RIS318742 Zorgen om toename discriminatie (1)
Tekst van het document
RIS-nummer: 318742
Schriftelijke vragen: Zorgen om toename discriminatie Indiener: Hera Butt, GroenLinks
Datum: 24 april 2024
Aan de voorzitter van de gemeenteraad,
De Rijksoverheid publiceerde op 23 april 2024 het jaarlijkse rapport over de discriminatiecijfers van 2023 (zie bijlage) (hierna: het Rapport). Hierin wordt ingegaan op registraties van discriminatieincidenten door de politie, en meldingen bij anti-discriminatievoorzieningen (hierna: ADV’s) en andere organisaties in Nederland. Uit deze cijfers blijkt dat het aantal meldingen, nu al voor het vierde jaar op rij, stijgt, met name als het gaat om discriminatie op herkomst/huidskleur, antisemitisme, discriminatie van moslims. Discriminatie op herkomst/huidskleur is nog steeds de grootste categorie met bijna 50% van de politieregistraties van discriminatie, mensen worden bijvoorbeeld uitgescholden of bedreigd vanwege hun migratieachtergrond of huidskleur. Daarna volgt seksuele gerichtheid met 28%, 10% antisemitisme, 3% op grond van godsdienst (waarvan 94% is gericht tegen moslims) en 1% vanwege het geslacht (waarvan 77% tegen transgender personen).1 Op 23 april 2024 is ook de Monitor Discriminatie 2023, Haaglanden en Hollands Midden, gepubliceerd (zie bijlage) (hierna: Monitor Discriminatie Haaglanden 2023). Overeenkomstig art. 30 van het Reglement van orde stelt het raadslid Hera Butt (GroenLinks) de volgende vragen: 1.
Is het college bekend met het Rapport, en met de Monitor Discriminatie Haaglanden 2023? Zo ja, hoe reflecteert het college op dit Rapport en deze Monitor? 2. Deelt het college de mening van GroenLinks dat discriminatie onacceptabel is, en dat er alles aan moet worden gedaan om dit tegen te gaan? 3. Wat doet het college al, samen met instanties als Discriminatie.nl/Den Haag en de politie, om discriminatie tegen te gaan? Is het college van plan om (eventueel naar aanleiding van de genoemde rapporten) nog meer te doen om discriminatie te bestrijden? Zo ja, wat zijn deze plannen? Zo nee, waarom niet? In het NRC-artikel “Meer meldingen van discriminatie: “Ik moest oprotten naar mijn eigen land”” van 24 april 2024 (hierna: het NRC-artikel) wordt verslag gedaan van meerdere incidenten van discriminatie van moslims in Den Haag (zie bijlage). In dit artikel is over het doen van aangifte na een incident van moslimdiscriminatie het volgende te lezen: “Er waren getuigen én video-opnames van de ruzie. Maar voor de politie was dat in eerste instantie niet genoeg om een aangifte te noteren. „Je weet toch dat je in een achterstandswijk woont”, kreeg Benali te horen. „Wij hebben de capaciteit niet om voor alles aangiftes op te nemen.””
1 Het Rapport, p. 19.
4. Hoe reflecteert het college op bovenstaande berichtgeving? Wat is volgens het college het effect van dergelijke communicatie van de politie op de meldings- en aangiftebereidheid? 5. Deelt het college de mening van GroenLinks dat dit een zorgelijk signaal is en dat dit mensen kan demotiveren om aangiftes/meldingen te doen? Wat gaat het college hiermee doen? “Het aantal meldingen van moslimdiscriminatie bij ADV’s stijgt de laatste jaren, van 165 in 2021, naar 230 in 2022 en 285 in 2023. Net als bij de politieregistraties gaan veel van deze meldingen over vrouwen met een hoofddoek. Meldingen gaan bijvoorbeeld over vrouwen die discriminerende opmerkingen ontvangen, of over het niet mogen sporten of werken vanwege het dragen van een hoofddoek. Er werden 105 meldingen gedaan sinds de geweldstoename in Israël en de Palestijnse Gebieden begin oktober, dat is bijna 40% van het totale aantal meldingen over moslimdiscriminatie in 2023. Hiervan waren 34 meldingen expliciet gelinkt aan de situatie in Israël en de Palestijnse Gebieden.”2 6. Het aantal meldingen van moslimdiscriminatie is met meer dan 70% toegenomen sinds 2021, waarvan veel vrouwen met een hoofddoek slachtoffer zijn (zie ook de voorbeelden van agressie/discriminatie tegen vrouwen met een hoofddoek in de Monitor Discriminatie Haaglanden 2023 en de voorbeelden in het NRC-artikel van vrouwen in Den Haag).
Hoe zit dit in Den Haag? Heeft het college hier zicht op? Zo nee, hoe gaat het college hier zicht op krijgen? Graag een toelichting met cijfers van meldingen bij de politie en andere meldingen die bekend zijn. 7. In het Rapport wordt ook moslimdiscriminatie genoemd van vrouwen met een hoofddoek die ergens niet mogen werken vanwege het dragen van een hoofddoek. Heeft het college er zicht op hoeveel en hoe vaak dit in Den Haag voorkomt? Wat vindt het college hiervan? Zo nee, kan het college hier gerichter onderzoek naar doen? Zo ja, kan het college de cijfers en signalen hierover delen met de raad? Zijn er plannen van het college om dit probleem gerichter aan te pakken? Zo ja, wat zijn deze plannen? Zo nee, waarom niet? 8. Is het college het met GroenLinks eens dat vrouwen met een hoofddoek nooit gediscrimineerd mogen worden? 9. Is het college het met GroenLinks eens dat uitsluiting van bepaalde mensen door de overheid stigmatiserend kan werken en discriminatie kan stimuleren? 10.
Is het college het met GroenLinks eens dat het nu zaak is om er snel voor te zorgen dat de gemeente Den Haag als werkgever het goede voorbeeld geeft en vrouwen met hoofddoek niet uitsluit voor het beroep van boa, en de raadsbreed (in december 2023) aangenomen motie van GroenLinks ‘Inclusief uniform voor Haagse handhavers’ (RIS 317658) uitvoert? Zo nee, wat belemmert het college om deze motie uit te voeren? 11. 40% van het totale aantal meldingen over moslimdiscriminatie in 2023 is gedaan sinds de geweldstoename in Palestina en Israël (sinds 7 oktober 2023, ongeveer de laatste 3 maanden van 2023). Ziet het college deze trend ook in Den Haag? Wat betekent dit volgens het college? Hoe is de inzet van het Haagse college om moslimdiscriminatie te bestrijden en voorkomen veranderd sinds 7 oktober 2023? Het College voor de Rechten van de Mens stelt op 18 januari 2024: “Het College constateert uit onderzoek, gesprekken met stakeholders en meldingen dat moslims in Nederland veelvuldig en onevenredig vaak structurele discriminatie en uitsluiting ervaren in vergelijking met andere bevolkingsgroepen en minderheden. Deze discriminatie wordt bovendien ervaren op vrijwel alle maatschappelijke terreinen.”3 12. Herkent het college dit voor Den Haag? Graag een toelichting.
2 Het Rapport, p. 25. 3 https://www.mensenrechten.nl/actueel/toegelicht/toegelicht/2024/moslimdiscriminatie-in-
nederland#:~:text=Moslimdiscriminatie%20is%20ongerechtvaardigde%20ongelijke%20behandeling, gedrag%20dat%20wettelijk%20verboden%20is.
“Bij de ADV’s is het aantal meldingen over antisemitisme meer dan verdubbeld. In absolute aantallen is het aantal meldingen gestegen van 69 in 2022 naar 154 in 2023. Er werden 66 meldingen gedaan sinds de geweldstoename in Israël en de Palestijnse Gebieden begin oktober. Dat is 43 procent van het totale aantal meldingen over antisemitisme in 2023. Hiervan waren 25 meldingen expliciet gelinkt aan de situatie in Israël en de Palestijnse Gebieden.” 13. Ook het aantal meldingen van antisemitisme is sinds de geweldstoename in Palestina en Israël gestegen met ongeveer 40%. Ziet het college deze trend ook in Den Haag? Wat betekent dit volgens het college? Hoe is de inzet van het Haagse college om antisemitisme te bestrijden en voorkomen veranderd sinds 7 oktober 2023? In het Rapport staat ook dat het aantal registraties bij de politie op grond van antisemitisme is gestegen, daarin staat dat de forse toename van incidenten in de context van voetbalwedstrijden opvallend is. 4 14. Hoe zien deze cijfers eruit in de context van voetbalwedstrijden in Den Haag? Graag een uiteenzetting van de afgelopen 3 jaar. 15. (Hoe) heeft het college contact met de Haagse voetbalclubs en andere sportverenigingen over het tegengaan van discriminerende, racistische, queerfobe en antisemitische uitingen bij sportwedstrijden? 16.
Volgens de cijfers van het Rapport vindt er ook bekladding en vernieling plaats dat te relateren is aan discriminatie, het gaat met name om uitlatingen met betrekking tot discriminatie op herkomst, antisemitisme en seksuele gerichtheid.5 Ook GroenLinks heeft signalen ontvangen dat dit in Den Haag gebeurt. In hoeverre heeft het college hier ook zicht op in Den Haag? Wat gebeurt er in Den Haag met dit soort meldingen? Hoe wordt de discriminerende bekladding en/of vernieling (in de openbare ruimte) zo snel mogelijk hersteld? In het Rapport is te lezen dat er landelijk een stijging is in het aantal meldingen van discriminatie op grond van seksuele gerichtheid, zowel bij ADV's als bij de politie. Ook lokaal zien we deze stijging terug. Discriminatie op grond van seksuele gerichtheid of identiteit is bij de politie al jaren de op één na meest geregistreerde discriminatiegrond.6 En volgens het Rapport is 1% van de politie registraties van discriminatie vanwege het geslacht (waarvan 77% tegen transgender personen).7 17. Herkent het college deze toename van discriminatie tegen queerpersonen? Wat vindt het college hiervan? Is het college van plan om de aanpak hiertegen te intensiveren? Zo ja, wat zijn deze plannen? Zo nee, waarom niet? 18.
Wat doet het college specifiek tegen discriminatie van transgender personen? Is er aanleiding voor het college om de aanpak te intensiveren/vernieuwen naar aanleiding van de nieuwste cijfers? “Bij discriminatie op grond seksuele gerichtheid/identiteit was vooral sprake van ervaren discriminatie op de terreinen Politie/Openbaar Ministerie/Vreemdelingendienst (39% van de betreffende meldingen) en openbare ruimte/publiek domein (36%).”8 19. Herkent het college dit? Wat kan het college hiertegen doen? Welke aanpak heeft het college om dit te bestrijden? In het NOS-artikel van 24 april 2024 “Discriminatiecijfers stemmen niet vrolijk: Samenleving moet zich zorgen maken” (zie bijlage) is over het aantal meldingen van discriminatie ten opzichte van de meldingsbereidheid het volgende te lezen:
4 Het Rapport, p. 23. 5 Het Rapport, p. 58. 6 Monitor Discriminatie Haaglanden 2023, p. 8. 7 Het Rapport, p. 19. 8 Monitor Discriminatie Haaglanden 2023, p. 14.
“"Dit stemt niet vrolijk", reageert de Nationaal Coördinator tegen Racisme en Discriminatie, op het jaarlijks rapport van het ministerie van Binnenlandse Zaken. Toch zag hij het al aankomen. "Die stijgingen zijn al een tijd gaande. De meldingsbereidheid neemt wat toe, maar niet met grote stappen. Mensen haken juist vaker af omdat ze geen vertrouwen hebben dat er iets met hun klacht gebeurt." De stijgende cijfers komen dus vooral door een daadwerkelijke toename van discriminatie. "Er is sprake van stijgingen van 33 procent, bij andere groepen zelfs 60 procent, en we zien dat het breder wordt."” En in de Kamerbrief bij aanbieding van rapporten discriminatiecijfers van 23 april 2024 (zie bijlage) staat: “Uit onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau blijkt dat gemiddeld slechts een op de vijf mensen die discriminatie ervaart ergens melding doet.” 20. Herkent het college het beeld van de Nationaal Coördinator tegen Racisme en Discriminatie, met betrekking tot Den Haag, dat de meldingsbereidheid niet tot nauwelijks stijgt, maar dat er wel een daadwerkelijke toename van discriminatie is? Wat doet het college al in samenwerking met o.a. de politie om de meldings- en aangiftebereidheid te vergroten, en is het college van plan om hier, samen met partijen als Den Haag Meldt en de politie, nog meer op in te zetten? Zo ja, wat zijn hier de plannen voor? Zo nee, waarom niet? 21.
In het NRC-artikel gaat het ook over een vrouw die tijdens haar werk bij een supermarkt in Den Haag werd uitgescholden met opmerkingen over haar hoofddoek. Zij geeft aan dat zij niets heeft gemeld want daar wordt in haar optiek toch niets mee gedaan. Wat vindt het college hiervan? Wat gaat het college hieraan doen? In het Rapport wordt benoemd dat “De meldingen van discriminatie door overheden bij de Nationale ombudsman gaan met name over het veiligheidsdomein (politie/ justitie), dit omvat niet alleen politie, maar ook andere justitie-afdelingen zoals COA en IND.”.9 22. Hoeveel meldingen zijn er bij het college bekend van discriminatie door overheden in Den Haag (denk hierbij aan de politie-eenheid Haaglanden, maar ook de gemeente Den Haag zelf)? Graag een uiteenzetting met toelichting. Wat doet het college om in haar eigen invloedssfeer (binnen de gemeente zelf, bij gelieerde instanties zoals het COA, de politie, etc.) discriminatie te voorkomen? En welke rol heeft de (Nationale) ombudsman hierbij? 23. Deelt het college de mening van GroenLinks dat er echt meer nodig is dan tot nu toe wordt gedaan om discriminatie te bestrijden en de meldings- en aangiftebereidheid van mensen te vergroten? 24.
Welke rol ziet het college precies voor welke organisatie (in ieder geval voor de politie en de gemeente Den Haag) om discriminatie intensiever te bestrijden en de meldings- en aangiftebereidheid van mensen te vergroten in Den Haag? Met betrekking tot het terrein van de meldingen staat in het Rapport: “Arbeidsmarkt is het terrein waarover ADV’s in 2023 de meeste meldingen ontvangen. Ook bij het College is arbeidsmarkt het terrein met de meeste verzoeken om een oordeel.”10 25. Hoeveel meldingen over discriminatie worden binnen de gemeente Den Haag gedaan (met betrekking tot de gemeente Den Haag als werkgever)? Graag een toelichting over hoeveel en om wat voor soort meldingen dit gaat (denk hierbij aan discriminatie (waaronder antisemitisme, moslimdiscriminatie, discriminatie vanwege het geslacht/gender), en het effect daarvan op de sociale veiligheid, gebrek aan doorgroeimogelijkheden/kansen, onveilige werksfeer). GroenLinks krijgt helaas nog steeds zorgelijke signalen over de werksfeer bij de gemeente Den Haag als werkgever. Krijgt het college ook signalen hiervan? Wat voor trend 9 Het Rapport, p. 5. 10 Het Rapport, p. 5.
laten de meldingen en signalen over de werksfeer bij de gemeente Den Haag de afgelopen 4 jaar zien? Graag een uitgebreide uiteenzetting, waaronder m.b.t. de discriminatie meldingen.
Hera Butt GroenLinks