RIS320046 Bijlage 2 2015 statuten-stichting-vo-haaglanden[33]
Tekst van het document
DOORLOPENDE TEKST VAN DE STATUTEN van de stichting: Stichting Voortgezet Onderwijs Haaglanden gevestigd te ’s-Gravenhage. Opgericht bij akte de dato 14 oktober 2002 voor Mr A.J. Ellens, destijds notaris te ’s-Gravenhage, verleden. Laatstelijk gewijzigd bij akte de dato @ 2015 voor Mr M.J.J.R. Lentze, notaris te 's-Gravenhage. KvK nummer: 27253825
Statuten.
Artikel 1 Naam, zetel en duur 1. De Stichting draagt de naam: Stichting Voortgezet Onderwijs Haaglanden. 2. De Stichting heeft haar zetel in de gemeente 's-Gravenhage. 3. De Stichting is opgericht voor onbepaalde tijd. Artikel 2 Begripsbepalingen In deze statuten wordt verstaan onder: a. Gemeente: de gemeenten die de instandhouding van de openbare scho(o)l(en), als opgenomen in de lijst onder c. van dit artikel, aan de Stichting hebben overgedragen; b. Gemeenteraad: de raden van de onder a. bedoelde gemeenten gezamenlijk tenzij uitdrukkelijk is aangegeven dat het de raad van een bepaalde gemeente betreft; c. de scho(o)l(en): de scho(o)l(en) die onder het bevoegd gezag van de Stichting vallen; d. schoolleider: de rector of directeur van de onder de Stichting ressorterende scholen. Artikel 3 Doel en middelen 1 . De Stichting heeft ten doel het geven van voortgezet onderwijs op openbare en algemeenbijzondere grondslag in afzonderlijke scholen voor openbaar onderscheidenlijk algemeen-bijzonder voortgezet onderwijs in de regio Haaglanden. 2. Het onderwijs aan de openbare scholen wordt verzorgd met inachtneming van hetgeen omtrent het karakter van het openbaar onderwijs in de Wet op het voortgezet onderwijs is bepaald. 3.
Het onderwijs aan de algemeen-bijzondere scho(o)l(en) gaat uit van de gelijkwaardigheid van alle levensbeschouwelijke en maatschappelijke stromingen opdat de leerling op grond van eigen overtuiging en verdraagzaam jegens die van anderen aan de samenleving kan deelnemen. Algemeen bijzondere scholen kiezen voor deze ontmoeting. 4. Om het doel te verwezenlijken kan de Stichting gebruikmaken van alle middelen die daaraan dienstbaar zijn. Artikel 4 Toegankelijkheid van de scholen De scholen zijn toegankelijk voor alle kinderen zonder onderscheid naar godsdienst of levensbeschouwing van de leerling, zijn ouder(s) of verzorger(s). Artikel 5 Levensbeschouwelijke zaken 1. De levensbeschouwelijke vorming en maatschappelijke bewustwording van de leerlingen maken een wezenlijk bestanddeel uit van het onderwijs. 2. Iedere leerling wordt met respect voor de overtuiging van anderen mede door het onderwijs tot volle rijping van zijn eigen levensbeschouwing gestimuleerd. 3. De Stichting laat zich bij de verwezenlijking van haar doelstellingen leiden door algemeen aanvaardbare democratische normen en waarden vanuit verschillende levensbeschouwingen en streeft ernaar de levensbeschouwelijke identiteit en pluriformiteit van de scholen in haar beleid en bestuur tot haar recht te laten komen. 4.
Het schoolplan geeft aan op welke wijze vorm en inhoud wordt gegeven aan de wezenskenmerken van het openbaar onderwijs en aan de algemeen-bijzondere identiteit van de respectieve scholen. Artikel 6 Organisatie van de Stichting
1. De Stichting kent de volgende organen: - een Raad van toezicht; - een College van bestuur. 2. Het in lid 1 genoemde College van bestuur treedt op als het bevoegd gezag van de onder de Stichting ressorterende scholen en is in dat kader belast met de regeling van en verantwoordelijk voor schooloverstijgende aangelegenheden en de vaststelling van de kaders voor het door de Stichting te voeren beleid zoals onder andere: - onderwijsbeleid; - personeelsbeleid; - financieel beleid; - huisvestingsbeleid. 3. De Raad van toezicht heeft tot taak integraal toezicht te houden op het beleid van het College van bestuur en op de algemene gang van zaken in de Stichting en de met haar verbonden instellingen en/of rechtspersonen 4. De Stichting kent een vergadering van schoolleiders (R&D-vergadering) die het College van bestuur met raad en advies terzijde staat. 5. De Gemeenteraad houdt overeenkomstig de bepalingen in de Wet op het voortgezet onderwijs en in deze statuten toezicht op de Stichting voor zover dit het openbaar onderwijs betreft. Artikel 7 College van bestuur 1. Het besturen van de Stichting, overeenkomstig de missie van de Stichting zoals deze is opgenomen in het strategisch beleidsplan, is krachtens de wet en de statuten opgedragen aan het College van bestuur. 2. De Raad van toezicht stelt het aantal leden van het College van bestuur vast. 3.
De Raad van toezicht benoemt, schorst en ontslaat de leden van het College van bestuur. 4. De Raad van toezicht benoemt, na overleg met het College van bestuur, behoudens bij de eerste benoeming, een van de leden van het College van bestuur tot voorzitter, welke in de relatie tot de Raad van toezicht met de eindverantwoordelijkheid is belast. 5. Ingeval van schorsing of ontslag volgt de Raad van toezicht de schorsings- of ontslagprocedure zoals vastgelegd in de overeenkomst gesloten tussen de Stichting en het betreffend lid van het College van bestuur. 6. De Raad van toezicht pleegt overleg met het College van bestuur over een voorgenomen benoeming of ontslag van een lid van het College van bestuur. Voorts geeft de Raad van toezicht aan de Gemeenschappelijke medezeggenschapsraad kennis van een voorgenomen benoeming of ontslag van een lid van het College van bestuur. 7. De vaststelling van het salaris en de regeling van de overige arbeidsvoorwaarden van de leden van het College van bestuur geschieden door de Raad van toezicht. 8. Bij ontstentenis of belet van één of meer leden van het College van bestuur nemen de overblijvende leden, of neemt het overblijvende lid, de volledige taken van het College van bestuur waar. Indien het College van bestuur bestaat uit meer dan twee leden kan het College van bestuur slechts besluiten nemen indien de meerderheid van de leden aanwezig is.
9. Bij ontstentenis of belet van het enige lid of van alle leden van het College van bestuur benoemt de Raad van toezicht onverwijld een medewerker van de Stichting of een persoon buiten de Stichting tijdelijk tot College van bestuur. 10. De verdeling van taken en bevoegdheden over de voorzitter en de overige leden van het College van bestuur, het overleg met de vergadering van schoolleiders, de mandatering van de schoolleiders en de overige regeling van de werkwijze en besluitvorming van het
College van bestuur geschieden bij reglement van het College van bestuur. Dit reglement wordt vastgesteld door het College van bestuur. 11. De vergaderingen van het College van bestuur zijn openbaar. De vergadering kan in beslotenheid worden gehouden, wanneer tenminste twee van het aantal aanwezige leden hierom vraagt of wanneer de voorzitter dit nodig acht. Het College van bestuur beslist vervolgens op grond van de aard van de aan de orde zijnde aangelegenheden of met gesloten deuren zal worden vergaderd. Van een besloten vergadering wordt een afzonderlijk verslag opgemaakt dat niet openbaar wordt gemaakt, tenzij het College van bestuur anders beslist. Artikel 8. Bevoegdheden College van bestuur 1. Het College van bestuur oefent het bevoegd gezag uit over de scholen van de Stichting en aan haar komen alle bevoegdheden toe, voorzover deze in de statuten niet aan de Raad van toezicht zijn opgedragen. 2. Het College van bestuur is bevoegd tot het aangaan van overeenkomsten tot het verkrijgen, vervreemden en bezwaren van registergoederen, alsmede tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de Stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt. Artikel 9. Besluiten College van bestuur die goedkeuring van de Raad van toezicht behoeven 1.
Het College van bestuur verschaft de Raad van toezicht tijdig en ruimhartig de voor de uitoefening van diens taak noodzakelijke informatie en gegevens. 2. Aan de voorafgaande goedkeuring van de Raad van toezicht zijn, onverminderd het elders in deze statuten bepaalde, onderworpen de besluiten van het College van bestuur tot: a. de vaststelling en wijziging van het strategisch beleidsplan, het treasurystatuut, de begroting, de jaarrekening en het jaarverslag; b. de reglementen van het College van bestuur als bedoeld in art. 18 van deze statuten; c. een ingrijpende wijziging betreffende de identiteit, organisatie van de Stichting en de aan haar verbonden onderwijsinstellingen; d. de wijziging van de statuten van de Stichting en van reglementen betreffende de werkwijze van het College van bestuur; e. de ontbinding van de rechtspersoon; f. de oprichting van een nieuwe rechtspersoon alsmede de vaststelling van de statuten van een nieuwe rechtspersoon; g. de duurzame rechtstreekse of middellijke samenwerking met andere rechtspersonen, alsmede verbreking van een zodanige samenwerking, indien deze samenwerking of verbreking van ingrijpende betekenis is; h. aangifte van faillissement en aanvraag van surséance van betaling. i.
het aangaan van overeenkomsten tot het verkrijgen, vervreemden en bezwaren van registergoederen, alsmede tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de Stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt 3. Aan de goedkeuring van de Raad van toezicht zijn onderworpen besluiten tot verplaatsing, samenvoeging, omzetting, splitsing en besluiten tot opheffing van afdelingen daaraan. Aan de goedkeuring van de Raad van toezicht zijn bovendien onderworpen voorstellen van het College van Bestuur aan de Gemeenteraad tot het nemen van een besluit als bedoeld in art. 10 lid 3.
4. Het ontbreken van de gevraagde goedkeuring door de Raad van toezicht heeft geen opschortende werking met betrekking tot door het College van bestuur te nemen besluiten. Artikel 10 Verantwoording aan de Gemeenteraad 1. Het College van bestuur brengt jaarlijks aan de Gemeenteraad verslag uit omtrent zijn werkzaamheden. Het bestuur besteedt daarbij in ieder geval aandacht aan de wezenskenmerken van het openbaar onderwijs. 2. Het verslag is openbaar. De Raad van toezicht en de betrokken medezeggenschapsraden ontvangen een exemplaar van het verslag. 3. Aan de Gemeenteraad is voorbehouden het besluit over de opheffing van een openbare school. Artikel 11 Financiën en verslaglegging 1. Het boekjaar valt samen met het kalenderjaar. 2. Het College van bestuur biedt jaarlijks vóór vijftien november een door de Raad van toezicht goedgekeurd ontwerp van de begroting met toelichting voor het daarop volgende jaar van de baten en de lasten van de activiteiten aan de Gemeenteraad aan. Het College van bestuur biedt jaarlijks vóór één juli een door de Raad van toezicht goedgekeurd ontwerp van de rekening over het daaraan voorafgaande jaar van de Stichting ter overleg aan de Gemeenteraad aan.
De rekening gaat vergezeld van een verslag van de registeraccountant dat, behalve de verklaring bij de rekening, bevindingen bevat over de vraag of de administratie en het beheer voldoen aan de eisen van rechtmatigheid en doelmatigheid. 3. Na het overleg als bedoeld in het voorgaande lid (dan wel indien dit overleg niet binnen zes weken na de aanbieding als bedoeld in het voorgaande lid heeft plaatsgevonden), stelt het College van bestuur de begroting en jaarrekening vast. 4. Indien het College van bestuur voornemens is de begroting te wijzigen, wordt deze wijziging overeenkomstig de voorgaande leden van dit artikel ter overleg aan de Gemeenteraad voorgelegd. Artikel 12 Vertegenwoordiging 1. Uitgezonderd het bepaalde in lid 2 wordt de stichting in en buiten rechte vertegenwoordigd door het College van bestuur. De vertegenwoordigingsbevoegdheid komt bovendien toe aan ieder lid van het College van bestuur afzonderlijk. 2. De Raad van toezicht vertegenwoordigt de Stichting in gevallen waarin naar zijn oordeel sprake is van een tegenstrijdig belang tussen een lid of meerdere leden van het College van bestuur en de Stichting. Voordat het daartoe overgaat voert de Raad van toezicht overleg met het College van bestuur. Artikel 13 Raad van toezicht 1. De Raad van toezicht bestaat uit zeven leden. 2.
De leden van de Raad van toezicht worden door de Raad van toezicht benoemd, geschorst en ontslagen. Indien in de Raad van toezicht een vacature ontstaat, neemt de Raad van toezicht onverwijld maatregelen tot aanvulling van zijn ledental. 3. Twee leden van de Raad van toezicht worden benoemd op bindende voordracht van de Gemeenteraad van de Gemeente 's-Gravenhage. Eén lid van de Raad van toezicht wordt benoemd op bindende voordracht van de Gemeenteraad van de Gemeente Rijswijk. Een lid van de Raad van Toezicht wordt benoemd op bindende voordracht van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad van de Stichting VO Haaglanden. 4. Alvorens tot benoeming of herbenoeming van een lid van de Raad van toezicht over te
gaan, stelt de Raad van toezicht een schets op van het profiel waaraan de te benoemen kandidaat dient te voldoen. De profielschets dient tot uitdrukking te brengen dat er gestreefd wordt naar een evenwichtige samenstelling van de Raad van toezicht, zoals nader uitgewerkt in het Reglement als bedoeld in lid 5 van dit artikel. De profielschets wordt in het jaarverslag opgenomen. De Raad van toezicht kan zich bij de werving en selectie van kandidaten laten bijstaan door deskundigen. 5. De Raad van toezicht stelt een Reglement vast waarin nadere regels worden gesteld over de werkwijze van de Raad van toezicht. Dit reglement bevat in ieder geval een nadere regeling omtrent: a. de benodigde competenties in de Raad van toezicht; b. het voeren, vastleggen en archiveren van het jaarlijks te houden functioneringsgesprek met de leden van het College van bestuur. 6. Personen in dienst van de Stichting kunnen geen lid van de Raad van toezicht zijn. 7. Het lidmaatschap van de Raad van toezicht is onverenigbaar met het lidmaatschap van een van de medezeggenschapsraden of de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad van de Stichting. 8. Een lid van de Raad van toezicht mag niet: a. als gemachtigde of adviseur werkzaam zijn ten behoeve van de Stichting dan wel ten behoeve van de wederpartij van de Stichting; b.
als gemachtigde of als adviseur werkzaam zijn ten behoeve van derden tot het aangaan van collectieve arbeidsovereenkomsten met de Stichting of in die hoedanigheid deelnemen aan het Decentraal Georganiseerd Overleg; c. als gemachtigde of als adviseur werkzaam zijn ten behoeve van derden tot het aangaan van overeenkomsten met de Stichting als bedoeld in onderdeel d; d. rechtstreeks of onmiddellijk een overeenkomst aangaan betreffende: I. het aannemen van werk ten behoeve van de Stichting; II. het buiten dienstbetrekking tegen beloning verrichten van werkzaamheden ten behoeve van de Stichting; III. het doen van leveranties aan de Stichting; IV. het verhuren van roerende zaken aan de Stichting; V. het verwerven van betwiste vorderingen ten laste van de Stichting VI. het van de Stichting onderhands verwerven van onroerende zaken of beperkte rechten waaraan deze zijn onderworpen; VII. het onderhands huren van de Stichting; VIII. andere aangelegenheden dan de hierboven onder I. tot en met VIII. genoemde, een en ander ter beoordeling van de Raad van toezicht. 9. De Raad van toezicht kan zich in zijn vergaderingen door deskundigen laten adviseren. Artikel 14 Zittingsperiode 1. De leden van de Raad van toezicht worden voor vier jaar benoemd. De leden kunnen na afloop van hun zittingsperiode terstond, maar maximaal één maal worden herbenoemd.
De leden kunnen bij uitzondering, in een door de Raad van toezicht bepaalde specifieke situatie, maximaal twee maal worden herbenoemd. 2. In een vacature wordt zo spoedig mogelijk voorzien. Artikel 15 Vergoeding leden Raad van toezicht 1. Leden van de Raad van toezicht kunnen voor het bijwonen van vergaderingen en ter bestrijding van bepaalde reis- en verblijfskosten een vergoeding genieten. 2. De Raad van toezicht stelt een regeling vast, waarin de in het eerste lid bedoelde vergoedingen nader worden uitgewerkt.
Artikel 16 Schorsing en ontslag 1. De Raad van toezicht kan een lid van de Raad van toezicht dat naar zijn oordeel in ernstige mate door handelen of nalaten afbreuk doet aan het functioneren van de Raad van toezicht en/of direct of indirect de Stichting en/of de onder het bevoegd gezag van de Stichting ressorterende scholen schade heeft berokkend, schorsen of uit zijn functie ontheffen, mits daartoe wordt besloten met een tweederde meerderheid van stemmen. Het betrokken lid van de Raad van toezicht heeft geen stemrecht terzake. 2. Voordat tot stemming over de voorgenomen schorsing of ontslag wordt overgegaan, wordt het betrokken lid van de Raad van toezicht in de gelegenheid gesteld dienaangaande het woord te voeren. 3. De maximum schorsingstermijn bedraagt vier maanden. Artikel 17 Taak en bevoegdheden Raad van toezicht 1. De Raad van toezicht heeft tot taak integraal toezicht te houden op het beleid van het College van bestuur en op de algemene gang van zaken in de Stichting en de met haar verbonden instellingen en/of rechtspersonen. De Raad van toezicht staat het College van bestuur met raad en advies terzijde. Bij de vervulling van zijn taak richt de Raad van toezicht zich naar het belang van de Stichting, de onder de Stichting ressorterende scholen en de met haar verbonden instellingen en/of rechtspersonen. 2.
De Raad van toezicht benoemt op voordracht van het College van bestuur de registeraccountant die belast is met de controle van de jaarstukken van de Stichting. 3. Met inachtneming van de wet- en regelgeving op het gebied van de bescherming van privacy en persoonsgegevens, na overleg met het College van bestuur en/of na een bepaaldelijk daartoe door de Raad van toezicht genomen besluit, heeft de Raad van toezicht of één of meer door de Raad van toezicht gemachtigde leden, toegang tot alle lokaliteiten van de Stichting en het recht om te allen tijde inzage te krijgen in alle bescheiden en boeken van de Stichting. De Raad van toezicht kan zich daarbij, na overleg met het College van bestuur, doen bijstaan door de registeraccountant van de Stichting dan wel een door de Raad van toezicht aan te wijzen deskundige aan wie inzage van de volledige administratie dient te worden verleend. 4. De Raad van toezicht krijgt het ontwerp van de begroting en het ontwerp van de rekening ter voorafgaande goedkeuring voorgelegd, waarna deze aan de Gemeenteraad worden aangeboden. 5. De Raad van toezicht regelt zijn werkzaamheden en al hetgeen zijn functioneren betreft bij reglement. Artikel 18 Reglementen Het College van bestuur kan tot nadere uitwerking van de statuten reglementen vaststellen.
Het College van bestuur stelt in ieder geval een reglement vast waarin nadere bepalingen zijn opgenomen over de samenstelling en de werkwijze van het College van bestuur. Deze reglementen mogen geen bepalingen bevatten die in strijd zijn met de statuten of met de wet. Artikel 19 Statutenwijziging en ontbinding 1. Deze statuten kunnen slechts worden gewijzigd door een besluit van het College van bestuur, welk besluit de voorafgaande goedkeuring behoeft van de Raad van toezicht. Daartoe worden de leden van de Raad van toezicht door de voorzitter van de Raad van toezicht bijeen geroepen op een termijn van vier (4) kalenderweken, waarbij in de oproep het besluit tot statutenwijziging woordelijk is opgenomen. 2. De goedkeuring van een besluit tot wijziging van de statuten kan alleen worden genomen
met tenminste twee derden van de geldig uitgebrachte stemmen van de leden van de Raad van toezicht, terwijl tenminste twee derden van de leden van de Raad van toezicht ter vergadering aanwezig zijn. 3. Het College van bestuur behoeft voor iedere wijziging van de statuten de goedkeuring van de Gemeenteraad. De Gemeenteraad kan zijn goedkeuring slechts onthouden indien door de voorgenomen statutenwijziging de wettelijk vereiste invloed voor zover het openbaar onderwijs betreft niet langer verzekerd is. 4. De Stichting kan slechts worden ontbonden door een besluit van het College van bestuur, welk besluit de voorafgaande goedkeuring behoeft van de Raad van toezicht.Daartoe worden de leden van de Raad van toezicht door de voorzitter van de Raad van toezicht bijeen geroepen op een termijn van vier (4) kalenderweken. 5. De goedkeuring van een besluit tot ontbinding van de Stichting kan alleen worden genomen met tenminste twee derden van de geldig uitgebrachte stemmen van de leden van de Raad van toezicht, terwijl tenminste drie vierden van de leden van de Raad van toezicht ter vergadering aanwezig zijn. 6. Een besluit tot ontbinding van de Stichting behoeft de voorafgaande schriftelijke toestemming van de Gemeenteraad. 7.
In geval van ernstige taakverwaarlozing door het College van bestuur of functioneren in strijd met de wet, voor zover het openbaar onderwijs betreft, neemt de Gemeenteraad de maatregelen die hij nodig acht om de continuïteit van het onderwijsproces te waarborgen voor zover het openbaar onderwijs betreft. Artikel 20 Vereffening 1. Bij ontbinding van de Stichting is het College van bestuur met de vereffening belast, tenzij de Gemeenteraad anders beslist. 2. Gedurende de vereffening blijven deze statuten van kracht voor zover dat met de vereffening verenigbaar is. De vereffenaars leggen rekening en verantwoording af aan de Gemeenteraad en de Raad van Toezicht. 3. De vereffenaars doen aan de registers waar de Stichting is ingeschreven opgaaf van hun optreden als zodanig en van de gegevens die van een bestuurder worden verlangd. 4. De vereffenaars besteden hetgeen na voldoening der schuldeisers van het vermogen van de ontbonden Stichting is overgebleven zo veel mogelijk overeenkomstig het doel van de Stichting. Artikel 21 Overgangs- en slotbepalingen In alle gevallen de Stichting betreffende waarin deze statuten niet voorzien, beslist het College van bestuur.