RIS319598 Beantwoording SV Monument ter nagedachtenis aan slachtoffers genocide Srebrenica in Den Haag
Tekst van het document
Datum
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE
10 september 2024
VRAGEN
Onderwerp
Ons kenmerk
Antwoord van het college op de vragen van de raadsleden de heren Ahraui, Mahmood en Groenewold, en de dames Butt en Faïd , luidend: ‘Monument ter nagedachtenis aan slachtoffers genocide Srebrenica in Den Haag’
DSO/10791891 RIS319598
De raadsleden de heren Ahraui, Mahmood en Groenewold, en de dames Butt en Faïd hebben op 11 juli 2024 een brief met daarin vier vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 30 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. Op 11 juli herdenken we elk jaar de grootste georganiseerde volkerenmoord na de Tweede Wereldoorlog in Europa, de genocide in Srebrenica. De NOS bericht vandaag in het artikel “Druk om Nationaal Monument en kenniscentrum Srebrenica opgevoerd” dat nabestaanden en andere betrokkenen al 5 jaar bezig zijn met het realiseren van een monument in Den Haag ter nagedachtenis aan de gebeurtenissen die volgden op de val van Srebrenica tijdens de oorlog in voormalig Joegoslavië in 1995. In dit artikel wordt benoemd dat zowel de gemeente Den Haag als de rijksoverheid positief staan tegenover zo'n monument. Echter is de zoektocht naar een locatie in een impasse geraakt. Initiatiefnemers hebben een voorkeur uitgesproken voor het Churchillplein, voor het voormalige Joegoslavië-tribunaal. 1.
Is het college bekend met het bericht “Druk om Nationaal Monument en kenniscentrum Srebrenica opgevoerd” van 11 juli 2024 van de NOS?
Ja. In het artikel wordt benoemd dat de gewenste locatie aan het Churchillplein niet geschikt zou zijn: "Wij weten dat de stichting een voorkeur heeft voor een plek in de internationale zone bij het voormalige tribunaal, maar dat gaat niet zo snel", aldus een woordvoerder van de gemeente. Het Rijk, eigenaar van het gebouw, heeft een gegadigde voor het gebouw, een internationale organisatie die zich er wil vestigen, met de nodige veiligheidseisen. "Dan is een monument waar regelmatig bezoekers komen en bijeenkomsten zijn geen ideale invulling," aldus een betrokkene. 2.
Klopt deze berichtgeving? Kan het college meer inzicht geven in waarom de locatie aan het Churchillplein niet geschikt zou zijn?
In het citaat wordt de woordvoerder van de gemeente correct geciteerd. De betreffende locatie is ten dele eigendom van het Rijk en ten dele van de gemeente Den Haag. De locatie bevindt zich in de directe nabijheid van internationale organisaties met een hoog beveiligingsniveau. Beide aspecten zijn van invloed op de (on)mogelijkheden met betrekking tot het realiseren van een Nationaal Monument Srebrenica Genocide.
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10791891
3.
Deelt het college de mening van de vraagstellers dat een monument voor de slachtoffers van de genocide in Srebrenica een passende plek in Den Haag moet krijgen, het liefst nog voor de herdenking van volgend jaar op 11 juli 2025, 30 jaar na het bloedbad in Srebrenica?
Het college heeft de wens uitgesproken, om mogelijkheden met betrekking tot het realiseren van een Nationaal Monument Srebrenica Genocide 1995 (NMSG’95) in de directe nabijheid van het voormalig Joegoslaviëtribunaal nader te onderzoeken en mogelijke realisatie te willen faciliteren. Burgemeester Van Zanen en voormalig wethouder Mulder hebben tijdens de herdenkingen van 2021, 2022 en 2023 dit ook concreet aangegeven. Deze bereidheid is er nog steeds. Ook van de zijde van het Rijk is door minister Schreinemacher tijdens de herdenking op 11 juli 2023 het belang van een permanent monument benadrukt. 4.
Indien het antwoord op vraag 3 ‘ja’ is, wat gaat het college er dan aan doen om de realisatie van dit monument op een geschikte locatie mogelijk te maken?
Den Haag heeft richting de werkgroep van NMSG’95 steeds verwoord, dat het NMSG’95 en de hieraan gekoppelde herdenkingsactiviteiten het Haagse belang overtreffen en een rijksaangelegenheid betreffen. De werkgroep NMSG'95 geeft aan contact te hebben gelegd met het ministerie van Defensie en het ministerie van Buitenlandse Zaken. Indien vanuit de werkgroep en beide ministeries een concreet voorstel wordt gedaan, is het college zeker bereid dit initiatief actief te faciliteren. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de locoburgemeester, Ilma Merx
Robert van Asten
2/2