RIS319663 Beantwoording SV Haagse Skaeve Huse
Tekst van het document
Datum
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE
24 september 2024
VRAGEN
Onderwerp
Ons kenmerk
Antwoord van het college op de vragen van het raadslid de heer De Ridder, luidend: “Haagse Skaeve Huse”
DSO/10785744 RIS319663
Het raadslid de heer De Ridder heeft op 22 juli 2024 een brief met daarin zeven vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 30 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. Iedereen moet fijn kunnen wonen in Den Haag. Helaas zien we in de praktijk dat overlast gevende buurtbewoners in de straat het woonplezier enorm bederven. In ernstige situaties kan één overlastgevende bewoner het woonplezier van meerdere buren of zelfs een heel woonblok bederven. De overlast kan verschillende vormen aannemen, zoals verloedering, vervuiling, intimiderend gedrag of geluidsoverlast, maar het gemeenschappelijke kenmerk is dat het het woongenot van mensen in de omgeving flink aantast. Dit terwijl een huis juist een plek moet zijn waar je je veilig voelt en tot rust kunt komen. Den Haag heeft veel sociale huurwoningen, waar een diversiteit aan mensen woont: hardwerkende Hagenaars, gepensioneerden, gezinnen, maar ook kwetsbare mensen die extra aandacht nodig hebben. Het overgrote deel van de tijd leven mensen fijn samen, maar er is helaas ook sprake van (langdurige) overlast. Het blijkt voor woningcorporaties vaak moeilijk om deze overlast goed aan te pakken.
Mediation en samenwerking tussen gemeente, bewoners en andere betrokken organisaties is soms de oplossing, maar biedt voor hardnekkige overlast vaak geen uitkomst. De andere oplossing, het beëindigen van een huurovereenkomst, is een complex juridisch proces dat een lange dossieropbouw vergt. Dit betekent in de praktijk dat als mediation niet werkt, buren eindeloos geteisterd blijven worden door woonoverlast. 1.
Is het college het met de Haagse VVD eens dat je huis een plek moet zijn waar je je veilig voelt en tot rust kan komen en een enkele huurder die woonoverlast veroorzaakt dit voor meerdere buren of zelfs een heel woningblok kan bederven?
Ja, daarmee is het college het eens. 2.
Is het college het met de Haagse VVD eens dat voor Hagenaars die afhankelijk zijn van het sociale huuraanbod, de gemeente zich samen met de corporaties moet inzetten om ervoor te zorgen dat een woning een plek is waar mensen tot rust kunnen komen zonder structurele overlast en (gevoel van) onveiligheid?
Er is een stelsel aan regels, verordeningen en afspraken met verhuurders om woonoverlast zo veel als mogelijk te beperken. Naast vooral de bewoners zelf hebben niet alleen de gemeente en de corporaties hierin een rol, maar ook partijen zoals de politie, de zorgaanbieders en de omgevingsdienst Haaglanden, zoals onder andere vastgelegd in de Haagse aanpak woonoverlast (RIS 311866).
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10785744
Deze aanpak werkt goed. Tegelijk zien we dat woonoverlast zeker niet alleen in de sociale huursector plaatsvindt, maar ook in de particuliere woningvoorraad, zeker wanneer de basisvoorwaarden voor prettig en fatsoenlijk wonen niet op orde zijn. Hiervoor is ook het Meld- en Steunpunt Woonoverlast in het leven geroepen. 3.
Is het college het met de Haagse VVD eens dat de huidige mogelijkheden, die bestaan uit een mediationtraject en een uitzettingsprocedure, lang niet in alle gevallen van langdurige woonoverlast een oplossing bieden die de overlast voor omwonenden definitief beëindigt?
Hoewel de gemeente, in samenwerking met de politie, de corporaties en de zorgpartijen, een sluitende aanpak voor woonoverlast heeft georganiseerd De Haagse aanpak van woonoverlast, Zo doen we dat! (RIS311866), kan overlast voor de omwonenden niet altijd worden beëindigd en volgt in een klein aantal gevallen helaas ontbinding en beëindiging van de huurovereenkomst. Voor overlast in de particuliere voorraad waarbij ernstige en herhaaldelijke hinder wordt veroorzaakt, is de Wet aanpak woonoverlast ingesteld. Die richt zich op het ombuigen van gedrag (dus verminderen van de overlast) in de huidige huisvesting. Het ultimum remedium is het ontzeggen van de toegang tot de woning tot maximaal vier weken. Het eventueel ontbinden van de huur en het verzamelen van valide gronden daarvoor, is niet een zaak van de gemeente maar van de verhuurder, een civiele zaak dus. Bij uitzettingsprocedures van overlastplegers kan het gebrek aan een alternatieve woonplek voor de overlastpleger voor de rechtbank een belangrijk argument zijn om een huurovereenkomst niet te beëindigen. In een artikel in de Telegraaf van 17 juli jl. werd nog eens benadrukt dat er een groot tekort aan geschikte woon- en verblijfplekken is voor mensen met complexe problemen.
Daarom ziet de Haagse VVD de noodzaak om een specifieke oplossing te bieden voor deze kleine groep langdurige overlastveroorzakers, vergelijkbaar met de Skaeve Huse woonvormen in onder meer Rotterdam, Maastricht, Utrecht en Dordrecht. Deze woonvorm behelst het creëren van een afgezonderde woonlocatie, waar notoire overlastplegers tijdelijk worden ondergebracht om hun problemen aan te pakken en te werken aan terugkeer naar een reguliere sociale huurwoning. De locatie biedt zelfstandige woonunits, gecombineerd met intensieve begeleiding en toezicht. 4.
Kan het college aangeven of ook in Den Haag een tekort is aan woon-en verblijfplekken voor mensen met complexe problemen?
In Den Haag is er een specifieke behoefte aan huisvestingsoplossingen voor een doelgroep van ongeveer 40 personen die moeilijk te plaatsen zijn in de reguliere woningmarkt en evenmin een geschikte verblijfplek in een zorginstelling hebben. 5.
Is het college bekend met de Skaeve Huse woonvorm die in onder meer Rotterdam, Maastricht, Utrecht en Dordrecht bijdraagt aan een oplossing voor woonoverlast, en de successen die onder meer in Rotterdam met dit project zijn geboekt?
Ja, het college is bekend met deze woonvorm in andere steden. 6.
Is het college het met de Haagse VVD eens dat een specifieke, tijdelijke woonlocatie voor veroorzakers van woonoverlast, vergelijkbaar met het Skaeve Huse-concept in andere Nederlandse steden, een effectieve oplossing is om ook overlast in Haagse woonwijken tegen te gaan en overlastplegers in een rustige omgeving de kans te geven aan hun problemen te werken? Zo nee, waarom niet en waar baseert het college dat op?
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10785744
Ja, het college is het eens dat voor deze specifieke groep een verblijfplek nodig is, waar de potentiële overlast beperkt wordt en een veilige, kleinschalige woonvorm wordt gecreëerd. Het idee van een Skaeve Huse locatie is ook voor Den Haag niet volledig nieuw. In het coalitieakkoord van 2010 – 2014, toen er nog weinig bekend was over de uitwerking en successen van deze woonvorm, is de ambitie opgenomen om aan de slag te gaan met een pilot voor deze woonvorm. Uiteindelijk is deze pilot voortijdig gestrand, vanwege zorgen over de wenselijkheid van het bij elkaar plaatsen van overlastgevende Hagenaars en het risico dat dit voor meer overlast zou kunnen zorgen. Een argument dat als het aan de Haagse VVD ligt na de successen in onder meer Rotterdam, Maastricht, Utrecht en Dordrecht niet meer op gaat. Deze zijn succesvol gebleken, zowel in het verminderen van overlast en het bieden van een stabiele tijdelijke woonomgeving voor mensen die anders moeilijk te huisvesten zijn. Het uiteindelijke doel is dat deze bewoners, zodra zij geen overlast meer veroorzaken, kunnen terugkeren naar een normale woonsituatie. Daarom pleit de Haagse VVD voor een pilot met een Skaeve Huse woonvorm in Den Haag uitgaande van een aantal uitgangspunten: -
-
-
te beginnen met een degelijk onderzoek naar een geschikte locatie die zowel voor omwonenden geen overlast veroorzaakt alswel een prikkelarme omgeving biedt aan toekomstige bewoners om aan hun problematiek te werken.; met deze pilot tot doel te stellen dat de toekomstige bewoners, zodra zij geen overlast meer veroorzaken, terug kunnen keren naar een normale woonsituatie en hierover vooraf concrete afspraken en doelen te stellen met toekomstige bewoners en dit zorgvuldig te monitoren; met deze pilot tot doel te stellen de drempel voor een uitzettingsprocedure bij notoire overlastplegers in sociale huurwoningen te verlagen, door het bieden van een alternatieve woonlocatie voor langdurige overlastplegers, en dit zorgvuldig te monitoren.
Op basis van deze pilot en de uitkomsten kan vervolgens gekeken worden naar een permanente Skaeve Huse woonvorm in Den Haag. 7.
Is het college bereid om na het succes in andere Nederlandse steden de mogelijkheden voor een pilot met een Skaeve Huse woonvorm in Den Haag op basis van de voorgaande randvoorwaarden te onderzoeken en hierbij te starten met onderzoeken welke locaties in Den Haag geschikt zijn voor een Skaeve Huse woonvorm?
Het college geeft op dit moment uitvoering aan het beleidskader Aanpak Dakloosheid “Den Haag geeft thuis” (RIS316085), dat de gemeenteraad in september 2023 aannam. We verkennen al een geschikte, kleinschalige verblijfsvorm voor deze doelgroep, waarbij Den Haag de evaluatie van Skaeve Huse woonvormen in andere steden betrekt als een van de mogelijke vormen. Uit het beleidskader: “Er is een groep dak- en thuisloze mensen met (zware) problematiek op het snijvlak van zorg en veiligheid voor wie nu geen passende plek bestaat”. Bij deze groep is sprake van risicovol en verward gedrag. Zij zorgen regelmatig voor overlast. Voor hen is geen passende plek te vinden binnen het bestaande aanbod. Deze mensen zijn gebaat bij autonomie, een prikkelarme omgeving en wat meer afzondering; kortom een Bijzonder Thuis. We hebben ongeveer 40 van deze plekken nodig, waarvan een deel geclusterd kan worden gerealiseerd. Voor een groep van acht tot tien mensen verwachten we door groepsongeschiktheid individuele plekken te moeten creëren. In een vroeg stadium worden de maatschappelijke partners als de zorgpartijen, veiligheid en de politie betrokken, om vanuit de gezamenlijkheid de doelgroep, manier van organiseren en geschikte locatie(s) vorm te geven”.
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10785744
De ruimteclaim voor deze specifieke doelgroep wordt nader afgewogen tegen ruimteclaims van andere doelgroepen die (extra) woonplekken nodig hebben. We verwachten u kwartaal 1 in 2025 nader te kunnen informeren. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx
Jan van Zanen