RIS319815 Bijlage 0 Voorstel ruimtelijke onderbouwing 30 augustus 2024
Tekst van het document
Ruimtelijke onderbouwing bij aanvraag d.d. 27 december 2023 - VTH2024-00888
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding voor de aangevraagde omgevingsvergunning voor het project Steenzicht Bij besluit van 10 november 2022 heeft de gemeenteraad van Den Haag het bestemmingsplan "Steenzicht en Ruimzicht" vastgesteld (hierna: het bestemmingsplan). Het bestemmingsplan zag op een herontwikkeling in een tweetal straten in stadsdeel Escamp die bestaat uit de gedeeltelijke sloop van de bestaande bebouwing in Steenzicht en de renovatie van twee woongebouwen in Ruimzicht. Het bestemmingsplan verving gedeeltelijk het bestemmingsplan “Bouwlust”, omdat dat bestemmingsplan niet toereikend was om de gewenste ontwikkeling mogelijk te maken . Het onderdeel Steenzicht van het bestemmingsplan van eind 2022 zag op het bouwen van 220 woningen in twee bouwblokken met stallingsgarages, het plaatsen van erfafscheidingen en fietsnietjes en het aanleggen van twee in- of uitritten. Dat is het project Steenzicht en daarop ziet de voorliggende aanvraag met deze ruimtelijke onderbouwing. Het vastgestelde bestemmingsplan is op 3 februari 2023 in werking getreden.
Heijmans heeft als ontwikkelaar van het project Steenzicht op 6 juni 2023 een vergunning verleend verkregen van het college van burgemeester en wethouders voor het bouwen van twee woongebouwen met 220 woningen en twee stallingsgarages ter plaatse van oude (grondgebonden) woningen Steenzicht 16 tot en met 32 en Het Zicht 2 tot en met 37 (Gemeenteblad 2023, 250069). Van de 220 woningen zijn 117 woningen sociale huur en 103 woningen middenhuur (en geen koop). Staedion zal als woningcorporatie de woningen beheren en verhuren. De vergunning was gebaseerd op het bestemmingsplan dat toen in werking was.
#61118275v1
Tegen het bestemmingsplan was beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Dat beroep heeft helaas geleid tot een vernietiging van het bestemmingsplan “Steenzicht en Ruimzicht”. De vernietiging van het bestemmingsplan door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State was vanwege de volgende gebreken in de onderbouwing bij het bestemmingsplan (zie https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2023:4777): (a)
‘Stikstof’: Het bestemmingsplan is volgens de Afdeling gebaseerd op de zogeheten bouwvrijstelling. De bouwvrijstelling had niet toegepast mogen worden (zie rechtsoverweging 9.7 van de uitspraak van de Afdeling).
(b)
‘Egel’: Naar het oordeel van de Afdeling is bij de beoordeling van de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan onvoldoende rekening gehouden met de mogelijke aanwezigheid van egels in het plangebied (zie rechtsoverweging 17.1).
(c)
‘Binnentuinen’: De realisering van de binnentuinen is naar het oordeel van de Afdeling niet geborgd in de planregels van het bestemmingsplan (zie rechtsoverweging 11.2).
(d)
‘Parkeren’: Naar het oordeel van de Afdeling is onvoldoende gemotiveerd dat het bestemmingsplan voorziet in voldoende parkeerplaatsen (zie rechtsoverweging 14.3).
Het is dus niet zo dat de Afdeling bestuursrechtspraak vond dat de ontwikkeling zonder meer niet kon worden toegestaan door de gemeenteraad. Het gaat om een gebrek in de wijze waarop het bestemmingsplan is onderbouwd. Daarin waren door de Afdeling bestuursrechtspraak gebreken geconstateerd. Het college en de ontwikkelaar hebben vervolgens goed gekeken naar de uitspraak en komen tot de conclusie dat de gebreken hersteld konden worden. Het herstel heeft inmiddels al plaatsgevonden. Dat wordt als onderdeel van deze ruimtelijke onderbouwing beschreven. Voorts wordt in de ruimtelijke onderbouwing toegelicht dat het project Steenzicht in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. Voor een goed begrip van het herstel is het goed om hierbij alvast te verduidelijken hoe dat heeft plaatsgevonden. (a)
‘Stikstof’: Dit onderdeel is inmiddels opgelost met een geactualiseerde stikstofberekening waarbij niet de bouwvrijstelling is gebruikt.
(b)
‘Egel’: Dit onderdeel is inmiddels opgelost met een onderbouwing waaruit volgt dat (onder meer) er een vrijstelling voor deze diersoort te gelden heeft in de provincie.
#61118275v1
(c)
‘Binnentuinen’: De aanleg en instandhouding van binnentuinen worden alsnog geborgd worden met een voorschrift.
(d)
‘Parkeren’: Dit onderdeel is opgelost met een parkeeronderbouwing van Goudappel waaruit volgt dat er voldoende parkeergelegenheid voor Steenzicht zal zijn.
In het navolgende wordt meer in detail ingegaan op de ruimtelijke onderbouwing van het aangevraagde project Steenzicht.
1.2 Doel van de aangevraagde omgevingsvergunning voor Steenzicht Het doel van bestemmingsplan "Steenzicht en Ruimzicht" was om de ontwikkelingen Steenzicht en Ruimzicht mogelijk te maken. Dat bestemmingsplan is vernietigd en dat betekent dat er geen ruimtelijke toestemming meer bestaat om die projecten uit te voeren. De aangevraagde omgevingsvergunning ziet op het verkrijgen van de ruimtelijke toestemming voor het project Steenzicht. Daarmee is de vernietiging van het bestemmingsplan geen belemmering meer voor de realisering van het project Steenzicht. Van belang daarbij is dat er reeds een omgevingsvergunning voor het bouwen van dat project is verleend. Er is bewust gekozen voor het indienen van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan en niet voor het opnieuw vaststellen van het bestemmingsplan “Steenzicht en Ruimzicht” met een verbeterde motivering vanwege het volgende. Onder normale omstandigheden zou het college de gemeenteraad hebben voorgesteld om het vernietigde bestemmingsplan opnieuw vast te stellen met een verbeterde motivering (over stikstof, egels, binnentuinen en parkeren). Dat kan echter niet meer. Vanwege de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 is het niet langer mogelijk om een bestemmingsplan vast te stellen.
De Omgevingswet kent wel de mogelijkheid om een zogeheten omgevingsplan vast te stellen, maar die mogelijkheid stuit op praktische bezwaren. Het vaststellen van een bestemmingsplan/omgevingsplan is niet de enige mogelijkheid om een project te voorzien van een ruimtelijke grondslag. Het is ook mogelijk om een afwijking van een bestemmingsplan met een omgevingsvergunning toe te staan. Daarvoor is nu gekozen. Heijmans heeft op 27 december 2023 gevraagd om een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan voor het project Steenzicht als vervanger voor het bestemmingsplan dat is vernietigd.
#61118275v1
Het is van belang dat de afweging om een dergelijke afwijking van het bestemmingsplan toe te staan gelijk is aan de afweging om een bestemmingsplan vast te stellen. In beide gevallen is het aan de gemeenteraad om te beoordelen of een ontwikkeling in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. Het project Steenzicht is in overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening gelet op de voorliggende ruimtelijke onderbouwing. De redenen waarom de gemeenteraad bij besluit van 10 november 2022 heeft ingestemd met het bestemmingsplan ‘Steenzicht en Ruimzicht’ zijn nog altijd relevant. Het belang van het project Steenzicht kan als volgt worden samengevat:
Er is een enorm tekort aan betaalbare woningen in Den Haag. Het project zorgt voor 220 betaalbare woningen. Den Haag Zuid West is aangemerkt als ‘Nationaal Programma’ door het Rijk. Deze status heeft het project gekregen om de buurten te verbeteren, met name op het terrein van nieuwe huisvesting en leefomgeving. Zij hebben een lage kwaliteit op dit moment.
De woonkwaliteit en leefkwaliteit in dit deel van de gemeente is al kwetsbaar. Er is bewust ingezet op vernieuwing van de buurt. Daarin voorziet het project.
Het project is een essentiële schakel in de uitvoering van de verschillende projecten die onderdeel uitmaken van de gebiedsvernieuwing voor de buurt. De vernieuwing van de rest van het gebied is afhankelijk van een goede uitvoering van Steenzicht.
De grondgebonden woningen die ter plaatse van het project stonden, zijn gesloopt om plaats te maken voor nieuwbouwwoningen. De bewoners van de oorspronkelijke bebouwing hebben vervangende huisvesting elders moeten vinden om na realisering van de nieuwbouw terug te kunnen keren in de buurt. Zij zijn de eersten die profijt hebben van oplevering van Steenzicht.
Deze punten kunnen als volgt toegelicht worden. Het project Steenzicht leidt ertoe dat 220 éénen tweepersoonshuishoudens en gezinnen huisvesting krijgen. Deze bewoners zijn mensen met een kleine portemonnee en wachten – net als veel Nederlanders – al lang op het beschikbaar komen van betaalbare woningen. De wachttijd voor sociale huur en middenhuur bedraagt op dit moment ongeveer zeven à negen jaar. In de regio Haaglanden waren er in 2022 ongeveer 72.500 mensen actief naar een woning op zoek.1 Er is op dit moment een dusdanig drastisch tekort aan betaalbare woningen, dat van een volkshuisvestingscrisis gesproken kan worden. Er komen jaarlijks meer woningzoekenden bij, terwijl het
1
Sociale huursector Haaglanden, Aanbodrapportage 2022, p. 7.
#61118275v1
woningaanbod daalt. De slagingskans voor een woningzoekende neemt de facto dus ook nog jaarlijks af. Vanuit het oogpunt van de volkshuisvesting is het van belang dat het project Steenzicht wordt gerealiseerd. Zonder dit project moeten kwetsbare mensen en gezinnen langer op een woning wachten. In verband hiermee is het ook zo dat de wachtlijsten van Staedion oplopen en dat de bewoners die (overigens zonder bezwaar) zijn uitgeplaatst vanwege de realisering van het project Steenzicht, een “terugkeergarantie” hebben. Staedion heeft gegarandeerd (en afgesproken met de gemeente) dat de oude bewoners van de gesloopte woningen, die tijdelijk ergens anders zijn gehuisvest, één van de nieuwe (energiezuinigere) woningen kunnen huren. Het project Steenzicht maakt bovendien deel uit van een grotere revitalisering van Den Haag Zuidwest. Op rijksniveau wordt deze aanpak in Den Haag Zuidwest als één van de hoogste prioriteiten aangemerkt. Niet voor niets is een rijkssubsidie verleend om de woningkwaliteit in dit gebied te verbeteren. De uitvoering daarvan zou ernstig belemmerd worden als nu gestopt zou moeten worden met het project Steenzicht. De aanvraag ziet concreet op het mogen afwijken van het bestemmingsplan “Bouwlust” ten behoeve van de realisering van het project zoals opgenomen in de bouwplannen die hebben geleid tot de omgevingsvergunning voor het bouwen d.d.
6 juni 2023 met kenmerk 202221099. In plaats van grondgebonden woningen worden twee woongebouwen met 220 woningen en twee stallingsgarages en binnentuinen gerealiseerd. De ligging en dimensies van de gebouwen zijn in de bouwplannen opgenomen.
1.3 Ligging van het projectgebied Steenzicht Het project is gelegen in het stadsdeel Escamp (Den Haag Zuidwest), in het opnieuw geldende bestemmingsplan Bouwlust. Het projectgebied ligt binnen het ruimtelijke raamwerk van Bouwlust, namelijk de Hengelolaan en de Vrederustlaan. De Hengelolaan is een belangrijke infrastructurele ontsluitingsweg, maar kent naast een hoge verkeersintensiteit ook een groene uitstraling. Het verbindt het gebied zowel richting de belangrijke ontsluitingsweg, de Lozerlaan, als richting het centrum van Den Haag. De
#61118275v1
Vrederustlaan verbindt de Hengelolaan met de Melis Stokelaan. De Vrederustlaan loopt na de Melis Stokelaan door tot aan de Erasmusweg. De Vrederustlaan is een belangrijke verbinding binnen Zuidwest.
1.4 Geldende planologische regelingen 1.4.1 Geldend bestemmingsplan Het bestemmingsplan "Bouwlust" geldt ter plaatse: bestemmingsplan
vastgesteld
goedgekeurd
onherroepelijk
Bouwlust
01-10-2015
nvt
04-12-2015
1.4.2 Parapluherzieningen Naast bestemmingsplannen die op een specifiek plangebied van toepassing zijn, kent de gemeente Den Haag een aantal parapluherzieningen die op heel het gemeentelijke grondgebied van toepassing zijn en die eveneens ter plaatse gelden: a. Parapluherziening (fiets) parkeren, vastgesteld 20 september 2018, geheel onherroepelijk 16 december 2018, waardoor actuele (fiets)parkeernormen in vigerende plannen worden gehanteerd. b. Parapluherziening Staat van Bedrijfsactiviteiten, vastgesteld op 20 december 2018, geheel onherroepelijk op 17 april 2019. c.
Parapluherziening Flitsbezorging, vastgesteld op 1 december 2022, geheel onherroepelijk op 3 februari 2023.
1.5 Leeswijzer In hoofdstuk 1 Inleiding is de aanleiding voor het opstellen van een bestemmingsplan voor het plangebied "Steenzicht en Ruimzicht" aangegeven. Ook zijn de doelen omschreven die met de aangevraagde omgevingsvergunning worden beoogd. Om deze doelen in een omgevingsvergunning gestalte te geven wordt enerzijds in hoofdstuk 2 Beschrijving van de bestaande situatie de bestaande situatie beschreven, anderzijds is voor de verduidelijking van een deel van de doelen in de hoofdstukken 3 Beleidskaders en 4 Wet en regelgeving een selectie gemaakt uit de relevante beleidsnota's en regelingen die op dit projectgebied van toepassing zijn.
#61118275v1
In hoofdstuk 5 Projectbeschrijving is beschreven waar het project uit bestaat. Op de economische uitvoerbaarheid van de omgevingsvergunning wordt in hoofdstuk 6 Economische uitvoerbaarheid ingegaan. In hoofdstuk 7 Overleg en inspraak worden het overleg en de inspraak die heeft plaatsgevonden ten behoeve van het bestemmingsplan “Steenzicht en Ruimzicht” – de voorganger van de aangevraagde omgevingsvergunning beschreven.
Hoofdstuk 2 Beschrijving van de bestaande situatie 2.1 Inleiding Om te beschrijven op welke wijze rekening wordt gehouden met de verschillende waarden in het gebied en de verhoudingen van het projectgebied tot het aangrenzende gebied, worden achtereenvolgens de ontstaansgeschiedenis, het cultureel erfgoed, de ruimtelijke structuren die in de loop van de tijd zijn ontstaan en de functionele opbouw van het projectgebied beschreven.
2.2 Ontstaansgeschiedenis Den Haag Zuidwest De structuur van Den Haag Zuidwest is geïnspireerd op de geomorfologische ondergrond van Den Haag met lange ontginningslijnen parallel aan de kust en dwars daarop gelegen verbindingen loodrecht op de kust. Tezamen vormen die de voor Zuidwest kenmerkende gridstructuur. Binnen deze herkenbare structuur werd het stedenbouwkundige gedachtengoed van de 'wijkgedachte' in de praktijk gebracht. Herkenbare woonwijken met een heldere hiërarchie in buurt-, wijk- en stadsdeelvoorzieningen. Ter bevordering van deze wijkgedachte is Den Haag Zuidwest na de Tweede Wereldoorlog opgezet als een stadswijk met 'licht, lucht en ruimte' voor de middenklasse. De nieuwe wijken moesten voldoen aan nieuwe inzichten op het gebied van stedenbouw en volkshuisvesting. De opzet van de woonwijken werd ruimer, opener en groener in vergelijking met vooroorlogse stadsuitbreidingen. Ook de kwaliteit van de woningen ging met grote sprongen vooruit. Bouwlust-Vrederust Stadsplanner Willem Dudok ging in zijn structuurplan voor Groot 's-Gravenhage uit 1949/1959 uit van vier woonwijken: Morgenstond, Bouwlust, Berestein en Vrederust. Deze wijken kwamen ten westen van Moerwijk te liggen. Om voldoende ruimte tussen het Westland en Den Haag te houden is de wijk Berestein gehalveerd en later toegevoegd aan Bouwlust.
De Beresteinlaan werd niet volgens Dudoks plan doorgetrokken tot Loosduinen maar tot de Meppelweg. Hiermee
#61118275v1
verviel Dudoks opzet van vier gelijkwaardige buurten met de Hengelolaan-Beresteinlaan als hart van dit deel van Den Haag Zuidwest. Het uitgewerkte ontwerp voor Bouwlust is van Frits van der Sluys uit 1952, dat is gebaseerd op een rechthoek waarbij verkeerswegen de wijk in negen buurten verdeelt. In 1953 startte de aanleg van de straten binnen Bouwlust-Vrederust. Vanwege de kritiek op het monotone Morgenstond besloot de gemeente de uitwerking van de buurten in handen te geven van een werkgroep van architecten. De wijk is door de verschillende individuele ontwerpen opgebouwd uit vele kleine ruimtelijke eenheden, die zich in opbouw en architectuur van elkaar onderscheiden. Bouwlust-Vrederust is daardoor gevarieerder dan Morgenstond. De eerste woningen in de wijk zijn omstreeks 1956 opgeleverd. Ruim 10 jaar later was de wijk voltooid. Bouwlust heeft door de samenvoeging van Berestein en Bouwlust een onduidelijk en langgerekt centrum gekregen, dat zich uitstrekt van het winkelcentrum De Stede tot aan het winkelcentrum aan de Beresteinlaan. De buurtwinkels liggen op pleintjes midden in de buurten. Tussen Morgenstond en Bouwlust-Vrederust is een brede strook met sportvelden en moestuinen te herkennen. Deze strook was gereserveerd voor een toekomstige spoorweg en autosnelweg, die er nooit zijn gekomen.
Projectgebied - De Zichten en ontwikkellocatie Steenzicht De buurt De Zichten is gebouwd tussen 1956 – 1959 en is als een stedenbouwkundige eenheid opgezet. De buurt bestaat uit hoofdzakelijk vierlaagse portiekwoningen langs de randen met daarbinnen laagbouw in korte strokenverkaveling. Centraal in de buurt ligt een cluster van wijkvoorzieningen, drie vierlaagse portiekflats met winkels, bedrijfsruimten en enkele garageboxen op de begane grond, een kerk en een verzorgingstehuis. Het verzorgingstehuis Vijverzicht heeft 10 jaar leeg gestaan voordat het in 2009 een tweede leven kreeg als hotel. Op dit moment voornamelijk bewoond door Oost-Europese arbeidsmigranten. Langs de Vrederustlaan staat de Shalomkerk: een gemeentelijk monument. De kerk is iets achter de rooilijn geplaatst en opgetild boven het maaiveld waardoor de monumentaliteit van het gebouw wordt benadrukt en voor voetgangers een entree van de buurt vormt. Deze kerk markeert de hoek die de singel hier maakt.
2.3 Ruimtelijke structuur In de Zichten vormt het bestaande stratenpatroon met volwassen bomen het uitgangspunt voor de ontwikkeling. Het streven is zoveel mogelijk bomen te behouden en dit openbare ruimte
#61118275v1
patroon te versterken tot een 'groen grid' als samenbindend element voor de daartussen gelegen bouwblokken.
2.3.1 Stedenbouwkundige structuur De Zichten ligt op loopafstand van het winkelcentrum de Stede en de tramhaltes van lijn 9. Het aandeel grondgebonden woningen in De Zichten is relatief hoog, waardoor de woningdichtheid momenteel laag is. De potentie om te verdichten is hier groot. De openbare groenstructuur in de Zichten ligt met name aan de randen, waar ook het meeste collectieve groen op uitkomt. Deze randen hebben, mede door aangrenzende achterkanten van de woningen, weinig verblijfskwaliteit. Aan één zijde ligt De Zichten aan een strook met sportvelden, het 'groene assenkruis'. Deze grote groenstructuur van Zuidwest is vanuit De Zichten nu niet direct bereikbaar door de ligging van een sloot en een hek. Winkelcentrum De Stede is nabij, maar er zijn geen goede aantrekkelijke routes richting het winkelcentrum. De achterzijde van het winkelcentrum ligt richting de Zichten en de Vrederustlaan. Het interne netwerk van bomenlanen binnen de Zichten is duidelijk aanwezig. Veel bomen zijn nog in goede staat. In het midden van het buurtje ligt een karakteristiek bouwblok met winkels, voorzieningen en werkruimtes in de plinten. Dit bouwblok is de locatie Ruimzicht. Een aantal van deze functies heeft meerwaarde voor de buurt en brengen enige levendigheid.
De eengezinswoningen in De Zichten zijn op een uitzondering na georganiseerd in strokenverkavelingen, met kopgevels en hier en daar schuttingen van tuinen aan de straatkant. De 48 woningen van deze eengezinswoningen verspreid over zes bouwstroken aan Steenzicht, Ruimzicht en Het Zicht vormen de ontwikkellocatie Steenzicht.
2.3.2 Verkeer en infrastructuur 2.3.2.1 Gemotoriseerd verkeer De wijk De Zichten is globaal gelegen tussen de Melis Stokelaan, Vrederustlaan, Hengelolaan en het Sportpark Escamp. Binnen de wijk zijn alleen erftoegangswegen (woonstraten) aanwezig met gemengd verkeer. Via Het Zicht is de wijk ontsloten op de Hengelolaan, daarnaast sluiten het Steenzicht, Vijverzicht en Veldzicht aan op de Vrederustlaan. De Hengelolaan en Vrederustlaan zijn gebiedsontsluitingswegen, via deze wegen is de wijk goed verbonden met de andere wijken en voorzieningen in Escamp en daarbuiten.
#61118275v1
2.3.2.2 Openbaar vervoer Langs de Melis Stokelaan rijdt tramlijn 9, deze verbindt De Dreven (via het Zuiderpark en het centrum) en Scheveningen. Op de Hengelolaan rijden buslijnen 21 en 25. Buslijn 21 rijdt ook over de Vrederustlaan en rijdt tussen De Dreven (via Loosduinen en Segbroek) en Scheveningen. Lijn 25 rijdt tussen De Dreven (via Haagse Markt) naar het centrum van Den Haag. 2.3.2.3 Langzaam verkeer De wijk is ingericht conform Duurzaam Veilig als een 30 km/uur zone. Langs de straten zijn veelal aan beide zijden stoepen aanwezig, plaatselijk zijn deze soms smal vanwege bijvoorbeeld bomen in het trottoir. Vanaf het Ruimzicht zijn ook enkele voetgangersdoorsteken naar het Sportzicht aanwezig. Hier ligt ook een speelvoorziening voor kinderen. Parallel aan het Veldzicht ligt ook een looproute langs het water, deze sluit aan op het Sportzicht. Binnen de woonwijk zijn geen vrijliggende fietspaden aanwezig, de fietser maakt gebruik van de rijbanen voor het autoverkeer. Bij de hoofdwegen langs het projectgebied zijn deze fietspaden wel aanwezig. 2.3.2.4 Parkeren Het parkeren in en in de omgeving van het projectgebied vindt grotendeels plaats op de openbare weg.
2.3.3 Groen Groen en water bepalen in belangrijke mate het beeld van Zuidwest. Er zijn royaal gedimensioneerde straatprofielen met veel ruimte voor bomenrijen en singels met groene oevers. Het projectgebied ligt aan één van de kenmerkende straatprofielen voor Zuidwest, namelijk de Hengelolaan. De openbare groenstructuur in De Zichten ligt met name aan de randen, waar ook het meeste collectieve groen op uitkomt. Aan één zijde ligt De Zichten aan het eerder genoemde groene assenkruis. Deze grote groenstructuur van Zuidwest is vanuit De Zichten nu niet direct bereikbaar door de liggen van een sloot en een hek. Het interne netwerk van bomenlanen binnen De Zichten duidelijk aanwezig. Veel bomen zijn nog in goede staat.
#61118275v1
2.3.4 Water Het projectgebied ligt in de Eshofpolder. De Eshofpolder is één van de lager gelegen gebieden van Den Haag en is qua hoogteligging grofweg te verdelen in vier gebieden, waarvan één het bebouwde gebied van Bouwlust is. Bouwlust heeft op diverse plaatsen waterpartijen. Het meeste open water ligt langs de Lozerlaan en het winkelcentrum De Stede. Rond de Zichten loopt verder een watergang die aansluit op de grotere waterpartij bij het winkelcentrum.
2.3.5 Bodem Binnen het projectgebied zijn diverse bodemonderzoek uitgevoerd. Het betreft de volgende rapporten:
‘Historisch bodemonderzoek Plangebied Zichten te Den Haag’ (opgesteld door Buro S/L, met kenmerk 2020026C/RAP01 van 31 augustus 2020);
‘Verkennend bodemonderzoek Zichten (Deelplan Renovatie) te Den Haag’ (opgesteld door Buro S/L, met kenmerk 2021008/RAP01 van 23 juni 2021);
'Verkennend bodemonderzoek Zichten (Deelplan A+B) te Den Haag’ (opgesteld door Buro S/L, met kenmerk 2021005/RAP01 van 23 juni 2021);
‘Verkennend bodemonderzoek Buitenruimte Zichten te Den Haag’ opgesteld door BuroS/L B.V. met kenmerk 2022022/RAP01 van 29 september 2022.
Ter plaatse van Ruimzicht en Het zicht zijn diverse puntbronnen gesitueerd geweest. Dit zijn een autoreparatiebedrijf, een benzine-service-station, een schoenherstelinrichting en een bedrijf voor grafische toepassingen. Uit de bodemonderzoeken blijkt dat binnen het projectgebied hooguit sprake is van lichte verontreinigingen in de grond en het grondwater. De locatie is voldoende onderzocht. Nader bodemonderzoek en/of sanerende maatregelen zijn niet nodig.
2.3.6 Kabels en leidingen In het projectgebied bevinden zich de reguliere kabels en leidingen.
#61118275v1
2.4 Functionele structuur 2.4.1 Wonen Het projectgebied was voornamelijk in gebruik voor grondgebonden woningen van Staedion. Die woningen zijn inmiddels gesloopt:
Hoofdstuk 3 Beleidskaders 3.1 Inleiding Het bestemmingsplan "Steenzicht en Ruimzicht" vindt zijn basis in ruimtelijk beleid zoals dat in nota's en plannen van het rijk, provincie, stadsgewest en gemeente is vastgelegd. Dit hoofdstuk beschrijft het beleidskader dat op het verlenen van de omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan van toepassing is. De eerste paragraaf gaat in op allesomvattende ruimtelijke beleid van het Rijk, de provincie, regio en de gemeente. Daarna wordt het specifieke beleid voor een aantal relevante thema's uiteen gezet.
#61118275v1
Het is hierbij van belang dat het recht van toepassing is zoals het op 31 december 2023 te gelden had. Dat is vanwege het op de voorliggende aanvraag toepasselijke overgangsrecht. Op grond van artikel 4.3, tweede lid van de Invoeringswet Omgevingswet geldt het volgende: “Als voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet een aanvraag om een besluit is ingediend, blijft het oude recht, met uitzondering van artikel 3.9, derde lid, eerste zin, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, van toepassing: a.als tegen het besluit beroep openstaat: tot het besluit onherroepelijk wordt, b.als tegen het besluit geen beroep openstaat: tot het besluit van kracht wordt.” Het begrip ‘oude recht’ wordt niet gedefinieerd in de Invoeringswet Omgevingswet (en overigens ook niet in de Omgevingswet zelf). In de Memorie van Toelichting bij de Invoeringswet Omgevingswet zijn de volgende passages opgenomen die wel duiding geven aan het begrip ‘oude recht’. "Overgangsrecht De voorgestelde regels voor het overgangsrecht zijn bedoeld om het nieuwe stelsel van het omgevingsrecht snel in te voeren met behoud van rechtszekerheid en met oog voor de uitvoerbaarheid. Het regelt de rechtsgeldigheid van besluiten die onder het oude recht zijn genomen. Ook regelt het dat procedures die onder het oude recht zijn gestart, nog worden afgehandeld nadat de Omgevingswet in werking is getreden.
Het wetsvoorstel voorziet in regels voor de overgangsfase die ingaat bij inwerkingtreding van de Omgevingswet. Verder vult het grondslagen aan om in de uitvoeringsregelgeving ook overgangsrechtelijke voorzieningen te kunnen treffen." Tweede Kamer, vergaderjaar 2017–2018, 34 986, nr. 3, p. 5. En "Oude recht Met het oude recht wordt geduid op het recht, zoals dat gold onmiddellijk voor het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet. Bij concrete besluiten betreft dit het recht dat gold op het moment dat het besluit is genomen.
#61118275v1
Het oude recht omvat zowel inhoudelijke als procedurele bepalingen. Het omvat het recht op grond van de wetten die opgaan in de Omgevingswet, zoals de Wro, maar kan ook betrekking hebben op andere wetten die van toepassing zijn, zoals de Awb." Tweede Kamer, vergaderjaar 2017–2018, 34 986, nr. 3, p. 448. Uit deze passages volgt dat het ‘oude recht’ in brede zin moet worden opgevat. Het betreft het geheel aan rechtsregels zoals die te gelden hadden onmiddellijk voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Om die reden wordt hierna ingegaan op de regelgeving zoals deze op 31 december 2023 te gelden had.
3.2 Ruimtelijk beleid 3.2.1 Rijksbeleid Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Een rijksbrede visie op de leefomgeving is opgenomen in de Nationale Omgevingvisie (NOVI), die de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte heeft vervangen. In de NOVI zijn 21 nationale belangen en opgaven benoemd, waarbij de volgende vier prioriteiten worden onderscheiden: 1. Ruimte voor Klimaatadaptatie en energietransitie; 2. Duurzaam economisch groeipotentieel; 3. Sterke en gezonde steden en regio's; 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Bij het kiezen tussen strijdige ruimtelijke belangen worden drie afwegingsprincipes gehanteerd: combinatie van functies gaat voor enkelvoudige functies; kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; afwentelen wordt voorkomen. Bij vaststelling is in de NOVI ook een uitvoeringsagenda opgenomen. Samen met de regio's wil het rijk samenwerkingsafspraken opnemen in Gebiedsagenda's. Het abstractieniveau van de NOVI is van een andere orde dan de thema's die in het projectgebied spelen. Toch kan gesteld worden dat dit project Steenzicht aansluit bij de uitgangspunten uit de NOVI. Ladder voor duurzame verstedelijking De 'ladder voor duurzame verstedelijking' is in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte geïntroduceerd en vastgelegd als procesvereiste in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro).
Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden.
#61118275v1
Verantwoord dient te worden dat er behoefte is aan nieuwe ruimte voor woningen, werken, detailhandel en voorzieningen. Deze behoefte moet blijken uit een regionaal afgestemd programma en de afspraken gemaakt in Haaglandse gemeenten in een Regionaal Structuurplan 2020. Het Bro en het Besluit omgevingsrecht (Bor) bepalen dat voor bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen voor het afwijken van het bestemmingsplan de treden van de ladder moet worden doorlopen. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening De Wet ruimtelijke ordening geeft aan de regering de mogelijkheid om bij algemene maatregel van bestuur (AMvB) regels te geven waarmee gemeenten bij de vaststelling van bestemmingsplannen rekening moeten houden. Het gaat daarbij niet alleen om procedureregels maar ook om de inhoud van bestemmingsplannen/omgevingsvergunningen voor het afwijken van het bestemmingsplan (volgens het Bor). Op 30 december 2011 is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) in werking getreden (Stb. 2011, 391). Bij het vaststellen van bestemmingsplannen, wijzigings- of uitwerkingsplannen maar ook bij projectuitvoeringsbesluiten (Crisis- en herstelwet) alsmede omgevingsvergunningen voor het afwijken van het bestemmingsplanm moeten gemeenten rekening houden met het Barro.
Een aantal projecten dat de regering van Rijksbelang vindt, wordt met het Barro dwingend geborgd in bestemmingsplannen of in andere ruimtelijke plannen van lagere overheden. De projecten worden benoemd en middels digitale kaarten ingekaderd. Per project worden regels gegeven waaraan bestemmingsplannen moeten voldoen. Voor Den Haag zijn de binnen de gemeente gelegen militaire terreinen met de daarbij behorende zend- en ontvangstinstallaties, en het Kustfundament van belang. In 2016 is een Besluit tot wijziging van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening in verband met de herziening van de Beleidslijn kust en enige andere wijzigingen van kracht geworden. Volgens het Barro zijn er in het projectgebied van Steenzicht geen projecten van Rijksbelang aanwezig waarmee bij het verlenen van de omgevingsvergunning rekening moet worden gehouden.
#61118275v1
3.2.2 Provinciaal beleid Omgevingsvisie Zuid-Holland De provincie Zuid-Holland heeft het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving gebundeld in een Omgevingsvisie, Omgevingsverordening en bijbehorende programma's. De Omgevingsvisie is op 1 april 2019 in werking getreden en geldt als structuurvisie. Naast de beleidskeuzes bevat de visie een beschrijving van de ruimtelijke hoofdstructuur van de provincie Zuid-Holland en de omgevingskwaliteit. De Omgevingsvisie omvat de volgende wettelijk verplichte plannen:
de provinciale ruimtelijke structuurvisie, artikel 2.2 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro);
het milieubeleidsplan, artikel 4.9 van de Wet milieubeheer (Wm);
het regionale waterplan, artikel 4.4 van de Waterwet (Ww);
het verkeers- en vervoersplan, artikel 5 van de Planwet verkeer en vervoer;
de natuurvisie, artikel 1.7 van de Wet natuurbescherming (Wnb).
De provincie wil met haar omgevingsvisie een uitnodigend perspectief bieden, zonder een beoogde eindsituatie te schetsen. Daarom omvat de Omgevingsvisie geen eindbeeld voor 2030 of 2050, maar wel ambities die voortkomen uit actuele maatschappelijke opgaven. De provincie ziet zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving. Deze zijn:
Naar een klimaatbestendige delta
Naar een nieuwe economie: the next level
Naar een levendige meerkernige metropool
Energievernieuwing
Best bereikbare provincie
Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving
Omgevingsverordening Zuid-Holland De provinciale Omgevingsverordening als bedoeld in artikel 4.1 Wet ruimtelijke ordening is per 1 april 2019 in werking getreden en vertaalt het beleid uit de Omgevingsvisie in regels. Deze regels zijn bindend voor gemeentelijke bestemmingsplannen en daarmee gelijkgestelde ruimtelijke plannen alsmede omgevingsvergunningen voor het afwijken van het bestemmingsplan.
#61118275v1
De verordening bevat onder andere regels omtrent de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking voor stedelijke ontwikkelingen, de aanwijzing van kantorenlocaties, het opnemen van bedrijfsbestemmingen en de bescherming van natuurgebieden. De ontwikkeling op deze locatie is een stedelijke ontwikkeling als genoemd in artikel 6.10 van de verordening. Voor toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking wordt verwezen naar paragraaf 5.3.1. Op grond van artikel 6.9 (Ruimtelijke kwaliteit) van de provinciale verordening kan een bestemmingsplan (en ook een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan) voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: - De ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart (inpassen). - Als de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar wijziging op structuurniveau voorziet (aanpassen), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door: 1. Zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart, en 2.
Het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen zoals bedoeld in het derde lid. Als de ruimtelijke ontwikkeling niet past bij de bestaande gebiedsidentiteit (transformeren), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door: 1. Een integraal ontwerp, waarin behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht is besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd, alsmede rekening is gehouden met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart, en 2. Het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen zoals bedoeld in het derde lid. De ruimtelijke kwaliteit blijft bij het voorliggende project ten minste gelijk door een zorgvuldige inpassing. Dit blijkt uit hoofdstuk 5.
#61118275v1
Zuid-Hollandse Omgevingsverordening De Zuid-Hollandse Omgevingsverordening bevat de provinciale regelgeving voor de fysieke leefomgeving. Het betreft grotendeels de regels die al waren opgenomen in de Omgevingsverordening Zuid-Holland, die in werking is getreden op 1 april 2019. Met de ZuidHollandse Omgevingsverordening zijn geen grote inhoudelijke veranderingen beoogd ten opzichte van de huidige situatie. Er is zo veel mogelijk alvast aangesloten bij de terminologie en structuur van de Omgevingswet.
3.2.3 Regionaal beleid De metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) heeft de taken overgenomen van het in 2015 opgeheven Stadsgewest Haaglanden De MRDH is een samenwerkingsverband van 23 gemeenten die hun krachten bundelen om het gebied beter bereikbaar te maken en het economisch vestigingsklimaat te versterken. De MRDH werkt vanuit twee agenda's: de Strategische Agenda MRDH 2022- Samen aan het werk (verder Agenda) en de Strategische Bereikbaarheidsagenda Vervoersautoriteit. Voorts is het Investeringsprogramma voor een Economisch sterke regio richtinggevend. MRDH heeft het Investeringsprogramma samen met de Provincie Zuid-Holland, de Economische Programmaraad Zuidvleugel en de regio's Holland-Rijnland en Drechtsteden opgesteld. Vanuit de focus op het vernieuwen van de economie en het verbeteren van de bereikbaarheid werkt MRDH aan de ruimtelijkeconomische versterking van de regio en het verhogen van het welzijn en de welvaart van haar inwoners. In 2016 is de Roadmap next economy samengesteld. Dit is een langetermijnvisie op een duurzame en concurrerende economie in de metropoolregio. Hierin zijn ambities geformuleerd, zoals het stoppen van CO2-uitstoot, hergebruiken van afval, permanent leren en een maatschappij waar iedereen aan deel kan nemen. Deze ambities zijn inmiddels in de Agenda verwerkt. Volgens de Agenda zet de metropoolregio zich in voor: 1.
verbetering van de (internationale) bereikbaarheid van de metropoolregio; 2. economische vernieuwing; 3. transitie naar toonaangevende duurzaamheid; 4. attractiviteit van de regio.
#61118275v1
Binnen de pijler economie zijn diverse doelen bepaald die het vestigingsklimaat verbeteren voor high tech bedrijvigheid en innovatie (campussen netwerk), maar ook voldoende ruimte biedt voor maakindustrie (terugdringen van werkloosheid). Door investeren in recreatie en groen wordt de regio niet alleen gezonder, maar ook aantrekkelijker voor talent. Het mobiliteitsbeleid richt zich niet alleen op het hoge schaalniveau, zoals het versterken en verduurzamen van (macro)regionale en intraregionale verbindingen. Er wordt geïnvesteerd in veiligheid, in een betere bereikbaarheid van woon- en werklocaties en in snel, efficiënt en flexibele deur tot deur oplossingen. Het project Steenzicht is in overeenstemming met het regionaal beleid zoals verwoord in de Agenda.
3.2.4 Gemeentelijk beleid 3.2.4.1 Wereldstad aan Zee, Structuurvisie Den Haag 2020 De Structuurvisie Den Haag 2020 beschrijft de toekomstvisie van Den Haag op de ruimtelijke ontwikkeling van de stad in regionaal perspectief tot het jaar 2020 (Rv 197 - 2005; RIS 129201). De ambitie is om van Den Haag een 'Wereldstad aan Zee' te maken door de sterke kwaliteiten van Den Haag te benutten: een internationale stad, een stad aan zee, een multiculturele stad en een monumentale residentie. De structuurvisie gaat uit van een lichte groei van het aantal inwoners (nu ca 500.000) en een groei van het aantal arbeidsplaatsen in 2020. Dat betekent dat er ca 40.000 woningen moeten worden toegevoegd in de bestaande stad, door verdichting. In de structuurvisie wordt de Wéreldstad aan Zee vorm gegeven door ontwikkelingen in vijf kansenzones (het Centrum, de Lijn 11-zone, de Internationale Kustzone, de Vliet/A4-zone en de Schakelzone Lozerlaan). Het projectgebied ligt langs de kansenzone Lozerlaan. In de kansenzones liggen ontwikkelingsgebieden waarin de ambitie van de structuurvisie het sterkst tot haar recht komt. Het projectgebied valt buiten deze zone. 3.2.4.2 Agenda Ruimte voor de stad De Agenda Ruimte voor de stad (RIS295016, door de raad vastgesteld op 15 december 2016) is het richtinggevend document voor de ruimtelijke ontwikkeling van de stad.
#61118275v1
Voor de Agenda Ruimte voor de Stad zijn vier transitieopgaven van belang: de ontwikkeling naar een nieuwe economie, de vraag om een inclusieve en veerkrachtige samenleving, de roep om slimme stadsontwikkeling en de opgave voor de overheid om in dit proces organiserend vermogen te tonen en ruimte te bieden voor maatschappelijk initiatief. Met behulp van negen principes voor stedelijke ontwikkeling wordt in de Agenda Ruimte voor de Stad aangegeven hoe de ontwikkelingen gestuurd wordt:
Kwaliteit van het proces door samen stad maken waar mogelijk ruimte aan initiatiefnemers, daarbij hoort ook experimenteerruimte die belangrijk is voor innovatie en dynamiek in de stad en ruimtelijke keuzen om antwoorden te bieden op de stedelijke en regionale opgaven.
Ruimtelijke kwaliteit, zoals groen, cultuurhistorisch erfgoed en de buitenruimte omdat die in belangrijke mate bijdraagt aan een aantrekkelijke leefomgeving en het economisch vestigingsklimaat.
Kwaliteit door integrale samenhang met sociaal-maatschappelijke opgaven, zoals de opgave om sociaaleconomische differentiatie, functiemenging en ruimte voor wijkeconomie te bevorderen in wijken waar dat nodig is gelet op bijvoorbeeld werkeloosheid.
Het belang van veel lopende projecten wordt met deze agenda benadrukt. Goede uitvoering met ook oog voor de tijdelijke situatie vraagt een enorme inzet. Daarnaast zijn er een aantal grotere strategische ontwikkelingen geagendeerd in deze agenda. Voor een aantal ontwikkelingen zal gestart worden met verkenningen om zicht te krijgen op mogelijke programma's, en alliantievorming. Dergelijke verkenningen zullen onder andere voor delen van het Central Innovation District, de Binckhorst en Scheveningen, mede in het licht van de gewenste schaalsprong die in het openbaar vervoer gemaakt moeten worden. Voor het projectgebied is het hoofdstuk "Zuidwestflank" van belang. Het project ligt in een gebied waar:
de vernieuwing van stadswijken in gang gezet wordt
kansen voor verdichting liggen
de relatie tussen de stad en het landschap verbeterd kan worden.
Met de omgevingsvergunning voor Steenzicht wordt vooral invulling gegeven aan de eerste twee genoemde punten.
#61118275v1
3.2.4.3 Structuurvisie Den Haag Zuidwest 2040; Groen, stedelijk en vitaal Zuidwest De gemeenteraad heeft op 14 december 2023 de Structuurvisie Den Haag Zuidwest 2040 vastgesteld. De structuurvisie geeft richting aan de ruimtelijke ontwikkelingen in Den Haag Zuidwest. Op p. 18 wordt verwezen naar de herontwikkeling van de Zichten. Op pp. 118-119 wordt verwezen naar de verdichtingsambitie voor deze buurt. Het project past binnen de ambities voor het vergroten van de woonvoorraad en het verdichten voor dit gebied met oog voor het zorgen voor voldoende groenplekken.
3.3 Cultureel erfgoed 3.3.1 Cultuurhistorische waarde In het projectgebied zijn geen waardevolle cultuurhistorische elementen aanwezig. 3.3.1.1 Monumentale gebouwen In het projectgebied bevinden zich geen monumentale gebouwen.
3.3.2 Archeologie Gemeenten hebben de taak om bij de vaststelling van bestemmingsplannen en het toestaan van afwijkingen van het bestemmingsplan rekening te houden met aanwezige en te verwachten archeologische waarden (volgens het overgangsrecht uit de Erfgoedwet). Voor het gehele grondgebied van Den Haag heeft de gemeente een Archeologische Waarden- en Verwachtingenkaart (AWVK) opgesteld. In de Beleidsnota Archeologie 2011-2020 'In het verleden ligt het heden' (RIS 180680) geeft de gemeente aan hoe ze zorg wil dragen voor de archeologische sporen en resten in de Haagse ondergrond. Op de gemeentedekkende AWVK komen drie eenheden voor waaraan de gemeente beleid heeft gekoppeld: 1. Terreinen met een archeologische waarde, dat wil zeggen: waarvan is vastgesteld dat er zich belangrijke archeologische sporen en resten bevinden. In het kader van de archeologische monumentenzorg stelt de gemeente hier voorwaarden aan bodemverstorende activiteiten dieper dan 50 cm onder maaiveld; 2. Gebieden waar archeologische resten en sporen kunnen worden verwacht (op basis van de bodemopbouw en/of historische kaarten). Bij activiteiten met een bodemverstoring groter dan 50 m2 en dieper dan 50 cm onder maaiveld stelt de gemeente hier voorwaarden voor onderzoek en bescherming van mogelijk aanwezige sporen en resten.
#61118275v1
3. Gebieden waar geen archeologische sporen/resten (meer) worden verwacht. Hier verbindt de gemeente op het gebied van de archeologie geen voorwaarden aan bodemverstorende activiteiten. Deze verwachtingen zijn verwerkt in de Haagse bestemmingsplannen door dubbelbestemmingen “Waarde – Archeologie” met verschillende gradaties op te nemen. Het projectgebied kent in het geldende bestemmingsplan Bouwlust geen dubbelbestemming voor archeologie. Hiermee is het thema archeologie in dit projectgebied niet van toepassing.
3.4 Groen 3.4.1 Agenda Groen voor de stad In de Agenda Groen voor de Stad.2016 (vastgesteld 15 december 2016, RIS294705) wordt geconstateerd dat door de toenemende bevolking en het bijbehorende ruimtebeslag de leefkwaliteit in het algemeen en het groen in het bijzonder soms onder druk komt te staan. Omdat Den Haag een aantrekkelijke stad wil blijven voor bewoners, bezoekers en bedrijven, moeten er strategische keuzes worden gemaakt op het gebied van verdichting, vergroening en verduurzaming. De ambitie is een verdere kwalitatieve ontwikkeling van het Haagse groen, waarbij ruimte bestaat voor verandering en initiatief en bij ontwikkelingen groen toekomstbestendig wordt vormgegeven: groen kapitaal als basis voor een goede leefkwaliteit. Het doel is het Haagse groen kwalitatief te ontwikkelen. De stedelijke leefkwaliteit is afhankelijk van gebiedskenmerken als bebouwingsgraad, aanwezigheid van infrastructuur en het gebruik van de ruimte (wonen, werken, recreatie, natuur). Het Haagse Groen moet gezien worden als een vorm van kapitaal met de ecologische, de maatschappelijke en de economische waarde. Mede op basis van de stadsgesprekken en het online platform zijn deze waarden uitgewerkt in zes thema's: klimaat, biodiversiteit, gezondheid, ontspanning imago en ontwikkeling. Voor Hagenaars voelt het vaak of groen voor nieuwe ontwikkeling moet wijken.
Het is de uitdaging om intensivering te combineren met een waardevolle, betekenisvolle, gezonde en goed functionerende groenstructuur. Intensivering van de stad vraagt om intensivering van groen en groenkwaliteit. Naarmate de stad verdicht, neemt de waarde van het groen toe. Omgekeerd zorgt groen ook voor toename van vastgoedwaarde. Deze twee waarden zouden elkaar moeten vinden en versterken. Elke (vastgoed)ontwikkeling draagt bij aan de groene kwaliteit van Den Haag.
#61118275v1
Dit gebeurt op verschillende wijze: op de klassieke wijze door ontwikkeling van parken en straatgroen, door het ontwikkelen en openstellen van groene binnengebieden en daktuinen, als ook het realiseren van geveltuintjes of groene gevels. Ook kunnen investeringen in kwaliteit of gebruikswaarde uitkomst bieden. Stedelijke Groene Hoofdstructuur De Stedelijke Groene Hoofdstructuur van Den Haag bepaalt voor een belangrijk deel het karakter van de stad. De Stedelijke Groene Hoofdstructuur dient duurzaam in stand gehouden te worden en waar mogelijk versterkt (RIS300506). Het groen heeft vele functies, één daarvan is de functie als stedelijk natuurnetwerk, dat wil zeggen de drager van de stedelijke natuur en verbindingsstructuur voor de omliggende natuur. Deze structuur sluit aan op het Natuurnetwerk Nederland (NNN). De Stedelijke Groene Hoofdstructuur bestaat uit kerngebieden (de groengebieden) met daartussen de ecologische verbindingszones.
3.4.2 Nota Stadsnatuur In Den Haag wordt de natuur gezien als belangrijk onderdeel van de stad. Een stad met een vitale stadsnatuur is een gezonde stad. In de Nota Stadsnatuur (vastgesteld 16 december 2020, RIS305824) zijn handvatten opgenomen waarmee de gemeente werkt aan een gezond stadsecosysteem met meer biodiversiteit. De Nota stadsnatuur is de opvolger van de Nota Ecologische Verbindingszones 2008-2018 (RIS 159450) en vormt een uitwerking van de Agenda Groen voor de Stad (RIS 294705). Een groene stad heeft veel te bieden aan inwoners. Bomen en planten zorgen voor verkoeling tijdens warme zomers en bieden een aangename plek voor bewoners om te verblijven. Een groene stad is ook beter toegerust om mee te bewegen op veranderingen in het klimaat, zoals uitschieters in temperaturen en neerslag. Een stad waar veel verschillende planten- en diersoorten zoals vlinders en vogels voorkomen, blijkt positief te zijn voor het welzijn van mensen. Een hoge biodiversiteit zorgt ervoor dat lastige soorten minder kans krijgen en er genoeg natuurlijke vijanden zijn om plaagsoorten in toom te houden. Een belangrijke voorwaarde voor een gezond stadsecosysteem is de aanwezigheid van een uitgebreid netwerk van groengebieden die onderling met elkaar verbonden zijn. De groengebieden zijn de belangrijke kerngebieden voor allerlei planten- en diersoorten.
De ecologische verbindingszones zorgen als robuuste brede groenblauwe structuren voor de verbinding van deze gebieden.
#61118275v1
Zo kunnen dieren zich makkelijker verplaatsen en functioneren deze daarnaast ook als belangrijke leefgebieden. In deze nota wordt de nadruk gelegd op een optimale ecologische inrichting door middel van vuistregels voor biotopen en -beheer, behoud en de mogelijke uitbreiding van de ecologische verbindingszones. Is extra ruimtebeslag van een nietecologische functie onvermijdelijk dan moet de inpasbaarheid hiervan worden onderzocht. Naast het behoud en de ontwikkeling van bovengenoemd netwerk, wordt aandacht besteed aan het rekening houden met leefomstandigheden van planten en dieren bij beheer en inrichting van groen in brede zin. Den Haag werkt aan een natuurinclusieve stad met een ecologisch gezond stadswatersysteem, het beheersbaar houden van overlastgevende planten en dieren en er wordt ingezet op monitoring van de stadsnatuur. Het projectgebied maakt geen deel uit van het netwerk van ecologische verbindingszones. Buiten het projectgebied ligt een ecologische verbindingszone langs de rand van sportpark Escamp I. De hoofdboomstructuur ligt langs de Hengelolaan (zie onderstaande afbeelding) ook buiten het projectgebied.
#61118275v1
Uitsnede kaart Nota Stadsnatuur met rode pijl naar rood omcirkeld projectgebied
3.4.3 Bomen Op 15 april 2021 is in de Nota Stadsbomen “Leefkwaliteit voor de stad” (RIS 307827) het beleid met betrekking tot bomen in Den Haag verwoord. Het verbeteren van de leefkwaliteit in de stad is een hoofdambitie die genoemd is in de "Agenda Groen voor de Stad" (RIS 294705). Met het nieuwe beleid voor de stadsbomen wordt deze ambitie concreet ingevuld door twee doelen te stellen:
Den Haag werkt aan de toekomstbestendigheid van het stadsbomennetwerk;
Den Haag wil meer kroonoppervlak in de stad
#61118275v1
Op 22 september 2011 is het gewijzigde initiatiefvoorstel behoudens waardige Bomen aangenomen (RIS 166340). De uitwerking van het voorstel heet: “Planbeoordeling Haagse Bomen”. Doel is om gemeentelijke bomen beter te beschermen bij gebiedsontwikkeling door tijdig de waarden van de bestaande bomen op het betreffende object in te schatten en te betrekken bij de bestuurlijke besluitvorming van (beginsel- en) bouwplannen. Op 1 oktober 2013 is de lijst met behoudens waardige Bomen uitgebreid door het Vaststellen totaallijst vijfde tranche Monumentale Bomen in Den Haag (RIS 265314). In de Algemene Plaatselijke Verordening is de bescherming van bomen vastgelegd. Volgens de Algemene plaatselijke verordening (APV) van Den Haag, artikel 2.80 e.v., is voor het kappen van bomen een omgevingsvergunning nodig (RIS 174540). Door deze bescherming kunnen belangen zorgvuldig worden afgewogen voordat een omgevingsvergunning wordt afgegeven dan wel geweigerd. Daarnaast is een mogelijkheid opgenomen om monumentale bomen aan te wijzen. Monumentale bomen hebben een hogere beschermingsstatus. Voor een volledig overzicht van de monumentale bomen in Den Haag is op de website van de gemeente Den Haag de meest actuele lijst en kaart terug te vinden. In hoofdstuk 4.6.8 van deze ruimtelijke onderbouwing is een overzicht opgenomen van de bomenbalans in het projectgebied.
3.4.4 Natuurinclusief bouwen De gemeente wil natuurinclusief bouwen in de stad bevorderen (2019, RIS 301953). Bij de evaluatie van juni 2021 (RIS 309253) wordt dit nogmaals bevestigd. Enerzijds gaat het om het verbeteren van de leefomstandigheden van huismussen, gierzwaluwen en vleermuizen. Dit zijn soorten die onder druk staan doordat gebouwen tegenwoordig zo gebouwd worden dat deze soorten geen nestelgelegenheden meer hebben. Anderzijds gaat het om een veel bredere opgave om meer natuurlijk groen in de directe woonomgeving toe te passen. Door de verdere stedelijke verdichting die door de verwachte bevolkingsgroei zal plaatsvinden is deze opgave extra actueel. Daarom wil de gemeente Den Haag aandacht voor het toevoegen van groen (met natuurwaarden) op en aan gebouwen, op binnenterreinen en in de openbare ruimte. Met het project Steenzicht wordt een ontwikkeling mogelijk gemaakt waarbij het Puntensysteem voor groen- en natuurinclusief bouwen van toepassing is. Het gaat bij Steenzicht om nieuwbouw gelegen in de stadszone-woonwijken. Hierdoor dient het te behalen aantal punten voor daken en gevels, verblijf/nestkasten en direct omgeving van het gebouw minimaal resp. 6, 4 en 6 punten te zijn.
#61118275v1
Deze punten kunnen behaald worden met het toepassen van maatregelen uit de tabel in Bijlage 1 Puntensysteem Natuurinclusief bouwen. Dat is het geval.
3.5 Water Diverse beleidsstukken op verschillende schaalniveaus zijn van belang voor het thema water. De belangrijkste worden hieronder behandeld.
3.5.1 Europees en Rijksbeleid De Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) is december 2000 in werking getreden. De richtlijn heeft tot doel de chemische en ecologische kwaliteit van al het oppervlakte- en grondwater in Europa te verbeteren. De richtlijn stelt daartoe eisen aan het waterbeheer in alle lidstaten. Streefdatum voor het bereiken van de gewenste waterkwaliteit is 2015, met eventueel uitstel tot 2027. De doelstellingen worden uitgewerkt in (deel)stroomgebiedsbeheerplannen. In deze plannen staan de ambities en maatregelen beschreven. De Europese Kaderrichtlijn heeft, waar het de gemeente betreft, consequenties voor riolering, afkoppelen, toepassing van bouwmaterialen en het ruimtelijke beleid (inrichting van watergangen en oevers). Het nationaal waterbeleid is vastgelegd in het Nationaal Waterplan 2016-2021 (NWP2). Dit plan vervangt het Nationaal Waterplan 2009-2015 inclusief alle tussentijdse wijzigingen. Het NWP2 geeft het integrale kader voor het waterbeleid van het Rijk en geeft uitvoering aan de Europese richtlijnen voor waterkwaliteit, de mariene strategie en de overstromingsrisico's. De Stroomgebiedbeheerplannen, het Programma van maatregelen mariene strategie, de Beleidsnota Noordzee en de Overstromingsrisicobeheerplannen maken onderdeel uit van het NWP2.
Tegelijk met het NWP2 is het Beheer- en ontwikkelplan voor de rijkswateren 2016-2021(Bprw) vastgesteld met daarin de operationele uitwerking van het NWP2 voor de rijkswateren:de rollen en taken van Rijkswaterstaat en de hoofdlijnen van het beheer en onderhoud. Het NWP2 geeft de hoofdlijnen, principes en richting van het nationale waterbeleid met een vooruitblik richting 2050. Met dit NWP2 wordt een volgende ambitieuze stap in het robuust en toekomstgericht inrichten van het landelijke watersysteem, gericht op een goede bescherming tegen overstromingen, het voorkomen van wateroverlast en droogte en het bereiken van een goede waterkwaliteit, een duurzaam beheer en goede milieutoestand van de Noordzee en een gezond ecosysteem als basis voor welzijn en welvaart. Hierbij wordt gestreefd naar een integrale benadering, door economie (inclusief verdienvermogen), natuur, scheepvaart, landbouw, energie, wonen, recreatie en cultureel
#61118275v1
erfgoed zo veel mogelijk in samenhang met de wateropgaven te ontwikkelen. Het beleid en de maatregelen in dit Nationaal Waterplan dragen bij aan het vergroten van het waterbewustzijn in Nederland.
3.5.2 Provincie Het beleid van de Provincie Zuid Holland is gebaseerd op het besluit van 29 juni 2016 waarin is aangegeven dat het Regionaal waterplan Zuid-Holland 2016 – 2021 bestaat uit:
de onderdelen van de Visie Ruimte en Mobiliteit voor wat betreft de onderdelen die behoren tot het regionale waterbeleid, waaronder specifiek paragraaf 4.2: 'Water: versterking van de samenhang in identiteit, kwaliteit, en veiligheid', inclusief de kaarten 11 (Waterveiligheid) en 12 (Zoetwater-voorziening en oppervlaktewater); inclusief bijbehorende bijlagen.;
de Voortgangsnota Europese Kaderrichtlijn Water 2015 inclusief bijlagen, vastgesteld door PS van Zuid-Holland d.d. 14 oktober 2015 en
het provinciaal Waterplan Zuid-Holland 2010-2015, op de onderdelen: Waarborgen waterveiligheid, Regionale keringen (Normen compartimenteringdijken en voorlandkeringen(paragraaf 4.4.3 doelstelling 4) en Realiseren mooi en schoon water: het thema 'Water en natuur': opstelling beheerplannen voor Natura2000 gebieden, inclusief aanpak van verdroging (paragraaf 5.4.3, doelstelling 1) en het thema 'Vismigratie': opheffen vismigratieknelpunten (paragraaf 5.6.3).
3.5.3 Hoogheemraadschap van Delfland De Verenigde Vergadering van Delfland heeft in de vergadering van 10 maart 2022 het ‘Waterbeheerprogramma 2022-2027 (WBP6)’ vastgesteld. Dit document bevat de strategische beleidskaders voor de jaren 2022 t/m 2027. In het WBP6 zijn de waterbeheertaken van de waterschappen voor de komende zes jaar op een overzichtelijke wijze gepresenteerd via verschillende thema’s, die per thema concrete maatregelen bevat. In Waterbeheerprogramma 2022-2027 is ook het maatregelprogramma voor de Europese kaderrichtlijn water (KRW) opgenomen. Hierin staan de doelen en maatregelen die zijn opgesteld ten behoeve van de KRW en die worden opgenomen in het derde Stroomgebiedsbeheerplan Rijndelta. Het WBP6 beschrijft op hoofdlijnen welke maatregelen Delfland neemt om met genoemde uitdagingen om te gaan en zo het gebied veilig en leefbaar te houden. Delfland wil bijvoorbeeld wateroverlast als gevolg van extreem weer zoveel mogelijk voorkomen en de invloed van droogte op de hoeveelheid zoetwater verminderen. Watertoets
#61118275v1
Eén van de instrumenten om het nieuwe waterbeleid voor de 21e eeuw vorm te geven is de watertoets. Het doel van de watertoets is waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen bij alle waterhuishoudkundig relevante ruimtelijke plannen en besluiten. Delfland heeft de Handreiking Watertoets voor gemeenten opgesteld. In de Handreiking Watertoets (www.hhdelfland.nl/watertoets) worden de randvoorwaarden en uitgangspunten voor een plan per thema toegelicht en op welke wijze deze in het plan dienen te worden verwerkt.
3.5.4 Beleid en ambities gemeente Den Haag Om te zorgen dat de hierna beschreven Haagse ambities en eisen gerealiseerd worden, is er een stappenplan voor klimaatbestendig ontwerpen ontwikkeld. Het stappenplan biedt projectleiders, ontwerpers en beheerders van de gemeente en van externe partijen een handreiking voor acties en afwegingen. Als één van de eerste gemeenten in Nederland heeft Den Haag in 2012 een Uitvoeringsplan Klimaatbestendig gelanceerd (RIS252427). In de Haagse Nota Duurzaamheid 'Schone energie in een groene stad' (RIS301829) zijn de kaders voor duurzaamheid opgenomen. Deze Wegwijzer Den Haag klimaatbestendig is een uitwerking van het thema klimaatadaptatie. Haagse ambities en eisen extreme neerslag Korte, hevige buien zullen naar verwachting steeds vaker voorkomen. Dit klimaateffect heeft een grote impact in stedelijk gebied. Wateroverlast is bij deze extreme buien niet te voorkomen. Het is daarom niet de vraag of, maar vooral waar de wateroverlast zal optreden, en welke gevolgen te verwachten zijn. Zie 'Wegwijzer Den Haag Klimaatbestendig' en denhaag.nl/klimaatbestendig. Om de effecten van klimaatverandering voor Den Haag en mogelijke kwetsbaarheden inzichtelijk te maken werkt de gemeente met zogenaamde stresstestenkaarten voor extreme neerslag (inclusief begaanbaarheid wegen en waterschade), hitte en droogte.
Deze stresstestkaarten zijn te vinden op https://denhaag.klimaatmonitor.net/ Hoewel de stresstesten een goede indicatie geven van de kwetsbaarheden in de stad is het altijd van belang om per plek nader in te zoomen op de precieze problematiek en de mate van urgentie ervan.
Extreme neerslag
#61118275v1
Als algemene ambitie streeft de gemeente ernaar dat in 2050 in Den Haag bij een korte hevige bui van 70 mm in 1 uur (eens in 100 jaar in 2050 volgens huidig klimaatscenario KNMI/STOWA): 1. Er geen schade vanuit de openbare ruimte ontstaat aan gebouwen; 2. Vitale infrastructuur en nutsvoorzieningen blijven functioneren; 3. Routes en locaties voor hulpdiensten beschikbaar blijven. Uit de klimaatmonitor van de gemeente is ten aanzien van wateroverlast in figuur 3-1 een overzicht weergegeven.
Figuur 3-1 Wateroverlast 70mm 2022 (bron: denhaag.klimaatmonitor.net, kaart Extreme neerslag) Klimaatmonitor De gemeente heeft met deze klimaatmonitor de verwachte effecten van de klimaatverandering inzichtelijk gemaakt.