CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS319497 GEAMENDEERD Bijlage 2 Wijzigingendocument Nota Parkeernormen Den Haag 2024 tov 2021

Gemeenteraad 18 december 2024, gemeente Den HaagBij agendapunt: Voorstel van het college inzake Nota Parkeernormen Den Haag 2024 (RIS319497)3.854 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage Wijzigingendocument Nota Parkeernormen Den Haag 2024 ten opzichte van 2021

De Nota Parkeernormen Den Haag 2021 wordt als volgt gewijzigd.

A. Artikel 1:1 Begripsomschrijvingen wordt als volgt gewijzigd: Aan ‘autoparkeereis’ wordt toegevoegd, na bijstellingen: ‘en rekening houdend met dubbelgebruik’ Het begrip ‘autoparkeernorm’ wordt gewijzigd als volgt: ‘een getal dat aangeeft hoeveel autoparkeerplaatsen voor een bepaalde functie nodig zijn per eenheid of bruto vloeroppervlakte, zoals opgenomen in bijlagen 3 en 4’; Het begrip ‘autoparkeervraag’ wordt gewijzigd als volgt: ‘de behoefte aan autoparkeerplaatsen van een ruimtelijke activiteit. Deze valt in twee delen uiteen: de normatieve autoparkeervraag en de maatgevende autoparkeervraag’; Het begrip ‘bevoegd gezag’ is geschrapt.

In de artikelen waar naar bevoegd gezag werd verwezen is opgenomen ‘college’; Aan ‘bezoekersaandeel’ wordt toegevoegd, na bezoekers ‘, niet zijnde langparkeerders zoals bewoners en werknemers’; Het begrip ‘campuscontract’ wordt gewijzigd door artikel 7:274 lid 4 te schrappen, en hiervoor in de plaats op te nemen: ‘artikel 274d en e lid 2 en 3’; Aan ‘deelbakfiets’ wordt toegevoegd, na trapondersteuning: ‘, waarvan de eigenaar of houder aantoont dat deze krachtens een overeenkomst gedeeld wordt met (ten minste) één andere particuliere deler van een ander huishouden’; Het begrip ‘eigen terrein’ wordt als volgt gewijzigd: ‘grond waarover de initiatiefnemer vrijelijk en te allen tijde kan beschikken (denk hierbij aan: in- en uitrijden en 24/7 toegang tot de parkeerplek in, op of onder de bebouwing, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij de bebouwing of functie behoort)’; Het begrip ‘functiewijziging’ wordt als volgt gewijzigd: de zinsnede: ‘exclusief omgevingsvergunningplichtige bouwwerkzaamheden’ wordt geschrapt; Aan ‘gebiedsaanpak’ wordt toegevoegd, na inkomsten): ‘Een gebiedsaanpak wordt door het college vastgesteld;’ Het begrip ‘gebruikersaandeel’ wordt geschrapt; Aan ‘gereguleerd gebied’ wordt toegevoegd, na college: ‘of de raad’; Na het begrip ‘gereguleerd gebied’ wordt het begrip ‘kamerverhuur (onzelfstandig)’ toegevoegd met de begripsomschrijving: ‘gehuurde

kamer in een woning of pand en die zich kenmerkt door een of meerdere gedeelde voorzieningen, zoals keuken, wc en badkamer;’ Na het begrip ‘maatgevend moment’ wordt het begrip ‘maatgevende autoparkeervraag’ toegevoegd met de begripsomschrijving: ‘de totale behoefte (programma * norm) aan autoparkeerplaatsen van een ruimtelijke activiteit, rekening houdend met ligging van een ontwikkeling binnen de gemeente (de gebiedsindeling) en met toepassing van aanwezigheidspercentages, exclusief eventuele bedrijfsvoertuigen;’

1/10

Na het begrip ‘maatgevende autoparkeervraag’ wordt het begrip ‘NEN 2443’ toegevoegd met de begripsomschrijving: ‘een norm met functionele eisen, prestatie-eisen en aanbevelingen voor het ontwerp van parkeervoorzieningen, uitgebracht door NEN in maart 2013’; Na het begrip ‘NEN 2443’ wordt het begrip ‘NEN2580’ toegevoegd met de begripsomschrijving: ‘een norm met uitgangspunten en definities voor het bepalen van de oppervlakten en inhouden van gebouwen, uitgebracht door NEN in mei 2007’; Het begrip ‘nieuwbouw’ wordt gewijzigd als volgt: ‘het bouwen van nieuwe bouwwerken, niet zijnde verbouw. Hiermee wordt gelijkgesteld het vernieuwen na sloop waarbij alleen de oorspronkelijke fundering of casco resteert’; Na het begrip ‘nieuwbouw’ wordt het begrip ‘normatieve autoparkeervraag’ toegevoegd met de begripsomschrijving: ‘functie-eenheid x de parkeernorm’; Het begrip ‘omgevingsvergunning’ wordt als volgt gewijzigd: ‘omgevingsvergunning als bedoeld in de Omgevingswet’; Na het begrip ‘openbare ruimte’ wordt het begrip ‘parkeerdruk’ toegevoegd met de begripsomschrijving: ‘het totaal aantal geparkeerde voertuigen gedeeld door de parkeercapaciteit in de openbare ruimte of in de gebouwde openbare parkeervoorzieningen, uitgedrukt in een percentage’; Het begrip ‘parkeerverordening’ wordt als volgt gewijzigd: ‘de vigerende verordening parkeerregulering en parkeerbelastingen van de gemeente Den

Haag’ Na het begrip ‘parkeerverordening’ wordt het begrip ‘parkeervoorziening’ toegevoegd met de begripsomschrijving: ‘een gebouwde of ongebouwde voorziening die geschikt is om een voertuig te parkeren, op zodanige wijze dat ook wordt voldaan aan de minimale eisen voor de grootte van een parkeerplaats en dat deze bereikbaar is; Het begrip ‘programma’ wordt gewijzigd. Aan de bijlagen wordt ‘bijlage 5’ toegevoegd; Het begrip ‘bouwontwikkelingen met een regionale functie’ wordt geschrapt; Het begrip ‘ruimtelijke activiteit’ wordt gewijzigd als volgt: ‘activiteit die bestaat uit nieuwbouw, verbouw en/of functiewijziging en waarvoor een omgevingsvergunning is vereist;’ Na het begrip ‘ruimtelijke activiteit’ wordt het begrip ‘ruimtelijke activiteiten met een regionale functie’ toegevoegd met de begripsomschrijving: ‘ruimtelijke activiteiten als een hotel, een hostel, een theater, een wellness, sommige religieuze functies en musea;’ Het begrip ‘salderen’ wordt gewijzigd als volgt: ‘het verrekenen van de parkeereis met de parkeerbehoefte van de laatste formele bestemming, voor het deel dat afgewikkeld werd in de openbare ruimte;’ Het begrip ‘studentenwoning en studenteneenheid’ wordt geschrapt.

Hiervoor komt in de plaats het begrip: studentenwoning met de begripsomschrijving: ‘een woonhuis, bestaande uit kamers en woningen die alleen aan studenten worden verhuurd, met een zelfstandig adres en dit woonhuis kenmerkt zich door een of meerdere gedeelde voorzieningen, zoals keuken, wc en badkamer. Hiervoor is een campuscontract noodzakelijk;’ Het begrip ‘transformatie(ontwikkelingen)’ wordt geschrapt. Na het begrip ‘studentenwoning’ (nieuw) wordt het begrip ‘verbouw’ toegevoegd met de begripsomschrijving: ‘het gedeeltelijke vernieuwen, veranderen of vergroten van een bestaand bouwwerk’; Het begrip ‘voldoende mobiliteitsalternatieven’ wordt gewijzigd in ‘voldoende / hoogwaardige mobiliteitsalternatieven’ met de begripsomschrijving: ‘een openbaar vervoer halte en openbaar aanbod van deelmobiliteit binnen 400 meter loopafstand;’ Het begrip ‘Wabo’ wordt geschrapt; Het begrip ‘zorgwoning ZZP’ wordt gewijzigd in ‘zorgwoning ZZP (of vergelijkbaar) met de begripsomschrijving: een woning of wooneenheid, bestemd voor verzorgd wonen, waarbij extramurale verzorging, verpleging, begeleiding en hotel- en welzijnsdiensten vanuit een professionele zorgverlenende organisatie 24/7 geboden kan worden. De mate waarin zorg nodig is, wordt aangegeven met een gradatie in zorgzwaartepakket.

2/10

B. Artikel 1:2 wordt als volgt gewijzigd: Het bestaande artikel wordt geschrapt en wordt gewijzigd in: 1.

2.

‘De uitgangspunten van deze nota worden toegepast bij de beoordeling van aanvragen van een omgevingsvergunning en voor de bepaling van noodzakelijke voorwaarden die kunnen worden opgenomen in die omgevingsvergunning; Indien parkeernormen zijn vastgelegd in een vastgesteld ruimtelijk-planologisch kader (bijvoorbeeld een omgevingsplan) dan gelden die parkeernormen boven de normen zoals opgenomen in deze nota.’

C. Na artikel 1:2 (nieuw) wordt een nieuw artikel 1:3 toegevoegd dat luidt: ‘Artikel 1:3 Geen recht op parkeervergunning Er is geen recht op een vergunning op straat indien: a. b. c. d. e.

er voor het gebouw waarop de omgevingsvergunning van toepassing is, parkeerplaatsen op eigen terrein moeten worden gerealiseerd of zijn gerealiseerd; de parkeervraag voor het gebouw is bijgesteld naar 0 (nul); er een vrijstelling is verleend als bedoeld in artikel 2:1 of 2:2 lid 1; er sprake is van een ruimtelijke activiteit binnen voetgangersgebieden en strand, boulevard en Pier als bedoeld in artikel 2:4 ; er reductie van de autoparkeervraag is toegepast als bedoeld in artikel 3:1.’

D. Na artikel 1:3 (nieuw) wordt een nieuw artikel 1:4 toegevoegd dat luidt: ‘Artikel 1:4 Parkeren Op Eigen Terrein Uitgangspunt is dat parkeerplaatsen die nodig zijn ten behoeve van een ruimtelijke activiteit worden gerealiseerd op het eigen terrein (POET: parkeren op eigen terrein).’

E. Artikel 1:3 wordt als volgt gewijzigd. Artikel 1:3 wordt vernummerd naar artikel 1:5 en komt te luiden: ‘Artikel 1:5 Bepalen van de autoparkeereis 1.

2.

In een omgevingsvergunning wordt, met inachtneming van hetgeen in deze nota is bepaald, een autoparkeereis gesteld conform de gebiedsindeling en autoparkeernormen als bedoeld in bijlage 2, 3, 4 en 5 bij deze nota. De afgeronde parkeereis geeft het aantal parkeerplaatsen aan dat als voorwaarde wordt gesteld aan de realisering van de vergunde ruimtelijke activiteit, om te voorzien in voldoende parkeergelegenheid. De autoparkeereis wordt vastgesteld door volgorde: a. Het bepalen van de normatieve autoparkeervraag van de binnen het bouwplan geplande functie(s), op basis van de autoparkeernormen (bijlage 3 en 4), waarbij de gebiedsindeling auto (bijlage 2) van toepassing is; b. Indien van toepassing, het in mindering brengen van een of meerdere reducties op de normatieve autoparkeervraag, zoals bepaald in artikel 3:1; c. Het bepalen van de maatgevende autoparkeervraag, waarbij aanwezigheidspercentages (bijlage 5) worden toegepast op de (gereduceerde) normatieve autoparkeervraag.

Bovenstaande stappen zijn weergegeven in het schema in bijlage 1.’

3/10

F. Artikel 1:4 wordt als volgt gewijzigd. Artikel 1:4 wordt vernummerd naar artikel 1:6. In lid 1 wordt voor autoparkeervraag het woord: ‘maatgevende’ toegevoegd. In lid 2 wordt het woord ‘gestelde’ geschrapt.

G. Artikel 1:5 wordt als volgt gewijzigd. Artikel 1:5 wordt vernummerd naar artikel 1:7 en komt te luiden: ‘Artikel 1:7 Minimale eisen en wijze van meten 1.

2.

3. 4.

Parkeeroplossingen voor auto’s moeten voldoen aan: a. NEN 2443 (of diens opvolgers) geldt voor te realiseren parkeerplaatsen, voor zover het omgevingsplan hier niet in voorziet; en b. de voorwaarde dat er geen extra parkeerplaatsen in de openbare ruimte worden toegevoegd om een door (een) ruimtelijke activiteit(en) ontstaan tekort aan parkeerplaatsen te compenseren. De bruto vloeroppervlakte (bvo) van een ruimte, dan wel van meerdere ruimten, wordt gemeten volgens NEN2580 op vloerniveau langs de buitenomtrek van de (buitenste) opgaande scheidingsconstructie, die de betreffende ruimte(n) omhult. De loopafstand is de kortst mogelijke looproute via de voor voetgangers toegankelijke openbare ruimte van parkeerplaats naar bestemming. Het aantal behandelplaatsen, zitplaatsen, etc, zoals bedoeld in bijlage 4, volgt uit de opgave van de aanvrager.’

H. Artikel 2:1 wordt als volgt gewijzigd. De eerste volzin wordt gewijzigd in: ‘Kleine nieuwbouwplannen met een maatgevende en na eventuele toepassing van salderen autoparkeervraag van minder dan 3,50 parkeerplaatsen zijn op grond van deze nota volledig vrijgesteld van de autoparkeereis, indien:’ Onderdeel a wordt gewijzigd in: ‘voor het perceel waarop de aanvraag omgevingsvergunning van toepassing is, niet binnen 5 jaar van de aanvraag van die omgevingsvergunning en binnen een straal van 200 meter voor een eerdere aanvraag van een omgevingsvergunning, een vrijstelling geldt voor een autoparkeereis ten behoeve van een nieuwbouwplan; en’ In onderdeel b worden de woorden ‘de nieuwbouwontwikkeling’ gewijzigd in ‘het nieuwbouwplan’.

I. Artikel 2:2 wordt als volgt gewijzigd: De bestaande tekst wordt gevoegd onder lid 1. De eerste volzin wordt gewijzigd in: ‘Verbouwplannen of functiewijziging met een maatgevende en na eventuele toepassing van salderen autoparkeervraag van minder dan 10,50 parkeerplaatsen, inclusief bezoekers, kunnen worden vrijgesteld van de autoparkeereis, indien het een verbouwplan of functiewijziging betreft zonder regionale functie en onder de volgende voorwaarden:’ Onderdeel a en b worden geschrapt. Onderdelen c, d en e worden vernummerd naar a, b en c. Onderdeel a (nieuw) wordt gewijzigd in: ‘wanneer, voor het perceel waarop de omgevingsvergunning van toepassing is, niet in de afgelopen 5 jaar voorafgaand aan de aanvraag van de omgevingsvergunning en binnen

4/10

een straal van 200 meter voor een eerdere aanvraag van een omgevingsvergunning een vrijstelling geldt van de autoparkeereis voor een verbouwplan of functiewijziging; en’ In onderdelen b en c (nieuw) wordt het woord ‘transformatieproject’ gewijzigd in ‘functiewijziging’. Aan Artikel 2:2 wordt toegevoegd lid 2. Dit lid luidt als volgt: ‘Verbouwplannen van bestaande woningen met een uitbreiding van het vloeroppervlak, waarbij het aantal wooneenheden hetzelfde blijft, zijn vrijgesteld van de autoparkeereis.’

J. Artikel 2:3 wordt als volgt gewijzigd. De eerste volzin tot aan de komma wordt gewijzigd in: ‘Voor ruimtelijke activiteiten waar op basis van de maatgevende autoparkeervraag, minder dan 10 parkeerplaatsen voor bezoek hoeven te worden gerealiseerd,’

K. Artikel 2:4 wordt als volg gewijzigd: De tekst wordt gewijzigd in: ‘In het voetgangersgebied in de binnenstad van Den Haag en voor het strand, boulevard en Pier geldt geen autoparkeereis voor ruimtelijke activiteiten die alleen via het voetgangersgebied te bereiken zijn. Deze voetgangersgebieden zijn opgenomen op de kaart in bijlage 2.’ Aan het artikel is een bijlage toegevoegd die is opgenomen in bijlage 2.

L. Hoofdstuk 3 wordt als volgt gewijzigd: Aan de titel wordt voor autoparkeervraag het woord ‘normatieve’ toegevoegd.

M. Artikel 3:1 wordt als volgt gewijzigd: Artikel 3:1 wordt vernummerd naar artikel 3:2. De tekst van artikel 3:2 (nieuw) wordt gewijzigd in: ‘De normatieve autoparkeervraag kan door het college naar beneden worden bijgesteld, indien de aanvrager van de vergunning aantoont dat de aan te leggen of te gebruiken parkeerplaatsen voor meerdere functies met verschillende aanwezigheidsprofielen op basis van de aanwezigheidspercentages van het CROW, zoals aangegeven in bijlage 5 bij deze nota, kunnen worden gebruikt, op voorwaarde dat de parkeerplaatsen niet worden verkocht of verhuurd aan anderen dan gebruikers van het gebouw waarvoor de omgevingsvergunning is aangevraagd of wordt verkregen. De parkeerplaatsen die voor dubbelgebruik in aanmerking komen kunnen niet worden toegewezen aan een specifieke gebruiker.’

N. Artikel 3:2 wordt als volgt gewijzigd: Artikel 3:2 wordt vernummerd naar artikel 4:1 De tekst van artikel 4:1 (nieuw) wordt gewijzigd in: ‘De parkeerbehoefte van de laatste formele bestemming mag in mindering worden gebracht op de autoparkeereis van de nieuwe ruimtelijke activiteit, mits de parkeerplaatsen uit de oude situatie nog steeds feitelijk beschikbaar zijn. Tenzij er sprake is van leegstand van meer dan 5 jaar voor de aanvraag van de omgevingsvergunning. Het toepassen van salderen is ter beoordeling aan het college.’

5/10

O. Artikel 3:3 wordt geschrapt. P. Artikel 3:4 wordt als volgt gewijzigd: Artikel 3:4 wordt vernummerd naar artikel 3:1. Het artikel wordt gewijzigd in: ‘Artikel 3:1 Inzet van mobiliteitsalternatieven ter reducering van de normatieve autoparkeervraag 1.

Het college kan de normatieve autoparkeervraag van een ruimtelijke activiteit reduceren, indien: a. de aanvrager deze ontwikkeling wil realiseren binnen station Moerwijk, station Mariahoeve, station Ypenburg, station Laan van NOI (met uitzondering van het deel dat in CID valt) of openbaar vervoer knooppunt Leidschenveen (bijlage 2), op voorwaarde dat dit gebeurt met een reductiefactor van maximaal 25%; of/en b. de aanvrager verklaart, dat bij een ruimtelijke activiteit ten behoeve van woningbouw structureel, dat wil zeggen voor minimaal 5 jaar, vanaf ingebruikname van de ontwikkeling, deelauto’s ter beschikking worden gesteld aan de bewoners of gebruikers op gereserveerde deelautoparkeerplaatsen, op voorwaarde dat: 1. 1 deelauto inclusief parkeerplaats 4 reguliere parkeerplaatsen vervangt; 2. binnen gereguleerd gebied met een reductiefactor van maximaal 50% van de autoparkeervraag van toekomstige bewoners wordt vervangen door deelauto’s (met uitzondering van het transformatiegebied Zuidwest, hier is het maximum 30%); 3. buiten gereguleerd gebied met een reductiefactor van maximaal 10% van de normatieve autoparkeervraag wordt vervangen door deelauto’s; 4. dit aangetoond wordt met een door betrokken partijen (aanvrager, eigenaar, huurder, etc.

en aanbieder deelauto) ondertekende overeenkomst en waarin is vastgelegd dat de deelauto’s 24 uur per dag en 7 dagen ter beschikking staan aan de gebruikers; 5. de deelauto’s op eigen terrein, in een nabijgelegen parkeervoorziening op basis van de loopafstanden in bijlage 6 of in de openbare ruimte op gereserveerde deelautoparkeerplaatsen worden geparkeerd, die in het geval van een elektrische deelauto zijn voorzien van een elektrische laadpaal. In het laatste geval is dat alleen mogelijk wanneer de parkeerdruk dit toelaat; 6. de aanvrager een goede onderbouwing aanlevert over het effect van het in te zetten mobiliteitsalternatief; 7. de ontwikkelaar of de eigenaar van de ruimtelijke activiteit, ter onderbouwing van de inzet van mobiliteitsalternatieven zoals opgenomen in deze nota, de afspraken overlegt waaruit blijkt dat de deelauto’s worden overgedragen aan de gebruikers of de vereniging van eigenaren, bij de aanvraag van de omgevingsvergunning 8. de aanbieder van de deelauto’s of de vereniging van eigenaren kan aantonen dat gebruik wordt gemaakt van de deelauto door, binnen de mogelijkheden van de Algemene Verordening Gegevensbescherming, data over het gebruik van de deelauto’s te delen met de gemeente; 9.

na de periode van vijf jaar van ingebruikname van de deelauto’s de parkeerplaatsen voor deelauto’s, indien op eigen of ander particulier terrein, behouden blijven voor de bewoners. 10. publieke deelauto’s die reeds in de openbare ruimte beschikbaar zijn, leiden niet tot een reductie van de parkeervraag. c. De aanvrager verklaart, dat bij een ruimtelijke activiteit op eigen terrein ten behoeve van woningbouw structureel, dat wil zeggen voor minimaal 5 jaar, vanaf ingebruikname van de

6/10

d.

ontwikkeling deelbakfietsen ter beschikking worden gesteld aan de bewoners of werknemers op geschikte parkeervoorzieningen, op voorwaarde dat: 1. 1 deelbakfiets inclusief parkeerplaats 1 autoparkeerplaats vervangt; 2. binnen gereguleerd gebied een reductiefactor van maximaal 10% van de normatieve autoparkeervraag van toekomstige bewoners of gebruikers wordt vervangen door deelbakfietsen; 3. buiten gereguleerd gebied een reductiefactor van maximaal 5% van de normatieve autoparkeervraag wordt vervangen door deelbakfietsen; 4. deze extra deelbakfietsparkeerplaatsen worden gerealiseerd op eigen terrein, zijn minimaal 1x2 meter groot, voorzien van een laadvoorziening en zijn bedoeld voor langparkeerders (bewoners, werknemers, studenten); 5. de aanvrager een goede onderbouwing aanlevert over het effect van het in te zetten mobiliteitsalternatief; 6.

de ontwikkelaar of de eigenaar van de ruimtelijke activiteit, ter onderbouwing van de inzet van mobiliteitsalternatieven zoals opgenomen in deze nota, aangeeft welke alternatieven worden gebruikt en de afspraken overlegt waaruit blijkt dat deze alternatieven worden overgedragen aan de gebruikers of de vereniging van eigenaren, bij de aanvraag van de omgevingsvergunning; de aanvrager verklaart, dat bij een ruimtelijke activiteit structureel, dat wil zeggen voor minimaal 5 jaar vanaf ingebruikname van de ontwikkeling, wordt voorzien in een hoogwaardig mobiliteitsalternatief, anders dan een deelauto of deelbakfiets, dat aantoonbaar de normatieve autoparkeervraag van de toekomstige bewoners of gebruikers reduceert, op voorwaarde dat: 1. de ruimtelijke activiteit binnen gereguleerd gebied ligt; 2. een reductiefactor van maximaal 10% van de autoparkeervraag van de bewoners of gebruikers wordt vervangen met het mobiliteitsalternatief; 3. de aanvrager een goede onderbouwing aanlevert over het effect van het in te zetten mobiliteitsalternatief; en 4.

de ontwikkelaar of de eigenaar van de ruimtelijke activiteit, ter onderbouwing van de inzet van mobiliteitsalternatieven zoals opgenomen in deze nota , aangeeft welke alternatieven worden gebruikt en de afspraken overlegt waaruit blijkt dat deze alternatieven worden overgedragen aan de gebruikers of de vereniging van eigenaren, bij de aanvraag van de omgevingsvergunning;’

Q. Artikel 3:5 wordt als volgt gewijzigd. Artikel 3:5 wordt vernummerd naar artikel 3:3. De tekst van artikel 3:3 (nieuw) wordt gewijzigd in: ‘In aanvulling op artikel 3:1 en artikel 3:2 is het toegestaan om de inzet van mobiliteitsalternatieven en dubbelgebruik onderling te combineren tot een reductiefactor van maximaal 75% van de normatieve autoparkeervraag van bewoners.’

R. Artikel 3:6 wordt geschrapt.

7/10

S. Artikel 4:1 wordt als volgt gewijzigd: Artikel 4:1 wordt vernummerd naar artikel 4:2. De eerste volzin tot aan de komma wordt gewijzigd in: ‘Op eigen terrein wordt in de autoparkeereis voorzien’ Onderdeel b. wordt geschrapt. Onderdeel c. wordt vernummerd naar b Onderdeel d. wordt vernummerd naar c. Aan onderdeel c. (nieuw) wordt na ‘garages’ toegevoegd: ‘op eigen terrein of deelmobiliteit’.

T. Artikel 4:2 wordt als volgt gewijzigd: Artikel 4:2 wordt vernummerd naar artikel 4:3. Artikel 4:3 (nieuw) wordt gewijzigd in: ‘Artikel 4:3 Voorzien in de autoparkeereis anders dan op eigen terrein 1.

2.

Het college kan in afwijking van artikel 4.2 besluiten dat elders op privaat terrein geheel of gedeeltelijk wordt voorzien in de autoparkeereis, onder de voorwaarden dat: a. dit private terrein eigendom is van de aanvrager en binnen de loopafstand van bijlage 6;of b. structureel, dat wil zeggen voor minimaal 10 jaar vanaf moment van ingebruikname, middels een overeenkomst, tussen ontwikkelaar, eigenaar en eigenaar van de voorziening, aan te tonen, dat een alternatieve parkeervoorziening ter voldoening aan de parkeereis beschikbaar is binnen een loopafstand opgenomen in bijlage 6, waarbij: 1. de alternatieve parkeervoorziening op een ander privaat terrein of in een andere garage of parkeerbox gelegen is; 2. de alternatieve parkeervoorziening voldoet aan de kwaliteitseisen, zoals opgenomen in artikel 1:7; en 3. de parkeerplaatsen in de alternatieve parkeervoorziening niet al eerder zijn toegewezen aan een andere ruimtelijke activiteit om te voorzien in de parkeereis; c. de aanvrager van de omgevingsvergunning bewijs aanlevert dat de beoogde parkeerplaatsen ten tijde van ingebruikname beschikbaar en toegankelijk zijn; d.

de aanvrager van de omgevingsvergunning de bewoners of gebruikers van de ruimtelijke activiteit bij verkoop of verhuur vooraf informeert dat zij niet in aanmerking komen voor een parkeervergunning, indien de parkeerplaatsen in de alternatieve parkeervoorziening niet (meer) beschikbaar blijken te zijn. Het college kan bepalen dat een gebiedsaanpak wordt toegepast, waarbij binnen een gebied een parkeervoorziening wordt voorgesteld als gehele of gedeeltelijke oplossing voor de parkeerbehoefte van het totale gebied.’

U. Artikel 4:3 wordt als volgt gewijzigd: Artikel 4:3 wordt vernummerd naar artikel 4:4. De tekst van artikel 4:4 (nieuw) wordt gewijzigd in: Indien niet redelijkerwijs aan, een gedeelte van, de parkeereis kan worden voldaan, kan het college besluiten dat de aanvrager de parkeereis mag afkopen op basis van de regels en voorwaarden van de Regeling afkoop van de parkeereis Den Haag 2020 of een vervangende regeling.

8/10

V. Artikel 4:4 wordt geschrapt.

W. Na artikel 4:4 wordt een nieuw artikel ingevoerd: artikel 4:5. Dit artikel luidt als volgt: ‘Artikel 4.5 Bijstellen van de totale autoparkeereis Het college kan de normatieve autoparkeereis geheel of gedeeltelijk naar beneden bijstellen in het kader van het gemeentelijk algemeen belang, indien de aanvrager een goede motivering overlegt over de maatregelen die hij neemt om het reduceren van de autoparkeereis te rechtvaardigen.’

X. Artikel 5:1 wordt als volgt gewijzigd: In lid 2 wordt na ‘parkeervoorzieningen’ de tekst gewijzigd in: ‘wordt minimaal 2% van die eis uitgevoerd als gehandicapten-parkeerplaatsen, met een minimum van 1 parkeerplaats, gelegen op een loopafstand van maximaal 100 meter van de toegang van de voorziening.’

Y. Artikel 5:2 wordt geschrapt.

Z. Artikel 6:1 wordt als volgt gewijzigd: Na het woord artikel wordt 1:3 gewijzigd in 1:5. De woorden ‘of elders op eigen terrein’ worden vervangen door: ‘of elders op privaat terrein’.

AA. Artikel 6:2 wordt gewijzigd in: ‘Artikel 6:2 Overgangsrecht 1. 2.

3.

Het college past de Nota parkeernormen Den Haag 2024 toe zoals deze geldt op het moment van indiening van de aanvraag voor een omgevingsvergunning. Indien een aanvraag voor een omgevingsvergunning is ingediend na de inwerkingtreding van de Nota Parkeernormen Den Haag 2024, maar betrekking heeft op een project opgenomen in bijlage 7 bij deze beleidsregel, zijn op die aanvraag de parkeernormen en voorwaarden van toepassing zoals vastgelegd in de Nota Parkeernormen Den Haag 2021. Lid 2 is niet van toepassing indien de aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een project opgenomen in bijlage 7 wordt ingediend na 31 december 2027, dan wel 31 december 2030 indien voor het project tevens sprake is van toekenning van gelden door de gemeente op basis van de daarvoor geldende gemeentelijke regels op grond van de desbetreffende uitkeringsbeschikking van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties als bedoeld in artikel 4, derde lid, van het Besluit Woningbouwimpuls 2020, en artikel 1, onder g, van de Regeling Woningbouwimpuls 2020.’

9/10

AB. Artikel 6:3 wordt als volgt gewijzigd: Artikel 6:3 wordt vernummerd naar artikel 6:5. De tekst van artikel 6:5 (nieuw) wordt gewijzigd in: ‘Deze nota wordt aangehaald als: Nota parkeernormen Den Haag 2024’

AC. Na artikel 6:2 wordt een nieuw artikel ingevoerd: artikel 6:3. Dit artikel luidt als volgt: ‘Artikel 6:3 Intrekking De Nota Parkeernormen 2021 wordt ingetrokken.’

AD. Na artikel 6:3 (nieuw) wordt een nieuw artikel ingevoerd: artikel 6:4. Dit artikel luidt als volgt: ‘Artikel 6:4 Inwerkingtreding Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Gemeenteblad waarin zij wordt geplaatst.’

AE. Naar aanleiding van de wijzigingen van de artikelen is de toelichting op de artikelen integraal aangepast en geactualiseerd, evenals de inleidende tekst boven het voorstel.

10/10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15042228/1