RIS319210 Keuze nieuwe financieringsmethodiek professioneel welzijn
Tekst van het document
Typ tekstTyp tekstTyp tekst
Martijn Balster Wethouder van Volkshuisvesting, Welzijn, Wijken en Zuidwest
060
Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag
Ons kenmerk
Aan de voorzitter van de commissie Samenleving
OCW/10758971 RIS319210 Contactpersoon
Ineke Lemmers Dienst
Onderwijs, Cultuur en Welzijn Afdeling
Stad en Bestuur OCW Telefoonnummer
14070 E-mailadres
Datum
ineke.lemmers@denhaag.nl
11 juni 2024 Onderwerp
Keuze nieuwe financieringsmethodiek professioneel welzijn
Geachte voorzitter, Graag informeert het college u over de keuze voor de nieuwe financieringsmethodiek voor professioneel welzijnswerk. Het hele veld van jeugd, zorg en welzijn is, zoals bij u goed bekend, flink in beweging. We kiezen daarom voor een ontwikkelkoers met een strategische tussenstap. We kiezen hierbij eerst voor een tweejarige subsidietender voor 2026-2027. Daarna maken we de overstap naar langdurig partnerschap vanaf 2028 (middels een subsidietender of inkoop, te zijner tijd nader te bepalen). Zo kunnen we goed inspelen op alle inhoudelijke en financiële ontwikkelingen. In deze commissiebrief wordt ingegaan op de achtergronden en het proces rondom deze keuze en de uitwerking voor 2026-2027. Daarnaast ontvangt u het onderzoeksrapport van KPMG en het advies dat de Adviescommissie Welzijn hierover heeft uitgebracht. 1.
Inleiding
Met het beleidsplan Professioneel welzijnswerk: “Versterken en Verbinden 2021-2024” (RIS310647) is ingezet op een stevige positie van het professionele welzijnswerk in het sociaal domein. De signalerende functie en preventieve werking van welzijn staan hierbij centraal. In het beleidsplan is gekozen voor een koers van rust en continuïteit in combinatie met de inzet op samenwerking tussen alle partijen in de keten, innovatie en sturing op concrete resultaten en impact in de stad. Er is veel vraag naar welzijn vanuit bewoners en zorgpartners en de maatschappelijke ontwikkelingen vragen een stevige inzet. Denk alleen al aan de problemen rondom polarisatie, bestaanszekerheid, mentale weerbaarheid, de dubbele vergrijzing en de zorgkosten. Welzijn heeft een belangrijke schakelfunctie tussen participatie, preventie en zorg. Met een goed welzijnsaanbod worden (dreigende) problemen zo snel en zo vroeg mogelijk gesignaleerd en opgepakt. Daarnaast draagt welzijn bij aan de veerkracht en energie in de samenleving omdat mensen naar elkaar omkijken. In het beleidsplan is opgenomen dat de gemeente onderzoek gaat doen naar welke wijze van financieren het beste aansluit bij de beleidsambities. Bij de keuze èn implementatie van de nieuwe financieringsmethodiek voor professioneel welzijn wordt gestuurd op kwaliteit en binding met de stad.
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
T 14070 www.denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10758971
Het doel is om alles wat goed gaat te versterken, tot betere oplossingen te komen daar waar het beter kan en de samenwerking tussen alle organisaties in de stad verder uit te bouwen. Daarnaast heeft de Rekenkamer onderzoek gedaan naar de welzijnssubsidies en het rapport “Werk aan welzijn, onderzoek naar het sturen op doelbereik bij welzijnssubsidies” uitgebracht (RIS315975). Hierin is opgenomen dat de wijze van financieren gericht moet zijn op een transparante en objectieve verdeling van de middelen en moet voldoen aan alle wet- en regelgeving alsmede alle gemeentelijke kaders. Tijdens de besprekingen van het rapport van de Rekenkamer op 21 september 2023 en de procesplanning op 8 februari 2024 in de commissie Samenleving is onder andere gesproken over het belang en de waarde van welzijn, het belang van een goede samenwerking met alle kleine en grote organisaties in de stad en de noodzaak van betekenisvol meten en verantwoorden. Ook is tijdens deze besprekingen gesproken over het onderzoek naar de nieuwe wijze van financieren en de invoering hiervan per 1 januari 2026. Het onderzoek naar de nieuwe financieringsmethodiek voor het professionele welzijnswerk is uitgevoerd door KPMG. Het gaat hierbij om de vaste basisinfrastructuur van welzijn.
Deze basisinfrastructuur wordt gerealiseerd door professionele welzijnsorganisaties vanwege de zwaarte van het werk, de hoge professionaliteits- en kwaliteitseisen en de benodigde kennis van de gehele keten van leefbaarheid, veiligheid, jeugd, welzijn en zorg. Daarnaast financiert de gemeente - separaat aan de nieuwe financieringsmethodiek voor professioneel welzijn - ook additioneel welzijnsaanbod en welzijnsgerelateerde activiteiten. Met het additionele welzijnsaanbod aanbod worden specifieke doelgroepen beter bereikt en extra activiteiten en ondersteuning georganiseerd (bijvoorbeeld in wijken waar dat hard nodig is of denk bijvoorbeeld aan welzijn op recept). Bij het welzijnsgerelateerde aanbod gaat het bijvoorbeeld om mantelzorg en de inzet van vrijwilligers. De samenhang tussen het beleid voor professioneel welzijn, het additionele welzijnsaanbod en de welzijnsgerelateerde activiteiten komt aan de orde in het beleidskader voor de sociale basis. 2.
Proces: fase 1 (keuze) en fase 2 (uitwerking)
De komende tijd wordt de besluitvorming voorbereid om te komen tot een bestendige financieringsmethodiek die goed aansluit op de beleidsinhoudelijke doelstellingen en meerjarig partnerschap. Het traject rondom de nieuwe financieringsmethodiek is opgeknipt in twee fasen. In deze commissiebrief staat fase 1 centraal. Daarnaast wordt u geïnformeerd over het proces voor fase 2. Fase 1, keuze financieringsmethodiek In fase 1 heeft KPMG onderzoek gedaan naar alle mogelijke financieringsmethodieken. De Adviescommissie Welzijn heeft hierover een advies uitgebracht. Bij het onderzoek van KPMG is een intensief proces doorlopen. Extern heeft KPMG gesproken met de huidige professionele welzijnsorganisaties, de overige G4-gemeenten, Movisie (landelijk kennisinstituut sociaal domein) en de Adviescommissie Welzijn. Op 31 januari is er een bijeenkomst geweest met KPMG en de huidige professionele welzijnsorganisaties. Organisaties hebben hierbij verhelderende vragen kunnen stellen en aandachtspunten meegegeven. Bij de aandachtspunten ging het onder andere om het organiseren van voldoende voorbereidingstijd voor de welzijnsorganisaties en het werken met onderaannemers.
2/9
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10758971
Fase 2, uitwerking financieringsmethodiek In fase 2 gaat het over de uitwerking van alle aspecten die horen bij de tweejarige subsidieregeling 2026-2027. Denk bijvoorbeeld aan de inhoudelijke uitwerking van de scope, ambities, doelstellingen en activiteiten. Maar ook aan uitwerkingen op het vlak van kwaliteitseisen, beoordelingscriteria, financiën, de geografische verkaveling en sturing & verantwoording. We organiseren na de zomer een bespreking met de commissie Samenleving over de inhoudelijke, financiële en juridische uitgangspunten voor deze subsidieregeling. U ontvangt hiervoor een notitie waarin deze uitgangspunten op een rij staan. Uw inhoudelijke overwegingen en input tijdens deze bespreking worden meegenomen in de gedetailleerde uitwerking van de subsidieregeling 2026-2027. Tegelijkertijd werken we in fase 2 als gemeente aan onze eigen professionalisering. Hiervoor werken we in 2024 aan een verbeteragenda. Hierbij gaat het om een duidelijke governance, het goed organiseren van alle processen en de uitvoering van de afspraken over betekenisvol meten en verantwoorden/klanttevredenheidsonderzoek conform de “Procesplanning n.a.v. voorstel Rekenkameronderzoek Werk aan Welzijn” (RIS317203). 3.
Huidige ambities en financiën professioneel welzijn
Het huidige beleid voor professioneel welzijn is vastgelegd in het beleidsplan “Professioneel welzijnswerk: Versterken en Verbinden 2021-2024” en heeft drie ambities: 1.
Actief samenleven: Hagenaars voelen zich thuis in hun wijk, zijn in staat zichzelf te organiseren en willen een bijdrage leveren aan de fysieke en sociale leefbaarheid. Hiermee wordt gebouwd aan een veerkrachtige samenleving waarin mensen naar elkaar omkijken, gemeenschapszin ervaren en zich thuis voelen.
2.
Opgroeien en ontwikkelen: zoveel mogelijk Haagse jeugdigen kunnen veilig opgroeien in een omgeving waar ze worden erkend en gewaardeerd, krijgen de kans om zich zo goed mogelijk te ontwikkelen, zijn in staat kansen te grijpen, verantwoordelijkheid te nemen en worden hiermee voldoende voorbereid op een volwassen bestaan.
3.
Ondersteunen kwetsbare inwoners: inwoners van Den Haag zijn zoveel als mogelijk zelfredzaam en kunnen - naar vermogen - participeren in de samenleving. Inwoners die professionele hulp en ondersteuning nodig hebben, kunnen terecht bij de Servicepunten XL en de welzijnsprofessionals in de wijk.
De ambities ‘actief samenleven’ en ‘opgroeien en ontwikkelen’ worden uitgevoerd door Welzijn Scheveningen, Wijkz, WeZijn Transvaal, De Mussen, Stichting Jeugdwerk en Kommunika. De ‘ondersteuning van kwetsbare inwoners’ wordt uitgevoerd door Welzijn Scheveningen en Wijkz. Het budget voor bovenstaande ambities is € 38.943.000,- in 2024. Het beschikbare budget voor de stadsbrede opgaven voor professioneel welzijnswerk wijzigt niet met de nieuwe financieringssystematiek.
3/9
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10758971
4.
Uitgangspunten nieuwe financieringsmethodiek
Bij de keuze is het belangrijk dat de nieuwe methodiek goed aansluit op de door de raad vastgestelde beleidsdoelstellingen voor professioneel welzijn en de aanbevelingen van de Rekenkamer. Komend jaar werken we aan het beleidskader sociale basis. Hierin zal het college de samenhang schetsen tussen professioneel welzijnswerk, het additionele welzijnsaanbod, de preventieaanpak en de Wmo en wordt ingezet op een integrale aanpak en nog meer synergie. Het beleid voor professioneel welzijnswerk krijgt als uitwerking hiervan een plaats in een geactualiseerd beleidsplan, als opvolger van het beleidsplan “Professioneel welzijnswerk: “Versterken en Verbinden 2021-2024” (RIS310647). De volgende uitgangspunten zijn gebruikt in keuzeproces voor de nieuwe financieringsmethodiek voor 2026-2027: We hechten aan het belang van de herkenbaarheid en vertrouwdheid van het welzijnsaanbod en de welzijnslocaties in de stad. Voor bewoners en vrijwilligersorganisaties maar bijvoorbeeld ook voor huisartsen en Wmo-consulenten is het nodig om uit te kunnen gaan van bekend, laagdrempelig welzijnsaanbod. Vertrouwde gezichten, ervaring en kennis van de sociale dynamiek in de wijk zijn daarbij van groot belang. We willen de basisinfrastructuur vanuit partnerschap met alle organisaties in de stad verder versterken.
Bij de implementatie van de nieuwe methodiek wordt vanuit een kwaliteitsgedreven selectieproces gestuurd op de selectie van organisaties. We richten ons op organisaties met professionele kennis van welzijn, die het Haagse netwerk van de sociale basis goed kennen en die snel kunnen inspelen op wat er speelt in de haarvaten van de stad. Uiteraard is een stukje financiële prikkel wel belangrijk vanwege doelmatigheid en het stimuleren van focus en samenwerking. Het stadsbrede budget voor professioneel welzijnswerk staat niet ter discussie. Bij professioneel welzijn gaat het over de vaste basisinfrastructuur van welzijn waarbij de organisaties een belangrijke netwerkfunctie hebben richting en tussen (groepen) bewoners (jong en oud), maatschappelijke initiatieven, vrijwilligersorganisaties, de gemeentelijke dienstverlening, de aanpak jeugd en de eerstelijnszorg. Deze netwerkfunctie ontstaat alleen als sprake is van een overzichtelijk aantal organisaties. Daarvoor zijn ervaren professionals nodig die de Haagse context goed kennen en veel contacten hebben in het fijnmazige netwerk van de sociale basis. Professionals moeten de wijken en buurten goed kennen. De verschillende gebieden hebben immers heel eigen DNA voor bijvoorbeeld de demografische en sociaaleconomische kenmerken en de samenwerking tussen alle formele en informele organisaties.
Met het professioneel welzijnswerk willen we problemen zo vroeg mogelijk signaleren en oplossen, (kwetsbare) bewoners in de stad het broodnodige steuntje in de rug geven en zoveel mogelijk sociale en maatschappelijke initiatieven actief ondersteunen. Dat vraagt om maatwerk en volop flexibiliteit. Het aanbod moet kunnen inspelen op actualiteiten in wijken en stadsdelen, de wijkagenda’s en de aanpak voor de intensiveringsgebieden. We zien welzijn als vaste factor voor de sociale cohesie en leefbaarheid. Hier wordt dagelijks een bijdrage aan geleverd: van de buurtkamers en het organiseren van activiteiten tot aan telefooncirkels/ zorgkringen tot aan het faciliteren van energie-acties en groeninitiatieven. Omdat welzijnsmedewerkers dagelijks in alle wijken en buurten aan de slag zijn spelen ze ook een rol in het kader van polarisatie en veiligheid. Ze voelen het aan als er spanningen ontstaan, kunnen hier vroegtijdig op acteren en waar nodig snel opschalen naar de politie en gemeente.
4/9
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10758971
De hele keten van participatie, leefbaarheid, veiligheid, jeugd, Wmo en zorg is de komende tien jaar nog volop in beweging. Demografisch en sociaaleconomisch zien we veranderingen in de stad die impact hebben op het welzijnswerk. We moeten en willen vanuit welzijn steeds zo goed en snel mogelijk aansluiten op ontwikkelingen. Voor de ondersteuning van kwetsbare inwoners zijn de komende jaren stimulansen nodig op het vlak van doelgroepenbereik. Denk bijvoorbeeld aan cultuursensitief werken waarbij migrantenorganisaties aangeven dat het aanbod beter moet aansluiten op wat er nodig is. Dat geldt ook voor het aanbod voor nieuwe doelgroepen zoals arbeidsmigranten. Ook zien we dat de samenwerking met het brede scala aan levensbeschouwelijke organisaties leidt tot een groter en effectiever bereik van bewoners. We hechten sterk aan de professionaliteit van de welzijnsorganisaties en haar welzijnsmedewerkers. De gemeente geeft de ambities en doelstellingen aan (het “wat”) en welzijnsorganisaties geven aan met welke acties en interventies ze dit gaan bereiken (het “hoe”). Het vakmanschap van welzijn hoort thuis in de handen van de welzijnsprofessionals en welzijn is nadrukkelijk geen verlengstuk van de gemeente.
De onafhankelijkheid van de professionele welzijnsorganisaties is belangrijk vanwege de outreachende netwerkrol in het hele netwerk en noodzakelijk in het kader van het opbouwwerk, het jongerenwerk en onze onafhankelijke clientondersteuning ten opzichte van de formele indicatiestelling. In het beleidsplan en in het kader van het Rekenkamerrapport is aangegeven dat we gaan voor meerjarige financiering. We willen toe naar een langdurig partnerschap met organisaties omdat meerjarige duidelijkheid de ruimte geeft voor kwalitatieve impulsen en om goed door te bouwen op de samenwerking met alle partijen in de stad. Daarnaast heeft meerjarige financiering uiteraard voordelen op het vlak van de administratieve lasten. We hechten aan de integraliteit tussen het gebiedsgerichte aanbod (ambities 1 en 2) en het Wmoaanbod (ambitie 3) en kiezen dus voor één financieringsmethodiek. Zaken hebben samenhang met elkaar. Denk qua vastgoed bijvoorbeeld aan het dienstverleningsconcept voor de Servicepunten XL en alles qua sociaal beheer voor de activiteiten van bewoners, vrijwilligersorganisaties, maatschappelijke initiatieven en de welzijnsorganisaties zelf. De keuze voor één methodiek voorkomt ook onnodige dubbele aanvraag- en administratieve lasten voor organisaties.
We gaan voor een stevig partnerschap over en weer waarbij we kiezen voor resultaatsturing met aandacht voor monitoring en gezamenlijk leren en verbeteren. 5.
Transities in de domeinen Jeugd, Welzijn, Wmo en Zorg
Het welzijnsveld zal de komende jaren flink veranderen. Dit heeft te maken met de transities in het sociaal domein en de verschuiving van zorg uit het medische domein naar het sociaal domein. Hierdoor is het - nu - moeilijk om goed te omschrijven hoe welzijn er over een paar jaar en op de lange termijn uit moet zien. Hoe dan ook is en blijft een stevige basisinfrastructuur cruciaal om in te kunnen spelen op toekomstige vragen en vanwege de noodzaak van vroegsignalering en preventie. Denk aan de aanpak jeugd, de transitie van medisch naar sociaal, het achterblijven van specifieke groepen, de vergrijzingsopgave, etc. Hieronder wordt een aantal belangrijke ontwikkelingen benoemd:
5/9
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10758971
6.
•
Op 1 januari 2024 zijn de twee consortia gestart voor het Haags Toekomstperspectief Jeugd. Hierbij wordt meer naar het voorliggend veld verwezen (over en weer worden de cijfers geregistreerd). Daarnaast wordt er een gezinsgerichte aanpak ontwikkeld, dit is nieuw voor Den Haag. Beiden gaan impact hebben op het jeugd-/jongerenwerk en Wmo-welzijn.
•
Voor het opbouwwerk van professioneel welzijn geldt dat de preventieve rol van de kracht uit de samenleving bij individuele ondersteuning wordt gestimuleerd. Bijvoorbeeld door het opbouwen van steunstructuren in de wijk. Hierbij kan gedacht worden aan sociale contacten bij eenzaamheid, het op orde houden van de post en het helpen met de administratie. We verwachten dat de opgaven voor het opbouwwerk er de komende jaren anders uit gaan zien.
•
De individuele ondersteuning bij Wmo-welzijn zal er anders uit gaan zien. De hele keten is in beweging. Denk bijvoorbeeld aan welzijn op recept, de samenwerking met werk & inkomen, de vergrijzingsopgave in relatie tot de ouderenconsulenten en de afschaling naar het voorliggend veld vanuit organisaties zoals Kompassie en Parnassia en vanuit de Wmoteams. Het vraagt om versterking van de samenwerking en nieuwe afspraken tussen partijen. Hierbij gaat het ook om het partnerschap tussen professioneel welzijn, vrijwilligersorganisaties en organisaties die werken vanuit ervaringsdeskundigheid en/of belangenbehartiging.
•
Ten aanzien van ontmoeting en ondersteuning zien we dat verschillende gemeentelijke onderdelen inzetten op een gebiedsgerichte uitvoering. Hierbij wordt steeds intensiever de samenwerking gezocht met welzijn. Dit vraagt om een visie op de rollen van het professioneel welzijnswerk, de gemeente en andere partijen zodat daar goede sturing aan kan worden geven. Ook voor het vastgoed wordt gekeken naar een slimmere en laagdrempeliger/ fijnmaziger inzet waarbij wordt gekeken naar het combineren van functies. Denk hierbij aan de buurtkamers, de helpdesk geldzaken en bibliotheken. Belang professioneel welzijn in de keten van jeugd, welzijn en zorg
De inzet van welzijn wordt steeds belangrijker door de toenemende druk op onder andere de huisartsen, de Wmo-maatwerkvoorzieningen, de jeugdzorg en de GGZ. Deze druk komt voort uit de oplopende vraag vanuit bewoners, het gebrek aan zorgpersoneel en de stijging van de kosten. Vanuit het zorgdomein wordt dan ook steeds meer doorverwezen naar het voorliggend veld van welzijn. Hierbij is ons Haagse beleid van zorg en welzijn er ook actief op gericht om zoveel mogelijk in te zetten op preventie en ondersteuning in een zo vroeg mogelijk stadium. Dit betekent dat het professioneel welzijnswerk goed op orde moet zijn om zwaardere en duurdere vraag te voorkomen door vroegtijdige actie èn de groeiende vraag adequaat op te kunnen vangen. De druk op het professioneel welzijnswerk zal de komende jaren toenemen. Op dit moment zijn er vanuit het Gezond en Actief Leven-akkoord tijdelijke middelen beschikbaar vanuit het Rijk. Onduidelijk is of deze middelen gecontinueerd worden na 2026. Daarnaast lopen er landelijke onderzoeken naar de betaalbaarheid van de Wmo, waarvan de uitkomst ongewis is.
We weten dat er een vergrijzingsopgave is met een forse druk op het medisch en sociaal domein en dat het Integraal Zorgakkoord en het Programma Wonen, Ondersteuning en Zorg voor Ouderen aanvullende eisen stellen maar het is onduidelijk of de benodigde inzet ook gemoeid gaat met de benodigde financiële middelen. Hierbij speelt ook dat er wijzigingen of andere eisen kunnen komen aan de lokale Wmoteams vanuit het Rijk.
6/9
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10758971
Vanwege alle ontwikkelingen en financiële onzekerheden is het cruciaal dat het professioneel welzijnswerk op orde is en verder wordt versterkt, zeker gezien de sociale opgaven in de stad en de wens om steeds meer gebiedsgericht te werken. We zetten daarom in op verdere versterking van de basisinfrastructuur voor professioneel welzijnswerk. 7.
Financieringsmethodieken op een rij
KPMG heeft in het onderzoek alle mogelijke methodieken beschreven en de belangrijkste voors en tegens op een rij gezet. Ze hebben gekeken naar de verschillende subsidie-opties, open house, (quasi-) inbesteden en de diverse inkoopmogelijkheden. Een aantal methodieken valt af vanwege de inhoudelijke uitgangspunten (paragraaf 4): •
Voor open house geldt dat er geen grip is op het aantal organisaties en de financiën. Dit past niet bij de wens voor een professionele basisinfrastructuur en een gezonde financiële sturing. Open house sluit niet aan bij de uitgangspunten rust en continuïteit en ook niet bij de gewenste outreachende rol, de spilfunctie in het fijnmazige netwerk en de vertrouwde gezichten voor bewoners en organisaties. Ook staat het op gespannen voet met gebiedsgericht werken en het zo toegankelijk en laagdrempelig mogelijk aanbieden van het welzijnsaanbod.
•
Voor quasi-inbesteden en inbesteden geldt dat het zeer ingrijpende (reorganisatie-) opties zijn terwijl we geen enkele reden zien om hiervoor te kiezen. En we hechten juist aan de onafhankelijkheid van de professionals en organisaties vanwege de functie in het netwerk en de onafhankelijkheid voor de clientondersteuning is opgenomen in de wet. De noodzaak van onafhankelijkheid speelt in bepaalde mate ook bij het opbouwwerk en jongerenwerk.
De begrotingssubsidie valt af omdat dan niet wordt voldaan aan de juridische en gemeentelijke kaders en daarmee dus ook niet aan de aanbevelingen van de Rekenkamer. Er zijn lokaal en landelijk simpelweg te veel geschikte organisaties die aanspraak moeten kunnen maken op de beschikbare middelen. KPMG concludeert dan ook dat een begrotingssubsidie niet rechtmatig is. De volgende opties uit ons subsidiebeleid doen geen recht aan het belang en de complexiteit van het welzijnsveld en zijn logischerwijs dus ook onwenselijk: 1. toekenning op volgorde van binnenkomst, 2. verdeling naar rato, of 3. loting. Dan blijven de opties subsidietender en inkoop over. Allebei passen ze goed op de inhoudelijke uitgangspunten wanneer gekozen wordt voor een kwaliteitsgedreven opzet en selectieproces, passend bij het DNA Den Haag en onze stadsdelen. Een subsidietender en inkoop lijken op elkaar. Gezien de inhoudelijke transities (paragraaf 5) zijn we nu (nog) niet goed genoeg in staat om voor alle ambities een “inkoop-proof” programma van eisen te maken waarbij de resultaten in de uitvoering cijfermatig volledig objectiveerbaar zijn. Voor 2026 en 2027 past een subsidietender het beste. Met een subsidietender kunnen we goed sturen op de ambities en de impact in de stad en de principes van kwaliteit, rust en continuïteit goed borgen.
Daarbij zijn er voldoende mogelijkheden om dit op de schaal van het stadsdeel te organiseren.
7/9
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10758971
8.
Advies Adviescommissie Welzijn
De Adviescommissie Welzijn adviseert om op basis van duidelijk geformuleerd beleid en een nieuwe financieringsmethodiek een nieuwe start te maken voor welzijn. Ze adviseren hierbij om met behoud van het goede en met de intentie van partnerschap de sociaal-maatschappelijke uitdagingen in de stad tegemoet te treden. Geadviseerd wordt om te bouwen aan stabiliteit en duurzaamheid in de relatie met het professionele welzijnswerk. Het opbouwen van betrekkingen tussen bewoners, welzijnsprofessionals en organisaties is gebaat bij continuïteit en moet niet al te zeer aan wisselvalligheden worden blootgesteld. De Adviescommissie Welzijn ziet de introductie van een nieuwe financieringssystematiek als een logische vervolgstap op de inzet van de afgelopen jaren waarin het beleidsplan professioneel welzijn is geïntroduceerd en waarin door zowel welzijnsorganisaties als de gemeente stappen zijn gezet in de sturing en samenwerking. De Adviescommissie Welzijn onderschrijft dat zowel subsidie als inkoop passend zijn en geeft concrete adviezen die we ter harte nemen bij de keuze en implementatie. Samengevat wordt geadviseerd om te gaan voor duurzame langjarige relaties, te kiezen voor een waardengedreven grondslag en primair te werken vanuit een gebiedsgerichte aanpak. Daarnaast geven ze een aantal concrete adviezen voor fase 2.
Hierbij gaat het onder andere om een goede dialoog met het werkveld inzake de operationalisering van de waardengedreven aanpak, het belang van gebiedsgedreven expertise voor een effectieve welzijnsaanpak, de sturing op impact en kwaliteit en het inbouwen van kritische evaluatiemomenten. Gezien alle inhoudelijke transities (paragraaf 5) is gevraagd hoe ze aan kijken tegen een strategische tussenstap op weg naar langdurig partnerschap. Ten aanzien hiervan wordt aangegeven dat de gemeente waar nodig ruimer de tijd moet nemen als dat juridisch kan. Hierbij geven ze mee dat voorkomen moet worden dat tweemaal onrust in het veld ontstaat. 9.
Conclusies fase 1: keuze en planning financieringsmethodiek
We willen het goede behouden en tegelijkertijd zien we dat de invoering van een nieuwe methodiek een kans biedt om een kwalitatief nog beter aanbod te realiseren. We voorzien dat partijen elkaar in de toekomst meer en meer gaan opzoeken om nieuwe samenwerkingsverbanden te vormen. Denk hierbij aan de samenwerking tussen kleinere en grotere organisaties in een stadsdeel of tussen gevestigde partijen en informele organisaties of bijvoorbeeld bibliotheken of zorgpartijen. Ontwikkelkoers: tweejarige subsidietender 2026-2027, daarna langdurig partnerschap vanaf 2028 Vanwege alle inhoudelijke transities die raken aan het sociaal domein is het - nu - niet mogelijk om ver vooruit te kijken. Denk aan alle landelijke ontwikkelingen zoals het Integraal Zorgakkoord, de transitie medisch naar sociaal en de omslag naar gebiedsgericht werken. We kunnen ons nu daarom niet (zonder risico’s) langdurig vastleggen. Over een paar jaar kan dat wel. Dan is sprake van een goed uitgekristalliseerd beleidsperspectief. Tegelijkertijd willen we geen - waar de adviescommissie Welzijn terecht op wijst – onrust in het veld laten ontstaan. We kiezen dan ook voor een ontwikkelkoers met een strategische en beheerste tussenstap zodat we kunnen inspelen op alle inhoudelijke en financiële ontwikkelingen (beschreven in paragraaf 5, 6 en 7).
8/9
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10758971
Bij deze strategische tussenstap gaat het om een tweejarige subsidietender voor 2026-2027. Hierbij werken we de komende jaren samen met organisaties in de stad aan alle inhoudelijke transities en zorgen we voor een stevig fundament. Na deze tweejarige subsidietender stappen we vanaf 2028 over op langdurig partnerschap (middels een subsidietender of inkoop, te zijner tijd nader te bepalen). Gezien de inhoudelijke uitwerking van de subsidieregeling, de doorlooptijd van alle processtappen van de subsidietender en de voorbereidingstijd voor organisaties hebben de nieuwe subsidiebeschikkingen voor professioneel welzijn 1 januari 2026 als startdatum voor de uitvoering. Een startdatum op 1 januari 2025 is niet haalbaar vanwege de benodigde zorgvuldigheid. 1 10.
Tot slot
Als college hechten we eraan de gemeenteraad goed te informeren over het welzijnsbeleid en de nieuwe financieringsmethodiek. Middels deze commissiebrief bent u geïnformeerd over de keuze voor een tweejarige subsidietender voor 2026-2027 als strategische tussenstap naar langdurig partnerschap vanaf 2028. Na de zomer organiseren we een bespreking met de commissie Samenleving over de inhoudelijke, financiële en juridische uitgangspunten voor de tweejarige subsidieregeling voor 20262027. Daarnaast wordt u in Q4 geïnformeerd over het proces en de stand van zaken voor het beleidskader sociale basis waarbij het onder andere gaat om de samenhang tussen professioneel welzijnswerk, het additionele welzijnsaanbod en de welzijnsgerelateerde activiteiten. Met vriendelijke groet, de wethouder van Volkshuisvesting, Welzijn, Wijken en Zuidwest Martijn Balster de wethouder van Armoede, Inclusie, Zorg en Internationale Zaken Mariëlle Vavier
1
Voor 2025 werken we nog eenmaal met een richtlijnenbrief. De richtlijnenbrief wordt altijd voor de zomer verstuurd. Dit is ook nodig zodat
organisaties de bedrijfsvoering en het aanbod voor 2026 goed kunnen organiseren en voorbereiden. De startdatum van 1 januari 2026 voor de nieuwe subsidies is in samenspraak met de huidige welzijnsorganisaties gekozen.
9/9