CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS318887 Woonwagenlocatie Madepolderweg

Commissie Ruimte 4 juni 2025, gemeente Den HaagBij agendapunt: Vervolg Woonwagendebat727 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RIS-nummer: 318887

Schriftelijke vragen: Woonwagenlocatie Madepolderweg Indieners: Lesley Arp, SP Datum: 14 mei 2024 Aan de voorzitter van de gemeenteraad, Op 13 februari 2023 ontving de gemeenteraad de brief ‘Voortgezet gebruik standplaats Madepolderweg 59h’ (RIS317992). In de brief staat dat het college de solitaire woonwagenlocatie op deze plek wil transformeren in een plek voor twee standplaatsen. Ook staat er dat er in het kader van de BOPA (buitenplanse omgevingsactiviteit) procedure een inloopmoment wordt georganiseerd. Bij de fracties van de SP en Hart voor Den Haag is bekend dat de beoogd huurder van deze nieuwe standplaatsen de heer J.M. Vermolen is, die in de toekomst zijn huidige standplaats aan de Boomaweg moet verlaten vanwege de herontwikkeling van Vroondaal. Overeenkomstig art. 30 van het Reglement van orde stellen Lesley Arp (SP) en Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag) de volgende vragen: 1. Klopt het dat er nog gesprekken lopen met de heer Vermolen over de inrichting van de locatie Madepolderweg 59h? Kan het college uiteenzetten hoe lang deze gesprekken nu gaande zijn, hoe deze tot op heden zijn verlopen en wat de huidige status is van de gesprekken? 2. Kan het college aangeven wat de plannen zijn voor het overige deel van het terrein dat recent is opgeschoond? Wie wordt verantwoordelijk voor het beheer van het deel van het terrein waar geen standplaatsen op komen te liggen? 3.

In welk stadium komt er meer duidelijkheid voor de beoogd huurder over de huurprijs van de twee standplaatsen? Hoe wordt deze bepaald? In de commissie Ruimte van 5 september 2023, bij de bespreking van het Voorstel van het college inzake Vaststelling ontwerp bestemmingsplan Madestein Vroondaal 3e herziening deel 2, hebben meerdere fracties aandacht gevraagd voor de situatie van de heer Vermolen. Deze vergadering heeft tot de toezegging geleid dat de heer Vermolen op zijn huidige locatie mag blijven tot de alternatieve locatie geregeld is. Meerdere fracties hebben ook gevraagd naar de mogelijkheden om een bedrijfswagen te stallen op de nieuwe locatie. 4. Erkent het college in algemene zin dat kermisexploitanten voor hun levensonderhoud afhankelijk zijn van de mogelijkheid om hun bedrijfswagens ergens te kunnen stallen? 5. Indien een plek puur wordt gebruikt als stallingsplek en vanuit deze plek geen waren worden verkocht of economische diensten worden geleverd, is dan de bestemming Bedrijf in het omgevingsplan noodzakelijk? Of kan een dergelijke stallingsplek ook worden ingericht wanneer er sprake is van een andere bestemming, aangezien er op de stallingsplek geen economische activiteiten plaatsvinden? 6.

Hoe lopen de gesprekken over de mogelijkheid van de heer Vermolen om zijn bedrijfswagen te kunnen stallen op de nieuwe locatie? Voor de beoogde locatie van de twee standplaatsen ligt een parkeerterrein. Dit parkeerterrein wordt in de avonduren wel eens gebruikt door bezoekers die verder geen connectie hebben met de amateurtuindersvereniging.

7. Hoe houdt men bij de nieuwe inrichting van de locatie rekening met de sociale veiligheid van de toekomstige bewoners wanneer de volkstuinen gesloten zijn? Komt er bijvoorbeeld een hekwerk of andere omheining? Over de inloopbijeenkomst hebben de fracties van de SP en Hart voor Den Haag ook nog een aantal vragen. 8. Kan het college aangeven welk beleid zij toepast als het gaat om participatie rond de komst van nieuwe woonwagenstandplaatsen, of het nu een uitbreiding van een bestaande locatie of een geheel nieuwe locatie betreft? Hoe verhoudt het inloopmoment rond de BOPA Madepolderweg 59h zich tot dit beleid? 9. Zou er ook een inloopmoment worden georganiseerd als het een BOPA procedure ten behoeve van de realisatie van twee woningen (bijvoorbeeld in het kader van kleinschalig particulier opdrachtgeverschap) zou betreffen? 10.

Is het college bekend met het rapport ‘Van uitsterf- naar uitstelbeleid: woonwagenbewoner zoekt nog steeds standplaats’, een verkennend onderzoek dat is uitgevoerd in opdracht van de Nationaal Coördinator tegen Racisme en Discriminatie (NCDR)? Is het college bereid om schriftelijk te reageren op de aanbevelingen van de onderzoekers en de verklaring van de NCDR die gelijktijdig met het onderzoek is verschenen? De onderzoekers geven in het rapport aan dat het organiseren van bewonersavonden voor woonwagenuitbreidingsplannen ‘indirect discriminerend’ kan zijn: zie pagina 20 van het rapport. 11. Kan het college een reflectie geven op de statements van de onderzoekers over het ‘indirect discriminerend’ karakter van bewonersavonden voor woonwagenuitbreidingsplannen? 12. Is het college beleid lering te trekken uit deze statements en haar eigen beleid hierop aan te passen? Zo ja, op welke wijze? Zo nee, waarom niet?

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14162210/1