RIS320028 Bijlage Rapport IPSOS I&O 'Opvanglocaties in Den Haag ervaringen en behoeften omwonenden'
Tekst van het document
Voor informatie vanuit de gemeente vaak al geruchtenstroom Deelnemers geven tot slot aan dat er vooraf al een geruchtenstroom op gang kwam waarin over de komst van de locatie werd gesproken en waarbij snel een negatieve sfeer ontstond. Zowel in buurt Whatsapp-groepen als op sociale media werd erover gesproken waarbij volgens deelnemers al snel stemmingmakerij plaatsvindt. Deze geruchtenstroom veroorzaakt volgens deelnemers een sfeer die niet goed is. In de buurtapp hing al snel een naar sfeertje. Dat sloeg om toen een hoteleigenaar zei dat hij al spullen had verzameld voor de vluchtelingen. (Man, 70 jaar) Zij zijn de gebeten hond. Het zijn mensen die je eigenlijk niet wil. Dat was de eerste opwinding. Het idee dat een bus asielzoekers zou komen, dat geeft een boel ophef, men heeft daar ideeën over en meestal is dit de eerste reactie. (Vrouw, 69 jaar)
Opvanglocaties in Den Haag: ervaringen en behoeften omwonenden
37 van 46
4.3
Ervaringen met communicatie tijdens en na afloop
Deelnemers aan de groepsgesprekken geven aan dat er na de brief en buurtbijeenkomst eigenlijk weinig informatie meer volgt vanuit de gemeente. Zoals eerder beschreven, vinden sommige omwonenden het bovendien jammer dat er weinig interactie plaatsvindt tussen de bewoners van de opvanglocatie en omwonenden. Over het algemeen heb ik goede ervaringen, ik merk niet dat ze er zijn, maar ik merk ook dat er geen contact is en dat dit niet gefaciliteerd wordt en dat vind ik jammer en niet goed. (Man, 58 jaar) Deelnemers geven aan het prettig te vinden om op de hoogte te blijven van de opvanglocatie, bijvoorbeeld door middel van een (digitale) brief of door er in de wijkkrant aandacht aan te besteden. De gemeente kan een rol spelen in het wijkkrantje door een aantal pagina’s te wijden aan de opvanglocaties. Bijvoorbeeld een interview met een nieuwkomer te plaatsen. Daarmee krijgt de buurt ook een beeld: ‘wie zijn dat nou?’ En er kan worden aangegeven waar behoefte aan is? En wat gebeurt er? Het krantje wordt goed gelezen en staat vol met verhalen. De bewonersorganisaties maken die krantjes, de gemeente kan hen vragen om daar aandacht aan te besteden. (Vrouw, 33 jaar) Er zijn wisselende geluiden over hoe de interactie tussen bewoners en omwonenden tot stand zou moeten komen.
De deelnemer uit het citaat hierboven (en met haar enkele anderen) pleit voor acties die vanuit de omwonenden zelf worden geïnitieerd, en waarbij de gemeente meer een faciliterende rol heeft. De overheid moet niet automatisch denken dat ze alles zelf moet en kan doen, daar kun je buurtbewoners ook een rol in geven. Bijvoorbeeld in de bijeenkomst, maar dat kan ook op andere manieren. (Man, 64 jaar) Er zijn ook deelnemers die van mening zijn dat de gemeente hierin meer het voortouw zou moeten nemen. Een enkeling geeft aan dat de verantwoordelijkheid hiervoor bij de nieuwkomer ligt. Ook wanneer een opvanglocatie sluit, is voor deelnemers veelal niet duidelijk. Sommigen geven aan niet te weten of de locatie bij hun in de buurt nog in gebruik is als opvanglocatie of niet. De meesten zouden het prettig vinden om daarvan op de hoogte te worden gesteld, omdat het ook te maken heeft met de betrokkenheid bij de buurt. Een enkeling is hier kritisch over en vraagt zich af of het echt nodig is: “Dat hoor je van een café of sportvereniging toch ook niet?” (Vrouw, 33 jaar).
Opvanglocaties in Den Haag: ervaringen en behoeften omwonenden
38 van 46
4.4
Communicatiebehoeften
De meeste omwonenden vinden het belangrijk om door de gemeente geïnformeerd te worden wanneer er een opvanglocatie voor nieuwkomers in de buurt komt. Omwonenden boven de 50 jaar vinden dat belangrijker dan jongere omwonenden. Achtenzestig procent van de 50- t/m 64-jarigen en 85 procent van de 65-plussers vinden dit belangrijk. Onder 18- t/m 34-jarigen is dat twee derde (68%). Figuur 4.7 - Hoe belangrijk of onbelangrijk vindt u het om door de gemeente geïnformeerd te worden wanneer er een opvanglocatie voor nieuwkomers in uw buurt komt? Basis: alle omwonenden, n=599 (alleen gevraagd via de online enquête)
Totaal
82%
18 t/m 34 jaar
14%
68%
35 t/m 49 jaar
25% 76%
3% 7%
19%
4%
50 t/m 64 jaar
86%
10%
4%
65+
85%
12%
2%
0% (Zeer) belangrijk
20%
40%
Niet belangrijk, niet onbelangrijk
60% (Zeer) onbelangrijk
Opvanglocaties in Den Haag: ervaringen en behoeften omwonenden
80%
100%
Wil ik niet zeggen/Weet niet
39 van 46
Voor alle uitgevraagde aspecten geldt dat de helft of meer het belangrijk vindt om daarover geïnformeerd te worden. Vooral de locatie is belangrijk (82%). Verder hechten omwonenden ook belang aan hoe de locatie wordt beheerd, wie er worden opgevangen en voor welke periode. Nieuws en activiteiten, en hulp en vrijwilligerswerk worden door een minder grote groep als belangrijke informatie gezien. Figuur 4.8 - Hoe belangrijk vindt u het om over opvanglocatie(s) voor nieuwkomers in uw buurt de volgende zaken te weten? Basis: alle omwonenden, n=599 (alleen gevraagd via de online enquête)
Locatie
82%
12%
4%1%
Beheer van de locatie
77%
14%
7% 2%
Doelgroep
76%
16%
7% 1%
(Tijds)duur
73%
Nieuws en activiteiten
63%
Hulp en vrijwilligerswerk
24%
50%
0% (Zeer) belangrijk
17%
20%
25%
40%
Niet belangrijk, niet onbelangrijk
Opvanglocaties in Den Haag: ervaringen en behoeften omwonenden
60%
11%
17%
80%
(Zeer) onbelangrijk
9% 2%
3%
8%
100%
Weet ik niet
40 van 46
Van de aspecten die omwonenden als belangrijk hebben aangekruist, is tevens uitgevraagd welke zij daarvan het meest belangrijk vinden. Daaruit blijkt wederom dat vooral de locatie belangrijk is (28%), en wie er worden opgevangen (31%). In mindere mate is het beheer van de locatie voor omwonenden van belang (13%). Figuur 4.9 - Hieronder ziet u de aspecten die u belangrijk vindt om te weten. Welke van deze aspecten vindt u het meest belangrijk? Basis: alle omwonenden, n=599 (alleen gevraagd via de online enquête)
Doelgroep
31%
Locatie
28%
Beheer van de locatie
13%
Hulp en vrijwilligerswerk
9%
(Tijds)duur
8%
Nieuws en activiteiten
5%
Iets anders
1%
Weet ik niet
5%
0%
5%
10%
15%
20%
25%
30%
35%
Driekwart van de omwonenden geeft de voorkeur aan informatie per brief. Een op tien vindt de buurtbijeenkomst het meest prettig. Figuur 4.10 - Op welke manier wordt u het liefst geïnformeerd over opvanglocaties voor nieuwkomers in uw buurt? Basis: alle omwonenden, n=828
Via een brief
74%
Via een buurtbijeenkomst of inloopavond
10%
Via de website van de gemeente
4%
Via de sociale mediakanalen van het stadsdeel
1%
Via het lokale nieuws (bijv. krant, zender)
2%
Op een andere manier
4%
Ik wil niet geïnformeerd worden hierover
4%
Weet ik niet/wil ik niet zeggen
1%
0%
10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80%
Opvanglocaties in Den Haag: ervaringen en behoeften omwonenden
41 van 46
Uit de groepsgesprekken komt nog een aantal andere behoeften naar voren wat betreft de gemeentelijke communicatie. Deze hebben te maken met het betrekken van omwonenden, het moment van communicatie, de gekozen kanalen en duidelijkheid over de rol van de gemeente.
Deel omwonenden wil meer betrokken worden Deelnemers van de groepsgesprekken hebben meer dan nu gebeurt de behoefte om betrokken te worden bij de opvanglocaties. Zij zouden graag horen wat de buurt en zijzelf kunnen betekenen. Er is sprake van een proces. De brief is een soort startpunt. Als je wil dat mensen integreren zonder al te veel inspanning, moet je de buurt betrekken en daar komt iets meer bij kijken. Vroeger had je overal opbouwwerkers. Die deden best goed werk. (Man, 64 jaar) Deelnemers geven verder aan dat ze het belangrijk vinden om als serieuze gesprekspartner te worden gezien. Dat is bijna altijd in van die informatiebrieven. Zo wekken ze de indruk dat je nog mee mag praten, maar de beslissing is al genomen. Dan kom ik niet. (Man, 64 jaar)
Meer momenten van communicatie Wat betreft het moment van informeren en betrekken, zien deelnemers meer mogelijkheden dan er nu zijn. Sommige zeggen bijvoorbeeld graag al aan de voorkant meer mee te willen denken: bijvoorbeeld over wat een geschikte locatie zou zijn. Ik wil gewoon meepraten over het besluit. ‘In uw stadsdeel moeten zoveel mensen worden opgevangen, mag ik daar eens met u over praten?’ Hoe gaan we het aanpakken, wat zijn de voorwaarden. Ook met de mensen die komen. (Man, 78 jaar) Anderen missen informatie tijdens het proces, omdat zij graag willen weten wat ze zouden kunnen betekenen. Ik had het wel prettig gevonden als ik wat vragen had kunnen stellen. Vooral dingen die ik zelf had kunnen doen. Er komen daar dus mensen te wonen die hier in het luchtledige hangen. Ik ben niet bij de bijeenkomst geweest. Als dat de enige kans is, dan is dat te beperkt. Als je niet naar de bijeenkomst kunt of je hebt de brief niet gehad, dan houdt het op en weet je niet waar je terecht moet. (Vrouw, 33 jaar) Ook is het voor deelnemers veelal onduidelijk wat de huidige status is van een opvanglocatie (wel/niet nog in gebruik): Ik heb alleen de brief gehad in het begin en deze uitnodiging [voor het groepsgesprek]. Maar veranderingen moet je communiceren door het hele traject en meerdere keren. Ik heb één keer iets ontvangen en verder is het stil gebleven.
Ik denk dat ze er nog zijn maar ik weet het niet? (Man, 64 jaar) Zij geven aan daar wel graag over geïnformeerd te willen worden.
Opvanglocaties in Den Haag: ervaringen en behoeften omwonenden
42 van 46
Mogelijkheid voor inzet verschillende kanalen Deelnemers benoemen de mogelijkheid om meer kanalen in te zetten om omwonenden op de hoogte te stellen. Zij hebben wisselende ervaringen met de post. Een brief wordt door sommigen als ‘formeel’ gezien, die bovendien maar door weinig mensen gelezen wordt. Anderen zeggen dat – doordat er steeds meer digitaal gebeurt – een brief juist de indruk wekt belangrijke informatie te bevatten. ‘Ik heb een ‘Nee/Nee’ sticker, dus voor mij is een brief van de gemeente over de locatie voldoende. Die lees ik.’ (Vrouw 33 jaar). Deelnemers vinden dat de gemeente naast het versturen van een brief ook gebruik zou kunnen maken van andere media. Zij noemen bijvoorbeeld sociale media, en de lokale kranten. In de wijkkrant zou volgens omwonenden zowel feitelijke informatie (wanneer opent en sluit de locatie?) als informatie over de bewoners, en wat buurtbewoners kunnen bijdragen. Ook de buurtwhatsapp heeft volgens deelnemers een groot bereik. Er is meer dan alleen maar een brief, of iets op je website zetten. Maar bedenk ook dat er misschien een lokale app is die heel veel mensen bereiken. Of een persoon die heel erg actief is in de wijk, dat je die al op voorhand informeert. Zodat je voorkomt dat er roddels en argwaan ontstaat. (Vrouw, 64 jaar)
Meer duidelijkheid over rol en mogelijkheden van de gemeente Uit de groepsgesprekken komt daarnaast onbegrip naar voren over de rol van de gemeente. Bij buurtbewoners is het speelveld waarin de gemeente zich begeeft niet altijd bekend. ‘Ik denk niet dat de gemeente kan kiezen in wie zij wil opvangen.’ (Vrouw, 77 jaar). Zij hebben wel vermoedens, bijvoorbeeld dat er pas laat over de komst van een locatie wordt gecommuniceerd om weerstand te voorkomen. Kort van tevoren communiceren lijkt alsof ze [de gemeente] gedoe verwacht. Dus daarom zeggen ze: ‘Het is al gebeurd’. (Man, leeftijd) Sommigen benoemen dat wellicht andere gemeentes verantwoordelijk zijn bij locaties die over gemeentegrenzen heengaan. Uit de groepsgesprekken blijkt ook dat deelnemers soms meer of minder autonomie toedichten aan de gemeente dan zij mogelijk heeft. Er is kortom behoefte aan meer uitleg. Daarmee kan volgens deelnemers ook worden voorkomen dat er roddels en argwaan ontstaan. Daarnaast merken deelnemers op dat de communicatie erg verschilt tussen verschillende locaties. Ook dat roept vragen op, zeker bij degenen die bij meerdere locaties in de buurt wonen. Zij begrijpen niet dat ze over de ene locatie niks horen, terwijl ze over een andere locatie wel brieven ontvangen.
Opvanglocaties in Den Haag: ervaringen en behoeften omwonenden
43 van 46
5
Conclusies
Samenvattend kunnen uit het voorliggende onderzoek de volgende conclusies worden getrokken: • Omwonenden vaker positief dan negatief over opvanglocatie Op het moment van enquêteren (dus terwijl de locatie nog in gebruik is, of reeds gesloten) staat 57 procent van de omwonenden positief tegenover de opvang van nieuwkomers op de locatie bij hun in de buurt. Een kwart is hier niet positief maar ook niet negatief over, 15 procent is geen voorstander van de opvang van nieuwkomers in de buurt. • Kwart is positiever geworden over de opvanglocatie Bij het merendeel van de omwonenden (64%) is de houding die zij vooraf hadden, niet tussentijds veranderd. Een kwart is positiever geworden over de opvang, 11 procent juist negatiever. Er zijn verschillen tussen de locaties. Vooral onder omwonenden van NH Kijkduin verschoof het sentiment: 39 procent van deze omwonenden zegt hier positiever over te zijn geworden, terwijl 6 procent er achteraf juist minder over te spreken is. Ook bij de Jupiterkade is een aanzienlijk deel positiever geworden over de opvang. Bij de locaties in het Fletcher Stadshotel en Aquarius veranderden relatief weinig omwonenden van mening. • Meeste omwonenden hebben nauwelijks ervaringen met (bewoners van) locaties Over het algemeen geldt dat omwonenden nauwelijks ervaringen hebben met (de bewoners van) de opvanglocaties: 70 procent zegt deze niet te hebben gehad.
De resterende groep heeft overwegend positieve ervaringen. Die ervaringen leidde ook tot een verschuiving in sentiment: zij zijn vaker positiever (39%) dan negatiever geworden (7%). Tegelijkertijd was de groep die vooraf vooral of alleen negatieve gevolgen verwachtte, groter dan de groep die vooral of uitsluitend positieve dingen voorzag. De positieve ontwikkeling in attitude lijkt dan ook (onder andere) te verklaren door het uitblijven van (verwachte) negatieve gevolgen, en het wel opdoen van positieve ervaringen. • Ontevredenheid over moment van communiceren Lang niet alle omwonenden zeggen geïnformeerd te zijn over de opvanglocatie bij hun in de buurt (58%)3. De omwonenden die wel aangeven geïnformeerd te zijn, ontvingen vrijwel allemaal een brief. Zij zijn positief over de juistheid, duidelijkheid en volledigheid van de informatie. Wel bestaat er ontevredenheid over het moment van communiceren. Een kwart vindt niet dat zij op tijd is geïnformeerd. Dat geldt vooral voor de omwonenden van NH Kijkduin: bijna twee derde van die omwonenden (64%) vond niet dat ze de informatie op tijd ontvingen.
3
In theorie zou dat 100 procent moeten zijn, omdat alleen omwonenden zijn aangeschreven die zich in het communicatiegebied van de gemeente bevinden.
Opvanglocaties in Den Haag: ervaringen en behoeften omwonenden
44 van 46
Behoeften: meer betrokkenheid, verschillende kanalen en helderheid over rol gemeente Deelnemers aan de groepsgesprekken zien dat verdere communicatie na de brief en buurtbijeenkomst over het algemeen uitblijft. Van sommige locaties is het voor omwonenden onduidelijk of deze op dit moment nog in gebruik zijn. Meerdere deelnemers geven aan dit jammer te vinden. Zij zouden in ieder geval ook bij het sluiten van de locatie daarover geïnformeerd willen worden. Al dan niet omdat zij graag meer betrokken hadden willen worden, bijvoorbeeld door iets op de locatie of voor de bewoners te betekenen. Zij hoopten dat de komst van de opvanglocatie tot meer diversiteit zou leiden, en betrokkenheid in de buurt. Verder noemen omwonenden de mogelijkheid van het gebruik van meer en andere communicatiemiddelen, zoals de buurtkrant en sociale media. Tot slot is er behoefte aan meer tekst en uitleg over de rol van de gemeente. Buurtbewoners willen dat de gemeente eerlijk is over haar eigen rol, wat ze (niet) weet en (niet) kan doen. •
Opvanglocaties in Den Haag: ervaringen en behoeften omwonenden
45 van 46
Contactgegevens Ipsos I&O Enschede Zuiderval 70 Postbus 563 7500 AN Enschede 053 - 200 52 00 KVK-nummer 08198802 info@ioresearch.nl www.ipsos-publiek.nl
Ipsos I&O Amsterdam Piet Heinkade 55 1019 GM Amsterdam 020 – 308 48 00 info@ioresearch.nl www.ipsos-publiek.nl