CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS319383 Bijlage 2 Advies Pels Rijcken - Gereduceerd parkeertarief-aangepast nav college 9 juli

Gemeenteraad 3 april 2025, gemeente Den HaagBij agendapunt: Voorstel van het college inzake Actualisatie Parkeerstrategie 2021 - 2030 (RIS319383)1.183 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Advies

voor

Elenita Schotborg (Gemeente Den Haag)

cc van

Daniëlle Roelands-Fransen & Dominique Vleeskens

datum

14 augustus 2024

inzake

Gereduceerd tarief bij invoering betaald parkeren

zaaknr

11022088

1

Adviesvraag In het kader van het bestemmingsplan “Assumburgweg” is in de gemeenteraad van de gemeente Den Haag (hierna: raad) gesproken over het voornemen om tijdens de overlast van de bouwwerkzaamheden in de wijk Zuidwest een parkeerregeling in te voeren met een gereduceerd tarief voor bewoners. Het college vindt dit ongewenst. In de motie RIS317597 heeft de raad gevraagd om dit uitgangspunt te implementeren, of duidelijk te verklaren met een juridische onderbouwing waarom het voornemen niet kan worden nagekomen. Met de raad is afgesproken dat een extra juridische toets wordt gevraagd ten aanzien van het besluit van het college tot het niet invoeren van (tijdelijk) een gereduceerd tarief voor de inwoners van Zuidwest. In paragraaf 2 van dit advies geven wij antwoord op deze vraag. In paragraaf 3 geven wij daarop een uitgebreide toelichting.

2

Samengevat antwoord 

Gelet op het bepaalde in artikel 225 lid 1 van de Gemeentewet is het niet mogelijk om een inkomens- of sociale groepsafhankelijke parkeerbelasting te heffen. Het gestelde doel van het tarief is namelijk niet parkeerregulering, maar het beperken van de financiële gevolgen die gepaard gaan met bouwontwikkelingen en de invoering van betaald parkeren te zijn.

Artikel 225 lid 8 van de Gemeentewet staat evenzeer aan de invoering van een dergelijk tarief in de weg. Een parkeertarief kan namelijk slechts afhankelijk worden gesteld van parkeertijd, -duur, plaats, oppervlakte of ligging.

Alle werkzaamheden worden verricht op grond van een overeenkomst van opdracht met de naamloze vennootschap Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn N.V. gevestigd te Den Haag en ingeschreven in het Handelsregister onder nr. 27283716. Op de overeenkomst zijn de algemene voorwaarden van toepassing, die zijn gedeponeerd ter griffie rechtbank Den Haag onder nr. 16/2022. Daarin is een aansprakelijkheidsbeperking opgenomen. De algemene voorwaarden worden op verzoek toegezonden of zijn te raadplegen op www.pelsrijcken.nl.

2/3

Ook verdraagt de beoogde regeling zich niet met het gelijkheidsbeginsel en kan bovendien tot ongewenste precedentwerking leiden.

Indien een inkomens- of sociale groepsafhankelijk tarief in de Parkeerverordening wordt opgenomen, bestaat – gelet op het voorgaande – het risico dat de bestuursrechter de regeling onverbindend verklaart of buiten toepassing laat wegens strijd met hoger recht of algemene rechtsbeginselen.

3

Toelichting Op grond van artikel 225 lid 1 van de Gemeentewet kan de gemeente Den Haag in het kader van parkeerregulering twee soorten belastingen heffen: “a.

een belasting ter zake van het parkeren van een voertuig op een bij de belastingverordening dan wel krachtens de belastingverordening in de daarin aangewezen gevallen door het college te bepalen plaats, tijdstip en wijze;

b.

een belasting ter zake van een van gemeentewege verleende vergunning voor het parkeren van een voertuig op de in die vergunning aangegeven plaats en wijze.”

Uit de Toelichting bij de tweede Nota van Wijziging volgt dat met de (snelle) invoering van deze belasting een vlotte doorstroming van verkeer en een goede bereikbaarheid van de binnensteden werd beoogd. De belasting heeft dus een parkeerregulerend karakter. Zie: Kamerstukken II 1989/1990, 19405, nr. 13, p. 6 en 10.

Uit een uitspraak van 11 juni 1999 van de Gerechtshof Amsterdam (ECLI:NL:GHAMS:1999:AA7999) blijkt dat van een tarief, zoals bedoeld in artikel 225 van de Gemeentewet, een prikkel moet uitgaan om een bepaald gewenst parkeergedrag te bevorderen, dan wel ongewenst parkeergedrag te ontmoedigen. In dit verband kan ook gewezen worden op een uitspraak van 22 juni 2011 van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ECLI:NL:RVS:2011:BQ8837). Naar het oordeel van de Afdeling valt het verlagen van de parkeerdruk om de kwaliteit van de openbare ruimte te verbeteren ook onder “parkeerregulering”. Gelet op het voorgaande, zien wij niet in dat een inkomens of sociale groepsafhankelijk tarief in overeenstemming is met artikel 225 van de Gemeentewet. Aan een dergelijk tarief ligt namelijk geen parkeerregulerend doel ten grondslag, maar het beperken van de financiële impact van betaald parkeren op inwoners van Zuidwest. Bovendien staat het bepaalde in artikel 225 lid 8 van de Gemeentewet aan het beoogde belastingtarief in de weg: “8. Het tarief van de in het eerste lid bedoelde belastingen kan afhankelijk worden gesteld van de parkeerduur, van de parkeertijd, van de ingenomen oppervlakte en van de ligging van de terreinen of weggedeelten.” [Onderstreping Pels Rijcken]

Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn N.V.

3/3

Met het gebruik van het woord “en” wordt een limitatieve opsomming aangeduid. 1 Met andere woorden, een parkeertarief kan slechts afhankelijk worden gesteld van parkeertijd, -duur, plaats, oppervlakte of ligging. Deze bepaling laat de gemeente dus enige vrijheid om te bepalen op welke wijze de heffing wordt vormgegeven. Zo kan de heffing kan met behulp van genoemde factoren op zodanige worden vastgesteld dat deze aantrekkelijker is voor bewoners dan voor bezoekers, bijvoorbeeld door een dagtarief te hanteren (Hoge Raad 24 februari 2023, ECLI:NL:HR:2023:305). Het vaststellen van een tarief voor bepaalde sociale groepen in Zuidwest is evenwel niet mogelijk. Zie: -

Gerechtshof Den Haag 27 november 2013, ECLI:NL:GHDHA:2013:4515, r.o. 8.3;

-

Gerechtshof Amsterdam 11 juni 1999, ECLI:NL:GHAMS:1999:AA7999, r.o. 6 e.v.

Voorts is van belang dat de keuze voor een tarief niet in strijd mag komen met algemene rechtsbeginselen en niet mag leiden tot een willekeurige en onredelijke belastingheffing (Gerechtshof Den Haag 27 november 2013, ECLI:NL:GHDHA:2013:4515). Het (tijdelijk) verlenen van een korting op het tarief voor een parkeervergunning verdraagt zich niet met het gelijkheidsbeginsel2, en levert mogelijke ongewenste precedentwerking op. In meerdere gebieden in Den Haag wordt immers – ten behoeve van bouwontwikkelingen – een regime van betaald parkeren ingevoerd. Indien bewoners van Zuidwest korting krijgen op het tarief voor een parkeervergunning zal op zijn minst steekhoudende parkeergerelateerde argumenten moeten worden gegeven waarom bewoners elders in Den Haag niet voor een gereduceerd tarief in aanmerking komen. Indien en voor zover de raad in Zuidwest toch een inkomensafhankelijke belastingregeling in de Parkeerverordening wenst op te nemen, merken wij het volgende op. Vanwege het bepaalde in artikel 8:3 lid 1 sub a Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) kan tegen de vaststelling van (gewijzigde) Parkeerverordening geen beroep bij de bestuursrechter worden ingediend. De inhoud en de nadere toepassing van een verordening kunnen slechts indirect (via een exceptieve toets) worden getoetst in een parkeervergunningprocedure of civiele procedure.

Gelet op het voorgaande zou de rechter kunnen oordelen dat het inkomensafhankelijke gedeelte van het tarief onverbindend is of buiten toepassing moeten worden verklaard. Dat zou dan betekenen dat elke inwoner die in aanmerking komt voor een parkeervergunning daarvoor het reguliere tarief zou moeten betalen.

1 2

Zie aanwijzing 3.60 van de Aanwijzingen voor de regelgeving. Vgl. Gerechtshof Amsterdam 18 mei 2001, ECLI:NL:GHAMS:2001:AB2470, r.o. 6 e.v. Uit deze uitspraak volgt dat objectieve en redelijke gronden ten grondslag moeten liggen aan tariefverschillen. Het onderscheid tussen bewoners en niet-bewoners werd in dit geval geaccordeerd, nu ‘wonen’ en ‘werken’ dermate basale factoren zijn die naar hun aard een ander parkeergedrag opleveren.

Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn N.V.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14502011/1