RIS319849 Bijlage 2 Nibud onderzoek MER Den Haag
Tekst van het document
Minima-effectrapportage gemeente Den Haag 2024 De invloed van landelijke en gemeentelijke maatregelen op de financiële positie van inwoners met lage inkomens Marcel Warnaar, Corinne van Gaalen
15 maart 2024
Minima-effectrapportage gemeente Den Haag 2024
De invloed van landelijke en gemeentelijke maatregelen op de financiële positie van inwoners met lage inkomens
Auteurs Marcel Warnaar Corinne van Gaalen
Nibud, 15 maart 2024 In opdracht van de gemeente Den Haag
Voorwoord Het Nibud (Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting) is een onafhankelijke stichting zonder winstoogmerk. Ons doel is het voorkomen van geldproblemen. Naast het verzamelen, berekenen en bijhouden van basiscijfers, doet of initieert het Nibud ook onderzoek naar andere aspecten over omgaan met geld, zoals bijvoorbeeld gedragsaspecten. Op basis van dit onderzoek kunnen we snel inspelen op maatschappelijke ontwikkelingen. Het Nibud is gespecialiseerd in het maken van de vertaalslag van de verzamelde data en kennis over de huishoudfinanciën in methodes, materialen en tools. Daarbij wordt voortdurend voeling gehouden met de actualiteit en de praktijk van alledag. We gaan uit van drie niveaus van voorlichting en financiële educatie: direct voor consumenten (via onze websites, (social) media, interactieve tools, voorlichtingsmaterialen en hulpmiddelen en de helpdesk), via onderwijs/educatie door derden en door deskundigheidsbevordering van professionals. Als kenniscentrum vervult het Nibud ook een adviesrol naar derden. Bij dit alles gaat het Nibud uit van een standaardmethode van begroten. Dit resulteert in een reeks voorbeeldbegrotingen met referentiecijfers die zijn gebaseerd op empirisch wetenschappelijk onderzoek. Het Nibud stelt de keuzevrijheid en de eigen verantwoordelijkheid van de huishoudens voorop.
Het Nibud geeft gemeenten meer inzicht in het effect van hun minimabeleid. Door middel van een minima-effectrapportage (MER) helpt het Nibud gemeenten het geld bestemd voor minimabeleid, optimaal te besteden. Deze rapportage is uitgevoerd door het Nibud, in opdracht van de gemeente Den Haag. Met dit onderzoek wil de gemeente Den Haag inzicht krijgen in de effecten van haar minimabeleid. Utrecht, maart 2024
Samenvatting Doel en opzet onderzoek Deze minima-effectrapportage geeft weer wat het effect is van landelijke en lokale inkomensondersteunende regelingen op de financiële positie van huishoudens met een laag inkomen in de gemeente Den Haag. In dit onderzoek is voor tien verschillende huishoudtypen op vier verschillende inkomensniveaus (100, 110, 130 en 150 procent van het wettelijk sociaal minimum) doorgerekend hoe hun maandbegrotingen eruitzien. Hierbij hebben we rekening gehouden met de volgende lokale regelingen: de kwijtschelding van lokale lasten; de collectieve zorgverzekering; de Ooievaarspas; vergoedingen via de Stichting Leergeld; de witgoedregeling voor duurzaam witgoed; de Individuele Inkomenstoeslag. In de begrotingen zijn alle bovengenoemde gemeentelijke voorzieningen verwerkt, zodat duidelijk wordt wat de bestedingsruimte is van de diverse huishoudtypen wanneer zij van al deze voorzieningen gebruik maken. Daarnaast is ook de bestedingsruimte weergegeven wanneer van geen van deze voorzieningen gebruik wordt gemaakt. Ook de kwijtschelding van lokale lasten is niet meegenomen. De landelijke toeslagen (huurtoeslag, zorgtoeslag en de kindgebonden toeslagen) zijn wel in deze berekeningen meegenomen. Zo wordt voor de verschillende huishoudtypen op de genoemde inkomensniveaus inzichtelijk wat het effect van landelijke en gemeentelijke maatregelen is op de koopkracht.
Resultaten De financiële situatie van huishoudens Inclusief gemeentelijke voorzieningen hebben alle onderzochte huishoudens op de vier inkomensniveaus voldoende inkomsten om alle noodzakelijke uitgaven, inclusief sociale participatie, te betalen zonder dat er tekorten ontstaan. Paren zonder kinderen (onder de AOW-leeftijd) en paren met twee oudere kinderen hebben een bestedingsruimte onder de € 100 per maand, een alleenstaande onder de AOW-leeftijd zit hier net iets boven. Mochten deze huishoudens (al dan niet onverwacht) met persoonlijk onvermijdbare kosten te maken krijgen, dan zou dit tot tekorten op de begroting kunnen leiden. In dit onderzoek is tevens gekeken naar de bestedingsruimte van huishoudens wanneer geen gebruik wordt gemaakt van gemeentelijke voorzieningen. In dat geval is de bestedingsruimte bij alle huishoudtypen uiteraard lager. Bij het paar met twee oudere kinderen is er op bijstandsniveau in deze situatie sprake van een tekort . Hoe hoger het inkomensniveau, hoe kleiner het verschil tussen exclusief en inclusief gemeentelijke regelingen. De verschillen zijn het grootst op bijstandsniveau, omdat men daar volledige kwijtschelding van lokale lasten krijgt.
Excl. gemeentelijke regelingen Huishoudtype
Incl. gemeentelijke regelingen
100
110
130
150
100
110
130
150
01. alleenstaande tot AOW-leeftijd
52
113
370
565
115
124
371
556
02. alleenstaande vanaf AOW-leeftijd
311
353
597
737
390
385
604
734
03. paar tot AOW-leeftijd zonder kinderen
8
124
340
476
98
140
336
452
04. paar vanaf AOWleeftijd zonder kinderen
299
348
630
853
421
417
638
841
05. eenoudergezin met 2 jonge kinderen
406
429
667
905
535
480
708
936
06. eenoudergezin met 2 oudere kinderen
90
151
408
665
287
270
517
764
07. paar met 2 jonge kinderen
187
303
496
610
321
359
532
626
08. paar met 2 oudere kinderen
-105
11
204
317
98
136
309
402
Armoedeval Van een armoedeval is sprake als een huishouden met een hoger inkomen, minder overhoudt dan met een lager inkomen, nadat rekening is gehouden met alle noodzakelijke uitgaven. Een dergelijke situatie ontstaat bijvoorbeeld wanneer er geen recht meer is op inkomensondersteunende regelingen. In de gemeente Den Haag zien we een armoedeval bij de eenoudergezinnen: op 110 procent is de bestedingsruimte lager dan op bijstandsniveau. De armoedeval bij de alleenstaande met jonge kinderen wordt vooral veroorzaakt door werkgerelateerde kosten (vervoer en kinderopvang). Verder is er op 110 procent geen recht meer op kwijtschelding van lokale belastingen. Bij de alleenstaanden met oudere kinderen spelen dezelfde factoren, behalve de kosten voor kinderopvang. Hierdoor is de armoedeval kleiner dan bij eenoudergezinnen met jonge kinderen. Overigens zien we ook bij de andere onderzochte huishoudtypen dat de bestedingsruimte op 110 procent niet evenredig toeneemt met het netto inkomen. Ook hier zijn het wegvallen van het recht op kwijtschelding van lokale lasten en werkgerelateerde kosten de oorzaak. Bij de alleenstaande AOW-er met een zorgvraag is op 150 procent een armoedeval zichtbaar.
Bij dit huishouden wordt een ruime draagkracht verondersteld, waardoor het zelf veel extra kosten in verband met de zorgvraag moet betalen, terwijl huishoudens met een lager inkomen hiervoor bijzondere bijstand kunnen krijgen.
Positieve aspecten De gemeente Den Haag kent voor alle soorten huishoudens verschillende vormen van inkomensondersteuning die een positief effect hebben op de bestedingsruimte van de inwoners.
De gemeente Den Haag biedt een collectieve zorgverzekering aan, waarmee huishoudens met een laag inkomen uitgebreider verzekerd zijn dan huishoudens met een gemiddelde verzekering. De gemeente verstrekt een bijdrage in de premie. Inwoners kunnen kiezen uit een compacte of meer uitgebreide verzekering. Bij het meer uitgebreide pakket is het eigen risico afgekocht. Deze verzekering wordt het vaakste afgesloten. Waarschijnlijk stimuleert de gemeente Den Haag inwoners om het uitgebreidere pakket te kiezen, aangezien veel inwoners in de minimadoelgroep een onverwachte tegenvaller als de (volledige) eigen bijdrage niet kunnen dragen. De gemeente zet sterk in op de ondersteuning van kinderen: Vanuit de Stichting Leergeld zijn diverse vergoedingen mogelijk, onder andere voor schoolgerelateerde kosten, (sport)kleding en het lidmaatschap van een vereniging. Dit is een extra stimulans om kinderen deel te laten nemen aan sportieve en culturele activiteiten. Met de Ooievaarspas creëert de gemeente Den Haag extra ruimte op de begroting voor deelname aan maatschappelijke en recreatieve activiteiten. Dit heeft een positief effect op de bestedingsruimte van huishoudens met een laag inkomen en het vergroot de kans dat huishoudens met een laag inkomen blijven participeren in de samenleving.
Bovendien zijn veel regelingen gekoppeld aan de Ooievaarspas; eenmaal in het bezit van zo’n pas maakt dit de aanvraag van verschillende regelingen gemakkelijker. Personen met een zorgvraag kunnen in de gemeente Den Haag in aanmerking komen voor de regeling Tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten. Daarnaast is er bijzondere bijstand mogelijk voor bepaalde zorgkosten, zoals personenalarmering, dieetkosten en extra waskosten. De eigen bijdrage CAK wordt vergoed vanuit de collectieve zorgverzekering en voor de meerkosten van een maaltijdvoorziening is er een maaltijdregeling via de Ooievaarspas. Vraagafhankelijk vervoer is mogelijk tegen een gereduceerd tarief via de AV 070-dienst. Hiermee blijven de extra kosten als gevolg van de zorgvraag beperkt voor chronisch zieken in de gemeente. Naast de Individuele Bijzondere Bijstand kent de gemeente ook een witgoedregeling voor duurzaam witgoed. Via deze regeling kan van een bepaald product voor hetzelfde bedrag een duurzame variant worden aangeschaft. Door de duurzame variant zal de elektriciteitsrekening lager liggen. Hiermee worden inwoners met een laag inkomen gestimuleerd duurzame producten te kopen. In de gemeente Den Haag kunnen huishoudens onder de AOW-leeftijd met een inkomen op bijstandsniveau in aanmerking komen voor een individuele inkomenstoeslag.
Daarbij is het positief dat de gemeente Den Haag bij de hoogte van de individuele inkomenstoeslag rekening houdt met de gezinssamenstelling.
Aanbevelingen De berekening van de bestedingsruimte van de voorbeeldhuishoudens in dit onderzoek is gebaseerd op een drietal voorwaarden. 1. Men moet zeer goed met geld kunnen omgaan; 2. Men moet alle inkomensondersteuning aanvragen waar men recht op heeft; 3. Men moet niet of zeer beperkt te maken hebben met persoonlijk onvermijdbare uitgaven. Dit geldt voor bijvoorbeeld huishoudens met een hogere huur dan hier
opgenomen, en voor mensen met een noodgedwongen hogere energierekening, bijvoorbeeld omdat er sprake is van een slecht geïsoleerde woning. De conclusies van dit rapport moeten met die voorwaarden in het achterhoofd geïnterpreteerd worden. Kijkend naar de voorwaarden kan gesteld worden dat er heel veel verwacht wordt van huishoudens met een laag inkomen. Op basis van deze voorwaarden en de resultaten van het rapport, heeft het Nibud de volgende aanbevelingen voor de gemeente Den Haag: • • • • • • •
Stimuleer goed financieel beheer Verminder niet-gebruik regelingen Help energielasten verlagen Breng duidelijk de voordelen van de collectieve zorgverzekering onder de aandacht Overweeg een ongedeeld budget voor de kosten van kinderen Laat (meer) werken lonend zijn Indexeer bedragen
In hoofdstuk 6 van dit rapport zijn de aanbevelingen verder uitgewerkt.
Inhoud 1 Inleiding 1.1 Centrale vraag 1.2 Kern minima-effectrapportage 1.2.1 Huishoudtypen 1.2.2 Inkomensniveaus 1.2.3 Armoedeval 1.2.4 Voorbeeldhuur 1.2.5 Huishoudens met een zorgvraag 1.3 Leeswijzer 2 Onderzoeksmethode: begrotingen 2.1 Inleiding 2.2 Inkomsten 2.3 Uitgaven: basispakket & sociale participatie 2.4 Uitgavensoorten 2.5 Voorwaarden aan de begrotingen 2.6 De begrotingen 3 Minimabeleid 3.1 Landelijk beleid 3.2 Lokaal minimabeleid 3.2.1 Kwijtscheldingsbeleid 3.2.2 Collectieve (aanvullende) zorgverzekering 3.2.3 Tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten 3.2.4 Individuele inkomenstoeslag 3.2.5 Stichting Leergeld in Den Haag 3.2.6 Ooievaarspas 3.2.7 Witgoedregeling 3.2.8 Bijzondere bijstand 3.2.9 Kinderopvang en peuterspeelzaal 3.3 Huishoudens met een zorgvraag 3.3.1 Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) 3.3.2 Vergoeding hoge zorgkosten 3.3.3 Meerkosten huishoudens met zorgvraag 4 Resultaten 4.1 Bestedingsruimte per huishoudtype 4.2 Armoedeval 6 Conclusies en aanbevelingen 6.1 Bestedingsruimte en armoedeval 6.2 Aannames en aanbevelingen Bijlage 1 | Verantwoording uitgaven Bijlage 2 | Begrotingen Bijlage 3 | Begrotingen zonder gemeentelijke regelingen
1 Inleiding 1.1
Centrale vraag
Iedere gemeente beschikt over mogelijkheden om invloed uit te oefenen op de financiële positie van inwoners met lage inkomens. Dat kan bijvoorbeeld door het kwijtschelden van gemeentelijke heffingen en/ of door bijzondere bijstand. Het is echter niet direct zichtbaar wat in de praktijk de effecten van die maatregelen zijn op het budget van verschillende groepen huishoudens. De gemeente Den Haag wenst inzicht te krijgen in het samenspel van landelijk en lokaal minimabeleid. De centrale vraag van dit onderzoek luidt: Wat is het effect van landelijke en lokale inkomensondersteunende regelingen op de financiële positie van huishoudens met een laag inkomen in de gemeente Den Haag, uitgaande van het beleid voor 2024? Bekeken wordt welke groepen huishoudens in de gemeente voldoende het best ondersteund worden door middel van het gemeentelijke minimabeleid en welke groepen minder goed. Ook maakt deze rapportage eventuele armoedevallen inzichtelijk. In de begrotingen worden alle minimaal onvermijdbare uitgaven afgezet tegen verschillende inkomensniveaus.
1.2
Kern minima-effectrapportage
Om tot een antwoord te komen op de centrale vraag, worden voor een aantal voorbeeldsituaties alle inkomsten geïnventariseerd. Hierbij wordt rekening gehouden met alle landelijke en gemeentelijke inkomensondersteunende maatregelen. Dit inkomen zal in een begroting worden afgezet tegen de minimale uitgaven waarmee huishoudens met een laag inkomen worden geconfronteerd. De minimale uitgaven zijn gebaseerd op de Nibud methode van budgetteren, aangevuld met lokale tarieven en tegemoetkomingen.
1.2.1 Huishoudtypen In deze minima-effectrapportage wordt voor een aantal huishoudtypen de bestedingsruimte inzichtelijk gemaakt. In overleg met de gemeente Den Haag is een keuze gemaakt voor de volgende voorbeeldsituaties: 1. Een alleenstaande tot de AOW-gerechtigde leeftijd; 2. Een alleenstaande vanaf de AOW-gerechtigde leeftijd; 3. Een paar zonder kinderen; 4. Een paar vanaf de AOW-gerechtigde leeftijd, zonder kinderen; 5. Een alleenstaande met twee jonge kinderen (3 en 5 jaar); 6. Een alleenstaande met twee oudere kinderen (14 en 16 jaar); 7. Een paar met twee jongere kinderen (3 en 5 jaar); 8. Een paar met twee oudere kinderen (14 en 16 jaar); 9. Een alleenstaande tot de AOW-gerechtigde leeftijd met een zorgvraag; 10. Een alleenstaande vanaf de AOW-gerechtigde leeftijd met een zorgvraag.
Minima-effectrapportage gemeente Den Haag 2024
1.2.2 Inkomensniveaus De rapportage laat zien welke effecten de landelijke en gemeentelijke maatregelen hebben op de financiële positie van de huishoudtypen bij verschillende inkomensniveaus. In overleg met de gemeente Den Haag is in dit rapport gekozen om begrotingen op te stellen met de volgende inkomensniveaus: bijstand- of AOW- niveau, 110 procent, 130 procent en 150 procent van de geldende bijstandsnorm.
1.2.3 Armoedeval Het kan voorkomen dat een huishouden met een hoger inkomen, minder overhoudt dan met een lager inkomen, nadat rekening is gehouden met alle noodzakelijke uitgaven. Een dergelijke situatie ontstaat bijvoorbeeld doordat er geen recht meer is op inkomensondersteunende regelingen. Als een armoedeval zich voordoet binnen de gestelde kaders, dan blijkt dat uit de resultaten van dit onderzoek. Hierbij onderscheiden we twee soorten armoedevallen, namelijk een armoedeval bij uitstroom uit een bijstandsuitkering naar betaald werk (werkloosheidsval/uitstroomval) en een armoedeval bij het meer gaan verdienen (doorstroomval). Bij huishoudens boven de AOW-gerechtigde leeftijd wordt officieel niet gesproken van een armoedeval, omdat deze gewoonlijk geen inkomensstijging meemaken. Toch kan er bij hen ook sprake zijn van een geringere vrije bestedingsmogelijkheid bij een hoger inkomen.
1.2.4 Voorbeeldhuur Uit het WoOn-onderzoek van het CBS komt dat 96 procent van de huishoudens die de bijstandsuitkering als belangrijkste inkomstenbron hebben, in een huurwoning woont. Op basis hiervan gaan we er in deze rapportage vanuit dat huishoudens in een huurwoning wonen. De huur vormt in de meeste huishoudens de hoogste uitgave op de begroting. De huurprijzen in dit onderzoek zijn vastgesteld in overleg met de gemeente. Hierbij zijn we uitgegaan van de huren die we bij de MER Den Haag 2022 gebruikten. Deze huren zijn verhoogd met de gemiddelde huurverhoging van 5,0 procent, zoals het CBS die gemeten heeft tussen begin 2022 en begin 2024. Daarmee komen de voorbeeldhuren uit op 518 euro per maand voor huishoudens zonder kinderen, 579 euro voor alleenstaande ouders en 643 euro voor de paren met kinderen. Bepaalde huishoudens kunnen huurverlaging krijgen tot 577 euro. Het gaat in dit geval om de paren met kinderen en een gezamenlijk bruto inkomen van omgerekend 32.370 euro per jaar. In deze Minima-Effectrapportage zijn dit de paren met kinderen tot een inkomensgrens van 110 procent. 1.2.5 Huishoudens met een zorgvraag Bij de alleenstaanden met een zorgvraag worden in de begroting extra kosten meegenomen die veel voorkomen wanneer een persoon binnen het huishouden een chronische ziekte of beperking heeft.
Tegelijkertijd houden we ook rekening met de regelingen die de gemeente Den Haag voor deze huishoudens kent. De begrotingen voor deze huishoudens zijn opgesteld aan de hand van zogenoemde zorgprofielen. Op basis van deze zorgprofielen hebben we bepaald wat voor deze huishoudens de extra kosten zijn en welke vergoedingen daar tegenover staan.
Minima-effectrapportage gemeente Den Haag 2024
Het zorgprofiel is een illustratie van hoe de situatie van mensen met een zorgvraag eruit kan zien. In werkelijkheid hebben mensen te maken met zeer uiteenlopende zorgbehoeftes en varieert de hoogte van de zorgkosten sterk in individuele gevallen. Dat betekent dat conclusies die getrokken worden op basis van de uitkomsten, rekening houdend met de zorgvraag zoals die in dit rapport is geformuleerd, niet zonder meer gelden voor iedereen met zorgkosten. Het geeft wel aan dat een deel van de vaak voorkomende zorgkosten wordt vergoed. En dat mensen in veel gevallen daarnaast nog eigen betalingen in verband met zorg hebben. In paragraaf 3.3 worden de zorgprofielen van de huishoudens met een zorgvraag verder uitgewerkt.
1.3
Leeswijzer
Het rapport is als volgt opgebouwd. In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op de onderzoeksmethode. Hoofdstuk 3 geeft een toelichting op de landelijke en lokale inkomensondersteunende regelingen. In hoofdstuk 4 worden de resultaten weergegeven: Wat is de bestedingsruimte van de onderzochte huishoudtypen? En wat zijn de effecten van het minimabeleid op de financiële positie van deze huishoudens? Hoofdstuk 5 geeft de resultaten weer zonder gemeentelijke voorzieningen. Ten slotte worden in hoofdstuk 6 de conclusies en aanbevelingen beschreven. In de bijlagen wordt meer informatie gegeven over bronnen van de referentiecijfers en staan de begrotingen per huishoudtype naar inkomen.
Minima-effectrapportage gemeente Den Haag 2024
2 Onderzoeksmethode: begrotingen 2.1
Inleiding
Om het effect van inkomensondersteunende regelingen op de financiële positie van huishoudens te berekenen, maakt het Nibud gebruik van begrotingen. Uit deze begrotingen zijn de inkomsten en uitgaven van de huishoudens af te lezen. De begrotingen in deze rapportage zijn gemaakt voor verschillende huishoudtypen op verschillende inkomensniveaus. Hierbij gaan we ervan uit dat huishoudens in een huurwoning wonen. De begrotingen zijn voor groepen van huishoudens. De bedragen in de begrotingen zijn gemiddelden; in werkelijkheid zal de financiële situatie van de individuele huishoudens er anders uitzien. De begroting laat dus niet zien in hoeverre een individueel huishouden een sluitende begroting heeft. Bij het opstellen van de begrotingen wordt geen rekening gehouden met schulden, omdat daarover niets algemeens te zeggen valt. Schulden komen echter vaak voor onder huishoudens met lage inkomens. Ook is er geen rekening gehouden met inkomsten of betalingen vanwege alimentatie. Maandbegrotingen Alle begrotingen zijn maandbegrotingen, waarbij de inkomsten en uitgaven zijn omgerekend naar gemiddelde maandbedragen. In de praktijk kunnen er flinke verschillen zijn tussen de maanden van het jaar. Vakantiegeld wordt bijvoorbeeld vaak jaarlijks uitgekeerd, maar wordt in deze rapportage uitgedrukt in een maandelijks bedrag. Het inkomen is in iedere begroting een vast gegeven.
2.2
Inkomsten
In deze rapportage worden op vier inkomensniveaus begrotingen opgesteld voor de betreffende voorbeeldhuishoudens: het minimuminkomen (bijstand/AOW-uitkering), 110 procent, 130 procent en 150 procent van de geldende bijstandsnorm. Met bijstandsniveau wordt in deze rapportage bedoeld de norm op grond van de Participatiewet, artikel 5 sub c. Bij de AOW-gerechtigden gaan we ervan uit dat 100 procent gelijk is aan de AOWuitkering. Deze ligt boven de bijstandsnorm voor AOW-gerechtigden. Ook 110, 130 en 150 procent zijn ten opzichte van de netto AOW-uitkering. Uitgangspunt in deze rapportage is het totaal besteedbaar maandinkomen. Dat inkomen bestaat uit alle inkomsten van het huishouden, zoals netto salarissen, uitkeringen, kortingen op de belasting, landelijke toeslagen (zorgtoeslag, huurtoeslag, kinderopvangtoeslag en kindgebonden budget), kinderbijslag en vakantietoeslag. Hoe de regelingen doorwerken in de begrotingen en wat de invloed is op het inkomen van de verschillende huishoudens is te zien in bijlage 2. In de rapportage wordt verondersteld dat de huishoudens maximaal gebruik maken van alle inkomensondersteunende regelingen die op hen van toepassing zijn, zowel de landelijke als de gemeentelijke.
Minima-effectrapportage gemeente Den Haag 2024
2.3
Uitgaven: basispakket & sociale participatie
De noodzakelijke uitgaven vullen we in via een basispakket waarvan een pakket voor sociale participatie een onderdeel vormt. Het basispakket bestaat uit uitgaven die voor elk huishouden niet of moeilijk vermijdbaar zijn. In bijlage 1 staan de uitgangspunten en de samenstelling van de pakketten beschreven. Het basispakket inclusief het pakket voor sociale participatie zijn op bepaalde punten verschillend voor de diverse huishoudtypen. Een alleenstaande staat immers voor andere kosten dan bijvoorbeeld een gezin met kinderen. De pakketten bestaan uit relatief goedkope artikelen (niet de allergoedkoopste) die algemeen verkrijgbaar zijn. We houden geen rekening met tweedehands artikelen. De pakketten zijn vastgesteld in samenwerking met andere deskundigen. Zo bestaat het voedingspakket uit gezonde voeding zoals vastgesteld door het Voedingscentrum. Sociale participatie Het pakket voor sociale participatie is opgesteld door het Nibud in samenwerking met het Sociaal Cultureel Planbureau. Het gaat om uitgaven aan contributies en abonnementen, bezoek ontvangen en op bezoek gaan, vakantie/uitgaan en recreatief vervoer. Sociale participatie wordt als noodzakelijk beschouwd en is in veel gemeenten op de een of andere manier onderdeel van het minimabeleid.
Persoonlijk onvermijdbare uitgaven Naast de noodzakelijke uitgaven van de pakketten zijn er in individuele gevallen persoonlijk moeilijk of niet-vermijdbare uitgaven. Dit zijn uitgaven die voor een bepaald persoon onontkoombaar zijn. Bijvoorbeeld wanneer iemand een speciaal dieet moet volgen. Voor dit soort uitgaven is vaak een tegemoetkoming mogelijk via gemeentelijk beleid. Deze uitgaven worden in dit rapport niet meegenomen. In de begrotingen is ook geen rekening gehouden met kosten voor een huisdier of voor roken. Deze uitgaven worden niet gezien als noodzakelijk. Indien een huishouden hiervoor toch kosten heeft, wordt het saldo op de begroting lager dan in deze rapportage is weergegeven. Mensen die werken maken extra kosten ten opzichte van niet werkenden. Deze kosten zijn meegenomen in het basispakket als aparte post bij een inkomen vanaf 110 procent van het toepasselijk minimum.
2.4
Uitgavensoorten
In alle begrotingen onderscheidt het Nibud vier soorten uitgaven: • Vaste lasten. Dit zijn periodiek terugkerende uitgaven, waarbij het bedrag veelal elke periode hetzelfde is. Vaak is er een contract afgesloten voor deze uitgaven. • Reserveringsuitgaven. Dit zijn uitgaven die niet iedere maand terugkomen. De bedragen voor de verschillende reserveringsuitgaven zou een huishouden in principe maandelijks opzij moeten zetten om deze onregelmatige uitgaven direct te kunnen betalen. • Huishoudelijke uitgaven. Dit zijn regelmatig terugkerende uitgaven, waarvan het bedrag per keer (per aankoopbeurt) verschilt. • Sociale Participatie. Dit zijn uitgaven die een huishouden wat vrijer kan invullen. In deze rapportage vallen daaronder: contributies en abonnementen, bezoek ontvangen en op bezoek gaan, vakantie/uitgaan en recreatief vervoer.
Minima-effectrapportage gemeente Den Haag 2024
Lokale tarieven In deze rapportage wordt gerekend met minimale bedragen die huishoudens nodig hebben om deze uitgaven te kunnen betalen. Voor de uitgaven is waar mogelijk uitgegaan van lokale tarieven. Voorbeelden hiervan zijn de tarieven voor gemeentelijke heffingen, de premie van de collectieve zorgverzekering en de kosten van de peuterspeelzaal. Minimabeleid Als er inkomensondersteunende maatregelen zijn die een vergoeding vormen voor bepaalde uitgavenposten, dan is hier rekening mee gehouden in de begrotingen. De regelingen staan beschreven in het volgende hoofdstuk. Zo zijn alle meer generieke lokale minimaregelingen meegenomen in de berekeningen. Dit geldt niet voor de individuele bijzondere bijstand, omdat daarvoor geldt dat deze sterk afhankelijk is van de persoonlijke situatie.
2.5
Voorwaarden aan de begrotingen
In het onderzoek rekenen we met voorbeeldhuishoudens en met minimale bedragen. Om voor deze huishoudens berekeningen te kunnen maken moet het Nibud uitgaan van drie belangrijke voorwaarden. Het is raadzaam om rekening te houden met het feit dat die voorwaarden in de praktijk niet altijd opgaan en huishoudens daarbij hulp nodig hebben. 1. Zeer goed met geld kunnen omgaan Een goed overzicht van alle inkomsten en uitgaven is noodzakelijk. Alleen dan kan er voldoende geld opzij worden gezet om onregelmatige uitgaven te kunnen doen. Een gebrek aan goed overzicht kan vaak confronterend zijn en moeilijk te doorbreken. 2. Alle inkomensondersteuning aanvragen Toeslagen en tegemoetkomingen beslaan vaak een groot deel van het totale inkomstenplaatje. Het is daarom voor huishoudens belangrijk om te weten op welke inkomensondersteuning men recht heeft en hoe en waar deze moet worden aangevraagd. Het tijdig doorgeven van gegevens is hierbij belangrijk. En daarmee dus ook een actieve houding. 3. Geen grote persoonlijk onvermijdbare uitgaven hebben Hoge persoonlijk onvermijdbare uitgaven zoals afbetalingen, zorgkosten of een hoge huur, kunnen het moeilijk of onmogelijk maken om een sluitende begroting op te stellen. Als de uitgaven niet omlaag gebracht kunnen worden, dan resteert er niks anders dan om te bezuinigen op overige uitgaven.
In het geval van de begrotingen met minimale uitgaven, zoals ze in dit rapport zijn opgesteld, ontstaat het gevaar dat er ook bezuinigd wordt op noodzakelijke uitgaven. Dit kan ertoe leiden dat er totaal geen reserves meer zijn om tegenslagen op te kunnen vangen, dat rekeningen niet meer betaald worden waardoor schulden ontstaan of dat gezondheidsbedreigende omstandigheden ontstaan. Deze voorwaarden zijn voor een deel te vangen in competenties voor goed financieel beheer. Het gaat hierbij niet alleen om vaardigheden, maar ook om gedragsaspecten. Daarom is inkomensondersteuning alleen niet voldoende. Het is ook belangrijk om ondersteuning op het gebied van het aanleren van vaardigheden te bieden, aangevuld met ondersteuning die rekening houdt met min of meer individuele gedragsaspecten.
Minima-effectrapportage gemeente Den Haag 2024
2.6
De begrotingen
Volgens de methodiek die hierboven staat beschreven, worden de begrotingen opgesteld. Deze begrotingen staan in bijlage 2 en bijlage 3.
Minima-effectrapportage gemeente Den Haag 2024
3 Minimabeleid In dit hoofdstuk worden diverse landelijke en gemeentelijke regelingen voor inkomensondersteuning van minima beschreven. Alleen de regelingen die in de berekeningen zijn meegenomen komen in dit hoofdstuk aan bod. Paragraaf 3.1 beschrijft de landelijke regelingen; in paragraaf 3.2 komen de lokale inkomensondersteunende regelingen aan bod.
3.1
Landelijk beleid
Bij het opstellen van de begrotingen worden de landelijke uitkeringen, de landelijke heffingskortingen, de landelijke toeslagen en de kinderbijslag in de berekeningen opgenomen. In 2024 zijn er op dit terrein een aantal belangrijke onderdelen aangepast die van invloed zijn op de financiële positie van huishoudens met een laag inkomen. Het minimumloon en de daaraan gekoppelde uitkeringen zijn verhoogd naar aanleiding van de hoge inflatie van de afgelopen jaren. Daarnaast is het extra verhoogd om de armoedebestrijding te ondersteunen. Bijna alle heffingskortingen zijn sterk gestegen. Ook de huurtoeslag, de kinderbijslag en het kindgebonden budget zijn omhooggegaan. Specifiek gaat het om de volgende veranderingen per 1 januari 2024: 1. Tarief eerste belastingschijf daalt en heffingskortingen stijgen (sterk). 2. De huurtoeslag stijgt en het kindgebonden budget stijgt sterk. 3. Minimumloon en uitkeringen stijgen. 4. De zorgtoeslag daalt Landelijke heffingskortingen Heffingskortingen zijn kortingen op de belasting. Hiermee wil de overheid bepaalde groepen ondersteunen. Denk aan ouders, ouderen en gehandicapten. Door de heffingskorting betalen zij minder belasting. Er zijn verschillende heffingskortingen: • Algemene heffingskorting: voor iedereen vanaf 18 jaar die inkomstenbelasting betaalt, ook als men niet werkt.
• Arbeidskorting: voor iedereen die betaald werk doet, ook als men daarnaast nog gedeeltelijk een uitkering ontvangt. • Inkomensafhankelijke combinatiekorting: voor werkende ouders met kinderen jonger dan 12 jaar. Deze wordt toegekend aan de alleenstaande ouders of aan de minstverdienende fiscale partner. • Ouderenkorting en alleenstaande ouderenkorting: voor AOW-gerechtigden.
Tabel 1: Tabel landelijke heffingskortingen in bedragen per jaar Algemene heffingskorting
Onder AOW-leeftijd Vanaf AOW-leeftijd
Arbeidskorting
Inkomensafhankelijke combinatiekorting Ouderenkorting Alleenstaande ouderenkorting
Minima-effectrapportage gemeente Den Haag 2024
2023 € 3.070 € 1.583 € 5.052 € 2.694
2024 € 3.362 € 1.735 € 5.532 € 2.950
€ 1.835 € 478
€ 2.010 € 524
Landelijke toeslagen Toeslagen zijn bijdragen van de overheid om tegemoet te komen in de kosten voor de zorgverzekering, huur of kind(eren). Of een huishouden recht heeft op bepaalde toeslagen, is afhankelijk van een aantal factoren (bijvoorbeeld inkomen). De volgende toeslagen (2024) zijn van belang voor de voorbeeldhuishoudens: Zorgtoeslag Zorgtoeslag is een bijdrage van de overheid voor de kosten van de zorgverzekering. Iemand kan aanspraak maken op zorgtoeslag vanaf 18 jaar. Dit geldt voor zowel alleenstaanden als stellen. Naast de inkomensgrens is er ook een vermogensgrens voor de zorgtoeslag. Hoe lager het inkomen, hoe meer toeslag iemand ontvangt. Tabel 2: Zorgtoeslag bedragen Inkomensgrens alleenstaand Inkomensgrens paar Vermogensgrens alleenstaand Vermogensgrens paar Maximaal maandbedrag alleenstaand Maximaal maandbedrag paar
€ 38.520 € 48.224 € 127.582 € 161.329 € 154 € 265
€ 37.496 € 47.368 € 140.213 € 177.301 € 123 € 236
Huurtoeslag Huurtoeslag is een bijdrage van de overheid in de huurkosten. Huurders van een zelfstandige huurwoning kunnen in aanmerking komen voor huurtoeslag. De hoogte van de huurtoeslag is afhankelijk van het inkomen, het vermogen, de huishoudsamenstelling en de huur. Vanaf 1 januari 2020 kent de huurtoeslag geen inkomensgrenzen meer, maar wordt de huurtoeslag inkomensafhankelijk afgebouwd. De vermogensgrens voor de huurtoeslag is per persoon. Huishoudens krijgen boven de minimale basishuur1 volledige huurtoeslag tot een bepaalde huur. Vanaf deze huur wordt 65 procent vergoed. Alleenstaanden of ouderen/hulpbehoevenden krijgen daarnaast nog hierboven tot de hoogste huurgrens nog 40 procent vergoed. In 2024 is de basishuur sterk verlaagd. Hierdoor krijgen huurtoeslaggerechtigden een hoger bedrag uitgekeerd. Dit voordeel bedraagt € per maand. Tabel 3: Huurtoeslag bedragen Vermogensgrens per persoon Huurgrens volledige huurtoeslag Huurgrens 65% huurtoeslag 1p en 2p Huurgrens 65% huurtoeslag 3p of meer Huurgrens 40%
€ 33.748 € 452,20 € 647,19 € 693,60 € 808,06
€ 36.952 € 454,47 € 650,43 € 697,07 € 879,66
____________________ 1
De minimale basishuur is inkomensafhankelijk en bedraagt voor huishoudens op minimumniveau € 192. (Voor
AOW-gerechtigden is dit voor eenpersoonshuishoudens € 190,18 en voor meerpersoonshuishoudens € 188,37). Bij een hoger inkomen wordt de basishuur hoger.
Minima-effectrapportage gemeente Den Haag 2024
Kinderopvangtoeslag Kinderopvangtoeslag is een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang. De kinderopvangtoeslag is geregeld in de Wet Kinderopvang. De wet geldt voor dagopvang voor kinderen van 0 tot 4 jaar en buitenschoolse opvang voor basisschoolkinderen. Maar ook voor opvang door ouderparticipatiecrèches of gastouders via een gastouderbureau en voor de peuterspeelzaal. Informele opvang door familie of kennissen valt hier niet onder. Om voor kinderopvangtoeslag in aanmerking te komen moet de instelling zijn aangemeld bij het Landelijk Register Kinderopvang. Ook moeten, in het geval van paren, beide ouders werken, tenzij er een re-integratietraject wordt gevolgd. Tabel 4: Kinderopvangtoeslag bedragen per uur Maximale vergoeding dagopvang Maximale vergoeding buitenschoolse opvang
€ 9,12 € 7,85
€ 10,25 € 9,12
Kindgebonden budget Elk huishouden met kinderen jonger dan 18 jaar komt in aanmerking voor het kindgebonden budget. Dit is een maandelijkse, inkomensafhankelijke bijdrage in de kosten van kinderen. Voorwaarde is dat iemand zijn of haar kind ‘in belangrijke mate onderhoudt’. Er geldt een inkomensgrens. Na de inkomensgrens wordt de hoogte van het bedrag geleidelijk afgebouwd. In 2024 is deze inkomensgrens voor alleenstaande ouders verhoogd en voor paren juist verlaagd. Het bedrag is flink verhoogd: Het maximale bedrag gaat voor het eerste kind met € 65 omhoog naar € 203 per maand en vanaf het tweede kind met € 75 omhoog naar eveneens € 203 per maand. Daarnaast gaat het extra bedrag voor kinderen van 12 tot en met 15 jaar met € 35 omhoog naar € 57 per maand en voor kinderen van 16 tot en met 17 jaar met € 37 omhoog naar € 77 per maand. Het extra bedrag voor alleenstaande ouders gaat € 30 omlaag naar € 290 per maand. Tabel 5: Kindgebonden budget Inkomensgrens alleenstaande Inkomensgrens paar Alleenstaande ouderkop
€ 25.070 € 43.397 € 320,67
€ 26.819 € 35.849 € 290
Kinderbijslag Een ouder heeft recht op kinderbijslag voor eigen kinderen en stiefkinderen tot 18 jaar en soms voor pleegkinderen tot 16 jaar. Kinderbijslag wordt eenmaal per kwartaal uitgekeerd. De bedragen worden in het geval van meerdere kinderen bij elkaar opgeteld. De bedragen voor kinderbijslag zijn afhankelijk van de leeftijd van het kind en onafhankelijk van het inkomen. Tabel 6: Kinderbijslag 0 – 6 jaar 6 – 12 jaar 12 – 18 jaar
Minima-effectrapportage gemeente Den Haag 2024
€ 261,70 € 317,77 € 373,85
€ 279,49 € 339,38 € 399,27
3.2
Lokaal minimabeleid
Naast de landelijke inkomensondersteunende maatregelen heeft de gemeente Den Haag voor huishoudens met een laag inkomen ook een lokaal minimabeleid. De regelingen die worden opgenomen in de begrotingen komen in de volgende paragrafen aan bod. 3.2.1 Kwijtscheldingsbeleid In de gemeente Den Haag kan kwijtschelding worden aangevraagd voor de afvalstoffenheffing. Voor de rioolheffing is de eerste 500 m3 water vrijgesteld van heffing. De voorbeeldhuishoudens blijven allemaal onder die grens. De kwijtscheldingsnorm bedraagt 100 procent van het sociaal minimum. Dat wil zeggen dat, afhankelijk van het vermogen, huishoudens met een inkomen rond het sociaal minimum in principe geen gemeentelijke heffingen hoeven te betalen. Bij een inkomen hierboven wordt betalingscapaciteit verondersteld. De beleidsvrijheid ten aanzien van het kwijtscheldingsbeleid wordt bepaald door landelijke regelgeving. Hierbij wordt aan gemeenten de mogelijkheid geboden om rekening te houden met de kosten voor kinderopvang en om voor AOW’ers uit te gaan van de netto AOW in plaats van de bijstandsbedragen voor AOW-gerechtigden. De gemeente Den Haag en het waterschap maken beide gebruik van de mogelijkheid om uit te gaan van de verhoogde norm voor AOW’ers. De gemeente houdt ook rekening met de kosten voor kinderopvang bij de bepaling van de betalingscapaciteit.
Bij het Hoogheemraadschap Delfland is kwijtschelding mogelijk voor de zuiveringsheffing en de watersysteemheffing ingezetenen. Bij de berekening van de kwijtschelding hanteert het waterschap, net zoals de gemeente, de norm van 100 procent van de toepasselijke bijstandsnorm. De kwijtschelding van de gemeentelijke heffingen en het waterschap wordt apart berekend. Daardoor kan het voorkomen dat de betalingscapaciteit van een huishouden twee keer moet worden ingezet: een keer voor de gemeentelijke heffingen en een keer voor de waterschapsheffingen. 3.2.2 Collectieve (aanvullende) zorgverzekering Het verzekeren tegen ziektekosten is voor iedereen wettelijk verplicht. Daarom bieden veel gemeenten inwoners met een laag inkomen een collectieve zorgverzekering aan. De gemeente Den Haag biedt een keuze uit twee collectieve zorgverzekeringen aan: de Haagse Zorgverzekering en de Haagse Zorgverzekering Compact. Beide worden uitgevoerd door VGZ. Ze kunnen worden aangevraagd door huishoudens met een inkomen tot 150 procent van het sociaal minimum. De Haagse Zorgverzekering Compact kent een premie van € 171,65 per maand. De Haagse Zorgverzekering kent een premie van € 224,50 per maand. Aan bepaalde huishoudens geeft de gemeente Den Haag een tegemoetkoming in deze kosten. Deze tegemoetkoming is € 10 per maand voor huishoudens tussen 110 en 130 procent.
Niet-AOW-gerechtigden tot 110 procent krijgen een tegemoetkoming van € 20 per maand en AOW-gerechtigden tot 110 procent krijgen een tegemoetkoming van € 30 per maand. Bij deze zorgverzekering is ook het eigen risico meeverzekerd. Deze verzekering wordt het vaakste afgesloten. We gaan ervan uit dat alle voorbeeldhuishoudens deze zorgverzekering afsluiten.
Minima-effectrapportage gemeente Den Haag 2024
De kosten van de premie zijn in de begrotingen opgenomen onder de uitgavepost “zorgverzekering”. De zorgtoeslag die huishoudens ontvangen is in de begrotingen opgenomen bij de inkomsten. Daarnaast gaan we ervan uit dat huishoudens maandelijks moeten reserveren voor het eigen risico van € 385 per jaar, omdat zij dit geld waarschijnlijk niet op de plank hebben liggen, als zij dit (onverwacht) nodig hebben. Dit bedrag is opgenomen onder de post “eigen risico zorgverzekering”. Omdat dit opgenomen is in de collectieve zorgverzekering is dat voor de voorbeeldhuishoudens in Den Haag niet nodig. 3.2.3 Tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten Wanneer een gezinslid een chronische ziekte of lichamelijke beperking heeft dan zijn er vaak extra kosten. Bijvoorbeeld voor een dieet, kleding, waskosten van kleding, verwarming, vervoer, eigen bijdragen of eigen risico, medische of maatschappelijke dienstverlening. Hiervoor is de regeling Tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten. De regeling is bedoeld voor inwoners met een inkomen van maximaal 150 procent van de geldende bijstandsnorm en geldt voor volwassenen en onder voorwaarden voor kinderen. In de begrotingen is de regeling alleen meegenomen bij de huishoudens met een zorgvraag.
3.2.4 Individuele inkomenstoeslag De individuele inkomenstoeslag (IIT) in de gemeente Den Haag is bedoeld voor inwoners vanaf 21 jaar tot de AOW-gerechtigde leeftijd die weinig zicht hebben op extra inkomen in de toekomst en die wel inzet hebben getoond om meer inkomen te krijgen. Hierbij mag het inkomen in de afgelopen drie jaar niet hoger zijn geweest dan 110 procent van de geldende bijstandsnorm en het vermogen niet meer dan het wettelijk vrij te laten vermogen. De hoogte van de IIT bedraagt per jaar: • € 360 voor een alleenstaande • € 470 voor een alleenstaande ouder; • € 600 voor een paar zonder kinderen • € 800 voor een paar met kinderen. Bij de resultaten van deze rapportage worden de saldi van huishoudens die recht hebben op de individuele inkomenstoeslag apart gepresenteerd, omdat niet elke inwoner van Den Haag met een laag inkomen hiervoor in aanmerking komt. 3.2.5 Stichting Leergeld in Den Haag De Stichting Leergeld in Den Haag helpt kinderen van 4 tot 18 jaar van ouders met een laag inkomen. De inkomensgrens bedraagt 150 procent van de norm.
Bij de stichting kunnen voor kinderen met een Ooievaarspas de volgende zaken worden aangevraagd: Schoolspullenpas: o Voor een kind in het basisonderwijs is het bedrag: € 50,o Voor een kind in het voortgezet onderwijs: € 150,o Voor een leerling in het MBO-BOL jonger dan 18 jaar: € 150,- (BOL = Beroeps Opleidende Leerweg) o Voor een leerling op het HBO en Universiteit jonger dan 18 jaar: € 150,Winterkledingpas: o Voor kinderen tussen de 4 en 11 jaar is het bedrag €140 o Voor kinderen tussen de 12 en 18 jaar is het bedrag €165
Minima-effectrapportage gemeente Den Haag 2024
Mobiele telefoon: o Eigen bijdrage van €50 ontvangst van een Samsung Galaxy A52s Basisuitrusting voor sport of cultuur: o Maximale vergoeding is €150 o Bij zwemmen is het max €105 bij meisjes en €95 bij jongens o Een tweede sport of cultuur is max €100 Speelgoedbon o Ter waarde van €25 per kind Squla of WoordExtra o Waarde van deze abonnementen is ongeveer €20 Gratis reizen in weekenden en vakanties bij HTM o Voor kinderen tussen de 12 en 18 jaar. Fietsen: o Voor kinderen tussen de 10 en 18 jaar. Eigen bijdrage van €50 voor een fiets. Laptop/PC o Voor kinderen tussen de 4 en 18 jaar. Eigen bijdrage van €60. De vergoedingen zijn als volgt in de begrotingen verrekend: Voor kinderen van 4 tot 18 jaar is het bedrag voor de basisuitrusting van sport en cultuur uit de post “sociale participatie” gehaald. Bij de huishoudens met twee oudere kinderen zijn de aanschafkosten van twee fietsen (aanschafbedrag gedeeld door de levensduur) uit de begroting gehaald en vervangen door de eigen bijdragen. Dit is verrekend met de post “vervoer”. Op deze post is ook een korting toegepast vanwege het gratis reizen in weekenden en vakanties. De korting is gesteld op 75 procent van de totale kosten aan openbaar vervoer. De bedragen uit de winterkledingpas zijn in mindering gebracht op de post “kleding”. De vergoeding van de schoolspullenpas is verrekend met de post “onderwijs”.
Voor de laptop en de mobiele telefoon zijn de bedragen in de pakketten vervangen door de eigen bijdragen. In de begroting staan de maandelijkse reserveringsbedragen (eigen bijdrage gedeeld door de levensduur in maanden). Voor zowel de telefoon als de laptop is deze op vijf jaar gesteld. Het bedrag van de speelgoedbon is in mindering gebracht op de post “diversen”. 3.2.6 Ooievaarspas Huishoudens met een inkomen tot 150 procent kunnen een Ooievaarspas aanvragen. De Ooievaarspas is gratis. De Ooievaarspas biedt korting op allerlei activiteiten op het gebied van sport, cultuur, contributie, lidmaatschap en entree. Via de Ooievaarspas (de regeling Kinderen Doen Mee) kunnen kinderen gratis hun zwemdiploma A, B en C halen en de contributie van één sportactiviteit en één cultuuractiviteit betalen. Voor een tweede lidmaatschap van dezelfde soort geldt een korting van 50 procent. Ook volwassenen krijgen een korting van 50 procent. In de begrotingen zijn deze regelingen verwerkt bij de post “sociale participatie”.
Minima-effectrapportage gemeente Den Haag 2024
AOW-gerechtigden met een Ooievaarspas kunnen gratis met de HTM reizen. In de begroting hebben we kosten van het openbaar vervoer voor hen verlaagd. Onder de post “vervoer” vallen nog wel de kosten voor de aanschaf en het onderhoud van een fiets. Houders van de Ooievaarspas kunnen gratis of met korting uitstapjes maken naar bijvoorbeeld de film, het zwembad, en musea in Den Haag. Ook kunnen met korting workshops, cursussen of proeflessen worden gevolgd. In de begrotingen is onder de post “sociale participatie” een bedrag opgenomen voor uitgaan en vakanties (zie bijlage 1). De helft van dit bedrag (wat neerkomt op 10,25 euro per persoon, per maand) wordt in de begrotingen in mindering gebracht als zijnde het voordeel van de Ooievaarspas. De Ooievaarspas kan ook andere kosten met zich meebrengen, bijvoorbeeld voor vervoer naar de activiteit of voor iets te eten of drinken ter plaatse. We gaan ervan uit dat deze kosten uit het budget voor sociale participatie worden voldaan. Vanaf 1 januari 2024 is het mogelijk om tot € 300 tegemoetkoming te krijgen bij de dierenarts voor inwoners met een Ooievaarspas, vanaf 18 jaar. Korting wordt gegeven op de volgende behandelingen: consult (100%), vaccineren (100%), chippen (100%), castratie/sterilisatie (100%), euthanasie (100%), medisch noodzakelijke behandelingen (50%), medicijnen bij chronische ziekte (50%).
Hoewel huisdieren niet voor iedereen als noodzakelijk gezien worden en geen onderdeel zijn van de minimumvoorbeeldbegrotingen, hebben huisdierenbezitters te maken met uitgaven. Onverwachte kosten als die voor de dierenarts kunnen dan lastig te betalen zijn. Deze tegemoetkoming is dan ook een goede ondersteuning. 3.2.7 Witgoedregeling Naast de Individuele Bijzondere Bijstand kent de gemeente ook een witgoedregeling voor duurzaam witgoed. Middels een cadeaukaart kan korting worden verkregen op de volgende producten: Koelkast: €250 Vriezer: €250 Wasmachine: €150 Stofzuiger: €50 Refurbished Ipad: €50 Het gaat hierbij om geselecteerde type producten die duurzaam zijn en is bedoeld om het verschil tussen normaal en duurzaam witgoed te overbruggen. In de begrotingen gaan we uit van de reserveringen die samenhangen met normaal witgoed. Via deze regeling kan voor hetzelfde bedrag een duurzame variant worden aangeschaft. Door de duurzame variant zal de elektriciteitsrekening lager liggen. We schatten in, dat dit bij een gemiddeld verbruik voor een koelvriescombinatie, wasmachine en stofzuiger in totaal ongeveer 150 kWh per jaar scheelt. Bij de huidige tarieven gaat het dan om ongeveer € 55 per jaar. We nemen dit bedrag mee via een lager bedrag voor energie. 3.2.8 Bijzondere bijstand De gemeente Den Haag verstrekt voor bijzondere en noodzakelijke kosten individuele bijzondere bijstand.
Uitgangspunt hierbij is dat er geen draagkracht is bij een inkomen tot 110 procent van de geldende bijstandsnorm. Tussen 110 procent en 120 procent bedraagt
Minima-effectrapportage gemeente Den Haag 2024
de draagkracht € 25 per maand, tussen 120 en 130 procent € 50 per maand. Boven de 130 procent wordt het meerinkomen volledig als draagkracht gezien. Dus naast de € 50 wordt elke extra euro boven de 130 procent als draagkracht gezien. De individuele bijzondere bijstand wordt in dit onderzoek niet meegenomen omdat deze sterk afhankelijk is van de persoonlijke situatie. Uitzondering zijn de huishoudens met een zorgvraag. Bij deze huishoudtypen gaan we uit van een aantal veronderstellingen die worden beschreven in paragraaf 3.3. Indien voor een of meer van deze voorzieningen individuele bijzondere bijstand kan worden aangevraagd, wordt dit meegenomen in de begroting. 3.2.9 Kinderopvang en peuterspeelzaal Op grond van de Wet kinderopvang kunnen ouders van kinderen tot 12 jaar een tegemoetkoming toegekend krijgen voor de kosten van kinderopvang, de kinderopvangtoeslag. Vervolgens resteert een eigen bijdrage voor deze kosten. Alleenstaande ouders met een inkomen boven bijstandsniveau zullen enkele dagen per week werken en gebruik maken van de kinderopvang voor het kind van drie jaar. Bij 110 procent van het minimum inkomen wordt gerekend met 20 uur kinderopvang per week, bij een inkomen op 130 procent wordt uitgegaan van 30 uur kinderopvang en bij 150 procent rekenen we met 40 uur kinderopvang per week. We gaan uit van 45 weken kinderopvang per jaar.
Een alleenstaande ouder met een bijstandsuitkering (die geen arbeidsmarktgericht traject volgt) hoeft geen gebruik van de kinderopvang te maken; daarom zijn in de begrotingen op 100 procent geen kosten voor kinderopvang opgenomen. Wel wordt ervan uitgegaan dat twee dagdelen per week gebruik wordt gemaakt van de peuteropvang. Ouders zonder werk komen niet in aanmerking voor kinderopvangtoeslag. In de gemeente Den Haag geldt voor deze ouders een inkomensafhankelijke ouderbijdrage op basis van het door de Rijksoverheid vastgesteld fiscaal maximumtarief. De Gemeente Den Haag subsidieert in dit geval aanvulling tot het fiscaal maximumuurtarief. Voor ouders met een Ooievaarspas wordt de eigen bijdrage van € 10 per maand voor voorschool kwijtgescholden. De kosten voor kinderopvang zijn in de begrotingen opgenomen onder de post “kinderopvang”. De kinderopvangtoeslag is in de begrotingen opgenomen bij de inkomsten.
3.3
Huishoudens met een zorgvraag
In dit onderzoek worden tevens twee huishoudens met extra zorgkosten onderzocht: Een alleenstaande onder de AOW-gerechtigde leeftijd met chronische ziekte of beperking; Een alleenstaande oudere (AOW-gerechtigd) met chronische ziekte of beperking. Hieronder wordt eerst dieper ingegaan op de voorzieningen van de gemeente Den Haag voor huishoudens met een zorgvraag. Daarna worden de profielen van deze huishoudtypen nader omschreven en wordt bekeken wat het effect van de regelingen is op de maandbegroting van de huishoudens met een zorgvraag.
Minima-effectrapportage gemeente Den Haag 2024
3.3.1 Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) De Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) zorgt ervoor dat mensen met een handicap, chronisch zieken en ouderen een zo normaal mogelijk dagelijks leven kunnen leiden. De gemeente bekijkt of hulp nodig is en waarmee iemand het beste is geholpen. Iedere gemeente regelt dit op zijn eigen manier. Naast algemene taken, zoals het vergroten van de leefbaarheid in de gemeente, heeft de gemeente op basis van de Wmo de volgende taken: ondersteuning van mensen met een lichamelijke, psychische of verstandelijke beperking zodat zij mee kunnen doen aan de samenleving, bijvoorbeeld door begeleiding, zinvolle daginvulling, huishoudelijke verzorging, woningaanpassing, vervoer of een rolstoel; ondersteuning van mantelzorgers en vrijwilligers, bijvoorbeeld door trainingen, of ondersteuning in het geval dat de mantelzorger ziek is. 3.3.2 Vergoeding hoge zorgkosten Zoals in paragraaf 3.2.3 staat beschreven, kent de gemeente Den Haag een tegemoetkoming voor chronisch zieken en gehandicapten, waarvan het inkomen niet hoger is dan 150 procent van de geldende bijstandsnorm. Bijvoorbeeld voor een dieet, kleding, waskosten van kleding, verwarming, vervoer, eigen bijdragen of eigen risico, medische of maatschappelijke dienstverlening. In paragraaf 3.3.3 wordt beschreven hoe en voor welke kosten deze vergoeding in de begrotingen is verwerkt.
3.3.3 Meerkosten huishoudens met zorgvraag Om de begrotingen voor huishoudens met een zorgvraag op te maken, moeten zogenoemde zorgprofielen worden opgesteld. Vervolgens kan bepaald worden welke extra kosten dit huishoudens heeft, en welke vergoedingen daar tegenover staan. De profielen zijn opgesteld door het Nibud, in samenspraak met Ieder(In) 2. Voor de huishoudens onder de AOW-gerechtigde leeftijd geldt het volgende zorgprofiel: Longproblemen Eigen bijdragen aan genees- en hulpmiddelen van 54 euro per maand Rolstoelgebonden 2 uur huishoudelijke verzorging per week 12 uur persoonlijke verzorging per week 4 uur verpleging per week Woningaanpassing (drempels weg, traplift) Personenalarmering Gebruik belbus / collectief vervoer
____________________ 2
Ieder(In) is een belangenorganisatie voor mensen met een beperking of een chronische ziekte.
Minima-effectrapportage gemeente Den Haag 2024
Het profiel voor de huishoudens vanaf de AOW-gerechtigde leeftijd ziet er als volgt uit: Stofwisselingsziekte Bril Gehoorapparaat Rollator Eigen bijdragen aan genees- en hulpmiddelen van 54 euro per maand Lichte vorm van incontinentie Maakt gebruik van de maaltijdvoorziening Is aangewezen op een energieverrijkt dieet. 3 uur huishoudelijke verzorging per week 14 uur persoonlijke verzorging per week 4 uur verpleging per week Personenalarmering Gebruik belbus/collectief vervoer Woningaanpassing (drempels weg, traplift) Gezien het bovenstaande, zal de begroting van de huishoudens met een zorgvraag op diverse punten afwijken van de standaardbegrotingen: Huishoudelijke hulp De huishoudelijke hulp is in de gemeente Den Haag een maatwerkvoorziening. Voor de maatwerkvoorziening geldt een eigen bijdrage via het CAK. De eigen bijdrage bedraagt maximaal € 20,60 per maand. Deze kan worden vergoed uit de Haagse Zorgverzekering. In de begrotingen is komen er daarom geen kosten bij. Persoonlijke verzorging en verpleging De persoonlijke verzorging en verpleging vallen in het basispakket van de zorgverzekering. Hierdoor komen er dus geen extra kosten bij. Maaltijdvoorziening De maaltijdvoorziening zorgt voor meerkosten ten opzichte van de situatie waarin de warme maaltijd zelf wordt bereid.
In deze rapportage veronderstellen we dat de AOWgerechtigde met zorgvraag niet in staat is om zelf te koken. In doorsnee kost een warme maaltijd via een maaltijdvoorziening ongeveer € 5,69. De kosten voor een zelf bereide maaltijd bedragen € 2,78 voor een alleenstaande oudere, volgens de Nibud prijzengids. Hiermee komen de meerkosten uit op € 2,91. Voor vijf maaltijden per week komt dit neer op € 62,56 per maand. Inwoners met een Ooievaarspas en de AOW-gerechtigde leeftijd of chronisch zieken kunnen gebruik maken van de maaltijdregeling. Zij krijgen dan een korting van € 2,20 per maaltijd. Hun meerkosten bedragen daarmee € 10 per maand. De eigen kosten als gevolg van de maaltijdvoorziening zijn in de begrotingen van de alleenstaande oudere met zorgvraag opgenomen onder de post “voeding”. Dieetkosten De huishoudens met een zorgvraag maken gebruik van een specifiek dieet. De meerkosten van verschillende diëten kunnen zeer uiteenlopen. Bij deze zorgvraag wordt uitgegaan van een energieverrijkt dieet. De meerkosten van dit dieet bedragen € 400 per jaar. Vergeleken met andere diëten is dit niet bijzonder hoog. De dieetkosten komen in aanmerking voor vergoeding via de bijzondere bijstand.
Minima-effectrapportage gemeente Den Haag 2024
Ook kan er belastingaftrek voor opgevoerd worden mits de kosten niet zijn vergoed. We gaan in dit rapport uit van een vergoeding via de bijzondere bijstand. Dat betekent dat tot en met 110 procent alle kosten vergoed worden. Bij 130 procent en 150 procent wordt de € 400 niet vergoed, omdat daar voldoende draagkracht verondersteld wordt. Collectief vraagafhankelijk vervoer Huishoudens met een Ooievaarspas en de AOW-gerechtigde leeftijd ontvangen een gratis reisabonnement van de HTM, waarmee ze dagelijks kunnen reizen met het OV. Voor degenen die vanwege handicap op ziekte niet met het OV kunnen reizen is er collectief vraagafhankelijk vervoer. In de gemeente Den Haag kunnen mensen gebruik maken van de AV 070-dienst. Daarvoor geldt een eigen bijdrage van € 28 per jaar. Tot 130 procent wordt deze eigen bijdrage kwijtgescholden. We gaan ervan uit dat de personen met een zorgvraag geen gebruik maken van de fiets en regulier openbaar vervoer; de kosten daarvan zijn daarom uit de begroting gehaald. De eigen bijdrage van € 28 is opgenomen onder de post ‘vervoer’. Huishoudens met een zorgvraag hebben vaak te maken met kosten in verband met vervoer naar het ziekenhuis en/of specialist. Voor dit vervoer gaan we ook uit van het gebruik van collectief vraagafhankelijk vervoer. We gaan er van uit, dat ziekenhuis en specialist zich binnen de gemeente Den Haag bevindt.
Door de beperkte eigen bijdrage van de vervoerkosten hebben huishoudens met een zorgvraag die gebruikmaken van vraagafhankelijk vervoer relatief weinig kosten aan vervoer. Waskosten Voor de extra waskosten in verband met incontinentie bij de oudere huishoudens gaan we uit van twee keer per week extra wassen, wat neerkomt op € 16 per maand. Voor de extra waskosten is bijzondere bijstand mogelijk, waarbij we rekening houden met de draagkracht. Kosten die eventueel zelf nog betaald moeten worden zijn in de begrotingen opgenomen onder de post “was- en schoonmaakmiddelen”. Het huishouden kan gebruik maken van de forfaitaire belastingaftrek voor incontinentie. Medicijnen en hulpmiddelen Voor de eigen betalingen voor hulpmiddelen rekenen we € 650 op jaarbasis. De kosten worden verrekend met de uitgavenpost “eigen betalingen zorg”. Een deel hiervan betreft geneesmiddelen op recept (€ 323) waarvan de kosten aftrekbaar zijn. Voor de eigen bijdrage voor medicijnen kan ook bijzondere bijstand worden aangevraagd. Dit is verwerkt in de post “eigen betalingen zorg”, rekening houdend met de draagkracht. Woningaanpassing De kosten voor een woningaanpassing (drempels weg, traplift), die vanuit de Wmo wordt toegekend, worden doorgegeven aan het CAK voor de inning van de eigen bijdrage. Deze eigen bijdrage is al betaald voor de huishoudelijke en persoonlijke verzorging.
Daarom komen er voor deze woningaanpassingen geen extra kosten meer bij. Personenalarmering Als er noodzaak is voor personenalarmering, dan kan daar in de gemeente Den Haag bijzondere bijstand voor worden verleend. Wel wordt rekening gehouden met kosten die al
Minima-effectrapportage gemeente Den Haag 2024
worden vergoed door de zorgverzekeraar of uit andere voorliggende regelingen. Voor de abonnementskosten rekenen we een bedrag van € 25 per maand. Voor huishoudens met een inkomen boven 130 procent wordt draagkracht berekend. Voor zover de draagkracht nog niet is ingezet voor andere voorzieningen, is dit opgenomen onder de post “eigen betalingen zorg”. Attentiekosten Naast bovengenoemde zorgkosten rekenen we nog 8 euro per maand voor attentiekosten voor hulp van buren, vrienden, etc. Deze kosten zijn opgenomen onder de post “eigen betalingen zorg”. We gaan ervan uit dat hiervoor geen bijzondere bijstand wordt verleend en dat dit uit de tegemoetkoming chronisch zieken betaald wordt.
Minima-effectrapportage gemeente Den Haag 2024
4 Resultaten Dit hoofdstuk bevat de resultaten van de berekeningen naar het effect van landelijke en lokale inkomensondersteuning op de begroting van huishoudens. De begrotingen zijn gepresenteerd in bijlage 2, hierbij zijn de inkomsten afgezet tegen de uitgaven. Het resultaat van deze begroting (inkomsten minus uitgaven) geeft het beeld weer wat het huishouden overhoudt of te kort komt als alle uitgaven, inclusief de uitgaven aan sociale participatie, zijn gedaan. Deze resultaten zijn in de volgende tabel gepresenteerd en kunnen positieve of negatieve waarden opleveren, het huishouden houdt geld over of komt geld tekort. Als het huishouden te maken heeft met een tekort op de maandbegroting dan is dit in rood weergegeven. Wanneer het huishouden minder overhoudt bij een hoger inkomen in vergelijking tot één of meerdere lagere inkomens (armoedeval), dan is dit zichtbaar gemaakt via een oranje kleur. Tabel 8: Vrije bestedingsruimte per maand in euro’s
4.1
Huishoudtype
100
110
130
150
01. alleenstaande tot AOW-leeftijd
115
124
371
556
02. alleenstaande vanaf AOW-leeftijd
390
491
681
778
03. paar tot AOW-leeftijd zonder kinderen
98
140
336
452
04. paar vanaf AOW-leeftijd zonder kinderen
421
531
748
954
05. eenoudergezin met 2 jonge kinderen
535
480
708
936
06. eenoudergezin met 2 oudere kinderen
287
270
517
764
07. paar met 2 jonge kinderen
321
359
532
626
08. paar met 2 oudere kinderen
98
136
309
402
09. alleenstaande tot AOW-leeftijd met zorg
110
119
316
480
10. alleenstaande vanaf AOW-leeftijd met zorg
385
486
626
590
Bestedingsruimte per huishoudtype
1. Alleenstaande Een alleenstaande heeft, nadat alle uitgaven uit zowel het basispakket als het pakket voor sociale participatie zijn gedaan, op bijstandsniveau een positief saldo van € 115. Op 110 procent is het iets hoger, € 124. Vanaf 130 procent loopt het saldo verder op, tot € 556 op 150 procent. 2. Alleenstaande vanaf AOW-leeftijd Het saldo ligt bij een alleenstaande boven de AOW-leeftijd hoger dan bij de jongere alleenstaande. Dit komt, omdat de AOW hoger is dan het bijstandsniveau. Dit is ruimschoots voldoende om de iets hogere kosten in verband met ouderdom te dekken. 3. Paar zonder kinderen Ook het paar zonder kinderen heeft een positief saldo: op bijstandsniveau is het € 98, op 110 procent € 140 euro en op 150 procent € 452. Te zien is dat het saldo maar net hoger en meestal zelfs lager ligt dan bij de alleenstaande, terwijl het hier gaat om twee volwassenen. Per persoon is er dus minder ruimte. Dit komt, omdat het paar meer kosten