CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS319848 Bijlage 2.4 Handboek - De Participatiecheck

Gemeenteraad 18 december 2024, gemeente Den HaagBij agendapunt: Voorstel van het college inzake participatieverordening en handboek participatie (RIS319848)992 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Participatiecheck Participatie is de manier waarop bewoners, ondernemers en organisaties invloed uitoefenen op en betrokken zijn bij vraagstukken in hun straat, buurt, wijk of stad. Ga je in jouw project participatie gebruiken? Check middels de onderstaande vragen of het vraagstuk zich leent voor

Voordat je start: is de inspraaken participatieverordening van toepassing? Het kan zijn dat het project een uitzondering op participatie betreft. Dan is deze check niet nodig.

samenwerking en welke ruimte voor invloed passend is.

1. Wat is de aard en omvang van het plan? grootstedelijke ingreep

(4 punten)

gebiedsontwikkeling (3 punten)

Hulp nodig bij het invullen? Zie pagina 3 en 4

functiewijziging (2 punten) aan huis gebonden praktijk

(1 punt)

2. Hoeveel positieve invloed heeft het project op de samenleving? zeer groot (5 punten) groot (4 punten) behoorlijk (3 punten) weinig (2 punten) niet of nauwelijks

(1 punt)

3. Krijgt het initiatief (naar verwachting) veel aandacht (positief of negatief) in de politiek en/of in de (sociale) media? groot (4 punten) behoorlijk (3 punten) weinig (2 punten) niet of nauwelijks

(1 punt)

4. Geeft het het project hinder of overlast voor een ander? Denk hierbij aan de soort en mate van hinder. groot (4 punten) behoorlijk (3 punten) weinig (2 punten) niet of nauwelijks

(1 punt)

Tel de punten bij elkaar op. Zie op de volgende pagina welke ruimte voor invloed passend is voor jouw project.

Er zijn drie categorieën plannen te onderscheiden: Plannen met weinig, gemiddelde of veel invloed op de omgeving. Aan de hand van de vragen weet je onder welke van deze categorieën je plan valt en welke participatie voor het plan passend is.

Categorie 0 (4 punten): Geen impact - je hoeft geen participatie te organiseren Het plan heeft niet of nauwelijks impact op de samenleving. Je hoeft geen participatie te organiseren. NB: Bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten is participatie verplicht.

Categorie 1 (5-8 punten): Weinig impact - gebruik de tips uit de handreiking “Bouwen: communiceer op tijd met de buurt” Het plan heeft weinig impact op je omgeving. Bekijk wie direct betrokken zijn en ga in gesprek over je plan. Maak hierbij gebruik van de tips uit de handreiking Bouwen: communiceer op tijd met de buurt. Bedenk hierbij wel, dat informeren geen participatie is maar wel bij ieder participatietraject hoort. Zie hiervoor ook de Trap van Eigenaarschap.

Categorie 2 (9-12 punten): Gemiddelde impact - volg de Haagse Participatiewerkwijze Je plan heeft een gemiddelde impact op de omgeving. Betrek de directe omgeving en andere belanghebbenden. Vraag om adviezen en laat hen meedenken over het initiatief. Doe dit door de vier stappen van de Haagse Participatiewerkwijze te volgen.

Categorie 3 (13-17 punten): Veel impact - hanteer de Participatiegids voor gebieds- en planontwikkeling Je plan heeft veel impact op de omgeving. Dit vraagt om intensieve participatie. Breng de belang­ hebbenden uit de omgeving in kaart en informeer hen. Laat de omgeving meedenken en meewerken aan het plan. Raadpleeg de Participatiegids voor hulp bij de uitvoering van participatie.

1. Wat is de aard en omvang van het project? grootstedelijke ingreep

Een grootschalige wijziging in de stad, vaak met meerdere functies (bijvoorbeeld wonen èn werken) en infrastructurele wijzigingen. Heeft gevolgen voor een (grote) groep inwoners in en buiten de gemeente. Bijvoorbeeld: grote herontwikkeling, groot bedrijventerrein, aanleg snelweg of wijziging vliegveld.

gebiedsontwikkeling

Een gebiedsontwikkeling van een gebied die meerdere kavels, gebouwen of functies betreft. Vaak gaat het om sloop en nieuwbouw of transformatie van huidige bebouwing, inclusief aanpassing in de openbare ruimte. Bijvoorbeeld: wijk­vernieuwing, gebiedsontwikkelingen CID, Zuidwest en Binckhorst.

functiewijziging 

De bestemming van bestaande bebouwing (meestal één gebouw of op één kavel) verandert door het initiatief. Een woning wordt een winkel, een bedrijfspand wordt omgevormd tot woningen, een groen gebied krijgt een zonnepark.

aan huis gebonden praktijk

Kleine aanpassingen aan huis, bijvoorbeeld het starten van een kapsalon of cateringbedrijf aan huis.

2. Hoeveel positieve invloed heeft het project op de samenleving? zeer groot

Het initiatief draagt breed bij aan de samenleving en het algemeen belang. Het werkt door op landelijk, provinciaal of regionaal niveau. Bijvoorbeeld de klimaatopgave.

groot

Het initiatief draagt breed bij aan de samenleving op stedelijk niveau. Het draagt bij aan meerdere opgaves of ambities in de stad, zoals geformuleerd in de omgevingsvisie of coalitieakkoord. Bijvoorbeeld: grootschalige woningbouw (meer dan 100 woningen), bedrijventerrein, grote sport- of culturele voorzieningen.

behoorlijk

Het initiatief draagt bij aan één of enkele opgaven of ambities op stedelijk- of stadsdeelniveau. Bijvoorbeeld een nieuwe school, cultureel centrum / buurthuis of kleinschalige woningbouw (25 tot 100 woningen).

weinig

Het initiatief levert een bescheiden bijdrage aan één of enkele lokale opgaven op wijk- of buurtniveau. Bijvoorbeeld: kleinschalige woningbouw (minder dan 25 woningen) en een buurtsuper.

niet of nauwelijks

Vrijwel niemand anders dan de initiatiefnemer heeft profijt. Bijvoorbeeld: een zaak aan huis of de bouw voor mantelzorg.

3. Krijgt het initiatief (naar verwachting) veel aandacht (positief of negatief) in de politiek en/of in de (sociale) media? Het initiatief (of vergelijkbare initiatieven) heeft al geleid tot grote politieke spanning en / of

groot

veel (negatieve) aandacht in de (sociale) media. Het initiatief vraagt naar verwachting om politieke aandacht en leidt mogelijk tot (negatieve)

behoorlijk

aandacht in de (sociale) media. Het initiatief vraagt naar verwachting om enige politieke aandacht, maar leidt naar

weinig

verwachting niet tot (negatieve) aandacht in de (sociale) media. niet of nauwelijks

Het initiatief vraagt naar verwachting niet om politieke aandacht en leidt niet tot (negatieve) aandacht in de (sociale) media.

4. Geeft het het project hinder of overlast voor een ander? Denk hierbij aan de soort en mate van hinder. Soort hinder, denk aan: • Overlast (geluid, geur, trilling) • Uitzicht (uitstraling, schaduw) • Praktisch (toegang, parkeren) • Ideëel of principieel (natuur, milieu, cultureel, gezondheid, levensbeschouwing) • Financieel/economisch (omzetverlies door concurrentie, waardedaling eigen woning) De mate van hinder: • Hoe lang duurt de hinder? • Wie ervaren de hinder (hoeveelheid)? • Is de toegestane hinder / overlast in regels vastgelegd?

Colofon Dit is een uitgave van Gemeente Den Haag Vormgeving en productie Dienst Bedrijfsvoering September 2024

Succes met je participatietraject! Voor meer informatie, zie www.denhaag.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14524824/1