RIS319413 Beantwoording SV Nu tijd voor een leegstandsverordening!
Tekst van het document
Datum
1 oktober 2024
Onderwerp
Antwoord van het college op de vragen van de raadsleden de heren Mekers en Thepass, en de dames Faïd en Klokkenburg-Reedeker, luidend: ‘Nu tijd voor een leegstandsverordening!’
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE VRAGEN
Ons kenmerk
DSO/10788968 RIS319413
De raadsleden de heren Mekers en Thepass, en de dames Faïd en Klokkenburg-Reedeker hebben op 3 juli 2024 een brief met daarin vijftien vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 30 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. Leegstand is een groot probleem in Den Haag. Raadsleden Mekers en Thepass liepen recent mee in de ‘leegstandsloop’ van het Straatconsulaat met EenVandaag, waarin ze met eigen ogen tal van leegstaande panden konden aanschouwen. Het signaal is duidelijk: elk leegstaand pand in deze woningcrisis is er één te veel en leegstand is niet te verantwoorden in tijden dat de dakloosheid stijgt en mensen op straat moeten slapen. 1)
Erkent het college dat leegstand een probleem is in Den Haag en dat de gemeente een verantwoordelijkheid heeft om te zorgen dat er genoeg woningen beschikbaar zijn?
Wat het college betreft is het onwenselijk als woningen onnodig leegstaan. Het wederom in gebruik nemen van leegstaande woonruimten zorgt voor een betere benutting van de bestaande voorraad en helpt de druk op de vraag naar woningen te verlichten. De gemeente zet zich tot het uiterste in om te zorgen dat er voldoende woningen beschikbaar zijn en daarom spannen we ons in om leegstand aan te pakken. Daarbij zijn we wel afhankelijk van de medewerking van verschillende partijen, zoals de Rijksoverheid en investeerders. 2)
Kan het college aangeven wat het momenteel doet om leegstand te voorkomen of aan te pakken?
In de dagelijkse praktijk boekt de gemeente, door het gesprek aan te gaan met een eigenaar van leegstaand vastgoed, het snelst en meest effectief resultaat. In voorkomende gevallen, draagt de gemeente daarbij proactief potentiële, nieuwe gebruikers aan. In het Advies Haagse Aanpak leegstand (RIS318192) is aangegeven, welke stappen we hierin nog meer kunnen zetten. De verwachting is dat de uitwerkingsnota Bestrijding Leegstand, waarin de stappen worden aangeven die we gaan uitvoeren, in het najaar aan de raad kan worden aangeboden. 3)
Hoe succesvol is die aanpak? Kan het college cijfers delen van feitelijk leegstaande woningen die na interventie door de gemeente weer bewoond zijn?
Het is niet mogelijk om specifiek aan te geven welke interventies allemaal succes hebben gehad, omdat dit niet wordt bijgehouden.
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10788968
De leegstand van woningen neemt de laatste jaren wel af: van 7,2 procent in 2015 naar 5,4 procent in 2023. In Den Haag is deze dalende trend al geruime tijd zichtbaar en is sterker dan in de rest van Nederland en andere grote steden. Recent zijn de resultaten naar buiten gebracht van een pilot met een leegstandverordening in Amsterdam en Utrecht, waarbij eerst in gesprek wordt gegaan met eigenaren van een leegstaand pand, om samen naar oplossingen te zoeken. Mocht er geen gehoor aan worden gegeven, of mocht er niet worden meegewerkt, dan kan men overgaan tot beboeten. Naar aanleiding van deze pilot met een leegstandverordening, lijkt Amsterdam positief over de resultaten die ze hebben geboekt. In het jaar 2023 zijn daar 697 woningen weer in gebruik genomen na gesprekken “met meer inzet op het oplossen van de situatie. Door gesprekken en brieven hoefde het bij minder overtredingen tot een officiële sanctie te komen.” 1 Ook zijn in Amsterdam elk jaar meer meldingen rondom leegstand gedaan door bewoners. In de laatste 2 jaren ging het zelfs om respectievelijk 341 en 381 meldingen. 4)
Is het college bekend met deze Amsterdamse leegstandverordening?
Ja. 5)
Hoe staat het college tegenover de Amsterdamse leegstandsverordening? Graag een uitgebreide reflectie.
Naast Amsterdam maakt ook Utrecht gebruik van een vergelijkbare experimentele leegstandverordening. Het college staat positief tegenover de Amsterdamse en Utrechtse leegstandverordening met experimentele mogelijkheden. Deze leegstandverordeningen wijken af van de reguliere leegstandverordening, doordat er meer doorzettingsmacht is vanuit de gemeente en de gemeente geen panden hoeft voor te dragen, wat vaak tot afwijzing en daarmee tot vertraging leidt. De gemeente Amsterdam is in een evaluatie aan de raad positief over de behaalde resultaten. Een belangrijk winstpunt is volgens de gemeente Amsterdam, dat door de nieuwe verordening leegstaande woningen gemiddeld 60 procent sneller bewoond worden, doordat effectiever kan worden gehandhaafd dan bij de reguliere leegstandverordening. Het is belangrijk op te merken, dat de Amsterdamse en Utrechtse leegstandverordeningen onderdeel waren van een pilot. Deze experimentele verordeningen kunnen niet zomaar worden overgenomen door andere gemeenten. Toen de gemeente Den Haag vroeg om deel te mogen nemen aan deze pilot, was daar op dat moment geen mogelijkheid voor. Nu de Crisis- en herstelwet is vervallen, kan Den Haag niet meer aan dat eerdere experiment worden toegevoegd.
Het ministerie heeft ambtelijk aangegeven, dat er wordt ingezet op het mogelijk maken van een experiment met de Leegstandswet, zoals dat ook in Amsterdam en Utrecht is gebeurd. Hiervoor is een nieuwe wettelijke basis op Rijksniveau nodig. In de uitwerkingsnota zal hier uitgebreid op worden ingegaan, evenals op de manier waarop de gemeente Den Haag zelf aan de slag gaat met dit vraagstuk.
1 https://amsterdam.raadsinformatie.nl/document/14239519/1/Bijlage+RIB+Resultaten+Handhaving
+Wonen+2023
2/5
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10788968
6)
Is het college bekend met de resultaten in Utrecht, waarin er binnen een halfjaar 167 leegstaande woningen weer bewoond worden?2 Kan het college hierop reageren?
Ja, uit mediaberichten hebben we dit vernomen. In de Staatscourant van 1 juli jongstleden, staan de 167 weer bewoonde woningen in Utrecht niet vermeld. Het is niet duidelijk of alle weer bewoonde woningen direct het resultaat zijn van de leegstandsverordening met aangescherpte mogelijkheden. 7)
Kan het college, op basis van de Utrechtse resultaten, ingaan op de rol die de meldplicht heeft gespeeld in de leegstandverordening, bij het beter in beeld krijgen van de leegstand?
De gemeente Utrecht heeft 2.600 brieven verstuurd aan eigenaren van administratief leegstaande woningen. Daarop zijn 700 reacties binnengekomen. Hierdoor hebben ze een beter beeld van het gebruik van 700 administratief leegstaande panden. De meldplicht geeft een grondslag om een onderzoek in te stellen. 8)
Kan het college ingaan op het feit dat er in Amsterdam per jaar steeds meer meldingen zijn gemaakt, en dat de 381 meldingen in 2023 er sterk aan hebben bijgedragen om leegstand in beeld te krijgen en te bestrijden?
De meldplicht is al jaren van kracht in Amsterdam, omdat zij eerder al een leegstandverordening in werking hadden. De stijging is mogelijk te danken aan de betere handhavingsmogelijkheden bij de experimentele verordening. 9)
Deelt het college de mening van GroenLinks, D66, ChristenUnie-SGP en de Haagse Stadspartij dat 679 woningen in één jaar waarbij de feitelijke leegstand is opgelost, bewijst dat een leegstandsverordening zeer succesvol kan zijn? Kan het college dit ook in de context plaatsen van de achterblijvende woningbouwproductie in Den Haag?
Het college deelt de mening dat de experimentele leegstandverordening een bijdrage levert in de strijd tegen leegstand en daarmee aan het tekort aan woningen. We weten overigens niet of de 679 in gebruik genomen woningen geheel toe te rekenen zijn aan de experimentele leegstandverordening. 10) Ziet het college deze resultaten als een voldoende aanleiding om snel te leren van Amsterdam en Utrecht en ook aan de slag te gaan met een vergelijkbare leegstandverordening? Ja, zoals aangegeven tijdens de commissiebehandeling van de programmarekening op 3 juli 2024, ziet het college de positieve resultaten van Amsterdam en Utrecht als een sterke aanleiding om snel te leren van deze gemeenten en te onderzoeken hoe een vergelijkbare leegstandverordening in Den Haag kan worden toegepast.
2 https://www.duic.nl/wonen/leegstandsverordening-in-utrecht-werpt-vruchten-af-167-woningen-in-gebruik/
3/5
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10788968
Naast het toegenomen aantal meldingen is de mogelijkheid tot het opleggen van sancties zoals een bestuurlijke boete bij leegstand ook een mogelijkheid onder de Amsterdamse en Utrechtse leegstandsverordening. Het Amsterdamse college concludeert op basis van de evaluatie dat het beleid geslaagd is en doorgezet moet worden. Bovendien werd er vaak met gesprekken al resultaat behaald, waarschijnlijk omdat de eigenaren niet in een handhavingsregime terecht willen komen. 11)
Deelt het college de mening van gemeente Amsterdam dat de pilot rondom leegstand (en andere vormen van woonovertredingen) een succes is, en ziet het net als GroenLinks, D66, ChristenUnie-SGP en de Haagse Stadspartij dat het achter de hand hebben van sancties bijdraagt aan de effectiviteit van de gesprekken met eigenaren?
Ja. 12) Is het college bereid om zo snel mogelijk een Haagse leegstandsverordening in te voeren, zodat de regels uiterlijk 1 januari 2025 van start kunnen gaan? Ja. Zoals in de commissie Ruimte van 3 juli jl. reeds aangegeven, wil het college zo snel als mogelijk een leegstandsverordening invoeren met dezelfde experimentele aanscherpingen die Amsterdam en Utrecht ook gebruiken. Om gebruik te kunnen maken van dergelijke experimentele aanscherpingen, is Den Haag afhankelijk van het Rijk om te voorzien in een juiste juridische grondslag. Door invoering van de Omgevingswet, moet er een nieuwe grondslag voor een dergelijk experiment vormgegeven worden. Het Rijk geeft aan dit per 1 januari 2026 gereed te hebben. In de tussentijd werkt het college aan een verdere onderbouwing, het uitwerken van de verordening en moet er gekeken worden welke middelen tegen die tijd beschikbaar zijn voor de uitvoering. Dit komt eveneens aan de orde in eerdere uitwerkingsnota, die u binnenkort tegemoet kunt zien. Ook woningcorporaties hebben hun rol gespeeld in het oplossen van leegstand in Amsterdam. In 2023 hebben de corporaties 639 woningen na een interventie vrijgemaakt voor nieuwe bewoning in Amsterdam, in goede samenwerking met de gemeente. Binnen deze veranderende koers heeft het college in 2023 samen met de corporaties 1.451 woningen vrijgemaakt voor bewoning. Het college in Den Haag geeft o.a.
in de voortgangsrapportage woningbouw (RIS318912) aan de laatste tijd nauwer samen te werken met woningcorporaties. 13) Heeft de gemeente periodiek contact met woningcorporaties op het vlak van leegstand? Zo ja, hoe verloopt dit? Hoe ziet dit contact eruit? Zo nee, waarom niet? In de beantwoording raadsvragen ‘Onttrekking woonruimte door corporaties en inzet anti-kraak’ (RIS317219) is aangegeven, dat de drie grote corporaties weinig panden hebben die langer dan drie maanden leegstaan. In bijzondere gevallen gebeurt dit wel, als woningen onbewoonbaar zijn en sloop of renovatie aanstaande is. Daarnaast kan het voorkomen dat een woning wordt verbouwd. De mate van leegstand bij de drie grote corporaties, geeft geen aanleiding tot periodiek overleg over sec het onderwerp leegstand bij de corporaties. Uiteraard hebben we regelmatig contact met de corporaties en houden daarbij ook dit onderwerp op de agenda.
4/5
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10788968
In eerdere vragen van de SP over de samenwerking corporaties op leegstand RIS26578, zei het college dat langdurige leegstand bij corporaties eigenlijk niet voorkomt (2017). 14) Is dit nog steeds het geval? Zo ja, hoe komt het college tot deze conclusie? Zo nee, sinds wanneer is het college op de hoogte van deze verandering? Wat doet het college er, samen met de corporaties, aan om (langdurige) leegstand bij corporaties tegen te gaan? Langdurige leegstand komt weinig voor, zie antwoord op vraag 13. 15) Er is ook sprake van leegstand van gebouwen waar al wel vergunningen voor verbouwingen zijn afgegeven, maar die om verschillende redenen niet worden verbouwd. Is het college bereid ook voor deze panden een specifieke aanpak te ontwikkelen? Zo nee, waarom niet? Nee. Een vergunning is een recht, maar geen verplichting om de verbouwing daadwerkelijk uit te voeren. Het wel of niet hebben van een vergunning voegt niets toe aan een speciale aanpak. Met een leegstandverordening zoals die bij Amsterdam en Utrecht, hebben we de mogelijkheid om een eigenaar te verplichten de woning binnen een bepaalde termijn in gebruik te nemen. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx
Jan van Zanen
5/5