RIS320054 Toelichting Proces en technische wijzigingen regionale huisvestingsverordening
Tekst van het document
Typ tekstTyp tekstTyp tekst
dienst: dienstcode
Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag
Ons kenmerk
DSO/10787373 RIS320054 Contactpersoon
Aan: Gemeenteraad Den Haag
Marga van Iwaarden en Saskia Heijmans Dienst
Dienst Stedelijke Ontwikkeling Afdeling
DSO Wonen Datum
Telefoonnummer
1 oktober 2024
14070 E-mailadres
Marga.vaniwaarden@denhaag.nl
Onderwerp
Toelichting Proces en technische wijzigingen regionale huisvestingsverordening
In de woningmarktregio Haaglanden werken negen regiogemeenten binnen een gezamenlijk woonruimteverdeelsysteem. Dit is vastgelegd in regionaal gelijkluidende hoofdstukken in de huisvestingsverordening van de afzonderlijke gemeenten. Door de projectleider Huisvestingsverordening van de Bestuurlijke Tafel Wonen (BTW) is voor de contactpersonen woonruimteverdeling van de betrokken gemeenten een memo opgesteld met daarin een toelichting op het proces en de wijzigingen van artikelen in de regionale hoofdstukken van de huisvestingsverordening. Het lokale gedeelte van de huisvestingsverordening die voorraadbeheer van de gemeente Den Haag regelt, wordt niet op dit moment meegenomen, maar pas na vaststelling van de Woonvisie en uitwerking van de Nota Voorraadbeleid nader uitgewerkt. Hieronder leest u de voor de gemeente Den Haag relevante onderdelen van het wijzigingsvoorstel. 1. Huisvestingsverordening 2023-2027 regionale hoofdstukken woonruimteverdeling In 2023 is de huidige regionale hoofdstukken van de huisvestingsverordening (hierna: verordening) vastgesteld. Bij de voorbereiding van de huidige verordening is, voor wat betreft de regionale hoofdstukken over de woonruimteverdeling, geconstateerd dat relevante wet- en regelgeving nog in voorbereiding was en enkele beleidskeuzes nog moesten worden gemaakt.
Daarom is vorig jaar een knip gemaakt in het wijzigingsproces door verschillende sporen te volgen en is afgesproken dat als wet- en regelgeving van kracht wordt noodzakelijke technische wijzigingen gedurende de looptijd van de verordening doorgevoerd worden (spoor 1b); als dit gebeurt, telkens per 1 januari van het volgende jaar. 2. Proces uitwerking technische verbeterpunten naar wijzigingsvoorstel regionale hoofdstukken verordening Voor de werking en eventuele aanscherping van de verordening is sinds 2022 een ambtelijke regiegroep actief. In de regiegroep zijn de drie belangrijkste partijen vertegenwoordigd: Gemeenten in het verband van de BTW, corporaties via de Sociale Verhuurders Haaglanden (SVH) en huurder(sorganisaties) via de Samenwerkende Huurdersorganisaties Haaglanden (SHH). In het huidige spoor 1b zijn verschillende technische verbeterpunten in de regiegroep besproken. Vervolgens is het wijzigingsvoorstel voorbereid door een werkgroep bestaande uit de gemeenten Den Haag, Delft, Pijnacker-Nootdorp en woningcorporatie Haag Wonen.
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10787373
3. Adviezen Provincie Zuid-Holland en reactie SVH/SHH Sinds de wijziging van de Huisvestingswet 2014 per 1 januari 2024 is het College van Burgemeester en Wethouders verplicht om advies te vragen aan Gedeputeerde Staten bij wijziging van de huisvestingsverordening. De Provincie Zuid-Holland heeft Regio Haaglanden ten behoeve van het wijzigingsvoorstel in bijgevoegde brief positief geadviseerd. Daarnaast heeft de SVH als belangrijke uitwerkings- en samenwerkingspartner ook reactie gegeven op het wijzigingsvoorstel. In de bijgevoegde brief geeft de SVH aan dat zij waarderen dat zij nauw betrokken zijn bij de totstandkoming van het regionale wijzigingsvoorstel. Ze zijn positief over voorgestelde wijzigingen en hebben een aantal punten aangegeven om bij een meer beleidsrijke wijziging mee te nemen. Wel spreken ze de zorg uit dat de door de gewijzigde Huisvestingswet 2014 op 1 januari 2024 verruimde bevoegdheid van gemeenten om lokaal maatwerk in te zetten, te ruim wordt ingezet ten koste van andere woningzoekenden in combinatie de mogelijke impact van de voorgestelde Wet Versterking Regie op de Volkshuisvesting. Zij roepen daarom gemeenten op hier terughoudend mee om te gaan. 4. Voorgestelde wijzigingen in artikelen regionale hoofdstukken verordening Voorgestelde wijzigingen technische verbeterpunten ten aanzien van het bestaande systeem.
Er wordt op dit moment geen koerswijziging voorgesteld. Deze technische wijzigingen zijn opgenomen in de bijgevoegde was-wordt-lijst en de geactualiseerde leeswijzer. Aanpassing door negen gemeenten in de regio Haaglanden: Belangrijkste voorgestelde technische wijzigingen zijn: • Uitzonderingen op het vervallen van inschrijfduur (artikel 3:3 lid 6) Bij het vaststellen van de verordening in 2023 is een regel voor flexwonen toegevoegd en is tegelijkertijd voor het hele artikel toegevoegd dat het om vormen van wonen binnen de regio gaat. Het verzoek om dit te herzien is ingebracht door SVH met het oog op signalen uit de uitvoeringspraktijk. Tijdelijke oplossingen worden vaak ook buiten de regio gezocht. Het is onwenselijk om de inschrijfduur, bij deze vaak noodoplossingen, te laten vervallen. Het voorstel beteken dat de woningzoekende die de genoemde tijdelijke oplossingen niet binnen de regio vindt, ook aanspraak kan doen op het behoud van de inschrijfduur. Daarbij gelden dezelfde voorwaarden als voor behoud bij (tijdelijke) oplossingen binnen de regio: o de woningzoekende moet hier zelf om verzoeken binnen een jaar o niet alleen behoud inschrijving maar ook de inschrijfduur o het gaat om verhuringen o.b.v. tijdelijke contracten, onzelfstandige woningen, inwoning, wisselwoning, flexwoning of een 1-kamerwoning. •
Aanscherping van de bestaande grondslag voor directe aanbieding aan statushouders om tijdelijke woonoplossingen mogelijk te maken (artikel 3:11 lid a) Door aanvulling op het artikel 3:11 a wordt het voor een gemeente mogelijk om binnen de eigen gemeentegrenzen statushouders te bemiddelen die gehuisvest zijn in een tijdelijke voorziening en in afwachting zijn op definitieve huisvesting. Dit verzoek kwam vanuit Rijswijk met het oog op een grootschalige locatie. De gevolgen hiervan zijn voor de gemeente Den Haag met name administratief. Tot op heden werd dergelijke huisvesting (uitstroom tijdelijke locaties) lokaal verantwoord via het instellen van specifiek lokaal maatwerk, door het instellen van de nieuwe specifieke bemiddelingsgrond na deze wijziging wordt dit alleen maar nog transparanter.
2/3
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10787373
•
Aanpassing van een algemene weigeringsgrond in de urgentieregeling (artikel 4:5 lid m) Soms is sprake van een dermate acute noodsituatie, waardoor een snelle oplossing gewenst is. Wanneer zelf zoeken dan ook nog, of fysiek niet mogelijk is, of kansloos (o.b.v. woonduur) dan kan het het wenselijk zijn om toch de urgentie te kunnen toewijzen. Het verzoek om aanpassing kwam naar voren vanuit de uitvoering rondom de urgentieregeling. Deze wijziging sluit aan bij de aanbevelingen uit de Doorlichting systematiek van urgenties (RIS314760) om op een onderbouwde manier maatwerk te kunnen leveren. Op dit moment wordt in sommige vergelijkbare situaties de hardheidsclausule toegepast.
•
Middenhuur woonruimte: 186 punten In de verordeningen van Den Haag en Zoetermeer is een verschillend puntenaantal aangegeven als grens voor de middenhuur. Voorgesteld wordt per 1 januari 2025 hetzelfde aantal te hanteren en deze in lijn te brengen met de onlangs vastgestelde Wet betaalbare huur. Daarmee wordt in de definitie verwezen naar de definitie in de Huisvestingswet 2014 die een landelijke omschrijving van het middenhuursegment via het puntenaantal bevat, waardoor verwijzing naar een puntenaantal in de verordening zelf vervalt.
•
Toevoeging van lid 7 in artikel 4:8 Verduidelijking van de opschorting van urgentie. Voorkomt dat urgentie verloopt tijdens bezwaarperiode ter bescherming van de urgent woningzoekende.
•
Ten aanzien van de wetswijzigingen rondom het lokaal en regionaal maatwerk wordt voorgesteld de toelichting aan te passen om aan te geven welke categorieën onder het percentage lokaal en regionaal maatwerk vallen doordat er sprake is van economische of maatschappelijke binding, bijvoorbeeld urgenten.
Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx
Jan van Zanen
3/3