RIS318887 Beantwoording SV Woonwagenlocatie Madepolderweg
Tekst van het document
Datum
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE
10 september 2024
VRAGEN
Onderwerp
Ons kenmerk
Antwoord van het college op de vragen van de raadsleden mevrouw Arp en de heer Dubbelaar, luidend: ‘Woonwagenlocatie Madepolderweg’
DSO/10777788 RIS318887
De raadsleden mevrouw Arp en de heer Dubbelaar hebben op 14 mei 2024 een brief met daarin 12 vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 30 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. Op 13 februari 2023 ontving de gemeenteraad de brief ‘Voortgezet gebruik standplaats Madepolderweg 59h’ (RIS317992). In de brief staat dat het college de solitaire woonwagenlocatie op deze plek wil transformeren in een plek voor twee standplaatsen. Ook staat er dat er in het kader van de buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) procedure een inloopmoment wordt georganiseerd. Bij de fracties van de SP en Hart voor Den Haag is bekend dat de beoogd huurder van deze nieuwe standplaatsen de heer J.M. Vermolen is, die in de toekomst zijn huidige standplaats aan de Boomaweg moet verlaten vanwege de herontwikkeling van Vroondaal. 1.
Klopt het dat er nog gesprekken lopen met de heer Vermolen over de inrichting van de locatie Madepolderweg 59h? Kan het college uiteenzetten hoe lang deze gesprekken nu gaande zijn, hoe deze tot op heden zijn verlopen en wat de huidige status is van de gesprekken?
Het is juist dat de gemeente in gesprek is over de invulling van de locatie aan de Madepolderweg 59. Beide partijen hebben de intentie om in goed overleg tot overeenstemming te komen. Ook met de huurder van de Boomaweg zijn we als gemeente al geruime tijd in overleg over de verplaatsing. Voor beide geldt dat nog de nodige juridische stappen moeten worden doorlopen. Dat brengt een voorbehoud met zich mee bij het delen van informatie. 2.
Kan het college aangeven wat de plannen zijn voor het overige deel van het terrein dat recent is opgeschoond? Wie wordt verantwoordelijk voor het beheer van het deel van het terrein waar geen standplaatsen op komen te liggen?
Bij de BOPA-aanvraag is zichtbaar waar de standplaatsen komen. De invulling van de locatie voor de standplaatsen, sluit zoveel mogelijk aan bij de lijn die de gemeente hanteert voor de realisatie van standplaatsen in Den Haag. De ruimte rondom de beoogde woonwagenstandplaatsen is in gemeentelijk beheer bij Dienst Stadsbeheer en heeft de bestemming Recreatie - Volkstuin. In dit deel van het gebied wordt de toegangsweg aangelegd en zijn verder een waterkering en bomen aanwezig.
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10777788
3.
In welk stadium komt er meer duidelijkheid voor de beoogd huurder over de huurprijs van de twee standplaatsen? Hoe wordt deze bepaald?
De huurprijs voor de woonwagenstandplaatsen wordt vastgesteld op basis van het Woningwaarderingsstelsel (puntentelling). Het puntenstelsel stelt een wettelijk maximum aan de huurprijs van een woonwagenstandplaats. Het aantal punten is afhankelijk van de oppervlakte van de woonwagenstandplaats, de voorzieningen op de standplaats en de woonomgeving. Nadat de plannen voor de standplaatsen definitief zijn, kan een puntentelling gemaakt worden, waarbij een huurprijs hoort. In de commissie Ruimte van 5 september 2023, bij de bespreking van het Voorstel van het college inzake Vaststelling ontwerp bestemmingsplan Madestein Vroondaal 3 e herziening deel 2, hebben meerdere fracties aandacht gevraagd voor de situatie van de heer Vermolen. Deze vergadering heeft tot de toezegging geleid dat de heer Vermolen op zijn huidige locatie mag blijven tot de alternatieve locatie geregeld is. Meerdere fracties hebben ook gevraagd naar de mogelijkheden om een bedrijfswagen te stallen op de nieuwe locatie. 4.
Erkent het college in algemene zin dat kermisexploitanten afhankelijk zijn van de mogelijkheid om hun bedrijfswagens ergens te kunnen stallen?
Ja, net als bij iedere ondernemer zijn hiervoor verschillende mogelijkheden. 5.
Indien een plek puur wordt gebruikt als stallingsplek en vanuit deze plek geen waren worden verkocht of economische diensten worden geleverd, is dan de bestemming Bedrijf in het omgevingsplan noodzakelijk? Of kan een dergelijke stallingsplek ook worden ingericht wanneer er sprake is van een andere bestemming, aangezien er op de stallingsplek geen economische activiteiten plaatsvinden?
In de bedrijfsbestemmingen is veelal opgenomen, dat gronden die bestemd zijn voor bedrijf, ook zijn bestemd voor opslag (of stalling). Naar verwachting zal een dergelijke systematiek ook toegepast worden in het definitieve omgevingsplan. Om twee standplaatsen mogelijk te maken, wordt het omgevingsplan zelf niet aangepast. Er wordt middels een omgevingsvergunning voor een BOPA verzocht om af te wijken van de regels uit het omgevingsplan, om de twee standplaatsen mogelijk te maken (voor de activiteit Wonen). Het perceel waarop de standplaatsen worden gerealiseerd, heeft momenteel de activiteit Recreatie -Volkstuin. Opslag/stallingsplek maakt geen onderdeel uit van de aanvraag omgevingsvergunning die is ingediend. 6.
Hoe lopen de gesprekken over de mogelijkheid van de heer Vermolen om zijn bedrijfswagen te kunnen stallen op de nieuwe locatie?
Zie de beantwoording van vraag 1 en vraag 5.
2/4
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10777788
Voor de beoogde locatie van de twee standplaatsen ligt een parkeerterrein. Dit parkeerterrein wordt in de avonduren wel eens gebruikt door bezoekers die verder geen connectie hebben met de amateurtuindersvereniging. 7.
Hoe houdt men bij de nieuwe inrichting van de locatie rekening met de sociale veiligheid van de toekomstige bewoners wanneer de volkstuinen gesloten zijn? Komt er bijvoorbeeld een hekwerk of andere omheining?
Vraagstukken zoals sociale veiligheid, en op welke wijze deze te beïnvloeden is, zijn geïnventariseerd en worden bij de concrete uitwerking van de locatie meegenomen. Het ontwerp wordt ook met de (toekomstige) huurders besproken. Over de inloopbijeenkomst hebben de fracties van de SP en Hart voor Den Haag ook nog een aantal vragen. 8.
Kan het college aangeven welk beleid zij toepast als het gaat om participatie rond de komst van nieuwe woonwagenstandplaatsen, of het nu een uitbreiding van een bestaande locatie of een geheel nieuwe locatie betreft? Hoe verhoudt het inloopmoment rond de BOPA Madepolderweg 59h zich tot dit beleid?
Inloopmomenten worden georganiseerd om (direct) omwonenden en andere belanghebbenden te informeren over ontwikkelingen, over de te doorlopen procedure(s) en om hen de gelegenheid te geven om vragen te stellen aan, en eventuele reacties te delen met, medewerkers die zich bezighouden met de ontwikkeling. Dat is bij deze locatie ook gedaan. Het maakt onderdeel uit van het participatietraject, als onderdeel van het gemeentelijk beleid, en van procedures aangaande ruimtelijke ordeningsprojecten onder de Omgevingswet, in casu de BOPA-procedure RIS313814. 9.
Zou er ook een inloopmoment worden georganiseerd als het een BOPA procedure ten behoeve van de realisatie van twee woningen (bijvoorbeeld in het kader van kleinschalig particulier opdrachtgeverschap) zou betreffen?
Bij een BOPA-procedure heeft uw raad besloten dat er sprake moet zijn van participatie. Hoe deze participatie wordt vormgegeven is aan de initiatiefnemer, en is afhankelijk van de specifieke omstandigheden, locatie en het initiatief. Er is dan ook sprake van maatwerk. Zie verder de beantwoording bij vraag 8.
3/4
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10777788
10. Is het college bekend met het rapport ‘Van uitsterf-naar uitstelbeleid: woonwagenbewoner zoekt nog steeds standplaats’, een verkennend onderzoek dat is uitgevoerd in opdracht van de Nationaal Coördinator tegen Racisme en Discriminatie (NCDR)? Is het college bereid om schriftelijk te reageren op de aanbevelingen van de onderzoekers en de verklaring van de NCDR die gelijktijdig met het onderzoek is verschenen? Het college is bekend met het rapport ‘Van uitsterf- naar uitstelbeleid: woonwagenbewoner zoekt nog steeds standplaats’. De NCDR richt zich hiermee tot de rijksoverheid. Gelet hierop, ligt het niet op de weg van het gemeentebestuur van Den Haag om ongevraagd, zelfstandig inhoudelijk te reageren op dit advies en/of het onderzoek. Wij verwijzen naar de Nota Haags Woonwagenbeleid 2024, die na het zomerreces 2024 aan de raad wordt voorgelegd. Centraal hierin staat de ambitie om nieuwe standplaatsen te creëren, ook rekening houdend met de recente uitspraak van de Haagse rechtbank hierover. Concreet wordt nu de aanleg van een nieuwe woonwagenlocatie Henri Faasdreef voorbereid, in totaal 24 plaatsen, deels een vervanging, deels een uitbreiding. Het voorstel Uitbreiding Woonwagenlocatie Isabellaland RIS318914 is op 11 juli 2024 unaniem door de raad aangenomen.
De onderzoekers geven in het rapport aan dat het organiseren van bewonersavonden voor woonwagenuitbreidingsplannen ‘indirect discriminerend’ kan zijn: zie pagina 20 van het rapport. 11.
Kan het college een reflectie geven op de statements van de onderzoekers over het ‘indirect discriminerend’ karakter van bewonersavonden voor woonwagenuitbreidingsplannen?
Zie beantwoording bij vraag 8, 9 en 10. In het rapport ‘Van uitsterf- naar uitstelbeleid: woonwagenbewoner zoekt nog steeds standplaats’ wordt duidelijk omschreven dat, wanneer het een ruimtelijke ordeningsprocedure betreft, het de aanname is dat het organiseren van een bewonersavond niet discriminerend is. Gezien de eerdere beantwoording, is in casu sprake van een ruimtelijke ordeningsprocedure onder de Omgevingswet en behoort het organiseren van een bewonersavond en participatie tot de aanpak. Het college hecht eraan de omgeving en andere belanghebbenden zorgvuldig en transparant te informeren. 12. Is het collegebeleid lering te trekken uit deze statements en haar eigen beleid hierop aan te passen? Zo ja, op welke wijze? Zo nee, waarom niet? Zie beantwoording bij vragen 8, 9, 10 en 11. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de locoburgemeester, Ilma Merx
Robert van Asten
4/4