RIS319245 Bijlage 2. rapport van Rossum, bevindingen complex 70 – Weigeliaplein Den Haag;
Tekst van het document
ordernummer: notitie: blz:
11369 N01 1
NOTITIE N01 15-2-2024
Bevindingen Complex 70 – Weigeliaplein Den Haag Aan het Weigeliaplein te Den Haag bevindt zich Complex 70, een 3-laags appartementengebouw met op de verdiepingen woningen en op de begane grond commerciële ruimtes en woningen. Het complex is gebouwd in de jaren ’20 en vervolgens gerenoveerd in de jaren ’70. In 2017 is door IMD Raadgevende Ingenieurs de huidige staat van het complex beschreven en beoordeeld aan de hand van de NEN 8700 voor bestaande bouw. Tevens is door Superuse Studios in opdracht van de bewonerscommissie Complex 70 een renovatieplan uitgewerkt, als beschreven in 230321 Booklet Weigeliaplein A4. Om de opdrachtgever te ondersteunen bij de besluitvorming aangaande de verdere ontwikkeling van het complex is Van Rossum gevraagd om de constructieve aandachtspunten en risico’s van het appartementencomplex in kaart te brengen, mede met het oog op de huidige eisen, verwachtingen en standaarden die worden gesteld ten aanzien van nieuwbouw. Tevens is het door Superuse Studios opgestelde renovatieplan beoordeeld. Voor de totstandkoming van deze notitie is gebruik gemaakt van informatie en archiefstukken afkomstig uit door ons uitgevoerd archiefonderzoek en uit rapport ‘R-01 Haalbaarheidsstudie constructie d.d. 0112-2017’ van IMD.
De rapportage is opgebouwd uit zes onderdelen: 1) Bevindingen huidige situatie op basis van archiefstukken 2) Beoordeling renovatieplan 3) Opname ter plaatse 4) Beoordeling fundering op staal 5) Mogelijkheden optopping 6) Conclusie
Figuur 1: Complex 70 te Den Haag
ordernummer: notitie: blz:
1.
11369 N01 2
Bevindingen huidige situatie op basis van archiefstukken
•
De constructie is 100 jaar oud en heeft daarmee zijn oorspronkelijke levensduur – gebruikelijk 50 jaar – ruim doorstaan. De uitgevoerde renovatie in de jaren ’70 is inmiddels ook een halve eeuw geleden. Bij een nog verdere verlenging zal meer en groter onderhoud nodig zijn en nemen de onderhoudskosten significant toe. In verband met de verstreken levensduur zullen zaken als betonen staalaantasting in toenemende mate optreden. Bij behoudt dient een uitgebreide opname van de huidige staat van de constructie te worden uitgevoerd.
•
De hoofddraagconstructie bestaat uit halfsteens en steens metselwerk wanden en gevels in combinatie met houten balklagen voor de vloeren. Metselwerk constructies en met name gevels zijn in algemene zin scheurgevoelig, wat voor dit gebouw wordt versterkt door het feit dat het appartementencomplex op staal is gefundeerd. Effecten van zettingen en trillingen uit de omgeving in de ondergrond kunnen daarmee resulteren in scheurvorming. Door de jaren heen heeft op verscheidene plekken scheurvorming opgetreden, als ook te verwachten door optreden van lange termijn zettingen en een op staal gefundeerde constructie.
•
In de balkons zijn geïntegreerde balken opgenomen die het balkon verankeren in de dragende wanden, conform onderstaand fragment. Hiermee ontstaat een koudebrug van buiten naar binnen. Tevens volgt hieruit dat de binnenwanden een functie vervullen in de dompelconstructie van de balkons en dat in deze wanden geen sparingen mogelijk zijn zonder aanvullende voorzieningen.
De balkons zijn tevens vrij dun met naar verwachting eveneens beperkte dekking. Door thermische werking wordt scheurvorming verwacht, uiteindelijk resulterend in aantasting van de wapening (ook met het oog op de levensduurverlenging). •
De vloeren zijn gerealiseerd middels houten balklagen met een overspanning variërend van 4 tot 5 meter. Voor zover bekend is geen monoliete afwerkvloer toegepast. Dergelijke lichte vloersystemen zijn in de regel gevoelig voor geluid- en trillingshinder. Uit de controleberekeningen van IMd volgt dat de sterkte van de vloeren voldoende is, echter voldoen de vervormingen niet aan de huidige voorschriften.
•
Aanvullend hierop hebben wij trillingsberekeningen uitgevoerd voor 2 type vloervelden, zie Bijlage A. Hieruit volgt dat de trillingsgedrag van de vloeren niet voldoet aan de Hivoss richtlijnen voor lichte vloeren. Deze richtlijnen worden gebruikt om de mate van voelbare / storende trillingen, welke ontstaan door lopende personen, inzichtelijk te maken en te toetsen voor bepaalde gebruiksfuncties. Het is onbekend hoe de brandwerendheid van de houten balklaag is gerealiseerd. Op basis van bestaande bouw zou een brandwerendheid van minimaal 30 minuten benodigd zijn tussen 2
•
ordernummer: notitie: blz:
11369 N01 3
compartimenten. De houten balken 70x170 / 80x180 zijn niet in staat om 30 minuten brand te doorstaan. Zonder aanvullende voorzieningen in het plafond wordt brandwerendheidseis naar verwachting niet gehaald. •
Tevens zijn bij de renovatie op een aantal posities stalen liggers en kolommen geïntroduceerd. Op basis van foto’s lijken deze te zijn afgewerkt met stucpleiser. Indien we de huidige geldende regelgeving toepassen, zal de brandwerendheid naar verwachting niet voldoen. De liggers en kolommen zijn op diverse posities toegevoegd om dragende scheidingswanden te verwijderen / verplaatsen, getuige onderstaand fragment. Doordat de ingrepen per verdieping verschillen, zijn ook overdrachtsliggers toegevoegd. Ook zijn onder de begane grond stalen met beton omsloten liggers toegepast om de belasting terug te leiden naar de fundering.
ordernummer: notitie: blz:
•
11369 N01 4
In de oorspronkelijke constructie zijn alle scheidingswanden als dragend uitgevoerd, waarbij de balken doorliepen over meerdere steunpunten. Bij de renovatie in de jaren ’70 zijn de vloeren versterkt om scheidingswanden te kunnen verwijderen (en op een aantal posities stalen liggers en portalen toegevoegd) en grotere overspanningen te realiseren. Gevolg hiervan is dat de belasting en daarmee ook de optredende zetten ter plaatse van de funderingsstroken onder de resterende scheidingswanden zijn toegenomen, zie ook onze verdere bevindingen in hoofdstuk 4.
Oorspronkelijke constructie: alle wanden dragend
Renovatie 1970: dragende wanden gereduceerd (geel) en vloeren versterkt
ordernummer: notitie: blz:
2. •
11369 N01 5
Beoordeling renovatieplan Superuse Studios In de nieuwe situatie worden diverse scheidingswanden verplaatst of verwijderd, terwijl dit dragende wanden zijn. De in onderstaande figuur rood gemarkeerde scheidingswanden fungeren als dragende wanden voor de vloer en kunnen dus niet worden verwijderd zonder aanvullende voorzieningen (bijvoorbeeld stalen portalen en overdrachtsconstructies onder de begane grond zoals bij de renovatie in de jaren ’70).
ordernummer: notitie: blz:
•
11369 N01 6
Er wordt voorgesteld om de begane grond te vervangen door een PS-renovatievloer van VBI. De huidige begane grondvloer bestaat voornamelijk uit houten balken, maar ook deels uit een betonvloer en met beton omsloten stalen liggers onder de BG vloer (beiden toegevoegd tijdens renovatie jaren ’70 in verband met verschoven dragende scheidingswanden). Zie ook onderstaande fragmenten. Bij het vervangen van de vloeren zullen de aanwezige betonvloeren en stalen liggers intact moeten blijven, waardoor het niet overal mogelijk zal zijn om de vloer te vervangen.
ordernummer: notitie: blz:
•
11369 N01 7
In de huidige situatie zijn bij veel woningen op de 1 e en 2e verdieping uitkragende balkons gerealiseerd. In de balkons zijn geïntegreerde betonnen balken opgenomen die het balken verankeren in een dragende wand in de achtergelegen constructie middels een dompelconstructie. Aan weerszijden van het balkon dient altijd een dragende wand aanwezig te zijn, benodigd voor de krachtsafdracht van de balkons. In de huidige uitwerking zijn deze achterliggende dragende wanden komen te vervallen, waarmee de balkons hun ondersteuning verliezen. De wand kan alleen worden verwijderd indien het balkon op een alternatieve wijze wordt ondersteund, zoals reeds is gedaan bij de woningen type E (zie onderstaande foto). Hiervoor dient voor alle balkons een aanvullende constructie en fundering te worden gerealiseerd. Hier is in het huidige plan geen rekening mee gehouden.
ordernummer: notitie: blz:
11369 N01 8
•
In het nieuwe plan worden een aantal inpandige loggia’s omgezet naar uitpandige balkons. Dit is om meerdere redenen problematisch: o De binnenvloer wordt ondersteund door de dragende gevel, welke komt te vervallen. Er dient dus een alternatieve ondersteuning te worden gerealiseerd om de vloer op te vangen. o De uitpandige balkons lijken uit te kragen. Dit is niet mogelijk in de achterliggende constructie. Er zullen kolommen en een fundering moeten worden toegevoegd. o Er ontstaat een nieuwe gevellijn. De fundering is op deze positie niet ontworpen op deze belasting. o Door het toevoegen van balkons (veelal beton) wordt het gebouw zwaarder. Dit kan resulteren in aanvullende zettingsproblemen in de gevels.
•
De trappenhuizen zijn in het huidige gebouw niet geïsoleerd. In het nieuwe plan worden de binnenwanden van het trappenhuis geïsoleerd, echter zijn de resterende trappen dan naar verwachting onvoldoende breed. Derhalve ligt het voor de hand om de isolatie aan de woningzijde toe te passen. Wel ontstaat hierdoor het risico op condensvorming en houtrot ter plaatse van de oplegging en de overgang van geïsoleerd naar ongeïsoleerd.
ordernummer: notitie: blz:
3.
11369 N01 9
Opname ter plaatse
Afgelopen 20 november is door ons een opname ter plaatse uitgevoerd, waarbij een aantal representatieve woningen zijn bezocht. De belangrijkste bevindingen zijn hieronder beschreven. •
Er zijn op diverse posities scheuren in gevels en woningscheidende wanden aangetroffen. Deze scheuren zijn zeer waarschijnlijk het gevolg van zettingsproblemen, mede ook gezien de fundering op staal. Door het verwijderen van dragende scheidingswanden wordt de fundering zwaarder belast dan oorspronkelijk ontworpen, wat mogelijk tot deze scheurvorming heeft geleid. Zie ook de bevindingen in hoofdstuk 4.
ordernummer: notitie: blz:
•
11369 N01 10
Uit de rapportage van IMd volgt dat de aangetroffen staat van gevellateien ‘tegen vielen’. Wij zijn bij de opname ter plaatse ook aangetaste stalen lateien tegengekomen, zie onderstaande fragmenten. Wij vermoeden dat het onbehandelde stalen lateien betreft, welke hun levensduur inmiddels ruimschoots hebben overschreden. Naar verwachting zullen veel lateien in eenzelfde staat verkeren en is groot onderhoud of het vervangen van de gehele gevel noodzakelijk.
ordernummer: notitie: blz:
11369 N01 11
Fragment rapportage IMD:
ordernummer: notitie: blz:
4.
11369 N01 12
Beoordeling fundering op staal
Als reeds beschreven in hoofdstukken 1 en 3 is de belasting op de fundering op bepaalde posities toegenomen bij de renovatie in de jaren ’70 (door het verwijderen van diverse dragende wanden en versterken van vloeren zijn de resterende dragende lijnen zwaarder belast dan oorspronkelijk op ontworpen). Voor zover bekend is bij deze renovatie de fundering niet versterkt. Tevens worden in het plan van Superuse nieuwe vloeren, dekvloeren en zonnepanelen toegevoegd in combinatie met het doorbreken van een aantal dragende lijnen, waardoor de belastingen op de fundering verder toenemen. Om een beeld te krijgen van het draagvermogen van de fundering op staal heeft MOS Grondmechanica een quickscan uitgevoerd, zie ook bijlage B en onderstaande Tabel 1 voor de draagvermogens. De dekking op de funderingsstroken bedraagt ca. 0.5m, waardoor voor de stroken van b=0.40m en 0.80m een rekenwaarde van respectievelijk 55 kN/m en 120 kN/m wordt gevonden.
Deze draagvermogens zijn voor een representatieve woning vergeleken met de optredende funderingsdrukken, zie ook de berekening op de komende twee pagina’s. Op basis van dit vergelijk worden de volgende conclusies getrokken: •
Ter plaatse van de woningscheidende wanden is voldoende draagvermogen aanwezig in de fundering. De belasting bedraagt ca. 106 kN/m en de capaciteit is 120 kN/m. Ter plaatse van de inwendige dragende wanden is er onvoldoende draagvermogen aanwezig in de fundering. De belasting bedraagt ca. 89 kN/m en de capaciteit is 55 kN/m.
•
In de huidige situatie is de fundering ook al te zwaar belast ter plaatse van de binnenwanden. Het overschrijden van het rekenkundige draagvermogen van een fundering op staal resulteert over het algemeen in zettingen (grond wordt verder ingedrukt om meer weerstand te creëren), wat de aangetroffen scheurvorming in de gevel kan verklaren. De fundering onder de binnenwanden ondergaat zettingen, waardoor de gevel wordt mee ‘getrokken’ en scheurvorming kan ontstaan.
ordernummer: notitie: blz:
11369 N01 13
ordernummer: notitie: blz:
11369 N01 14
De veiligheid van de constructie is in de huidige situatie overigens niet in het geding. De constructie is gaan zetten waardoor er in de ondergelegen ondergrond meer draagvermogen is geactiveerd. Tevens is er sprake van klei/veen-achtige grondlagen, waardoor de zettingen zeer langzaam zullen optreden. Dit houdt wel in dat de zettingen in de toekomst naar verwachting verder toe zullen nemen en daarmee meer en grotere scheurvorming kan worden verwacht. Om het renovatieplan mogelijk te maken dient de fundering onder met name de binnenwanden te worden versterkt. Hiervoor zijn diverse ingrepen denkbaar, waarbij kan worden gedacht aan het verbreden van de funderingsstroken, verbeteren van de grondslag onder de fundering, funderingspalen inbrengen etc. Deze herstelmogelijkheden zijn over het algemeen erg kostbaar en hebben veel impact op de renovatiewerkzaamheden.
ordernummer: notitie: blz:
5.
11369 N01 15
Mogelijkheden optopping
Om meer woningen te creëren zonder sloop van de bestaande bebouwing, kan worden overwogen om de bestaande constructie op te toppen met 1 verdieping. Voor het complex aan het Weigeliaplein zien wij twee zwaarwegende bezwaren tegen optoppen: • De huidige staat van gevels en binnenwanden is erg beroerd. Op diverse plekken is scheurvorming aangetroffen, waarschijnlijk het resultaat van zettingsproblematiek (zie ook hoofdstuk 4). Het toevoegen van extra belasting resulteert in grotere zettingen en dus toename van scheurvorming. • De huidige fundering is al zwaarder belast dan het oorspronkelijke ontwerp doordat bij de renovatie in de jaren ’70 een deel van de dragende scheidingswanden is verwijderd – en de resterende dragende wanden dus meer belasting zijn gaan opvangen. Tevens wordt het draagvermogen op diverse posities momenteel al overschreden, waardoor een verdere toename van de belasting op de fundering niet mogelijk is zonder ingrijpende versterking van de fundering.
ordernummer: notitie: blz:
6.
11369 N01 16
Conclusie
De veiligheid van de constructie is op dit moment niet in het geding. Wel constateren we dat de constructie niet meer voldoet aan de huidige regelgeving voor nieuwbouw. Onze algemene indruk is dat veel en grondig onderhoud benodigd is om de levensduur van de constructie te verlengen, waarbij hoofdzakelijk de gevel en brandwerendheid van de constructie dienen te worden hersteld. De overige zaken betreffen veelal comfort – trillingen van vloeren, vervormingen, koudebruggen – of zaken die geen directe actie vergen – balkons, zettingen, scheuren in wanden. Ook zijn de plannen van Superuse Studios beoordeeld. Wij constateren dat een aantal zaken onjuist / onvolledig zijn ontworpen en technisch niet mogelijk zijn, waarbij met name het verwijderen van vloeren balkon dragende scheidingswanden en het toevoegen van balkons eruit springen. Ook wordt belasting toegevoegd aan het gebouw in de vorm van dekvloeren en zonnepanelen en worden dragende wanden verwijderd waardoor belasting op de fundering toeneemt. Hierdoor wordt op diverse posities het draagvermogen van de fundering op staal overschreden. Tot slot zien wij – in lijn met de eerdere conclusies van IMD – het optoppen van de bestaande constructie niet als een optie gezien de aangetroffen schade en staat van de constructie in combinatie met het beperkte draagvermogen van de fundering op staal.
ordernummer: notitie: blz:
11369 N01 17
Bijlage A – trillingen Controleberekeningen IMD voor 2 representatieve overspanningen: 4,2m en 5,4m
Eisen uit de Hivoss richtlijn: voor woningen wordt minimaal klasse D geadviseerd. Uit controleberekeningen volgt klasse F, waarmee niet wordt voldaan aan de Hivoss richtlijnen en de effecten van trillingen door lopen over de vloer dus als storend en voelbaar kunnen worden ervaren.
ordernummer: notitie: blz:
11369 N01 18
ordernummer: notitie: blz:
11369 N01 19
Bijlage B – Quickscan fundering op staal - MOS Grondmechanica B.V.
MOS GRONDMECHANICA B.V. NOTITIE
Kantoor Ons kenmerk Datum Pagina
: Rotterdam : M2400163-01 : 26 januari 2024 :1
Woningstichting Haag Wonen Waldorpstraat 80 2521 CD 'S-GRAVENHAGE T.a.v. dhr. S. Grootswagers
Contactpersoon Betreft
: J. Vosdingh Bessem (088-5130222) : Herontwikkeling Weigeliaplein te Den Haag - QuickScan
Beste heer Grootswagers, Hierbij ontvangt u het resultaat van de uitgevoerde QuickScan voor de bestaande fundering van de woningen aan het Weigeliaplein te Den Haag. De QuickScan bestaat uit een inventarisatie van de te verwachten bodemopbouw, berekeningen van de draagkracht van de bestaande fundering en aandachtspunten c.q. aanbevelingen voor een eventueel vervolgtraject. Bestaande bebouwing De bestaande bebouwing dateert uit 1925 en bestaat uit 3 bouwlagen. Uit de door de constructeur verzamelde informatie blijkt dat de bebouwing op staal is gefundeerd middels een stroken fundering. De stroken hebben een breedte van 0,4 m en 0,8 m, zie figuur 1.
Figuur 1: Afmetingen funderingsstroken
Het aanlegniveau van de stroken is gelegen op 0,90 m beneden het maaiveldniveau (trottoirhoogte), het vloerpeil bevindt zich op 0,10 m boven het maaiveldniveau (trottoirhoogte). De fundering heeft een gronddekking van ca. 0,4 m à 0,5 m. Bovenstaande is afgeleid uit archiefgegevens en wordt als uitgangspunt gehanteerd. Inventarisatie ondergrond Een specifiek kenmerk van de Haagse ondergrond is de mogelijke aanwezigheid van een ondiepe veenlaag. Deze veenlaag komt niet over geheel Den Haag voor en bepaalt daarmee in belangrijke mate de mogelijke funderingswijze van bebouwing. In figuur 2 is een fragment van de archeologische en geologische kaart van Den Haag en Rijswijk opgenomen waarop in de donkere bruine kleur de globale ligging van de ondiepe veenlaag is weergegeven. Uit figuur 2 blijkt dat de projectlocatie zich net buiten de vermoedelijke ligging van de veenlaag bevindt. Echter het betreft geen harde grens dus mogelijk kan er sprake zijn van de aanwezigheid van veen. Gezien de ondiepe fundering wordt verwacht dat geen veen aanwezig is. Geadviseerd wordt om dit middels een beperkt grondonderzoek (bijv. handboringen) nader te onderzoeken.
MOS GRONDMECHANICA B.V. Albert Plesmanweg 47, 3088 GB Rotterdam - Tel. 088-5130200 - URL: www.mosgeo.com
MOS GRONDMECHANICA B.V. NOTITIE
Kantoor Ons kenmerk Datum Pagina
: Rotterdam : M2400163-01 : 26 januari 2024 :2
Figuur 2: Fragment archeologisch geologische kaart met ligging ondiepe veenlaag
In het archief van Mos Grondmechanica is geen grondonderzoek op korte afstand van de projectlocatie beschikbaar. In het DINO-Loket zijn wel enkele sonderingen beschikbaar in de nabijheid, zie figuur 3.
Figuur 3: Ligging sonderingen DINO-Loket
Het betreft 3 sonderingen met kleefmeting. De sondeergrafieken zijn in bijlage A weergegeven. MOS GRONDMECHANICA B.V. Albert Plesmanweg 47, 3088 GB Rotterdam - Tel. 088-5130200 - URL: www.mosgeo.com
MOS GRONDMECHANICA B.V. NOTITIE
Kantoor Ons kenmerk Datum Pagina
: Rotterdam : M2400163-01 : 26 januari 2024 :3
Uit de sondeergrafieken kan de volgende bodemopbouw worden afgeleid: Van maaiveld tot een diepte van NAP - 0,5 m à NAP - 1,5 m los gepakt zand; Van NAP - 0,5 m à NAP - 1,5 m tot ca. NAP - 2,5 m matig vast gepakt zand met bij sondering S30D00974 een veenlaag met een dikte van 0,5 m; Van ca. NAP - 2,5 m tot NAP - 5,5 m à NAP - 6,0 m vast tot zeer vast gepakt zand; Van NAP - 5,5 m à NAP - 6,0 m tot NAP - 9,5 m à NAP - 11,0 m afwisselend zand- en kleilagen; Van NAP - 9,5 m à NAP - 11,0 m tot NAP - 13,5 m (= maximaal verkende diepte) vast tot zeer vast gepakt zand. De gemeente Den Haag beschikt over een grondwatermeetnet, in figuur 4 is de ligging van 2 (freatische) peilbuizen nabij de projectlocatie weergegeven, evenals de peilingen van deze peilbuizen.
Figuur 4: Peilbuizen grondwatermeetnet gemeente Den Haag
Uit deze metingen kan een maatgevede grondwaterstand van ca. NAP + 0,30 m worden afgeleid. Berekening maximale weerstand bestaande fundering Voor de berekening van de maximale weerstand van de bestaande fundering is onderscheid gemaakt in 3 bodemsituaties, te weten: 1. bodemprofiel los gepakt zand 2. bodemprofiel los gepakt zand gevolgd door matig vast gepakt zand 3. bodemprofiel los gepakt zand op een veenlaag De berekening van de maximale weerstand (weerstandskracht) van de fundering is gebaseerd op de geotechnische norm NEN 9997-1:2017. De berekening van de rekenwaarden van de maximale verticale weerstand van staalfunderingen met een horizontaal funderingsoppervlak is gebaseerd op artikel 6.5.2.2 van NEN 9997-1:2017. Bij de berekening van de maximale verticale weerstandskracht is op basis van de gemeten grondwaterstanden in de gemeentelijke peilbuizen een hoogste grondwaterstand aangenomen op een niveau gelijk aan ca. NAP + 0,30 m.
MOS GRONDMECHANICA B.V. Albert Plesmanweg 47, 3088 GB Rotterdam - Tel. 088-5130200 - URL: www.mosgeo.com
MOS GRONDMECHANICA B.V.
Kantoor Ons kenmerk Datum Pagina
NOTITIE
: Rotterdam : M2400163-01 : 26 januari 2024 :4
De maximale verticale weerstandskrachten ( Rv;d ) zijn berekend voor verschillende strookbreedten en voor een dekking variërend van 0,30 m, 0,40 m en 0,50 m. Onder gronddekking wordt verstaan het minimale hoogteverschil tussen het aanlegniveau van funderingselementen en het naastliggende maaiveld of de bodem van een kruipruimte. De berekeningsresultaten zijn opgenomen in bijlage A. Voor de berekeningen is uitgegaan van verticaal en centrisch belaste funderingselementen. Voor de strookbreedtes zoals vermeld op de oorspronkelijke bouwtekeningen zijn de berekeningsresultaten samengevat in tabel 1. Tabel 1: Rekenwaarden maximale verticale weerstand bestaande fundering
Strookbreedte in m
Rekenwaarde maximale verticale weerstand (Rv;d) in kN/m Gronddekking in m d = 0,30 m
d = 0,40 m
d = 0,50 m
Bodemsituatie 1: los gepakt zand 0,40
35
45
55
0,80
90
105
120
Bodemsituatie 2: los gepakt zand op matig vast zand 0,40
35
45
55
0,80
90
105
120
Bodemsituatie 3: los gepakt zand op veen 0,40
35
45
55
0,80
90
105
120
Uit tabel 1 blijkt dat bij de verschillende bodemprofielen en de aangehouden strookbreedtes er geen verschil is in de maximale verticale weerstand. Dit heeft te maken met de dieptewerking van de fundering (in dit geval in het losgepakte zand) welke wordt bepaald door de breedte van het funderingselement en het aanlegniveau. Bij grotere strookbreedtes en/of een dieper aanlegniveau ontstaan verschillen in de berekende maximale verticale weerstand. Het betreft berekeningen in de uiterste grenstoestand ten behoeve van de toelaatbare rekenwaarde van de belasting. Door verschillen in grondopbouw ontstaan uiteindelijk wel verschillende zettingen voor de bodemprofielen. Door eventueel verloop in grondopbouw over één bouwdeel kunnen ook enige zettingsverschillen tot ontwikkeling komen waarbij met name de aanwezigheid van veen een rol speelt. Aanbevelingen Voor de berekening van de maximale verticale weerstand is uitgegaan van archiefgegevens voor de bodemopbouw en gegevens zoals deze uit de oorspronkelijke bouwtekeningen zijn afgeleid. De bebouwing is inmiddels bijna 100 jaar oud. Voor een meer nauwkeurige berekening van de verticale weerstand wordt geadviseerd om door het uitvoeren van funderingsinspecties o.a. het feitelijke aanlegniveau van de fundering en de gronddekking (in de kruipruimtes) te bepalen.
In combinatie met een grondonderzoek naar de pakking van de zandlagen onder funderingsniveau en het mogelijk voorkomen van een veenlaag, kunnen de berekeningen meer gericht worden uitgevoerd.
MOS GRONDMECHANICA B.V. Albert Plesmanweg 47, 3088 GB Rotterdam - Tel. 088-5130200 - URL: www.mosgeo.com
MOS GRONDMECHANICA B.V.
Kantoor Ons kenmerk Datum Pagina
NOTITIE
: Rotterdam : M2400163-01 : 26 januari 2024 :5
Door het uitvoeren van een lintvoegmeting kan inzichtelijk worden gemaakt waar zich (eventuele) verzakkingen of scheefstanden voorkomen. De lintvoeg is de horizontale metselvoeg waarvan mag worden verondersteld dat deze ten tijde van de bouw waterpas is gerealiseerd. Afwijkingen van de horizontaal duiden op een mogelijke verzakking welke sinds de bouw is opgetreden.
Met vriendelijke groet,
Contr.: G.S.
J. Vosdingh Bessem Senior Adviseur Geotechniek MOS GRONDMECHANICA B.V.
Bijlagen: A. Sonderingen DINO-Loket B. Berekeningsresultaten staalfundering
MOS GRONDMECHANICA B.V. Albert Plesmanweg 47, 3088 GB Rotterdam - Tel. 088-5130200 - URL: www.mosgeo.com
MOS GRONDMECHANICA B.V.
Kantoor : Rotterdam Ons kenmerk : M2400163-01 Datum : 24 januari 2024
Bijlage A Sonderingen DINO-Loket
MOS GRONDMECHANICA B.V. Albert Plesmanweg 47, 3088 GB Rotterdam - Tel. 088-5130200 - URL: www.mosgeo.com
MOS GRONDMECHANICA B.V.
Kantoor : Rotterdam Ons kenmerk : M2400163-01 Datum : 24 januari 2024
S30D00036
MOS GRONDMECHANICA B.V. Albert Plesmanweg 47, 3088 GB Rotterdam - Tel. 088-5130200 - URL: www.mosgeo.com
MOS GRONDMECHANICA B.V.
Kantoor : Rotterdam Ons kenmerk : M2400163-01 Datum : 24 januari 2024
S30D00037
MOS GRONDMECHANICA B.V. Albert Plesmanweg 47, 3088 GB Rotterdam - Tel. 088-5130200 - URL: www.mosgeo.com
MOS GRONDMECHANICA B.V.
Kantoor : Rotterdam Ons kenmerk : M2400163-01 Datum : 24 januari 2024
S30D00974
MOS GRONDMECHANICA B.V. Albert Plesmanweg 47, 3088 GB Rotterdam - Tel. 088-5130200 - URL: www.mosgeo.com
MOS GRONDMECHANICA B.V.
Kantoor : Rotterdam Ons kenmerk : M2400163-01 Datum : 24 januari 2024
Bijlage B Berekeningsresultaten staalfundering
MOS GRONDMECHANICA B.V. Albert Plesmanweg 47, 3088 GB Rotterdam - Tel. 088-5130200 - URL: www.mosgeo.com
Mos Grondmechanica Albert Plesmanweg 47
3088 GB Rotterdam
Opdrachtnummer
Tel. +31 (0)88 5130200
Datum 26-1-2024
2400163
ver 20180307
MAXIMALE WEERSTAND VAN FUNDERINGEN OP STAAL Referentievlak
NAP
Maaiv. hoogte
[NAP + m]
1,40
gm;g =
1,10
DINO loket: S30D00036
Aanlegniveau
[NAP + m]
0,60
gm;j' =
1,15
Bodemprofiel 1: los gepakt zand
0,30
gm;c' =
1,60
Gw.stand
[NAP + m]
Partiële materiaalfactoren
Project: Weigeliaplein Den Haag
KARAKTERISTIEKE WAARDEN VAN DE GRONDEIGENSCHAPPEN bovenk. laag onderk. laag Laagnr. MV / dek. 1 2 3 4 5 6 7 8
[NAP + m] 1,40 0,60 0,30 -1,30 -2,50
[NAP + m] 0,60 0,30 -1,30 -2,50
gk
REKENWAARDEN GRONDEIGENSCH.
gsat;k
j'k
[kN/m³] [kN/m³] 17,0 19,0 17,0 19,0 17,0 19,0 18,0 20,0 18,0 20,0
[° ]
gd
[kN/m ]
30,0 30,0 32,5 35,0
0,0 0,0 0,0 0,0
c'k 2
gsat;d
j'd
c'd
[kN/m³] [kN/m³] 15,45 15,45 17,27 18,18 18,18
[°]
[kN/m2]
26,66 26,66 28,99 31,34
0,00 0,00 0,00 0,00
REKENWAARDEN VAN DE VERTICALE WEERSTAND OP EEN HORIZONTAAL FUNDERINGSOPPERVLAK (Rv;d) Effectief funderingsopp.
dekking :
0,30
l'
s'max;d
Rv;d
[m]
[m]
2
0,40 0,50 0,60 0,70 0,80 0,90 1,00 1,10 1,20 0,75 1,00 1,25 1,50
b'
m
dekking :
0,40
s'max;d
Rv;d
m
2
strook strook strook strook strook strook strook strook strook
[kN/m ] 93 98 103 107 112 116 121 125 129
37 49 62 75 90 105 121 138 155
[kN/m'] [kN/m'] [kN/m'] [kN/m'] [kN/m'] [kN/m'] [kN/m'] [kN/m'] [kN/m']
0,75 1,00 1,25 1,50
120 128 136 144
68 128 212 324
[kN] [kN] [kN] [kN]
dekking :
0,50
s'max;d
Rv;d
m
2
[kN/m ] 113 118 123 128 133 137 141 146 150
45 59 74 90 106 123 141 160 180
[kN/m'] [kN/m'] [kN/m'] [kN/m'] [kN/m'] [kN/m'] [kN/m'] [kN/m'] [kN/m']
149 157 164 173
84 157 257 389
[kN] [kN] [kN] [kN]
Invloedsgebied ze
ae
[m]
[m]
[kN/m ] 134 139 144 148 153 157 162 166 171
54 70 86 104 122 142 162 183 205
[kN/m'] [kN/m'] [kN/m'] [kN/m'] [kN/m'] [kN/m'] [kN/m'] [kN/m'] [kN/m']
0,57 0,71 0,85 1,00 1,14 1,28 1,42 1,56 1,70
1,43 1,79 2,15 2,50 2,86 3,22 3,58 3,94 4,29
177 185 193 201
100 185 301 453
[kN] [kN] [kN] [kN]
1,06 1,42 1,77 2,13
2,68 3,58 4,47 5,37
maaiveld
aanlegniveau
dekking
grondwater
referentievlak
ze
b' (x l' ) ae
Mos Grondmechanica Albert Plesmanweg 47
3088 GB Rotterdam
Opdrachtnummer
Tel. +31 (0)88 5130200
Datum 26-1-2024
2400163
ver 20180307
MAXIMALE WEERSTAND VAN FUNDERINGEN OP STAAL Referentievlak
NAP
Maaiv. hoogte
[NAP + m]
1,40
gm;g =
1,10
DINO loket: S30D00037
Aanlegniveau
[NAP + m]
0,60
gm;j' =
1,15
Bodemprofiel 2: los gepakt zand op matig vast gepakt
0,30
gm;c' =
1,60
Gw.stand
[NAP + m]
Partiële materiaalfactoren
Project: Weigeliaplein Den Haag
KARAKTERISTIEKE WAARDEN VAN DE GRONDEIGENSCHAPPEN bovenk. laag onderk. laag Laagnr. MV / dek. 1 2 3 4 5 6 7 8
[NAP + m] 1,40 0,60 0,30 -0,70 -2,50
[NAP + m] 0,60 0,30 -0,70 -2,50
gk
REKENWAARDEN GRONDEIGENSCH.
gsat;k
j'k
[kN/m³] [kN/m³] 17,0 19,0 17,0 19,0 17,0 19,0 18,0 20,0 18,0 20,0
[° ]
gd
[kN/m ]
30,0 30,0 32,5 35,0
0,0 0,0 0,0 0,0
c'k 2
gsat;d
j'd
c'd
[kN/m³] [kN/m³] 15,45 15,45 17,27 18,18 18,18
[°]
[kN/m2]
26,66 26,66 28,99 31,34
0,00 0,00 0,00 0,00
REKENWAARDEN VAN DE VERTICALE WEERSTAND OP EEN HORIZONTAAL FUNDERINGSOPPERVLAK (Rv;d) Effectief funderingsopp.
dekking :
0,30
l'
s'max;d
Rv;d
[m]
[m]
2
0,40 0,50 0,60 0,70 0,80 0,90 1,00 1,10 1,20 0,75 1,00 1,25 1,50
b'
m
dekking :
0,40
s'max;d
Rv;d
m
2
strook strook strook strook strook strook strook strook strook
[kN/m ] 93 98 103 107 112 116 121 126 132
37 49 62 75 90 105 121 139 159
[kN/m'] [kN/m'] [kN/m'] [kN/m'] [kN/m'] [kN/m'] [kN/m'] [kN/m'] [kN/m']
0,75 1,00 1,25 1,50
120 128 139 152
68 128 218 341
[kN] [kN] [kN] [kN]
dekking :
0,50
s'max;d
Rv;d
m
2
[kN/m ] 113 118 123 128 133 137 142 147 153
45 59 74 90 106 123 142 162 184
[kN/m'] [kN/m'] [kN/m'] [kN/m'] [kN/m'] [kN/m'] [kN/m'] [kN/m'] [kN/m']
149 157 168 181
84 157 263 408
[kN] [kN] [kN] [kN]
Invloedsgebied ze
ae
[m]
[m]
[kN/m ] 134 139 144 148 153 157 162 168 174
54 70 86 104 122 142 162 185 209
[kN/m'] [kN/m'] [kN/m'] [kN/m'] [kN/m'] [kN/m'] [kN/m'] [kN/m'] [kN/m']
0,57 0,71 0,85 1,00 1,14 1,28 1,42 1,56 1,71
1,43 1,79 2,15 2,50 2,86 3,22 3,58 3,95 4,32
177 186 198 211
100 186 309 475
[kN] [kN] [kN] [kN]
1,06 1,42 1,78 2,15
2,68 3,58 4,51 5,47
maaiveld
aanlegniveau
dekking
grondwater
referentievlak
ze
b' (x l' ) ae
Mos Grondmechanica Albert Plesmanweg 47
3088 GB Rotterdam
Opdrachtnummer
Tel. +31 (0)88 5130200
Datum 26-1-2024
2400163
ver 20180307
MAXIMALE WEERSTAND VAN FUNDERINGEN OP STAAL Referentievlak
NAP
Maaiv. hoogte
[NAP + m]
1,40
gm;g =
1,10
DINO loket: S30D00974
Aanlegniveau
[NAP + m]
0,60
gm;j' =
1,15
Bodemprofiel 3: los gepakt zand op veen
0,30
gm;c' =
1,60
Gw.stand
[NAP + m]
Partiële materiaalfactoren
Project: Weigeliaplein Den Haag
KARAKTERISTIEKE WAARDEN VAN DE GRONDEIGENSCHAPPEN bovenk. laag onderk. laag Laagnr. MV / dek. 1 2 3 4 5 6 7 8
[NAP + m] 1,40 0,60 0,30 -0,50 -1,00 -2,50
[NAP + m] 0,60 0,30 -0,50 -1,00 -2,50
gk
REKENWAARDEN GRONDEIGENSCH.
gsat;k
j'k
[kN/m³] [kN/m³] 17,0 19,0 17,0 19,0 17,0 19,0 12,0 12,0 18,0 20,0 18,0 20,0
[° ]
gd
[kN/m ]
30,0 30,0 17,5 32,5 35,0
0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
c'k 2
gsat;d
j'd
c'd
[kN/m³] [kN/m³] 15,45 15,45 17,27 10,91 18,18 18,18
[°]
[kN/m2]
26,66 26,66 15,33 28,99 31,34
0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
REKENWAARDEN VAN DE VERTICALE WEERSTAND OP EEN HORIZONTAAL FUNDERINGSOPPERVLAK (Rv;d) Effectief funderingsopp.
dekking :
0,30
l'
s'max;d
Rv;d
[m]
[m]
2
0,40 0,50 0,60 0,70 0,80 0,90 1,00 1,10 1,20 0,75 1,00 1,25 1,50
b'
m
dekking :
0,40
s'max;d
Rv;d
m
2
strook strook strook strook strook strook strook strook strook
[kN/m ] 93 98 103 107 112 113 112 109 106
37 49 62 75 89 102 112 120 128
[kN/m'] [kN/m'] [kN/m'] [kN/m'] [kN/m'] [kN/m'] [kN/m'] [kN/m'] [kN/m']
0,75 1,00 1,25 1,50
120 119 111 109
68 119 173 246
[kN] [kN] [kN] [kN]
dekking :
0,50
s'max;d
Rv;d
m
2
[kN/m ] 113 118 123 128 132 133 131 128 124
45 59 74 90 106 120 131 141 149
[kN/m'] [kN/m'] [kN/m'] [kN/m'] [kN/m'] [kN/m'] [kN/m'] [kN/m'] [kN/m']
149 146 135 132
84 146 211 298
[kN] [kN] [kN] [kN]
Invloedsgebied ze
ae
[m]
[m]
[kN/m ] 134 139 144 148 153 153 150 147 142
54 70 86 104 122 138 150 161 171
[kN/m'] [kN/m'] [kN/m'] [kN/m'] [kN/m'] [kN/m'] [kN/m'] [kN/m'] [kN/m']
0,57 0,71 0,85 1,00 1,14 1,27 1,40 1,52 1,64
1,43 1,79 2,15 2,50 2,86 3,19 3,48 3,76 4,02
177 172 159 156
100 172 249 350
[kN] [kN] [kN] [kN]
1,06 1,40 1,70 2,02
2,68 3,48 4,16 4,89
maaiveld
aanlegniveau
dekking
grondwater
referentievlak
ze
b' (x l' ) ae
4549
MOS GRONDMECHANICA B.V.
d
Hieronder treft u de dienstverlening van Mos Grondmechanica b.v. aan. Voor specifieke diensten die niet direct in het overzicht terug zijn te vinden kunt u uiteraard vrijblijvend contact met ons opnemen. VELDWERK
GEOTECHNISCH ADVIES
Sonderen op land, water en in beperkte ruimte, elektrisch, waterspanning, dissipatie, seismisch, magnetisch, geleidbaarheid, Bolconus, T-bar en slagsonderen
Paalfundering Fundering op staal Grondkerende constructies Bouwputontwerp Omgevingsbeïnvloeding (Plaxis) Zettingsanalyse (bouwrijp maken, opslagtanks) Taludstabiliteit Tankbouwadvies Trillingsprognose Schade expertise Review en 2nd Opinion
Geotechnisch boren en (on)geroerde monstername Peilbuizen en waterspanningsmeters plaatsen X, Y en Z metingen en Lintvoegmetingen Plaatdruk- en CPM proeven In situ doorlatenheidsproeven LABORATORIUM Classificatie proeven (o.a. vol. gewicht, KVD, PI) Samendrukkingsproeven (Oedometer en CRS) Triaxiaalproeven DS en DSS-proeven Doorlatenheidsproeven Dichtheidsbepaling (Proctor) Cementbentoniet onderzoek GEOMONITORING Deformatiemeting (inclino- en extensometing) (Grond)waterspanningsmeting Zettingsmonitoring Trillingsmonitoring (SBR) Online meetgegevens via portal MILIEU (MOS MILIEU B.V.) Verkennend-, nader- en saneringsonderzoek Partijkeuringen besluit bodemkwaliteit (Bbk) Saneringsbegeleiding. Waterbodem onderzoek. Vergunning aanvragen. 2nd Opinion / Contra-Expertise Bodemonderzoeken. Meer weten? Vragen? Offerte aanvragen?
GEOHYDROLOGISCH ADVIES Bemalingen (incl. retourbemalingen) Vergunningsaanvragen Pompproeven Omgekeerde Osmose Barrièrewerking Drainage Infiltratie hemelwater BEMALINGEN (MOS GRONDWATERTECHNIEK) Bronbemaling Ondergrondse energie-opslag Pomp- en leidingsystemen Brandputten OVERIG Uitvoeringsbegeleiding
Bezoek onze website www.mosgeo.com Mail ons op info@mosgeo.com Mail ons op offerte@mosgeo.com
MOS GRONDMECHANICA B.V. Correspondentieadres: Albert Plesmanweg 47, 3088 GB Rotterdam Tel: +31(0)88-5130200 www.mosgeo.com Mos Grondmechanica BV is gevestigd in Rotterdam met nevenvestigingen in Amsterdam, Enter en Helmond.
m