RIS318941 Uitvoering coalitieakkoord Ooievaarspas en SMI
Tekst van het document
Typ tekstTyp tekstTyp tekst
Mariëlle Vavier Wethouder van Armoede, Inclusie, Zorg en Internationale Zaken
030
Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag
Ons kenmerk
Aan de voorzitter van de commissie Samenleving
SZW/10738360 RIS318941 Contactpersoon
Emine Ugur Dienst
Sociale Zaken en Werkgelegenheidsprojecten Afdeling
Beleid, onderzoek en projecten Telefoonnummer
14070
Datum
28 mei 2024 Onderwerp
Uitvoering Coalitieakkoord Ooievaarspas en SMI
Geachte voorzitter, In het coalitieakkoord 2023-2026 is een aantal wijzigingen afgesproken rondom de Ooievaarspas. Hierbij informeer ik u over de stand van zaken met betrekking tot deze wijzigingen. De belangrijkste wijzigingen zijn dat het vanaf 1 april 2024 mogelijk is voor inwoners met een inkomen tot 150% van het wettelijk sociaal minimum een Ooievaarspas aan te vragen, en dat inwoners met een Ooievaarspas een vergoeding bij de dierenarts (tot € 300,-) kunnen krijgen. Hier zijn in het coalitieakkoord middelen voor vrijgemaakt om dit mogelijk te maken. Daarnaast is de maximale vergoeding bij contributies via de Ooievaarspas verhoogd van € 330,- naar € 450,-. Uitbreiding Ooievaarspas In het Haags Akkoord is afgesproken de inkomensgrens voor de Ooievaarspas te verruimen van 130% naar 150% van het wettelijk sociaal minimum. Om dit te realiseren was het nodig om de beleidsregels minimabeleid aan te passen. Het college heeft de beleidsregels aangepast en vanaf 1 april is het mogelijk dat inwoners tot 150% van het wettelijk sociaal minimum een Ooievaarspas kunnen aanvragen. De website en aanvraagformulieren zijn hierop aangepast. Er is gekozen om de beleidsregels minimabeleid en bijzondere bijstand te splitsen. Reden hiervoor is dat de bijzondere bijstand voortvloeit uit de Participatiewet, en de Ooievaarsregelingen voortvloeien uit de Gemeentewet.
Naast het verruimen van de inkomensgrens voor de Ooievaarspas zijn de volgende wijzigingen aangebracht: -
We sluiten met onze inkomensbegrippen aan bij de Participatiewet. De Participatiewet kent alleen de categorieën alleenstaanden en gehuwden (samenwonenden). Alleenstaande ouders vallen in deze wet in de categorie alleenstaanden. In Den Haag hanteerden wij alleenstaande ouders nog wel als aparte categorie en werden de fiscale toeslagen die zij ontvangen beschouwd als inkomen. Dit is per 1 april 2024 komen te vervallen en dat deel van het inkomen van alleenstaande ouders zal buiten beschouwing worden gelaten. Hierdoor zullen meer alleenstaande ouders een beroep kunnen doen op onze voorzieningen.
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
T 14070 www.denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
SZW/10738360
-
-
Tevens wordt vanaf 1 april voor AOW-ers de van toepassing zijnde AOW-norm gehanteerd, in plaats van de lagere bijstandsnorm (AIO). Door deze verruiming komen meer ouderen in aanmerking voor voorzieningen. De vermogensregels zijn aangepast (versoepeld). De eigen woning, woonboot of woonwagen waarin iemand woont wordt als vermogensdeel buiten beschouwing gelaten voor bepaling van het recht op een minimavoorziening, omdat redelijkerwijs niet verwacht kan worden dat mensen hun woning verkopen of verpanden om bijvoorbeeld bijzondere bijstand voor tandartskosten te ontvangen of een sportabonnement af te sluiten. Verder wordt de eerste eigen auto buiten beschouwing gelaten voor de vermogensberekening en in het geval van de tweede auto alleen de auto met de hoogste dagwaarde meegenomen voor de vermogensberekening. De criteria voor de Tegemoetkoming voor Chronisch Zieken en Gehandicapten zijn uitgebreid met een aantal nieuwe criteria waardoor meer inwoners een beroep kunnen doen op deze regeling: • Iedereen met een uitkering wegens arbeidsongeschiktheid of een uit wetgeving voortvloeiende voorziening ten gevolge van een chronische ziekte of handicap komt nu ook in aanmerking. • Tevens is het in het bezit zijn van een gehandicaptenparkeervergunning en een PGB indicatie toegevoegd als criterium en ouders met kinderen die aan deze criteria voldoen, kunnen ook een aanvraag indienen.
Vergoedingen huisdierkosten minima In het coalitieakkoord is tevens opgenomen dat er ondersteuning zal komen in de kosten van huisdieren van minima. Het college heeft besloten het aanbod van de Ooievaarspas uit te breiden met dierenartskosten. Per jaar heeft een pashouder van 18 jaar of ouder de mogelijkheid om een vergoeding tot € 300,- te krijgen voor preventieve en medisch noodzakelijke behandelingen. In overleg met de klankbordgroep dierenwelzijnsorganisaties is besproken dat de focus moet liggen op preventieve behandelingen, zoals vaccineren, chippen, castratie en sterilisatie van dieren. Ook is geadviseerd om alleen een vergoeding beschikbaar te stellen voor gechipte dieren. Een vouchersysteem waarbij inwoners een aanvraagformulier moeten invullen acht het college onnodig ingewikkeld. Doordat een inwoner de Ooievaarspas kan scannen bij de dierenarts kan een inwoner met een ziek of gewond huisdier direct bij een dierenarts terecht en de vergoeding van maximaal € 300,- verzilveren, zonder eerst een voucher te hoeven aanvragen bij de gemeente. Indien de vergoeding in een jaar is verzilverd kan deze niet nogmaals via de Ooievaarspas worden verzilverd.
Het bedrag van € 300,- kan worden ingezet op de volgende behandelingen: consult (100%), chippen (100%), vaccineren (100%), castratie of sterilisatie (100%), euthanasie (100%), medisch noodzakelijke behandelingen (50%), medicijnen bij een chronische ziekte (50%). Een dierenarts zal beoordelen wat medisch noodzakelijk is. Bureau Ooievaarspas zal de komende periode alle dierenartsen in Den Haag benaderen om te vragen of zij partner willen worden van de Ooievaarspas zodat pashouders de vergoeding van maximaal € 300,- kunnen verzilveren. De eerste positieve gesprekken met dierenartsen zijn inmiddels gevoerd en er wordt gekeken hoe de eerste dierenartsen aangesloten kunnen worden bij de Ooievaarspas.
2/3
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
SZW/10738360
Wijzigingen Bijdrage Kinderopvang bij Sociaal Medische Indicatie De eigen bijdrage bij kinderopvang op grond van sociaal medische indicatie1 (SMI) wordt vanaf februari 2024 volledig vergoed voor gezinnen met een inkomen tot aan de bijstandsnorm, het wettelijk sociaal minimum. Dit gebeurt omdat we zien dat de hoge eigen bijdrage voor de kinderopvang belemmerend werkt voor gezinnen die behoefte hebben aan deze opvang vanwege een sociaal medische noodsituatie. Het extra vergoeden is in lijn met vergoeden van de meerkosten bovenop de eigen bijdrage van kinderopvang voor bijstandsgerechtigden die kinderopvangtoeslag ontvangen, zoals dat sinds Q2 2023 gebeurt (RIS315633). Daarnaast wordt een aanpassing van de beleidsregel tegemoetkoming kosten kinderopvang op grond van een sociaal medische indicatie voorbereid, zodat er ook voor gezinnen met SMI en inkomen tot 150% van het wettelijk sociaal minimum geen eigen bijdrage overblijft. Hierdoor zullen meer gezinnen die in een sociaal medische noodsituatie zitten, gebruik kunnen maken van kinderopvang, zonder dat dit financiële zorgen tot gevolg heeft. Dit komt zowel de ontwikkeling van de kinderen ten goede als dat het de ruimte biedt voor ouders om te werken aan een duurzame oplossing. Financiële dekking.
De dekking voor deze wijzigingen valt binnen de middelen die in het Haags akkoord beschikbaar zijn gesteld voor het ophogen van de inkomensgrens van de Ooievaarspas naar 150% (€ 700.000,-) en de vergoedingen voor de dierenarts voor inwoners met een Ooievaarspas (€ 800.000,-, waarvan € 200.000,- incidenteel). De kosten voor de wijziging binnen de SMI zijn begroot op 60.000 euro, waarvoor voldoende dekking is binnen het bestaande budget. In de verwachting u voor nu voldoende te hebben geïnformeerd, Met vriendelijke groet, de wethouder van Armoede, Inclusie, Zorg en Internationale Zaken Mariëlle Vavier
1 Ouders met sociale of medische problemen kunnen voor de kosten van de kinderopvang een tegemoetkoming
bij de gemeente aanvragen, wanneer zij geen recht hebben op de Kinderopvangtoeslag van de Belastingdienst. Om een tegemoetkoming te krijgen is een Sociaal Medische Indicatie (SMI) nodig. De GGD beoordeelt of een ouder deze indicatie krijgt. De hoogte van de vergoeding hangt af van het inkomen van de ouder.
3/3