RIS319294 Afdoening motie Bied warmtecoperaties opgroeiruimte
Tekst van het document
Typ tekstTyp tekstTyp tekst
Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag
Ons kenmerk
dienst: dienstcode
DSO/10800041 RIS319294 Contactpersoon
Aan de gemeenteraad
Irmgard Jansen Dienst
Dienst Stedelijke Ontwikkeling Afdeling
DSO Energietransitie Datum
Telefoonnummer
23 oktober 2024
14070 E-mailadres
irmgard.jansen@denhaag.nl
Onderwerp
Afdoening motie: ‘Bied warmtecoöperaties opgroeiruimte’
Uw raad heeft tijdens het debat over Warmtenetten op 20 juni 2024 de door het raadslid de heer Thepass ingediende motie ‘Bied warmtecoöperaties opgroeiruimte’ (RIS319294) aangenomen. Hierbij informeert het college de raad over de afdoening van de motie: De motie luidt als volgt: Overwegende, dat: − het stimuleren van- en voorrang verlenen aan lokale energiecoöperaties één van de uitgangspunten is in de Haagse transitievisie warmte; − de warmtetransitie van onderop, onder andere aangejaagd door warmtecoöperaties, een breed gedragen uitgangspunt van de Haagse warmtetransitie is; − het financieren van duurzame warmtevoorzieningen onder EU-richtlijnen is toegestaan en het dus mogelijk is om de opbouw van een projectorganisatie financieel mogelijk te maken.
Constaterende, dat: − Den Haag veel lokale energiecoöperaties kent en een aantal van hen zich richt op het ontwikkelen van (veelal kleinschalige) warmtenetten; − coöperatieve warmteprojecten nu echter nog beperkt van de grond komen, onder andere omdat lokale coöperaties momenteel niet de tijd, ruimte en financiën hebben om de benodigde professionaliseringsslag te maken terwijl gerealiseerde coöperatieve projecten wel financieel voordelig zijn en draagvlak genieten; − het concept van opgroeiruimte, waarin wordt nagestreefd om coöperaties als gemeente de ondersteuning en ruimte te bieden om door te groeien naar een volwaardige warmteinitiatief; − landelijke coöperatieve koepel Energie Samen en Warmte in de Wijk governancemodellen en andere maatregelen hebben ontwikkeld ten faveure van opgroeiruimte en dit op andere plekken al in de praktijk gebeurd. Verzoekt het college: − in te zetten op opgroeiruimte voor Haagse warmtecoöperaties en hier een concrete strategie uit te werken; − hierbij in ieder geval een financiële ondersteuningsregeling voor warmtecoöperaties uit te werken en dit vanuit het programma energietransitie te financieren; − bij de uitwerking tevens in te gaan op mogelijke governancemodellen en de samenwerking tussen coöperaties, gemeente, publiek warmtebedrijf en andere partijen.
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10800041
Het college geeft op de volgende manier antwoord op deze motie: U heeft inmiddels de brief Actielijn Bewonersinitiatieven Warmtenetten (RIS 320044) ontvangen. Met de beschreven Actielijn gaan we bewonersinitiatieven nóg actiever ondersteunen om concrete en significante stappen te zetten richting duurzame energieoplossingen en kleinschalige warmtenetten. Deze samenwerking tussen bewonersinitiatieven of coöperaties en de gemeente is nieuw en vereist een andere benadering dan traditionele markt samenwerkingsrelaties met marktpartijen. Daarmee biedt de Actielijn 'opgroeiruimte' aan bewonersinitiatieven. Opgroeiruimte houdt in dat bewonerscollectieven de kans krijgen om te groeien en te professionaliseren in hun nieuwe rollen bij het opzetten van een warmtenet. Wij geven de bewonerscollectieven daarmee tijd, expertise en ondersteuning om zich te ontwikkelen, vergelijkbaar met het 'Right to Challenge', ofwel ‘uitdaagrecht’ waarbij bewoners het recht hebben om overheidstaken over te nemen. Opgroeiruimte biedt de noodzakelijke flexibiliteit om de nieuwe partnerschappen zorgvuldig vorm te geven en te ontwikkelen. Het is een proces van samen leren en doorontwikkelen, waarbij er ruimte is voor reflectie, wederzijds begrip en het vastleggen van heldere afspraken. Met de Actielijn bewonersinitiatieven warmtenetten bieden we de bedoelde opgroeiruimte.
Dat houdt in dat we de initiatieven helpen om op te groeien tot zelfstandige coöperatieve ondernemingen die een warmteoplossing bieden. De initiatieven die zullen opgroeien tot zelfstandige coöperaties hebben in de toekomst waarschijnlijk aanvullende ondersteuning nodig om tot succesvolle uitvoering te komen. We zijn daarnaast aan het onderzoeken wat er komt kijken bij de oprichting van een publiek warmtebedrijf. De inbreng van en afstemming met bewonersorganisaties over onder meer hun mogelijke rol is uiterst belangrijk; tijdens verschillende bijeenkomsten spreken we daar met hen over. Het college beschouwt de motie hiermee als afgedaan. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx
Jan van Zanen
2/2