RIS319831 Hoe ging het mis aan de Maanweg
Tekst van het document
RIS-nummer: 319831
Schriftelijke vragen: Hoe ging het mis aan de Maanweg? Indieners: Lesley Arp (SP), Robin Smit (Partij voor de Dieren) Datum: 3 september 2024 Aan de voorzitter van de gemeenteraad, In de commissie Samenleving van 29 augustus 2024 is bij de bespreking van het agendapunt ‘Migratiedebat’ aan de orde gekomen dat een groep Oekraïners slechts 1 dag in een nieuwe opvanglocatie aan de Maanweg 20 kon verblijven, omdat de gemeente de vergunningen voor deze locatie niet op orde had. Gelukkig bleek in hetzelfde debat dat er snel een vervangend onderkomen aan deze groep vluchtelingen kon worden aangeboden. Toch roept dit voorval vragen op over de communicatie tussen diensten binnen de gemeente Den Haag, die in het debat nog niet zijn beantwoord. Juist nu de gemeente Den Haag actiever het voortouw neemt met het herontwikkelen van leegstaande panden voor de huisvesting van kwetsbare groepen (bijvoorbeeld in het kader van de Haagse aanpak opvang nieuwkomers en het Doorbraakplan) is het belangrijk dat gemeentelijke diensten die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering hiervan goed op de hoogte zijn van lokale (ruimtelijke) regels. Overeenkomstig art. 30 van het Reglement van orde stellen de raadsleden Lesley Arp (SP) en Robin Smit (Partij voor de Dieren) de volgende vragen: 1.
Klopt het dat op 10 juli door de gemeente Den Haag een vergunningaanvraag is ingediend voor het adres Maanweg 20, die onder andere toezag op de wijziging van de gebruiksfunctie van kinderopvang naar ‘wonen, kamergewijze verhuur’? Zo ja, hoe is men destijds tot de conclusie gekomen dat ‘wonen, kamergewijze verhuur’ de correcte functie was om een tijdelijke opvangvoorziening op dit adres te realiseren? 2. Klopt het dat op 16 augustus een nieuwe vergunningaanvraag is ingediend voor een opvangvoorziening aan de Maanweg 20, maar dit keer op basis van een logiesfunctie in plaats van een woonfunctie? Welke partij was de indiener van deze vergunningaanvraag en is deze inmiddels verleend? Kan het college toelichten waarom een logiesfunctie de correcte functie is om een tijdelijke opvanglocatie te realiseren aan de Maanweg 20? In het debat van 29 augustus 2024 is door het college aangegeven dat men pas na de verhuizing van de groep Oekraïners tot de conclusie kwam dat de juiste vergunningen voor de opvang ontbraken, waarna deze groep opnieuw is verhuisd naar het SoZa-gebouw. Het feit dat de vorige opvanglocatie van deze groep aan de Treublaan met spoed gesloopt moest worden zou ook hebben bijgedragen aan het voorval. 3.
Kan het college verklaren hoe de planning met betrekking tot het noodzakelijke papierwerk voor de ingebruikname van Maanweg 20 zo is gaan knellen, gegeven het feit dat de planning voor de sloop van een pand (in dit geval: de opvang aan de Treublaan) vaak al langer bekend is? In situaties waarin het college opvang regelt in leegstaande gebouwen met geplande bouwprojecten, ontstaat soms onzekerheid over hoe lang het gebouw beschikbaar blijft. De projectontwikkelaar bepaalt het moment van sloop en kan daarbij wachten op procedures of andere overwegingen.
4. Over de opvang aan de Treublaan: wanneer wist de gemeente de datum waarop de overeenkomst voor deze locatie zou eindigen? Ging het om een vaste einddatum of een overeenkomst met een flexibele opzegtermijn? In het laatste geval, hoe lang is de opzegtermijn? Welke afspraken maakt het college doorgaans met ontwikkelaars over de beschikbaarheid, onderlinge communicatie en planning voor zulke locaties? 5. Wordt er doorgaans voor de verhuizing van een groep bewoners naar een opvanglocatie gecontroleerd of de noodzakelijke vergunningen die bewoning mogelijk maken zijn verleend? Zo ja, waarom is dit in deze casus niet gebeurd? 6. Hoe is het besluit om de groep Oekraïners na een dag opnieuw te verhuizen tot stand gekomen? Heeft de gemeente hier zelf toe besloten, of is er een handhavingsverzoek door een externe partij ingediend? 7. Zijn er nog (juridische) mogelijkheden onderzocht om de bewoners alsnog op de locatie Maanweg 20 te laten verblijven en dus niet opnieuw te verhuizen? Zo ja, wat was de uitkomst hiervan? 8. In hoeverre heeft de kennisdeling binnen de gemeentelijke organisatie over het Omgevingsplan Binckhorst en de spelregels voor wonen en werken in dit gebied een rol gespeeld bij dit voorval? 9.
In hoeverre adviseert en begeleidt het team dat verantwoordelijk is voor het Omgevingsplan Binckhorst andere gemeentelijke teams en externen die betrokken zijn bij waardevolle maatschappelijke initiatieven in de Binckhorst (denk bijvoorbeeld aan opvangvoorzieningen), met het doel om deze initiatieven zo soepel mogelijk te laten verlopen? Hoe is de onderlinge communicatie geweest in relatie tot de Maanweg 20? 10. Hoe gaat het college naar aanleiding van deze casus concreet voorkomen dat onvoldoende grip op planologische regels en procedures ook tot problemen gaat leiden bij toekomstige opvang-initiatieven? Zijn er bijvoorbeeld concrete processtappen die worden ingevoerd naar aanleiding van deze casus? Lesley Arp, SP
Robin Smit Partij voor de Dieren