RIS318921 Actieplan D66 ‘Stop Femicide’
Tekst van het document
Actieplan ‘Stop Femicide’ Veilig en zichtbaar jezelf Iedereen heeft het recht om veilig en zichtbaar zichzelf te kunnen zijn. Helaas is dit voor veel vrouwen niet het geval. Geweld kent vele vormen en gradaties en gaat vaak van kwaad tot erger. Zo heeft meer dan helft van de vrouwen te maken gehad met straatintimidatie, is op 1 op de 5 vrouwen ooit mishandeld door een (ex-)partner en wordt er in Nederland iedere 8 dagen een vrouw vermoord.[1] Dat is onverteerbaar en moet stoppen. Daarom blijft D66 aandacht vragen voor de aanpak van geweld tegen vrouwen met als uiterste vorm femicide en bieden wij dit actieplan Stop Femicide aan. Dit actieplan is mede tot stand gekomen door de expertise en input van diverse ketenpartners. Veel dank daarvoor. In het bijzonder veel dank aan de nabestaanden die hun persoonlijk ervaringen en kennis wilden delen. Als we de handen ineenslaan kunnen we femicide aanpakken. 1. Femicide, noem het bij de naam Het taboe rond femicide moet worden doorbroken. Geen gezinsdrama, geen drama in de relationele sfeer, geen crime passionel, nee. FEMICIDE. “Het doden van een vrouw, omdat ze vrouw is.” Laten we de dingen bij de naam noemen. Geweld tegen vrouwen is namelijk geen incident en mag nooit gebagatelliseerd worden. D66 stelt daarom voor om in alle gemeentelijke communicatie en in alle uitgaande beleidsstukken deze term te gebruiken.
Daarnaast pleit D66 voor een oproep aan (lokale) media waarin wordt aangedrongen op het gebruik van de juiste term femicide en niet meer te spreken van een gezinsdrama, crime passionel of een drama in de relationele sfeer. Door te spreken over femicide doorbreken we enerzijds het taboe en anderzijds doen we recht aan alle vrouwen die vermoord zijn puur vanwege het feit dat ze vrouw zijn.
2. Registreer en Leer Volgens artikel 11 van het Verdrag van Istanbul[2] moeten Nederlandse gemeenten informatie verzamelen over o.a. de oorzaken, gevolgen en frequentie van geweld tegen vrouwen.[3] Goede registratie is noodzakelijk als we femicide echt willen uitroeien. Alleen door juist te monitoren en te registreren worden (voorboden van) femicide zichtbaar en kan femicide effectief bestreden worden. Stalking kan een voorbode kan zijn van escalerend geweld. Veel vrouwen die worden vermoord door een ex-partner, werden daarvoor gestalkt en bedreigd. Dat is vreselijk, maar betekent ook dat men weet dat dit een rode vlag is. Als dit niet wordt geregistreerd mist er dus cruciale informatie. Een andere belangrijke voorspeller voor femicide is poging tot verwurging, ook wel niet-fatale verwurging genoemd. Dit wordt nu nog niet actief uitgevraagd en bijgehouden door hulpverlenende instanties. Een gemiste kans wat D66 betreft. Het college geeft steeds aan dat het moeilijk is om femicide in cijfers uit te drukken, maar dat mag geen reden zijn om dit niet te doen. Professionals geven aan dat de echte cijfers van femicide hoger liggen dan 1 vrouw per 8 dagen, maar omdat er niet geregistreerd wordt is niet bekend hoe hoog het aantal precies ligt en dat is zorgelijk.
Wat D66 betreft is het cruciaal voor een effectieve aanpak van femicide om de juiste cijfers boven tafel te krijgen zodat helder is waar tegen we vechten. In België wordt na succesvolle lokale pilots nu landelijk door de hele politie met een vragenlijst gewerkt die zorg draagt voor een goede registratie van geweld tegen vrouwen. D66 roept het college op om als Den Haag voor de troepen uit te lopen en in samenwerking met Politie Haaglanden een pilot te starten om in navolging van België invulling te geven aan het Verdrag van Istanbul en geweld en ander risicovol gedrag tegen vrouwen te registreren. Deze pilot kan gerealiseerd worden met de middelen gereserveerd voor de aanpak gendergerelateerd geweld.
3. Investeer in educatie en preventie Aandachtsfunctionaris femicide Voorkomen is beter dan genezen. D66 wil daarom dat er meer geïnvesteerd wordt in de gehele professionele keten aan de voorkant. Educatie voor professionals is hierbij essentieel. Het gaat over het herkennen van signalen, het vergroten van de handelingsbekwaamheid en het versterken van de samenwerking.
De behoefte aan structurele deskundigheidsbevordering uit de gehele keten is groot. Van huisartsen tot GGZ-medewerkers. Van schuldhulpverleners tot ziekenhuispersoneel. Van Veilig Thuis tot politie. Alle partners geven aan dat er blijvend behoefte is aan training en opleiding. Pas als iedere organisatie in de keten de kans heeft zich continu te ontwikkelen, kunnen we een vuist maken tegen deze gruwelijke vorm van geweld. D66 wil dat deze deskundigheidsbevordering centraal wordt ontwikkeld en aangeboden en ziet hier een rol voor de gemeente door middel van vaste aandachtfunctionarissen femicide. Jong geleerd is oud (niet) gedaan Kinderen zitten nog niet gevangen in genderstereotype gedrag. Dat is belangrijk om te beseffen omdat gendernormen, zoals de gendernorm macho, geweld tegen vrouwen kunnen beïnvloeden en voeden. Het is dus van belang dat er al op de basisschool aandacht is voor preventie van (seksueel) geweld. Hiervoor is een divers lesaanbod beschikbaar. In Utrecht is er bijvoorbeeld een lessenserie ontwikkeld voor het PO en VO om straatintimidatie te voorkomen[4] (zie het Actieplan ‘Pak straatintimidatie bij de wortel aan’ (RIS310002) voor meer voorbeelden). Daarnaast is het inzetten van interventies op de groep jongeren tussen 16-25 jaar met als ijkpunt mannen als pleger, en dan in het bijzonder het voorkomen hiervan, van cruciaal belang.
Preventie al voordat er überhaupt een klap gegeven is. D66 wil dat er specifiek aanbod ontwikkeld wordt voor Haagse onderwijsinstellingen met daarin in het bijzonder aandacht voor het mbo en hbo vanwege de leeftijd 16-25 jaar. Via Act4Respect, een samenwerkingsverband tussen Rutgers en Atria, is er al hoop materiaal verkrijgbaar dat nu nog niet specifiek op de Haagse situatie is gericht[5], maar met wat aanpassingen kan worden ingezet in Den Haag. Wat D66 betreft geeft het college opdracht om lesaanbod te ontwikkelen voor Haagse onderwijsinstellingen van PO tot HBO en worden deze met trainer aangeboden, zodat het geen extra druk legt op docenten.
4. Eén persoon, één plan, één plek Fysiek D66 wil dat hulp laagdrempelig en centraal wordt aangeboden naar Rotterdams voorbeeld. In het Rotterdamse expertisecentrum Philomena is alle hulp gebundeld onder één dak, een zogeheten “one stop shop” met maatschappelijk werk, politie en forensisch artsen. Er is een inloopspreekuur voor plegers en slachtoffers. Daarnaast is er een contactpersoon per persoon per situatie. Door het ontschoten van de verschillende disciplines is er een integrale aanpak. Er wordt nauw samengewerkt met justitie en de OvJ.
Aanbieder Kessler Perspectief biedt onder naam Arosa opvang voor vrouwen die slachtoffer zijn van geweld in Den Haag. Er zijn momenteel 60 vaste plekken. Deze plekken zijn verdeeld over de stad. De versnippering zorgt voor een gebrek aan efficiëntie geeft de organisatie aan. D66 pleit voor één bastion in Den Haag waar alles bij elkaar is gecentreerd. Door alles onder één dak te organiseren, zoals nu al wel het geval is in Rotterdam, kan de hulpverlening beter ingezet worden. Er is dan meer aandacht voor de kinderen, meer veiligheid in en rondom het pand en meer focus op zorg en nazorg. Digitaal Slachtoffers, omstanders en ook plegers zoeken ook vaak online hulp, maar vangen bot. De online-informatie vanuit de gemeente Den Haag is chaotisch en lastig te vinden. D66 wil dat de informatie voor iedereen toegankelijk en overzichtelijk is en pleit voor een sociale kaart die vindbaar is, zoals Queersupport Den Haag, maar dan gericht op (de preventie van) femicide. Daarnaast opteert D66 voor een centraal laagdrempelig spreekuur waar mensen terecht kunnen met hulpvragen. Dat kan ook gecombineerd worden met de online sociale kaart. Dit kan bekostigd worden door de middelen die gereserveerd zijn voor de aanpak gendergerelateerd geweld.
Een groep die zeker niet vergeten moet worden zijn de nabestaanden. Zij hebben ook hulpvragen. Zorg dat er steun en nazorg is vanuit de gemeente. Naast hulpverlenende instanties, slachtofferhulp en de gemeente verdient het wat D66 betreft de aanbeveling om ook de Vrouwenrechtswinkel een rol toe te bedelen, aangezien er ook veel juridische vragen zijn over financiën en eventuele erfenissen.
5. Zet technologie tegen femicide D66 roept het college op om innovatief te werk te gaan en te kijken naar welke technologische ontwikkelingen kunnen bijdragen aan de veiligheid van slachtoffers van geweld en intieme terreur. Hierbij valt te denken aan een mobiel stalkingsalarm dat het slachtoffer bij zich draagt en dat afgaat als een pleger zich binnen een bepaalde afstand bevindt, maar er zijn meer vernuftige innovaties. Denk bijvoorbeeld aan een app op je telefoon die niet als zodanig herkenbaar is en waar je als slachtoffer signalen kan doorgeven in onveilige situaties. Organisaties, zoals EviSafe, kunnen deze slimme technologie op maat ontwikkelen. Voor het ontwikkelen van deze technologie kan een beroep gedaan worden op de onderbesteding van de middelen voor de aanpak gendergerelateerd geweld.
6. Laat vrouwen hun recht halen Vrouwenrechtswinkel Vrouwen die slachtoffer zijn van geweld kunnen nadat ze aangifte hebben gedaan met hun delictcode kosteloos terecht bij Slachtofferhulp voor praktische ondersteunende juridische dienstverlening. D66 stelt voor dat we in het kader van preventie de Vrouwenrechtswinkel inzetten nog voordat er een aangifte is gedaan. De Vrouwenrechtswinkel gaat gepositioneerd worden op een plek waar veel vrouwen samenkomen, zoals het Vrouwenbuurtlab en Stichting Yasmin. Voorafgaand aan een aangifte is er vaak sprake van problemen in een relatie en spelen risicofactoren, zoals controlerende gedragingen en (financiële) afhankelijkheid, een grote rol. Op het moment dat een vrouw zich in een afhankelijke situatie bevindt is het van essentieel belang dat zij laagdrempelig en informeel te weten kan komen wat haar rechten zijn. Dit versterkt de onafhankelijkheid van deze vrouw en verlaagt de kans dat zij slachtoffer blijft of wordt. De vrouwenrechtswinkel moet wat D66 betreft een cruciale rol gaan betekenen in de aanpak van geweld tegen vrouwen. We vragen het college om uiterlijk in Q4 2024 de Vrouwenrechtswinkel te hebben gerealiseerd. Stel een norm en handhaaf op straatintimidatie Zoals gezegd, geweld tegen vrouwen kent vele vormen. Straatintimidatie is hier een van.
Er gebeurt nu nog niets met meldingen die binnenkomen via de meldcategorie straatintimidatie i.v.m. bewijslast. Slachtoffers geven aan dat het hen juist motiveert om te melden zodat er gevolg wordt gegeven aan de meldingen en bijvoorbeeld extra surveillance kan worden ingezet of een aanpassing qua verlichting. Nu de wet seksuele misdrijven is uitgebreid en aangenomen is straatintimidatie bij wet verboden. Dit biedt de gemeente Den Haag extra handvatten om straatintimidatie aan te pakken en gevolg te geven aan meldingen en aangiften. Door een norm te stellen; het niet alleen zeer onwenselijk, het is strafbaar en hierop te handhaven. D66 vraagt het college allereerst om op de website denhaag.nl aan te passen dat straatintimidatie nu wel strafbaar is. Vervolgens roept D66 op om handhavers met een taakaccent straatintimidatie aan te stellen. Zij kunnen ingezet worden op plekken waar veel straatintimidatie plaatsvindt en kunnen slachtoffers verwijzen naar het meldpunt straatintimidatie en hen tevens ondersteunen bij het doen van aangifte. Daarnaast kunnen zij in geval van heterdaad direct beboeten of overgaan tot aanhouding. Den Haag laat hiermee zien waarvoor we staan en hoe we omgaan met het overtreden van de wet t.a.v. seksueel geweld tegen vrouwen.
Een Haagse Officier van Justitie met taakaccent geweld tegen vrouwen In Rotterdam is er een Officier van Justitie met als specifiek takenpakket hoogrisico stalking en andere zaken met een verhoogde kans op femicide. Er zijn korte lijnen tussen Philomena, de hulpverlening en de Officier van Justitie. In het kader van veiligheid mag informatie altijd gedeeld worden. Door de nauwe samenwerking, kan er snel geschakeld worden tussen de hulpverlening, politie en weer terug naar het
OM. Als er nieuwe informatie bekend is bij een van de partners wordt deze direct gedeeld en wordt de juiste expertise ingezet. Dat kan behandeling zijn, maar ook het afgeven van een contactverbod of celstraf. Een en ander is altijd in overleg met de experts en zorgt voor meer veiligheid. D66 ziet grote meerwaarde in een specifieke Officier van justitie met deze expertise roept op om nogmaals in overleg te gaan met de minister en het OM om ook in Den Haag een gespecialiseerde Officier van Justitie aan te stellen.
“Actieplan Stop Femicide” is een actieplan van D66 Den Haag en is geschreven door Marije Mostert. Publicatie: 22 mei 2024.
[1] Cijfers en feiten - Orange the World [2] wetten.nl - Regeling - Verdrag van de Raad van Europa inzake het voorkomen en bestrijden
van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld - BWBV0006074 (overheid.nl) [3] 2016-12-vng-factsheet-verdr-istanbul-v4.pdf [4] CED-Groep - CED-Groep (cedgroep.nl) [5] Best practices | Act4Respect