RIS318864 Bijlage Brief reactie concept-vervoerplannen 2025 gemeente Den Haag
Tekst van het document
Arjen Kapteijns Wethouder van Energietransitie, Mobiliteit en Grondstoffen
Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag
Ons kenmerk
DSO/10724549 J. Keus Bestuurscommissie Vervoersautoriteit MRDH Postbus 21012 3001 AA Rotterdam
Contactpersoon
Mireille Verwoest/Marit Redeker Dienst
Dienst Stedelijke Ontwikkeling Afdeling
Mobiliteit Datum Telefoonnummer
14070 Onderwerp
Reactie gemeente Den Haag concept-vervoerplannen 2025
Geachte heer Keus, geachte bestuurscommissie Vervoersautoriteit MRDH,
Met deze brief geeft de gemeente Den Haag een inhoudelijke reactie op de ontwerp-vervoerplannen 2025 van HTM en EBS. Via deze weg wil de gemeente Den Haag, college van B&W en gemeenteraad, haar waardering uitspreken over de inhoudelijke plannen zoals beschreven in het Vervoerplan van HTM en EBS. Den Haag ziet de komst van de elektrische zero-emissie 18-meter bussen als een grote stap voorwaarts richting een duurzaam Den Haag. Daarnaast zijn we verheugd met de terugkeer van de nachtbus. Hiermee geven we een impuls aan de bereikbaarheid van onze stad en de levendigheid van het nachtleven. Ook de vaste inzet van de Strandexpress is een goede ontwikkeling voor de vele reizigers die zich richting het strand willen begeven en voor onze ondernemers aan de kust. Los van de positieve grondhouding ten aanzien van de inhoud van het Vervoerplan wil de gemeente Den Haag, college van B&W en gemeenteraad, een kritische kanttekening plaatsen bij het proces van de vervoerplanprocedure 2025. De beschikbare tijd voor inspraak voor gemeenten wordt als ontoereikend gezien. Voor een gedegen inspraakproces met de stad met betrokkenheid van de gemeenteraad is onvoldoende tijd beschikbaar gesteld. Wij vinden het uitermate belangrijk dat onze inwoners en andere partijen in de stad zich kunnen uitspreken over de kwaliteit van het openbaar vervoer-netwerk.
Vanuit een gezamenlijke verantwoordelijkheid om het beste openbaar vervoer netwerk en diensten te kunnen leveren aan de bewoners, bezoekers en bedrijven van Den Haag achten wij het noodzakelijk om hier in de toekomst meer rekenschap mee te houden. Wij willen u dan ook verzoeken om het proces voor de vervoersplannen 2026 aan te passen. Zoals aangegeven is de gemeente Den Haag in algemene zin positief over de ontwerp-vervoerplannen. Daarbij zien wij ten aanzien van een aantal onderdelen wel punten die (significant) verbeterd kunnen worden, en wel de navolgende: Haltes In het vervoerplan 2025 wordt voorgesteld om de tijdelijk gesloten coronahaltes permanent te sluiten. De gemeenteraad geeft aan deze haltes te willen openen (zie ook de motie ‘Open de haltes z.s.m.’ RIS317081). Het realiseren van een aantrekkelijk(er) OV-product door het verkorten van de reistijd is in lijn met de door de raad vastgestelde ‘Uitgangspunten voor uitwerking van Schaalsprong OV’ (RIS303479). Vandaar dat het college zich grotendeels aansluit bij de analyse van HTM. Voor twee haltes maakt het
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
dienst: afdeling-telefoon dienst: afdeling-website
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10724549
college echter een andere afweging dan HTM: halte Fahrenheitstraat (tram 2) en halte Copernicusplein (tram 12). Hoewel er sprake is van – netto - een positief effect op de reistijd (reistijdwinst), waarmee de sluiting van de halte gepaard gaat met positieve maatschappelijke baten, kende de halte Fahrenheitstraat voor de tijdelijke sluiting het hoogste aantal reizigers (490). Deze reizigers hebben nu een aanzienlijk langere deur-tot-deur reistijd, mede vanwege de relatief verre afstand naar de naastgelegen haltes die voorbij een druk kruispunt liggen. Daarbij ziet het college dat de groei van naastgelegen haltes nagenoeg gelijk is aan de groei van de wijk. Bovendien heeft de halte Fahrenheitstraat onder meer Rustenburg- Oostbroek als bedieningsgebied. Van deze wijk is bekend dat zij een zeer hoge parkeerdruk heeft, zeker het gebied rondom de betreffende halte tussen de Loosduinsekade en Zuiderparklaan. Ook vanuit dat bredere maatschappelijk oogpunt vindt het college het op dit moment onwenselijk dat op deze specifieke plek de bediening door en benutting van het openbaar vervoer verder afneemt. Daarnaast concludeert het college - in tegenstelling tot HTM - dat er ten aanzien van het Copernicusplein sprake is van reistijdverlies, in plaats van reistijdwinst.
De reistijdwinst was berekend door het aantal doorgaande reizigers wat profiteert van de snellere reistijd, door het overslaan van de halte. Echter is er ook een aandeel reizigers wat een langere looptijd heeft door sluiting van de halte. Door deze reizigers ook mee te nemen in het effect van de sluiting van Copernicusplein, concludeert het college dat er sprake is reistijdverlies. Het college verzoekt u daarom met klem, mede namens de gemeenteraad, om de haltes Fahrenheitstraat (tram 2) en Copernicusplein (tram 12) zo spoedig mogelijk te heropenen. Liefst nog dit jaar, maar uiterlijk per ingang van de startdatum van de vervoersplannen voor 2025. Ook is het college met HTM van mening dat de halte Thorbeckelaan moet worden aangepast. Door de halte Thorbeckelaan aan de kant van de Nieuwendamlaan toegankelijk te maken zal de loopafstand tussen de halte en het Wooncentrum Saffier – Swaenesteyn een stuk kleiner worden en daarmee een belangrijke vervoersoptie blijven voor de bewoners van dit centrum. Naast voornoemd verzoek om de haltes Fahrenheitstraat (tram 2) en Copernicusplein (tram 12) zo spoedig mogelijk te heropenen en halte Thorbeckelaan toegankelijk te maken, verzoekt het college naar aanleiding van de motie ‘Behoud de haltes’ (RIS318761) HTM de overige tijdelijk opgeheven haltes niet definitief te schrappen in het Vervoerplan 2025.
Ten aanzien van deze haltes is het verzoek aan de MRDH een proces op te starten om, in samenwerking met HTM en EBS, met bewoners- en belangenorganisaties in gesprek te gaan over de effecten van het behouden of sluiten van de aangegeven haltes en een door bewoners en raad gedragen opdracht in te dienen bij HTM en MRDH over de tijdelijk opgeheven haltes voor het Vervoersplan 2026. Opschaling dienstregeling Op 11 maart jongstleden heeft HTM haar dienstregeling vanwege een tekort aan rijdend personeel afgeschaald tot en met oktober 2024. Het college heeft daar begrip voor. Het is echter erg vervelend voor de reizigers in en naar Den Haag om niet op een volledige dienstregeling te kunnen rekenen. De gemeenteraad heeft verschillende moties aangenomen met betrekking tot het weer opschalen van de dienstregeling (zie “Grote oplossingen zoeken voor groot personeelstekort - RIS318084”, “Zet HTM op het juiste spoor - RIS318083”, “Goede arbeidsvoorwaarden voor OV-personeel - RIS318087”, “Gepensioneerden verleiden (weer) aan de slag te gaan als bus- of tramchauffeur - RIS318090”, “Samen aan de slag voor opschaling i.p.v. afschaling - RIS318086)”. Wij gaan er daarom vanuit dat HTM alles in het werk stelt om haar personeelsbestand weer op orde te krijgen zodat zij weer zo snel mogelijk de normale dienstregeling kan gaan rijden.
Het college verzoekt de MRDH dit scherp te monitoren en handhaven. Ontsluiting groeiende wijken Het college vraagt aandacht van MRDH, alsmede de vervoerders HTM en EBS, voor de (nieuwe) woonwijken in Den Haag die op dit moment onvoldoende ontsloten zijn met het openbaar vervoer, zoals Vroondaal, de Binckhorst, Wateringse Veld, Zuidwest en Leidschenveen-Ypenburg (zie ‘Denk aan de groeiwijken’ RIS318754). Den Haag heeft een grote verstedelijkings- en verdichtingsopgave. Het aanbieden van goede OV-verbindingen, bij voorkeur al direct vanaf het moment dat bewoners een nieuwbouwwijk betrekken, is hierin essentieel. Het verzoek aan de MRDH is om HTM een opdracht te verstrekken om te komen met voorstellen hoe deze wijken met het OV ontsloten kunnen worden,
2/3
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10724549
bijvoorbeeld met een uitbreiding van de pilot Haagse Hopper ook voor wijk Vroondaal – dit ook op basis van de evaluatie van de Haagse Hopper in Benoordenhout. Bij voorkeur worden deze plannen nog meegenomen in het Vervoerplan 2025 maar ten minste voor het Vervoerplan 2026. Minimale frequentie lijnen Het college begrijpt dat HTM wil inzetten op flexibilisering van de dienstverlening en dat de frequentie op sommige lijnen en op sommige tijden in de week wordt aangepast. Het college vraagt evenwel aandacht voor het minimale frequentieniveau. Het college is van mening dat in hoog stedelijk gebied een kwartierdienst het absolute minimum is voor een bediening, ook in de avonduren en bij uitdunning. Daarnaast moeten RNET-verbindingen ook aan bijbehorende eisen blijven voldoen. Informatievoorzienig Goede informatievoorziening over haltes en (tijdelijke) dienstregelingen zijn noodzakelijk voor een prettige OV-reis. Goede informatie over de toegankelijkheid van de haltes, kloppende informatie over de dienstregeling en tijdige informatie over werkzaamheden en aangepaste dienstregelingen of buitendienststelling in 2025 als gevolg hiervan zijn zeer belangrijk. Sociale veiligheid Hoewel het geen onderdeel is van de vervoerplanprocedure vraagt het college speciaal uw aandacht voor de sociale veiligheid in het openbaar vervoer.
De afgelopen tijd hebben er heftige incidenten plaatsgevonden in en rondom het openbaar vervoer in Den Haag. Gelukkig blijkt uit de rapportages van HTM dat het totaal aantal incidenten elk jaar lager is, maar helaas zien we een (lichte) toename in het aantal heftige incidenten. Dit kan resulteren in een onveilig gevoel van de Haagse reizigers in het openbaar vervoer. Het college gaat ervan uit dat MRDH en de vervoerders HTM en EBS zich daarom maximaal inzetten om de sociale veiligheid voor de OV-reizigers op peil te houden. Daarbij gaat het college ervan uit dat alle partijen zich maximaal inspannen om deze maatregelen mee te nemen in de financiering van de vervoersplannen. Graag gaat het college met u in gesprek over hoe extra aandacht geschonken kan worden voor de veiligheid en de beleving daarvan in het OV (zie ‘Extra aandacht voor veiligheid in de vervoerplannen voor onze stad’ RIS31873). Indexering BDU Tot slot vraag ik aandacht voor de te lage indexering van de Brede doeluitkering (BDU) Verkeer en Vervoer (zie ‘Het OV verdient meer!’ RIS318760). Zoals ook aangegeven in de brief van de MRDH aan de informateurs is het noodzakelijk dat de BDU jaarlijks wordt aangepast aan de loon- en prijsbijstelling om de infrastructuur op orde te houden.
Het college ondersteunt deze oproep van de MRDH en wil samen met de MRDH bekijken hoe we deze oproep verder kracht kunnen bijzetten, eventueel in samenwerking met de Vervoerautoriteit Amsterdam (VRA). De gemeente Den Haag kijkt uit naar de definitieve vervoerplannen voor 2025. Met vriendelijke groet, de wethouder van Energietransitie, Mobiliteit en Grondstoffen Arjen Kapteijns
3/3