RIS318806 Juridische verantwoordelijkheden en administratieve processen binnen het Nationaal Programma Zuidwest
Tekst van het document
GEMEENTERAAD
RIS-nummer: 318806
Schriftelijke vragen: Juridische verantwoordelijkheden en administratieve processen, binnen het Nationaal Programma Zuidwest. Indiener: Constant Martini, Hart voor Den Haag
Datum: 2 mei 2024
Aan de voorzitter van de gemeenteraad, In de gemeenteraad van 4 april 2024 werd de gedachtewisseling tussen de raad en het college afgerond m.b.t de governance behorende bij het Nationaal Programma Zuidwest.(RIS317712 en RIS315252) In de voorafgaande commissievergaderingen en raadsbehandeling werd vanuit het college veel antwoord gegeven maar weinig op de gestelde vragen. Zo ook de motie Rechtspersoonlijkheid van Hart voor Den Haag. Dat is jammer! Waarom? In Zuidwest zal de gemeente medewerking geven aan investeringen in de ruimtelijke ordening en woningbouw. De komende 20 jaar miljarden euro’s. Tegelijkertijd zullen er voor honderden miljoenen aan maatschappelijke voorzieningen gerealiseerd worden, waarbij geheel of gedeeltelijk de (co) financiering vanuit gemeentelijke middelen plaatsvindt.
Overeenkomstig art. 30 van het Reglement van orde stelt het raadslid Martini de volgende vragen: Onhelderheid I. . . .
Op welke wijze worden de inkomsten en de ter beschikking komen gelden en financiën geadministreerd en welk boekhoudregels zijn volgens het college daarop van toepassing? Uitvoeringsbesluiten met financiële consequenties worden door wie genomen? Zijn de gemeentelijke administratieve processen en accountantscontrole hierop van toepassing?
Dan vervolgens de vraag aan het college welke organisatie is nu de uitkerende instantie? En ten tweede, welke organisatie keert de benodigde geldmiddelen voor besluiten van de Alliantieraad uit of stelt die beschikbaar? Is dat: a. De gemeente? b. De organisaties die lid zijn van de Alliantieraad? c. Het nationaal Programma Zuidwest, maar in welke hoedanigheid en over welke middelen kan dit dan rechtmatig beschikken en uitgaven doen? d. De directie of Directeur Nationaal Programma? e. Een van de 6 Alliantietafels (soort van onderraad van de Alliantieraad)? Een aparte derde vraag aan het college hierbij:
Pagina 1 van 4
f.
Op welke wijze zal terugvordering plaatsvinden ingeval er een niet rechtmatige uitkering heeft plaatsgevonden?
Omlijstende bijkomende vragen aan het college; Is de thans geldende financieringsstructuur binnen de Alliantieraad en NP bestand tegen het oordeel dat het niet transparant en inzichtelijk is.? Is er een oordeel van de GAD gevraagd en verkregen? Zijn de afspraken die de raad heeft gemaakt over helderheid en inzichtelijkheid zoals is vastgelegd bij de besluitvorming van o.a. het rapport Amare of de conclusies van het voorbereidende enquête onderzoek DGZ, ruimhartig nagekomen? Zo ja op welke wijze? Onhelderheid II. De bestuursrechtelijke structuur en de juridische structuur hebben het karakter van een novum. Edoch deze heeft geen dekking in de gebruikelijke staatsrechtelijke structuur, wat is een Nationaal Programma. De rechtspersoonlijkheid van de diverse deelnemende organisaties en partijen aan dit Nationaal Programma Zuidwest is een volgend onhelder punt. g.
Hoe ziet de rol van de gemeente er volgens het college uit, toegespitst op de onderstaande bullits? • De directievoering. De directievoering van het Nationaal Programma Zuidwest is in handen van een directeur waarvan de opdracht niet duidelijk is. Ten eerste de vraag welke rechtspersoonlijkheid heeft de opdrachtgever en betreft het directeurschap een individueel arbeidscontract of is het een overeenkomst met een management B.V. Of is het een ZZP-contract? Op vragen hiernaar is nimmer een formeel antwoord gekomen aan de raad. Via de ambtelijke lijn werd er gezegd dat de gemeente “praktisch gezien de opdrachtgever is?” Welke status moet volgens het college aan “praktisch gezien” gegeven worden? •
De DSO algemeen directeur is blijkens het organigram van de gemeente directeur van het NP, niet als lijnfunctionaris van DSO. Maar als directeur DSO die een organisatorisch verband (in het organigram is het een stippellijn) heeft met NP. Wat betekent dit organigram precies?
•
Kan het college aangeven hoe het advies luidde van de wethouder organisatie of van de afdeling?
•
Waarom heeft het college niet vooraf de accountantsdienst om advies gevraagd of wellicht de rekeningencommissie?
•
Wie voert de beoordelings- en functioneringsgesprekken met de directeur NP? Binnen de gemeente heeft de directeur DSO deze taak op zich genomen.
Pagina 2 van 4
Is hij dan de dienstdoende gemeentelijke directeur die de directeur NP ontslaat? Dat zou in strijd zijn met die opvatting van het college dat de directeur NP in dienst is van de Alliantieraad. Uit de eerdere beantwoording van de raad door het college komt naar voren dat het college van oordeel is dat de Alliantieraad de opdrachtgever van de directeur is, onder gelijktijdig vermelding dat Het Nationaal Programma buiten de organisatiestructuur zelfstandig (los van de gemeente) is en dat de directeur de uitvoering moet doen van het programma. Kan het college door middel van een schema of organigram e.e.a. inzichtelijk maken? h. De rechtmatigheid en doelmatigheid van de Alliantieraad en de wijze waarop de gemeente als kassier de financiële bestedingen doet, vergt een heldere taak en functie toedeling. Hoe kan anders de bestuurlijke en juridische aansprakelijkheid voor de gang van zaken en de rechtshandelingen worden vastgesteld, kan het college dit schematisch uitleggen? i.
Het college stelt dat de Alliantieraad (m.n. dan ook de 6 alliantietafels) geen financiële besluiten neemt. Wie doet dat dan wel en welke besluiten neemt de Alliantieraad die directe of indirecte binding van de gemeente kunnen veroorzaken?
j.
Bij afwezigheid van rechtspersoonlijkheden ontstaat de vraag naar de juridische aansprakelijkheid voor handelen van de Alliantieraad en de gemeente voor zover die op basis van de besluiten van de Alliantieraad of de uitvoerende directie van het Nationaal Programma, overgaat tot betaling, c.q. uitvoering of terugvordering? Hoe stelt het college zich dit voor?
k.
Het college - zelf rechtstreeks met 3 leden vertegenwoordigd in de Alliantieraad - draagt verantwoordelijkheid voor wat er binnen en door de Alliantieraad gebeurt. Zijn ze daarvoor en alle andere leden van de Alliantieraad en deelnemende tafels ieder hoofdelijk aansprakelijk voor schade die het handelen binnen en door het Nationaal Programma worden veroorzaakt? Hebben zij een rechtsbijstand verzekering of bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering? Dit laatste is interessant te weten als zou blijken dat de Alliantieraadsleden op persoonlijke titel actief zijn? Heeft het college daarover nagedacht en wil het die gedachte met de raad delen?
l.
Punt k, strekt zich ook uit tot strafrechtelijk handelen. Immers als er binnen een van de deelnemers of deelnemende organisaties sprake zou zijn van verduistering, misdragingen, overtredingen of vergaand grensoverschrijdend gedrag hoe loopt, volgens het college, dat binnen het gekozen organisatiemodel?
m. Er is een projectorganisatie van ongeveer 5 ambtenaren die de directeur NP en de Alliantieraad moeten bijstaan. Tevens zijn er ambtenaren geaccrediteerd bij de diverse tafels. Door welke rechtspositie worden deze twee groepen van ambtenaren geregeerd? Is er sprake van mandateren of delegatie? Onhelderheid III. n. “De gemeente doet bijna alles”, aldus het college. In de governancebrief van 29 januari wordt veel duidelijk. De gemeente is kassier, waar incasseert het (welke bankrekening) en hoe ver strekt deze taak? De gemeente levert 3 bestuursleden aan de Alliantieraad
Pagina 3 van 4
waaronder de burgemeester als voorzitter. De gemeente is penvoerder van de Alliantieraad. Merkwaardig als er een directeur met projectbureau is ten behoeve van de Alliantieraad? Het college stelt per tafel ambtenaren ter beschikking, Als de gemeente zo een beetje alles doet dan zou de conclusie toch moeten luiden dat de Alliantieraad een gemeentelijke instantie is? Een college instrument voor het beleid en uitvoering? Dan zouden toch alle doelmatigheid en rechtmatigheid criteria van de Gemeentelijk Accountantsdienst van toepassing moeten zijn. Naast de financieringsregels, de begrotingsregels, de organisatorische robuustheid en de bestaande regelgeving inzake de arbeidsverhoudingen, en de daarbij behorende rechtspositionele bescherming van de gemeentelijke ambtenaren waarbij de Ondernemingsraad betrokken moet zijn? Of ziet het college dit anders? Dan graag een gedetailleerd antwoord. o. Tevens doemt de vraag op of er, als er beroepvatbare beslissingen genomen worden, dan de bezwaarschriften-procedure van toepassing is? p. Hoe kunnen belanghebbenden of bewoners beroep aantekenen? q. Is er een oordeel bekend van de Accountantsdienst over deze wijze van gemeentelijk financieren en hoe luidt die? Onhelderheid IV r.
Strijd met eigen gemeentelijk beleid. Het beleid voor participatie is, aldus het college zoveel mogelijk inspraak, meedoen of participeren van de inwoners vooraf. Het Participatiebeleid wordt hier groots opzij gezet. Er is feitelijk geen inspraak van de bevolking of bewonersorganisatie. Wat is het geval. De leden van de Partnerraad, in ieder geval de voorzitter, wordt betaald en benoemd door het college. En de voorzitter van de Partnerraad is in die hoedanigheid lid van de Alliantieraad. Niet erg onafhankelijk. De vraag hier is of het opzetten van dit construct niet is strijd is met het gemeentelijk beleid en derhalve niet in stand kan blijven. Is hier volgens het college sprake van het overtreden van de beginselen van behoorlijke bestuur? Zo niet, waarom niet?
s.
Als de Alliantieraad een college-instrument is, waar de raad alleen achteraf informatie over krijgt, versplinterd aangeboden in de 4 raadscommissies, dan kan het oordeel niet anders luiden dan dat het college geen behoefte heeft aan samen Zuidwest tot ontwikkeling te brengen. De raad bungelt er maar achteraf wat aan. Controle is meer dan alleen achteraf goedkeurend of consequentieloos de zaak voorleggen aan de raad. Of ziet het college dat ander? En heeft het college ook een opvatting over controle vooraf?
t.
Is het college alsnog bereid om uitvoering te geven aan de motie Rechtspersoonlijkheid?
Constant Martini Hart voor Den Haag
Pagina 4 van 4