organisaties als Dutch Marine Energy Centre (DMEC) en North Sea Farmers hebben hier hun thuisbasis. Vanuit hen vindt er veel onderzoek plaats naar nieuwe vormen van energieopwekking op zee, en anderzijds
voedselwinning op zee. Zij trekken daarmee ook nieuwe partijen aan die actief zijn in deze sectoren en kunnen zo verder zorgen voor een groei in de werkgelegenheid.
Kansen voor de ontwikkeling van een Wind op zee Campus in Scheveningen
18
Aanvullend hierop heeft Den Haag al een zogeheten offshore test-site 15 liggen
voor de kust van Scheveningen. Op 12 kilometer uit de kust ligt een rechthoek van
zes vierkante kilometer waarin innovaties op zee getest kunnen worden. Denk hierbij aan nieuwe manieren van zeewierwinning en zonnepanelen op zee die hier
worden getest. Deze test-site is uniek in Europa, mede door de ligging dichtbij een haven en de vele mogelijkheden die hier geboden worden. De combinatie met de haven van Scheveningen biedt dan ook nieuwe economische kansen.
Figuur 7: Locatie van de offshore test site (rode vlak) t.o.v. Scheveningen haven (bron: North Sea Farmers).
Daarnaast werd door de stakeholders een belangrijke kans gezien in het uitvoeren
van onderhoud vanuit de haven van Scheveningen. Op dit moment vinden er al
tender-services (boottransfers naar olie- en gasplatforms) plaats vanuit de ha-
ven van Scheveningen. In de toekomst zou dit uitgebreid kunnen worden met
transporten naar alle andere activiteiten die plaatsvinden op de Noordzee. De
eerste kanshebber hierbij is wind op zee aangezien deze het meest concreet zijn
met hun plannen op dit moment. Maar ook voor zeewierboeren, passieve vissers
(vissen met kooien) en alle andere activiteiten waarvoor mensen nodig zijn op zee ligt er een kans in Scheveningen. Veel van dit werk bevindt zich op MBO-niveau, wat goed aansluit bij het opleidingsniveau van de doelgroep in dit onderzoek.
Naast het werk op zee kent de blauwe economie ook genoeg banen op land. Den
Haag kent al belangrijke spelers als Shell, Siemens Gamesa Renewable Energy en
15
https://www.northseafarmers.org/offshore-test-site
Kansen voor de ontwikkeling van een Wind op zee Campus in Scheveningen
19
McDermott binnen zijn grenzen, die allen werk bieden aan enkele duizenden mensen. Veel van het werk wat deze partijen uitvoeren heeft een link met zee, en hun
kennis kan dan ook zeer waardevol zijn voor nieuwe sectoren op de Noordzee. Veel
van dit werk zit in het monitoren van assets op zee, naast het ontwerpen van alles
wat er op zee te vinden is. Naast de hier benoemde fases zit er ook nog werk in de ontwikkeling, bouw en ontmanteling van projecten op zee. De verschillende sta-
keholders zagen hier echter weinig tot geen kansen in. Dit komt mede door de re-
latief kleine haven in Scheveningen. Voor bouw en ontmanteling is vaak veel ka-
deruimte nodig en dat is niet beschikbaar in Scheveningen. Voor ontwikkeling van projecten is een haven ook vaak geen vereiste. Dit werk vindt voor het overgrote
merendeel plaats op kantoor. Kennisuitwisseling kan voor bedrijven nog wel een
doorslaggevende factor om zich alsnog in Den Haag te vestigen, wat betekent dat hier ook een kleine kans ligt.
2.2 Groeiverwachting sectoren blauwe economie
In veel sectoren in de blauwe economie is de komende jaren een groei te zien. Veel van dit werk bevindt zich op mbo-niveau, wat goed aansluit bij het oplei-
dingsniveau van de doelgroep in dit onderzoek. Om een betere inschatting te kunnen maken van de potentiële vraag naar personeel is er een uitvraag gedaan bij de verschillende stakeholders waarmee een eerste inschatting is gemaakt van wat voor werkzaamheden er plaatsvinden in de verschillende sectoren.
Voor de inhoud van de werkzaamheden is gekeken naar het type werkzaamhe-
den, de voertaal en gewenst opleidingsniveau. Voor het verwachtte aantal banen
hebben de stakeholders voor hun eigen sector het huidige aandeel van Den Haag in de totale werkgelegenheid in de sector in Nederland aangegeven. Daarnaast
hebben ze een groeiverwachting voor de werkgelegenheid tot 2030 in Den Haag in hun sector gegeven. Als laatste hebben ze een range gegeven van het totaal
aantal banen in hun sector in Nederland in 2030. In de tabellen zijn zowel de minimale als maximale schattingen opgenomen.
Voor de inschatting van de werkgelegenheid in Den Haag in het jaar 2030, is de
range van het totaal aantal banen in Nederland in een specifieke deelsector van de blauwe economie in het jaar 2030 vermenigvuldigd met het huidige percen-
tage van de werkgelegenheid in deze deelsector in Den Haag. Daarbij is de aangenomen dat in heel Nederland de sector even hard groeit als in Den Haag. Dat wil zeggen, het aandeel van de werkgelegenheid in een sector in Den Haag is in
2030 even groot als het huidige aandeel. Voor een aantal sectoren is deze aan-
name conservatief omdat zij op dit moment aan hun groei zijn begonnen in Den
Haag en er nog veel onduidelijk is over hun groeipad. Dit betekent dat deze zowel
Kansen voor de ontwikkeling van een Wind op zee Campus in Scheveningen
20
hoger als lager kan uitvallen dan de schattingen. Voor elke sector is aan stakehol-
ders die hebben deelgenomen aan de workshop, hun best mogelijke inschatting
gevraagd. Hierbij zat in sommige gevallen een (zeer) groot verschil tussen de in-
schattingen van de deelnemers. Door dit grote verschil in inschattingen is beslo-
ten om een range aan mogelijkheden van het aantal banen in Den Haag in 2030
weer te geven en geen absoluut getal. In de volgende paragrafen worden de sec-
toren die in relatie staan tot de uitrol van de wind op zee doelstellingen en meervoudig ruimtegebruik behandeld. De overige sectoren die onderdeel uitmaken
van de blauwe economie zijn toegelicht in paragraaf 7.3.
In algemene zin kwam naar voren dat voor de opkomende markten zoals marine
energy, voedsel en natuur de partijen zelf nog geen inzicht hadden in veel van
deze kenmerken, laat staan de verwachte vraag naar personeel. Voor bestaande
markten zoals windenergie, olie en gas en visserij is hier wel goed zicht op. Aan de hand hiervan kan al wel een eerste inschatting worden gemaakt van de te ver-
wachten werkzaamheden in gelijkende sectoren in de blauwe economie. De vraag naar personeel en op welke termijn deze komt is hieruit echter niet af te leiden.
Hierdoor is in het overzicht een grote range aan mogelijke uitkomsten opgegeven, waarbij nog onvoldoende inzichtelijk kan worden gemaakt welke kant de ontwikkelingen opgaan.
Offshore Wind Energie
Groeiverwachting algemeen Offshore wind zal zich de komende jaren ontwikkelen tot een grote bron van duur-
zame energie in Europa. Op dit moment staat er ongeveer 25 GW aan wind op zee, wat in 2030 zal doorgroeien tot 135 GW volgens de laatste inschattingen van
WindEurope. Nederland zal hiervan 21,5 GW voor haar rekening nemen volgens de huidige plannen, waarvan tot op heden 2,5 GW is gebouwd.
Kansen voor de ontwikkeling van een Wind op zee Campus in Scheveningen
21
Figuur 8: Verwachte groei van offshore wind in Europa tot 2030 (bron: WindEurope)
Om deze groei mogelijk te maken wordt er naar verwachting de komende jaren
veel geïnvesteerd in specialistische schepen voor bouw en onderhoud van windturbines. De grootste investeringen zullen gedaan worden in nieuwe schepen om de almaar grotere turbines mee te kunnen installeren. Qua aantallen wordt de
grootste groei verwacht in kleinere schepen die kunnen ondersteunen bij bouw en
onderhoud. Vaak gaat dit over Crew Transfer Vessels (CTV’s), die personeel vanuit
de haven naar het windpark heen en weer brengen. Dit zijn relatief kleine schepen,
waarbij er per windpark één tot twee worden ingezet.
Kansen voor de ontwikkeling van een Wind op zee Campus in Scheveningen
22
Figuur 9: De verwachte groei in schepen tot 2050, gemeten als totale gewicht van de schepen. Bron:
DNV. Ocean’s future to 2050 – a sectoral and regional forecast of the Blue Economy (2021)
Groeiverwachting Den Haag
Zoals door de verschillende stakeholders is aangegeven, liggen de grootste kan-
sen voor offshore windenergie op het gebied van operation and maintenance van windparken. Werknemers die het onderhoud uitvoeren worden middels crew
transfer vessels (CTV’s) naar de windparken vervoerd. Voor Den Haag ligt de
grootste groeikans in de vraag naar gespecialiseerde kleine boten die crew transfers kunnen uitvoeren. De haven van Scheveningen kent nu met Rederij Groen al
één van de grootste spelers in Nederland op dit gebied. Met de verdere groei van offshore energieopwekking levert dit een goede groeikans op. Daarnaast experi-
menteren Demcon en TNO met autonoom varende schepen en inspecties van offshore infrastructuur. Er bestaat een mogelijkheid voor Den Haag om de aansturing hiervan vanuit de haven te gaan doen.
Kansen voor de ontwikkeling van een Wind op zee Campus in Scheveningen
23
“De windsector groeit de komende jaren uit tot de grootste werkgever in de
blauwe economie in Nederland. Met onze nieuwe windparken starten we duurzame economie op zee, en daarmee creëren we duizenden banen voor men-
sen die willen bijdragen aan een betere wereld. Laten we samen aan de slag gaan om al deze mensen naar onze mooie sector te trekken!” - Hans Timmers, Bestuursvoorzitter NWEA
Type werkgelegenheid Wind op zee werkt volgens de eerdergenoemde vier fases, waarbij er een onderscheid te maken is tussen werkzaamheden op land en werkzaamheden op zee.
In de ontwikkelingsfase zijn de activiteiten op zee voornamelijk gericht op het onderzoeken van de zeebodem. Hierbij zijn een aantal gespecialiseerde onderzoe-
kers aan het werk vanaf een schip. De verdere analyse, inclusief de analyse en het ontwerpen van de windparken vindt plaats op land. Het grootste deel van de werkgelegenheid in deze fase bevindt zich dan ook op hbo- en wo niveau en wordt uitgevoerd vanuit kantoren.
In de bouwfase worden veel mbo opgeleide werknemers ingezet om de daadwer-
kelijke installatie van funderingen, kabels en turbines op zee te doen. Deze werknemers werken in een 2 weken op – 2 weken af rotatieschema en werken en slapen
die twee weken op een installatieschip. Op land worden er daarnaast door mbo geschoolde werknemers funderingen in elkaar gezet.
Bij zowel de werkzaamheden op land als op zee zijn projectmanagers, kwaliteitsin-
specteurs en veiligheidskundigen aan de slag. Deze beschikken vaak over hbo- en wo-opleidingen. Afhankelijk van de locatie gaan zij dagelijks naar hun werk heen en weer of verblijven zij ook voor langere tijd op een schip.
Tijdens de operation en maintenance fase worden veelal mbo opgeleide werkne-
mers ingezet voor het dagelijkse- en storingsonderhoud aan de windparken. Hun werkzaamheden zijn technisch van aard en richten zich op alle onderdelen van
het windpark. Bij windparken relatief dicht bij de kust worden de monteurs dage-
lijks heen en weer gevaren met een CTV. Deze diensten duren vaak 12 uur en kennen een 4 dagen op, 4 dagen af rotatieschema. Voor windparken die verder van
de kust liggen wordt een SOV ingezet. Dit zijn schepen die langere tijd uit de haven zijn. Werknemers overnachten ook op deze schepen en volgen een 2 weken op, 2 weken af rotatieschema. Deze schema’s, in combinatie met het zware werk aan
Kansen voor de ontwikkeling van een Wind op zee Campus in Scheveningen
24
de grote machines, zorgt ervoor dat de fysieke belasting van deze werknemers hoog is.
De technici die het onderhoud plegen moeten beschikken over een aantal aanvullende certificaten en opleidingen bovenop hun reguliere mbo4 opleiding. Dit
zijn onder andere GWO (safety trainings Global Wind Organisation), VCA (basisveiligheidstraining voor de bouw in Nederland), werken op hoogte en werken in beperkte ruimtes. Daarnaast worden de monteurs elke twee jaar onderworpen
aan een strenge medische keuring. Dit is om te voorkomen dat zij op zee geholpen moeten worden met medische problemen die vooraf bekend zijn.
Daarnaast worden de turbines op land in de gaten gehouden. Veelal hbo-opge-
leide werknemers voeren deze werkzaamheden uit vanuit kantoren door heel Nederland.
De decommissioning fase is vergelijkbaar met de bouwfase qua werkzaamheden op zee. Alleen worden de turbines in dit geval weggehaald i.p.v. neergezet. De
werknemers en competentieprofielen zijn dan ook grofweg hetzelfde. Wel is deze
markt tot op heden op zee zeer beperkt, waardoor nog weinig inzicht is in de exact benodigde competenties.
Voor alle werknemers in de windsector geldt dat Engels de voertaal is. Het is niet ongewoon dat mensen uit andere landen worden ingevlogen voor alle verschil-
lende werkzaamheden tijdens de levensduur. Knol & Coolen gaan in hun rapport uit 2019 16 dieper in op de benodigde competenties.
Onderzoek naar het aantal banen door de Kustcoalitie 17 uit 2021 liet al zien dat er
naar verwachting in 2030 10.000 banen op mbo-niveau en 5.000 banen op hbo-
niveau zijn. Deze getallen worden herkend door de stakeholders in het onderzoek. Zij denken dat op dit moment zo’n 12% van de werkgelegenheid in deze sector in
Nederland in Den Haag zit. Tot 2030 zien zij een groei in het aantal banen van 117% voor de regio. De ontwikkeling zal mede afhangen van de verdere uitrol van wind op zee zoals in de volgende paragraaf behandeld. Opleidingsniveau
Aantal banen in Nederland (2030) Aantal banen in Den Haag (2030)
16
MBO1&2
MBO3&4
HBO
WO
0 – 480
0 – 2000
0 - >4001
0 - >4001 0 – 4000
0-240
0 - >480
0 - >480
Knol, E. & Coolen, E. (2019). Employment analysis (2019-2023) of various fields of activities in the Dutch offshore
wind sector.
17
https://www.kustcoalitie.nl/probleemstelling/
Kansen voor de ontwikkeling van een Wind op zee Campus in Scheveningen
25
Tabel 1: Verwacht aantal banen per opleidingsniveau in Nederland in de Wind op zee sector in het jaar 2030.
Vanuit de haven van Scheveningen zullen vooral onderhouds- en onderzoek
werkzaamheden plaats gaan vinden. Voor onderhoud aan windturbines op zee is
minimaal een mbo4 opleiding vereist, terwijl voor onderzoek vooral hbo en wo opgeleide werknemers nodig zijn.
Behoefte van de markt De uitrol van nieuwe windparken op de Nederlandse Noordzee is vastgesteld in
routekaarten. Voor de eerste 11,5 GW is op dit moment de Routekaart 2030 leidend. Deze routekaart is opgenomen in tabel 2. De bouw op zee start over het algemeen twee jaar voor ingebruikname van het windpark.
Omvang (GW)
Windenergiegebied
Tender
1,4
Hollandse Kust (west)
0,7
Ten noorden van de Wadden-eilanden
2020/2021 (n.b. tender sluit 12 mei 2022)
Circa 4,0 Circa 0,9
Ijmuiden Ver
Nader te bepalen
Ingebruikname
2024 t/m 2025
2022
2026
2023 t/m 2026
2027 t/m 2030
Tabel 2: Geplande uitrol wind op zee tot 2030 volgens Routekaart 2030 (bron: officielebekendmakingen.nl.
Kansen voor de ontwikkeling van een Wind op zee Campus in Scheveningen
26
De uitrol van de wind op zee doelstellingen is visueel gemaakt in figuur 10.
Figuur 10: geplande uitrol wind op zee tot 2030 (routekaart 2030)
Omvang (GW)
Windenergiegebied
Tender
1,4
0,7
Hollandse Kust (west)
Circa 4,0
Ten noorden van de Wadden-eilanden
2022
IJmuiden Ver
2023 t/m 2026
Circa 0,9
Nader te bepalen
Ingebruikname
2024 t/m 2025 2030/2031
2027 t/m 2030
Tabel 3: Geplande uitrol wind op zee tot 2030 volgens Routekaart 2030 (bron: officielebekendmakin-
gen.nl. Aanvullend hierop wordt nu gekeken naar het uitzetten van extra tenders in de nieuw aangewezen ruimte. Deze tenders moeten uiteindelijk 10,7 GW extra opleveren in 2031.
In de praktijk zijn de data al achterhaald en zal er een verdere inhaalslag plaats
moeten vinden om ruim voor 2030 21,5 GW getenderd te hebben. Zodra er een ge-
updatet versie komt van de routekaart met wanneer welke gebieden getenderd
worden is een accurate inschatting te maken van de te verwachten werkgelegenheid per jaar. Tot op heden is alleen aangegeven dat men 10,7 GW aan extra tenders wil uitzetten binnen de nieuw aangewezen ruimte. Details over welke hoe-
veelheden wanneer en waar worden gebouwd is op dit moment nog onderwerp van gesprek.
Kansen voor de ontwikkeling van een Wind op zee Campus in Scheveningen
27
Alhoewel met de routekaart in de hand de te verwachten personeelsbehoefte duidelijk vooraf in te schatten is, voelen veel bedrijven in de windsector op dit mo-
ment nog geen behoefte om hier al actief mee aan de slag te gaan. Veel partijen willen eerst de zekerheid van het winnen van een tender en dus het mogen bouwen en opereren van een windpark voordat zij zich druk gaan maken over hun personeelsbehoefte.
Marine Energy
Groeiverwachting algemeen Naast offshore wind zijn er nog een aantal andere duurzame technieken om energie te winnen op zee. Specifiek gaat het dan om getijdencentrales, golfenergie en
floating solar. In Nederland kunnen in 2050 de eerste twee technieken 2-6 TWh op jaarbasis opbrengen 18, op een huidig jaarlijks elektriciteitsverbruik van 120 TWh.
Daarnaast zal zonne-energie op zee een nog onbekende extra bijdrage kunnen
leveren.
De technieken die deze energie moeten gaan opleveren zijn op dit moment nog in ontwikkeling. Dit betekent dat er kansen voor cybersecurity ontstaan door ervoor
te zorgen dat deze technieken vanaf het eerste moment voorbereid zijn op mogelijke digitale aanvallen. Hiervoor kan gebruik worden gemaakt van de aanwezige kennis bij de Cyber Security Delta.
Groeiverwachting Den Haag De marine energy technieken bevinden zich op dit moment in de demonstratie-
fase. Dat betekent dat op dit moment aandacht uitgaat naar het in eerste instantie verbeteren van de technieken, en daarnaast de focus op kostenreductie. Het is lastig om een goede groeiverwachting af te geven op de lange termijn omdat de bedrijven daar zelf nog niet mee bezig zijn.
Dat de technieken in de demonstratiefase zitten is goed nieuws voor Den Haag.
DMEC (Dutch Marine Energy Centre) is een organisatie die marine energy tech-
nieken verder helpt in hun ontwikkeling. Zij zijn gevestigd in de haven van Scheveningen. Met de verdere ontwikkeling van de technieken en meer testen zoals nu
gebeurt in de offshore test area met floating solar19, zal er de komende tijd een be-
perkte groei plaats gaan vinden op dit gebied in Den Haag. Wel is de verwachting dat wereldwijd het potentieel flink zal groeien, waarbij Nederlandse bedrijven een
18 19
Position paper Energie uit Water, EWA en DMEC 2020
https://oceansofenergy.blue/2021/07/01/react-eu-subsidie-voor-uniek-drijvend-zonnepark-pal-voor-de-
haagse-kust/
Kansen voor de ontwikkeling van een Wind op zee Campus in Scheveningen
28
belangrijk deel van hun geld gaan verdienen aan de export van kennis en producten.
Type werkgelegenheid Binnen de marine energy vindt op dit moment de overgrote meerderheid van het werk plaats op land, voornamelijk door onderzoekers en technici die producten
ontwikkelen op land. Het merendeel van deze mensen is dan ook hbo of wo opgeleid. Een klein deel gaat daadwerkelijk de zee op om de producten daar te testen. De voertaal in de sector is veelal Engels door samenwerkingen met universiteiten en onderzoekers.
Met de verdere schaalvergroting van nieuwe marine energy technieken zal deze
sector meer op de wind op zee sector gaan lijken qua werkgelegenheid. De vraag naar monteurs om onderhoud te plegen zal duidelijk groeien, alhoewel er naar
verhouding ook een groot aantal hbo-geschoolde werknemers wordt verwacht.
De werktijden en bijbehorende diensten en voertaal zullen zich ook waarschijnlijk
aanpassen naar de wind op zee sector aangezien de werkzaamheden gelijkwaardig zijn.
Volgens de stakeholders bevindt zo’n 5% van het totale aantal banen in de marine energy sector in Nederland zich in Den Haag, zonder dit uit te splitsen over banen op land en zee. Naar verwachting groeit de sector in Den Haag tot 2030 met 119%. Opleidingsniveau Aantal banen in Nederland (2030)
MBO1&2
MBO3&4
HBO
WO
0 – 2000
501 – 4000
1001 - >4001
1001 – 4000
0 – 100
25 – 200
50 - >200
50 – 200
Aantal banen in Den Haag (2030)
Tabel 4: Verwacht aantal banen per opleidingsniveau in Nederland in de Marine Energy sector in het jaar 2030.
Behoefte van de markt De marine energy sector bevindt zich op dit moment nog volop in de demonstra-
tie fase. Aangezien hierbij onduidelijk is hoelang dit gaat duren en wat de omvang van de markt zal worden op middellange en lange termijn kunnen de bedrijven
nog geen duidelijke behoefte aangeven over hoeveel personeel ze op welke termijn verwachten te werven.
Kansen voor de ontwikkeling van een Wind op zee Campus in Scheveningen
29
“Komende 30 jaar kunnen 1,2 miljoen nieuwe banen ontstaan in de Europese
marine energy sector. Hier in Scheveningen start DMEC als Marine Energy Hub de internationale samenwerkingen die nodig zijn voor baanbrekende golf-,
zon- of getijdenenergie-projecten."
- Justin Hartog, COO Dutch Marine Energy Center (DMEC)
Voedsel
Groeiverwachting algemeen De voedselsector op zee staat onder druk. Wereldwijd staan de visbestanden on-
der druk maar de Noordzee is hier een uitzondering op door het duurzaam beheer
van de visbestanden en controle op (inter)nationale wet- en regelgeving. Wel on-
dervinden bestaande visgronden in de Noordzee concurrentie van andere gebruikers. Echter zijn er ook genoeg nieuwe kansen, vooral in de aquacultuur. Hieronder vallen onder andere het kweken van vissen, maar ook mosselkwekerijen en zee-
wierkwekerijen. Met de bestaande visserij en North Sea Farmers in Den Haag zijn er
een aantal belangrijke partijen die ook in de toekomst voor banen kunnen zorgen. Binnen de visserij zal de groei beperkt zijn qua ‘traditionele’ visserij, maar zeker in
de kwekerij liggen grote kansen.
Figuur 11: Wereldwijd verwachte groei in opbrengsten aquacultuur en visserij tot 2050 in miljoenen tonnen. Bron: DNV. Ocean’s future to 2050 – a sectoral and regional forecast of the Blue Economy
(2021)
Kansen voor de ontwikkeling van een Wind op zee Campus in Scheveningen
30
Groeiverwachting Den Haag De voedselsector in de blauwe economie laat zich uitsplitsen in twee delen. Op dit moment zijn de vissers de enige partij die al grootschalig geld verdienen in de
Noordzee. Dit doen zij al vele jaren, en daarmee zijn de activiteiten duidelijk. De
groeiverwachtingen zijn echter omgeven door onzekerheden over de toekomst
van de Noordzee en de haven van Scheveningen. Een voorzichtige inschatting is
dat er tot 2035 een groei mogelijk is met 50-75 man, waarbij er vooral wordt ge-
zocht naar mensen met een mbo 1 of -2 opleiding. Voor deze groep zal de oplei-
ding minder van belang zijn, zij moeten vooral over de mentaliteit beschikken dat ze hard willen werken en vaak van huis kunnen zijn. Iets wat overigens voor veel beroepen in de offshore wind geldt.
Naast de visserij zien we echter ook nieuwe partijen opkomen. In Den Haag wordt dit gecoördineerd vanuit North Sea Farmers. Zeewierkwekerij is hierbij een vaak genoemd onderwerp, maar ook passieve visserij in windparken is een veelgenoemd thema.