RIS319219 Bijlage Aanvraagformulier Uitgebreid VU 2023
Tekst van het document
Aanvraag Vangnetuitkering Participatiewet over 20231 Versie: uitgebreid verzoek2
Wat is een vangnetuitkering? Gemeenten ontvangen op grond van de Participatiewet budget voor bijstandsuitkeringen en loonkostensubsidies. Dit budget wordt ook wel het BUIG-budget genoemd. Gemeenten die een tekort hebben kunnen in aanmerking komen voor een vangnetuitkering. De voorwaarden op hoofdlijnen zijn: -
het tekort is groter dan een bepaalde toegangsdrempel; het college verklaart maatregelen te hebben getroffen om te komen tot tekortreductie; het college geeft een toelichting op deze verklaring; de gemeenteraad stemt in met de verklaring van het college.
Bekostiging door en verantwoording aan andere gemeenten Met de verklaring verantwoordt u zich als college niet alleen naar de gemeenteraad, maar ook naar andere gemeenten. Deze gemeenten dragen immers financieel bij aan de vangnetuitkering waarop uw gemeente een beroep doet. Het gaat dus om solidariteit tussen gemeenten. De vangnetuitkeringen worden bekostigd uit het macrobudget (voor alle gemeenten) van twee jaar na het tekortjaar. Daarom moet het college inzicht geven in de maatregelen die het heeft getroffen om het tekort te reduceren.
Wat wordt verwacht van het college en de gemeenteraad? Bij het indienen van het verzoek moet het college verklaren dat het maatregelen heeft getroffen om tot tekortreductie te komen. Deze verklaring moet de instemming hebben van de gemeenteraad. Ook moet deze verklaring worden toegelicht, zoals gevraagd in het aanvraagformulier (op het formulier de onderdelen A, B en C).
Wat is de autonome rol van de gemeenteraad t.a.v. de vangnetuitkering? Het college vraagt de gemeenteraad om in te stemmen met de verklaring van het college. Met deze instemming bevestigt de gemeenteraad dat het college inzicht heeft gegeven in de maatregelen die zijn getroffen om het tekort te reduceren. De gemeenteraad moet in staat worden gesteld om de verklaring van het college adequaat te kunnen beoordelen. Het gaat hierbij dus om een gelijkwaardige informatiepositie van de gemeenteraad ten opzichte van het college. Daarom moet het college een samenvatting van de verklaring maken. De toetsingscommissie heeft een checklist voor raadsleden gemaakt, waarmee raadsleden de verklaring inhoudelijk kunnen controleren. Deze checklist wordt tezamen met andere informatie door VNG aangeboden op de website van VNG, zie link website VNG
1 2
Versie aanvraagformulier d.d. 17 november 2022 Toelichting voor ambtelijke ondersteuning onderaan dit formulier.
1
pagina raadsleden:
Op welke wijze is de gemeenteraad geïnformeerd door het college? Een belangrijke veronderstelling bij het vangnet is dat gemeenteraad en college regelmatig in gesprek zijn over ontwikkelingen in het bijstandsvolume (bijv. middels kwartaalrapportages). Op dit niveau wordt inhoudelijk gesproken over maatregelen (beleid en uitvoering) om eventuele tekorten te reduceren. Het college wordt verzocht te beschrijven op welke wijze de gemeenteraad is betrokken vanaf het moment dat het tekort door het college wordt gesignaleerd tot en met het treffen van de maatregelen en de monitoring daarvan. Dit onderdeel is opgenomen na de samenvatting.
Wat mag de gemeenteraad van het college verwachten? • •
•
•
• •
Het college en de gemeenteraad moeten een gelijkwaardige informatiepositie hebben, daarom maakt het college een samenvatting van de toelichting. Het college beschrijft op welke wijze de gemeenteraad is betrokken vanaf het moment dat het tekort door het college wordt gesignaleerd tot en met het treffen van de maatregelen en de monitoring daarvan. Onderdeel A: Het college geeft de gemeenteraad via een analyse inzicht in de oorzaken van het tekort op de gebundelde uitkering (ook wel BUIG genoemd). Deze analyse kan zowel kwantitatieve als kwalitatieve elementen bevatten. Onderdeel B: Het college geeft de gemeenteraad inzicht in de (interne en externe) maatregelen, met een kwantitatieve en kwalitatieve toelichting waarom die naar verwachting leiden tot een reductie van het tekort. Onderdeel C: Het college geeft de gemeenteraad inzicht in welke mate (interne en externe) maatregelen beogen bij te dragen aan het (verder) reduceren van het tekort. Het college geeft de gemeenteraad inzicht in de planning en control-cyclus ten aanzien van het vangnet.
Bovenstaande informatie staat ook op de website van de VNG3.
Op welke wijze wordt de gemeenteraad gefaciliteerd? De toetsingscommissie heeft een checklist gemaakt voor gemeenteraadsleden. Het is een handzaam lijstje vragen en aandachtspunten. Raadsleden kunnen dit lijstje gebruiken bij het beoordelen van de vangnetaanvraag van het college. Deze checklist is opgesteld in samenwerking met raadsleden uit verschillende gemeenten en de Nederlandse Vereniging voor Raadsleden. De checklist staat samen met andere informatie op de website van de VNG, zie link website VNG pagina raadsleden.
3
Vangnetuitkering Participatiewet: informatie voor raadsleden | VNG
2
De gemeenteraad heeft de mogelijkheid om in de aanvraag vangnetuitkering zijn opvattingen te geven over de verklaring van het college (in de verklaring staan de oorzaken van het tekort, de maatregelen om het tekort te reduceren, etc.). In het formulier zal op hoofdlijnen het proces worden beschreven hoe de gemeenteraad betrokken is. Dit is vanaf het moment van signalering van het tekort en het daaropvolgend proces van treffen van maatregelen waar de raad bij betrokken is voordat de raad instemt met de verklaring van het college. De voorzitter van de gemeenteraad en de griffier tekenen voor de juistheid hiervan en worden in de gelegenheid gesteld om dit overzicht aan te vullen.
Hoe verloopt de aanvraagprocedure? Het college dient het aanvraagformulier in bij de onafhankelijke Toetsingscommissie vangnet Participatiewet. De commissie moet de aanvraag uiterlijk op 15 augustus 2024 hebben ontvangen. De aanvraag dient met behulp van dit, door de minister vastgestelde aanvraagformulier, voor instemming aan de raad te worden voorgelegd en wordt naar ondertekening aangeboden aan de commissie via de website. De Toetsingscommissie beoordeelt de aanvraag procedureel. Dit betekent dat wordt beoordeeld of het college en de gemeenteraad een aantal processtappen hebben doorlopen: het tekort is groter dan de drempelwaarde; het college heeft in de verklaring toegelicht dat maatregelen zijn getroffen om het tekort te reduceren en de gemeenteraad heeft ingestemd met de verklaring. De commissie geeft dus geen inhoudelijk oordeel over de aanvraag. Vervolgens adviseert deze commissie de Minister. Deze adviezen worden in beginsel overgenomen. Gemeenten die interesse hebben in de maatregelen van andere gemeenten, kunnen terecht op de website van het vangnet. Hier zijn alle aanvragen gepubliceerd en gerubriceerd naar type maatregel, omvang van de gemeente en omvang van het tekort. Aan het eind van het aanvraagformulier is een uitgebreide toelichting per vraag opgenomen voor de ambtelijke ondersteuning van het college.
Voor een verdere toelichting op dit formulier wordt verwezen naar de informatie op de website: Vangnetuitkering 2023 | Toetsingscommissie vangnet Participatiewet (toetsingscommissievp.nl)
3
1. Verklaring college bij een uitgebreid verzoek Dit gedeelte bestaat de volgende onderdelen: -
Samenvatting van de verklaring De beschrijving van de wijze waarop de gemeenteraad is geïnformeerd door het college A. Analyse van de oorzaken van het tekort B. Getroffen interne en externe maatregelen om het tekort verder te reduceren C. Beoogde effect van de genoemde maatregelen D. Ondertekening door het college
4
Samenvatting van de verklaring van het college De verklaring van het college bestaat uit vier subonderdelen: A) analyse van de oorzaken van het tekort, B) getroffen interne en externe maatregelen om het tekort verder te reduceren, C) beoogd effect van de genoemde maatregelen & D) ondertekening door het college. Het college geeft hieronder een samenvatting van onderdeel A, B en C. Dat geeft de gemeenteraad een kernachtig overzicht, op basis waarvan het raadslid kan vaststellen waarmee hij instemt voordat hij ondertekent. Voor het gemeenteraadslid dat zich wil verdiepen in de verklaring van het college, wordt verwezen naar onderdelen A, B, C en D van het aanvraagformulier. Richtlijn voor de omvang van de samenvatting van de drie onderdelen is in totaal maximaal twee A4. Het ligt voor de hand dat een gemeenteraadslid de antwoorden op de checklist (zie achteraan dit formulier) terug kan vinden in de samenvatting. A. Samenvatting onderdeel analyse van de oorzaken van het tekort In oktober 2022 werd door het Rijk het macrobudget vastgesteld op € 6.014,9 miljoen; eind september 2023 werd het definitieve macrobudget, na verschillende correcties, voor het jaar 2023 vastgesteld op € 6.658,1 miljoen.
Voor de gemeente Den Haag betekende dit dat het definitieve BUIG-budget voor het jaar 2023 uitkwam op € 373,9 miljoen, terwijl de netto BUIG-lasten van de gemeente Den Haag € 390,8 miljoen bedroegen: een tekort van € 16,9 miljoen. De achterliggende oorzaken van het tekort zijn niet gewijzigd ten opzichte van de voorgaande jaren: de systematiek en de uitkomsten van het verdeelmodel doen geen recht aan de situatie van onze gemeente en onze arbeidsmarkt. Het college is dan ook van mening dat de financiering door het Rijk gebaseerd moet zijn op de onvermijdbare kosten van de bijstandsverstrekking en dat een gemeente geen jarenlange “pech” mag ondervinden door een kansenmodel. Als gevolg van het geconstateerde tekort door het Rijk zijn we nu wéér een juridische procedure tegen het ministerie gestart. Uit externe onderzoeken blijkt steeds weer dat de uitkomsten van het verdeelmodel voor Den Haag ontoereikend zijn. SEO en Atlas hebben in opdracht van de minister van SZW econometrisch onderzoek gedaan naar de uitkomsten van het verdeelmodel.
In hun notitie ‘Meerjarige tekorten en overschotten op het bijstandsbudget: een verkenning van objectieve verklaringen’ staat: ‘Van de gemeenten die aan de verkennende analyse hebben meegedaan, is met name de gemeente Den Haag een uitbijter op een groot aantal van de geselecteerde kenmerken.’ In het rapport ‘Verklaringen voor tekorten en overschotten op het bijstandsbudget’, dat eveneens in opdracht van de minister is opgesteld, komen AEF en De Beleidsonderzoekers tot de conclusie dat het tekort van gemeente Den Haag nauwelijks kan worden verklaard door hun keuzes in beleid en uitvoering. De uitkomsten van deze onderzoeken tonen daarmee aan dat het model de oorzaak van het tekort is en niet het eigen handelen van de gemeente. 5
Naast het verdeelmodel wordt in de onderdelen A1 en A2 van het aanvraagformulier aandacht besteed aan twee andere oorzaken van het tekort, namelijk de arbeidsmarktontwikkelingen en de ontwikkeling van de bijstandspopulatie. B. Samenvatting onderdeel getroffen interne en externe maatregelen om het tekort verder te reduceren. In de onderdelen B1 en B2 van aanvraag worden de getroffen interne en externe maatregelen uitgebreid beschreven. Het gaat om de volgende maatregelen: 6 Interne maatregelen: − Den Haag Werkt − Beschut Werk − Jongerenaanpak − Social return − Instapwerk − Banenafspraak − Coalitieakkoord 2022-2026 & 2023-2026 Externe maatregelen: − Samenwerking in de arbeidsmarktregio Haaglanden − Samenwerking met werkgevers en maatschappelijke partners − Samenwerking met verschillende onderwijsinstellingen − Benchmark Divosa − Overleg G4/andere gemeenten en UWV − Netwerk van kennisdeling op het terrein van handhaving − Opnieuw een juridische procedure gestart tegen het ministerie van SZW C. Samenvatting onderdeel beoogd effect van de genoemde maatregelen Het college maakt in dit onderdeel duidelijk dat dit pakket van maatregelen tezamen leidt tot tekortreductie, waarbij het effect van deze maatregelen kwantitatief dan wel kwalitatief is beschreven en inzichtelijk is gemaakt.
De getroffen maatregelen, zoals ook in de programmarekening zijn opgenomen, hebben in 2023 geresulteerd in: − Er zijn in totaal 2.590 mensen naar werk of school begeleid, daarvan zijn 443 mensen met loonkostensubsidie geplaatst op een baan. Bij 1.934 personen is de bijstandsuitkering hierdoor beëindigd; − 373 beschutte werkplekken zijn gerealiseerd, 110 meer dan de wettelijke taakstelling; − 2.017 jongeren zijn gebruik gaan maken van de dienstverlening van het Jongerenpunt070. Dit is inclusief VSV’ers. Er 1.348 jongeren uitgestroomd naar school of (leer)werk. − In 2023 zijn er 1.876 mensen via Social Return on Investment aan de slag gegaan op een baan of leerwerkplek/stageplek. − Het instapwerk is uitgebreid naar 100 deelnemers. − De gemeente heeft zelf 267,8 fte medewerkers in dienst genomen via de banenafspraak en voldoet daarmee aan de wettelijke taakstelling.
6
−
In het nieuwe coalitieakkoord zijn extra middelen beschikbaar gesteld voor de re-integratie van vluchtelingen en asielzoekers en vrouwen.
Naast de genoemde interne en externe maatregelen vindt het college het van belang om inwoners te activeren en te laten participeren. Deze maatregelen hebben een indirecte (gekwalificeerde) waarde voor de kostenreductie. De indirecte maatregelen zijn voor een deel van onze inwoners nodig om op andere leefgebieden persoonlijke problemen aan te pakken en zo hun capaciteit te vergroten om te kunnen werken of anderszins te participeren.
7
Op welke wijze is de gemeenteraad geïnformeerd door het college? In dit onderdeel wordt het proces op hoofdlijnen beschreven hoe de raad betrokken is vanaf het moment van signalering van het tekort op het BUIG-budget en het daaropvolgend proces van bepalen en treffen van maatregelen, tot aan het moment dat de verklaring van het college voor instemming wordt voorgelegd aan de raad. Ten einde dit zo eenvoudig mogelijk te beschrijven wordt gevraagd aan te kruisen op welke momenten de raad hierbij is betrokken. Dit geschiedt d.m.v. het plaatsen van een X voor het betreffende onderdeel. Daarnaast is er ruimte voor aanvullingen. Op welke momenten werd de raad geïnformeerd over beleid, uitvoering en sturing van de Participatiewet en meer specifiek over het tekort op de BUIG, de maatregelen en de beoogde effecten daarvan? X
Moment in het proces
X
De kadernota, de begroting.
X
Voorjaars- en najaarsbericht en jaarrekening.
X
Maand-, kwartaal- of halfjaarrapportage. (ook wel genoemd Turap, Marap etc.)
X
Beleidsplannen, strategie- of koersdocumenten, plannen van aanpak of evaluaties.
X
Informatie over bestandsontwikkelingen of over de voortgang van maatregelen.
X
Nieuwsbrieven, bijeenkomsten en/of presentaties.
8
A. Analyse van de oorzaken van het tekort Hieronder toont het college de analyse, waaruit volgt wat de oorzaken van het tekort van de gemeente (A1) zijn. Vervolgens wordt de analyse opgenomen van het effect van getroffen maatregelen in voorgaande jaren (A2). Tot slot wordt kort beschreven welke bronnen zijn gebruikt bij de analyse (A3). Antwoord op de vraag over de oorzaken van het tekort van de gemeente Voorafgaand aan de beantwoording van deze vraag, acht het college het van belang om inzicht te geven in het BUIG-tekort over het jaar 2023 en de moverende redenen om een vangnetuitkering aan te vragen. A1.
Analyse van de oorzaken van het tekort van de gemeente
A.1.0 Omvang van het tekort In 2023 bedroegen de netto BUIG-lasten van de gemeente Den Haag € 390,8 miljoen. Het toegekende BUIG-budget aan de gemeente Den Haag bedroeg € 373,9 miljoen. De lasten waren daarmee € 16,9 miljoen hoger dan het BUIG-budget. Dit tekort was conform begroting waardoor en in de jaarrekening geen tekort ontstond. Omdat het huidige verdeelmodel de gemeente Den Haag benadeelt, doet het college evenals de voorgaande jaren (2015 tot en met 2022) een beroep op de vangnetregeling, ook al is het tekort op het bijstandsbudget lager dan 7,5%. Hieronder geeft het college beknopt een toelichting op dit besluit. Relatie omvang tekort met lopende procedure Het college is van mening dat de financiering van de bijstand door het Rijk kostendekkend moet zijn, in ieder geval met betrekking tot de onvermijdbare kosten die samenhangen met de uitvoering van deze taak. Deze opvatting wordt in de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 1 juli 2019 over onze zaak onderschreven (zaaknummer 16/3727 PW). Voor de jaren 2015 en 2016 was het Rijk bereid om tot een compromis te komen (RIS309559). Gelet op de voortdurende tekorten op het bijstandsbudget ziet het college zich genoodzaakt om voor de jaren vanaf 2017 alle rechtsmiddelen in te zetten tot ook voor deze jaren een acceptabele oplossing wordt geboden.
Concreet betekent dit dat er tegen de budgetbeschikkingen over de jaren 2017 tot en met 2023 en de beschikkingen ten aanzien van de vangnetuitkeringen over de jaren 2017 tot en met 2022 verschillende bezwaar- en beroepsprocedures lopen. Op 9 april 2024 heeft de Rechtbank geoordeeld dat de verdeelmodellen voor de jaren 2017 tot en met 2021, tekortkomingen bevatten, die ertoe hebben geleid dat de gemeente Den Haag als grote centrumgemeente in die jaren te weinig budget heeft ontvangen. In de uitspraak worden de budgetbeschikkingen over de jaren 2017 t/m 2019 vernietigd en de minister opgedragen nieuwe besluiten te nemen. De beschikkingen over de jaren 2020 en 2021 konden volgens de rechter stand houden omdat het tekort van Den Haag in die jaren niet als onevenredig kunnen worden beschouwd. Op het moment van schrijven gaan we in (hoger)beroep. 9
Het college komt na een analyse van het tekort van de gemeente op de volgende oorzaken: A.1.1 Verdeelmodel De achterliggende oorzaken van het tekort zijn niet gewijzigd ten opzichte van de voorgaande jaren: de systematiek en de uitkomsten van het verdeelmodel doen geen recht aan de situatie van onze gemeente en onze arbeidsmarkt. Het college is dan ook van mening dat de financiering door het Rijk gebaseerd moet zijn op de onvermijdbare kosten van de bijstandsverstrekking en dat een gemeente geen jarenlange “pech” mag ondervinden door een kansenmodel. Het terugkerende probleem van het verdeelmodel Het bijstandstekort over het jaar 2023 kan niet los gezien worden van de problematiek van de afgelopen jaren het ingevoerde verdeelmodel. A.1.2 Ontwikkelingen arbeidsmarkt De economische groei in de agglomeratie Den Haag (excl. Delft en Westland) was in 2023 1,9%. Dat was redelijk in lijn met de landelijke ontwikkeling dat jaar (1,4%) (bron: CBS). Op 1 januari 2023 was het aantal banen in de stad 0,3% hoger dan een jaar eerder (RIS314887); in 2023 is het aantal banen verder gegroeid (2,8%), maar een belangrijk deel hiervan is het gevolg van een toename van het aantal eenmanszaken waar vaak ook sprake is van kwetsbaar ondernemerschap. In vergelijking met de andere grote steden hebben veel Haagse ZZP’ers langdurig een laag Inkomen (RIS 311788).
Door de eenzijdige samenstelling van de economische basis van Den Haag groeit de economie en de arbeidsproductiviteit minder snel dan in de andere delen van Nederland (RIS 315627). Den Haag kent een grote vraag naar hoger opgeleid personeel, o.a. door de aanwezigheid van het openbaar bestuur, specialistische zakelijke dienstverlening en internationale organisaties. Hierdoor kent de arbeidsmarktregio een hoge inkomende pendelstroom van werknemers van buiten de regio. Door de lage scholingsgraad in combinatie met een gebrek aan werkervaring, een beperkt sociaal netwerk en andere factoren hebben bijstandsgerechtigden een slechtere arbeidsmarktpositie dan het BUIG-model veronderstelt. Werkgevers geven bij de vacaturevervulling veelal de voorkeur aan mensen met recente werkervaring en schoolverlaters. Dit is ook zichtbaar in de sterke daling van het aantal werklozen met een WW-uitkering. Ook al hebben werkgevers veel vacatures, slechts een zeer beperkt deel van deze vacatures is geschikt voor bijstandsgerechtigden, die kunnen werken. Een steeds groter deel van de bijstandsgerechtigden kampt met een relatief zware en complexe problematiek, waardoor re-integratie (nog) niet mogelijk is. De relatief grote mismatch op de arbeidsmarkt heeft het college aanleiding gegeven om tot een gezamenlijke aanpak aansluiting onderwijs arbeidsmarkt bedrijfsleven te komen (RIS 314887). A.1.3.
Ontwikkelingen bijstand Het bijstandsbudget (BUIG) bestaat uit verschillende soorten uitkeringen: de bijstand levensonderhoud, krediethypotheken, IOAW, IOAZ en de BBZ. De bijstand voor levensonderhoud beslaat ongeveer 95% van het totaal aantal uitkeringen. Net als in 2021 daalde in 2022 het aantal uitkeringen in Den Haag: in 2022 om een daling van 5,1%, in 2023 om een daling van 1,8%. Dit is een hoger percentage dan het gemiddelde in de G4-gemeenten van 1,3%. 10
Leeftijdsopbouw aantallen personen met een uitkering levensonderhoud Leeftijdsopbouw bijstand levensonderhoud Ultimo 2022 Ultimo 2023 Jonger dan 27 jaar 1.408 1.492 27 – 50 jaar 9.930 9.606 50 jaar tot AOW 10.904 10.736 Totaal 22.242 21.834
Percentuele verschil 6,0% -3,3% -1,6% -1,8%
Samenstelling aantallen uitkeringen levensonderhoud naar verblijfsduur Verblijfsduur bijstand Ultimo 2022 Ultimo 2023 0 – 3 maanden uitkeringsduur 1.206 1.011 3 – 18 maanden uitkeringsduur 2.677 3.416 18 maanden of meer uitkeringsduur 18.359 17.407 Totaal 22.242 21.834
Percentueel verschil -16,2% +27,6% -5,2% -1,8%
De totale uitstroom uit de bijstand was in 2023 4.642 A2.
Analyse van het effect van getroffen maatregelen in voorgaande jaren
Het beoogde effect van de in 2020, 2021, 2022 en 2023 getroffen maatregelen is om de instroom in de bijstand zo laag mogelijk te houden en de uitstroom uit de bijstand zo hoog mogelijk, door mensen direct naar werk of een werkervaringsplek te bemiddelen en zo de kosten van de bijstand laag te kunnen houden. Er zijn in de afgelopen drie jaar nieuwe initiatieven ontwikkeld en vernieuwingen aangebracht om de werkwijze, de methodiek en de dienstverlening te verbeteren. Het college blijft zich inspannen om het bijstandstekort zo laag mogelijk te krijgen. a. Effect getroffen maateregelen in 2020 Het jaar 2020 was vanwege de coronacrisis bijzonder. De coronamaatregelen hadden grote invloed op de inspanningen om grip te houden op de kosten van de bijstand. In 2020 steeg het aantal uitkeringen van 24.139 in 2019 naar 24.751 in 2020. b. Effect getroffen maatregelen in 2021 Na de stijging in 2020 van het aantal uitkeringen met 2,5% daalde het aantal uitkeringen in 2021 met 5,3%. c. Effect getroffen maatregelen in 2022 Net als in 2021 daalde in 2022 het aantal uitkeringen in Den Haag: in 2021 ging het om een daling van 5,3%, in 2022 om een daling van 5,1% d. Effect getroffen maatregelen in 2023 Net als in 2022 daalde in 2023 het aantal uitkeringen in Den Haag: in 2022 ging het om een daling van 5,1%, in 2023 om een daling van 1,8% A3.
Gehanteerde bronnen die bij de analyse (A1) zijn gebruikt.
- Coalitieakkoord Den Haag 2023-2026 (RIS16672) - Coalitieakkoord Den Haag 2022-2026 (RIS313189) 11
- Programmabegroting 2024-2027 (RIS316918) - Programmarekening 2023 (318640) - Programmarekening 2022 (RIS315244) - Eindrapportage Regiodeal Zuidwest (RIS315252) - Staat van de Stad – trendrapportage 2023 (RIS315997) - G4 Benchmark, rapportage 2023 - Waarstaatjegemeente.nl
12
B. Getroffen interne en externe maatregelen om het tekort verder te reduceren In dit onderdeel van de verklaring van het college wordt beschreven welke interne (B1) en externe maatregelen (B2) zijn getroffen om een bijdrage te leveren aan de verdere tekortreductie. Bij B2 wordt aan de hand van drie vragen beschreven hoe de consultatie van de externe partij of externe bron heeft geleid tot de getroffen externe maatregelen. Bij zowel B1 als B2 wordt onderscheid gemaakt of de maatregel al dan niet wordt voortgezet of nieuw is. B1.
Beschrijving getroffen interne maatregelen
Door de economische ontwikkeling zette de daling van het aantal uitkeringen ook in 2023 door. Den Haag Werkt Aan de daling van de bijstand in 2023 met 1,8% is bijgedragen door de opgave van Den Haag Werkt om mensen vanuit de bijstand uit te laten stromen naar school of werk. Mede door de getroffen maatregelen is in 2023 het aantal uitkeringen gedaald van 22.242 naar 21.834. De getroffen maatregelen, zoals ook in de programmarekening zijn opgenomen, hebben in 2023 geresulteerd in: − Er zijn in totaal 2.590 mensen naar werk of school begeleid, daarvan zijn 443 mensen met loonkostensubsidie geplaatst op een baan. Bij 1.934 personen is de bijstandsuitkering hierdoor beëindigd; − 373 beschutte werkplekken zijn gerealiseerd, 110 meer dan de wettelijke taakstelling; − 2.017 jongeren zijn gebruik gaan maken van de dienstverlening van het Jongerenpunt070. Dit is inclusief VSV’ers. Er 1.348 jongeren uitgestroomd naar school of (leer)werk. − In 2023 zijn er 1.876 mensen via Social Return on Investment aan de slag gegaan op een baan of leerwerkplek/stageplek. − Het instapwerk is uitgebreid naar 100 deelnemers. − De gemeente heeft zelf 267,8 fte medewerkers in dienst genomen via de banenafspraak en voldoet daarmee aan de wettelijke taakstelling. − In het nieuwe coalitieakkoord zijn extra middelen beschikbaar gesteld voor de re-integratie van vluchtelingen en asielzoekers en vrouwen.
Loonkostensubsidie en STiP-banen Ook heeft in 2023 heeft het programma ‘De Stap naar Werk met Loonkostensubsidie’ vorm gekregen. Het doel van dit programma is om meer mensen met loonkostensubsidie aan een baan te helpen. In het jaar 2023 zijn er in totaal 443 mensen met loonkostensubsidie geplaatst met behulp van de gemeente Den Haag. De STiP-banen zijn onderdeel van het programma loonkostensubsidie. Het aantal deelnemers aan de STiP-regeling (reguliere STiP-regeling, alsmede de conciërgeregeling waarbij kandidaten een baan krijgen op een school als conciërge) is in 2023 gestabiliseerd tot 271 deelnemers. In 2023 zijn 116 kandidaten uitgestroomd naar regulier werk. Jongerenaanpak 13
Sinds medio 2021 is Jongerenpunt070 de nieuwe naam van het Servicepunt Arbeid. In het Jongerenpunt070 wordt integraal gewerkt om kwetsbare jongeren de juiste ondersteuning en hulpverlening te kunnen bieden (RIS306581, RIS310656, RIS309053, RIS310482 en RIS306618). Jongerenpunt070, een samenwerking van SZW en OCW, biedt jongeren van 16 tot 27 jaar begeleiding naar een opleiding, (leer)werk of een ander passend perspectief, met als ultiem doel duurzame zelfredzaamheid middels integrale dienstverlening. In 2023 zijn 2.017 jongeren gebruik gaan maken van de dienstverlening van het Jongerenpunt070. Dit is inclusief VSV’ers. Er 1.348 jongeren uitgestroomd naar school of (leer)werk. Social return Met het inkoopbeleid worden maatschappelijke doelen gerealiseerd; door inkoop van diensten of goederen bij Den Haag Werkt, aanbestedingen aan erkende sociale ondernemers of social return bij aanbestedingen en inkoop boven de € 221.000. Opdrachtnemers moeten minimaal 5% van de gegunde opdrachtsom gebruiken voor werkgelegenheid of arbeidsontwikkeling voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. In 2023 zijn er 1.876 mensen aan de slag gegaan op een baan of leerwerkplek/stageplek. Hiervan is ongeveer de helft inwoner van de gemeente Den Haag en ontvingen 140 mensen hier eerder een bijstandsuitkering.
Instapwerk Op basis van de uitkomsten van de pilot Instapeconomie (RIS311530) is door de gemeenteraad besloten om dit project uit te breiden. Daarmee wordt meer werk met waarde gecreëerd. Met instapwerk wordt een blijvend perspectief geboden, worden er vaardigheden ontwikkeld en gaan de mensen er financieel op vooruit door een vrijwilligersvergoeding. Bij stichting Werk van Waarde (onderdeel van wijkbedrijf Allekanten) doen 70 deelnemers instapwerk, stichting Lichtpuntjes en stichting Gewoon Sociaal hebben elk 15 deelnemers. Door deze uitbreiding wordt in meer wijken instapwerk uitgevoerd. Banenafspraak De gemeente Den Haag levert als sociaal werkgever zelf ook een bijdrage aan het realiseren van de ‘banenafspraak’. Dit is genoemd na een afspraak uit 2013 tussen het kabinet en de werkgevers om tot 2026 nieuwe banen te creëren voor mensen met een ziekte of handicap. Als quotum geldt een percentage van 2,76% van het aantal fte bezetting; dit betekent een doelstelling voor de gemeente Den Haag van 267,8 fte. Het aantal medewerkers dat bij de gemeente werkt en dat is opgenomen in het Doelgroepregister is op de peildatum 31 december 2023 342,85 fte. De gemeente heeft daarmee ook in 2023 voldaan aan de wettelijke taakstelling. Het aantal personen dat via de banenafspraak aan het werk is geholpen is in de regio Den Haag vergelijkbaar met de regio Amsterdam en Rotterdam.
Wel heeft de regio Den Haag veel meer banen gecreëerd voor deze doelgroep. Coalitieakkoord Den Haag 2022-2026 Naast de hiervoor genoemde maatregelen is in het Coalitieakkoord 2022-2026 vastgelegd dat de gemeente Den Haag ook de komende jaren passende ondersteuning wil bieden aan mensen die aan het werk willen maar voor wie de stap naar regulier werk te groot is. Boven op de reguliere uitstroomdoelstelling helpen we 1.600 personen extra aan werk met behulp van Stip-banen en de uitbreiding van de mogelijkheden voor loonkostensubsidie. Dit is bovenop de reguliere 1.500 personen die nu al jaarlijks met loonkostensubsidie aan het werk zijn. Zo willen we meer mensen een kans geven op werk of een waardevolle bijdrage aan de stad. We investeren de komende jaren hiervoor in totaal € 30 miljoen. In 2022 zijn de eerste stappen gezet om aan deze doelstelling te werken. Coalitieakkoord Den Haag 2023-2026 14
In dit nieuwe coalitieakkoord is een continuering van het vorige coalitieakkoord met daarin enkele aanvullingen die invloed hebben op de BUIG: • Als toevoeging heeft het college extra middelen ter beschikking gesteld om belemmeringen die vluchtelingen en asielzoekers ervaren richting werk weg te nemen. • Verder is er speciale aandacht voor het bevorderen van de financieel onafhankelijke positie van vrouwen, onder andere door het aanbieden van opleidingen en (begeleiding naar) werk voor niet-uitkeringsgerechtigde vrouwen. Voor 2022 getroffen maatregelen, die zijn voortgezet: − Den Haag Werkt − STiP-banen − Jongerenaanpak − Social return − Instapwerk − Banenafspraak Maatregelen die na evaluatie niet meer worden voortgezet: geen Maatregelen die nieuw zijn getroffen: − Loonkostensubsidie − Coalitieakkoord 2023-2026
15
B2.
Beschrijving getroffen externe maatregelen
Elke getroffen maatregel wordt beschreven met de naam van de maatregel, een omschrijving van de maatregel en gevolgd door de antwoorden op elk van de volgende drie vragen t.a.v. die maatregel: a) Wat is (zijn) de externe bron(nen) (partij of ‘schriftelijke’ informatie) voor deze maatregel geweest? b) Welk inzicht bij de gemeente is gekregen door die externe partij of externe ‘schriftelijke’ informatie? c) Welke externe maatregel is getroffen naar aanleiding van de conclusie(s) uit deze consultatie? Overzicht van getroffen externe maatregelen: 1. Samenwerking in de arbeidsmarktregio Haaglanden; 2. Samenwerking met werkgevers en maatschappelijke partners; 3. Samenwerking met verschillende onderwijsinstellingen; 4. Benchmark Divosa; 5. Overleg G4 en andere gemeenten en UWV; 6. Netwerk van kennisdeling op het terrein van handhaving 7. Opnieuw een juridische procedure tegen het ministerie SZW Beantwoording van de drie vragen, per externe maatregel: 1. Samenwerking in de arbeidsmarktregio Haaglanden a. Wat is (zijn) de externe bron(nen) (partij of ‘schriftelijke’ informatie) voor deze maatregel geweest? De samenwerking in de arbeidsmarktregio Haaglanden (ondersteund door het stafbureau Regionaal Platform Arbeidsmarkt) is verder versterkt o.a. via de Werkhub en het RMT-Haaglanden. b.
Welk inzicht bij de gemeente is gekregen door die externe partij of externe ‘schriftelijke’ informatie? Een regionale aanpak biedt meer kansen om de doelgroepen zo snel mogelijk weer aan het werk te krijgen. c. Welke externe maatregel is getroffen naar aanleiding van de conclusie(s) uit deze consultatie? Verkend wordt hoe de samenwerking in de arbeidsmarktregio verder vorm kan krijgen (Werkhub). 2. Samenwerking met werkgevers en maatschappelijke partners a. Wat is (zijn) de externe bron(nen) (partij of ‘schriftelijke’ informatie) voor deze maatregel geweest? Met werkgevers en maatschappelijke partners vinden gesprekken en samenwerking plaats om mensen daadwerkelijk te kunnen begeleiden naar en te plaatsen op een arbeidsplaats, onder andere via de coalitie Wonen, Onderwijs en Werk in Den Haag ZuidWest. b. Welk inzicht bij de gemeente is gekregen door die externe partij of externe ‘schriftelijke’ informatie? De inbreng van deze externe partijen heeft het inzicht van de gemeente versterkt dat met een gedeelde verantwoordelijkheid voor de Haagse werkloosheidsproblematiek een effectievere aanpak mogelijk is. c. Welke externe maatregel is getroffen naar aanleiding van de conclusie(s) uit deze consultatie? Met werkgevers zijn werkakkoorden en sectordeals afgesloten. 3. Samenwerking met verschillende onderwijsinstellingen a.
Wat is (zijn) de externe bron(nen) (partij of ‘schriftelijke’ informatie) voor deze maatregel geweest?
16
Met verschillende onderwijsinstellingen, zoals ROC-Mondriaan en de Pro/VSO-scholen, wordt samengewerkt. Gezocht wordt naar mogelijkheden om de werkloosheid onder jongeren te voorkomen en te bestrijden, om schoolverlaters weer naar school te begeleiden en om daarmee instroom in de bijstand te voorkomen. b. Welk inzicht bij de gemeente is gekregen door die externe partij of externe ‘schriftelijke’ informatie? Door samen te werken kunnen jongeren in de bijstand beter naar school en werk begeleid worden en kan de instroom in de bijstand zoveel mogelijk worden beperkt. c. Welke externe maatregel is getroffen naar aanleiding van de conclusie(s) uit deze consultatie? In de samenwerking lopen de gemeente en haar partners vooruit op aangekondigde wijzigingen in landelijke wet- en regelgeving ten aanzien van de verbetering van de aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt voor jongeren. 4. Benchmark Divosa a. Wat is (zijn) de externe bron(nen) (partij of ‘schriftelijke’ informatie) voor deze maatregel geweest? Het platform voor gemeentelijke leidinggevenden dat o.a. maandelijks actuele en gedetailleerde gegevens biedt op het terrein van bijstand, re-integratie en handhaving. b. Welk inzicht bij de gemeente is gekregen door die externe partij of externe ‘schriftelijke’ informatie? De benchmark biedt inzicht in het eigen gemeentelijke beleid en vergelijkingsmogelijkheden met andere gemeenten.
De gemeente kan via de benchmark leren van andere gemeenten en haar beleid verbeteren. c. Welke externe maatregel is getroffen naar aanleiding van de conclusie(s) uit deze consultatie? De inzet van deze externe maatregel heeft eraan bijgedragen dat er meer aandacht wordt besteed aan het verhaal achter de cijfers die tijdens bijeenkomsten en gesprekken ter tafel komen: de aandacht voor de menselijke maat. 5. Overleg G4 en andere gemeenten en UWV a. Wat is (zijn) de externe bron(nen) (partij of ‘schriftelijke’ informatie) voor deze maatregel geweest? De behoefte om als vier grote steden (met specifieke kenmerken) met elkaar op te trekken. Daarnaast vindt ook met andere gemeenten overleg en kennisdeling plaats. b. Welk inzicht bij de gemeente is gekregen door die externe partij of externe ‘schriftelijke’ informatie? Het belang van samen optrekken ter verbetering van de kwaliteit van de dienstverlening. En zo de kwaliteit van de dienstverlening te blijven optimaliseren. c. Welke externe maatregel is getroffen naar aanleiding van de conclusie(s) uit deze consultatie? Geen, we constateren dat we met de lokale arbeidsmarkt en mogelijkheden van uitkeringsgerechtigden, optimaal blijven inzetten op ondersteuning van de doelgroep. 6. Netwerk van kennisdeling op het terrein van handhaving a.
Wat is (zijn) de externe bron(nen) (partij of ‘schriftelijke’ informatie) voor deze maatregel geweest? Op het terrein van handhaving bestaat ook een netwerk van kennisdeling, waar onze gemeente actief aan deelneemt. Er bestaan verschillende platforms zoals de G4-gemeenten, Commissie Handhaving van Divosa en het Kenniscentrum Handhaving en Naleving van de VNG. b. Welk inzicht bij de gemeente is gekregen door die externe partij of externe ‘schriftelijke’ informatie? Het inzicht in het belang van samenwerking in het kader van handhaving: kennis en informatie koppelen. c. Welke externe maatregel is getroffen naar aanleiding van de conclusie(s) uit deze consultatie? Door actieve deelname aan deze netwerken is het eenvoudiger om kennis uit te wisselen en op de hoogte te blijven van nieuwe ontwikkelingen voor handhaving. 7. Opnieuw een juridische procedure gestart tegen het ministerie van SZW a. Wat is (zijn) de externe bron(nen) (partij of ‘schriftelijke’ informatie) voor deze maatregel geweest? 17
Tegen de budgetbeschikkingen over de jaren 2017 tot en met 2023 en de beschikkingen ten aanzien van de vangnetuitkeringen over de jaren 2017 tot en met 2022 verschillende bezwaar- en beroepsprocedures lopen. b. Welk inzicht bij de gemeente is gekregen door die externe partij of externe ‘schriftelijke’ informatie? Op 9 april 2024 heeft de Rechtbank geoordeeld dat de verdeelmodellen voor de jaren 2017 tot en met 2021, tekortkomingen bevatten, die ertoe hebben geleid dat de gemeente Den Haag als grote centrumgemeente in die jaren te weinig budget heeft ontvangen. In de uitspraak worden de budgetbeschikkingen over de jaren 2017 t/m 2019 vernietigd en de minister opgedragen nieuwe besluiten te nemen. De beschikkingen over de jaren 2020 en 2021 konden volgens de rechter stand houden omdat het tekort van Den Haag in die jaren niet als onevenredig kunnen worden beschouwd c. Welke externe maatregel is getroffen naar aanleiding van de conclusie(s) uit deze consultatie? Er start nu een bezwaar- en beroepsprocedure. Maatregelen die in voorgaande jaren zijn getroffenen en zijn voortgezet Alle hiervoor genoemde externe maatregelen zijn in de voorgaande jaren getroffen en over het jaar 2023 voortgezet. Maatregelen die na evaluatie niet meer worden voortgezet Zie vorige antwoord.
Maatregelen die nieuw zijn getroffen Zie vorige antwoord.
18
C. Beoogd effect van de genoemde maatregelen op de tekortreductie In dit onderdeel van de verklaring van het college wordt het beoogde effect beschreven van de genoemde (aanvullende) interne en externe maatregelen, die een bijdrage leveren aan de verdere tekortreductie (C1). Het gaat hierbij om een inschatting van het beoogde effect. Ook wordt aangegeven hoe het effect van de maatregelen zal worden gemonitord (C3). Het effect van de maatregel wordt zoveel mogelijk gekwantificeerd (C1). In bepaalde gevallen is het kwantificeren van het effect van maatregelen slecht of niet mogelijk. In die gevallen wordt kort toegelicht waarom alleen een kwalificering van het effect van de maatregel mogelijk is (C2). C1. Beoogd effect van de getroffen maatregelen op de verdere tekortreductie. Onder B1 (beschrijving van de getroffen interne maatregelen) zijn zowel de getroffen maatregelen als de resultaten van de maatregelen opgenomen. Sinds 2011, toen de gemeente Den Haag voor het eerst met een tekort op de bijstand werd geconfronteerd, voert de gemeente een actief beleid om de bijstandslasten te verminderen. In de aanpak wordt ook kritisch gekeken naar mogelijkheden om bestaande processen efficiënter uit te voeren en zodoende kosten te besparen. Mede door de getroffen maatregelen is in 2023 het aantal uitkeringen gedaald van 22.242 naar 21.834.
De getroffen maatregelen, zoals ook in de programmarekening zijn opgenomen, hebben in 2023 geresulteerd in: − Er zijn in totaal 2.590 mensen naar werk of school begeleid, daarvan zijn 443 mensen met loonkostensubsidie geplaatst op een baan. Bij 1.934 personen is de bijstandsuitkering hierdoor beëindigd; − 373 beschutte werkplekken zijn gerealiseerd, 110 meer dan de wettelijke taakstelling; − 2.017 jongeren zijn gebruik gaan maken van de dienstverlening van het Jongerenpunt070. Dit is inclusief VSV’ers. Er 1.348 jongeren uitgestroomd naar school of (leer)werk. − In 2023 zijn er 1.876 mensen via Social Return on Investment aan de slag gegaan op een baan of leerwerkplek/stageplek. − Het instapwerk is uitgebreid naar 100 deelnemers. − De gemeente heeft zelf 267,8 fte medewerkers in dienst genomen via de banenafspraak en voldoet daarmee aan de wettelijke taakstelling. − In het nieuwe coalitieakkoord zijn extra middelen beschikbaar gesteld voor de re-integratie van vluchtelingen en asielzoekers en vrouwen. C2. Toelichting indien deze effecten niet kunnen worden gekwantificeerd. Onder C1 is het merendeel van de resultaten van de getroffen maatregelen op de verdere tekortreductie in beeld gebracht. Daarnaast vindt het college het van belang om inwoners te activeren en te laten participeren. Deze maatregelen hebben een indirecte (gekwalificeerde) waarde voor de kostenreductie.
De indirecte maatregelen zijn voor een deel van onze inwoners nodig om op andere leefgebieden persoonlijke problemen aan te pakken en zo hun capaciteit te vergroten om te kunnen werken of anderszins te participeren. 19
C3. De wijze waarop het effect van de maatregelen wordt gemonitord. Het monitoren vindt zowel op ambtelijk als bestuurlijk niveau plaats. De gemeente Den Haag maakt gebruik van de rapportagesystemen Cognos en Socrates. Daarnaast is ook een ‘dashboard monitoring BUIG’ ingericht. Op ambtelijk niveau wordt maandelijks gerapporteerd over de resultaten en effecten van de getroffen maatregelen aan de hand van: − Rapportage ‘Beleid en Cijfers’; − Rapportage monitor bestandsreductie; Op bestuurlijk niveau wordt de monitoring ondersteund met: − Vierde (4e) en Achtste (8e) Maandrapportage; − Voortgangsmonitor Werk en Participatie; − Jaarrekening; − Beantwoording van raadsvragen over het effect van de maatregelen om het bijstandstekort te reduceren.
20
D. Ondertekening Een verzoek tot vangnetuitkering dient door het college van burgemeester en wethouders te worden ingediend, ook indien de uitvoering van de Participatiewet aan een samenwerkingsverband is overgedragen (meer informatie hierover in de toelichting onderaan het formulier). Omdat de financiering van de bijstand via de gemeenten verloopt, ligt het ook in de lijn dat de colleges en raden van gemeenten de aanvraag opstellen/indienen. De ondertekening geschiedt door burgemeester en secretaris. De ondertekening is volledig indien de naam van de gemeente en de naam van de ondertekenaar zijn ingevuld, de datum is ingevuld en de handtekening is gezet. De verklaring is slechts geldig indien dit door middel van het door de minister van SZW ter beschikking gestelde aanvraagformulier wordt aangeboden aan de raad. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Den Haag verklaart dat het voor 15 augustus 2024 de genoemde interne en externe maatregelen heeft getroffen om te komen tot verdere tekortreductie. Datum: ___________ De secretaris,
Naam van de ondertekenaar: ___________ De burgemeester,
Naam van de ondertekenaar: ___________
21
2. Instemming gemeenteraad In artikel art. 10, eerste lid, onderdeel d, BPw staat dat de verklaring van het college de instemming van de gemeenteraad moet hebben. De instemming is pas geldig indien de verklaring aan de raad is aangeboden in de vorm van het door de minister vastgestelde aanvraagformulier.
De gemeenteraad stemt in met de verklaring van het college. Daarmee bevestigt de gemeenteraad dat het college: 1. 2. 3.
voldoende duidelijk heeft gemaakt wat de oorzaken zijn van het tekort; voldoende duidelijk heeft gemaakt dat het pakket van maatregelen effectief is om de geschetste problemen aan te pakken, binnen de mogelijkheden die de gemeente heeft; voldoende duidelijk heeft gemaakt dat dit pakket van maatregelen, voor zo ver door de gemeente beïnvloedbaar is, leidt tot een beoogde tekortreductie. Daarbij wordt het effect van deze maatregelen kwantitatief dan wel kwalitatief inzichtelijk gemaakt.
Op welke wijze is de gemeenteraad geïnformeerd door het college? Voorafgaand aan, het hiervoor opgenomen onderdeel A. Analyse, is door het college het proces op hoofdlijnen beschreven hoe de raad betrokken is: vanaf het moment van signalering van het tekort op het BUIG-budget en het daarop volgend proces van bepalen en treffen van maatregelen, tot aan het moment dat de verklaring van het college voor instemming wordt voorgelegd aan de raad. Hieronder is er ruimte voor de gemeenteraad voor aanvullingen op het genoemde overzicht.
Samenvatting van de opvattingen van de gemeenteraad In de samenvatting van de opvattingen van de gemeenteraad staat op hoofdlijnen op welke onderwerpen de raad heeft gereageerd op de verklaring van het college. De onderdelen van de verklaring zijn vaak al eerder in de raad besproken. Het gaat dus om het gehele proces vanaf de signalering van het tekort. Verder betreft het hier alleen onderwerpen die in de raadsbesluiten zijn opgenomen, die afwijkend zijn van het raadsvoorstel. Om de beschrijving zo eenvoudig mogelijk te houden wordt gebruik gemaakt van een checklist die kan worden aangevuld. Het verzoek is om aan te kruisen welke onderwerpen in de raadsbesluiten zijn opgenomen. Dit geschiedt d.m.v. het plaatsen van een X voor de betreffende onderdelen. Daarnaast is er ruimte voor aanvullingen.
22
X
Typering van de reacties die in de raadsbesluiten zijn opgenomen gedurende het gehele proces Expliciet goedkeurend, waardering over analyse en maatregelen uitgesproken Impliciet goedkeurend, is behandeld als hamerstuk Afkeurend en gevraagd het plan te herzien Verzoek om onderdelen van de globale analyse te herzien of aan te vullen Verzoek om bepaalde maatregelen te schrappen of aanvullend maatregelen te treffen. Verzoek om het tempo van invoering en/of uitvoering van maatregelen te versnellen. Verzoek om extra informatie over maatregelen Verzoek on meer informatie t.a.v. de beoogde effecten van maatregelen Verzoek om gerealiseerde effecten te monitoren en terug te koppelen Motie om een andere beleidsmaatregel te treffen
23
Ondertekening De ondertekening geschiedt door voorzitter en griffier. De gemeenteraad dient voor het moment van indiening van het verzoek zijn instemming te hebben gegeven. De aanvraag dient uiterlijk 15 augustus 2024 door de Toetsingscommissie te zijn ontvangen. De gemeenteraad van de gemeente Den Haag stemt in met de onder 1 afgegeven verklaring door het college van deze gemeente. Ondertekening in dit formulier is een vormvereiste. Het is niet toegestaan om ter vervanging van onderstaande handtekeningen het gemeenteraadbesluit in te voegen of mee te sturen. De ondertekening is volledig indien de naam van de gemeente en de naam van de ondertekenaars zijn ingevuld, de datum is ingevuld en de handtekeningen zijn gezet. Met de ondertekening gaat de gemeenteraad akkoord met de beschrijving van de wijze waarop hij is geïnformeerd door het college en met de weergave van de samenvatting van de opvattingen van de gemeenteraad.
Datum: ___________ De voorzitter,
Naam van de ondertekenaar: ___________ De griffier,
Naam van de ondertekenaar: ___________
24
Toelichting op het aanvraagformulier bij het uitgebreide verzoek voor de ambtelijke ondersteuning van het college Voor de juistheid en de beoordeling van de aanvraag is het niet toegestaan dat u het format van de pagina’s met de vragen en ondertekening aanpast. U vindt in deze toelichting • • • • • • • • • •
Hoe verloopt de aanvraagprocedure? Waarom zijn er twee versies van dit formulier? Hoe is het aanvraagformulier opgebouwd? Waarom is er een samenvatting in het aanvraagformulier opgenomen? Waarom is er een procesvraag in het aanvraagformulier opgenomen over de wisselwerking tussen het college en de gemeenteraad? Hoe uitgebreid moet het aanvraagformulier worden ingevuld en is hier een extern bureau bij nodig? Toelichting per vraag Wet- en regelgeving, relatie met Sisa verantwoording Ondersteuning vanuit Divosa Toelichting op begrip ‘externe maatregel’ en voorbeeld van goede beantwoording
Op de website www.toetsingscommissievp.nl kunt u meer informatie vinden over de vangnetuitkering. Hoe verloopt de aanvraagprocedure? Een verzoek om een vangnetuitkering over 2023 dient uiterlijk op 15 augustus 2024 te zijn ontvangen door de Toetsingscommissie vangnet Participatiewet. Omdat sprake is van een fatale termijn worden verzoeken, die na 15 augustus 2024 door de Toetsingscommissie vangnet Participatiewet worden ontvangen, niet in behandeling genomen. Het college dient het verzoek digitaal door middel van het webformulier op www.toetsingscommissievp.nl in te dienen. Na de aangegeven datum is dit webformulier niet meer beschikbaar. De toekenning van een vangnetuitkering gebeurt uitsluitend op verzoek van het college van burgemeester en wethouders van de tekortgemeente en nadat is vastgesteld dat aan alle geldende eisen wordt voldaan. Blijkens artikel 8c, eerste lid, van de Participatiewet, kan het indienen van een verzoek tot vangnetuitkering niet worden overgedragen aan het bestuur van een openbaar lichaam op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Waarom zijn er twee versies van dit formulier? Van dit formulier bestaan twee versies: ‘basisverzoek’ en ‘uitgebreid verzoek’. Tussen een ‘basisverzoek’
25
en een ‘uitgebreid verzoek’ zijn inhoudelijke verschillen. De versie die u moet gebruiken is afhankelijk van het volgende: •
indien uw gemeente zowel over 2021 als over 2022 geen vangnetuitkering is verleend, gebruikt u de versie ‘basisverzoek’.
•
indien uw gemeente over 2021 en/of over 2022 wel een vangnetuitkering is verleend, gebruikt u de versie ‘uitgebreid verzoek’.
De tool op de website ondersteunt u bij het aanvraagproces: “Tool toegang, berekening en keuze formulier vangnetuitkering Participatiewet” Hoe is het aanvraagformulier opgebouwd? De vangnetaanvraag bestaat uit twee gedeelten: 1. De verklaring van het college en de toelichting op de verklaring 2. De instemming van de gemeenteraad In gedeelte 1 licht het college toe wat de analyse is van oorzaken van het tekort (onderdeel A), wat de maatregelen zijn gericht op tekortreductie (onderdeel B) en wat het beoogd effect is van de maatregelen op de tekortreductie (onderdeel C). Onderdeel D betreft de verklaring van het college en een toelichting van het college op deze verklaring. Deze toelichting gebeurt aan de hand van drie vragen (onderdelen A, B en C). Na iedere vraag kunt u het antwoord invoegen. Om te verduidelijken wat de commissie van u verwacht, staan er verschillende tussenkopjes. U kunt eventueel tabellen of grafieken invoegen. U kunt aangegeven op welke brondocumenten, die eventueel in de gemeenteraad zijn besproken, de aanvraag is gebaseerd. U kunt geen bijlagen toevoegen aan deze aanvraag. Hieronder wordt per vraag aangegeven wat verwacht wordt van de beantwoording. Daarna dient in gedeelte 2 de gemeenteraad te tekenen voor zijn instemming met de verklaring van het college. Dit mag niet worden vervangen door het in- of toevoegen van een gemeenteraadbesluit.
Waarom is er een samenvatting in het aanvraagformulier opgenomen? Uit het onderzoek naar de rol van de gemeenteraad is duidelijk geworden dat raadsleden behoefte hebben aan beknopte informatie op hoofdlijnen, zodat de rol van de gemeenteraad om in te stemmen met de verklaring van het college beter uitvoerbaar wordt. Waarom is er een procesvraag in het aanvraagformulier opgenomen over de wisselwerking tussen het college en de gemeenteraad?
26
In het aanvraagformulier is de volgende vraag opgenomen: ‘op welke wijze is de gemeenteraad geïnformeerd door het college?’ Onder deze vraag is een korte checklist opgenomen met een zestal punten die kunnen worden aangevuld. Vanaf de invoering van de vangnetuitkering in 2015 heeft de gemeenteraad een inhoudelijkbeoordelende ten aanzien van de vangnetuitkering; deze rol lag voorheen bij de Toetsingscommissie vangnet Participatiewet. Uit een onderzoek door de Toetsingscommissie bleek dat gemeenteraden slechts beperkt de vangnetaanvragen inhoudelijk beoordeelden. De beantwoording van de procesvraag geeft inzicht in de mate waarin de raad is betrokken bij de processtappen van signalering tot reductie van het tekort. Hoe uitgebreid moet het aanvraagformulier worden ingevuld en is hier een extern bureau bij nodig? Het uitgangspunt van de aanvraag van de vangnetuitkering is dat elke gemeente – ongeacht het aantal inwoners – zelfstandig de aanvraag moet kunnen voorbereiden en indienen. Dat houdt in dat alleen het opstellen van de aanvraag geen reden is om een extern bureau te betrekken. Daarbij wordt benadrukt dat het aan het lokale bestuur is hoe uitgebreid de vragen in het aanvraagformulier worden beantwoord, mits deze vragen duidelijk worden beantwoord. De beantwoording van de vragen in het aanvraagformulier is verplicht.
Dat geldt niet voor de suggesties in de onderstaande toelichting. Op de pagina ‘beoordeling en advisering’ over de VU 2023 wordt een en ander verder toegelicht.
Toelichting per vraag Het college van de tekortgemeente verklaart dat het interne en externe maatregelen heeft getroffen om tot verdere tekortreductie te komen en geeft daarop een toelichting door het invullen van de onderdelen A, B en C. Alle vragen moeten worden beantwoord. Hieronder staat een toelichting bij vraag A, B en C. Hieronder staan suggesties bij vraag A, B en C. Bij D volgt ondertekening door het college van de gemeente. Alle onderdelen moeten worden ingevuld.
Onderdeel A In dit onderdeel van de verklaring van het college wordt een analyse van de oorzaken van het tekort beschreven (onderdeel A1). Hieronder wordt verstaan: ‘een analyse van de ontwikkeling van de uitgaven en de oorzaken daarvan.’ Deze analyse dient specifiek in te gaan op de situatie in de eigen gemeente en/of de eigen arbeidsmarktregio. De analyse dient cijfermatig te worden onderbouwd, zodat duidelijk is op basis van welke cijfers de conclusies over de oorzaken worden getrokken, anders wordt niet voldaan aan het vereiste. Hierdoor krijgt de gemeenteraad voldoende inzicht in de analyse waarop de verklaring van het college is gebaseerd. Daarnaast geeft de analyse andere gemeenten inzicht in de oorzaken van het tekort en de inspanningen van de gemeente om dit tekort te beperken. Navolgbaarheid is van belang met het oog op de onderlinge solidariteit tussen gemeenten en dit kan andere gemeenten ook helpen om lering uit te trekken. 27
Geef bij onderdeel A2 een analyse van het effect van maatregelen die zijn getroffen in voorgaande jaren. Bij voorgaande jaren gaat het vooral om de afgelopen drie jaar en vooral het afgelopen jaar. Het belangrijkste punt is dat als uit de analyse blijkt dat bepaalde maatregelen een beperkt of geen effect hebben dat dit voor het college een reden kan zijn om de maatregel te heroverwegen en niet langer mee te nemen bij het pakket te treffen maatregelen voor het lopende jaar en volgende jaren. Geef bij onderdeel A3 een korte algemene beschrijving van de gehanteerde bronnen die bij de analyse (A1) zijn gebruikt. Onder bronnen kan worden verstaan: gemeentelijke gegevens en analyses; gemeentelijke beleidsdocumenten waarin analyses zijn opgenomen; benchmarks van de gemeente in relatie tot andere gemeenten; de informatie en analyse uit de SEO-tool gebaseerd op de informatie uit het verdeelmodel; UWV-rapportages; onderzoeksrapporten et cetera. Het is nadrukkelijk de bedoeling om deze beschrijving op hoofdlijnen te houden. Het is dus niet wenselijk of noodzakelijk om per oorzaak of maatregel de gehanteerde bronnen aan te geven. Suggesties bij de beantwoording van A • • •
• •
Kunt u de omvang van het tekort betrekken bij uw analyse? Kunt u aangeven op welke moment het college heeft gesignaleerd dat opnieuw een tekort zou ontstaan? Wilt u in uw analyse van de oorzaken de nadruk leggen op factoren die door het college kunnen worden beïnvloed? De analyse betreft dus vooral de ontwikkelingen in de uitgaven van de gemeente. U kunt hierbij ook gebruik maken van de rekentool Participatiewet 20234 en/of de Benchmark van Divosa5. U kunt nagaan wat de eventuele gevolgen van de Coronacrisis zijn en wat dit betekent voor de verschillende oorzaken van het tekort, zoals deze worden beschreven in de analyse.
Onderdeel B Inleiding In dit onderdeel van de verklaring van het college wordt beschreven welke (aanvullende) interne en externe maatregelen zijn getroffen om een bijdrage te leveren aan de verdere reductie van het tekort. Bij onderdeel A2 is een analyse gegeven van de bijdrage van de maatregelen in voorgaande jaren aan de reductie van het tekort. Bij B worden de uitkomsten van deze analyse expliciet meegenomen en vertaald naar de maatregelen. Dat houdt in dat als blijkt dat het effect van sommige maatregelen (sterk) achterblijft bij de verwachtingen, dat de betreffende maatregelen dan niet terugkomen in de maatregelen voor dit jaar. 4 5
https://atlasresearch.shinyapps.io/rekentool-bijstandsverdeelmodel/ www.divosa.nl/diensten/divosa-benchmark
28
Andersom als er sprake is van een grote bijdrage van bepaalde maatregelen, ligt het voor de hand deze maatregelen, waar nodig en mogelijk, te intensiveren. Het is de bedoeling om dit onderdeel op hoofdlijnen te beschrijven en alleen waar nodig en mogelijk van gedetailleerde informatie te voorzien. Onderdeel B bestaat uit: •
•
B1. Beschrijf de getroffen interne maatregelen onder B1. Onder interne maatregelen worden alle getroffen maatregelen verstaan die niet tot stand zijn gekomen door externe consultatie, maar door de gemeente zelf. B2. Beschrijf de getroffen externe maatregelen, waarbij ook wordt beschreven hoe de consultatie van de externe partij of externe ‘schriftelijke’ informatie heeft geleid tot de getroffen externe maatregelen.
En per onderdeel (interne c.q. externe maatregelen) zijn er drie sub kopjes gemaakt waaronder de maatregelen kunnen worden toegevoegd: • • •
Voor 2023 getroffen maatregelen, die dit jaar zijn voortgezet; Maatregelen die na evaluatie niet meer worden voortgezet dit jaar; Maatregelen die nieuw zijn getroffen dit jaar.
Daarmee wordt expliciet de reguliere P&C-cyclus doorlopen: er wordt nagegaan wat het daadwerkelijk effect is van de getroffen maatregel afgelopen jaar, vervolgens wordt afgewogen of met die maatregel wordt doorgegaan of niet. Vervolgens wordt ingeschat welke extra maatregelen nodig zijn en wat de effecten zijn van alle maatregelen tezamen en tot slot wordt gevolgd wat de daadwerkelijke effecten zijn van de getroffen maatregelen. Hieronder staat toegelicht wat wordt bedoeld met ‘getroffen externe maatregelen’. Wat wordt verwacht van de beschrijving van de getroffen externe maatregelen? Van het college wordt verwacht duidelijk te beschrijven hoe externe consultatie heeft plaatsgevonden en hoe deze consultatie heeft geleid tot de getroffen externe maatregelen. Omschrijf hoe een externe maatregel tot stand is gekomen. Hieruit moet blijken dat het college actief externe consultatie heeft verricht om te komen tot deze externe maatregel en hoe dit heeft geleid tot het treffen van de externe maatregel(en) voorafgaand aan het moment van indiening door het college. Beschrijving getroffen externe maatregelen Per getroffen maatregel dienen de volgende vragen te worden beantwoord: Naam van de maatregel, gevolgd door de antwoorden op de volgende drie vragen: a) Wat is (zijn) de externe bron(nen) (partij of ‘schriftelijke’ informatie) voor deze maatregel geweest?
29
b) Welk inzicht bij de gemeente is gekregen door die externe partij of externe ‘schriftelijke’ informatie? c) Welke externe maatregel is getroffen naar aanleiding van de conclusie(s) uit deze consultatie? Alle drie de vragen dienen te zijn beantwoord, zodat een duidelijk inzicht wordt geboden dat hier sprake is van ‘externe maatregel(en)’. Onderaan dit formulier staat in de bijlage een verdere toelichting op deze vragen en een voorbeeld van een duidelijke beschrijving. Suggesties bij de beantwoording van B • • •
•
• •
U kunt waar mogelijk en voor zover relevant de relatie tussen oorzaken en maatregelen aangeven. U kunt bij de getroffen maatregelen aangeven welke overwegingen hebben geleid tot het treffen van deze maatregelen en welke bronnen bij die afwegingen zijn gebruikt. U kunt bij het antwoord aangeven of gebruik gemaakt is van de volgende tool(s): o de rekentool SEO; o de benchmark Divosa; o de tool “informatie over eerdere aanvragen”, te vinden via de gelijknamige pagina “Informatie over eerdere aanvragen”. Met deze tool kunnen aan de hand van kenmerken van gemeenten (grootteklasse, omvang tekort en arbeidsmarktregio) vergelijkbare gemeenten worden gevonden, waarbij direct zichtbaar wordt welke maatregelen deze gemeenten hebben getroffen. Dit kan nuttig zijn bij het oriënteren op de externe maatregelen. U kunt hierbij ook de maatregelen aangeven die in het kader van de aanpak van uw arbeidsmarktregio worden gedaan en waaraan uw gemeente een extra bijdrage levert. In het geval van externe maatregelen dient ook sprake te zijn van externe consultatie. U kunt bij het noemen van de maatregelen ook de samenhang met andere maatregelen of effecten met de andere onderdelen in het sociale domein benoemen. U kunt nagaan wat de eventuele gevolgen van de Coronacrisis zijn, welke maatregelen de gemeente om die reden minder, anders of extra heeft getroffen.