RIS319984 Bijlage concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau Binckhorst
Tekst van het document
Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau Intergemeentelijke Gebiedsvisie Vlietlijn en Doorontwikkeling Binckhorst. Gemeenten Den Haag, Leidschendam-Voorburg & Rijswijk 6 september 2024
COLOFON20 CONCEPT NOTITIE REIKWIJDTE EN DETAILNIVEAU
Contactpersoon ARCADIS
Arcadis Nederland B.V. Postbus 264 6800 AG Arnhem Nederland
2
Datum: 6 september 2024 - Confidential
CONCEPT NOTITIE REIKWIJDTE EN DETAILNIVEAU
Inhoudsopgave 1
2
3
4
5
3
Inleiding
4
1.1
Aanleiding en doel
4
1.2
Doorontwikkeling, de Vlietlijn en geothermiecentrale
4
1.3
Te doorlopen procedures
6
1.4
Betrokken partijen en verantwoordelijkheden
6
Procedure
6
2.1
Intergemeentelijke gebiedsvisie Vlietlijn en doorontwikkeling Binckhorst
6
2.2
Mer-plicht en -procedure
7
2.2.1
Mer-plicht
7
2.2.2
Mer-procedure
8
2.3
Planning
10
Voorgenomen activiteit en alternatieven
10
3.1
Referentiesituatie
10
3.2
De Vlietlijn & mobiliteitsmaatregelen
10
3.3
Doorontwikkeling Binckhorst
12
3.4
Geothermiecentrale
13
Aanpak effectonderzoek voor het plan-MER
14
4.1
Het plan-MER wordt voor besluitvorming in drie gemeenten opgesteld
14
4.2
Plangebied en studiegebied
15
4.3
Te beschouwen situaties
15
4.4
Welke effecten worden er onderzocht?
16
4.5
Scoringsmethodiek
17
Participatie
18
5.1
18
Participatie in de Binckhorst
Datum: 6 september 2024 - Confidential
COLOFON20 CONCEPT NOTITIE REIKWIJDTE EN DETAILNIVEAU
1. Inleiding Dit eerste hoofdstuk geeft de introductie op het project en deze Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD). In paragraaf 1.2 worden de plannen en de projectgeschiedenis kort beschreven. Paragraaf 1.3 benoemt de procedures die daarvoor doorlopen moeten worden, en paragaaf 1.4 gaat in op de bij dit project betrokken partijen. Paragraaf 1.1 beschrijft kort het doel van deze notitie met een leeswijzer.
1.1
Aanleiding en doel
Voor u ligt de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) voor de intergemeentelijke Gebiedsvisie "De Vlietlijn en doorontwikkeling Binckhorst". De Vlietlijn is de nieuwe benaming van wat voorheen de HOV genoemd werd. Deze Gebiedsvisie wordt als vrijwillig gebiedsprogramma opgesteld. De NRD is de eerste stap in de procedure van de milieueffectrapportage (mer) die de gemeenten Den Haag, Leidschendam-Voorburg en Rijswijk ter ondersteuning van de besluitvorming van de Gebiedsvisie doorlopen. De NRD beschrijft welke ontwikkelingen in de Gebiedsvisie voorzien zijn, hoe de mer-procedure eruit ziet, en welke onderzoeken voor het op te stellen milieueffectrapport (planMER) worden uitgevoerd. Daarbij wordt beschreven welke onderzoeken uitgevoerd worden (de reikwijdte) en hoe gedetailleerd deze onderzoeken worden uitgevoerd (het detailniveau). De drie gemeenten stellen eenieder in de gelegenheid om binnen de aangegeven periode een reactie op deze NRD te geven. Meer informatie over de voorgenomen activiteiten, de mer-procedure en de mogelijkheden om op deze NRD te reageren leest u in het vervolg van dit rapport: • Het vervolg van dit hoofdstuk beschrijft de aanleiding van de Gebiedsvisie, de mer-procedure en de voorgeschiedenis van het project.
• Hoofdstuk 2 beschrijft de procedure die gevolgd wordt voor de intergemeentelijke Gebiedsvisie Doorontwikkeling Binckhorst en een milieueffectrapportage. • Hoofdstuk 3 licht toe welke activiteiten voorzien zijn in de Gebiedsvisie. • Hoofdstuk 4 gaat in op de onderzoeksmethodiek voor het plan-MER en het detailniveau van de onderzoeken die hiervoor uitgevoerd worden. • Hoofdstuk 5 beschrijft de wijze waarop u kunt reageren op deze NRD.
1.2
Doorontwikkeling, de Vlietlijn en geothermiecentrale
De Binckhorst is een wijk in Den Haag die begrensd wordt door de spoorlijn tussen Den Haag en Gouda in het noordoosten, de spoorlijn tussen Amsterdam en Rotterdam in het noordwesten, de Trekvliet in het zuidwesten en de Broeksloot in het zuidoosten. In de 20e eeuw heeft het gebied zich ontwikkeld tot een industrie- en bedrijventerrein en in de jaren ’90 is daarbij ook een kantorenpark aangelegd. Omdat het gebied gunstig ligt ten opzichte van uitvalswegen en OV-corridors, heeft de gemeente Den Haag besloten om het gebied de komende decennia te transformeren naar een gemengd woon-werkgebied. Deze ontwikkeling past binnen de bredere context: de gemeente Den Haag stelde in 2021 de Structuurvisie CID 1 vast, die tot doel heeft om het Haagse centrum in omvang te verdubbelen door middel van functiemenging en de nauwere verbinding van de stations Den Haag Centraal, Den Haag Hollands Spoor en Laan van NOI. De Binckhorst grenst aan dit gebied en de transformatie van een werkgebied naar een hoogstedelijk woon-werkgebied sluit goed aan op de ontwikkelingen in het CID. Voor de transformatie van de Binckhorst is in 2018 het Omgevingsplan Binckhorst 2 vastgesteld dat voorziet in een stedelijke ontwikkeling met een programma waarin maximaal 5.000 woningen met bijbehorende voorzieningen gerealiseerd worden. Ook worden nieuwe arbeidsplaatsen gecreëerd.
Aanvullend op dit programma heeft de gemeente de ambitie om nog eens tot 7.500 woningen plus programma toe te voegen aan het gebied. Dit wordt de Doorontwikkeling Binckhorst genoemd. Een tweede, voor de Doorontwikkeling noodzakelijke, ontwikkeling in het gebied is de aanleg van de Vlietlijn (voorheen een hoogwaardige openbaar vervoer (HOV-)verbinding genoemd). Hiervoor heeft een samenwerkingsverband van zeven overheden in 2022 de MIRT-Verkenning Bereikbaarheid CID-Binckhorst doorlopen, waarbinnen verschillende alternatieven tegen elkaar afgewogen werden. Als onderdeel van de verkenning is ook een Plan-MER Verkenning Bereikbaarheid CID-Binckhorst3 opgesteld. Als voorkeursalternatief werd in de verkenning een nieuwe tramlijn tussen Den Haag CS, station Voorburg en station Rijswijk/Delft gekozen. Hiervoor vinden
1 https://denhaag.raadsinformatie.nl/document/9574313/2/RIS307135_Bijlage_1_-_201118_SV_CID_-_Structuurvisie_CID_gew_vastgesteld 2 https://www.ruimtelijkeplannen.nl/view?planidn=NL.IMRO.0518.OP0369FOmgevBinck-50VA 3 https://binckhorstbereikbaar.nl/documenten/2022/Plan-MER%20CIDB%20Hoofdrapport.pdf
4
Datum: 6 september 2024 - Confidential
CONCEPT NOTITIE REIKWIJDTE EN DETAILNIVEAU
werkzaamheden plaats op grondgebied van zowel de gemeente Den Haag als de gemeenten LeidschendamVoorburg en Rijswijk. Daarnaast wordt in de Binckhorst gezocht naar ruimte om een geothermiecentrale in te passen die bijdraagt aan het energieneutraal kunnen toevoegen van de extra woningen aan de Binckhorst. In juli 20224 heeft het college van de gemeente Den Haag besloten tot een reservering van locaties voor geothermiecentrales, waaronder de locaties in de Binckhorst. Deze locaties moeten verder worden onderzocht op haalbaarheid en eventuele mitigerende maatregelen. Dit traject start met het opstellen van een intergemeentelijke Gebiedsvisie als niet-verplicht programma onder de Omgevingswet. Deze visie is gemeentegrens-overstijgend omdat de Vlietlijn niet alleen op grondgebied van de gemeente Den Haag komt te liggen, maar ook op dat van de gemeenten Leidschendam-Voorburg en Rijswijk. De intergemeentelijke Gebiedsvisie is kader stellend voor eventuele verdere planologische besluiten die door de betrokken gemeenten afzonderlijk genomen kunnen worden. Gekoppeld aan de Gebiedsvisie stelt adviesbureau Arcadis een plan-MER op, dat als bijlage bij de Gebiedsvisie door de gemeenteraden van de afzonderlijke gemeenten vastgesteld zal worden.
Figuur Fout! Geen tekst met de opgegeven stijl in het document.-1; de Binckhorst, met in roze de in te passen HOV-verbinding, in groen en blauw de te onderzoeken locaties voor de geothermiecentrale, en in transparant gekleurde vlakken de vier deelgebieden. Let op, dit betreft niet het invloedsgebied, dat volgt uit het plan-MER onderzoek.
4 https://denhaag.raadsinformatie.nl/document/11665905/2/RIS312726+Reservering+locaties+voor+ontwikkeling+geothermie
5
Datum: 6 september 2024 - Confidential
COLOFON20 CONCEPT NOTITIE REIKWIJDTE EN DETAILNIVEAU
1.3
Te doorlopen procedures
Korte toelichting op de te doorlopen procedures: •
•
Intergemeentelijke gebiedsvisie: De gebiedsvisie legt de koers voor de ruimtelijke ontwikkeling van een gebied vast. Een gebiedsvisie kan de uitgangspunten formuleren voor een later op te stellen omgevingsplan. De intergemeentelijke Gebiedsvisie Doorontwikkeling Binckhorst is formeel een vrijwillig programma waarvoor de uitgebreide voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 Awb geldt. Ter inzage legging van de ontwerp-gebiedsvisie maakt daar onderdeel van uit. Mer-procedure: Ter onderbouwing van de besluitvorming over de initiatieven in Binckhorst wordt de procedure van de milieueffectrapportage (mer-procedure) doorlopen, in dit geval de plan-mer procedure. De keuze voor de inrichting van het gebied dient immers weloverwogen genomen te worden en het is belangrijk om het milieubelang hierbij volwaardig te betrekken. De mer-procedure voor een plan-MER bestaat uit een aantal verschillende stappen waarbij een milieueffectrapport (plan-MER) wordt opgesteld.
Terminologie: • mer = milieueffectrapportage (de procedure) • plan-MER = plan-milieueffectrapport (het uiteindelijke rapport)
1.4
Betrokken partijen en verantwoordelijkheden
De initiatiefnemers van het onderliggende NRD en het plan-MER zijn de gemeenten Den Haag, LeidschendamVoorburg en Rijswijk. De gemeente Den Haag fungeert in het overkoepelende project als trekker. De betrokkenheid van de drie gemeenten bij de in het plan-MER beoordeelde activiteiten verschilt per activiteit. De locatiekeuze van de geothermiecentrale en de Doorontwikkeling Binckhorst vinden uitsluitend plaats op grondgebied van de gemeente Den Haag. Voor deze activiteiten is de gemeente Den Haag het bevoegd gezag. De aanleg van de HOV-verbinding en het bijbehorende pakket aan mobiliteitsmaatregelen daarentegen vindt plaats op het grondgebied van alle drie de gemeenten. Dat betekent dat iedere gemeente verantwoordelijk is voor de besluiten die betrekking hebben op haar eigen grondgebied, en iedere gemeente moet dus afzonderlijk het op haar grondgebied betrekking hebbende deel van de intergemeentelijke Gebiedsvisie vaststellen. Deze separate besluitvorming heeft ook implicaties voor het plan-MER. Omdat het plan-MER als bijlage bij de Gebiedsvisie vastgesteld wordt, dient iedere gemeente over een op haar eigen grondgebied betrekking hebbende versie van het plan-MER te beschikken. Dat betekent dat er drie versies van het plan-MER opgesteld worden.
We zetten in op één overkoepelend hoofdrapport, met per gemeente specifieke hoofdstukken over ontwikkelingen die op het grondgebied van de individuele gemeenten plaatsvinden.
2. Procedure In dit hoofdstuk worden de te doorlopen procedures toegelicht: de procedure voor de intergemeentelijke Gebiedsvisie Doorontwikkeling Binckhorst (paragraaf 2.1) met de hieraan gekoppelde procedure van de milieueffectrapportage (paragraaf 2.2). In paragraaf 2.3 is de globale planning van het project weergegeven. Gedurende de procedure worden burgers, bedrijven, belangengroepen, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen betrokken. Dit is kort beschreven in hoofdstuk 5 van deze notitie.
2.1 Intergemeentelijke gebiedsvisie Vlietlijn en doorontwikkeling Binckhorst Voor de voorgenomen activiteiten wordt de intergemeentelijke Gebiedsvisie Doorontwikkeling Binckhorst opgesteld. Het is intergemeentelijk omdat de Vlietlijn niet alleen in Den Haag is gelegen, maar deels ook in de gemeenten Leidschendam-Voorburg en Rijswijk. De overige twee activiteiten die in de intergemeentelijke Gebiedsvisie Doorontwikkeling Binckhorst worden opgenomen (de geothermiecentrale en de Doorontwikkeling van de Binckhorst) zijn wel geheel in de gemeente Den Haag gelegen. Voor specifieke onderwerpen (een programma dat is aangewezen in de paragrafen 3.2.2 tot en met 3.2.4 van de Omgevingswet) verplicht de Omgevingswet bestuursorganen een programma op te stellen. De intergemeentelijke Gebiedsvisie Doorontwikkeling Binckhorst (formeel een gebiedsprogramma) valt daar niet onder. Dat betekent dat er 6
Datum: 6 september 2024 - Confidential
CONCEPT NOTITIE REIKWIJDTE EN DETAILNIVEAU
sprake is van een vrijwillig programma. Het opstellen van een vrijwillig programma vraagt een vrije en creatieve toepassing. Een toepassing die past bij de vraag of opgave waar het programma een antwoord op moet zijn. Een vrijwillig programma bevat op grond van artikel 3.5 van de Omgevingswet: •
De uitwerking van het beleid voor ontwikkeling, gebruik, beheer, bescherming en behoud van de fysieke leefomgeving5; • Maatregelen om te voldoen aan vastgestelde omgevingswaarden6 of;https://iplo.nl/regelgeving/instrumenten/programma/vrijwillige-en-onverplichte-programma-s/ - begrip-inhoud188754 • Maatregelen voor het bereiken van doelstellingen voor de fysieke leefomgeving. Bij het opstellen van een vrijwillig programma moet het bestuursorgaan nadenken over de volgende onderwerpen: • Opgave • Relatie met omgevingsvisie en bestaand beleid • Doelen en programmahorizon • Onderzoek en beleidsinformatie • Sturingsfilosofie • Vormgeving en ontsluiting • Uitwerking/afweging maatregelen • Interbestuurlijke afstemming • Participatie • Vaststelling • Uitvoering Ten aanzien van de vaststelling van de intergemeentelijke Gebiedsvisie Doorontwikkeling Binckhorst, stelt elke gemeente het deel voor haar eigen grondgebied vast. Bij een vrijwillig programma gelden geen procedure-eisen. Alleen als voor het vrijwillige programma een milieueffectrapport moet worden gemaakt (zoals hier het geval is, zie paragraaf 2.2), geldt de uitgebreide voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 Awb. Dat houdt in dat de ontwerp-gebiedsvisie gedurende zes weken ter inzage wordt gelegd. In die termijn kan een ieder zienswijzen naar voren brengen. Die zienswijzen kunnen ook gaan over de inhoud van het plan-MER.
Omdat hetgeen in het programma wordt vastgelegd geen rechtstreekse toestemming voor activiteiten bevat, staat er geen beroep bij de bestuursrechter open. Na vaststelling van de intergemeentelijke Gebiedsvisie Doorontwikkeling Binckhorst doorlopen de afzonderlijke onderdelen een besluitvormingstraject in de vorm van wijziging van het omgevingsplan of het aanvragen van een omgevingsvergunning. In die fase is er eveneens sprake van de mogelijkheid om zienswijzen in te dienen en is er wel de mogelijkheid om in beroep te gaan bij in eerste instantie de rechtbank en indien nodig in hoger beroep bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
2.2 Mer-plicht en -procedure 2.2.1
Mer-plicht
Het voorkomen van aantasting van het milieu is van groot maatschappelijk belang. Het is daarom zaak om het milieubelang volwaardig in de besluitvorming te betrekken. Om dit te doen is het instrument mer ontwikkeld. Dit instrument dient in dit geval ter onderbouwing van de besluitvorming over de intergemeentelijke Gebiedsvisie Doorontwikkeling Binckhorst voor de Doorontwikkeling, de Vlietlijn en geothermiecentrale. In algemene zin is mer verplicht op grond van Europese en nationale wet- en regelgeving als er sprake is van plannen of projecten met mogelijk belangrijke milieueffecten. Dit is nader uitgewerkt in bijlage V van het Omgevingsbesluit, dat samen met de Omgevingswet vanaf 1 januari 2024 van kracht is.
5 Er bestaat geen duidelijke begrenzing van de leefomgeving. De Omgevingswet noemt fysieke leefomgeving (artikel
1.2, lid 1). Deze bestaat in ieder geval uit: bouwwerken, infrastructuur, watersystemen, water, bodem. 6 Een omgevingswaarde is één van de instrumenten waarmee overheden het beleid van een omgevingsvisie kunnen uitvoeren. Hiermee kunnen de gemeenten de kwaliteit vastleggen die ze voor de fysieke leefomgeving wil bereiken. Deze kwaliteit moet objectief vast te stellen en kwantitatief meetbaar zijn. Het gaat dan bijvoorbeeld om waarden voor de luchtkwaliteit of de waterkwaliteit. 7
Datum: 6 september 2024 - Confidential
COLOFON20 CONCEPT NOTITIE REIKWIJDTE EN DETAILNIVEAU
Voor een wettelijk voorgeschreven plan of programma geldt een plan-merplicht als het een kader vormt voor besluiten voor mer-(beoordelings)plichtige projecten of als er ook een passende beoordeling voor nodig is. Dit is ook van toepassing op een vrijwillig programma, daarvoor gelden dezelfde wettelijke bepalingen als voor een verplicht programma. Voor de realisatie van de drie initiatieven zijn drie categorieën uit bijlage V van het Omgevingsbesluit relevant: • Doorontwikkeling Binckhorst: realiseren van ongeveer 7.500 meer woningen in de Binckhorst en daarbij ook meer voorzieningen en arbeidsplaatsen. • De Vlietlijn: HOV-tramverbinding van Den Haag CS via de Binckhorstlaan en Maanweg naar station Voorburg en via de Binckhorstlaan naar Rijswijk. • Geothermiecentrale: plaatsen geothermiecentrale in de Binckhorst met een vermogen van minder dan 300 MW. Tabel Fout! Geen tekst met de opgegeven stijl in het document.-1 toetst deze initiatieven aan bijlage V van het Omgevingsbesluit.
Tabel Fout! Geen tekst met de opgegeven stijl in het document.-1 Relevante categorieën van projecten uit bijlage V van het Omgevingsbesluit
Categorie Omschrijving
Directe mer-plicht
Merbeoordelingsplicht
J11
Stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip Niet van toepassing van de bouw van winkelcentra en de aanleg van parkeerterreinen
Aanleg, wijziging of uitbreiding
J3
Tramrails, boven- en ondergrondse spoorwegen, zweefspoor en gelijksoortige bijzondere constructies
Niet van toepassing
Aanleg, wijziging of uitbreiding
C1
Thermische centrales en andere verbrandingsinstallaties voor de productie van elektriciteit, stoom of warm water
Oprichting, wijziging of uitbreiding met een warmtevermogen van 300 MW of meer (thermisch)
Oprichting, wijziging of uitbreiding
Uit Tabel Fout! Geen tekst met de opgegeven stijl in het document.-1 volgt dat er geen sprake is van een directe mer-plicht. De initiatieven zijn wel mer-beoordelingsplichtig. De intergemeentelijke Gebiedsvisie Vlietlijn en Doorontwikkeling Binckhorst is kaderstellend voor deze ontwikkelingen waarbij het bevoegd gezag moet beoordelen of deze aanzienlijke milieueffecten kunnen hebben. Het maken van een plan-MER is dan ook verplicht voor de intergemeentelijke Gebiedsvisie Doorontwikkeling Binckhorst.
2.2.2
Mer-procedure
Aangezien het hier gaat om een niet-verplicht, kaderstellend programma waarvoor een plan-mer plicht geldt, wordt de procedure voor een plan-MER doorlopen. Mer is een procedure die bestaat uit een aantal verschillende stappen resulterend in onder meer een milieueffectrapport (plan-MER). Vanaf 1 januari 2024 is de procedure vastgelegd in afdeling 16.4 van de Omgevingswet. In de vorige paragraaf is de procedure voor de intergemeentelijke Gebiedsvisie Vlietlijn en Doorontwikkeling Binckhorst beschreven. De mer-procedure en het opstellen van het plan-MER wordt gekoppeld hieraan gefaseerd doorlopen. Bepalen reikwijdte en detailniveau (NRD) In de reikwijdte en detailniveau (NRD) wordt aangegeven welke milieuaspecten in het MER worden onderzocht. Samengevat: de reikwijdte en het detailniveau van het MER. In de Omgevingswet is het niet verplicht gesteld om de NRD te publiceren en de mogelijkheid te bieden om daarop zienswijzen in te dienen. Om de omgeving in een vroeg stadium bij de intergemeentelijke Gebiedsvisie Doorontwikkeling Binckhorst te betrekken wordt deze NRD wel gepubliceerd zodat iedereen kennis kan nemen van de voorgenomen activiteit en de reikwijdte en het detailniveau van de onderzoeken. Buiten de scope van de mer-procedure om betrekt de gemeente Den Haag inwoners en andere betrokkenen in een in hoofdstuk 5 nader beschreven participatietraject.
Ook is het mogelijk om daarop te reageren met een zienswijze. De (vrijwillige) stappen in de NRD-fase zijn: • •
8
Kennisgeving van de ter inzage legging van de concept NRD ten behoeve van de inspraak over het voornemen. Mogelijkheid van inspraak op de concept NRD (zienswijzen) en inwinnen advies wettelijke adviseurs en betrokken bestuursorganen. Datum: 6 september 2024 - Confidential
CONCEPT NOTITIE REIKWIJDTE EN DETAILNIVEAU
•
•
– De concept NRD wordt voor een periode van 6 weken ter inzage gelegd. Tijdens deze periode kan iedereen reageren op de voorgestelde aanpak. – Tegelijkertijd zal de onafhankelijke Commissie mer een advies uitbrengen over de reikwijdte en het detailniveau van het onderzoek (facultatief bij een plan-MER). Vaststellen NRD. – De zienswijzen en adviezen worden beantwoord in een Nota van Antwoord (NvA). De relevante zienswijzen en adviezen vormen samen met de voorliggende concept NRD de reikwijdte en het detailniveau voor het plan-MER Doorontwikkeling Binckhorst. De zienswijzen en adviezen worden gebruikt om het plan-MER waar nodig aan te vullen en de invulling van de Doorontwikkeling Binckhorst, de Vlietlijn en de nieuwe Geothermie-centrale aan te scherpen. – De NRD, de Nota van Antwoord op de binnengekomen zienswijzen en het advies van de Commissie mer op de NRD worden gezamenlijk vastgesteld door de colleges van de betrokken gemeenten. Het pakket wordt ter kennisgeving aan de respectievelijke gemeenteraden aangeboden.
Opstellen plan-MER en ontwerp intergemeentelijke Gebiedsvisie Doorontwikkeling Binckhorst De initiatiefnemers (gemeenten Den Haag, Leidschendam-Voorburg en Rijswijk) stellen een plan-MER en ontwerpgebiedsvisie op. Het plan-MER beschrijft de milieueffecten tijdens de realisatie- en gebruiksfase van de drie initiatieven. De te nemen stappen zijn: • • • • •
9
Opstellen plan-MER en opstellen ontwerp gebiedsvisie. Publicatie en ter inzagelegging van de ontwerp gebiedsvisie in de drie gemeentes met als bijlage het plan-MER. Inwinnen van adviezen (o.a. Commissie mer) en zienswijzen op de ontwerp gebiedsvisie en het plan-MER. Vaststellen van de intergemeentelijke Gebiedsvisie Vlietlijn en Doorontwikkeling Binckhorst met als bijlage het plan-MER. Monitoring en evaluatie van de milieueffecten, na uitvoering van het project.
Datum: 6 september 2024 - Confidential
COLOFON20 CONCEPT NOTITIE REIKWIJDTE EN DETAILNIVEAU
2.3 Planning De planning zoals voorzien bij het schrijven van voorliggende concept NRD is als volgt: Planning
Stap
Hoe kan er worden meegedacht
Week 39 t/m 44
Ter inzage leggen concept NRD
Er kan een zienswijze op de concept NRD ingediend worden
Week 47
Vaststellen definitieve NRD en Nota van Antwoord (NvA)
Men kan kennisnemen van de NRD en NvA met daarin de te onderzoeken alternatieven en de wijze waarop die in het MER onderzocht gaan worden.
t/m week 52
Onderzoeken milieueffecten en dit vastleggen in het plan-MER
Dit betreft een intern proces van de drie gemeentes
Q1 2025
Ter inzagelegging ontwerp gebiedsvisie inclusief plan-MER
Men kan een zienswijze indienen op de ontwerp gebiedsvisie en het plan-MER.
3. Voorgenomen activiteit en alternatieven Het plan-MER waarvoor deze NRD opgesteld is, gaat een drietal activiteiten in en om de Binckhorst beoordelen. Het gaat daarbij ten eerste om de Doorontwikkeling Binckhorst. Aanvullend op de woningbouw van de afgelopen jaren worden hiervoor plannen gemaakt voor de realisatie van nog eens circa 7.500 woningen met een bijbehorend programma aan voorzieningen en meer arbeidsplaatsen. Daarnaast wordt de Vlietlijn in het gebied ingepast, vergezeld van een pakket aan mobiliteitsmaatregelen. En tot slot heeft de gemeente Den Haag plannen om een geothermiecentrale met op maaiveld een centrale in het gebied te plaatsen om bij te dragen aan de duurzame verwarming van het vastgoed. Deze drie ontwikkelingen beschrijven we hieronder in meer detail.
3.1 Referentiesituatie De effecten van de hieronder beschreven activiteiten op milieu en leefomgeving worden beoordeeld door de ontwikkelingen te vergelijken met de referentiesituatie (voor een uitgebreidere toelichting hierop zie paragraaf 4.3). De referentiesituatie is de situatie in het zichtjaar van het plan-MER (2040) als de plannen voor de Doorontwikkeling van de Binckhorst, De Vlietlijn en de geothermiecentrale niet gerealiseerd zouden worden. De referentiesituatie is opgebouwd uit twee delen: de huidige situatie in de Binckhorst en de ontwikkelingen die onafhankelijk van de door het plan-MER beoordeelde plannen plaats zullen vinden. Deze ontwikkelingen zijn recent gerealiseerd of de ruimtelijke procedures ervoor zijn doorlopen en ze vinden dus autonoom plaats. Voor dit plan-MER gaan we wat betreft autonome ontwikkelingen uit van de ontwikkelingen die in het vastgestelde Omgevingsplan Binckhorst benoemd worden, aangevuld met eventuele besluiten over ontwikkelingen die tijdens de looptijd van de mer-procedure genomen worden.
3.2 De Vlietlijn & mobiliteitsmaatregelen Een samenwerkingsverband bestaande uit de gemeenten Den Haag, Leidschendam-Voorburg en Rijswijk, de Metropoolregio Rotterdam Den Haag, de provincie Zuid-Holland en de ministeries van I&W en BZK wil graag een nieuwe hoogwaardig openbaar vervoer(HOV)verbinding in Central Innovation District (CID) Binckhorst aanleggen, De Vlietlijn. Hiervoor is in 2022 een MIRT-verkenning met onderliggende haalbaarheidsonderzoeken afgesloten. In de verkenning zijn meerdere inpassingsvarianten op milieueffecten onderzocht. Uit dit onderzoek kwam een voorkeursalternatief voor het tracé van de Vlietlijn naar voren. Daarnaast is een pakket aan mobiliteitsmaatregelen samengesteld dat gericht is op een verbetering van de verkeersveiligheid en leefbaarheid en dat bijdraagt aan de modal shift van auto naar langzaam verkeer (fietsen en wandelen). Het voorkeursalternatief bestaat uit een HOV-tramverbinding volgens variant 1T uit het Masterplan Bereikbaarheid CID Binckhorst (zie Figuur Fout! Geen tekst met de opgegeven stijl in het document.-2). De tramlijn gaat lopen van Den Haag CS via de Binckhorstlaan en Maanweg naar station Voorburg. Via een afsplitsing ten zuidoosten van de Binckhorstbrug komt de tramlijn ook via de Binckhorstlaan, Prinses Mariannelaan en Geestbrugweg naar Rijswijk/Delft te lopen. 10
Datum: 6 september 2024 - Confidential
CONCEPT NOTITIE REIKWIJDTE EN DETAILNIVEAU
In 2024 werkt de gemeente Den Haag aan het inpassen van variant 1T in de omgeving en aan het uitvoeren van meerdere effectstudies. Het team werkt toe naar een ‘schetsontwerp+’ (SO+) dat bij afronding in voorliggend planMER beoordeeld wordt op milieu- en leefomgevingseffecten. Er is voor wat betreft de inpassing van de Vlietlijn voor het plan-MER geen sprake van meerdere varianten. Dat komt doordat deze varianten al in het planMER Verkenning Bereikbaarheid CID Binckhorst (2022) beoordeeld zijn. Wel wordt de inpassing van de Vlietlijn in samenhang met het gebiedsprogramma van de Doorontwikkeling Binckhorst (zie paragraaf 3.3) beoordeeld. Met behulp van deze beoordeling en de aanbevelingen die hieruit komen, wordt het SO+ verder aangescherpt om opgenomen te worden in het Gebiedsprogramma Binckhorst. Aanvullend op het inpassen van De Vlietlijn tussen Den Haag Centraal en station Voorburg plus een aftakking naar station Rijswijk/Delft, worden meerdere mobiliteitsmaatregelen in het gebied getroffen. Dit betreft het Basispakket Mobiliteit. Een overzicht hiervan is te vinden in tabel 3.1. Tabel Fout! Geen tekst met de opgegeven stijl in het document.-2; een overzicht van de mobiliteitsmaatregelen binnen het Basispakket Mobiliteit dat onderdeel van De Vlietlijn is.
Thema
Maatregel
Langzaam verkeer
Trekfietstracé Den Haag - Ypenburg/Leidschendam deel kop Binckhorst Fietsroute Zonweg (brug) Verlengde Velostrada met kruising HOV Binckhorstlaan Fietsmaatregel: Schenktunnel langzaam verkeersverbinding opwaarderen Verbinding Binckhorst – Voorburg (t.h.v. Melkwegstraat/Heeswijkstraat) Caballerobrug voor langzaam verkeer
Smart Mobility
Wijkhubs met verschillende vormen van deelvervoer Algehele bevordering deel- en Mobility as a Service (MaaS) concepten
Ruimtegebruik
Herinrichting en fietsroute Mariannelaan (west) en Binckhorstlaan - Voorburg Inrichting Lekstraat Herinrichting Prinses Mariannelaan Doorstroom belemmerende maatregel autoverkeer bij Geestbrug Herinrichting Geestbrugweg
Stations
Uitbreiden bestaande fietsvoorzieningen westzijde Den Haag Centraal Uitbreiden fietsenstallingen station Voorburg
11
Datum: 6 september 2024 - Confidential
COLOFON20 CONCEPT NOTITIE REIKWIJDTE EN DETAILNIVEAU
Figuur Fout! Geen tekst met de opgegeven stijl in het document.-2 Variant 1 T en scope MIRT-verkenningsfase. N.B. het gaat hier dus niet om het plangebied voor dit plan-MER. Bron: Masterplan Bereikbaarheid CID Binckhorst (2022)
3.3 Doorontwikkeling Binckhorst In de Binckhorst wordt nu al flink gebouwd. In het Omgevingsplan dat in 2018 vastgesteld is, was beleidsmatige ruimte voor de bouw van ongeveer 5.000 woningen in het gebied, met een bijbehorend programma aan voorzieningen en arbeidsplaatsen. Deze ruimte is inmiddels volledig ingevuld, en de Agenda Ruimte voor de Stad en het Coalitieakkoord Samen voor de stad spreken de ambitie uit om tot ongeveer 7.500 meer woningen in de Binckhorst te bouwen en daarbij ook meer voorzieningen en arbeidsplaatsen te realiseren. Dit programma wordt onderdeel van het Gebiedsprogramma Binckhorst. Het Omgevingsplan Binckhorst uit 2018 is organisch van aard waarbij de gemeente vooral faciliteert. Gezien de uitdagingen waar de gemeente nu voor staat, zoals; klimaat, gezondheid en mobiliteit en leefkwaliteit in relatie tot het toevoegen van het programma is er de wens om meer regie te gaan voeren bij de wijzing van het huidige omgevingsplan. Uitgangspunt daarbij is integrale gebiedsontwikkeling waarbij de afwegingen ten aanzien van programma aan de voorkant worden genomen. Daarbij zal ten dele de huidige organische wijze van ontwikkelen van het omgevingsplan worden voortgezet maar wel met de inzet van instrumenten om meer regie te kunnen voeren vanuit de gemeente.
In de zomer van 2024 heeft de gemeente Den Haag een drietal stedenbouwkundige denkrichtingen opgesteld waarbij woningen, kantoren, detailhandel, horeca, bijbehorende mobiliteitsmaatregelen en maatschappelijke voorzieningen zijn ingepast in het gebied om het speelveld in beeld te brengen. Uit deze drie denkrichtingen zijn lessen getrokken en er wordt nu toegewerkt naar één synergiemodel. De Binckhorst wordt getransformeerd naar een hoog-stedelijke woon-werkomgeving. Een belangrijk aandachtspunt voor deze transformatie is de gezondheid van de leefomgeving: er moet voldoende ruimte op maaiveld beschikbaar 12
Datum: 6 september 2024 - Confidential
CONCEPT NOTITIE REIKWIJDTE EN DETAILNIVEAU
blijven voor groen, bewegen, spelen en ontmoeten, en risico’s op (gezondheids)schade vanwege wateroverlast en hittestress moeten beperkt worden. Binnen het synergiemodel wordt een aantal varianten onderzocht in het plan-MER: • • • • • • • •
Onderzoeken kantorenprogramma Lekstraat/Spoorboogzone nav aanleg Vlietlijn met nieuwe haltes Bandbreedtes dichtheid woningbouw en gevolg op de leefkwaliteit en zon-windhinder Afvalcluster uitplaatsen; irt verbeteren leefomgeving in hindercontouren en toevoegen park en programma Analyse bedrijven cat. 3.1 en hoger in relatie hinder en treffen van bronmaatregelen Ontwikkelen van bovenwijkse voorzieningen zoals sporthal en zwembad Ontwikkelen van een wijkhart met commerciële voorzieningen zoals detailhandel en horeca Varianten in verkeersafwikkeling, autoluw maken van deelgebieden en verbeteren van de langzaamverkeersstructuur Locaties Geothermie in relatie tot beoogde programma’s in omgeving
Binckhorst is voor de Doorontwikkeling opgedeeld in vijf deelgebieden (Noordwest, Spoorboogzone, Trekvlietzone, Mercuriuskwartier en Binckhavens). De ontwikkeling en realisatie van gebiedsplannen voor deze deelgebieden zullen gefaseerd plaatsvinden. De scope voor de gebiedsvisie zijn ontwikkelingen tot 2040 met een doorkijk naar 2050. De beoordeling van de Doorontwikkeling in het planMER gaat bijdragen aan de keuzes voor deze optimalisaties in het synergiemodel.
3.4 Geothermiecentrale De gemeente Den Haag is van plan om in totaal tien geothermiecentrales in de stad aan te leggen. Eén van die centrales is voorzien in de Binckhorst. Uit een voortraject dat van 2018 tot 2020 kwam een voorkeurslocatie voor de te plaatsen geothermiecentrale op de locatie Vestaweg, liggend naast de begraafplaats St. Barbara (Figuur Fout! Geen tekst met de opgegeven stijl in het document.-3). Daarnaast is een reservelocatie in het deelgebied Binckhorst Noordwest aangewezen als back-up voor de voorkeurslocatie. Hiervoor zijn op moment van schrijven nog twee locaties in beeld: de entree van de oude gasfabriek en het terrein nabij de milieustraat, beide gelegen aan het Trekvlietplein (Figuur Fout! Geen tekst met de opgegeven stijl in het document.-3).
13
Datum: 6 september 2024 - Confidential
COLOFON20 CONCEPT NOTITIE REIKWIJDTE EN DETAILNIVEAU
Figuur Fout! Geen tekst met de opgegeven stijl in het document.-3; de voorkeurslocatie (groen) en reservelocaties (blauw) voor de geothermiecentrale. Bron: Gemeente Den Haag, Reservering locaties voor ontwikkeling geothermie (2022)
Er is nog geen besluit genomen over de locatie van de te plaatsen geothermiecentrale. Zowel de voorkeurslocatie als de reservelocaties worden beoordeeld in het plan-MER.
4. Aanpak effectonderzoek voor het plan-MER In dit hoofdstuk wordt de beoogde aanpak van het onderzoek in het MER gepresenteerd. Daarbij wordt in paragraaf 4.1 eerst toegelicht dat het plan-MER voor drie gemeenten wordt opgesteld. Vervolgens zijn het in het MER te hanteren plangebied en studiegebied (paragraaf 4.2) en de te beschouwen situaties (paragraaf 4.3) toegelicht. In paragraaf 4.4 is een overzicht gegeven van de te onderzoeken effecten. In paragraaf 4.5 is tenslotte de scoremethodiek beschreven.
4.1 Het plan-MER wordt voor besluitvorming in drie gemeenten opgesteld Doel van dit plan-MER is om de effecten van de in hoofdstuk 3 van deze NRD beschreven activiteiten op het milieu en de omgeving inzichtelijk te maken. De resultaten worden vastgelegd in het plan-MER, dat als bijlage bij het ontwerp Gebiedsprogramma ter vaststelling per gemeente wordt voorgelegd aan het College van B&W. Iedere gemeente legt het voor haar grondgebied relevante deel van het Gebiedsprogramma en plan-MER ter visie. Beantwoording van de zienswijzen zal in samenwerking met de drie gemeenten en de projectorganisatie separaat per gemeente worden uitgevoerd, waarbij de projectorganisatie ervoor zorgt dat de beantwoording consistent is en gebundeld wordt.
14
Datum: 6 september 2024 - Confidential
CONCEPT NOTITIE REIKWIJDTE EN DETAILNIVEAU
4.2 Plangebied en studiegebied Plangebied Het plangebied is het gebied waarbinnen de daadwerkelijke realisatie van de voorgenomen activiteiten (de Doorontwikkeling Binckhorst, De Vlietlijn en de geothermiecentrale en eventuele aanvullende mitigerende en compenserende maatregelen) voorzien is. De plangebieden voor de Doorontwikkeling Binckhorst en de geothermiecentrale liggen in hun geheel op grondgebied van de gemeente Den Haag. Het plangebied voor De Vlietlijn ligt voor een deel ook op het grondgebied van de gemeenten Leidschendam-Voorburg en Rijswijk. Het gaat daarbij niet alleen om de strook waarbinnen de nieuwe tramlijn aangelegd wordt, maar ook om de locaties met mobiliteitsmaatregelen binnen het op De Vlietlijn aanvullende pakket. Studiegebied Het studiegebied is het gebied waarbinnen relevante milieueffecten als gevolg van de realisatie en het gebruik van de voorgenomen activiteiten kunnen optreden. Het studiegebied wordt dus enerzijds bepaald door de ligging van de activiteiten en anderzijds door de reikwijdte van de effecten. Deze reikwijdte kan per milieuaspect en per onderdeel van de voorgenomen activiteiten verschillen. In het plan-MER zal de omvang van het studiegebied per milieuaspect worden onderbouwd.
4.3 Te beschouwen situaties Het plan-MER beoordeelt de effecten van het voorgenomen beleid uit het Gebiedsprogramma Binckhorst voor het zichtjaar 2040. Naast deze nieuwe activiteiten zijn ook andere ontwikkelingen en projecten in het gebied van invloed op het milieu en de leefomgeving in 2040. De milieueffecten die ontstaan als gevolg van de voorgenomen activiteit en alternatieven worden daarom beschreven ten opzichte van de referentiesituatie. Dat is de situatie die ontstaat zonder dat de initiatieven worden gerealiseerd, maar met de voorziene autonome ontwikkelingen in het studiegebied. Het plan-MER beschouwt de volgende drie situatie: 1. De huidige situatie: het moment waarop de bureau-, veld- en effectonderzoeken ten behoeve van het plan-MER zijn of worden uitgevoerd. Of als daar onvoldoende informatie over beschikbaar is, een zo recent mogelijk moment; 2. De referentiesituatie: de huidige situatie, aangevuld met de voorziene autonome ontwikkelingen. Als referentiejaar wordt 2040 aangehouden; 3. De projectsituatie: de huidige situatie, aangevuld met de voorziene autonome ontwikkelingen en aangevuld met de initiatieven in Binckhorst zoals bijvoorbeeld de varianten die zijn omschreven in paragraaf 3.3. De milieueffecten van de in hoofdstuk 3 beschreven activiteiten in Binckhorst worden in beeld gebracht door de projectsituatie te vergelijken met de referentiesituatie.
Doordat daarnaast de huidige situatie wordt beschreven, ontstaat ook een beeld van de gevolgen van het totaal aan ontwikkelingen in het studiegebied (project inclusief de autonome ontwikkelingen versus de huidige situatie) en van alleen de autonome ontwikkelingen in het studiegebied (autonome ontwikkelingen versus de huidige situatie). In de referentiesituatie en projectsituatie worden de autonome ontwikkelingen meegenomen, waaronder plannen en projecten in het studiegebied die in ontwikkeling of uitvoering zijn. In de autonome ontwikkeling worden in het plan-MER alleen concrete projecten meegenomen, zoals vastgestelde andere (ontwerp-)projectbesluiten, (ontwerp-)omgevingsplannen en (ontwerp-) omgevingsvergunningen. Hierdoor worden alleen projecten meegenomen waarvan de (financiële) uitvoerbaarheid voldoende is gewaarborgd en er redelijk zicht is op realisatie. Voor dit plan-MER betekent dat dat we wat betreft autonome ontwikkelingen uitgaan van de ontwikkelingen die beschreven staan in het in 2018 vastgestelde Omgevingsplan voor de Binckhorst 7, aangevuld met vastgestelde plannen voor het deel van het plangebied dat op grondgebied van de gemeenten Den Haag, Leidschendam-Voorburg en Rijswijk buiten de begrenzing van de Binckhorst ligt.
7 https://www.ruimtelijkeplannen.nl/view?planidn=NL.IMRO.0518.OP0369FOmgevBinck-50VA
15
Datum: 6 september 2024 - Confidential
COLOFON20 CONCEPT NOTITIE REIKWIJDTE EN DETAILNIVEAU
Daarnaast is sprake van een specifiek aandachtspunt dat we willen benoemen. Als onderdeel van de inpassing van de HOV-lijn wordt ook een pakket mobiliteitsmaatregelen in de intergemeentelijke Gebiedsvisie Doorontwikkeling Binckhorst opgenomen (zie paragraaf 3.3). Deze maatregelen en het effect hiervan zijn onderdeel van de scope van dit planMER. Dat betekent dat effecten op onder meer ruimtegebruik en vervoersbewegingen in het planMER in beeld gebracht moeten worden. Het verkeersmodel dat deze effecten onderzoekt, is gestoeld op autonome ontwikkelingen in het gehele Central Innovation District (CID). Dat betekent dat we in het planMER een overzicht opnemen van de vastgestelde woningbouwplannen in het CID en de Binckhorst in de periode tot 2040.
4.4 Welke effecten worden er onderzocht? In Tabel Fout! Geen tekst met de opgegeven stijl in het document.-3 zijn de beoordelingskaders voor het planMER voor de drie afzonderlijke initiatieven weergegeven. Iedere tabel geeft een overzicht van de milieuthema’s, aspecten, criteria en de wijze van beoordelen voor de drie initiatieven. Thema’s (mobiliteit, milieu, leefomgeving) zijn onderverdeeld in aspecten en per aspect worden één of meerdere criteria gehanteerd voor de beoordeling van de initiatieven. Het gaat daarbij om negatieve en positieve effecten en tijdelijke en permanente effecten tijdens zowel de aanleg- als de gebruiksfase. In het plan-MER wordt per thema uitgebreid toegelicht welke methode wordt gebruikt voor het in beeld brengen en vervolgens beoordelen van de effecten. Tabel Fout! Geen tekst met de opgegeven stijl in het document.-3 Beoordelingskader voor Doorontwikkeling Binckhorst (1), De Vlietlijn en bijbehorend pakket aan mobiliteitsmaatregelen (2) en locatiekeuze geothermiecentrale (3). De vinkjes in de laatste drie kolommen geven aan welke onderzoeken uitgevoerd worden voor welke activiteiten.
Aspect
Criterium
1
2
3
Detailniveau
Thema mobiliteit Duurzame mobiliteit
Verkeersveiligheid
Capaciteit verkeersnetwerk
Modal shift naar lopen, fiets en gebruik OV
✓ ✓
Kwantitatief
Ruimte voor fietsers en voetgangers
✓
Kwalitatief
Aantal conflictsituaties/ongelukken
✓ ✓
Kwantitatief
Oversteekbaarheid
✓ ✓
Kwalitatief
I/C-verhouding wegvakken
✓ ✓
Kwantitatief
Capaciteit kruispunten
✓ ✓
Kwalitatief
Thema milieu Bodem
Locaties met bodem- en grondwaterverontreinigingen
✓ ✓ ✓
Kwalitatief
Natuur
Beschermde gebieden Natura 2000 (stikstof)
✓ ✓ ✓
Kwantitatief
Beschermde gebieden NNN
✓ ✓ ✓
Kwalitatief
Beschermde soorten
✓ ✓ ✓
Kwalitatief
Archeologie
Effect op bekende waarden en archeologische verwachtingswaarde
✓ ✓ ✓
Kwalitatief
Cultuurhistorie
Effect op cultuurhistorische waarden
✓ ✓ ✓
Kwalitatief
Geluid
Aantal gehinderden binnen verschillende geluidsklassen
✓ ✓ ✓
Kwantitatief
Geluidbelast oppervlak in plangebied
✓ ✓ ✓
Kwantitatief
✓
Kwantitatief
Verandering in jaargemiddelde concentratie stikstofoxiden
✓ ✓
Kwantitatief
Verandering in jaargemiddelde concentratie fijnstof (PM10)
✓ ✓
Kwantitatief
Verandering in jaargemiddelde concentratie zeer fijnstof (PM2,5)
✓ ✓
Kwantitatief
Booggeluid Luchtkwaliteit
16
Datum: 6 september 2024 - Confidential
CONCEPT NOTITIE REIKWIJDTE EN DETAILNIVEAU
Externe veiligheid
Risico’s externe veiligheid
Trillingen
Trillingshinder
✓ ✓ ✓
Kwalitatief
✓
Kwantitatief
Toe- en afname beschikbaar openbaar groen
✓ ✓
Kwantitatief
Recreatiemogelijkheden
✓
Kwalitatief
Toe- en afname bomen
✓ ✓
Kwantitatief
Kwaliteit openbaar groen
✓
Kwalitatief
Circulariteit
Duurzaam materiaalgebruik
✓ ✓
Kwalitatief
Water
Grondwatersituatie
✓ ✓
Kwalitatief
Thema Leefomgeving Stedelijk groen en recreatie
Waterkeringen en waterveiligheid
✓ ✓
Kwalitatief
✓
Kwantitatief
Waterbergend vermogen
✓
Oppervlaktewater
✓ ✓
Kwalitatief
Landschappelijke structuur en waarden
✓ ✓ ✓
Kwalitatief
Ruimtelijke-visuele kwaliteit
✓ ✓ ✓
Kwalitatief
Verandering van het Milieugezondheidsrisico (MGR)
✓
Kwantitatief
Hittestress: verandering van gevoelstemperatuur op hete dagen
✓
Kwalitatief
Hittestress: verandering bereikbaarheid van koele plekken
✓
Kwalitatief
Ruimte voor ontmoeten en bewegen
✓
Kwalitatief
Klimaat adaptieve omgeving
✓
Kwalitatief
Windcomfort- en hinder
Windhinder
✓
Kwalitatief
Windgevaar
✓
Kwalitatief
Licht en schaduw
Bezonning, reflectie en inschijning
✓
Kwalitatief
Ruimtegebruik
Verdeling beschikbare ruimte op maaiveld naar gebruiksfunctie
✓
Kwantitatief
Ruimtelijke kwaliteit
Gezondheid* & klimaatadaptatie
* Voor een nadere toelichting op de beoordelingswijze voor het aspect gezondheid, zie hieronder
Gezondheid In verdichtingsgebieden is de gezondheid van de leefomgeving een belangrijke randvoorwaarde voor de ontwikkelplannen. Het planMER is het instrument bij uitstek om in beeld te brengen wat nodig is voor een gezonde leefomgeving en om te toetsen of de ontwikkelplannen aan de daarbij behorende randvoorwaarden voldoen. In dit planMER stellen we daarom een apart beoordelingskader op aan de hand waarvan we de gezondheid van de leefomgeving kwantitatief kunnen beschrijven. Daarbij maken we onderscheid tussen gezondheidsbeschermde factoren (onder meer geluidoverlast, luchtkwaliteit, hittestress, toegang tot voorzieningen) enerzijds en gezondheidsbevorderende factoren (onder meer toegang tot stedelijk groen, speel- en sportplekken en de aantrekkelijkheid van infrastructuur voor langzaam verkeer) anderzijds.
4.5 Scoringsmethodiek Voor de beoordeling van de beschreven effecten wordt gebruik gemaakt van de scoremethodiek zoals weergegeven in tabel fout! geen tekst met de opgegeven stijl in het document.-4, een kwalitatieve zevenpuntschaal met scores van - - tot ++. In het plan-MER wordt dit per beoordelingscriterium specifiek gemaakt. De effecten worden beoordeeld 17
Datum: 6 september 2024 - Confidential
COLOFON20 CONCEPT NOTITIE REIKWIJDTE EN DETAILNIVEAU
ten opzichte van de referentiesituatie. We kiezen ervoor om aan de referentiesituatie geen scores toe te kennen. De reden hiervoor is dat de huidige situatie en de autonome situatie in 2040 dermate verschillen van de projectsituatie dat een beoordeling hiervan weinig zinvol is. Ter verduidelijking: een groot deel van de Binckhorst bestaat nu nog uit bedrijventerrein, en de randvoorwaarden met betrekking tot de omgevings- en milieukwaliteit zijn hiervoor erg verschillend van die van het gemengde woon-werkgebied waar voor de Binckhorst naartoe gewerkt wordt. Zo is het aanbod in de huidige situatie het aanbod aan speel- en recreatieplekken niet relevant, en is er ook op het gebied van bijvoorbeeld circulariteit, trillingen, en cultuurhistorie & archeologie nog geen zinvolle beoordeling te geven aan de huidige situatie en autonome ontwikkeling. In het effectenoverzicht wordt een overzicht van alle effectscores gepresenteerd, zonder dat daarbij een weging wordt toegepast tussen de beoordelingscriteria, aspecten en thema’s. Tabel Fout! Geen tekst met de opgegeven stijl in het document.-4 Toelichting effectscores
Score
Omschrijving
++
Sterk positief ten opzichte van de referentiesituatie
+
Positief ten opzichte van de referentiesituatie
0
Neutraal
-
Negatief ten opzichte van de referentiesituatie
--
Sterk negatief ten opzichte van de referentiesituatie
5. Participatie In dit afsluitende hoofdstuk beschrijven we hoe de gemeente Den Haag haar inwoners en andere belanghebbenden en geïnteresseerden betrekt bij de planvorming omtrent de intergemeentelijke Gebiedsvisie Doorontwikkeling Binckhorst. Ook beschrijven we hoe op welke wijze en in welke periode u een zienswijze op deze Notitie Reikwijdte en Detailniveau kunt indienen.
5.1 Participatie in de Binckhorst en Vlietlijn In het kader van de intergemeentelijke Gebiedsvisie Doorontwikkeling Binckhorst zijn en worden inwoners en andere betrokken gevraagd om mee te denken over de ontwikkeling van de ruimtelijke plannen voor het gebied. In mei 2024 heeft de Binckmarkt XL plaatsgevonden, begin november 2024 staat wederom een Binckmarkt XL gepland. De participatie over de Vlietlijn is onlangs opgestart (3 september 2024) en loopt door tot begin maart 2025. Het plan-MER zal nader worden toegelicht tijdens de diverse participatiebijeenkomsten van de Binckhorst/Vlietlijn. Ten aanzien van het plan-MER krijgt eenieder op twee momenten de gelegenheid om formele zienswijzen in te dienen: 1. Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) 2. Ontwerp Gebiedsprogramma en plan-MER (gezamenlijk met intergemeentelijke gebiedsprogramma) De terinzagelegging van procedurele documenten en bijbehorende informatiebijeenkomsten worden aangekondigd door middel van kennisgevingen in de Staatscourant en door publicatie in het gemeenteblad. Na een openbare kennisgeving is deze concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) ter inzage gelegd. Hierin wordt de voorgenomen realisatie van de Doorontwikkeling, De Vlietlijn en geothermiecentrale nader toegelicht en wordt de beoogde aanpak bij het opstellen van het plan-MER voor dit voornemen beschreven.
We horen graag wat u van deze aanpak vindt. Heeft u ideeën, aandachtspunten, opmerkingen of zorgen die met ons wilt delen naar aanleiding van deze aanpak? Geef uw zienswijze dan door vanaf de datum van publicatie van het besluit gedurende 6 weken. Gedurende de formele terinzagelegging wordt een inloopbijeenkomst georganiseerd. Manieren om te reageren/ afstemmen met gemeente Hoe kunt u reageren? U kunt uw reactie (zienswijze) op de NRD van de intergemeentelijke gebiedsvisie tijdens de inspraakprocedure kenbaar maken bij het college van burgemeester en wethouders van uw eigen gemeente.
18
Datum: 6 september 2024 - Confidential
CONCEPT NOTITIE REIKWIJDTE EN DETAILNIVEAU
Voor de gemeente Leidschendam-Voorburg: -
Door een e-mail te sturen naar ondersteuningpma@lv.nl onder vermelding van zienswijze NRD "De Vlietlijn en doorontwikkeling Binckhorst”. Per post, onder vermelding van zienswijze NRD "De Vlietlijn en doorontwikkeling Binckhorst” Gemeente Leidschendam-Voorburg, tav T.Stenfert Kroese, Postbus 1005, 2260 BA Leidschendam-Voorburg. U kunt ook telefonisch de zienswijze bespreken met de betreffende medeweker van Leidschendam-Voorburg door een afspraak te maken met het secretariaat van de afdeling PMA via het telefoonnummer 14070.
Voor de gemeente Rijswijk: -
Door een e-mail te sturen naar mobiliteit@rijswijk.nl onder vermelding van zienswijze NRD "De Vlietlijn en doorontwikkeling Binckhorst”. Per post, onder vermelding van zienswijze NRD "De Vlietlijn en doorontwikkeling Binckhorst” Gemeente Rijswijk, Team Ruimte, tav dhr. A. Gerritsen, Postbus 5305, 2280 HH Rijswijk. U kunt ook telefonisch de zienswijze bespreken met de betreffende medeweker van de gemeente Rijswijk, bereikbaar via telefoonnummer 14070.
Voor de gemeente Den Haag: -
Door een e-mail te sturen naar Binckhorst@denhaag.nl onder vermelding van zienswijze NRD "De Vlietlijn en doorontwikkeling Binckhorst”. Per post, onder vermelding van zienswijze NRD "De Vlietlijn en doorontwikkeling Binckhorst” Gemeente Den Haag, Dienst Stadsbeheer/BAS/M&G, t.a.v. dhr. J. Majoor, Postbus 12651, 2500 DP Den Haag. U kunt ook telefonisch de zienswijze bespreken met de betreffende medeweker van het gebiedsteam Binckhorst door een afspraak te maken met het secretariaat van DSO/ Binckhorst, bereikbaar via telefoonnummer 14070.
Wat gebeurt er met uw reactie? De binnengekomen reacties worden gebruikt bij het bepalen van de inhoud en aanpak van het Plan-MER en de intergemeentelijke Gebiedsvisie Doorontwikkeling Binckhorst. De gemeenten raadplegen ook de wettelijke adviseurs, betrokken bestuursorganen en de onafhankelijke Commissie voor de milieueffectrapportage over de reikwijdte en het detailniveau van het Plan-MER. Na de inspraakperiode zullen de inspraakreacties worden gebundeld en voorzien van een reactie. Dit zal worden samengebracht in een Nota van Beantwoording en samen met het advies van de commissie mer en het NRD, ter vaststelling aan het college worden voorgelegd en ter informatie aan de gemeenteraad worden gestuurd. Te zijner tijd zullen deze stukken als bijlage gevoegd bij de PlanMER welke aan de raad wordt voorgelegd.
19
Datum: 6 september 2024 - Confidential
COLOFON20 CONCEPT NOTITIE REIKWIJDTE EN DETAILNIVEAU
Colofon CONCEPT NOTITIE REIKWIJDTE EN DETAILNIVEAU INTERGEMEENTELIJKE GEBIEDSVISIE DOORONTWIKKELING BINCKHORST
KLANT Gemeenten Den Haag, Leidschendam-Voorburg & Rijswijk AUTEUR Arcadis DATUM 6 september 2024 STATUS Concept
20
Datum: 6 september 2024 - Confidential