RIS319012 Bijlage Vrijplaatsenbeleid
Tekst van het document
Vrijplaatsenbeleid
Vrijplaatsenbeleid
1/4
Vrijplaatsenbeleid
Vrijplaatsenbeleid Een plek van onbegrensde mogelijkheden, waar ruimte is om op een open en inclusieve manier grensverleggende en vernieuwende initiatieven van maatschappelijke of culturele aard vorm te geven. Een fijne plek, waar met zo min mogelijk regels interessante activiteiten plaatsvinden voor iedereen op basis van saamhorigheid en sociale cohesie. Een dergelijke plek heeft meerwaarde voor de stad. Daar waar we als overheid gewend zijn om juist regels te maken om te zorgen voor (ruimtelijke) ordening en gedragen beleidskeuzes in de stad, kan een plek zonder deze regels soms laten zien dat daaruit juist een meerwaarde ontstaat die bijdraagt aan allerlei beleidsterreinen. In een grote stad als Den Haag, met zoveel verschillende mensen en functies hoort een plek als deze thuis. Naarmate de druk op beschikbare ruimte in de stad toeneemt – en die is in Den Haag al zeer hoog – zijn vindplaatsen voor dergelijke functies schaarser en concurreren ze met andere noden. Tegelijkertijd wenst het college meer ruimte te geven aan initiatieven vanuit de stad zelf, die Den Haag en haar inwoners weten te verrijken vaak op sociaal, kunstzinnig en duurzaamheidsvlak. De term vrijplaatsenbeleid is in zichzelf tegenstrijdig: vrijplaatsen laten zich bij uitstek niet begrenzen en al helemaal niet door beleid.
Om ruimte te geven aan een plek met zo min mogelijk beleid is tegenstrijdig genoeg beleid nodig. Daarom kiest de gemeente Den Haag voor een beknopt vrijplaatsenbeleid gebaseerd op een aantal uitgangspunten. Het opstellen van het vrijplaatsenbeleid is uitvoering van de aangenomen motie ‘met spoed aan de slag met vrijplaatsenbeleid’ (RIS314380) en is geïnspireerd op ‘expeditie de vrije ruimte’ van de gemeente Amsterdam, het vrijplaatsenbeleid van Arnhem en de Vrijplaats Leiden. Ruimte voor een vrijplaats De ruimte in Den Haag wordt sterk beconcurreerd. In deze context komen vrijplaatsen niet vanzelf van de grond. Bijna haaks op het begrip moet er, als we in vastgoed ruimte willen bieden voor een vrijplaats, door de gemeente expliciet ruimte worden gemaakt voor een vrijplaats; een plek waar we de principes van een vrijplaats optimaal toepassen. Bij het verdelen van schaarse middelen, zoals vergunningen, locaties of subsidies, moeten wij deze openstellen voor verschillende belangstellenden, de zogenaamde Didam procedure. De voorwaarden waaronder dat gebeurt, moeten vooraf duidelijk zijn en de beoordeling moet op een transparante manier plaatsvinden. Kortom: hoewel een vrijplaats idealiter organisch tot stand komt, zonder overheidsbemoeienis en zonder al te veel regels, is dat in de huidige maatschappij met grote concurrentie om de fysieke ruimte in vastgoed niet mogelijk.
Daarnaast is het van belang dat het gelijkheidsbeginsel van toepassing is; als andere partijen in de stad iets niet mogen (bijvoorbeeld een bepaalde functie of bepaalde openingstijden) kan dat niet voor een vrijplaats wel toegestaan worden. Wij willen actief ruimte bieden aan een vrijplaats, maar daarbij wel heldere voorwaarden stellen. Voorwaarden Een vrijplaats moet voldoen aan de volgende voorwaarden: • Publiek: een vrijplaats is in principe een (semi-)publieke ruimte. Daarbinnen vindt een respectvolle benadering plaats van ruimte die privé gebruikt wordt in dienst van het overkoepelende (maatschappelijke) belang. • Collectief: Een vrijplaats wordt collectief vormgegeven. • Zelfwerkzaam: Een vrijplaats wordt van onderop georganiseerd, zonder sturing van bovenaf. • Multifunctioneel: Een vrijplaats combineert meerdere functies, zoals cultuur, sociaal, werken, wonen, groen, voedsel, circulariteit en duurzaamheid. Vrije Ruimte is daardoor vaak niet onder één beleidsveld onder te brengen.
2/4
Vrijplaatsenbeleid
• • • •
Maatschappelijk betrokken: Een vrijplaats is een plek die uiting geeft aan maatschappelijke betrokkenheid. Open en inclusief: Een vrijplaats is open en inclusief en sluit geen mensen bij voorbaat uit. Niet-commercieel: Een vrijplaats heeft geen overkoepelend commercieel belang. Daarbinnen kunnen wel ondernemers actief zijn, die bijdragen aan het overkoepelende (publieke) belang. Spontaan: Een vrijplaats ontstaat van onderop. Zij is geen onderdeel van beleidsmatige of planmatige stedelijke ontwikkeling. Een gemeentelijke aanpak richt zich dan ook op het beschermen en mogelijk maken van deze spontane ontwikkeling binnen de context van grote druk op de stedelijke ruimte. Het scheppen van Vrije Ruimte is nadrukkelijk géén instrument voor stedelijke ontwikkeling.
Relatie met ander beleid • Binnenkort ontvangt u een evaluatie van het Haagse broedplaatsenbeleid, met daarbij de contouren voor een nieuw beleid. Broedplaatsenbeleid (RIS306133) is een ander beleid dan vrijplaatsenbeleid, want primair gericht op het huisvesten van ruimtevraag voor culturele en creatieve functies. • Vrijplaatsen hebben in brede zin van het woord ook een relatie met andere ‘vrije ruimte’, bijvoorbeeld voor placemaking en maatschappelijke initiatieven. In Amsterdam is dit beleid aan elkaar gekoppeld in de expeditie vrije ruimte. Om directe stappen te kunnen nemen richting een vrijplaats is er in de gemeente Den Haag voor gekozen om dit apart van elkaar te bezien. Via separate trajecten wordt u over placemaking en andere maatschappelijke initiatieven door het college geïnformeerd. Aan de slag met een Haagse aanpak We gaan één locatie aanwijzen als vrijplaats en passen hierbij de genoemde voorwaarden toe. Deze locatie zal ter beschikking worden gesteld aan een collectief. Voor dit collectief stellen we een programma van eisen op dat aansluit op de wensen vanuit potentiële vrijplaatsgebruikers. We laten ons hierbij enerzijds inspireren door het programma van eisen zoals dat geldt bij andere (voormalige) vrijplaatsen in Den Haag en het land. Locatie Om invulling te kunnen geven aan de vrije definitie van een vrijplaats gaan wij op zoek naar een locatie.
Afhankelijk van de locatie kan dit op twee manieren worden ingevuld: 1. Het gaat om een locatie die wij ter beschikking kunnen stellen aan een collectief in eigendom. Op deze manier hoeft de gemeente niet als verhuurder op te treden en daarmee automatisch regels op te leggen. Hoe het collectief vervolgens om gaat met het pand en hoe het precies ingevuld gaat worden is dan aan het collectief. Het collectief is immers al aan de hand van het programma van eisen geselecteerd als maker van de vrijplaats. Het collectief, dat specifiek geen commercieel doel heeft, is eigenstandig verantwoordelijk voor het invullen van de eigenaarsrol. 2. Het gaat om een locatie die in eigendom is en blijft van de gemeente. Een collectief zal hierbij een gebruiksovereenkomst met de gemeente aan moeten gaan. In deze overeenkomst zal worden afgesproken dat de gebruikers in de basis zelf verantwoordelijk zijn voor een aantal zaken, zoals het onderhoud, het afsluiten van een contract voor (evt) gas en energie en het betalen van een vergoeding voor de eigenaarslasten van de gemeente. Deze zal afhankelijk van het pand vastgesteld moeten worden. Hierbij moet gekeken worden naar een realistisch bedrag voor het collectief en waar nodig aanvullende dekking vanuit de gemeente.
Gemeentelijke kaders Hoewel de insteek van de vrijplaats is om zo regelvrij mogelijk te acteren, blijven de planologische kaders en ander gemeentelijk en landelijk beleid wel gelden. Hoewel de gemeente zich niet als doel zal stellen om strenge controle toe te passen, zal zij in geval van overlast of andere duidelijke overtreding
3/4
Vrijplaatsenbeleid
van de kaders wel moeten optreden. Voor sommige activiteiten, zoals horeca, zal ook voor een vrijplaats een vergunning noodzakelijk zijn.
4/4