CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS319973 Beantwoording SV Niemand tussen wal en schip tussen de Wmo Wlz en Zvw

Commissie Samenleving 7 november 2024, gemeente Den HaagBij agendapunt: Ingekomen bestuurlijke stukken1.430 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Datum

BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE

14 oktober 2024

VRAGEN

Onderwerp

Ons kenmerk

Antwoord van het college op de vragen van het raadsleden mevrouw Holman, de heer Thepass en mevrouw Arp, luidend: ‘Niemand tussen wal en schip tussen de Wmo Wlz en Zvw’

OCW/10801007 RIS319973

De raadsleden mevrouw Holman, de heer Thepass en mevrouw Arp hebben op 16 september 2024 een brief met daarin 6 schriftelijke vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 30 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. Deze week luidde een Haagse huisarts de noodklok vanwege een jonge patiënte met de ziekte ME. Ze dreigt ondervoed te raken omdat ze geen hulp krijgt bij boodschappen en koken. Ondanks maanden van aanvragen en gesprekken blijft de noodzakelijke zorg uit omdat instanties naar elkaar wijzen. De aanvraag voor een PGB via de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) werd door de gemeente afgewezen. De vrouw werd geadviseerd om het via de Wet langdurige zorg (Wlz) of de zorgverzekeraar (Zorgverzekeringswet, Zvw) te proberen, met de waarschuwing dat de kans klein zou zijn dat die route wel zou slagen. Ondertussen heeft de vrouw nog geen structurele hulp. Den Haag FM berichtte over de kwestie (zie bijlage). Dat mensen tussen wal en schip kunnen vallen tussen de Wmo, Wlz en Zvw omdat de nodige zorg niet binnen de bestaande kaders valt, is helaas niet nieuw, zowel in Den Haag als in andere gemeentes. Daarom hebben de PvdA, GroenLinks en SP vragen over hoe de gemeente hiermee omgaat en hoe we ervoor kunnen zorgen dat mensen de zorg krijgen die nodig is. 1.

Is bij het college bekend hoeveel Wmo-aanvragen worden afgewezen omdat de gevraagde zorg volgens de gemeente thuishoort onder de Wlz of Zvw? Zo ja, hoeveel in de afgelopen jaren (per jaar)? Is ook bekend of en zo ja hoeveel doorverwijzingen van de gemeente naar de Wlz of Zvw daadwerkelijk leiden tot een Wlz/Zvw-indicatie?

Nee, deze informatie is niet beschikbaar. Bij de Wmo-melding staat de hulpvraag van de cliënt centraal. Tijdens het onderzoek wordt onder andere beoordeeld in hoeverre eigen mogelijkheden, gebruikelijke hulp, mantelzorg, hulp vanuit het sociaal netwerk, algemene voorzieningen, en andere wettelijke voorzieningen hulp en ondersteuning kunnen bieden. De beschikbaarheid van hulp vanuit de Wlz en Zvw is ook onderdeel van het onderzoek. Deze bevindingen worden wel op individueel niveau vastgelegd in het advies, maar dit wordt in het ICT-systeem niet op trendmatig (casus overstijgend) niveau geregistreerd en bijgehouden. In het verleden was ‘een betere afbakening tussen Wlz, Wmo en jeugdhulp’ onderdeel van de Kostenbeheersing in de Wmo en Jeugdhulp (zie bijv. RIS310077). Om dubbele indicaties te voorkomen, of omdat mensen een Wmo-voorziening krijgen die eigenlijk onder de Wlz valt. Een negatief effect hiervan zou kunnen zijn dat door de scherpere afbakening mensen tussen wal en schip vallen.

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/10801007

2.

Hoe reflecteert het college op deze afbakening? Kan de afbakening nu ook te scherp zijn, waardoor mensen met een zorgvraag onterecht of te snel worden doorverwezen naar de Wlz of Zvw?

Volgens de wetgever is het uitgangspunt van de Wmo dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor de maatschappelijke ondersteuning van hun inwoners tot aan het moment dat de inwoner een indicatie heeft voor zorg op grond van de Wlz.1 Wanneer een inwoner voldoet aan de criteria voor toegang tot de Wlz en Zvw en recht heeft op zorg uit deze wetten, is de gemeente (voor de onderdelen waar het om gaat), niet verplicht maatschappelijke ondersteuning te bieden2. Omdat een duidelijke afbakening tussen de Wmo en de Wlz noodzakelijk is, kan het college een maatwerkvoorziening weigeren als de cliënt voldoet aan de criteria van de Wlz.3 Het college deelt deze visie van de wetgever. In de praktijk vraagt dit om een individuele beoordeling en alertheid bij de casemanager. Daarbij geleidt het college inwoners door naar algemene voorzieningen of andere wettelijke regelingen als daarop een beroep mogelijk is. Als een beroep op een andere wettelijke regeling mogelijk is, ondersteunt het college inwoners om die rechten dan ook daadwerkelijk te effectueren. Dit zodat niemand tussen wal en schip terechtkomt.4 Het belangrijkste is dat mensen de zorg krijgen die nodig is, ook als het niet binnen de bestaande kaders valt of men in afwachting is van een indicatie in het kader van de Wlz of Zvw. 3.

Hoe is dit nu geregeld? Kan er ook tijdelijk hulp geboden worden via de Wmo zolang mensen in afwachting zijn van een andere indicatie? Zo ja, wordt dit standaard aangeboden? Zo nee, waarom niet?

Zie antwoord op vraag 4. 4.

Wordt er anderszins vanuit de gemeente voorzien in een warme overdracht tussen de Wmo, Wlz en Zvw? Zo ja, hoe?

Ja, er kan tijdelijk Wmo ondersteuning worden geboden zolang mensen in afwachting zijn op een indicatie elders. Dit past ook bij de visie van het college, zoals verwoord in het coalitieakkoord 2023: “Maar mensen die niet (volledig) mee kunnen doen, mogen rekenen op passende ondersteuning.”5 Bovendien staat het gemeenten vrij om Wlz-cliënten toch te ondersteunen. Gemeenten zijn het niet verplicht, maar de Wlz of Wmo 2015 verbieden het ook niet. Wanneer een besluit nadelige gevolgen heeft voor een burger, mogen deze gevolgen niet onevenredig zijn. Hierom moet het college een belangenafweging maken. Het college wil wel benadrukken dat lange wachttijden bij Wlz en Zvw niet standaard opgelost moeten worden door de gemeente, maar door de verantwoordelijken: het Rijk, het zorgkantoor en zorgverzekeraars. En gelukkig hanteren zij ook spoedprocedures. Wel kan de gemeente in actie komen als uit individuele beoordeling blijkt dat het niet verantwoord is om een andere indicatie af te wachten. Allereerst door Wmo-wijkteams naar aanleiding van een Wmo-melding.

1 Memorie van Toelichting Wmo 2015, TK 2013-2014, 33 841, nr. 3, p. 14. 2 Memorie van Toelichting Wmo 2015, TK 2013-2014, 33 841, nr. 3, p. 15. 3 Memorie van Toelichting Wmo 2015, TK 2013-2014, 33 841, nr. 3, p. 35. 4 Leidraad Wmo Gemeente Den Haag, p. 6. 5 Haags Akkoord 2023-2026 (RIS316672), p. 27.

2/3

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/10801007

Mocht dat onverhoopt via die route niet gebeuren, dan zijn er ook nog andere routes waar professionals terecht kunnen om hun zorg te uiten. Bijvoorbeeld doordat er een signaal van een professional in het sociale of medische domein (wijkverpleegkundige, welzijnsmedewerker, huisartsen, ouderen consulent etc.) is ontvangen via bijvoorbeeld de ‘regisseurs sociaal domein OCW’ of het Doorbraaklab. 5.

Welke verantwoordelijkheid neemt de gemeente wanneer duidelijk is dat de gevraagde hulp vermoedelijk buiten de kaders van de Wmo, Wlz en Zvw valt? Kunnen mensen bijvoorbeeld terecht bij het Doorbraakteam of doorbraakroute?

Wanneer duidelijk is dat de gevraagde hulp vermoedelijk buiten de kaders van de Wmo, Wlz en Zvw valt, met mogelijk onevenredige nadelige gevolgen voor de inwoner, zijn er verschillende mogelijkheden om te voorkomen dat de inwoner tussen wal en schip valt. Het Doorbraaklab denkt en helpt bijvoorbeeld mee in die situaties waarin onconventionele oplossingen, omdenken en experimenteerruimte nodig zijn om de situatie van een inwoner of huishouden uit een impasse te halen. Mocht een situatie daarom vragen, dan kan het Doorbraaklab contact opnemen met maatwerkteams van de zorgverzekeraar.6 Ook kunnen professionals die vastlopen met een casus een regisseur sociaal domein OCW inschakelen. Die zoekt de juiste professionals bij elkaar om samen een gedragen oplossing te vinden. Verder zet het programma Maatwerk & Regie in op het alledaagser maken van maatwerk. Alledaags maatwerk begint bij het zien dat er mogelijk een andere oplossing nodig is of dat eerst een voorziening van een andere afdeling nodig is en dat je dat samen regelt. 6.

Leidt bovenstaande casus tot een evaluatie en/of verbeteringen van de werkprocessen rond Wmo-aanvragen? Zo ja, welke of wanneer kan de raad daar nader over geïnformeerd worden?

Uw raad kan vanwege privacyaspecten niet afzonderlijk worden geïnformeerd over een casus die tot een persoon te herleiden is. Wel rapporteren wij regelmatig in algemene bewoordingen over verbeteringen in de werkprocessen, bijvoorbeeld in de Programmarekening.7 Verder bevatten de (half)jaarrapportage van de Wmo een paragraaf ‘regisseurs sociaal domein OCW’.8 9 Hierin staat welke signalen we ontvingen van verschillende maatschappelijke partners. Ook geeft het weer hoe individuele signalen hebben geleid tot verbetering van onze dienstverlening aan inwoners. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx

6

Jan van Zanen

De Gemeente Den Haag heeft contact met VGZ

7 Programmarekening 2023 (RIS 318640), p. 124 8 Jaarrapportage Wmo 2023 (RIS318838), p. 15-16. 9 Halfjaarrapportage Wmo 2023 (RIS317116), p. 14.

3/3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14639440/1