CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS319513 Beantwoording SV Grote problemen bij CIB Parnassia in Den Haag

Commissie Samenleving 26 september 2024, gemeente Den HaagBij agendapunt: Ingekomen bestuurlijke stukken2.860 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Datum

BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE

17 september 2024

VRAGEN

Onderwerp

Ons kenmerk

Antwoord van het college op de vragen van het raadslid mevrouw Faïd luidend: ‘Grote problemen bij CIB Parnassia in Den Haag’

OCW/10795062 RIS319513

Het raadslid mevrouw Faïd heeft op 8 juli 2024 een brief met daarin 26 vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 30 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. Naar aanleiding van het artikel van het AD met de titel ''Ouders vechten tegen ‘harteloos regime’ bij ggz-kliniek: ‘Ze snauwen en schreeuwen tegen je’ '' heeft de Haagse Stadspartij enkele vragen met betrekking tot de GGZ-instelling CIB Parnassia in Den Haag 1.

Is het college bekend met bovenstaand artikel? Zo ja, wat is de reactie van het college hierop? Zo nee, waarom niet?

Het college heeft kennisgenomen van dit artikel en kan zich voorstellen dat opname in het Centrum Intensieve Behandeling (CIB) van Parnassia en wat de personen die in het artikel worden aangehaald, of hun kinderen, daar zeggen te hebben meegemaakt, zeer ingrijpend is. Het college kan echter geen uitspraken doen over de zorg die wordt geboden in het CIB en zorginhoudelijke aspecten van de individuele casuïstiek, die in dit artikel worden aangehaald. Het college is wettelijk namelijk niet verantwoordelijk voor de zorg in het CIB: de vanuit het land opgeschaalde hoogspecialistische vorm van geestelijke gezondheidszorg (GGZ) die daar wordt geboden valt, overigens evenals de reguliere GGZ, onder de Zorgverzekeringswet (Zvw) en wordt niet door de gemeente gefinancierd. Daarom kan het college ook niet inhoudelijk ingaan op veel van de hieronder gestelde vragen. Het college heeft bij Parnassia navraag gedaan over de stand van zaken ten aanzien van de lopende procedures in relatie tot de signalen die in dit artikel uiteengezet worden. Parnassia bevestigt dat er het afgelopen jaar diverse individuele klachten zijn ingediend over het behandelbeleid op het CIB. Parnassia geeft aan de klachten zeer serieus te nemen en onderzoekt welke verbeteringen nodig zijn om de zorg voor cliënten van het CIB verder te verbeteren.

Parnassia geeft daarbij aan veel waarde te hechten aan een professionele en transparante afhandeling van klachten. De organisatie geeft aan een professionele klachtenregeling te kennen, waarbij klachten worden beoordeeld door een onafhankelijke commissie die geen belangen heeft bij Parnassia, wat zorgt voor een eerlijke en objectieve behandeling van de ingediende klachten. Hiernaast kunnen cliënten of hun naasten ondersteuning krijgen van een patiëntvertrouwenspersoon, een familievertrouwenspersoon of een klachtenfunctionaris. Volgens Parnassia wordt er ook daadwerkelijk gebruik gemaakt van deze mogelijkheden. Daarnaast laat Parnassia weten dat actief contact wordt gezocht met de betrokkenen om samen tot een passende oplossing te komen. Ook heeft het college naar aanleiding van deze vragen navraag gedaan bij de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ). De IGJ houdt toezicht op de kwaliteit en veiligheid van zorg in Nederland. De IGJ heeft, mede naar aanleiding van meldingen en signalen, een inspectiebezoek gebracht aan het CIB. De IGJ zal daarover een rapport publiceren.

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/10795062

Zie ook het antwoord op vraag 26. De Haagse Stadspartij begrijpt dat de cliënten van de GGZ-instelling CIB Parnassia in Den Haag een zeer precaire en ingewikkelde groep is om te behandelen. Echter veronderstelt dit niet dat deze cliënten geen recht hebben op een menselijke behandeling met compassie en begrip. Uit dit artikel en meerdere gesprekken heeft de Haagse Stadspartij het idee dat het hier mis gaat. 2.

Kan het college nagaan en aangeven hoeveel suïcidepogingen er zijn geweest bij de gesloten afdeling van de CIB Parnassia in Den Haag? Zo nee, waarom niet?

De IGJ houdt het aantal gemelde suïcides per zorgaanbieder bij, en niet het aantal suïcides per locatie of afdeling van een zorgaanbieder. De gegevens waarnaar gevraagd wordt, zijn derhalve niet beschikbaar. De laatste paar jaar vraagt de IGJ aan zorgaanbieders niet meer naar het aantal pogingen tot suïcide. Door definitie- en inschattingsverschillen, bleken die cijfers onbetrouwbaar of althans onderling niet vergelijkbaar. 3.

Kan het college nagaan en aangeven hoeveel mensen sinds 2017 suïcidepogingen hebben gedaan bij de gesloten afdeling CIB, en hoe verhoudt dit zich tot andere vormen van CIB en KIB zoals bijvoorbeeld die in Eindhoven en Utrecht? Zo nee, waarom niet?

De IGJ houdt het aantal gemelde suïcides per zorgaanbieder bij, en niet het aantal suïcides per locatie of afdeling van een zorgaanbieder. De gegevens waarnaar gevraagd wordt zijn derhalve niet beschikbaar. 4.

Kan het college nagaan en aangeven of het normaal is dat jongeren meer dan 10 uur per dag, gedurende maanden, in een gesloten isoleercel zitten? Wat is de mening van het college hierover?

Het is het college bekend dat het beleid ten aanzien van isoleren (ook wel ‘separeren’) in de GGZ in ontwikkeling is. De ambitie van de GGZ-sector is om het separeren verder te minimaliseren. Het college ondersteunt deze ontwikkeling van harte, maar kan geen oordeel vellen of uitspraak doen over specifieke situaties die zich in het CIB Parnassia zouden hebben voorgedaan, temeer daar het college wettelijk niet verantwoordelijk is voor deze vorm van zorg of het toezicht daarop, en dus ook geen bevoegdheid heeft om in dit soort veronderstelde situaties informatie in te winnen of op te treden. 5.

Kan het college nagaan en aangeven waarnaar de Inspectie Jeugdzorg momenteel onderzoek doet? Naar welke specifieke zaken wordt onderzoek gedaan?

Dit is het college niet bekend. Het is, zoals in het antwoord op vraag 1 uiteengezet, wel bekend dat de IGJ over haar inspectiebezoek een rapport opstelt. De IGJ geeft aan over de inhoud van de signalen en meldingen, die aanleiding waren voor het inspectiebezoek, volgens de wet nu geen uitspraak te mogen doen. Wel zal de IGJ het rapport met haar bevindingen publiceren. 6.

Kan het college aangeven of het klopt dat er onderzoek wordt gedaan naar de bewering dat patiënten als straf medicijnen worden ontzegd?

Zie het antwoord op vraag 5.

2/6

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/10795062

7.

Kan het college nagaan en aangeven wat het protocol is rondom de veiligheid van cliënten ’s nachts en in het weekend? Klopt het dat het protocol voor situaties zoals die van de naar voren gekomen casussen die in de krant staan, dus niet gevolgd is? Is dit onderdeel van het onderzoek?

Het college is niet bekend met het genoemde protocol in de betreffende instelling. Het college is wettelijk ook niet in de positie om dit na te gaan en te beoordelen of een dergelijk protocol in genoemde casussen is gevolgd. Zoals in het antwoord op vraag 5 vermeld, geeft de IGJ aan over de inhoud van de signalen en meldingen die zij heeft ontvangen volgens de wet nu geen uitspraak te kunnen doen. Er zijn bij de Haagse Stadspartij signalen bekend dat cliënten ook in de avond buiten moesten blijven als straf. Pas nadat de vertrouwenspersoon van de patiënten zei dat het buiten laten van cliënten ’s nachts tegen de wet is, is dit beleid aangepast door de psychiater. Een psychiater mag een patiënt van een gesloten afdeling vrijheden geven, bijvoorbeeld dat je naar buiten mag, echter dit moet altijd via een officieel formulier gebeuren waarbij de patiënt zelf aangeeft hoe en wanneer die tijd buiten wordt ingevuld. De Haagse Stadspartij heeft sterke signalen dat dit instrument veelvuldig als strafmaatregel wordt ingezet zonder overleg of goedkeuring van de patiënten. 8.

Kan het college nagaan en aangeven welk doel de psychiater en het behandelteam nastreven om jonge cliënten die een machtiging hebben van de rechter om gesloten hulpverlening te krijgen urenlang niet op locatie te laten zijn? Zo nee, waarom niet?

Het college kan niet ingaan op signalen over werkwijzen die in deze instelling zouden worden toegepast. Los van het gegeven dat het college wettelijk geen verantwoordelijkheid draagt voor de geboden vorm van zorg, heeft een deel van de zaken die zich naar verluidt hebben voorgedaan ook betrekking op individuele gevallen. Hierop kan vanwege het medisch beroepsgeheim ook door de instelling niet worden ingegaan. 9.

Kan het college aangeven of het klopt dat psychiaters het wettelijke recht hebben om patiënten “vrijheden” te geven? Klopt het dat patiënten dan zelf een formulier moeten invullen, wanneer, waar en wat ze gaan doen?

Het ligt gezien de wettelijke verantwoordelijkheid en positie van de gemeente in het zorgstelsel niet op de weg van het college om op deze vraag in te gaan. 10. Kan het college reflecteren op de signalen die de Haagse Stadspartij heeft ontvangen over het feit dat deze maatregelen echter als straf worden ingezet en dus ook niet goedgekeurd zijn door de patiënten of hun netwerk? Zo nee, waarom niet? 11.

Kan het college (geanonimiseerd) aangeven hoe vaak deze maatregel wordt ingezet? Zo nee, waarom niet?

12. Kan het college aangeven dat als patiënten door een rechter gesloten geplaatst zijn, hoe dat zich verhoudt met dat zij als straf langdurig niet aanwezig mogen zijn bij de groep of op het terrein waarin zij geplaatst zijn en in afzondering worden geplaatst? De rechter heeft immers besloten dat zij op een gesloten afdeling moeten zitten en op deze manier behandeling moeten krijgen?

3/6

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/10795062

13. Kan het college aangeven hoe dit zich verhoudt tot het feit dat cliënten compleet afgesloten worden van de groep waarin ze wonen? 14. Is het college het eens met de Haagse Stadspartij dat het vreemd is dat veel patiënten aangeven dat ze, via een time-out, in een justitieel kader worden geplaatst zonder bevel van een rechter of het plegen van een delict? Hoe vaak gebeurt dit en hoe verhoudt dit zich tot de wetgeving? Wat is de visie van het college hierop? 15.

Is het college het met de Haagse Stadspartij eens dat het schokkend is dat sommige patiënten positiever zijn over een justitieel kader verblijf dan over de CIB-afdeling en dat ze niet meer terug willen naar de CIB-afdeling. Wat is de reactie van het college hierop?

Uit gesprekken met ouders en wettelijke mentoren hoort de Haagse Stadspartij dat Parnassia niet wil samenwerken met hun of hen bij de behandeling te betrekken? 16. Kan het college nagaan en aangeven waarom Parnassia niet samen wil werken met wettelijke mentoren van de behandelde patiënten? Het college heeft wettelijk niet de bevoegdheid om op basis van signalen over deze vorm van zorg informatie in te winnen en hierop te reflecteren of hierover te oordelen. Het kan daarom niet op de hierboven gestelde vragen (vraag 10 tot en met 16) over de gang van zaken en de geboden zorg in deze GGZ-instelling ingaan. 17.

Kan het college nagaan en aangeven waarom er door Parnassia geen gebruik van het bestaande netwerk van de cliënten wordt gemaakt? Dit is namelijk een van de belangrijkste waarden van hulpverlening. Is het college het daar mee eens?

Zie het antwoord op vraag 16. In zijn algemeenheid erkent het college de waarde van het betrekken van netwerken van cliënten en cliëntenraden in de zorg. 18. Er zijn signalen dat jongeren die zichzelf ernstig beschadigen niet naar de SEH (EHBO) worden gebracht maar dit zelf moeten doen en dat mede daardoor ouders hen moeten brengen? Kan het college aangeven of dit beleid is? Is dit wenselijk? Deze signalen zijn het college niet bekend en het college heeft wettelijk geen bevoegdheid om hierover informatie in te winnen en daarover te oordelen. 19. Is het college het met de Haagse Stadspartij eens dat voor zo’n complexe groep de eerste voorwaarde van hulp moet zijn goede adequate zorg, waaronder medische zorg? In zijn algemeenheid onderschrijft het college het standpunt dat eenieder in Nederland die dat nodig heeft adequate zorg geboden moet worden. Zoals in het antwoord op de vragen hierboven aangegeven, is het college wettelijk niet verantwoordelijk voor de gespecialiseerde vorm van zorg die nodig is voor deze groep en kan het hier dus geen uitspraak over doen. 20. Uit verschillende “ strafregels “ die de HSP heeft ingezien, zien we dat jongeren maar één contactmoment per dag mogen hebben, terwijl zij juist meer contact en compassie willen. Wat is de mening van het college hierover?

4/6

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/10795062

21. Kan het college nagaan en aangeven of er sprake is van een personeelstekort op de afdeling? Heeft Parnassia een actieplan om dit aan te pakken, gezien de kwetsbaarheid van de groep? Kan het college dit delen met de raad? 22. De Haagse Stadspartij heeft begrepen dat er camera’s hangen in de gang maar deze niet aanstaan, kan het college nagaan en aangeven of dit klopt? Zo nee, waarom niet? Als de camera ’s niet aanstaan wat is dan het feitelijke nut? Het college heeft wettelijk niet de bevoegdheid om op basis van signalen over deze vorm van zorg informatie in te winnen en hierop te reflecteren of hierover te oordelen. Het kan daarom niet op de hierboven gestelde vragen (vraag 20 tot en met 22) over de gang van zaken en de geboden zorg in deze GGZ-instelling ingaan. 23. Kan het college nagaan en aangeven wat het protocol is rondom (para)suïcide en hoeveel klachten zijn hierover ingediend bij het CIB zelf en bij de inspectie? Iedere suïcide in een zorginstelling moet door de betreffende zorginstelling bij de IGJ gemeld worden. De aantallen waarnaar wordt gevraagd, zijn het college niet bekend. Het college is wettelijk niet verantwoordelijk voor deze vorm van zorg en kan hierover geen informatie inwinnen. Zoals in het antwoord op vraag 2 aangegeven, houdt de IGJ het aantal gemelde suïcides per zorgaanbieder bij, en niet per locatie of afdeling van een zorgaanbieder.

Op de rol van de IGJ bij toezicht op suïcide en suïcidepreventie wordt hier ingegaan: Suïcidepreventie in de geestelijke gezondheidszorg | Geestelijke gezondheidszorg | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (igj.nl) 24. Kan het college nagaan en aangeven wat de methodiek is van de hulpverlening bij de CIB? Het CIB richt zich op het herstel van de verstoorde relatie tussen een behandelend team en de cliënt. Het doel hiervan is om behandeling binnen de reguliere zorg weer mogelijk te maken. Meer informatie over de hulpverlening bij het CIB is hier te vinden: Centrum Intensieve behandeling | Parnassia 25. Is het college van plan Lotgenotengroep CIB uit te nodigen voor een gesprek om zo kennis te nemen van de klachten en die te bespreken? Nee, het college heeft geen voornemens in deze richting. Het college is, zoals in het antwoord op voorgaande vragen aangegeven, wettelijk niet verantwoordelijk voor behandeling in het CIB. Het ligt dus ook niet op de weg van het college om kennis te nemen van klachten over de geboden zorg in het CIB en die met de Lotgenotengroep CIB te bespreken. 26.

Is het college bereid om met het CIB in gesprek te gaan over al deze signalen, zo nee waarom niet? Zo ja op welke termijn? Zoals onder meer beschreven in het antwoord op vraag 1, kan het college zich vanuit zijn positie in het zorgstelsel niet mengen in het inhoudelijke gesprek over de genoemde signalen. Het is in het geheel niet aan het college om te reageren op signalen, al dan niet uit de krant, die nog worden onderzocht en waarvan het college dus niet kan beoordelen of ze juist zijn. Wel heeft het college navraag gedaan bij Parnassia over de stand van zaken in de lopende procedures en de afhandeling van klachten over behandelingen in het CIB. Het is goed dat Parnassia de klachten van betrokkenen serieus zegt op te pakken en er actief naar streeft om samen met degenen die een klacht hebben ingediend tot een oplossing te komen.

5/6

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/10795062

Ook heeft het college bij de bevoegde instantie, de Inspectie Gezondheidzorg en Jeugd, navraag gedaan naar lopende trajecten betreffende het CIB. Het is goed te weten dat de IGJ een inspectiebezoek heeft gebracht aan het CIB, op basis van klachten van betrokkenen en meldingen van de instelling zelf. De IGJ stelt een rapport op naar aanleiding van dit inspectiebezoek en geeft aan dat publicatie daarvan in de eerste helft van oktober kan worden verwacht, mits de voorafgaand aan deze publicatie te doorlopen procedure geen vertraging oplevert. Tot slot wil het college in reactie op deze set vragen het volgende opmerken. De vragen die zijn gesteld hebben voornamelijk betrekking op de toepassing van geestelijke gezondheidszorg in een gedwongen kader. Het college kan weliswaar, zoals hierboven beschreven, niet op de zorginhoudelijke aspecten van de vorm van zorg geboden in het CIB Parnassia - die bovendien nog onderwerp van inspectie is ingaan, maar het voelt zich wel zeer betrokken bij deze vorm van zorg. Het college voert, vanuit deze betrokkenheid en zijn relatie op het gebied van andere vormen van zorg, regelmatig overleg met de zorgpartners in de stad, waaronder Parnassia. Het college hecht eraan dat de gemeenteraad ervan op de hoogte is dat daarbij onder meer actuele ontwikkelingen en de doelen van de wetgeving rond gedwongen zorg aan de orde komen.

Het gaat daarbij –onder meer om het zoveel mogelijk voorkomen van verplichte zorg, het als dit echt noodzakelijk is inzetten van de minst ingrijpende vorm en het zo snel mogelijk afbouwen van dwang. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de locoburgemeester, Ilma Merx

Robert van Asten

6/6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14536623/1