RIS319938 Afdoening motie Genoeg ruimte voor maatschappelijke organisaties
Tekst van het document
Typ tekstTyp tekstTyp tekst
Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag
Ons kenmerk
OCW/11021331 RIS319938
Aan de gemeenteraad
Contactpersoon
Michiel Ensink Dienst
Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn Afdeling
OMV Telefoonnummer
14070 E-mailadres
Datum
michiel.ensink@denhaag.nl
31 maart 2026 Onderwerp
Afdoening motie: ‘Genoeg ruimte voor maatschappelijke Organisaties’
Uw raad heeft, tijdens de bespreking van het voorstel inzake ‘Nota Haagse richtinggevende normen maatschappelijke voorzieningen en groen 2024’ (RIS317835) op 12 september 2024, de door het raadslid De Groot ingediende motie: ‘Genoeg Ruimte voor maatschappelijke organisaties’ (RIS319938) aangenomen. De motie luidt als volgt: Constaterende dat: er ruim 3000 vrijwilligersorganisaties in Den Haag zijn die maatschappelijke activiteiten organiseren; het voor veel maatschappelijke organisaties lastig is om geschikte ruimte te vinden; er afgelopen tijd meerdere raadsdebatten hebben plaatsgevonden om te voorkomen dat maatschappelijke organisaties dakloos raken. Overwegende dat: maatschappelijke organisaties voor heel veel mensen in Den Haag een onmisbare plek, waar ze zich thuis voelen; maatschappelijke organisaties en belangrijke bijdrage leveren aan de samenleving in Den Haag en bijdragen aan sociale cohesie; de laatste tijd we vaak horen dat maatschappelijke organisaties in de bestaande wijken al geen ruimte meer kunnen vinden voor hun activiteiten en dakloos dreigen te raken; bij nieuwbouw er een kans ligt om vooraf genoeg ruimte te creëren, zodat er ook genoeg maatschappelijke huisvesting bij komt bij de groei van de stad; in richtinggevende normen (RIS317835) kwantitatieve uitgangspunten zijn opgenomen voor o.a.
wijk- en buurtcentra en club- en buurthuizen; in de nota Haagse richtinggevende normen maatschappelijke voorzieningen en groen 2024' aandacht is voor benutting bestaande ruimte, maar ook gecombineerd, gedeeld en slim ruimtegebruik voor maatschappelijke voorzieningen.
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
T 14070 www.denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/11021331
Roept het college op: in kaart te brengen of de richtinggevende norm voor ‘club- en buurthuis, en wijk- en buurtcentrum’ aansluit op de huisvestingsvraag van maatschappelijke organisaties, zodat er bij gebiedsontwikkelingen vooraf rekening wordt gehouden met voldoende ontmoetingsruimtes en multifunctioneel gebruik door meerdere maatschappelijke organisaties; naast het reserveren van genoeg ruimte ook in kaart te brengen welke andere knelpunten er zijn, waardoor maatschappelijke organisaties geen geschikte huisvesting kunnen vinden; de raad hierover in 2025 te informeren. Het college beantwoord de motie als volgt: Uit de beschikbare gegevens en signalen (zie ook de afdoening van de motie 'Breng huisvesting van maatschappelijke organisaties in beeld; RIS321437)’ blijkt dat: er geen structurele aanwijzingen zijn dat maatschappelijke organisaties geen toegang krijgen tot wijk- en buurtcentra vanwege ruimtegebrek; beheerders van welzijnsaccommodaties hierover geen knelpunten rapporteren; uit onderzoek uit 2021 onder bewonersorganisaties komt huisvesting niet als knelpunt naar voren. Met dit onderzoek is de ondersteuningsbehoefte onderzocht onder bewonersorganisaties die actief zijn in Den Haag.
Ten behoeve van dit onderzoek is een enquête gehouden onder bewonersorganisaties (34 van de 54 organisaties hebben gereageerd) en ook een aantal diepte-interviews met een aantal bewonersorganisaties; onlinedienstverlening en ruimere openingstijden leiden tot meer beschikbare capaciteit in gemeentelijke panden; in de meeste gevallen ruimte beschikbaar is voor gedeeld en multifunctioneel gebruik in wijk- en buurtcentra. Daarmee sluiten de huidige richtinggevende normen in de praktijk in algemene zin aan op de huidige vraag naar ontmoetingsruimtes. Op basis van de beschikbare informatie ziet het college op dit moment geen aanleiding om deze normen aan te passen. De gemeente beschikt niet over een volledig en uniform overzicht van bezettingsgraden en gebruik van wijk- en buurtcentra en club- en buurthuizen. Er is geen gemeentelijk beleid waarin structureel wordt gestuurd op minimale benutting c.q. bezetting van deze voorzieningen. In het kader van het in ontwikkeling zijnde beleid voor welzijnsaccommodaties wordt gewerkt aan beter inzicht in gebruik en bezettingsgraad. Op termijn kan hiermee objectiever worden vastgesteld of sprake is van tekorten of overschotten.
Knelpunten bij het vinden van huisvesting Uit de inventarisatie en de signalen uit verschillende beleidsdomeinen blijkt dat de belangrijkste knelpunten niet primair samenhangen met de richtinggevende norm, maar met bredere structurele factoren. Dit zijn eigen verantwoordelijkheid en marktpositie, specifieke ruimtelijke eisen en tijdelijkheid, die hieronder verder worden toegelicht. 1. Eigen verantwoordelijkheid en marktpositie Huisvesting is in beginsel een verantwoordelijkheid van organisaties zelf. Veel maatschappelijke organisaties opereren op de vastgoedmarkt. De gemeente ondersteunt organisaties met subsidies, maar verwachting of wens is dat de gemeente ook tegen gereduceerde tarieven ruimte verhuurt (zonder medegebruik), terwijl de gemeentelijke organisatie binnen de ‘wet markt & overheid’ en het geldende beleid daartoe geen mogelijkheid heeft.
2/4
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/11021331
De marktconforme tarieven nemen daarbij ook flink toe onder andere door strengere duurzaamheidseisen. Oplossing is om met subsidies rekening te houden met hogere en stijgende vastgoedkosten en – daardoor - huurprijzen. 2. Specifieke ruimtelijke eisen Met name in de sport- en cultuursector gelden vaak specifieke eisen aan ruimte, inrichting en gebruik (zoals geluidsisolatie, vloerbelasting of hoogte). Deze passen niet altijd binnen reguliere wijkvoorzieningen of ander maatschappelijk vastgoed. Oplossingen kunnen er zijn door bij nieuwbouw van scholen en buurt- en wijkcentra niet meer meters te ontwikkelen, maar in te zetten op flexibel en multifunctionaliteit in het ontwerp. Dit gaat bijvoorbeeld om een aparte entree voor een gymzaal bij een basisschool en dat de ontmoetingsruimte van een school ook benut kan worden als kantine voor een vereniging. Daarnaast is een oplossing om conform het beleid uit de nota richtinggevende normen en Integrale Huisvestingsplannen maatwerk toe te passen. Maatwerk gaat daarbij in de gebiedsontwikkeling om vanuit vergewisplicht - ruimte reserveren voor overige maatschappelijke organisaties. 3. Tijdelijke huisvesting Veel maatschappelijke initiatieven maken gebruik van antikraakconstructies of andere vormen van tijdelijke huisvesting.
Dit wordt vanuit gemeentelijk beleid ook vaak bevorderd, bijvoorbeeld in het kader van placemaking/stadmaken of beleid vanuit de stadsdelen. Hieruit komen veel waardevolle initiatieven boven op de reguliere huisvesting voor maatschappelijke organisaties. Voor alle betrokken partijen is bekend dat deze contracten in beginsel op korte termijn opzegbaar zijn en dat tijdelijke huisvesting per definitie eindig is. In de praktijk blijkt echter dat tijdelijke huisvesting vaak een langdurig karakter krijgt, omdat herontwikkeling nou eenmaal veel tijd vergt (5 tot 10 jaar is eerder regel dan uitzondering). Tijdens die termijn gebeurt het vaker dat organisaties met hun activiteiten een vaste positie in de wijk opbouwen. Hierdoor ontstaat bij beëindiging van de tijdelijke huisvesting, zeker als het gaat om gemeentelijk vastgoed, regelmatig een complexe herhuisvestingsopgave. De belangrijkste knelpunten hierbij zijn: • Juridisch: tijdelijke overeenkomsten kunnen op korte termijn worden beëindigd. Daarnaast beperken het Didam-arrest en staatssteunregels de mogelijkheden voor directe herhuisvesting of gerichte ondersteuning. • Financieel: organisaties beschikken vaak niet over voldoende middelen om na afloop van tijdelijke huisvesting marktconforme huur te dragen.
• Organisatorisch en communicatief: ondanks de formele eindigheid ontstaat in de praktijk soms het beeld dat voortzetting vanzelfsprekend is, met name bij vrijwilligersorganisaties. Conform het gemeentelijk vastgoedbeleid (Nota Vastgoed RIS322370) geldt het uitgangspunt dat tijdelijk ook daadwerkelijk tijdelijk is en dat de gemeente geen verantwoordelijkheid draagt voor vervolghuisvesting. Wel kan, waar mogelijk, ondersteuning worden geboden door mee te denken over alternatieve locaties en door het hanteren van passende opzegtermijnen. Beleidsafweging Het college constateert dat in een beperkt aantal gevallen een gebrek aan financiële middelen een belangrijk obstakel vormt bij het beëindigen van tijdelijke huisvesting. Het beëindigen van de huisvesting en de daarbij geconstateerde meerwaarde komt soms onverwachts en is daardoor niet altijd voorzien in de IHP’s. Indien nodig onderneemt het college actie en wordt – zo nodig – een voorstel voorgelegd aan de gemeenteraad om herhuisvesting, in welke vorm dan ook, te faciliteren en/of financieel te ondersteunen, inclusief de benodigde dekking.
3/4
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/11021331
Gedeeld en meervoudig ruimtegebruik In lijn met de Omgevingsvisie en bestaand beleid zet het college in op gedeeld en meervoudig gebruik van voorzieningen. Hierbij wordt onder meer gekeken naar: Gebruik van sportaccommodaties buiten piektijden. Gebruik van schoolgebouwen na schooltijd en in weekenden. Multifunctioneel gebruik van wijk- en buurtcentra. Tijdelijk gebruik van leegstaand vastgoed. Commercieel vastgoed dat buiten piektijden (maandag, dinsdag en donderdag overdag) beperkt gebruikt wordt. Deze aanpak biedt in veel gevallen ook nu al mogelijkheden, maar vraagt flexibiliteit van organisaties en bereidheid tot samenwerking en delen. Conclusies en vervolg Op basis van de gezamenlijke inventarisatie en analyse in het kader van deze motie en de gelijktijdig behandelde motie ‘Breng huisvesting van maatschappelijke organisaties in beeld (RIS321437) concludeert het college dat: 1. De huidige richtinggevende normen in algemene zin aansluiten bij de huidige huisvestingsvraag. 2. Er geen structurele aanwijzingen zijn voor een tekort aan ontmoetingsruimtes. 3. De belangrijkste knelpunten liggen bij specifieke ruimtelijke eisen, tijdelijke huisvesting en beperkte financiële draagkracht. 4. Gedeeld en meervoudig ruimtegebruik in veel gevallen een passend antwoord biedt, mits partijen zich voldoende flexibel opstellen.
Het college ziet op dit moment geen aanleiding om de richtinggevende normen aan te passen. Wél wordt ingezet op: 1. Verbetering van inzicht in gebruik en bezetting. 2. Ontwikkeling van beleid voor welzijnsaccommodaties en meervoudig ruimtegebruik. 3. Versterking van maatwerk/ondersteuning bij herhuisvesting van maatschappelijk belangrijke organisaties/functies. 4. Onderzoek fonds voor meervoudig ruimtegebruik en financiële knelpunten bij vertrek uit tijdelijke situaties. De resultaten van het onderzoek worden meegenomen in de algemene beschouwingen van het budgettair kader van de begroting 2027. Afdoening motie Met deze beantwoording, in samenhang met/gelijktijdige afhandeling van de motie 'Breng huisvesting van maatschappelijke organisaties in beeld (RIS321437) geeft het college uitvoering aan het verzoek van de raad. Het college beschouwt de motie hiermee als afgedaan. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de locoburgemeester, Ilma Merx
Mariëlle Vavier
4/4