CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS320137 Beantwoording SV Zorgcowboys slaan nog steeds hun slag in Den Haag

Commissie Samenleving 6 februari 2025, gemeente Den HaagBij agendapunt: Themadebat: WMO2.830 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Datum

BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE

5 november 2024

VRAGEN Ons kenmerk

Onderwerp

Antwoord van het college op de vragen van de raadsleden de dames Klokkenburg-Reedeker en Arp, luidend: ‘Zorgcowboys slaan nog steeds hun slag in Den Haag’

OCW/10806118 RIS320137

De raadsleden de dames Klokkenburg-Reedeker en Arp hebben op 3 oktober 2024 een brief met daarin tien vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 30 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. Op 3 oktober publiceerde Pointer in samenwerking met het AD dat dubieuze zorgbedrijven nog steeds eenvoudig wegkomen met misbruik van zorggeld.1 De controle op mogelijke zorgfraude neemt af, terwijl het probleem niet minder wordt: de groep zorgbedrijven die verdacht hoge winst maakt wordt nauwelijks kleiner, en er worden gigantische dividenduitkeringen gedaan van publiek bijgedragen zorggeld. 1.

Herkent het college zich in de signalen uit het artikel? Kan het college een reflectie geven op de signalen die daar worden genoemd?

Het fenomeen van zorgfraude is niet nieuw en is een belangrijk aandachtspunt voor het college. Zie bijvoorbeeld de beantwoording schriftelijke vragen "Geld voor zorg moet naar zorg en niet naar winsten" (RIS303019) van 25 september 2019, de afdoening van de motie "Passende maatregelen frauderende zorgaanbieders" (RIS303313) van 1 september 2020 en de beantwoording van de schriftelijke vragen "Meer duidelijkheid over frauderende zorgaanbieders" (RIS318391) van 17 april 2024. Het college doet haar best om barrières in te bouwen om ondermijning zo goed mogelijk tegen te gaan. De signalen uit het artikel worden niet herkend in de Haagse praktijk. In Den Haag neemt de controle op mogelijke zorgfraude en misbruik en oneigenlijk gebruik niet af. Het team Misbruik & Oneigenlijk gebruik (M&O) houdt met 9 toezichthouders toezicht op de rechtmatigheid van besteding van door de gemeente verleende zorggelden. Zij doen onderzoeken bij signalen over mogelijk misbruik en oneigenlijk gebruik van aanbieders met Haagse Wmo en jeugdcliënten. Dit team werkt nauw samen met de SVB, de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ), het Informatie Knooppunt Zorgfraude (IKZ), de afdeling Ondermijning van de gemeente, de toezichthouder kwaliteit Wmo GGD Haaglanden (hierna: GGD) en het regionaal informatie-en expertisecentrum (RIEC)2. Door het team M&O worden niet minder signalen gedeeld met het IKZ.

Ook herkennen wij bij de Wmo niet dat gecontracteerde Wmo MWA aanbieders op grote schaal meer dan 10% winst maken. In Den Haag worden alle door de gecontracteerde Wmo MWA aanbieders aangeleverde jaarrekeningen geanalyseerd. In Den Haag zijn op basis van de aangeleverde jaarrekeningen over 2023 maar enkele gecontracteerde Wmo MWA aanbieders met

Zorgcowboys worden nog nauwelijks aangepakt: verdacht hoge winst, meer dividend en minder controle | KRO-NCRV 1

2

Onder het RIEC vallen onder meer politie, OM, arbeidsinspectie en belastingdienst.

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/10806118

-

-

een winst hoger dan 10%. Dit wordt momenteel besproken met de betreffende aanbieders om te bezien of zij deze winstpercentages kunnen onderbouwen en daarmee kunnen verklaren hoe deze tot stand zijn gekomen. Accountants zijn als gevolg van de aangepaste Nederlandse Controlestandaard 700 verplicht om in de controleverklaring met een boekjaar eindigend op of na 15 december 2022 te rapporteren over de uitgevoerde werkzaamheden ten aanzien van continuïteit en fraude. Vanaf 1 januari 2024 hebben wij in de raamovereenkomst de winstmaximalisatie bij de gecontracteerde Wmo MWA aanbieders bijgesteld van 10% naar 5% (onder verder dezelfde voorwaarden; zie verder onder vraag 2). Het gemeentelijke toezicht op passende beloning aan bestuurders/vennoten/directeuren/ eigenaren/ Ultimate Beneficial Owners (UBO) van gecontracteerde aanbieders werd tot 2024 ingevuld door middel van toezicht op naleving van de Wet Normering Topinkomens (WNT). Van rechtswege zijn dividenden echter geen onderdeel van of vallen onder het vastgestelde bezoldigingsmaximum van de WNT. De gemeente heeft daarom vanaf 2024 haar criterium aangescherpt ter naleving van de WNT door dividenden en beheersvergoedingen mee te nemen boven op het bezoldigingsmaximum van bestuurders/vennoten/directeuren die tevens aandeelhouder/UBO zijn.

Na vragen over ditzelfde onderwerp in 2019 antwoordde het college in RIS303001 dat er bij de inkoop van Wmo-arrangementen naast de clausule van winstmaximalisatie ook een maximum winstpercentage van 10% is opgenomen. Een hogere winst is niet toegestaan, tenzij de aanbieder kan aantonen dat dat gerechtvaardigd is. 2.

Zijn er aanbieders die hebben aangetoond dat het gerechtvaardigd is dat hun winst hoger ligt dan de 10% sinds deze arrangementen van kracht zijn? Zo ja, kan het college toelichten wat zij verstaat onder gerechtvaardigd?

Ja. De betreffende aanbieders hebben de hogere winstpercentages kunnen onderbouwen en daarmee verklaard hoe deze tot stand zijn gekomen. Goede verklaringen zijn bijvoorbeeld: Op de hele omzet van de gecontracteerde aanbieder is het winstpercentage hoger dan 10% maar op de Haagse Wmo opbrengsten is het rendement lager dan 10%. Dit is in deze gevallen aangetoond met een gesegmenteerde jaarrekening of een schriftelijke toelichting met onderliggende documenten. Het komt vrijwel niet voor dat gecontracteerde aanbieders alleen Haagse Wmo omzet hebben. Zij bieden vaak ook andere dienstverlening, zoals op basis van: Wlz, Zvw, IFZO, Jeugdwet, Wmo in andere gemeenten en niet publieke omzet. Aantoonbaar lage bezoldiging directie. Van aantoonbaar lage bezoldiging directie is sprake als de directie een dusdanig lagere bezoldiging ontvangt dan het vastgestelde bezoldigingsmaximum voor de WNT, dat bijtelling van het verschil met dit maximum zou zorgen voor een gecorrigeerd winstpercentage dat ruim lager is dan 10%. Als de gecontracteerde aanbieder door een buitengewoon resultaat een winstpercentage realiseert dat hoger is dan 10%. Bij een buitengewoon resultaat gaat het om resultaten die niet uit de eigenlijke bedrijfsvoering (het leveren van ondersteuning/zorg) voortvloeien.

Als buitengewone baten worden bijvoorbeeld beschouwd de verkoop van vastgoed bedrijfsauto, oud(e) inventaris, machines of een patent. Zulke resultaten zijn goed verklaarbaar en vormen geen aanleiding te twijfelen aan de rechtmatigheid van de geleverde ondersteuning aan Haagse inwoners. 3.

Op welke manier controleert het college of marktpartijen zich aan het 10% winstpercentage houden? Is de clausule ook van toepassing op onderaannemers of onderaanbieders van de gecontracteerde partij? Zo nee, waarom niet?

2/6

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/10806118

Alle gecontracteerde Wmo MWA aanbieders dienen jaarlijks hun jaarrekening met accountantsverklaring bij het college aan te leveren. Het college analyseert deze jaarrekeningen en berekent het winstpercentage. Hierbij wordt ook - de door de aanbieder aangeleverde - Haagse MWA productieverklaring met de controleverklaring van de accountant betrokken. Ingediende jaarrekeningen zijn niet altijd gesegmenteerd, dat is ook niet afdwingbaar. Op verzoek van de gemeente dient de aanbieder dan in een schriftelijke toelichting (met onderliggende documenten) duidelijk te onderbouwen op welke wijze de winst is te verklaren in relatie tot de Haagse MWA dienstverlening. De clausule is niet rechtstreeks van toepassing op onderaannemers. Aanbieders kunnen alleen onderaannemers inzetten nadat hiervoor toestemming is verleend door het college. Deze onderaannemers moeten aan dezelfde kwaliteitseisen voldoen als de gecontracteerde hoofdaanbieder. De hoofdaannemer is eindverantwoordelijk voor de dienstverlening van de onderaannemer. Het college heeft op dit moment slechts 5 Wmo onderaannemers toegestaan. De gemeente bekijkt ook de jaarrekening van deze onderaannemers. 4.

Kan het college toelichten op welke manier zij kan controleren of onderaannemers of dividenduitkeringen binnen een bedrijf worden gebruikt om de kosten kunstmatig hoog te houden en daarmee de winst kunstmatig laag, terwijl de winst elders, in dividend of in een ander bedrijf, wel wordt uitgekeerd? Worden bijvoorbeeld jaarrekeningen van bedrijven standaard opgevraagd en gecontroleerd?

Zoals onder vraag 3 is uiteengezet moeten de gecontracteerde Wmo MWA aanbieders hun jaarrekening met accountantsverklaring jaarlijks bij het college aanleveren. Dividenduitkeringen verhogen overigens de kosten niet en verlagen daarom de winst niet kunstmatig. Dividenduitkeringen verlagen het eigen vermogen. Onderaannemers, voor zover zij door ons toegelaten zijn, dienen aan dezelfde kwaliteitsvoorwaarden te voldoen als de gecontracteerde aanbieder waarvoor zij dienstverlening bieden en vallen onder verantwoordelijkheid van de hoofdaanbieder. Het college analyseert de jaarrekening van de gecontracteerde aanbieder en kijkt in het geval van onderaannemers ook goed naar de kosten die in rekening zijn gebracht door de onderaannemer. Blijken deze onvoldoende onderbouwd te zijn, dan worden deze geacht beheersvergoedingen te zijn en worden deze getoetst in relatie tot de gestelde WNT-norm (zie antwoord op vraag 1). Doel van deze controle is om gecontracteerde aanbieders te ontmoedigen onderaannemers te willen inschakelen om zo winsten weg te sluizen en kunstmatig winsten te verlagen. Dit geldt ook voor holdings, moeder-, zuster- en dochtermaatschappijen van de gecontracteerde aanbieder. Ook deze jaarrekeningen worden bekeken in relatie tot de gecontracteerde aanbieder en diens Haagse omzet.

Daarnaast is het college kritisch op dividenduitkeringen en beheersvergoedingen aan eerstelijns en tweedelijns familieleden van de bestuurders/vennoten/directeuren van de gecontracteerde aanbieder. 5.

Ziet het college in het onderzoek van Pointer aanleiding om de controle op zorgpartijen aan te passen? Zo ja, aan welke maatregelen denkt het college? Zo nee, waarom niet?

We zetten onze huidige aanpak op hoofdlijnen op een rij. Het college heeft hoge drempels gesteld bij de toetreding van nieuwe Wmo MWA aanbieders. Zo vragen wij bijvoorbeeld een controleverklaring van de jaarrekening en een hoge referentiewaarde. Sinds de wijziging van de Wet Bibob per 1 oktober 2022 kan het college ook een Bibob-toets uitvoeren voor nieuwe inschrijvers met betrekking tot de rechtspersoon en/of (betrokken) natuurlijke personen/bestuurders van Opdrachtnemer en van een eventuele Combinant met wie gezamenlijk is ingeschreven.

3/6

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/10806118

-

Als een aanbieder aan alle eisen van het inkoopdocument voldoet en wordt toegelaten, dan worden daarna alle contractverplichtingen gecheckt (VOG’s, diploma’s, certificaat/kwaliteitskeurmerk, methodieken en andere eisen vanuit het contract). Deze uitvraag herhalen we om de 2 jaar of vaker bij signalen en/of vermoedens van misbruik en oneigenlijk gebruik. Contract- en relatiemanagement (CRM) onderhoudt contact met de aanbieders, ziet toe op de kwaliteit, doeltreffendheid, doelmatigheid en rechtmatigheid en treedt indien nodig sanctionerend op. De Wmo MWA aanbieders dienen per kwartaal klachtenrapportages aan te leveren die met hen worden besproken. Het college heeft verschillende dashboards (declaratiegedrag, clientgroei/-daling, doorstroom/uitstroom etc.) waarover het gesprek met de aanbieder wordt gevoerd en de ontwikkeling van de aanbieder wordt gemonitord. Het college zet verschillende instrumenten in om te controleren of de afgesproken dienstverlening wordt geleverd. Zo voeren wij meerdere malen cliënttevredenheidsonderzoeken uit. Ook worden op cliëntniveau steekproeven gedaan (met een belteam) of de afgesproken dienstverlening wordt nagekomen (preventief en op basis van signalen.) Er vindt een resultaatmeting plaats na afloop van een indicatie. Ook heeft de betrokken casemanager/specialist contact met de aanbieder over de levering van de ondersteuning aan de cliënt.

We blijven alert op signalen en laten ook signaal-, preventief-, opvolg- en calamiteiten- en geweldsincidentenonderzoek doen door de GGD op gecontracteerde Wmo-aanbieders gericht op de kwaliteitseisen Wmo. De aanbevelingen uit deze onderzoeken worden ook door het team CRM besproken met de aanbieders. Indien nodig wordt een escalatie- dan wel sanctionerende maatregel opgelegd aan de aanbieder e.e.a. afhankelijk van het specifieke geval. Zo heeft het college cliëntenstops opgelegd en is in een aantal gevallen de raamovereenkomst beëindigd. Daarnaast waarschuwt het college ook de gecontracteerde Wmo MWA aanbieders voor fraude. Zo heeft CRM bijvoorbeeld in één van de informatiebrieven de gecontracteerde MWA Wmoaanbieders gewezen op de landelijk geconstateerde fraude van zorgmedewerkers met valse diploma's en VOG's en het belang nogmaals benadrukt van het zorgvuldig screenen hiervan. Hierbij heeft het college verwezen naar de website van het IGJ voor meer praktische informatie. Het college streeft ernaar met deze aanpak het risico op ondermijning te verminderen en zorgfraude te voorkomen. Het is van groot belang zorgfraude en criminele netwetwerken in de zorg op te sporen en aan te pakken. 6.

In hoeverre wordt het college op de hoogte gehouden of geïnformeerd wanneer een bedrijf dat zorg levert in Den Haag onder toezicht is van de Inspectie op verdenking van fraude, misbruik of oneigenlijk gebruik? Is dat voor het college aanleiding om ook zelf onderzoek te doen?

Op het moment dat de Inspectie voor Gezondheidszorg en Jeugdhulp (IGJ) signalen ontvangt over een zorgaanbieder die (ook) Wmo-zorg biedt, neemt de IGJ in de regel contact op met de GGD en stemmen zij hun onderzoeken af. Het college ontvangt de rapporten van de IGJ en de GGD en acteert daarop, indien nodig. Ook meldt het college zelf signalen aan de IGJ als daartoe aanleiding is. Deze uitwisseling is onderdeel van het Haags kwaliteitssysteem 3.

3

Zie bijvoorbeeld bijlage 1 bij de Jaarrapportage 2023 Wmo (RIS318838).

4/6

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/10806118

7.

Is het maximale winstpercentage van 10% ook op andere contracten, aanbestedingen of arrangementen van toepassing binnen het zorgdomein van de gemeente Den Haag? Bijvoorbeeld de jeugdzorg, maatschappelijk opvang of welzijn. Zo ja, kan het college daarvan een opsomming geven? Zo nee, ziet het college aanleiding om dat te gaan doen?

Nee. Zoals eerder onder 1 aangegeven, heeft het college het maximale winstpercentage binnen de Wmo MWA raamovereenkomst per 1 januari 2024 verlaagd naar 5%. In de jeugdhulp is met betrekking tot de regionaal ingekochte specialistische jeugdhulp vanaf 1 januari 2022 een rendementsclausule opgenomen van 5%. Maakt de aanbieder meer dan 5% rendement van de omzet bij de laagst mogelijke overheadkosten, dan dient de aanbieder het meerdere aantoonbaar te investeren in de kwaliteit van de jeugdhulp. Daarnaast geldt dat er sprake is geweest van een doorontwikkeling van de jeugd- en gezinshulp wat heeft geleid tot een nieuw inkoopmodel met taakgerichte bekostiging. Vanaf 1 januari 2024 werkt het college niet meer rechtstreeks samen met bijna 190 jeugdaanbieders, maar met twee samenwerkingspartners in de stad. Ook daar is een maximaal winstpercentage opgenomen van 5%. Bij maatschappelijke opvang, GGZ en Welzijn is sprake van subsidieverlening aan een aantal partijen. Hierbij is geen sprake van een afgesproken maximaal winstpercentage. De gemeente streeft wel naar een kostendekkende subsidie. De kadernota subsidies staat het maken van winst ook alleen in uitzonderingsgevallen toe. Indien uit de subsidieverantwoording achteraf blijkt dat gelden niet besteed zijn, worden deze daarom in beginsel teruggevorderd.

In contracten die zijn gesloten vanuit het voorliggend veld is er geen maximum vastgesteld aan winst. Het betreft een aanbesteding waarin de inschrijving een all-in bedrag bevat. De prijs die de aanbieder vraagt is dan een van de factoren die wordt meegenomen in de gunning. In de beantwoording op de al eerdergenoemde schriftelijke vragen (RIS303001) stelde het college: “Bovendien zijn hoge winstpercentages een indicator die aanleiding kunnen zijn om onderzoek te doen in het kader van het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik. Als er fraude wordt gepleegd, worden passende maatregelen genomen. Dit past ook in de lijn van de twee moties die uw Raad heeft aangenomen op 18 juli 2019, te weten de motie “Passende maatregelen frauderende zorgaanbieders” (RIS303313) en de motie “Winst moet terugvloeien naar de zorg” (RIS303315). 4 8.

Zijn er gevallen waarbij hoge winstpercentages aanleiding zijn geweest voor onderzoek in het kader van het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik?

Ja, hoge winstpercentages zijn aanleiding geweest voor controle op de financiële criteria gericht op borging van de continuïteit van de zorgverlening aan cliënten, toezicht op naleving van het winstcriterium van de aanbieders, en passende beloning aan bestuurders en aandeelhouders van gecontracteerde aanbieders door middel van toezicht op naleving van de WNT (zie ook het antwoord op vraag 1). Daarnaast is, zoals ook onder vraag 5 is vermeld, in deze gevallen aanleiding geweest voor steekproeven en een check op de overige contractverplichtingen. Ook is de GGD gevraagd onderzoek te doen. 9.

4

Is het college met de indieners van mening dat hoge dividenduitkeringen en onderaannemers met hoge winsten een vorm zijn van misbruik en oneigenlijk gebruik van zorggelden? Zo nee, waarom niet?

Deze motie is niet aangenomen, maar verworpen.

5/6

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/10806118

Nee. Het is wel aanleiding om te onderzoeken. Of er gesproken kan worden van misbruik en oneigenlijk gebruik hangt af van de omstandigheden van het geval. Dit vraagt dus altijd een individuele beoordeling. Uiteraard is het college het met de vragenstellers eens dat zorggeld naar de zorg moet. Dat heeft het college steeds benadrukt, en dat blijft zij ook benadrukken. 10. Indien het college het eens is met de bovenstaande vraag, is zij dan bereid de regels zo aan te passen dat hoge dividenduitkeringen niet meer mogelijk zijn voor Wmo-zorgaanbieders (en diens eventuele onderaannemers) waarmee de gemeente in zee gaat? Zo nee, waarom niet. Nee, het college ziet daar juridisch geen ruimte voor. Op grond van de Wmo geldt geen verbod op het uitkeren van winst voor aanbieders die door gemeenten zijn gecontracteerd. Wel hebben gemeenten de mogelijkheid om in hun contracten en verordeningen randvoorwaarden en criteria op te nemen om winsten te beperken, mits daarbij rekening wordt gehouden met wet- en regelgeving. Daarom heeft het college in de Wmo MWA raamovereenkomst en daarbij horende stukken nadere regels opgenomen over het toegestane winstpercentage en passende beloning aan bestuurders. Deze regels zijn al nader aangepast naar 5%.

Naar aanleiding hiervan worden aanbieders die dit betreft kritisch bevraagd over de dividenden in relatie tot de borging van de continuïteit van de financiële positie (in het kader van de borging van de continuïteit van de zorgverlening aan cliënten). Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de locoburgemeester, Ilma Merx

Robert van Asten

6/6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14771477/1