CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS318942 Beantwoording SV Oplossingen voor huisvesting maatschappelijke organisaties

Commissie Samenleving 9 januari 2025, gemeente Den HaagBij agendapunt: Huisvesting culturele en maatschappelijke organisaties2.572 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Datum

BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE

9 juli 2024

VRAGEN

Onderwerp

Ons kenmerk

Antwoord van het college op de vragen van raadslid mevrouw De Groot, luidend: ‘Oplossing voor huisvesting maatschappelijke organisaties’

OCW/10756971 RIS318942

Het raadslid mevrouw De Groot heeft op 21 mei 2024 een brief met daarin 22 vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 30 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. Het CDA maakt zich zorgen over de huisvesting van maatschappelijke organisaties in de stad. We horen steeds vaker van maatschappelijke organisaties en vrijwilligers dat zij hun activiteiten niet meer kunnen voortzetten, omdat ze simpelweg geen locatie meer kunnen vinden. Dat is ongelofelijk zonde. Deze maatschappelijke organisaties zijn van ongekende waarde in onze stad, ze dragen bij aan saamhorigheid, zijn voor velen een fijne ontmoetingsplek en vervullen een maatschappelijke functie. Daarom wil het CDA Den Haag meer inzicht in de huidige stand van zaken en de plannen van de gemeente om dit probleem op te lossen. Inventarisatie en beschikbaarheid 1.

Is het college ermee bekend dat er een enorm tekort is aan ruimte voor maatschappelijke organisaties?

Het college onderkent dat er op alle fronten schaarste is aan ruimte binnen de dichtbebouwde stad Den Haag. De vraag is echter niet eenduidig te beantwoorden. Het begrip ‘maatschappelijke organisatie’ is zeer breed. Het bestrijkt een scala van organisaties, van kleinschalige bewonersinitiatieven, stadmakers, sportverenigingen, welzijns- en cultuurorganisaties, levensbeschouwelijke organisaties en alles daartussen in. De gemeente schat in dat in Den Haag al meer dan 3.000 vrijwilligersorganisaties zijn. De gemeente stuurt via (o.a.) Voorzieningennota’s, Richtinggevende normen voor Maatschappelijk Voorzieningen en Integraal Huisvestingsplannen voor Sport, Onderwijs, Cultuur en Zorg & Welzijn op de kwaliteit en kwantiteit van voorzieningen (en dus niet op organisaties) die nodig zijn om Den Haag als groeiende stad leefbaar te houden. Daarbij wordt ook gekeken naar eventuele huidige tekorten aan voorzieningen. Bij de totstandkoming van beleid, zoals in het geval van de WoonZorg Visie, kijken we met de zorgorganisaties in de stad om dat deel van het maatschappelijk vastgoed beter op elkaar af te stemmen waar dat kan. Daarnaast wordt getracht via het programma Haags Stadmaken vraag en aanbod, zowel programmatisch, inhoudelijk als qua ruimtevragen, te matchen.

Tenslotte vinden veel maatschappelijke organisaties hun eigen onderkomen, zonder dat daarbij een beroep wordt gedaan op (en zicht op is bij) de gemeente. Het maatschappelijk middenveld, kerken, moskeeën, corporaties, sportverenigingen, etc. zijn daarbij ingangen voor de zoekende organisaties.

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/10756971

De gemeente zorgt via o.a. de structuurvisie dat er voldoende ruimte is voor maatschappelijke voorzieningen/initiatieven. 2.

Is inzichtelijk hoeveel vrijwilligers- en maatschappelijke organisaties zonder ruimte zitten en/of op zoek zijn naar een locatie? Zo ja, hoeveel maatschappelijke organisaties zijn er op dit moment dakloos volgens gegevens van de gemeente, en hoeveel ruimte is er nodig om deze organisaties te huisvesten?

Nee. De gemeente stuurt op beschikbaarheid van voldoende maatschappelijke voorzieningen en niet op voldoende ruimte voor maatschappelijke organisaties. De meeste maatschappelijke organisaties functioneren zonder huisvesting, of met gedeelde huisvesting zoals buurthuizen. Hoewel de gemeente zelf geen verantwoordelijkheid van maatschappelijke organisaties overneemt, zijn de accounthouders van de gemeente hierover voor advies aanspreekbaar voor organisaties (wanneer er bijvoorbeeld sprake is van een subsidierelatie) evenals de stadsdeelkantoren. Ook kunnen maatschappelijke organisaties altijd terecht bij stichting PEP Den Haag voor een kosteloos advies- en ondersteuningstraject, waarbij met de maatschappelijke organisatie wordt meegedacht. De gemeente heeft zelf ook panden in de verhuur. Een overzicht van het aanbod is te vinden via www.denhaag.nl/nl/aanbod-vastgoed-verhuur/ . 3.

Hoeveel ruimte is er op dit moment beschikbaar voor maatschappelijke organisaties?

De beschikbare ruimte fluctueert sterk, waardoor het geven van een actueel overzicht niet mogelijk is. O.a. de Integraal Huisvestingsplannen geven inzicht in het gebruik en de omvang van de eigen maatschappelijk vastgoed en voorzieningen. Er is geen zicht op het particuliere aanbod. 4.

Is het college bekend met de behoefte en vereisten van maatschappelijke organisaties voor hun huisvesting?

Zie hierboven onder 1. 5.

In de ‘werkbespreking over de evaluatie van de referentienormen en het voorzieningenonderzoek CID’ van 4 oktober 2023 en de commissie Samenleving van 1 februari 2024 is aangegeven dat schoolgebouwen multifunctioneel gebruikt kunnen worden, door schoolgebouwen in de avonduren beschikbaar te stellen voor organisaties in de wijk. Hoe staat het met het gebruik van schoolgebouwen door maatschappelijke organisaties? Op welke manier wordt hier actie op ondernomen door het college, en zijn er inmiddels in de praktijk al voorbeelden van maatschappelijke organisaties die op deze manier weer huisvesting hebben gevonden?

Het college juicht multifunctioneel gebruik van gebouwen/voorzieningen toe. Zowel op het gebied van schoolgebouwen als sport- en culturele voorzieningen zijn er talloze voorbeelden van medegebruik, waarin andere organisaties activiteiten ontplooien buiten de uren dat de voorziening in gebruik is door de primaire gebruikers. O.a. het Zuidwestcollege wordt gebruikt door diverse jongeren- en welzijnsorganisaties. In zijn algemeenheid geldt dat het beheer (sleutelbeheer, schoonmaak, etc.) dan wel goed geregeld moet kunnen worden. Voor scholen geldt daarnaast dat zij, en niet de gemeente, eigenaar zijn van de gebouwen.

2/6

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/10756971

We bieden bijvoorbeeld ondersteuning bij een voor sportverenigingen op maat gemaakt open clubplan, open club-magazine voor de buurt en/of de inzet van een Sportcoördinator. Ook is multifunctioneel gebruik in de huurovereenkomst mogelijk gemaakt (bijvoorbeeld voor kinderopvang en welzijnsaccommodaties). 6.

Zijn er plannen om het aanbod van maatschappelijk vastgoed uit te breiden of te herzien in de komende jaren?

In de respectievelijke Integraal Huisvestingsplannen (Sport; RIS311895, Cultuur en Bibliotheken; RIS311896, Onderwijs: RIS317535, IHP Zorg en Welzijn; besluitvorming 2e helft 2024) zijn de voorgenomen investeringen in eigen, gemeentelijk vastgoed en voorzieningen opgenomen. Er is geen zicht op investeringen in maatschappelijk vastgoed door derden. 7.

Is het mogelijk om leegstaande panden te benutten voor activiteiten van maatschappelijke organisaties, en is het college bereid dit mee te nemen als optie in de leegstandsaanpak?

De leegstand in Den Haag is relatief laag ten opzichte van andere grote gemeenten, zo is recent gebleken (zie Haagse Aanpak leegstand; RIS318192). Waar sprake is van tijdelijke leegstand en/of mutatieleegstand, in afwachting van herontwikkeling, vinden veel maatschappelijke organisaties hun weg naar betaalbaalbare, soms om niet, zij het meestal tijdelijke, huisvesting. Waar mogelijk en bekend, bemiddelt of verwijst de gemeente actief. Ook worden allerlei maatschappelijk organisaties tijdelijk in eigen gemeentelijke panden ondergebracht (zie hieronder vraag 15.). 8.

Wat is de stand van zaken omtrent het buurthuis van de toekomst?

Het Buurthuis van de Toekomst – ook al heeft het niet overal een bekend ‘bordje’ – heeft overal in de stad navolging gekregen met het multifunctioneel gebruik van maatschappelijk vastgoed. De inzet van de gemeente is het aanmoedigen van multifunctioneel gebruik van accommodaties, ongeacht het label of naam die hieraan vastzit. Veel organisaties dragen de kernwaarden uit (onder meer het bevorderen van sociale samenhang en multifunctioneel accommodatiegebruik) en blijven dat doen. Het college waardeert dit en ziet het als een positieve ontwikkeling dat multifunctioneel accommodatiegebruik inmiddels niet meer als bijzonder maar als normaal gebruik wordt gezien. De gemeente is veelvuldig in overleg met maatschappelijk organisaties die met hun voorzieningen bijdragen aan de leefbaarheid van de stad en daarvoor gebruik maken van een daarvoor geschikte locatie/pand. De primaire verantwoordelijkheid voor het vinden van een dergelijke locatie ligt bij de maatschappelijke organisaties zelf. Tegelijkertijd bestaat vanuit de gemeente blijvende inzet om multifunctioneel gebruik van accommodaties aan te moedigen. Concrete voorbeelden hiervan zijn de Investeringssubsidie Accommodaties Sportverenigingen (IAS) voor sportaccommodaties en de subsidieregeling ‘Toegankelijke stad voor iedereen’.

Het tweede voorbeeld is erop gericht om onder meer publiek toegankelijke ruimtes (niet in gemeentebezit) eveneens fysiek toegankelijk te maken voor alle inwoners en daarmee indirect bij te dragen aan meer multifunctioneel gebruik. Daarnaast blijven de stadsdeelmedewerkers en communitybuilders zich inzetten om beschikbaar blijven stellen van ruimtes voor de stad aan te moedigen, en blijven sportconsulenten aandacht besteden aan de maatschappelijke rol en waarde van sportverenigingen. Tenslotte zijn er ook diverse gemeentelijke panden waarin meerdere professionele zorg- en welzijnsorganisaties zijn ondergebracht. Op jaarbasis melden een tien tot twintigtal maatschappelijke organisaties zich bij de stadsdelen met een huisvestingsvraag. De stadsdelen denken actief mee met deze organisaties en adviseren over mogelijke oplossingen die er zijn of worden aangedragen door de organisaties.

3/6

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/10756971

Of het daadwerkelijk lukt een oplossing te vinden is afhankelijk van de behoefte en keuze van de organisatie, de wijk en de beschikbaarheid van vastgoed. Om de kans van slagen zo groot mogelijk te maken, kijken de stadsdelen in haar advies zo breed mogelijk, dus ook naar de mogelijkheden om gebruik te maken van ruimte-aanbod in bestaande (welzijns)-accommodaties. Daarbij hoort ook – met het oog op het vergroten van de kans van slagen – goed verwachtingsmanagement over de eigen verantwoordelijkheid van organisaties en de noodzaak om in veel gevallen een pand te delen met andere actieve organisaties. Beschikbaarheid en gebruik 9.

Op welke wijze ondersteunt de gemeente Den Haag maatschappelijke organisaties bij het vinden van huisvesting?

Zie antwoorden op vragen 1 en 8. 10. Is het college bereid om meer hulp te bieden aan maatschappelijke organisaties bij het vinden van huisvesting? Maatschappelijke organisaties zijn zelf verantwoordelijk voor hun huisvesting. De gemeente adviseert maatschappelijke organisaties, verwijst hen door en bemiddelt. Daarbij zijn beleidskaders op het gebied van cultuur, welzijn, sport en zorg leidend. Zo wordt bij sporthallen een volgorde gehanteerd waarbij een organisatie, die de ruimte al jaren gebruikt voor een teamsportcompetitie van de bond een hoger belang heeft dan de wijkvereniging die van de sporthal gebruik wil maken. 11.

Hoe wordt bepaald welke organisaties gebruik kunnen maken van maatschappelijk of gemeentelijk vastgoed?

Zie antwoord op vraag 10. Bij inzet van gemeentelijk vastgoed zullen ook altijd de Didam-regels moeten worden toegepast. 12. Hoe zorgt de gemeente Den Haag voor een eerlijke verdeling van het beschikbare vastgoed voor de huisvesting van maatschappelijke organisaties? De gemeente gaat alleen over haar eigen (maatschappelijke) vastgoed. Via o.a. de IHP’s wordt gewaarborgd dat voldoende maatschappelijke voorzieningen in stand worden gehouden en bij komen, hand in hand met de groei van de stad. Zie verder antwoord op vraag 10. Eerlijke inzet, in juridische zin (toepassing van het gelijkheidsbeginsel), wordt eveneens gewaarborgd door middel van toepassing van de Didam-regels. 13. Welke maatregelen worden genomen om ervoor te zorgen dat maatschappelijk vastgoed toegankelijk blijft voor juist ook de kleinere maatschappelijke organisaties? Zie antwoord op vraag 10. Er wordt in principe geen onderscheid gemaakt tussen kleine en grote organisaties. Bij het (permanent) inzetten van, en investeren in eigen gemeentelijk vastgoed wordt uiteraard wel gekeken naar de beleidsmatige impact van de toekomstige gebruiker/maatschappelijke organisatie.

4/6

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/10756971

14. Ziet het college mogelijkheden om locaties door meerdere maatschappelijke organisaties te laten delen? Zoals gezegd juicht het college medegebruik juist toe, zeker als het gaat om gebruikers die elkaar en daarmee hun impact op deze wijze kunnen versterken. Uit de praktijk blijkt dat voor organisaties soms als een grote stap wordt ervaren om medegebruiker te worden, zeker als men uit een zelfstandige huursituatie komt. 15.

Hoe kijkt het college naar het tijdelijk beschikbaar stellen van vastgoed voor de huisvesting van maatschappelijke organisaties?

Veel zogenaamd strategisch (op termijn te her ontwikkelen) bezit van de gemeente wordt tijdelijk verhuurd, vaak aan maatschappelijk organisaties en tegen een relatief lage huur. Dit is een constructie waarbij beide partijen baat hebben. Problemen doen zich geregeld voor als de gemeente een tijdelijke huurovereenkomst opzegt omdat gestart wordt met de herontwikkeling of verkoop. Het komt regelmatig voor dat huurders moeite hebben bij het vinden van alternatieve huisvesting. Belangrijk is de tijdelijke huurovereenkomst niet te laten verworden tot een morele, laat staan een juridisch afdwingbare, verplichting voor de gemeente om dergelijke partijen van (betaalbare) huisvesting te moeten voorzien. Het alternatief is immers dat leegstaande panden niet meer ingezet kunnen worden voor tijdelijk gebruik. Dat vinden we onwenselijk. 16. Hoe ziet het proces eruit als de (tijdelijke) huisvesting van de maatschappelijke organisatie beëindigd moet worden? Zie antwoord op vraag 15. Tijdelijke huurders, al dan niet maatschappelijke, dienen uiteraard tijdig te worden geïnformeerd dat huuropzegging wegens bijvoorbeeld herontwikkeling aanstaande is, zodat zij zelf invulling kunnen geven aan hun verantwoordelijkheid om een nieuw onderkomen te vinden. De opzegtermijn wordt vastgelegd in het tijdelijke verhuurcontract. 17.

Op welke wijze worden maatschappelijke organisaties begeleid bij het vinden van een nieuw onderkomen?

Bij het aangaan van een tijdelijk huurcontract weten organisaties dat zij zelf verantwoordelijk zijn voor het vinden van een alternatief, na het aflopen van het tijdelijk huurcontract. Veel tijdelijke huurders vinden de eigen weg naar een nieuw onderkomen. Een aantal huurders vraagt (en krijgt) ondersteuning aan (van) de gemeente, waarbij ze worden verwezen naar de beheerders van culturele, maatschappelijke en sportaccommodaties, makelaars, ontwikkelaars, etc. Zie ook antwoord op vraag 2. 18. Ziet het college mogelijkheden om samen te werken met private organisaties om huisvesting te vinden voor maatschappelijke organisaties? Zo ja, op welke manier? Zo nee, waarom niet? Zie vraag 10. Het komt regelmatig voor dat de gemeente actief bemiddelt tussen maatschappelijke ruimtezoekers en commerciële aanbieders. In de tijdelijkheid vinden veel maatschappelijke organisaties een plek, bijvoorbeeld als onderdeel van een placemaking-strategie.

5/6

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/10756971

Financiering en kosten 19. Zijn er subsidies of financiële steunmaatregelen beschikbaar voor organisaties die maatschappelijk vastgoed willen huren of gebruiken? Ja. Per beleidsterrein zijn er subsidieregelingen waar maatschappelijke organisaties een beroep op kunnen doen, waaronder een bijdrage in de huisvestingslasten. 20. Kan het college inzicht geven in de financiële aspecten van het beheer en de exploitatie van maatschappelijk vastgoed? Hoe worden de kosten gedekt en welke rol spelen huurprijzen hierin? In de Nota Vastgoed (RIS269126, 2013) en Algemene verordening Financieel beheer en Beleid (RIS300591, 2019) is beschreven hoe het gemeentelijk vastgoed wordt verhuurd en geëxploiteerd en welke factoren hierbij een rol spelen. Bij nieuwbouw ook ruimte voor maatschappelijke organisaties 21. Op welke manier wordt bij stedelijke ontwikkeling en nieuwbouw, zoals in het CID, Binckhorst en Zuidwest, rekening gehouden met het toevoegen van beschikbare ruimte voor maatschappelijke organisaties en verenigingen? Zie antwoord op vraag 1. Op basis van de richtinggevende normen voor Maatschappelijke Voorzieningen wordt in Structuurvisies en Voorzieningennota’s gewaarborgd dat er ruimte in het gebied wordt gereserveerd voor deze functies.

Daarnaast wordt in de tijdelijkheid/transitieperiode ruimte geboden aan allerhande maatschappelijke initiatieven en placemaking-activiteiten en worden er ook behoeften die uit participatiebijeenkomsten naar voren komen meegenomen in de afweging. 22. In de gemeentelijke referentienormen maatschappelijke voorzieningen is op dit moment niet voorzien in een norm voor maatschappelijke organisaties. Is het college het met de CDA-fractie eens dat een referentienorm voor maatschappelijke ruimte, ervoor kan zorgen dat er in gelijke tred genoeg ruimte voor maatschappelijke organisaties wordt gerealiseerd bij de groei van de stad? Is het college bereid een referentienorm maatschappelijke organisaties te introduceren? In zowel de Haagse nota referentienormen (RIS316628) als (de nog niet door de raad vastgestelde) nota richtinggevende normen (RIS317835) zijn kwantitatieve uitgangspunten opgenomen voor o.a. wijk- en buurtcentra en club- en buurthuizen. Veel maatschappelijke initiatieven, zoals bewonersinitiatieven, vrijwilligersorganisaties en zelforganisaties, maken gebruik van buurtcentra en buurthuizen. Wie de uiteindelijk gebruikers van deze voorzieningen zijn is in het kader van de richtinggevende normen niet relevant: de normen zorgen ervoor dat er voldoende ruimtereserveringen zijn voor bijvoorbeeld zorg- buurt en welzijnsfuncties.

Welke partij, welk initiatief ruimte gaat gebruiken, volgt doorgaans pas na de fase van de gebiedsontwikkeling. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx

Jan van Zanen

6/6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14381504/1