RIS319799 Bijlage 1. Programmabegroting 2025-2028
Tekst van het document
Programmabegroting
2025-2028
Besluit De raad van de gemeente Den Haag, Gezien het voorstel van het college van 03-09-2024, Besluit: I.
II. III. IV. V. VI.
Vast te stellen de Programmabegroting 2025-2028 (bijlage 1 en 2), in overeenstemming met de voorgelegde ontwerpbegroting 2025-2028, met een meerjarig eindsaldo van € 0,0 mln. na verrekening met de reserves; vast te stellen de bijgestelde begroting van het huidige uitvoeringsjaar 2024 (bijlage 3); in te stemmen met het verlengen, aanpassen, instellen en opheffen van de reserves (bijlage 4); in te stemmen met het meerjarig investeringsplan 2024-2028 (MIP); in te stemmen met het actualiseren van de in de begroting opgenomen activiteiten; in te stemmen met het actualiseren van de begrotingsindicatoren (bijlage 5);
Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van De griffier,
De voorzitter,
1
Reserves € 298
Belastingen € 284
Tarieven, leges en heffingen € 247
Overige inkomsten € 97
Huren en Pachten € 67
Rente en Dividend € 57
Grondexploitatie € 22
Inkomsten Gemeente Den Haag
€ 543 Specifieke uitkeringen
bedragen in miljoenen euro’s
€ 1.861 Gemeentefondsuitkering
€ 3.477 miljoen
Zorg, welzijn, jeugd en volksgezondheid € 733
Buitenruimte € 355
Sport € 72
Economie € 46
Mobiliteit € 128
Stadsontwikkeling en Wonen € 182
Stadsdelen, Integratie en Dienstverlening € 153
Financiën € 232
Overhead € 400
Uitgaven Gemeente Den Haag
€ 691 Werk en Inkomen
€ 151 Onderwijs
€ 151 Cultuur en Bibliotheek
€ 93 Openbare orde en Veiligheid
bedragen in miljoenen euro’s
€ 59 Duurzaamheid, Milieu en Energietransitie
€ 14 College en Bestuur
€ 18 Gemeenteraad
€ 3.477 miljoen
Inhoudsopgave Voorwoord .......................................................................................................................................................... 5 Samenstelling college van burgemeester en wethouders ................................................................................. 8 Leeswijzer ......................................................................................................................................................... 10
1 Algemeen ..................................................................................................................12 1.1 Overzicht Begroting ..................................................................................................................................... 12 1.2 Uitgangspunten budgettaire besluitvorming ............................................................................................. 16 1.3 Budgettaire besluitvorming ....................................................................................................................... 20 1.4 Kengetallen Den Haag ................................................................................................................................ 25
2 Programma's ........................................................................................................... 26 2.1 Gemeenteraad ............................................................................................................................................. 26 2.2 College en bestuur ....................................................................................................................................... 31 2.3 Duurzaamheid, milieu en energietransitie ............................................................................................... 35 2.4 Openbare orde en veiligheid ...................................................................................................................... 48 2.5 Cultuur en bibliotheek ............................................................................................................................... 55 2.6 Onderwijs ................................................................................................................................................... 68 2.7 Werk en inkomen ........................................................................................................................................77 2.8 Zorg, welzijn, jeugd en volksgezondheid ..................................................................................................
90 2.9 Buitenruimte ............................................................................................................................................. 110 2.10 Sport......................................................................................................................................................... 125 2.11 Economie ..................................................................................................................................................134 2.12 Mobiliteit .................................................................................................................................................143 2.13 Stadsontwikkeling en wonen .................................................................................................................. 153 2.14 Stadsdelen, integratie en dienstverlening .............................................................................................. 171 2.15 Financiën ................................................................................................................................................ 182 2.16 Overhead ................................................................................................................................................. 189
3 Paragrafen ..............................................................................................................195 3.1 Bedrijfsvoering .......................................................................................................................................... 195 3.2 Lokale heffingen ....................................................................................................................................... 203 3.3 Weerstandsvermogen .............................................................................................................................. 209 3.4 Onderhoud kapitaalgoederen .................................................................................................................. 218 3.5 Financiering.............................................................................................................................................. 225 3.6 Grondbeleid .............................................................................................................................................. 235 3.7 Verbonden partijen .................................................................................................................................. 244 3.8 Subsidies...................................................................................................................................................
249 3.9 Vastgoed ................................................................................................................................................... 253 3.10 Openbaarheid ......................................................................................................................................... 258
4 Financiële begroting ............................................................................................. 259 4.1 Overzicht baten en lasten per programma .............................................................................................. 259 4.2 Recapitulatie lasten, baten, toevoegingen en onttrekkingen per programma ...................................... 260 4.3 Gemeentelijke inkomsten ........................................................................................................................ 264 4.4 Standen reserves en voorzieningen ......................................................................................................... 267 4.5 Incidentele baten en lasten ...................................................................................................................... 269 4
Voorwoord Voor u ligt de begroting van de gemeente Den Haag voor de jaren 2025-2028. Deze begroting vormt het financiële en beleidsmatige kader voor de komende jaren. Den Haag voert een solide financieel beleid. De gemeente zoekt hierbij de balans tussen voorzichtig zijn wanneer dat moet en extra investeren wanneer dat kan en nodig is. Ook proberen we te komen tot meer evenwichtig financieel beleid door uitgangspunten of regels te herzien en aan te passen aan de veranderende omstandigheden van de afgelopen en komende jaren. Begroting structureel in evenwicht In de begroting van 2024-2027 resteerde nog een structureel tekort van € 19 mln. door de afname van het gemeentefonds. Doordat het gemeentefonds vanaf 2027 structureel mee gaat groeien met het BBP en de opschalingskorting is geschrapt kan dit tekort opgelost worden. Desalniettemin beschikken we vanaf 2025 over beduidend minder middelen dan we zouden hebben gehad als vast was gehouden aan de oude ‘trap-optrap-af-systematiek’. Het is noodzakelijk om in de komende jaren oog te houden voor een behoedzaam financieel beleid en de doeltreffend- en doelmatigheid van het beleid. In totaal laat het budgettair kader een voordeel zien dat oploopt van € 25,1 mln. in 2024 tot € 39,9 mln. in 2028.
Hier tegenover staan echter een groot aantal budgettaire knelpunten binnen het bestaande beleid als gevolg van onder andere prijsstijgingen en toename van de hoeveelheid en wijzigingen in de aard van het werk. Daarnaast zijn sommige knelpunten in de afgelopen jaren incidenteel opgelost, terwijl deze structureel zijn. Het grootste deel van het budgettair kader wordt ingezet om deze onvermijdelijke knelpunten op te lossen. Duurzaam investeren in de stad Naast het oplossen van knelpunten zijn er een aantal financiële ontwikkelingen die om een passend antwoord vragen. Den Haag heeft in het fysieke domein bijvoorbeeld te maken met een aantal financieringsbronnen die de komende jaren wegvallen. Op dit moment wordt een deel van de uitgaven tot en met 2030 gedekt uit de Enecoreserves. Dit betreft ook diverse projecten waar we cofinanciering vanuit het Rijk voor ontvangen. Daarnaast zijn er tekorten op de grondexploitaties door onder andere vertragingen vanwege bezwaarprocedures en de hoge inflatie, terwijl in het verleden de positieve resultaten op de grondexploitaties juist een dekkingsbron vormden binnen de begroting. Dit is al enkele jaren een punt van zorg. Tot slot zijn de apparaatslasten voor de stedelijke ontwikkeling niet structureel gedekt. Een deel van het budgettair kader wordt daarom ingezet om te kunnen blijven investeren in de stad.
Het gaat hierbij om het cofinancieringsfonds, actief grondbeleid, de structurele apparaatslasten voor de stedelijke ontwikkeling, structurele kapitaallasten voor nieuwe investeringen en voldoende middelen voor beheer en onderhoud. Begroting 2025-2028: eenvoudiger en duidelijker Naast besluitvorming over de inzet van de financiële middelen worden in deze begroting ook stappen gezet om de financiële huishouding en de sturing hierop te verbeteren en de inzichtelijkheid en daarmee de bruikbaarheid van de begroting te verbeteren. Als onderdeel van de contourenbrief actualisatie financieel beleid (RIS318378) is deze programmabegroting op vier onderdelen vereenvoudigd en verduidelijkt:
• •
• •
De programmateksten zijn beter gestructureerd via de drie W-vragen (wat willen we bereiken? wat gaan we daarvoor doen? en wat mag dat kosten?). Op deze manier wordt de samenhang tussen de gemeentelijke doelen, activiteiten en budgetten duidelijker. De tabellen in de programmateksten zijn meerjarig gemaakt. Tot nu toe hadden de tabellen in de programmateksten alleen betrekking op het eerste jaar. Door de tabellen meerjarig te maken wordt het budgettair inzicht vergroot, omdat hiermee zichtbaar wordt hoe een budget zich over de looptijd van de begroting ontwikkelt. Gelijktijdig met deze begroting ontvangt u een 'activiteitenboek', dat extra inzicht biedt in de opbouw van de budgetten per activiteit. Hoofdstuk 1 van de begroting is herzien, zodat dit een zelfstandig leesbaar hoofdstuk is dat meer inzicht geeft in de financiële positie van de gemeente.
Deze veranderingen moeten bijdragen aan een steeds verbeterende informatievoorziening aan de raad en het inzicht in de begroting helpen vergroten. Het budgetrecht is immers één van de belangrijkste rechten van de raad. Naast het vereenvoudigen en verduidelijken van de begroting zijn als onderdeel van de contourenbrief de spelregels voor het cofinancieringsfonds in deze begroting uitgewerkt. Tot slot wordt het financieel beleid vereenvoudigd door de areaalsystematiek te beëindigen en is zoals aangekondigd naar aanleiding van ‘het doelmatigheidsonderzoek financiële risico’s’ een voorstel uitgewerkt om het weerstandsvermogen te vereenvoudigen en meerjarig stabiel te maken (RIS311212). 5
Actualisatie begroting 2024 Ook de begroting van het lopende jaar (2024) is geactualiseerd. In bijlage 3 is een volledig overzicht gegeven van alle wijzigingen van het lopende jaar. Naast de wijzigingen die in hoofdstuk 1 toegelicht worden betreft dit verschillende budgetneutrale bijstellingen. In bijlage 3 worden alle mutaties groter dan € 2,5 mln. in 2024 toegelicht. De begroting 2025-2028 en de actualisatie van 2024 dienen in samenhang te worden bezien. Het college van burgemeester en wethouders
6
7
Samenstelling college van burgemeester en wethouders
Jan van Zanen, Burgemeester Portefeuille: Openbare orde en veiligheid, Algemene bestuurlijke aangelegenheden en Representatie 2 College en Bestuur 4 Openbare orde en veiligheid 14 Stadsdelen, integratie en dienstverlening
Robert van Asten Portefeuille: Stedelijke Ontwikkeling, Bibliotheken en Europa 5 Cultuur en Bibliotheek 11 Economie 13 Stadsontwikkeling en wonen Stadsdeelwethouder Segbroek
Saskia Bruines Portefeuille: Financiën, Cultuur en Economische ontwikkeling 5 Cultuur en Bibliotheek 11 Economie 15 Financiën Stadsdeelwethouder Scheveningen
Mariëlle Vavier Portefeuille: Armoede, Inclusie, Zorg en Internationale Zaken 7 Werk en Inkomen 8 Zorg, welzijn, jeugd en volksgezondheid 11 Economie 14 Stadsdelen, integratie en dienstverlening Stadsdeelwethouder Laak
Arjen Kapteijns Portefeuille: Engerietransitie, Mobiliteit en Grondstoffen 3 Duurzaamheid, Milieu en Engerietransitie 9 Buitenruimte 12 Mobiliteit Stadsdeelwethouder Centrum
Robert Barker Portefeuille: Buitenruimte, Dierenwelzijn en Milieu 3 Duurzaamheid, milieu en energietransitie 9 Buitenruimte Stadsdeelwethouder Haagse Hout
Martijn Balster Portefeuille: Volkshuisvesting, Welzijn, Wijken en Zuidwest 8 Zorg, welzijn, jeugd en volksgezondheid 13 Stadsontwikkeling en Wonen 14 Stadsdelen, integratie en dienstverlening Stadsdeelwethouder Escamp
Hilbert Bredemeijer Portefeuille: Onderwijs, Jeugd, Sport en Dienstverlening 6 Onderwijs 8 Zorg, welzijn, jeugd en volksgezondheid 10 Sport 14 Stadsdelen, integratie en dienstverlening 16 Overhead Stadsdeelwethouder Loosduinen
Nur Icar Portefeuille: MKB, Werk en Participatie 7 Werk en inkomen 11 Economie 14 Stadsdelen, integratie en Dienstverlening Stadsdeelwethouder Leidschenveen-Ypenburg
Leeswijzer Inleiding De programmabegroting 2025-2028 omvat meerdere hoofdstukken. Na het inleidende hoofdstuk 1 met daarin een toelichting op de belangrijkste keuzes en actualiteiten met betrekking tot de programmabegroting, vindt u de beleidsbegroting met de diverse beleidsprogramma’s in hoofdstuk 2, een schets van de bedrijfsvoering van de gemeente en een aantal paragrafen over lokale heffingen, weerstandsvermogen en overige relevante thema’s in hoofdstuk 3 en de financiële begroting met onder meer de gemeentelijke inkomsten in hoofdstuk 4. Beleidsbegroting In hoofdstuk 2 zijn de beleidsprogramma’s in termen van de doelstelling, ambitie en activiteiten in 2025 beschreven. Aan de hand van de prestatie- en effectindicatoren kan de raad beoordelen in hoeverre deze doelen worden behaald. In ieder afzonderlijk programma worden ambities en acties concreet uitgewerkt en daarmee geeft ieder programma inzicht in de verwachtingen op de afzonderlijke deelterreinen. Verder worden beleid en geld in meerjarig perspectief gepresenteerd. Deze uitwerking per programma gebeurt binnen het stramien van de drie w-vragen zoals voorgeschreven in het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV): wat willen we bereiken?, wat gaan we daarvoor doen? en wat gaat dat kosten?. Ook worden de verwachtingen voor wat betreft projecten en processen in de beleidsprogramma’s opgenomen.
Tot slot worden per programma de beschikbare financiële middelen voor 2025 voor de gemeentelijke inspanningen getoond. Ieder programma bevat een meerjarenoverzicht van de programmatotalen (op lasten en baten) en de totalen van de reserves, de voorzieningen en de investeringen. Prestatie-indicatoren, effectindicatoren en BBV-indicatoren In de beleidsbegroting worden de door de gemeente bepaalde prestatie- en effectindicatoren en de vanuit het Rijk verplichte BBV-indicatoren opgenomen. In de online bijlage vindt u de bronnen en de toelichtingen hiervan. Daarnaast geven kengetallen inzicht in de feitelijke ontwikkelingen in de stad over bijvoorbeeld bevolkingsomvang, aantal huishoudens en leeftijdsopbouw; die vindt u in de infographic in hoofdstuk 1. De financiële kengetallen zijn opgenomen in de paragraaf weerstandsvermogen. Programma op hoofdlijnen In ieder programma is het onderdeel ‘programma op hoofdlijnen’ opgenomen. Hier vindt u een schets van de samenstelling van het programmabudget (lasten en baten) in financiële en in beleidsmatige zin. Overzicht overhead Een andere verplichting die voortvloeit uit het BBV is een overzicht van de zogenoemde overhead in de gemeentelijke organisatie; hieronder worden begrepen de ondersteunende functies in de gemeentelijke organisatie voor onder andere ICT en personeel en de leidinggevende functies in het primair proces.
In combinatie met het apparaatslastenoverzicht krijgt de raad meer inzicht in de omvang en de kosten van de gemeentelijke organisatie. Hoofdstuk bedrijfsvoeringsparagraaf en overige paragrafen Hoofdstuk 3 is de door het BBV verplicht gestelde hoofdstuk over de bedrijfsvoering en overige paragrafen. In bedrijfsvoeringsparagraaf staan belangrijke uitgangspunten van de interne bedrijfsvoering in de gemeentelijke organisatie voor de komende jaren. De overige paragrafen geven gebundelde informatie over thema’s die anders te gefragmenteerd aan de orde zouden komen. Deze informatie wordt door zowel bestuur als toezichthouders belangrijk gevonden om de financiële positie van de gemeente te kunnen beoordelen. De paragrafen lokale heffingen, weerstandsvermogen, onderhoud kapitaalgoederen, verbonden partijen, grondbeleid en financiering zijn verplicht voorgeschreven in het BBV. Hoofdstuk met de financiële begroting De financiële begroting in hoofdstuk 4 geeft evenals in de voorgaande jaren aandacht aan de financiële positie van de gemeente Den Haag per programma. Ieder programma bevat het overzicht van lasten en baten op een gedetailleerd niveau en het overzicht van de ontwikkeling op de gemeentelijke reserves en de besteding uit voorzieningen. Daarnaast geeft ieder programma de aansluiting weer met voorgaande begroting.
10
Bijlagen online beschikbaar Om de leesbaarheid van het boek verder te verbeteren worden diverse bijlagen voortaan alleen beschikbaar gesteld op het portaal van de gemeente Den Haag (financien.denhaag.nl). Het gaat om de volgende gemeentebrede overzichten: • Bijlage Begrotingsregels • Bijlage Enecoreserves • Bijlage Grote Projecten • Bijlage Begroting per activiteit • Bijlage Begroting per taakveld • Bijlage Gemeentelijk tarieven • Bijlage Specificatie financiële vaste activa • Bijlage Specificatie materiële vaste activa en kapitaallasten • Bijlage Meerjaren investeringenplan • Bijlage Verloopoverzicht reserves • Bijlage Doelen, looptijden en maximale hoogtes reserves • Bijlage Voorzieningen • Bijlage Reserve Allocatie incidentele middelen (nieuw beleid) 2025-2028 • Bijlage Herfaseringen • Bijlage bronnen en toelichting Dit boekwerk is ook digitaal beschikbaar op hetzelfde portaal.
11
1 Algemeen 1.1 Overzicht Begroting Gemeenten werken met een stelsel van baten en lasten. Dat betekent dat inkomsten en uitgaven moeten worden toegerekend aan het begrotingsjaar waarop zij betrekking hebben. Baten bestaan uit onttrekkingen uit reserves en inkomsten, zoals bijvoorbeeld middelen die we van het Rijk ontvangen of belastinginkomsten. De lasten bestaan uit toevoegingen aan reserves en uitgaven zoals het onderhoud van wegen of uitgaven voor de jeugdzorg. De totale lasten (inclusief onttrekkingen uit reserves) en de totale baten (inclusief toevoegingen aan reserves) zijn altijd gelijk aan elkaar.
Meerjarige ontwikkeling Baten Den Haag is een grote gemeente. Hier horen grote opgaven en omvangrijke lasten en investeringen bij. De baten (inkomsten) bedragen in 2025 naar verwachting € 3,48 mld. De inkomsten komen grotendeels vanuit het Rijk. Het gaat hierbij om de gemeentefondsuitkering (€ 1,86 mld.) en de middelen die we van het Rijk ontvangen met een specifiek bestedingsdoel, zoals de budgetten voor bijstand. Een deel van de inkomsten komt van burgers en bedrijven. Dit zijn belastingen zoals OZB, parkeer- en toeristenbelastingen die de gemeente zelf heft. Daarnaast ontvangt de gemeente inkomsten uit tarieven voor activiteiten zoals de afgifte van vergunningen, ophalen van huisvuil en het verstrekken van paspoorten. Verder wordt een deel van de activiteiten bekostigd uit de reserves. Figuur 1. Ontwikkeling baten (€ in mln.)
Figuur 1 laat zien hoe de inkomsten van Den Haag zich over de jaren heen ontwikkelen. De grootste inkomstenbron is het gemeentefonds. De hoogte van het gemeentefonds neemt de komende jaren toe van € 1,744 mld. in 2023 naar € 1,951 mld. in 2028. Deze toename is grotendeels het gevolg van de compensatie die gemeenten krijgen van het Rijk voor loon- en prijsstijgingen (nominale deel). Ook het volume deel van het gemeentefonds, dat wat extra is, neemt tot en met 2025 toe. Zoals toegelicht in de voorjaarsnota (RIS319191) daalt de hoogte van het gemeentefonds echter in 2026 ten opzichte van 2025. Deze afname komt doordat het Rijk eind 2021 heeft besloten dat het gemeentefonds vanaf 2026 niet meer meegroeit met de rijksuitgaven (trap-op-trap-af-systematiek). Vanaf 2027 groeit het gemeentefonds weer op basis van de nieuwe systematiek (BBP-groei). Op totaalniveau nemen de inkomsten over de jaren af. Dit komt doordat de inzet van reserves en de ontvangsten van het Rijk voor specifieke uitkeringen over de tijd afneemt. De inkomsten uit de specifieke uitkeringen nemen af omdat specifieke uitkeringen in de meeste gevallen een korte looptijd hebben. Ook is
12
het rijk voornemens de specifieke uitkeringen af te schaffen en de middelen, met een korting van 10%, toe te voegen aan het gemeentefonds. Hoe dit precies vormgegeven wordt is op dit moment nog niet bekend.
Meerjarige ontwikkeling Lasten Figuur 2 laat zien hoe de uitgaven zich meerjarig ontwikkelen. De lasten (uitgaven) bedragen in 2025 naar verwachting: € 3,48 mld. In het meerjarig beeld blijven de begrote lasten exclusief toevoegingen aan reserves in de begroting de komende jaren stabiel. De grootste uitgaven vinden zich plaats in het sociaal domein, met name voor werk en inkomen, en zorg, welzijn, jeugd en volksgezondheid. Voor werk en inkomen gaat het o.a. om uitgaven voor bijstandsverlening en inkomensvoorzieningen. De uitvangen voor zorg, welzijn, jeugd en volksgezondheid hebben o.a. betrekking op uitgaven voor WMO-voorzieningen, jeugdhulp, jeugdgezondheidszorg en beschermd wonen. Andere grote uitgavenposten zijn de fysieke omgeving (buitenruimte, mobiliteit, stadsontwikkeling en duurzaamheid) en de overhead. In hoofdstuk 2 wordt uitgebreid ingegaan op de manier waarop het geld wordt ingezet. Figuur 2. Ontwikkeling lasten (€ in mln.)
Meerjarige ontwikkeling structureel saldo Figuur 3 laat zien hoe het structurele saldo van de gemeente zich ontwikkelt. De begroting bestaat uit structurele en uit incidentele baten en lasten. Het structurele saldo zijn de structurele baten minus de structurele lasten. In lijn met de begrotingsspelregels, moeten de structurele lasten structureel gedekt worden. In paragraaf 4.5 wordt uitgebreid toegelicht hoe het structurele saldo is berekend. Het structurele saldo is elk jaar positief met uitzondering van 2026. Dit betekent dat de structurele uitgaven in 2026 voor een deel zijn gedekt met incidentele inkomsten, zoals onttrekkingen uit reserves. Dit komt doordat de inkomsten uit het gemeentefonds in 2026 afnemen en vervolgens weer toenemen. De uitgaven dalen in 2026 echter niet, maar blijven over de jaren heen stabiel, zoals figuur 2 laat zien. Het negatieve saldo in 2026 wordt opgevangen met de (verwachte) voordelen uit de jaren 2023 t/m 2025. In 2027 en 2028 is het structureel saldo weer positief, de begroting is hiermee structureel in evenwicht.
13
Figuur 3. Ontwikkeling structureel saldo (€ in mln.)
Meerjarige ontwikkeling reserves Figuur 4 laat zien dat de reserves van de gemeente de komende jaren naar verwachting afnemen. De daling van de reserves komt vooral door de (beleidsmatige) inzet van de overige bestemmings- en Enecoreserves. Een gemeente heeft ten eerste reserves om tegenvallers op te kunnen vangen zonder direct over te hoeven gaan op bezuinigingen of lastenverhogingen. Voor deze rol is met name het weerstandsvermogen bedoeld, waarvan de algemene reserve de belangrijkste reserve is. Het beschikken over een toereikende algemene reserve draagt eraan bij dat de gemeente een stabiel beleid kan voeren. Een toereikende algemene reserve draagt eraan bij dat bij tegenvallers niet ogenblikkelijk aanvullende maatregelen getroffen moeten worden. Het weerstandsvermogen blijft de komende jaren stabiel. Ook de activareserve, een reserve ter dekking van kapitaallasten, blijft de komende jaren stabiel. De overige bestemmings- en Enecoreserves worden de komende jaren beleidsmatig ingezet en nemen daarom af. De reserves zijn daar ook voor bedoeld. Belangrijk is dat de reserves niet ingezet worden voor structurele uitgaven, omdat de reserves maar één keer kunnen worden uitgegeven. De reserves worden in de programmabegroting daarom enkel ingezet voor incidentele uitgaven. In programma 15 wordt verder ingegaan op de ontwikkeling van de Enecoreserves.
14
Figuur 4. Meerjarige ontwikkeling reserves (€ in mln.)
Meerjarige ontwikkeling Investeringen Figuur 5 laat zien hoe de investeringen zich over de jaren heen ontwikkelen. De investeringen die Den Haag t/m 2023 heeft afgerond vertegenwoordigen een waarde van ruim € 2 mld. Deze investeringen zijn in de begroting gedekt met kapitaallasten. De kapitaallasten bestaan uit de rente en afschrijvingen. De waarde van deze investeringen nemen jaarlijks af door de jaarlijkse afschrijvingen. Tegenover deze afschrijvingen staan nieuwe investeringen. In het meerjarige investeringsplan (MIP) staat een overzicht van de geplande investeringen voor de jaren 2024 t/m 2028. Dit overzicht is als bijlage bij de begroting toegevoegd. Tot en met 2026 nemen de totale investeringen toe. Daarna stabiliseert de totale waarde van de investeringen. Hierbij is echter nog geen rekening gehouden met de reservering van circa € 250 mln. die in deze begroting is gemaakt voor nieuwe investeringen. In paragraaf 1.3 (investeren in de stad) wordt dit nader toegelicht. Figuur 5. Meerjarige ontwikkeling Investeringen (€ in mln.)
15
1.2 Uitgangspunten budgettaire besluitvorming Uitgangspunt voor deze begroting zijn de 10 begrotingsregels (bijlage 1) en de financiële verordening (RIS300591). Daarnaast wordt in deze begroting voorgeteld om een aantal uitgangspunten en regels en aan te passen om in te spelen op de veranderende omstandigheden en om het financieel beleid te vereenvoudigen en verduidelijken.
Spelregels cofinancieringsfonds
Het doel van het cofinancieringsfonds is om middelen van externe partijen (zoals het Rijk en de EU) voor de (grote) fysieke en sociale opgaven in de stad aan te trekken, waarvoor cofinanciering vanuit de gemeente een vereiste is. Het cofinancieringsfonds is daarmee een instrument om snel te kunnen inspelen op samenwerkingsmogelijkheden die de financiële slagkracht van de gemeente Den Haag vergroten. In de contourenbrief actualisatie financieel beleid (RIS314462) heeft het college aangekondigd een steviger cofinancieringsfonds te organiseren en zijn een aantal uitgangspunten gedefinieerd. Deze uitgangspunten zijn verder uitgewerkt en vertaald in vijf spelregels over wanneer een beroep gedaan kan worden op middelen uit het cofinancieringsfonds en hoe het cofinancieringsfonds gevoed wordt. De volgende vijf spelregels worden voorgesteld:
1.
2.
3.
4.
5.
De middelen uit het cofinancieringsfonds worden vooraf niet gecompartimenteerd. Op deze manier kan integraal besloten worden over de inzet van de middelen en blijft maximale flexibiliteit behouden om op kansen in te spelen. De besluitvorming over het onttrekken van middelen uit het cofinancieringsfonds vindt jaarlijks integraal plaats als onderdeel van de begroting. Als sprake is van een kans op een substantiële cofinanciering kan tussentijds een voorstel aan de raad worden voorgelegd. Het cofinancieringsfonds wordt als volgt gevoed: o Incidenteel € 8 mln. in deze begroting o 25% van toekomstige jaarrekeningoverschotten o Oplopend tot structureel € 8,3 mln. vanaf 2026 als gevolg van de vrijval reservering areaal Voordat een beroep gedaan kan worden op het cofinancieringsfonds moet eerst naar de dekkingsmogelijkheden binnen de eigen programma's gekeken worden. Hierbij geldt het uitgangspunt dat maximaal 50% van de vereiste cofinanciering die Den Haag moet financieren uit het cofinancieringsfonds gedekt wordt. Hier kan in uitzonderlijke gevallen van afgeweken worden. Dit geldt bijvoorbeeld als een programma niet over structurele middelen beschikt en er ook geen reserves binnen het programma beschikbaar zijn. Voor een beroep op het cofinancieringsfonds geldt een minimale bijdrage uit het cofinancieringsfonds van € 0,5 mln.
Bovenstaande spelregels zullen ook worden verwerkt in de financiële verordening die in het najaar aan de raad wordt aangeboden.
Voeding cofinancieringsfonds Tot nu toe is er € 55 mln. toegevoegd aan het cofinancieringsfonds. Onderstaande tabel laat zien hoe de totale beschikbare middelen in het cofinancieringsfonds de komende jaar toenemen conform de voorgestelde spelregels. Tot en met 2030 minimaal komt minimaal € 110 mln. in het cofinancieringsfonds beschikbaar door de incidentele toevoeging van € 8 mln. en de toevoegingen van de vrijval areaal. Daarnaast wordt jaarlijks 25% van het overschot van de algemene reserve toegevoegd. In deze begroting (stand 2024) is er in totaal € 65,695 mln.
16
Tabel 1. Voeding cofinancieringsfonds Cofinancieringsfonds Toevoeging incidenteel € 8 mln. Toevoeging 2024 vrijval areaal Toevoeging 25% jaarrekeningresultaat 2024 Toevoeging 2025 vrijval areaal Toevoeging 25% jaarrekeningresultaat 2025 Toevoeging 2026 vrijval areaal Toevoeging 25% jaarrekeningresultaat 2026 Toevoeging 2027 vrijval areaal Toevoeging 25% jaarrekeningresultaat 2027 Toevoeging 2028 vrijval areaal Toevoeging 25% jaarrekeningresultaat 2028 Toevoeging 2029 vrijval areaal Toevoeging 25% jaarrekeningresultaat 2029 Toevoeging 2030 vrijval areaal Totaal (nog niet bestemd)
55.000 8.000 2.695 PM 5.462 PM 8.229 PM 8.229 PM 8.229 PM 8.229 PM 8.229 112.302
Inzet cofinancieringsfonds In deze begroting neemt de hoogte van het cofinancieringsfonds toe van € 55 mln. naar € 65,7 mln. Zoals hierboven toegelicht zal de hoogte van het cofinancieringsfonds de komende jaren verder toenemen. In onderstaande tabel is weergegeven hoe het cofinancieringsfonds wordt ingezet. Onder de tabel worden de wijzigingen ten opzichte van de begroting 2024-2027 toegelicht. Ten opzichte van de begroting 2024-2027 zijn de volgende aanvullende reserveringen gemaakt:
•
•
•
•
•
De reservering voor Europese subsidies is verhoogd van € 2,4 mln. naar € 3,5 mln. De verhoging van € 1,1 mln. bestaat uit een en bijdrage van € 0,993 mln. uit het Cofinancieringsfonds aan het project ‘Scholingsfonds Haaglanden leert door’ (RIS318511) en € 0,122 mln. voor het project ‘E6: Ecosystems for Extended-lifetime of End-of-Use Electrical and Electronic Equipment’ (RIS318461). De reservering voor het volkshuisvestingsfonds is verhoogd met € 0,282 mln. voor de isolatie van 250 extra woningen. Vanuit de reserve Duurzaamheid en energietransitie wordt € 0,14 mln. extra bijgedragen en vanuit reserve Extra Impuls voor betaalbaar wonen wordt ook € 0,14 mln. extra bijgedragen. De bijdrage uit het cofinancieringsfonds voor het programma invoering nieuwe tram is verhoogd van € 1,5 mln. naar € 3,010 mln. De verwachte extra kosten voor tramlijnen 6 en 12 bedragen € 6 mln. Den Haag betaalt hier conform de samenwerkingsovereenkomst € 4,8 mln. van. De benodigde extra bijdrage wordt voor € 3,3 mln. uit het eigen programma gedekt en het resterende bedrag van € 1,5 mln. uit het cofinancieringsfonds. Voor de opgave verduurzamen gemeentelijk vastgoed zijn rijksmiddelen beschikbaar met de subsidie Duurzaam Maatschappelijk Vastgoed (Dumava). Er is een subsidie van in totaal € 1,33 mln. voor zes gemeentelijke gebouwen. Dit is circa 30% van de totale investering. De resterende € 2,7 mln.
wordt voor € 1,35 mln. gedekt met eigen middelen en voor € 1,35 mln. uit het cofinancieringsfonds. Daarnaast is eerder besloten om voor een vergelijkbare Dumava subsidie € 0,991 mln. vanuit het cofinancieringsfonds beschikbaar te stellen voor de verduurzaming van het pand gelegen aan het Constant Rebecqueplein dat wordt verhuurd aan de stichting DCR (RIS318533). Het verplaatsten van het Gasoverslagstation op de Binckhorst is noodzakelijk om geuroverlast te voorkomen voor de huizen die gebouwd worden. De totale kosten bedragen € 5,4 mln. Er is voor € 1,1 mln. aan subsidie verkregen van het ministerie BZK (gebiedsbudget BZK 2023). € 2,9 komt uit eigen middelen vanuit programma Stadsontwikkeling (Reserve Stedelijke Ontwikkeling Stadsontwikkeling). Het resterende deel van € 1,4 mln. wordt gedekt uit het cofinancieringsfonds.
17
Tabel 2. Inzet cofinancieringsfonds Cofinancieringsfonds Zuidwest Europese subsidies Volkshuisvestingsfonds Renovatie binnenhof Park Transvaal Programma invoering nieuwe tram Verduurzaming Dumava subsidies Verplaatsen gasoverslagstation Totaal (nog niet bestemd)
65.695 15.000 3.500 6.282 1.500 3.700 3.010 2.241 1.400 29.062
Areaalsystematiek Met de areaalsystematiek wordt de begroting op basis van een vast verdeelmodel verhoogd voor volumeontwikkelingen (areaalgroei). Op basis van prognoses van het aantal inwoners en het aantal woningen worden ruim 50 begrotingsactiviteiten op basis van een vast verdeelmodel verhoogd. De afgelopen jaren ging het jaarlijks om een bedrag van circa € 2,5 mln. op basis van de systematiek die in 2019 is herijkt (RIS302477).Vorig jaar is besloten om de areaalsystematiek tot en met 2026 te laten vervallen omdat er geen dekking beschikbaar was doordat het volumeaccres was vastgezet, en te bezien hoe de areaalsystematiek vanaf 2027 toegepast zou worden (RIS315797). Voorgesteld wordt de areaalsystematiek te beëindigen vanwege de volgende nadelen:
• De areaalsystematiek is een theoretische benadering. Er wordt niet gekeken of de kosten daadwerkelijk zijn gestegen. Ook stijgen de kosten in de praktijk zelden lineair, zoals in het model wordt verondersteld. • Middelen die via de areaalsystematiek beschikbaar worden gesteld worden in de praktijk vaak ingezet voor andere doeleinden (knelpunten, wensen). • De berekende meerkosten uit het model ontwikkelen zich anders dan de dekking (gemeentefonds, belastinginkomsten). Areaalcompensatie kan hierdoor een groot deel van de budgettaire ruimte opslokken of bijdragen aan een tekort op de begroting. • Ondanks de areaalsystematiek waren er de afgelopen jaren extra middelen nodig die samenhangen met de groei van de stad. Bijvoorbeeld extra middelen voor de IHP’s, MJPK, en beheer- en onderhoud. In plaats van de huidige areaalsystematiek zal de volgende alternatieve werkwijze worden toegepast:
• Knelpunten die samenhangen met de groei van de stad maken onderdeel uit van de begrotingsvoorbereiding. Over toekenning van extra middelen vindt expliciete bestuurlijke besluitvorming plaats, net zoals voor andere knelpunten. • Voor beheer en onderhoud van de fysieke ruimte worden in deze begroting extra middelen beschikbaar gesteld oplopend tot structureel € 3 mln. in 2028. Vanaf 2029 nemen de middelen daarnaast met € 0,5 mln. per jaar toe. • Als onderdeel van de contourenbrief wordt een investeringsbegroting uitgewerkt. Onderdeel hiervan is om tot een kader te komen hoe besloten wordt over nieuwe investeringen. Hierbij worden ook de beheer- en onderhoudskosten van deze investeringen meegenomen.
Weerstandsvermogen Naar aanleiding van het doelmatigheidsonderzoek (DMO) financiële risico’s is besloten om een kadernota weerstandsvermogen op te stellen. Uitgangspunt hierbij is eenvoud en stabiliteit:
• •
Eenvoud, zodat keuzes uitlegbaar zijn. Stabiliteit, zodat het weerstandsvermogen niet bij ieder budgettair besluitvormingsmoment tot aanpassingen leidt. Hieronder worden de hoofdlijnen van de aangepaste werkwijze toegelicht. De huidige werkwijze wordt grotendeels voortgezet. Daarnaast worden er twee aanpassingen gedaan om de eenvoud en stabiliteit te vergroten. De aanpassingen worden verder uitgewerkt in de kadernota weerstandsvermogen en worden verwerkt in de financiële verordening, zodat de nieuwe systematiek per 1 januari 2025 in kan gaan. De beschikbare weerstandscapaciteit beperken tot de algemene reserve en de post onvoorzien De werkwijze wordt vereenvoudigd, door de benodigde weerstandscapaciteit te beperken tot de algemene reserve en de post onvoorzien. Andere reserves die nu nog tot de beschikbare weerstandscapaciteit worden 18
gerekend (zoals de risicoreserve Grondbedrijf en de onderhoudsreserve voor sportaccommodaties), zijn een risicoafdekking voor specifieke risico’s en zijn dus niet bedoeld – en ook niet meer inzetbaar – voor overstijgende risico’s die zijn opgenomen in de weerstandsparagraaf. Die reserves laten we voortaan buiten de beschikbare weerstandscapaciteit en worden separaat in beeld gebracht. Daarmee wordt duidelijker welke middelen (algemene reserve en de post onvoorzien) beschikbaar zijn voor de overstijgende risico’s. De weerstandscapaciteit stabieler maken Op dit moment wordt de benodigde weerstandscapaciteit twee keer per jaar opnieuw berekend met behulp van een rekenmodel (Monte Carlo), nadat de belangrijkste risico’s in kaart zijn gebracht. Dit is een intensief en ingewikkeld proces dat uiteindelijk slechts tot kleine verschillen leidt. Om meer rust en voorspelbaarheid in de cijfers en het proces te creëren wordt voorgesteld om de beschikbare weerstandscapaciteit voor drie jaar vast te stellen. Dit wil zeggen dat de hoogte van de algemene reserve voor drie jaar wordt vastgesteld. Voor de komende drie jaar wordt voorgesteld de beschikbare weerstandscapaciteit vast te stellen op € 102 mln., gelijk aan 3% van het begrotingstotaal (exclusief reserves). Dit is in lijn met de programmareserves, die gemaximeerd zijn op 3% van het begrotingstotaal van het desbetreffende programma.
De benodigde weerstandscapaciteit wordt nog wel gemonitord, door de benodigde weerstandscapaciteit twee maal per jaar te blijven berekenen. Kleine wijzigingen in de uitkomst van het model leiden echter niet meer tot een wijziging van de vastgestelde beschikbare weerstandscapaciteit. De hoogte van de algemene reserve blijft hiermee stabiel. Hiermee ontstaat rust in de cijfers en wordt de begroting meerjarig stabieler. Bij een grote afwijking (>20%) tussen de berekende en vastgestelde weerstandscapaciteit wordt bij de begroting een voorstel tot aanpassing van de vastgestelde weerstandscapaciteit ingebracht.
Reserve grondbedrijf In de begroting zijn de ontwikkelingen op grondexploitaties verwerkt en wordt een actueel inzicht gegeven van de meerjarige ontwikkelingen op de grondexploitatieportefeuille en de toereikendheid van de reserve grondbedrijf om risico's op te vangen. Bij de programmarekening 2023 was geconstateerd dat de weerstandscapaciteit voor de grondexploitaties ontoereikend was en de reserve grondbedrijf op € 0 mln. stond. Op basis hiervan wordt bij deze begroting een bijdrage van € 6,7 mln. aan de reserve grondbedrijf voorgesteld, zodat de reserve grondbedrijf weer op toereikend niveau kan komen. De totale berekende weerstandscapaciteit komt uit op € 61 mln. De weerstandscapaciteit bestaat uit de reserve grondbedrijf plus de verwachte positieve resultaten op grondexploitaties. De benodigde weerstandscapaciteit op basis van de project- en portefeuillerisico’s moet tussen de € 56 mln. en € 73 mln. bedragen. De weerstandscapaciteit wordt dus € 5 mln. boven de ondergrens geprognosticeerd. De weerstandscapaciteit is verbeterd door het aanvullen van de reserve grondbedrijf, het vaststellen van de grondexploitatie CE-118 Juliana van Stolberglaan 1 en de jaarlijkse actualisatie van het rentepercentage met een positief effect van € 4,9 mln.
Een gedetailleerde onderbouwing met projectrapportages die ingaan op de ontwikkeling op begroting, bouwprogramma en risico's voor de grootste grondexploitaties wordt gegeven in de Meerjarenprognose Grondexploitaties 2024 (MPG). De MPG wordt, gelijktijdig met de begroting, vastgesteld door het college en wordt ter kennisname aangeboden aan de raad.
Financiële controle uitgaven en ontvangsten In de programmarekening 2023 was er op vier onderdelen van de begroting sprake van omvangrijke financiële afwijkingen. Het gaat om een nadeel van € 29,9 mln. op de grondexploitaties, een voordeel van € 23,4 mln. op de Wmo, een nadeel van € 21,6 mln. op de jeugdzorg en een voordeel van € 15,4 mln. op parkeren. Deze grote afwijkingen geven aanleiding om deze uitgaven en inkomsten nauwlettend te volgen. Daarom zal bij de behandeling van de reguliere P&C-stukken in het college het financiële verloop van deze onderwerpen expliciet besproken worden en zal de raad hierover via de reguliere P&C-stukken worden geïnformeerd.
19
1.3 Budgettaire besluitvorming Op 18 juni is de voorjaarsnota aan de gemeenteraad aangeboden (RIS319191). Het budgettair kader van de voorjaarsnota vormt het vertrekpunt van deze begroting. In totaal is er oplopend van € 25,1 mln. in 2024 tot structureel € 39,9 mln. vanaf 2028 beschikbaar. Hier bovenop is er incidenteel € 5 mln. beschikbaar, omdat de algemene reserve € 5 mln. hoger is dan benodigde weerstandscapaciteit (€ 102 mln.) zoals toegelicht in paragraaf 1.2. In deze begroting wordt voorgesteld om de beschikbare middelen als volgt in te zetten:
1. 2.
Structurele knelpunten worden opgelost zodat de begroting structureel in evenwicht is en wordt voldaan aan onze spelregels. Middelen zijn vrijgemaakt om te kunnen blijven investeren in de stad, zodat we het voorzieningsniveau en de fysieke omgeving van de stad minimaal op het niveau kunnen houden zoals die nu is. Onderdeel hiervan is voldoende middelen voor beheer en onderhoud die meegroeit met de groei van de stad.
De bovenstaande stappen om te komen tot een sluitende meerjarenbegroting zijn in tabel 1 weergegeven. In de tabel zijn extra uitgaven weergeven met een min (-/-), omdat hiermee het budgettair kader wordt belast. Met een kasschuif zijn de middelen over de jaarschijven verdeeld, zodat elk jaar sluitend blijft. Tabel 3. Totaaloverzicht budgettaire besluitvorming Bedragen in €1.000 2024 Budgettair kader voorjaarsnota 25.111 Weerstandsvermogen (paragraaf 1.2) Knelpunten (tabel 4) -46.088 Investeren in de stad (tabel 5) -6.570 Kasschuif (per saldo 0) 27.547 Totaal
0
2025 25.046 5.000 -25.146 -1.700 -3.200
2026 36.753
2027 38.553
2028 39.903
-22.561 -3.000 -11.192
-19.251 -6.400 -12.902
-17.551 -22.100 -252
0
0
0
0
Knelpunten In tabel 4 zijn de knelpunten weergegeven waarvoor het budgettaire kader wordt ingezet. Deze knelpunten zijn onder andere het gevolg van prijsstijgingen en de toename van de hoeveelheid werk. Daarnaast zijn sommige knelpunten tot nu toe incidenteel gedekt, terwijl deze structureel zijn. Tabel 4. Knelpunten Pr. 2 2 2 3 4 4 4 4 5 5 5 8 8 8 9 9 9 9 10
Bedragen in €1.000 Verkiezingen NAVO-top Programma besluitvorming Verduurzamen gemeentelijk vastgoed (MIP) Strandveiligheid Veiligheidscamera's Huisverbod Vuurwerkshow Hofvijver Exploitatietekort Amare en Nieuwe Kerk Aanpassing Amare Meerjarenbeleidsplan Kunst en Cultuur Permanente winteropvang Jongvolwassen statushouders Energielasten welzijnsorganisaties Energielasten straatverlichting Vergroenen Carnegieplein (MIP) Functieherwaardering boa's Nadeelcompensatie Energielasten sport
2024 -2.920 -250 -150
-300
2025
2026 -3.020
2027 -3.020
2028 -3.020
-464
-600 -464
-166 -300 -1.000
-166 -300 -1.000
-1.100 -464 -100 -166 -300 -1.000
-1.700 -464 -100 -166 -300 -1.000
-2.450 -1.500
-2.450 -2.000
-50
-50
0 -1.000 -300
-750 -1.500
-1.900 -180 -1.200 -2.500
-2.400 20
-90 -600
-350 -1.200
-1.200 -350
-1.200 -350
-1.200 -350
Pr. 10 10 11 11 11 11 11 11 11 12 12 12 12 13 13 13 13 13 13 14 14 14 14 14 14 14 16 16 16 16 16 16
Bedragen in €1.000 Olympisch fonds Exploitatietekort sporthal Loosduinen Subsidie vreugdevuren Digitaal Veilig Den Haag Horeca stewards Implementeren Europastrategie Lobby Brussel en subsidieadviseur The Hague Humanity Hub Negatieve programmareserve Contract Biesieklette Mobiliteitshubs zuidwest (MIP) Kruispunt Lozerlaan - Erasmusweg (MIP) Renovatie VAB Apeldoornselaan (MIP) Tekort Reserve grondbedrijf Schoollocatie Trekvliet (RGB) Onrendabele top Binckpark (MIP) Junoblok (MIP) Kasteeltuin Negatieve programmareserve Energielasten welzijnsorganisaties Participatie Burgerzaken piek paspoorten Burgerzaken verbouwen balies (MIP) Burgerzaken fraude en integriteit Beheer waterpunten Negatieve programmareserve Energielasten bedrijfsvoering ICT Belastingen Centraal Woo-bureau Informatieveiligheid Microsoft licenties Meerkosten onderhoud
2024 -2.000
Totaal
2025
2026
2027
2028
-400 -550 -500 -300
-400 -550
-600
-600 -500
-600 -500
-100
-100
-100
-135 -500 -3.700 -200 -1.400 -31
-3.700 -200 -1.400 -31
-3.700 -200 -1.400 -31
-200 -1.400 -31
-1.250 -200 -910 -1.200 -1.000
-1.020 -1.200 -1.000
-1.020 -1.200 -1.000
-1.020 -1.200 -1.000
-46.088 -25.146 -22.561 -19.251
-17.551
-550
-550 -500 -300
-550 -500 -300
-310 -100
-310 -100
-600
-300
-190 -100 -381 -600 -2.007 -1.800 -6.700 -2.500 -350 -600 -670 -270 -250 -3.700 -1.400 -4.030 -2.500 -150 -690 -600 -1.000 -2.700
-1.040
Programma 2 – College en bestuur De afgelopen jaren is er incidenteel geld uitgetrokken om de verkiezingen in de huidige vorm te kunnen organiseren. Dit knelpunt wordt in deze begroting structureel opgelost. Voor 2025 worden er geen extra middelen uitgetrokken omdat er in 2025 geen verkiezingen gepland staan. Verder worden er middelen uitgetrokken voor de NAVO-top in Den Haag (€ 1,25 mln.) en het programma besluitvorming om opvolging te geven aan de aanbevelingen uit de raadsenquête Amare (€ 0,45 mln.). Programma 3 – Duurzaamheid, milieu en energietransitie Voor het verduurzamen van het gemeentelijk vastgoed wordt oplopend tot € 1,7 mln. structureel beschikbaar gesteld. De middelen worden aan het MIP toegevoegd voor de dekking van de kapitaallasten voor de benodigde investeringen. Programma 4 - Veiligheid De bijdrage aan de veiligheidsregio Haaglanden voor de strandveiligheid is met € 0,464 mln. verhoogd, omdat het strandseizoen de afgelopen jaren is verlengd. Verder worden de exploitatiekosten voor 10 extra veiligheidscamera’s vanaf 2027 structureel gedekt uit het budgettair kader. De kosten in 2025 en 2026 worden gedekt uit de programmareserve. Daarnaast is er structureel € 0,166 mln. nodig, omdat de casuïstiek bij opgelegde tijdelijke huisverboden de laatste jaren complexer is geworden. Tot slot is de vuurwerkshow op de Hofvijver tot nu toe incidenteel gedekt.
De benodigde kosten worden in deze begroting structureel gedekt.
21
Programma 5 – Cultuur en Bibliotheek Structureel wordt € 1 mln. beschikbaar gesteld voor het tekort in de exploitatie van Amare. Hiermee is € 0,8 mln. per jaar additionele subsidie beschikbaar voor de exploitatie van Amare. Daarnaast wordt € 0,2 mln. beschikbaar gesteld voor de culturele programmering van de Nieuwe Kerk. Verder is incidenteel € 0,75 mln. nodig voor noodzakelijke aanpassingen aan het gebouw Amare. Tot slot wordt incidenteel € 5 mln. beschikbaar gesteld voor het ophogen van de subsidieregelingen (categorie A en B) van het meerjarenbeleidsplan Kunst en Cultuur 2025-2028. Programma 8 – Zorg, welzijn, jeugd en volksgezondheid Voor de jaren tot en met 2026 worden extra middelen uitgetrokken voor de hogere kosten van de opvang, de beveiliging en het personeel voor de huidige permanente winteropvang en de winterkouderegeling. De hoogte van de structurele kosten hangt af van de permanente locatie die nog gerealiseerd moet worden. Verder wordt vanaf 2028 structureel € 1,9 mln. beschikbaar gesteld om de huidige begeleiding van jongvolwassen statushouders tussen de 18 en 28 jaar voort te zetten. Voor de jaren 2025 tot en met 2027 wordt dit gedekt uit de reserve nieuwkomers. Tot slot worden er incidentele middelen uitgetrokken om welzijnsorganisaties tegemoet te komen voor de hogere energielasten (€ 0,270 mln.).
Programma 9 - Buitenruimte Vanwege de hogere energieprijzen zijn er extra middelen voor de straatverlichting nodig. Daarnaast wordt €2,5 mln. beschikbaar gesteld voor het vergroenen van het Carnegieplein. Verder wordt vanaf 2026 structureel € 1,2 mln. beschikbaar gesteld voor de functieherwaardering die de boa’s vorig jaar gekregen hebben. In 2024 en 2025 kunnen de extra kosten opgevangen worden binnen de vacatureruimte. Tot slot wordt € 0,35 mln. structureel beschikbaar gesteld voor fte’s om het gestegen aantal aanvragen voor nadeelcompensatie op te kunnen vangen. De middelen worden toegevoegd aan programma 9 in afwachting van het definitief onderbrengen van het bureau Nadeelcompensatie binnen de gemeente. Programma 10 – Sport Er worden incidenteel extra middelen beschikbaar gesteld voor de gestegen energiekosten voor gemeentelijke sportvoorzieningen, met name zwembaden. Daarnaast wordt er € 2 mln. toegevoegd aan het olympisch fonds zodat het mogelijk blijft om topsportevenementen in Den Haag te organiseren. Tot slot wordt vanaf 2027 structureel € 0,4 mln. beschikbaar gesteld voor de exploitatie van de nieuwe sporthal in Loosduinen. Programma 11- Economie De subsidie voor vreugdevuren is tot nu toe incidenteel gedekt. De benodigde kosten voor de vreugdevuren en alternatieven (€ 0,55 mln.) worden in deze begroting structureel gedekt. Daarnaast wordt er incidenteel € 1,5 mln.
beschikbaar gesteld om het programma Digitaal Veilig Den Haag tot en met 2027 door te kunnen zetten. Verder wordt er structureel € 0,3 mln. ingezet voor het financieren van drie koppels horecastewards. Ook worden er incidentele middelen uitgetrokken voor het implementeren van de Europastrategie (€ 0,19 mln.), voor een lobbyist en subsidieadviseur in Brussel (€ 0,62 mln.) en het exploitatietekort van de The Hague Humanity Hub (€ 0,3 mln.). Tot slot wordt de negatieve programmareserve (€ 0,381 mln.) aangevuld tot nul. Programma 12 – Mobiliteit Er wordt structureel € 0,6 mln. beschikbaar gesteld voor Biesieklette, de beheerder en exploitant van bewaakte fietsenstallingen, om de gestegen kosten als gevolg van het gestegen minimumloon op te vangen. Daarnaast wordt er structureel € 0,5 mln. gereserveerd voor de kapitaallasten om drie mobiliteitshubs in Zuidwest te kunnen realiseren. Verder is met de provincie en MRDH is afgesproken dat de inbreng van alle partijen voor Kruispunt Lozerlaan - Erasmusweg wordt verhoogd, het gemeentelijke aandeel bedraagt € 2 mln. Tot slot wordt € 1,8 mln. aan het MIP toegevoegd voor de renovatie van de Volledig Automatische Berging (VAB) aan de Apeldoornselaan. Programma 13 – Stadsontwikkeling en wonen Er wordt € 6,7 mln. toegevoegd aan de reserve grondbedrijf om het benodigde weerstandsvermogen op peil te brengen. Daarnaast wordt er € 2,5 mln.
toegevoegd aan de reserve, omdat het realiseren van de schoollocatie Trekvliet tot een verslechtering van de grondexploitatie leidt. Verder wordt er € 3 mln. voor de onrendabele top Binckpark en € 0,35 mln. voor extra werkzaamheden voor het project Junoblok toegevoegd aan het MIP. Tot slot wordt er € 1,640 mln. beschikbaar gesteld voor de herinrichting van de kasteeltuin en openbare ruimte en wordt de negatieve programmareserve (€ 0,670 mln.) aangevuld tot nul. Programma 14 – Stadsdelen, integratie en dienstverlening Incidenteel wordt € 0,405 mln. uitgetrokken om welzijnsorganisaties tegemoet te komen voor de hogere energielasten. Ook wordt er incidenteel € 0,75 mln. uitgetrokken voor extra participatieadviseurs. Voor burgerzaken worden er extra middelen beschikbaar gesteld om de piek van het aantal paspoortaanvragen op te vangen, het bijplaatsen van extra balies en voor het instellen van een kwaliteitsmanagementteam voor de 22
fraude- en integriteitsaanpak. Verder is er structureel € 0,031 mln. nodig omdat de gemeente vanaf 2025 financieel verantwoordelijk is voor het beheer van de watertappunten. Ook wordt de negatieve programmareserve (€ 4,03 mln.) aangevuld tot nul. Tot slot worden er incidentele middelen uitgetrokken om welzijnsorganisaties tegemoet te komen voor de hogere energielasten (€ 0,405 mln.). Programma 16 – Overzicht overhead Er worden incidenteel extra middelen beschikbaar gesteld voor de gestegen energiekosten voor het gemeentelijk vastgoed. Verder wordt op dit moment onderzocht hoe het verouderde ICT-systeem voor belastingen (IBS) vervangen kan worden. Om de tussenperiode te overbruggen wordt € 0,35 mln. incidenteel beschikbaar gesteld. De dekking van het centrale Woo-bureau is grotendeels incidenteel geregeld. In deze begroting worden de benodigde uitgaven structureel gedekt. Daarnaast wordt er structureel € 1,2 mln. uitgetrokken voor informatieveiligheid en € 1 mln. voor de kostenstijging van de Microsoft licenties. Tot slot zijn er extra onderhoudskosten omdat bij de werkzaamheden rond de vervanging van het natuursteen gebreken aan het plafond van de parkeergarage bij het stadhuis zijn geconstateerd.
Investeren in de stad Naast het oplossen van verschillende knelpunten worden middelen beschikbaar gesteld om te kunnen investeren in de stad. Het gaat hierbij om het cofinancieringsfonds, actief grondbeleid, de structurele apparaatslasten van DSO, structurele kapitaallasten voor nieuwe investeringen en voldoende middelen voor beheer- en onderhoud. Tabel 5. Investeren in de stad Bedragen in €1.000 Voeding cofinancieringsfonds: incidenteel Voeding cofinancieringsfonds: structureel Vrijval reservering Areaal Actief grondbeleid: Reservering Acteif grondbeleid: Mercuriuskwartier Apparaatslasten DSO: extra middelen Apparaatslasten DSO: herschikking trend Knelpunten kademuren (MJPK) Investeringsruimte groei van de stad (incl. IHP) Reservering beheer - en onderhoud nieuwe projecten Beheer- en onderhoud diverse projecten Beheer- en onderhoud areaal/achterstanden Incidentele vrijval beheerkosten Eneco Totaal
2024 2025 2026 2027 -8.000 -2.695 -5.462 -8.229 -8.229 2.695 5.462 8.229 8.229 -5.000 -570 -2.500 -10.000 -10.000 -10.000 5.000 5.000 5.000 5.000 -1.100
2028 -8.229 8.229
5.200
-850 -1.000 5.150
-950 -2.000 4.950
-1.000 -2.500 3.200
-10.000 5.000 -1.100 -10.000 -2.000 -1.000 -3.000 0
-6.570
-1.700
-3.000
-6.400
-22.100
-700
Cofinancieringsfonds Het cofinancieringsfonds is een belangrijk instrument om externe financiering vanuit bijvoorbeeld het Rijk binnen te kunnen halen. Door het binnenhalen van externe financiering kan er meer geïnvesteerd worden. De komende jaren is aanvullende voeding van het cofinancieringsfonds nodig. Daarom wordt 1) incidenteel € 8 mln., 2) 25% van toekomstige jaarrekeningoverschotten en 3) structureel € 8,3 mln. als gevolg van de vrijval reservering areaal beschikbaar gesteld voor het cofinancieringsfonds. In paragraaf 1.2 is het beëindigen van de areaalsystematiek nader toegelicht. Actief grondbeleid Naast het cofinancieringsfonds vormt actief grondbeleid een instrument om te kunnen investeren in de stad. Om snel in te kunnen spelen op de kansen die zich voordoen als gevolg van expirerende erfpachtrechten wordt € 5 mln. beschikbaar gesteld voor actief grondbeleid. De middelen worden toegevoegd aan de nieuwe reserve ‘Voorfinanciering actief grondbeleid’. Als winstgevende projecten gerealiseerd worden op locaties die vanuit deze reserve verworven zijn, vloeit de winst terug naar de reserve. Hiermee ontstaat een revolverend fonds dat groeit, waarbij de hoogte van de reserve gemaximaliseerd wordt op €15 mln. Indien de maximale hoogte van de reserve overschreden wordt, worden deze middelen toegevoegd aan de reserve grondbedrijf. Daarnaast wordt € 0,57 mln.
toegevoegd aan deze nieuwe reserve voor de opstalwaarde van het aflopend erfpacht Mercuriuskwartier. Apparaatslasten dienst stedelijke ontwikkeling (DSO) Op dit moment wordt een groot deel van de apparaatslasten voor de dienst stedelijke ontwikkeling incidenteel gedekt, uit bijvoorbeeld reserves. Om te kunnen blijven investeren in de stad en de kwaliteit te 23
kunnen borgen is het van belang dat de apparaatslasten van DSO structureel goed gedekt zijn. Om dit te realiseren wordt € 10 mln. structureel beschikbaar gesteld ten behoeve van de dekking van apparaatslasten. Hiermee kan DSO de huidige activiteiten blijven uitvoeren. Dit wordt voor € 5 mln. gedekt door een herschikking binnen de trend. Investeringsruimte groei van de stad Het is belangrijk dat de gemeente kan blijven investeren in de stad. Om een beter inzicht te krijgen in welke investeringen er nodig zijn en om hier als college beter op te kunnen sturen wordt op dit moment een investeringsbegroting uitgewerkt. Vooruitlopend op de nieuwe investeringsbegroting wordt vanaf 2028 € 10 mln. voor structurele kapitaallasten gereserveerd op programma 15 (activiteit treasury). Ter illustratie: uitgaande van een gemiddelde afschrijftermijn van 30 jaar en een rentepercentage van 1% gaat het om circa € 250 mln. investeringsruimte. Als onderdeel van de investeringsbegroting zal een systematiek uitgewerkt worden om integraal te kunnen besluiten over de inzet van deze middelen. € 2 mln. van de beschikbare € 10 mln. wordt gereserveerd om de structurele kapitaallasten voor de IHP’s te verhogen van € 11 mln. naar € 13 mln. Knelpunten kademuren Verschillende kademuren in de Binckhorst moeten vervangen worden.
Het betreft de publieke kademuren in de Binckhaven: Kop van de Binckhaven rondom Titaan, de kade voor het van Klingerenpaviljoen tot en met de Caballerofabriek en de kade bij Franck is een Binck. Voor de investering is jaarlijks € 1,1 mln. aan kapitaallasten nodig vanaf 2027. Beheer- en onderhoud Om het voorzieningsniveau en de fysieke omgeving minimaal op het huidige niveau te kunnen houden is het van belang dat er voldoende middelen beschikbaar zijn voor beheer- en onderhoud. Het is daarom van belang dat bij nieuwe projecten aan de voorkant voldoende middelen voor beheer- en onderhoud worden vrijgemaakt. In deze begroting wordt daarom in totaal € 3 mln. gereserveerd voor beheer- en onderhoud van nieuwe projecten. Verder is het belangrijk dat het beschikbare budget voor beheer- en onderhoud meegroeit met de groei van de stad. Daarom wordt in plaats van de oude areaalsystematiek extra geld beschikbaar gesteld voor beheer- en onderhoud oplopend tot € 3 mln. in 2028. Dit bedrag zal vanaf 2029 jaarlijks met € 0,5 mln. verder verhoogd worden. Tenslotte valt een deel van de gereserveerde middelen voor de beheer- en onderhoudskosten van afgeronde Enecoprojecten (RIS305669) in de eerste jaren vrij, omdat de volledige reservering de komende jaren nog niet nodig is.
Actualisatie meerjarig investeringsplan (MIP) Als onderdeel van de begrotingsactualisatie is ook het MIP geactualiseerd. In programma 15 is een overzicht van het MIP weergegeven. Toelichtingen op de ontwikkelingen op het investeringsprogramma komen aan bod in de verschillende beleidsprogramma’s. De grootste mutaties worden hieronder ook toegelicht. Deze mutaties zijn gedekt vanuit het budgettair kader zoals eerder in deze paragraaf toegelicht.