CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS319121 Bijlage 3 Nota van Antwoord Beeldkwaliteitsplan Laakhavens Hollands Spoor

Commissie Ruimte 26 juni 2024, gemeente Den HaagBij agendapunt: Raadsvoorstel: Beeldkwaliteitsplan Laakhavens Hollands Spoor, RIS3191213.911 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage 3 - Nota van Antwoord Beeldkwaliteitsplan Laakhavens Hollands Spoor

1.

Inleiding

Het ontwerp Beeldkwaliteitsplan Laakhavens Hollands Spoor is op 19 maart 2024 vastgesteld door het college van B&W. Hierbij heeft het ontwerp beeldkwaliteitsplan voor een ieder ter inzage gelegen voor een duur van 6 weken, van 22 maart 2024 tot en met 2 mei 2024. In totaal zijn er 5 zienswijzen binnengekomen over uiteenlopende onderwerpen. Zie hiervoor hoofdstuk 2. In hoofdstuk 3 is een korte beschrijving opgenomen van de onderwerpen die door de belanghebbenden naar voren zijn gebracht. Hier wordt eveneens op het algemene deel van de zienswijzen gereageerd. In hoofdstuk 4 is een tabel opgenomen met daarin de zienswijzen van de belanghebbenden overgenomen met uitzondering van de eventueel toegevoegde bijlagen. Ook is er op de zienswijzen gereageerd en is in de laatste kolom af te lezen of de zienswijze heeft geleid tot een wijziging van het beeldkwaliteitsplan. Alleen wanneer een zienswijze een verbetering van het plan is wordt het plaatsingsplan gewijzigd. De reactie op de zienswijzen vanuit de gemeente Den Haag is gebaseerd op de volledig ingediende zienswijzen met eventuele ingestuurde foto’s of andere voor de indiener relevante bijlagen. De volledige ingediende zienswijzen kunnen schriftelijk, per email of telefoon worden opgevraagd bij de gemeente Den Haag, dienst Stedelijke Ontwikkeling, Gebiedsontwikkeling en Projecten, CID-Laakhavens.

Indien zienswijzen zijn geformuleerd als bezwaar en deze zijn ingediend via de zienswijzenprocedure, zullen zij hierom wel als zienswijze worden behandeld In hoofdstuk 5 is een overzicht opgenomen van wijzigingen die los van de zienswijze zijn opgenomen. 2.

Indieners zienswijzen

Nr.

Naam

dd binnengekomen

Type

1 2

25-4-2024 26-4-2024

Digitale zienswijze Digitale zienswijze

30-4-2024 01-5-2024

Digitale zienswijze Digitale zienswijze

5

Belanghebbende 1- HS Retail Belanghebbende 2 - Vereniging Centrum MegaStores (VCP) Belanghebbende 3 - BOLF/ SHIE Belanghebbende 4 - Ontwikkelcombinatie Verheeskade I + II Belanghebbende 5 - Koninklijke INRetail

01-5-2024

Digitale zienswijze

3.

Samenvatting zienswijzen en algemene reactie

3 4

A

Onderwerp (indiener)

Algemene zienswijzen belanghebbenden

Reactie op de algemene zienswijzen belanghebbenden

Autobereikbaarheid (Belanghebbende 1, 2 en 4)

Het gebied moet goed bereikbaar zijn middels toegankelijke infrastructuur en voldoende parkeergelegenheid.

De bereikbaarheid van Laakhavens maakt geen onderdeel uit van het beeldkwaliteitsplan. Wel wordt een voorstel gedaan voor de inrichting van de wegen in het gebied. Zoals in de Structuurvisie CID is opgenomen is een transitie naar ruimte-efficiënte, schone en klimaatneutrale mobiliteit een randvoorwaarde voor ontwikkeling van het CID. Dat betekent prioriteit voor mobiliteit op menselijke maat; een openbare ruimte die in eerste instantie is

ingericht op voetgangers, fietsers en openbaar vervoer. De bereikbaarheid per auto staat hier op de laatste plaats, vergelijkbaar met de binnenstad. Het gebied blijft wel bereikbaar voor autoverkeer van bewoners en bezoekers; de parkeerbehoefte wordt zoveel mogelijk in centrale parkeervoorzieningen geaccommodeerd. Overig bestemmingsverkeer, zoals logistiek, wordt met aandacht op specifieke locaties ingepast. De ontwikkelstrategie en het buitenruimteplan geven verder invulling aan de bereikbaarheid van het gebied per verkeerstype.

B

Bouwhoogtes en behoud en inpassing grootschalig programma (PDVGDV) (Belanghebbende 1, 2 en 4)

Borging van grootschalige detailhandelsvestigingen (GDV/ PDV) en van bouwhoogtes in het beeldkwaliteitsplan.

Het Beeldkwaliteitsplan Laakhavens Hollands Spoor geeft de randvoorwaarden voor de ruimtelijke kwaliteit van de bebouwing en de buitenruimte in de gelijknamige gebiedsontwikkeling. Het gaat hierbij om vormgeving, maatvoering, materiaalgebruik en kleurgebruik. Maximale bouwhoogtes of te realiseren openbare ruimtes zijn geen onderdeel van het beeldkwaliteitsplan. Deze zijn reeds vastgelegd in de Ontwikkelvisie. De aanpassingen die volgen uit het intensieve samenwerkingstraject met marktpartijen zullen een plek krijgen in de Ontwikkelstrategie. Het beeldkwaliteitsplan geeft geen uitsluitsel over de metrages voor GDV/PDV. Een indicatie van deze metrages is reeds gegeven in de Ontwikkelvisie en wordt verder uitgewerkt in de Ontwikkelstrategie Laakhavens Hollands Spoor.

4.

Zienswijzen, reactie en aanpassing BKP LH HS

Zienswijzen belanghebbende Belanghebbende I

Reactie

Wijziging BKP LH HS

A

Er zit een verschil in het beeldkwaliteitsplan tussen grote programma’s (winkels, bedrijfsruimte, etc.) en de fijnmazigheid van de regels van het BKP

De fijnmazigheid is een ambitie die op passende wijze tot uitdrukking moet komen in de verschillende programma's - ook in de grootschalige. Het plintenhandboek geeft hiervoor inspirerende voorbeelden. Hier ligt een ontwerpopgave, met de mogelijkheid om gemotiveerd af te wijken.

Geen

B

Het beeldkwaliteitsplan beschrijft de beeldkwaliteit op zeer hoog detailniveau. Dat schept enerzijds duidelijkheid, want ook alle ontwerpregels zijn minutieus omschreven. Maar het levert ook beperkingen op in ontwerpvrijheid en

In de introductie van het beeldkwaliteitsplan wordt in de Leeswijzer (P7) uitgelegd dat de ambities voorop staan, niet de ontwerpregels. Het beeldkwaliteitsplan staat open voor afwijkende ontwerpen die creatief, divers en uitdagend zijn, wanneer deze aantoonbaar aan de ambities voldoen. Ter verduidelijking wordt deze tekst in de introductie van Hoofdstuk D (p56) nogmaals herhaald. Er dient gewerkt te

Geen

flexibiliteit. Flexibiliteit die nodig is om verschillende soorten programma onder te brengen en technischconstructieve of financiële keuzes te maken.

worden in de geest van het stuk, niet in de letter. (p7).

C

Het hoge detailniveau van het beeldkwaliteitsplan steekt ook af bij de zeer beperkte informatie over programma, planning en financieel beleid in Laakhavens. Het zou logischer zijn als beleid (de ontwikkelstrategie) gelijk oploopt en er gewacht wordt met het vaststellen van het BKP.

Dit is een procesmatige opmerking. Het beeldkwaliteitsplan is dusdanig opgesteld dat het rekenschap geeft van deze volgorde en daar de flexibiliteit in zoekt, zodat het ook in deze volgorde van proces bruikbaar is.

Geen

D

Voorstel voor rekentekensessie

De reken- en tekensessies vinden intern bij de gemeente plaats in het kader van de ontwikkelstrategie. Hierbij is ook de afdeling economie betrokken.

Geen

E

In het beeldkwaliteitsplan (BKP) worden drie hoofdvolumes onderscheiden: 1) de plint, 2) de stedelijke laag, en 3) de torens. Aan deze structuur stellen wij voor een nieuw schaalniveau ‘Accenttoppen’ toe te voegen, dat dient als een verfijnde overgang tussen de 2) ‘Stedelijke Laag’ en de 3) ‘Torens’. Dit leidt tot een dynamischer beeld in Laakhavens, met meer afwisseling tussen de verschillende bouwvolumes. VOORSTEL Met de introductie van Accenttoppen, met een maximale hoogte van 55 meter, zijn de Accent toppen ontworpen wordt een om een soepele visuele en functionele overgang tussen de bestaande volumes te realiseren gerealiseerd, en om zo het stedelijk landschap te verrijken: Hieronder volgt een introductie van de Accenttoppen:

We onderscheiden in het beeldkwaliteitsplan 3 lagen: plint, stedelijke laag en torens. Daarbij maakt het niet uit hoe hoog de toren is. Alles vanaf 30 meter krijgt deze benaming. De geactualiseerde Hoogbouwnota - waar dit op eenzelfde manier is vastgelegd - nemen we daarvoor als leidraad. Het betekent dat alle gebouwen boven de 30 meter moeten voldoen aan de eisen en ambities uit de Hoogbouwnota en aan de ambities en ontwerpregels voor de torens die gesteld worden in het beeldkwaliteitsplan.

Geen

1. De plint heeft een hoogte van 4,5 tot 9 meter. 2. De stedelijke laag heeft een hoogte van 18 tot 25 meter. 3. Accenttoppen hebben een hoogte van maximaal 55 meter. 3. Torens zijn alleen op bepaalde plekken mogelijk en hebben geen voorgeschreven maximale bouwhoogte.

F

G

Belanghebbende 2 Belanghebbende 2 is niet betrokken geweest bij tot standkoming BKP

Belanghebbende 3 Er is historisch sprake van één Laakhaven (met wel meerdere insteekhavens) en dat de gemeente in haar stukken spreekt over de Laakhavens (meervoud).

Het beeldkwaliteitsplan Laakhavens Hollands Spoor geeft verder geen uitsluitsel over de programmering en dus ook niet over het wel of niet behouden van de woonboulevard of andere functies. Dit wordt in de ontwikkelstrategie verder uitgewerkt. We gaan in dit kader graag nog met u in gesprek.

De gemeente heeft ervoor gekozen om de deelgebieden aan te duiden met respectievelijk: Petroleumhaven, Laakhaven West, Laakhaven Centraal en Laakhaven Hollands Spoor. Samen met het Schipperskwartier en het Laakkanaal zelf vormen zij het deelgebied Laakhavens. Het CIDgedeelte wordt aangeduid met Laakhavens Hollands Spoor.

Geen

H

Wij gaan ervan uit dat de realisatie van het ‘groen’ minimaal gelijktijdig gebeurt met de realisatie van de ‘stenen’ en liefst nog dat de realisatie van het groen voor zover mogelijk hierop vooruitloopt, zodat de nieuwe inwoners vanaf de start een groene en leefbare wijk ervaren.

De fasering van de gebiedsontwikkeling Laakhavens Hollands Spoor wordt uitgewerkt in de ontwikkelstrategie. Hierin wordt een richting gegeven voor de realisatie van zowel de bouwprojecten als van de openbare ruimte. Vooruitlopend daarop is middels het raadsvoorstel “Investeren in een groen Hollands Spoor Kwartier (RIS 309486) door de raad ingestemd met de uitwerking en financiering van de vergroening van de openbare ruimte rondom station HS en de Haagse Hogeschool. Hiervoor worden momenteel Schetsontwerpen opgesteld.

Geen

I

Verder willen we hier opmerken dat er de komende jaren veel gebouwen die pas dertig of veertig jaar staan zullen worden gesloopt en dat dit op zijn minst ‘botst’ met het beleid van de gemeente op het gebied van

Het beeldkwaliteitsplan kan geen randvoorwaarden stellen aan sloop. Het heeft bij het thema kleur & tactiliteit een regel opgenomen met betrekking tot hergebruik: “Het gebruik van biobased materialen en hergebruik van bestaande materialen wordt aangemoedigd.”

Geen

duurzaamheid, hergebruik en circulair. J

We merken op dat er veel normatieve begrippen worden gebruikt die voor velerlei uitleg vatbaar zijn, zoals "op gepaste wijze" (pagina’s 5, 39, 80), “robuuste stadsblokken” (pag. 8), "stedelijke laag landt vastberaden in de Laakhavens" (pag. 64). Ook het begrip tactiel wordt wel erg vaak aangehaald. Voor ons als inwoners is het niet duidelijk, dus we hopen maar dat de mensen die dit beeldkwaliteitsplan moeten gebruiken voor nieuwe gebouwen wel goed weten wat er bedoeld wordt.

Het beeldkwaliteitsplan is leidraad voor architecten, ontwerpers en initiatiefnemers die over het algemeen bekend zijn met deze begrippen. Wij hebben er vertrouwen in dat zij daar invulling aan weten te geven. Het begrip tactiel wordt in de ambitie van thema 8 toegelicht (p76): “De materialisering, het kleurgebruik en de detaillering van de gebouwen dragen bij aan de beleving van het gebied. Ze maken Laakhavens tastbaar, voelbaar, aanraakbaar. Bewoners en bezoekers bevinden zich op een plek waar ze zich toe kunnen verhouden en die hen omarmt. Het maakt ze betrokken bij hun leefomgeving en draagt bij aan sociale cohesie en veiligheid.”

Geen

K

Op pagina 89 is aangegeven dat in de plint en de stedelijke laag advertenties maximaal 10% van het glasoppervlak in beslag mogen nemen. Wij denken dat dit met bijvoorbeeld LEDreclames een hoog percentage is en afbreuk doet aan het karakter dat voor het gebied wordt nagestreefd.

Reclame-uitingen zullen moeten voldoen aan het vigerende reclamebeleid van Den Haag. In het beeldkwaliteitsplan wordt een maximaal oppervlak opgenomen die strenger is dan het beleid. Lichtreclame is ten alle tijde vergunningsplichtig.

Ter verduidelijking is een verwijzing naar de reclamenota opgenomen.

L

Wij missen bij de omschrijving van de gebieden Reuring – Rust Ruimte (pag.91) geluidsnormen voor deze gebieden. Hiervoor moet een objectieve norm beschikbaar zijn

De termen komen uit de “Guiding Principles Metro Mix“ van het College van Rijksadviseurs (CRa). De uitleg die hierbij wordt gegeven is: “Het zoneren op kwaliteit zien we in drie hoofdcategorieën: Reuring, Ruis en Rust. Reuring biedt stedelijke levendigheid. Daar passen woonvormen bij die een hoog voorzieningenniveau en bijkomende reuring op prijs stellen. De Ruis-zone geeft meer ruimte voor geluid, geur en gevaar. Daarmee ontstaat ruimte voor bedrijvigheid en verkeer. En woningtypen, zoals een atelierwoning, waar bewoners het ook graag wat ruimer nemen. Rust-zones ten slotte bieden juist rust, in de nabijheid van Reuring en Ruis. Zodat er te midden van al deze dynamiek ook heerlijk in stilte gewoond (of gewerkt) kan worden. Zo ontstaat een wenselijke mix van mixen.”

Geen

Het gaat bij deze termen meer om beschrijving van de sfeer, dan om harde normen.

M

Wij maken ons over de windhinder door de vele hoge gebouwen die in het gebied voorzien zijn, zeer grote zorgen. Als hier onvoldoende rekening mee wordt gehouden heeft dit grote nadelige gevolgen voor de openbare ruimte en de mensen waarvan wordt voorzien dat die daar regelmatig verblijven. Het verdient naar onze mening ook aanbeveling om bij lagere gebouwen onderzoek naar windhinder te doen, vanwege de vele hoogbouw in het gebied. Het kan natuurlijk zijn dat er door gemeente en projectontwikkelaars hierover goed wordt nagedacht, ruim voldoende onderzoek naar wordt gedaan en ook (naar wij hopen geruststellende) informatie beschikbaar is, maar deze informatie wordt naar onze mening onvoldoende publiek gemaakt en gedeeld met o.a. bewonersorganisaties. Wij roepen de Raad op om zich ervan te verzekeren dat windhinder voldoende aandacht krijgt en dat er passend onderzoek wordt gedaan in lijn met bijv. de handleiding uit Rotterdam. Ook vragen wij de Raad om de beschikbare informatie hierover publiek te maken. Tot slot merken we op dat we ons kunnen voorstellen dat niet alleen het ontwerp, maar ook de situering van het gebouw ten opzichte van de meest voorkomende windrichting van grote invloed kan zijn op eventuele windhinder voor bewoners en voorbijgangers.

N

Er staat: “Een toren heeft een minimale setback van 5

Een aantrekkelijk microklimaat op straatniveau én op de daktuinen is één van de hoofdambities van het beeldkwaliteitsplan. Zo is er in de regels opgenomen dat: Het ontwerp houdt rekening met wind en reduceert de effecten in de openbare ruimte en op daktuinen. Voor windhinder en bezonning wordt tevens verwezen naar het geldende beleid ten tijde van de planontwikkeling. (p59) Deze effecten worden in de ontwikkelstrategie integraal bekeken. Dat wil zeggen, over het gehele gebied – zowel voor de hoge als de lage bouwblokken. Ook zijn hier eisen aan verbonden vanuit de Haagse Hoogbouwnota. Voor windhinder geldt bij hoogbouw dat een studie gedaan moet worden naar het lokale windklimaat. Als invloedssfeer geeft de norm het gebied rondom een bouwwerk met een straal van zesmaal de hoogte van dat bouwwerk, met een maximum van 300 meter.

Geen

De windhinderonderzoeken die in het kader van een bouwplan wettelijk dienen te worden uitgevoerd, worden als bijlage toegevoegd aan de omgevingsvergunning en zijn door eenieder in te zien.

Wij onderschrijven het belang van de setback ten behoeve van het windklimaat. De 5 meter

Zie ambtshalve wijziging Hoofstuk 5. I, IV en VI.

meter ten opzichte van de stedelijke laag”. Wel wordt de mogelijkheid geboden om af te wijken wanneer het windklimaat acceptabel en de stedenbouwkundige opbouw goed blijven. Verwijzend naar hetgeen hierover gesteld is in de eerder aangehaalde Handleiding Windhinder & Windgevaar (pag. 23) verzoeken wij om geen uitzonderingen toe te staan. De handleiding stelt namelijk: “Set-backs zijn hierdoor verplicht bij hoogbouwontwikkelingen, maar ze zijn zeker ook aan te bevelen bij gebouwen onder de 70 meter. Een setback is pas effectief bij voldoende grootte. Een vuistregel is dat een setback bij een gebouw van 100 meter pas effectief is als deze minimaal 5 meter diep is.”

regel vormt daarom het uitgangspunt. We zien echter ook dat bij sommige ontwikkelingen deze afstand tot problemen leidt. Daarom wordt een acceptabel windklimaat – het initiële doel van de setback - genoemd als ondergrens om hiervan te kunnen afwijken.

O

Op pagina 30 worden onder 3. op de Goudriaankade twee panden genoemd (Stigter en het havenkantoor) die beeldbepalend zijn door architectuurhistorische waarde. Onze collega’s van belanghebbende 2 merken daarbij op dat de hele gevelwand uit historisch oogpunt aanzienlijk meer te bieden heeft dan deze twee panden. Dit is uiteindelijk de enige ‘originele’ gevelwand van de Laakhaven, die nog resteert. In de meeste gebouwen zitten gedeelten van oude beurtvaartpanden. Aan de kade lagen de stoomschepen.

De panden in het gebied met architectuurhistorische waarde zijn vastgesteld in samenwerking met afdeling Monumentenzorg en Welstand. We onderschrijven het belang van de Goudriaankade als belangrijke stedenbouwkundige structuur voor het gebied. Vanuit architectonisch perspectief zijn nummer 13-18 het meest beeldbepalend. De overige panden zijn voor een groot deel in de jaren '80 vervangen en daarmee minder representatief.

Geen

P

Belanghebbende 2 beveelt aan om waar mogelijk in het gebied en zeker in het park Laakhaven Centraal ook ‘water’ een plaats te bieden, liefst in dezelfde loop als de

Het ontwerp van de buitenruimte maakt geen onderdeel uit van het beeldkwaliteitsplan. Dit zal aan bod komen in het Buitenruimteplan. Hiervoor zullen in de loop van het jaar participatiesessies plaats gaan vinden. Voor het park in Laakhaven Centraal gebeurt dit in de

Geen

Q

R

gedempte oude (Industrie) haven ter plekke, één van de oude havens van de Laakhaven. Ook bevelen we aan om waar mogelijk in het gebied op de een of andere wijze te refereren aan de geschiedenis van Laakhaven. Onze partners van SHIE bieden graag aan om hierin te adviseren.

vorm van co-creatie, waarvoor u van harte uitgenodigd bent.

Op pagina 70 wordt als voorbeeld van het ‘sterk industrieel karakter’ een afbeelding met een nieuw gebouw met een sheddak (zaagtanddak) getoond. Wij vinden dit met de onze partner wel een magere invulling van het ‘sterk industrieel karakter’. Daarbij willen we wel opmerken dat op pagina 5 is vermeld dat Little C in Rotterdam als inspiratiebron heeft gediend voor het Beeldkwaliteitsplan en dat Little C zeker een industriële look heeft.

We vinden het fijn om te horen dat de inspiratiebron Little C goed wordt ontvangen. De afbeeldingen bij de thema's, zoals op pagina 70, dienen als referentiebeeld met kernwoorden die dat bekrachtigen. Het beeld bij sterk industrieel karakter zet in op de dakvorm. Dit is bewust gekozen. We willen ontwerpers en ontwikkelaars uitdagen het dak als onderdeel te zien van het gebouw en dat de vormgeving hiervan een grote rol speelt in de sfeer en identiteit.

Geen

In de introductie van het beeldkwaliteitsplan wordt in de Leeswijzer (pag. 7) uitgelegd dat de ambities voorop staan, niet de ontwerpregels. Het beeldkwaliteitsplan staat open voor ontwerpen die creatief, divers en uitdagend zijn, wanneer deze aantoonbaar aan de ambities voldoen. Ter verduidelijking wordt deze tekst in de introductie van hoofdstuk D (p56) nogmaals herhaald, met de aanvulling "Afwijken van de regels kan, wanneer wordt aangetoond dat aan de ambitie wordt voldaan". Er dient gewerkt te worden in de geest van het stuk, niet in de letter (pag. 7).

Geen

Belanghebbende 4 Wij stellen dan ook voor dat in het BKP wordt opgenomen dat het document is opgesteld om ervoor te zorgen dat er een hoogwaardige kwaliteit in het gebied wordt gerealiseerd die passend is bij de gewenste gebiedsidentiteit en beoogde doelgroepen. Hiervoor is een ruimtelijk kader en spelregels opgesteld in de vorm van het BKP. Daarnaast vinden wij het belangrijk dat het BKP ook de speelruimte biedt om incidenteel en goed beargumenteerd af te wijken van deze spelregels. Zo kan per deelgebied een grotere differentiatie worden gemaakt om een specifieke identiteit te realiseren die aansluit bij de losse deelprojecten. Wat ons

betreft dient de discussie te gaan over de toekomstige kwaliteit in het gebied en het doel wat beoogd wordt met het BKP en dat de speregels niet bij de uitwerking van de plannen alleen worden gehanteerd als strak toetsingscriteria.

S

Belanghebbende 5 Wij benadrukken het belang van voldoende ruimte en aandacht voor grootschalige detailhandel (PDV) binnen dit plan. Wij zijn allereerst blij met de voortgang van deze ontwikkeling en willen graag onze waardering uitspreken. Er zijn zorgen geuit over het fors terug brengen van het aantal vierkante meters voor perifere detailhandel (PDV). Het gebrek aan voldoende ruimte voor o.a. woonwinkels vormt een obstakel voor een levensvatbare bedrijfsvoering en druist in tegen het vigerend detailhandelsbeleid. In het bijzonder willen wij uw aandacht vestigen op pagina 62 van het beeldkwaliteitsplan wat gaat over het plintprogramma. Wij vragen ons af of de beoogde hoeveelheid ruimte en gedacht concept realistisch is voor ondernemers (specifiek woonwinkels) en vinden dit onvoldoende afgestemd met belanghebbenden. Daarnaast maken wij ons zorgen over de logistieke aspecten met betrekking tot bezoekers, bewoners en bevoorrading, zoals beschreven op pagina 98 (grootschalige detailhandel) van het plan. Er staat “logistiek wordt intern opgelost,”

Het aantal m2 wordt niet bepaald in dit beeldkwaliteitsplan. Vanwege de forse verdichtingsopgave in het gebied is het in ieder geval nodig om niet alleen de begane grond, maar ook hoger gelegen vloeren in te zetten voor commercieel, maatschappelijk en economisch programma. De afbeelding van pagina 62 geeft schematisch weer hoe omgegaan kan worden met de verdiepingshoogtes van de begane grond en de bovengelegen verdieping om daar invulling aan te geven. Het plintenhandboek (vanaf pagina 87) biedt voorbeelduitwerkingen, zo ook het voorbeeld op pagina 98. De exacte positionering van de verschillende type winkels, ook ten opzichte van elkaar, volgt in een later stadium van het ontwerp. Belangrijkste uitgangspunt is dat er zich geen lange gesloten gevels bevinden aan de straatzijde.

Geen

5.

Ambtshalve wijzigingen Beeldkwaliteitsplan

I

Pag. 42. t/m 49 + 53 Tekst: Setbacks van minimaal 3 meter voor bouwlagen boven de 25 meter.

Maatvoering met betrekking tot setbacks horen niet in tekst of principetekeningen. Bovendien levert het verwarring op met gestelde regels op pag. 69 m.b.t. de setback van de torens. Aangepast en gewijzigd. De maatvoering van de setbacks is verplaatst naar de ontwerpregel op pag.59. De tekeningen & tekst zijn aangepast met de aanduiding wanneer de setback vereist is. Pag. 42. Stadsboulevard Setback bij torens Pag. 43. Interne Hoofdstraat Setback boven 25 meter i.v.m. licht & lucht Pag. 44. Stadstraat - Setback bij torens Pag. .45. Tussenstraat - Setback boven 25 meter i.v.m. licht & lucht Pag. 46/48. Laakhavenpark – Setback bij torens Pag. 49. Kade – Setback bij torens Pag. 53. StadsboulevardStationsgebied – Setback bij torens

II

Pag. 50. Onder de kaart. Plekken van betekenis – indicatief

Verwijzing naar Ontwikkelsvisie ontbreekt. Toegevoegd: * gebaseerd op raamwerkkaart Ontwikkelvisie

III

Pag. 53. “stationsplein”

Het officiële adres Stationsplein ligt aan de centrumzijde van het station. Om verwarring te voorkomen is hier toegevoegd: stationsplein aan de Waldorpstraat.

IV

Pag. 59. Ontwerpregel · De bouwhoogte van de stedelijke laag varieert tussen de 18 en 25 meter ten opzichte van peilhoogte, met accenten tot 35 meter hoog. Accenten tot 35 meter zijn mogelijk, mits de gemiddelde hoogte van de stedelijke laag van het blok niet meer dan 25 meter bedraagt.

Tekst aangepast. · De gemiddelde bouwhoogte van de stedelijke laag is 25 meter ten opzichte van peilhoogte. Accenten tot 35 meter zijn mogelijk, mits de gemiddelde hoogte van de stedelijke laag van het blok niet meer dan 25 meter bedraagt.

Daarbij geldt bij Interne Hoofdstraten en Tussenstraten (zie p.41) een minimale setback van 3 meter voor bouwlagen boven de 25 meter. V

Pag. 69. Ontwerpregel · Torens voldoen aan de Haagse hoogbouwvisie Eyeline Skyline (RIS298448) en de bijbehorende tussentijdse evaluatie (RIS306342). (en verder)

Tekst aangepast, zodat · Torens voldoen aan de Haagse hoogbouwnota. Daarnaast voldoen bouwvolumes met torens aan de regels uit dit beeldkwaliteitsplan. Het beeldkwaliteitsplan is een gebiedsspecifieke uitwerking. Daar waar het beeldkwaliteitsplan afwijkt van de hoogbouwnota, is het beeldkwaliteitsplan leidend. Bijvoorbeeld waar het gaat om transparantie van de plint of de maatvoering van de setbacks.

VI

Pag. 69 Ontwerpregel · Een toren heeft een minimale setback van 5 meter ten opzichte van de stedelijke laag.

VII

Pag. 73. Ontwerpregel · Minimaal 100% van de footprint van de stedelijke laag komt terug als horizontale buitenruimtes zoals daktuinen. Daarvan moet minimaal 40% ingericht worden met groen dat een bijdrage levert aan biodiversiteit. Pag. 81. Reclamebeleid

Om beter aan te sluiten op het nieuwe hoogbouwbeleid is hier een onderscheid gemaakt tussen torens tot 50 meter en hoger dan 50 meter: · Torens tot 50 meter hoog hebben een minimale setback van 3 meter ten opzichte van de stedelijke laag. Torens boven de 50 meter hebben een minimale setback van 5 meter ten opzichte van de stedelijke laag. Ontwerpregel geschrapt. De realisatie van groene daken is geborgd in het “Puntensysteem Natuurinclusief Bouwen”. Het geeft daar betere kwalitatieve richtlijnen.

VIII

De reclamenota dient als uitgangspunt voor reclameuitingen. Ter verduidelijking is dit tekstueel toegevoegd aan de eerste ontwerpregel: · Het gevelontwerp biedt ruimte voor de naam van bedrijven en winkels. De reclamenota dient hierbij als uitgangspunt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14279437/1