CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS319452 Stand van zaken pilot beurs pabo

Commissie Samenleving 7 november 2024, gemeente Den HaagBij agendapunt: Programma 6: Onderwijs1.318 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Typ tekstTyp tekstTyp tekst

Hilbert Bredemeijer Wethouder van Onderwijs, Jeugd, Sport en Dienstverlening

060

Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag

Ons kenmerk

Aan de voorzitter van de commissie Samenleving

OCW/10750374 RIS319452 Contactpersoon

Ester Hendriksen Dienst

Onderwijs, Cultuur en Welzijn Afdeling

Stad en Bestuur OCW Telefoonnummer

14070 Datum

E-mailadres

9 juli 2024

ester.hendriksen@denhaag.nl

Onderwerp

Stand van zaken pilot beurs pabo

Geachte voorzitter, Via deze brief deel ik met u de stand van zaken met betrekking tot de ‘pilot beurs pabo’, zoals genoemd in het Haags akkoord 2023-2026 (RIS316672). In het Haags akkoord is opgenomen om in samenspraak met het onderwijs 'een pilotbudget beschikbaar te maken voor een beurs voor ongeveer 50 nieuwe pabostudenten, die na afronding van hun studie een aantal jaar in Den Haag moeten lesgeven’. Voor het uitvoeren van deze pilot is een bedrag van €550.000,- beschikbaar gesteld. Naar aanleiding van bovenstaande ambitie zijn verschillende gesprekken gevoerd, onder andere met het werkveld, lerarenopleidingen en met de gemeente Amsterdam, die ervaring heeft met een vergelijkbare beurs. In deze gesprekken heeft het achterliggende doel van de pilot centraal gestaan – namelijk het duurzaam binden van nieuwe leraren aan Den Haag – en zijn de doeltreffendheid en haalbaarheid van het verstrekken van een beurs aan (afgestudeerde) pabostudenten verkend. Er zijn verschillende uitvoeringsscenario’s besproken (variërend in looptijd, specifieke doelgroep en de juridische (on)mogelijkheden van het individueel verstrekken van een meerjarige beurs), inclusief bijbehorende risico’s en verwachte opbrengst(en).

Op basis van deze rondgang concludeert het College dat er aan het verstrekken van een individuele beurs – gekoppeld aan de voorwaarde dat startende leraren zich voor langere tijd moeten binden aan het Haagse onderwijs – een aantal haken en ogen zit, welke hieronder uiteen worden gezet. Daarna volgt een voorstel voor de nadere invulling van de pilot, waarbij eveneens wordt ingezet op het behoud van startende leraren voor het Haagse onderwijs. Doeltreffendheid pilot beurs pabo In maart 2024 publiceerde het Centraal Planbureau (CPB) een eerste onderzoek naar de effecten van de zogenoemde arbeidsmarkttoelage, de toelage die in aanvulling op het salaris wordt verstrekt aan onderwijspersoneel op de 15% scholen die de meeste leerlingen hebben met een vergroot risico op onderwijsachterstanden.1 Het CPB concludeert dat de arbeidsmarkttoelage in het eerste schooljaar na invoering geen substantiële effecten heeft gehad op de mobiliteit van leraren in het basis- en voortgezet onderwijs. Eerder – in februari 2024 – concludeerde het CPB al in het rapport ‘De relatie tussen de arbeidsmarkt en studie-inschrijvingen’, dat studenten zich met betrekking tot hun 1 Effecten eerste schooljaar arbeidsmarkttoelage Nationaal Programma Onderwijs (CPB, 2024)

Gemeente Den Haag

Spui 70 Den Haag

Postbus 12600 2500 DJ Den Haag

T 14070 www.denhaag.nl

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/10750374

studiekeuze niet zozeer laten leiden door arbeidsmarktperspectief en verwacht uurtarief, maar eerder door inhoudelijke interesse, aansluiting bij capaciteiten en beroepsmogelijkheden. 2 Dit wordt nogmaals bevestigd in het onderzoek naar de belangrijkste vertrekreden van leraren in het po, vo en mbo.3 Het College komt dan ook tot het inzicht dat de effectiviteit van sec financiële stimuli om leraren voor de sector te behouden beperkt is. Uitvoerbaarheid pilot beurs pabo Vervolgens is de uitvoerbaarheid van de voorgestelde beurs onderzocht, waarbij in eerste instantie is gekeken naar eerder opgedane ervaringen met een vergelijkbare beurs voor zij-instromers en pabostudenten in Amsterdam. Daar is inmiddels besloten te stoppen met de zogenoemde ‘stimuleringsbeurzen’, vanwege de complexiteit in uitvoering en beperkte doelmatigheid van de regelingen. Die complexiteit zit met name in de voorwaarde dat de beurs alleen wordt verstrekt als de aanvrager zich voor langere tijd inzet voor het Amsterdamse onderwijs. Als verstrekker van de beurs heeft de gemeente Amsterdam geconcludeerd dat die voorwaarde niet alleen een onuitvoerbare administratielast met zich meebrengt, maar de gemeente ook in een ongewenste positie plaatst ten opzichte van individuele aanvragers. Het scenario de schoolbesturen te betrekken bij de uitgifte van de beurs is eveneens verkend.

Zij geven allereerst aan geen voorstander te zijn van een dergelijke financiële prikkel, boven op de al bestaande arbeidsmarkttoelage. De schoolbesturen laten daarnaast weten ook niet als verstrekker van de beurs te willen fungeren, vanuit het standpunt als werkgever gelijke behandeling en gelijke beloning van werknemers te willen betrachten. Het College komt dan ook tot de conclusie – op basis van de gevoerde gesprekken en voortschrijdend inzicht – dat een pilot in de vorm van een meerjarige ‘stimuleringsbeurs’ onvoldoende tot niet zal bijdragen aan het doel om leraren te werven en/of te behouden voor het Haagse onderwijs. Aandacht voor verdeling tekorten en duurzaamheid Zoals toegelicht in de jaarlijkse voortgangsrapportage zijn de tekorten aan bevoegde leraren ongelijk verdeeld over de stad (RIS317350). Juist de scholen met percentueel meer leerlingen die een verhoogd risico lopen op onderwijsachterstand, kampen met grote tekorten. Het College erkent het belang van het duurzaam binden van onderwijsprofessionals aan Haagse scholen en vindt het daarbij tevens belangrijk om met deze pilot gericht in te zetten op de wijken of stadsdelen waar de personeelstekorten het meest nijpend zijn. Een aanhoudend punt van zorg is de relatief grote uitval onder startende leraren.

Deze uitval in of na het eerste werkzame jaar in het onderwijs neemt weliswaar af, maar is nog steeds aanzienlijk.4 Dit speelt een extra grote rol in de stadsdelen waar grootstedelijke en complexe problematiek oververtegenwoordigd zijn en de effecten van het lerarentekort het hardst neerdalen. Het College ziet dan ook met name meerwaarde in een meer afgebakende pilot, welke zich in opzet en aanpak richt op gedegen ondersteuning van pabostudenten en startende leraren in de wijken of stadsdelen met de meest urgente problematiek. Voorstel vervolg Binnen de context van de Wijkaanpak Laak (RIS317350) – het stadsdeel met de grootste tekorten in het primair onderwijs – doen we op dat vlak nu waardevolle ervaringen op. Samen met het Haagse onderwijsveld, de kinderopvang, de lerarenopleidingen en onderwijspartners werken we aan een stevige infrastructuur om hbo-studenten en mbo-studenten passend te laten landen in de wijk.

2 De relatie tussen de arbeidsmarkt en studie-inschrijvingen (CPB, 2024) 3 Vertrekredenen leraren en docenten in het po, vo en mbo (ResearchNed, 2023) 4 Uitval startende leraren primair onderwijs (OCW in Cijfers, 2023)

2/3

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/10750374

Doel is om vanuit een lerende aanpak tot een gedegen ondersteuningsprogramma te komen, dat studenten – met ingang van september 2024 – voorziet van de juiste handvatten om zich te kunnen ontwikkelen tot startbekwame professionals, voorbereid op een grootstedelijke en uitdagende onderwijsomgeving. Studenten nemen binnen de Wijkaanpak Laak deel aan een wijkgericht leerteam, worden door de betrokken organisaties meegenomen in de maatschappelijke vraagstukken die spelen en krijgen de ruimte binnen de setting van een intensief begeleide stage waardevolle werkervaring op te doen. Zo worden studenten niet enkel uitgedaagd om hun professionele vaardigheden uit te breiden en te verdiepen, maar bouwen zij tegelijkertijd een band op met de wijk en met de in Laak gevestigde scholen. Hierdoor vergroten we de kans dat studenten ook na afronding van hun studie in Laak werkzaam willen blijven. Concluderend onderschrijft het college het belang van het duurzaam binden van startende leraren aan het Haagse onderwijs. We voorzien echter dat we met de voorgestelde beurs voor pabostudenten niet het gewenste effect zullen bereiken. De huidige aanpak in Laak, het intensief begeleiden van studenten in wijkgerichte leerteams, acht het College daarentegen kansrijk.

Het College stelt daarom voor om – op basis van de eerste inzichten en resultaten in Q4 2024 – te inventariseren welke onderdelen van het wijkgerichte ondersteuningsprogramma zich lenen voor doorontwikkeling en uitbreiding naar andere wijken of stadsdelen. Hiervoor zouden de beschikbare middelen voor de pilot kunnen worden ingezet, herverdeeld over 2025 en 2026. Het college zal de Raad in Q1 2025 middels een commissiebrief informeren over de voortgang van het wijkgerichte ondersteuningsprogramma, inclusief een inventarisatie van kansrijke routes voor doorontwikkeling en uitbreiding. Het college verwacht u met deze brief voor nu voldoende te hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groet, de wethouder van Onderwijs, Jeugd, Sport en Dienstverlening Hilbert Bredemeijer

3/3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14385261/1