RIS319831 Beantwoording SV Hoe ging het mis aan de Maanweg
Tekst van het document
Datum
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE VRAGEN
5 november 2o24 Ons kenmerk Onderwerp
Antwoord van het college op de vragen van de raadsleden mevrouw Arp en de heer Smit, luidend: ‘Hoe ging het mis aan de Maanweg?’
OCW/10809051 RIS319831
De raadsleden mevrouw Arp en de heer Smit hebben op 16 oktober 2024 een brief met daarin tien vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 30 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt: 1.
Klopt het dat op 10 juli door de gemeente Den Haag een vergunningaanvraag is ingediend voor het adres Maanweg 20, die onder andere toezag op de wijziging van de gebruiksfunctie van kinderopvang naar ‘wonen, kamergewijze verhuur’? Zo ja, hoe is men destijds tot de conclusie gekomen dat ‘wonen, kamergewijze verhuur’ de correcte functie was om een tijdelijke opvangvoorziening op dit adres te realiseren?
Binnen de omgevingsvergunningaanvraag bestaat de gebruiksfunctie opvang niet. Opvang kan onder verschillende functies vallen waaronder logies en wonen/kamergewijze verhuur. In dit geval is in eerste instantie gekozen voor de functie wonen/kamersgewijze verhuur. Deze functie is vaak het meest van toepassing. 2.
Klopt het dat op 16 augustus een nieuwe vergunningaanvraag is ingediend voor een opvangvoorziening aan de Maanweg 20, maar dit keer op basis van een logiesfunctie in plaats van een woonfunctie? Welke partij was de indiener van deze vergunningaanvraag en is deze inmiddels verleend? Kan het college toelichten waarom een logiesfunctie de correcte functie is om een tijdelijke opvanglocatie te realiseren aan de Maanweg 20?
Op 16 augustus heeft de gemeente Den Haag zekerheidshalve een tweede vergunningaanvraag ingediend op basis van een ‘logiesfunctie’. Dit hebben we gedaan vanwege een nieuw ontstaan speelveld van wet- en regelgeving sinds 1 januari 2024 door enerzijds het komen te vervallen van de Staatsnoodwet Nieuwkomers en anderzijds de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Om zeker te zijn dat de opvang op de geplande datum door zou kunnen gaan, is gekozen deze twee trajecten gelijktijdig te doorlopen. Zoals in vraag 1 benoemd, is een logiesfunctie ook passend voor opvang. De vergunning is nog niet verleend. In het debat van 29 augustus 2024 is door het college aangegeven dat men pas na de verhuizing van de groep Oekraïners tot de conclusie kwam dat de juiste vergunningen voor de opvang ontbraken, waarna deze groep opnieuw is verhuisd naar het SoZa-gebouw. Het feit dat de vorige opvanglocatie van deze groep aan de Treublaan met spoed gesloopt moest worden zou ook hebben bijgedragen aan het voorval.
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10809051
3.
Kan het college verklaren hoe de planning met betrekking tot het noodzakelijke papierwerk voor de ingebruikname van Maanweg 20 zo is gaan knellen, gegeven het feit dat de planning voor de sloop van een pand (in dit geval: de opvang aan de Treublaan) vaak al langer bekend is?
Voor de opvang van ontheemden uit Oekraïne in Den Haag worden op het moment van schrijven 13 tijdelijke locaties ingezet. Dit maakt dat we continue moeten puzzelen met expirerende contracten en volcontinue op zoek moeten naar nieuwe locaties. Door deze continue puzzel is er vaak sprake van krappe planningen. Dit heeft uiteraard niet onze voorkeur maar door schaarste aan geschikte en beschikbare opvanglocaties is dit wel de realiteit waar we ons tot moeten verhouden. Het is ons sinds de zomer van 2023 bekend dat de locatie Treublaan uiterlijk tot de zomer van 2024 kon worden ingezet. Op 25 maart 2024 heeft het college besloten om de Maanweg 20 in te zetten voor de opvang van ontheemden uit Oekraïne (RIS318404). De Maanweg 20 was beoogd als vervangende locatie voor de Treublaan. 4.
Over de opvang aan de Treublaan: wanneer wist de gemeente de datum waarop de overeenkomst voor deze locatie zou eindigen? Ging het om een vaste einddatum of een overeenkomst met een flexibele opzegtermijn? In het laatste geval, hoe lang is de opzegtermijn? Welke afspraken maakt het college doorgaans met ontwikkelaars over de beschikbaarheid, onderlinge communicatie en planning voor zulke locaties?
De specifieke einddatum is door de eigenaar begin 2024 aan de gemeente gemeld en definitief bevestigd per brief op 28 mei 2024. De opzegtermijn was kort (2 maanden) in verband met de geplande ontwikkeling van de het pand door de eigenaar. De gemeente beoogt naast langetermijnafspraken met de eigenaren ook langere opzegtermijnen af te spreken. Ook hier geldt dat dit niet altijd mogelijk is. 5.
Wordt er doorgaans voor de verhuizing van een groep bewoners naar een opvanglocatie gecontroleerd of de noodzakelijke vergunningen die bewoning mogelijk maken zijn verleend? Zo ja, waarom is dit in deze casus niet gebeurd?
Ja dat gebeurt altijd. Dit is ook in deze casus gebeurd. Toen bleek dat de vergunning nog niet was verleend en de kans aannemelijk was dat de vergunning ook niet tijdig rond zou komen, hebben we de ontstane situatie besproken met alle betrokken afdelingen. Omdat de brandweer de locatie reeds had goedgekeurd, de GGD een positief advies had afgegeven op de ingebruikname van de locatie en we de betrokken ontheemden niet nog extra keer wilden verhuizen, hebben we besloten om de locatie – in afwachting van de definitieve vergunningverlening – alvast in gebruik te nemen. 6.
Hoe is het besluit om de groep Oekraïners na een dag opnieuw te verhuizen tot stand gekomen? Heeft de gemeente hier zelf toe besloten, of is er een handhavingsverzoek door een externe partij ingediend?
Hier hebben we zelf toe besloten omdat na nader onderzoek bleek dat er toch sprake zou kunnen zijn van (financiële) risico’s met name op het gebied van wettelijke aansprakelijkheid zoals de verzekeringen van de ontheemden, de sociaal beheerder en/of andere betrokken partijen. Dit werd helaas pas duidelijk op het moment dat het pand al gedeeltelijke in gebruik was genomen.
2/3
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10809051
7.
Zijn er nog (juridische) mogelijkheden onderzocht om de bewoners alsnog op de locatie Maanweg 20 te laten verblijven en dus niet opnieuw te verhuizen? Zo ja, wat was de uitkomst hiervan?
Ja. Zie antwoord op vraag 5 en vraag 6. 8.
In hoeverre heeft de kennisdeling binnen de gemeentelijke organisatie over het Omgevingsplan Binckhorst en de spelregels voor wonen en werken in dit gebied een rol gespeeld bij dit voorval?
Dit heeft geen rol gespeeld in deze casus. 9.
In hoeverre adviseert en begeleidt het team dat verantwoordelijk is voor het Omgevingsplan Binckhorst andere gemeentelijke teams en externen die betrokken zijn bij waardevolle maatschappelijke initiatieven in de Binckhorst (denk bijvoorbeeld aan opvangvoorzieningen), met het doel om deze initiatieven zo soepel mogelijk te laten verlopen? Hoe is de onderlinge communicatie geweest in relatie tot de Maanweg 20?
Op het moment dat een maatschappelijk initiatief in beeld is voor een locatie op de Binckhorst wordt de programmaorganisatie Binckhorst aangehaakt en om advies gevraagd. Deze maakt een inschatting op de haalbaarheid van een initiatief, weet welke procedures doorlopen moeten worden binnen de kaders van het omgevingsplan en kent belanghebbenden in de omgeving. Samen met het stadsdeel wordt gezorgd voor een goede communicatie. De onderlinge communicatie verliep en loopt goed. 10. Hoe gaat het college naar aanleiding van deze casus concreet voorkomen dat onvoldoende grip op planologische regels en procedures ook tot problemen gaat leiden bij toekomstige opvanginitiatieven? Zijn er bijvoorbeeld concrete processtappen die worden ingevoerd naar aanleiding van deze casus? Naar aanleiding van deze casus is er kritisch naar het proces gekeken. Het knelpunt zat in dit geval voornamelijk in de startfase. In het vervolg vragen we direct een vergunning aan nadat we in een (voorgenomen) besluit een locatie als opvanglocatie hebben aangewezen en de hiervoor benodigde tekeningen en onderzoeken gereed zijn. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de locoburgemeester, Ilma Merx
Robert van Asten
3/3