CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS318693 Bijlage Rapport Aveco de Bondt

Commissie Leefomgeving 3 juli 2025, gemeente Den HaagBij agendapunt: Programma 3: Duurzaamheid, Milieu en Energietransitie9.119 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Funderingsschade door lage grondwaterstanden, Den Haag

Rapport

Aveco de Bondt BV Holten - Amstelveen - Breda - Eindhoven - Nieuwegein Postbus 64, 7450 AB Holten T +31 88 004 82 12 info@avecodebondt.nl avecodebondt.nl

Funderingsschade door lage grondwaterstanden, Den Haag project projectnummer projectleider

opdrachtgever postadres

contactpersoon

status auteur

paraaf gecontroleerd

datum referentie

funderingsschade door klimaatverandering, den Haag 222192 Lieselotte Tolk Gemeente Den Haag / Dienst Stadsbeheer - 'sGravenhage Postbus 12651 2500 DP 'S-GRAVENHAGE A. Hagen Definitief Marjon ten Hagen

Digitaal in kwaliteitssysteem dr. Lieselotte Tolk

27 september 2023 222192_AdB_RAP_0001_v2

datum referentie

27 september 2023 222192_AdB_RAP_0001_v2

Inhoudsopgave 1

Managementsamenvatting

4

2 2.1 2.2 2.3

Aanleiding en doel Aanleiding Doel en scope Aanpak en leeswijzer

7 7 7 8

3 3.1 3.2

Waar bevinden zich kwetsbare funderingen? Wijken met kwetsbare fundering Toelichting

9 9 9

4 4.1 4.2

Waar is de grondwaterstand laag? Lage grondwaterstanden in het heden en verleden Lage grondwaterstanden in de toekomst

11 11 11

5 5.1 5.2 5.3

Waar treedt funderingsschade op door lage grondwaterstanden? Risicowijken Toelichting Extra schade door klimaatverandering

12 12 12 13

6 6.1 6.2 6.3

Verwachte schadebedrag Hoeveel panden hebben funderingsschade? Potentiële schadekosten Voorkomen of beperken van schade

14 14 14 16

7 7.1 7.2

Conclusies en aanbevelingen Aanbevelingen Gevoeligheidsanalyse

17 18 39

Bijlagen Bijlage 1 Toelichting Haagse funderingssignatuur: funderingstypen en spreiding kwetsbare funderingen Bijlage 2 Toelichting lage grondwaterstanden Bijlage 3 Toelichting Haagse funderingssignatuur: aanlegdiepte Bijlage 4 Funderingsschade: analyse op wijkniveau (stad) Bijlage 5 Funderingsschade: stad (houten palen) Bijlage 6 Funderingsschade: Vinex-wijken (staal en houten palen) Bijlage 7 Funderingsschade: methodiek en kentallen Bijlage 8 Overzicht gebruikte informatie

datum referentie

27 september 2023 222192_AdB_RAP_0001_v2

1

Managementsamenvatting

In deze studie is de funderingssignatuur van Den Haag in beeld gebracht. Op basis van een steekproef zijn hiervoor bouwtekeningen uit het archief geanalyseerd. In combinatie met de gegevens uit het grondwatermodel is een inschatting gemaakt van de kans op droogvallen van het funderingshout, en de kans op verzakkingen. De potentiële schade door lage grondwaterstanden aan de bebouwing in Den Haag wordt geschat op circa € 80 miljoen (bandbreedte € 50 miljoen à € 400 miljoen) in de periode tot 2050. In de klimaatschadeschatter, een veelgebruikte landelijke tool, wordt op basis van algemene Figuur 1 Gebieden met groot risico op funderingsschade door lage grondwaterstanden aannames en beschikbare data een range gegeven van de te verwachten funderingsschade per gemeente. Uit de klimaatschadeschatter blijkt ook dat het funderingsrisico voor Den Haag in vergelijking met de omliggende gemeenten relatief beperkt is. Voor Den Haag geeft de klimaatschadeschatter een potentiële schade aan van 108 – 754 miljoen euro voor de funderingen in de periode tot 2050. Met de voorliggende studie is een verfijning gemaakt in de schatting van de potentiële funderingsschade, de aangescherpte schatting ligt aan de onderkant van de range van de klimaatschadeschatter. Dit komt met name door de volgende twee karakteristieken van Den Haag: -

In Den Haag is in een aantal wijken een relatief gunstige funderingssituatie gevonden, waarbij al vroeg met betonnen palen, in plaats van met kwetsbaarder houten palen, is gebouwd. In Den Haag wordt onder andere door het wegvallen van grootschalige grondwateronttrekkingen in de omgeving een gemiddelde verhoging van de grondwaterstand verwacht. Hierdoor worden de effecten van langere droogteperiodes door klimaatverandering gecompenseerd.

Afgelopen eeuw is bij oude panden mogelijk droogstand opgetreden, waarbij de houten paalfunderingen (deels) zijn aangetast. Deze schade wordt pas zichtbaar als de funderingen te ver zijn aangetast. Dit kan zich in komende decennia mogelijk manifesteren, als de palen verder worden aangetast en dan mogelijk hun draagkracht verliezen. We verwachten dit met name in de gebieden waar het grondwater relatief ver onder (boezem)peil uitzakt. De wijken met een relatief groot risico op schade aan houten paalfunderingen zijn: ➢ Schildersbuurt ➢ Stationsbuurt ➢ Bezuidenhout Ook de oude lintbebouwing in de Vinex-wijken Leidschenveen-Ypenburg en Wateringse Veld heeft een relatief groot risico op schade. Het betreft hierbij zowel panden op houten palen als panden met een fundering op staal.

Het grootste deel (97%) van het potentiële schadebedrag is toe te rekenen aan panden met houten paalfunderingen. Slechts een heel beperkt deel (3%) van het schadebedrag betreft panden met een fundering op staal. Dit komt enerzijds doordat er bij minder panden op staal schade is opgetreden of zal optreden, in vergelijking met het aantal panden op houten palen. Anderzijds zijn de schadekosten bij een pand met een fundering op staal substantieel lager dan bij een pand met een fundering op houten palen. Deze studie geeft een indicatie van de meest kwetsbare wijken en een indicatie van de te verwachten kosten door droogstand. Deze schatting is gebaseerd op de opschaling van een gerichte een steekproef op basis van pandprofielen en met gegevens uit het bouwarchief. Dit is gecombineerd met grondwatergegevens uit het gemeentelijk grondwatermodel. Voor een gedetailleerdere schatting van funderingsschade en het identificeren van de meest kwetsbare bouwblokken en panden adviseren we aanvullend onderzoek. Indien een deel van de panden in de van de komende decennia om andere redenen worden vervangen zullen de kosten navenant lager uitvallen.

datum referentie

27 september 2023 222192_AdB_RAP_0001_v2

Schade aan bebouwing door lage grondwaterstanden? In delen van Den Haag is de bebouwing gevoelig voor lage grondwaterstanden. Dit komt doordat deze bebouwing is gefundeerd op houten palen. Zodra houten palen boven de grondwaterstand uitsteken, kunnen ze worden aangetast door schimmels. Hierdoor neemt de draagkracht van de palen in de loop der jaren af en kan er schade ontstaan aan de bovenliggende bebouwing. Daarnaast is een deel van de bebouwing in Den Haag zonder palen gefundeerd, direct op de onderliggende grond. Hier is sprake van een zogenaamde ‘fundering op staal’. De fundering bestaat in dit geval uit een ondergrondse verbrede ‘voet’, die de belasting van het bovenliggende pand afdraagt aan de bodem. Ook bij deze panden kan schade ontstaan als de grondwaterstand te laag wordt. Dit is het geval wanneer onder de funderingsvoet slappe lagen zitten, zoals veen en klei. Als de grondwaterstand verder uitzakt dan eerder het geval was, zullen deze slappe lagen extra gaan samendrukken. Het bovenliggende pand zakt mee en er treedt schade op wanneer deze zakking niet overal onder het pand even groot is.

datum referentie

27 september 2023 222192_AdB_RAP_0001_v2

2

Aanleiding en doel

2.1 Aanleiding De gemeenteraad van Den Haag heeft behoefte aan een schatting van de potentiële kosten van droogte en laag grondwater in Den Haag. Eerdere landelijke studies hebben zeer grove schattingen gegeven van totale mogelijke schade als gevolg van droogte. Deze zijn te zien op www.klimaatschadeschatter.nl waarbij de kosten worden ingeschat op 100 tot 800 miljoen euro voor de periode 2018-2050 volgens het hoge (WH) klimaatscenario. Dit is een schatting met grote onzekerheden en met de kanttekening dat deze kosten zeer gespreid zijn over de stad, tijd en over veel verantwoordelijken. 2.2 Doel en scope Het doel van het onderzoek is het inschatten van de potentiële schade aan funderingen door lage grondwaterstanden in Den Haag. In deze studie kijken we naar de effecten van droogte op de funderingen. Mogelijke schade aan houten palen door bacteriële aantasting of negatieve kleef is geen onderdeel van deze studie.

Funderingstypen en risico’s Er bestaan verschillende soorten funderingen, deze kunnen in de volgende hoofdcategorieën worden ingedeeld met de bijbehorende gevoeligheden.

▪

▪

▪

Funderingen op staal. Hierbij zijn geen palen toegepast, maar staan de muren (meestal met een verbrede voet) direct in de bodem gefundeerd. Panden met deze funderingswijze zijn met name gevoelig voor (ongelijke) zetting van de bodem onder de voet, hierdoor kan scheefstand ontstaan. Funderingen op houten palen, en houten palen met betonopzetters. Hierbij kan het funderingshout door schimmels worden aangetast als het droog komt te staan. Funderingen op houten palen zijn dan ook gevoelig voor (langdurige) droogstand. Funderingen op betonnen palen. Deze zijn over het algemeen ongevoelig voor aantasting.

datum referentie

27 september 2023 222192_AdB_RAP_0001_v2

2.3 Aanpak en leeswijzer Om tot een schadebedrag te komen, hebben we de een aantal vragen beantwoord. In hoofdstuk 3 bespreken we waar in Den Haag zich kwetsbare funderingen bevinden. In hoofdstuk 4 komen de grondwaterstanden in Den Haag aan bod. Vervolgens wordt in hoofdstuk 5 besproken waar sprake is van funderingsschade door te lage grondwaterstanden. Tot slot wordt in hoofdstuk 6 een inschatting gegeven van het potentiele schadebedrag. Er is voor gekozen de tekst in de hoofdstukken beknopt te houden. De verdere toelichting en achterliggende informatie is in de bijlagen terug te vinden.

datum referentie

27 september 2023 222192_AdB_RAP_0001_v2

3

Waar bevinden zich kwetsbare funderingen?

3.1 Wijken met kwetsbare fundering Als we het hebben over panden met kwetsbare funderingen, dan bedoelen we panden met: ➢ een houten paalfundering, óf ➢ een fundering op staal (gefundeerd zonder palen) in een gebied waar samendrukbare lagen in de bovenste meters van de bodem zitten. Bij deze funderingen kan namelijk schade ontstaan als de grondwaterstanden te laag worden. In de onderstaande kaart en tabel staan de Haagse wijken weergegeven, waar uit de analysen blijkt dat waarschijnlijk kwetsbare funderingen zijn te verwachten. Tabel 1: Wijken met waarschijnlijk kwetsbare funderingen Wijk

Stadsdeel

Archipelbuurt Zeeheldenkwartier Stationsbuurt Schildersbuurt Transvaalkwartier Groente- en Fruitmarkt Rustenburg en Oostbroek

Centrum

Bezuidenhout

Haagse Hout

Laakkwartier en Spoorwijk

Laak

Moerwijk Wateringse Veld

Escamp

Leidschenveen

Leischenveen-Ypenburg

Figuur 2 Wijken met kwetsbare funderingen

3.2 Toelichting De tabel met wijken met kwetsbare funderingen is tot stand gekomen door de volgende informatie over elkaar heen te leggen: - De bouwjaren van de panden - De pandprofielen per wijk - De funderingsgegevens uit archiefstudie - De contouren van de strandwallen en van de gebieden met samendrukbare lagen in de ondergrond. Deze gegevens zijn in bijlage 1 opgenomen. Hieronder volgt een korte samenvatting. Gebieden waar nauwelijks kwetsbare funderingen zijn Wanneer we door onze oogharen naar de stad kijken, zien we dat er op ‘het zand’ nauwelijks kwetsbare funderingen zijn. Met ‘het zand’ bedoelen we de gebieden op de strandwallen, parallel aan de kust (voor een nadere toelichting: zie bijlage 1). Ook in de na-oorlogse wijken zijn nauwelijks kwetsbare funderingen te verwachten. Uit de archiefstudie is gebleken dat er in Den Haag nauwelijks meer houten palen zijn toegepast na de oorlog, ook niet in combinatie met betonopzetters. Bij de wederopbouwwijken (denk bijvoorbeeld aan Morgenstond en Bouwlust) zijn alleen funderingen op betonpalen gevonden. Hetzelfde geldt voor de uitbreidingswijk Mariahoeve. De Vinex-uitbreidingen Ypenburg en Wateringseveld zijn na 1980 gebouwd, daarom kan worden aangenomen dat deze op betonpalen zijn gebouwd.

datum referentie

27 september 2023 222192_AdB_RAP_0001_v2

Gebieden waar wel kwetsbare funderingen zijn In de gebieden tussen de strandwallen zijn wel kwetsbare funderingen aanwezig. Het gaat hierbij met name om de vooroorlogse panden, met een fundering op staal of op houten palen. Sommige wijken laten een homogeen beeld zien als het gaat om de aanwezigheid van kwetsbare funderingen. Het Laakkwartier is hier een voorbeeld van: een wijk met hoofdzakelijk vooroorlogse bebouwing met zowel funderingen op staal als funderingen op houten palen. In een aantal wijken is een mengeling te zien van funderingen die wel en niet kwetsbaar zijn. Dit zijn met name de wijken waar stadsherstel heeft plaatsgevonden. Denk hierbij aan delen van het Centrum en de vooroorlogse uitbreidingswijken aan de westkant van het centrum (Schildersbuurt en het Transvaalkwartier). In de Vinexwijken zijn kwetsbare funderingen te vinden bij de vooroorlogse lintbebouwing langs dijken en kaden.

datum referentie

27 september 2023 222192_AdB_RAP_0001_v2

4

Waar is de grondwaterstand laag?

4.1 Lage grondwaterstanden in het heden en verleden In zijn algemeenheid kunnen we stellen dat hoe verder van de kust af, hoe lager de grondwaterstanden ten opzichte van NAP in Den Haag zijn. In de onderstaande kaart is aangegeven hoe laag de grondwaterstand1 in een representatieve situatie voor een gemiddelde jaar afgelopen eeuw is. Een belangrijke invloed op de grondwaterstand in Den Haag is de grondwateronttrekking van de DSM-fabriek in Delft-Noord. Deze onttrekking is in 1916 gestart en in de loop der tijd steeds verder toegenomen. Hierdoor zijn in met name de zuidelijke delen van Den Haag de grondwaterstanden steeds verder uitgezakt. In onderstaande kaart is rekening gehouden met de invloed van de totale vergunde onttrekking op het grondwater. Het kaartje is het resultaat van berekeningen met het grondwatermodel van de gemeente Den Haag.

Figuur 3 Lage grondwaterstand voor periode rond 1990 met volledige DSM onttrekking (RLG in m NAP), dit geeft een indicatie voor de situatie in de afgelopen eeuw.

4.2 Lage grondwaterstanden in de toekomst Het klimaat verandert. Dit heeft effect op de grondwaterstand, ook in Den Haag. In de toekomst zou door klimaatverandering de grondwaterstand mogelijk dieper uitzakken en zal de grondwaterstand voor een langere periode laag staan. In bijlage 2 staat dit verder toegelicht. De grondwateronttrekking van DSM wordt echter de komende decennia stopgezet. Dit zal het effect van klimaatverandering op het ontstaan van lage grondwaterstanden in delen van de stad compenseren. De zeespiegelstijging zal, met name in de kuststrook, ook een deel van de verlaging van de grondwaterstand compenseren. In de wijken met kwetsbare funderingen verwachten we in de toekomst (2050) geen extra verlaging van de grondwaterstand ten opzichte van de afgelopen eeuw; de lage grondwaterstanden zullen juist op veel plekken wat hoger worden.

1 Bij lage grondwaterstand bedoelen we de zogenaamde Representatief Lage grondwaterstand. De representatief Lage

Grondwaterstand is gedefinieerd vanuit de statistiek: wanneer over een langere periode naar grondwaterstandsmetingen wordt gekeken, is 10% van de metingen lager dan de Representatief Lage Grondwaterstand. Als representatieve situatie is de neerslagsituatie in de periode rond 1990 genomen.

datum referentie

27 september 2023 222192_AdB_RAP_0001_v2

5

Waar treedt funderingsschade op door lage grondwaterstanden?

5.1 Risicowijken In de onderstaande kaart is aangegeven in welke wijken de grootste kans op funderingsschade door lage grondwaterstanden is te verwachten. Voor de volledigheid hebben we de informatie uit de tabel met kwetsbare funderingen uit hoofdstuk 3 ook in grijs bijgevoegd. Niet alle wijken met kwetsbare funderingen hebben een even groot risico op funderingsschade door lage grondwaterstanden. Dit wordt in de volgende paragraaf toegelicht. Tabel 2: Wijken met relatief grote kans op funderingsschade door lage grondwaterstanden Wijk met kwetsbare fundering

Relatief grote kans funderingsschade door lage grondwaterstanden

Archipelbuurt Zeeheldenkwartier Stationsbuurt Schilderswijk Transvaalkwartier Groente- en Fruitmarkt Rustenburg en Oostbroek

Stationsbuurt Schilderswijk -

Bezuidenhout

Bezuidenhout

Laakkwartier en Spoorwijk

-

Moerwijk Wateringse Veld

Wateringse Veld (oude lintbebouwing)

Leidschenveen

Leidschenveen (oude lintbebouwing)

Figuur 4 Risicogebieden funderingsschade

5.2 Toelichting In hoofdstuk 3 was te lezen waar in de stad naar verwachting kwetsbare funderingen aanwezig zijn. We verwachten dat slechts bij een deel van deze kwetsbare funderingen ook daadwerkelijk schade door lage grondwaterstanden is opgetreden. Of er schade optreedt is namelijk afhankelijk van de aanlegdiepte van de fundering ten opzichte van de lage grondwaterstanden. We geven hier een indicatie van de verwachte gevoeligheid van de verschillende buurten, op basis van de gegevens die we met een gerichte steekproef in het archief hebben verkregen. Voor exacte schattingen of er een kans is op funderingsschade bij individuele panden is nader onderzoek nodig. Het overzicht van de wijken met een relatief groot risico op funderingsschade is tot stand gekomen door, in de wijken met kwetsbare funderingen, de volgende informatie over elkaar heen te leggen: - De (lage) grondwaterstanden - De aanlegdiepte van de funderingen Deze gegevens zijn in bijlage 3, 4, 5 en 6 opgenomen. Hieronder volgt een korte samenvatting. Lage grondwaterstanden In sommige gebieden zakt het grondwater ten tijde van droogte ver uit, tot soms wel tot een meter onder oppervlaktewaterpeil. Dit blijkt uit de berekeningen die we met het geactualiseerde grondwatermodel van de gemeente Den Haag hebben uitgevoerd. Het zijn met name de wijken Schildersbuurt, Stationsbuurt en

datum referentie

27 september 2023 222192_AdB_RAP_0001_v2

Bezuidenhout waar dit speelt. Deze wijken liggen in het zuidelijk deel van het boezemgebied van het Hoogheemraadschap van Delfland (zie ook bijlage 3). Panden met een fundering op staal Wijken met bebouwing op staal, in gebieden met samendrukbare lagen, zijn niet op de risico-kaart opgenomen. We beoordelen het risico op schade door lage grondwaterstanden bij deze bebouwing namelijk als beperkt. In het veld is nauwelijks schade aan bebouwing op staal gezien, terwijl eerder is gebleken dat er wel een significante verlaging van de grondwaterstand is opgetreden in die delen van de stad gedurende de afgelopen 100 jaar. Dit kunnen we als volgt verklaren: uit de archiefstudie is gebleken dat het merendeel van de panden op staal relatief diep is gefundeerd in de gebieden in de stad met samendrukbare lagen. Een verlaging van de grondwaterstand heeft bij deze funderingen weinig negatieve gevolgen; de samendrukbare lagen zijn vergraven en de funderingsvoet staat op de onderliggende zandlaag. De kans dat er schade optreedt door ongelijkmatige zakkingen van het bovenliggende pand is daardoor klein. We zien in het voormalige buitengebied, de huidige Vinex-locaties, wel een risico bij panden op staal van de oorspronkelijke lintbebouwing. Hier zijn namelijk ondiepere funderingen aangetroffen en treedt een bodemdaling op van meer dan 3 mm/jaar.

Panden met een fundering op houten palen Vooroorlogse gebieden met paalfunderingen komen wel op de risico-kaart voor. De paalfunderingen zijn namelijk van hout en uit het archiefonderzoek blijkt dat er panden zijn met relatief ondiep funderingshout. Het hout zit bij deze panden minder dan een halve meter onder het oppervlaktewaterpeil. Met name deze panden met ‘ondiep hout’ beoordelen we als risicovol. Een kenmerk van deze panden is, dat ze voor 1910 zijn gebouwd. Bij panden die in de periode 1910-1940 zijn gebouwd, zijn in het archief diepere niveaus van het funderingshout gevonden. We maken hierbij onderscheid tussen ‘normaal hout’, dat een halve meter tot een meter dieper zit dan het oppervlaktewaterpeil, en tussen ‘diep hout’, dat dieper dan een meter onder het oppervlaktewaterpeil zit. Hierbij merken we op dat er ook bij panden van voor 1910 ‘diep hout’ is aangetroffen; niet alle panden van voor 1910 zijn dus risicovol. Deze gegevens zijn gebaseerd op een gerichte steekproef, en geven een indicatie van de algemene funderingssituatie, individuele panden kunnen afwijken. 5.3 Extra schade door klimaatverandering In de wijken Stationsbuurt en Bezuidenhout is extra schade door klimaatverandering niet volledig uit te sluiten. De contour van de gebieden waar de grondwaterstand meer dan 20cm onder oppervlaktewater ligt wordt wat ruimer.

Bovendien neemt de frequentie van droge jaren mogelijk toe. Dit is echter slechts een rekenkundige extra schade; in werkelijkheid wordt er in de toekomst geen extra schade door lage grondwaterstanden verwacht in Den Haag. Omdat de gemiddelde grondwaterstand door klimaatverandering, zeespiegelstijging en ander ontwikkelingen in het grondwatersysteem juist zal stijgen; de buffer tegen droogte wordt groter.

datum referentie

27 september 2023 222192_AdB_RAP_0001_v2

6

Verwachte schadebedrag

6.1 Hoeveel panden hebben funderingsschade? We schatten op basis van de opgeschaalde gegevens van de steekproef en de resultaten van het grondwatermodel (zie voorgaande hoofdstukken) in dat er bij circa 750 panden droogstand is opgetreden. Echter zijn de aannames onzeker, rekening houdend met de gevoeligheidsanalyse (zie bijlage 7.2) schatten we in dat tussen de 500 en 3.000 panden met een houten paalfundering de afgelopen eeuw schade door droogstand hebben opgelopen. Het betreft met name houten paalfunderingen in de stad, te weten in de wijken Schildersbuurt, Stationsbuurt en Bezuidenhout. Een klein deel van de houten paalfunderingen ligt in de Vinex-wijken (LeidschenveenYpenburg en Wateringse Veld), en betreft een deel van de panden van de oorspronkelijke, oudere lintbebouwing. We schatten in dat bij tussen de 100 en 150 panden met een fundering op staal schade kan optreden. Het betreft met name de panden op staal die onderdeel uitmaken van de oudere linten in de Vinexlocaties (Leidschenveen-Ypenburg en Wateringse Veld). Bij de panden op staal in de stad verwachten we in zeer beperkte mate schade. We verwijzen naar bijlage 5 en 6 voor een toelichting op de inschatting van deze aantallen. 6.2 Potentiële schadekosten De eerste schade aan de houten palen zie je bovengronds nog niet. Pas als de funderingen met houten palen hun draagkracht verliezen manifesteert de schade zich.

Dan wordt de schade bovengronds zichtbaar, bijvoorbeeld in de vorm van scheefstand en scheurvorming. Aantasting van houten palen is dus als het ware een sluipmoordenaar. Wanneer de aantasting zodanig is dat er constructieve schade optreedt zijn de kosten voor het vervangen van de paalfundering en het herstellen van de gevolgschade in de orde van 100.000 – 132.000 euro per pand (zie bijlage 7). Indien bij alle panden waar in het verleden volgens onze analyse mogelijk droogstand op is getreden constructieve schade optreedt wordt het totaal bedrag aan herstelkosten geschat op circa € 78 miljoen (met een bandbreedte van € 50 miljoen à € 390 miljoen). Een cumulatieve droogstandstijd van 10 tot 20 jaar is voldoende om tot een dusdanig ernstige aantasting van het funderingshout te komen, dat dit leidt tot constructieve schade [1]. Deze termijn wordt omgekeerd evenredig langer, wanneer het funderingshout slechts delen van het jaar droogstaat. Een voorbeeld: bij gemiddeld 2 maanden per jaar droogstand (1/6 deel van het jaar) is na 60-120 jaar schade te verwachten. Op basis van de verwachte droogstand kan bij de kwetsbare panden gebouwd voor 1910 kan deze cumulatieve droogstand dus zijn opgetreden. Constructieve schade is bij deze kwetsbare panden wellicht al opgetreden, of kan in de komende decennia worden verwacht.

Funderingsschade bij panden op staal manifesteert zich doorgaans snel (binnen weken tot maanden) na het optreden van lage grondwaterstanden). De schattingen van de herstelkosten voor de gevolgschade lopen uiteen van circa 2.500 – 71.000 euro per pand (zie bijlage 7). Dit is onder andere afhankelijk van de grootte van de bodemdaling. Het totaal bedrag aan herstelkosten voor fundering op staal wordt geschat op circa € 2 miljoen (met een bandbreedte van € 1 miljoen à € 10 miljoen). In totaal wordt de potentiële schade door lage grondwaterstanden aan de bebouwing in Den Haag geschat op circa € 80 miljoen (met een bandbreedte € 50 miljoen à € 400 miljoen).

datum referentie

27 september 2023 222192_AdB_RAP_0001_v2

De kosten voor funderingsschade hebben we gebaseerd op: ➢ de kosten van reparaties van de bovengrondse gevolgschade (bij zowel een houten paalfundering als een fundering op staal) ➢ de kosten van funderingsherstel (bij een houten paalfundering). Het betreft panden die in eigendom zijn van zowel woningcorporaties als particulieren. Het aantal panden in eigendom van de gemeente is met de huidige onderzoeksinspanning niet te bepalen. In bijlage 7 is een toelichting op de kentallen opgenomen die ten grondslag liggen aan de berekening van het schadebedrag. Om te bepalen in hoeverre de palen daadwerkelijk zijn aangetast, en wanneer de potentiële constructieve schade te verwachten is nader onderzoek noodzakelijk om de theorie te toetsen aan de praktijk en de eventuele aantasting vast te stellen in de risico gebieden. Uit de landelijke klimaatschadeschatter blijkt ook dat het funderingsrisico voor Den Haag in vergelijking met de omliggende gemeenten relatief beperkt is. Voor Den Haag geeft de klimaatschadeschatter op basis van algemene data een potentiële schade aan van 108 – 754 miljoen euro voor de funderingen in de periode tot 2050. De aangescherpte schatting van ca € 80 miljoen (met een bandbreedte € 50 miljoen à € 400 miljoen) ligt daarmee aan de onderkant van de range van de klimaatschadeschatter.

Figuur 5 indicatie van de verwachte potentiele funderingsschade op basis van de klimaatschadeschatter, de gele pijl geeft de schatting van deze studie weer.

datum referentie

27 september 2023 222192_AdB_RAP_0001_v2

6.3 Voorkomen of beperken van schade Om schade te voorkomen kan worden overwogen om grondwater regulerende maatregelen te nemen. We raden aan om hiervoor eerst nader onderzoek te doen om de meest kwetsbare bouwblokken te identificeren. Bij geclusterde panden met risico op funderingsschade kan het doelmatig zijn om infiltratie leidingen aan te leggen, zeker als dit kan worden gecombineerd met andere werkzaamheden. De kosten voor het aanleggen van infiltratie leidingen liggen in de orde van 300-1000 euro per strekkende meter. Daarnaast is het van belang om bij het vergroenen en aanplanten van bomen in de stad rekening te houden met het verlagen van de grondwaterstand door extra verdamping. Wanneer in de buurt van kwetsbare panden grootschalig vergroend wordt, of als de bomen nabij de panden worden geplaatst kan dit leiden tot een extra risico op droogstand van houten funderingspalen. We raden aan om bij groen in gebieden met kwetsbare funderingen (zie tabel 4) te zorgen voor een goede watervoorziening om ver uitzakken van grondwaterstanden te voorkomen, en om bomen niet te dicht bij de panden te plaatsen. Om te bepalen waar dit relevant is raden we aan om de funderingssituatie op bouwblokniveau in beeld te brengen.

datum referentie

27 september 2023 222192_AdB_RAP_0001_v2

7

Conclusies en aanbevelingen

De wijken met een relatief groot risico op funderingsschade door lage grondwaterstanden zijn: - Schildersbuurt - Stationswijk - Bezuidenhout. Het betreft wijken waar de grondwaterstand volgens de berekeningen met het grondwatermodel decimeters onder het oppervlaktewaterpeil uitzakt tijdens droge periodes. Dit in combinatie met houten paalfunderingen, waarvan wordt verwacht dat die relatief ondiep zijn aangelegd (op basis van de opschaling van de geraadpleegde archiefinformatie). Daarnaast is er bij de oude lintbebouwing in de Vinexwijken (Leidschendam-Ypenburg en Wateringse Veld) een risico op funderingsschade aan panden op staal. De fundering is in deze gebieden over het algemeen ondiep aangelegd. De bodemdaling is in deze gebieden relatief groot. De kans dat er schade optreedt door ongelijkmatige zakkingen van het bovenliggende pand is daardoor relatief groot. In de overige wijken schatten we het risico op schade aan panden met een fundering op staal schatten in als laag. De funderingen op staal blijken uit de geraadpleegde archiefgegevens relatief diep aangelegd (tot op de ‘zandplaat’) en zijn daardoor naar verwachting nauwelijks gevoelig voor lage grondwaterstanden. Het grootste deel van de schade door lage grondwaterstanden is naar verwachting in de afgelopen eeuw ontstaan.

De schade die in de afgelopen eeuw al is opgetreden aan de houten palen kan zich mogelijk in toekomstige jaren manifesteren. We schatten in dat tussen de 750 panden (met een bandbreedte van 500 en 3.000 panden) met een houten paalfundering de afgelopen eeuw schade door droogstand hebben opgelopen. Het betreft met name houten paalfunderingen in de stad. We schatten in dat tussen de 100 en 150 panden met een fundering op staal schade is opgetreden. Het betreft met name de panden op staal die onderdeel uitmaken van de oudere linten in de Vinexlocaties (Leidschenveen-Ypenburg en Wateringse Veld). De potentiële funderingsschade door lage grondwaterstanden schatten we in op circa € 80 miljoen (bandbreedte € 50 miljoen à 400 miljoen). Dit bedrag betreft de bouwkosten, exclusief BTW. Hiervan rekenen we circa € 78 miljoen toe aan panden met een fundering op houten palen en € 2 miljoen aan panden met een fundering op staal. Het betreft panden die in eigendom zijn van zowel woningcorporaties als particulieren. Het aantal panden in eigendom van de gemeente is met de huidige onderzoeksinspanning niet te bepalen. Deze studie geeft een indicatie van de meest kwetsbare wijken en een indicatieve schatting van de te verwachten kosten door droogstand. Deze schatting is gebaseerd op de opschaling van een gerichte een steekproef op basis van pandprofielen en met gegevens uit het bouwarchief.

Dit is gecombineerd met grondwatergegevens uit het gemeentelijk grondwatermodel. Deze gegevens zijn gebaseerd op een gerichte steekproef, en geven een indicatie van de algemene funderingssituatie. Individuele panden kunnen afwijken. Voor een gedetailleerdere schatting van funderingsschade en het identificeren van de meest kwetsbare bouwblokken en panden adviseren we aanvullend onderzoek. Deze studie richt zich op hoofdpanden, schuren en aanbouwen zijn buiten beschouwing gelaten.

datum referentie

27 september 2023 222192_AdB_RAP_0001_v2

7.1 Aanbevelingen Deze studie is gebaseerd op een gerichte steekproef in het bouwarchief, berekeningen en aannames, die elk een eigen bandbreedte in ‘hardheid’ kennen. In bijlage 7 is een gevoeligheidsanalyse van de gebruikte gegevens opgenomen. De volgende gegevens beoordelen we als het minst hard: - het funderingstype van de panden bij de oude lintbebouwing in de Vinex-wijken - de daadwerkelijk opgetreden schade bij de oude lintbebouwing in de Vinex-wijken - het aanlegniveau van houten paalfunderingen in met name de vooroorlogse uitbreidingswijken Schildersbuurt, Stationsbuurt en Bezuidenhout - de daadwerkelijke aantasting van het funderingshout bij panden waarvan ingeschat is dat er droogstand is opgetreden de afgelopen eeuw. We bevelen aan om hier aanvullend onderzoek naar uit te voeren. Een significant deel van de woningen met funderingsschade is in het bezit van woningcorporaties. We adviseren om het aanvullend onderzoek samen met de betreffende woningcorporaties uit te voeren.

datum referentie

27 september 2023 222192_AdB_RAP_0001_v2

Bijlage 1 Toelichting Haagse funderingssignatuur: funderingstypen en spreiding kwetsbare funderingen De kaart met kwetsbare funderingen is tot stand gekomen door de volgende informatie over elkaar heen te leggen: - Bouwjaren van de panden - De pandprofielen per wijk - Funderingsgegevens uit archiefstudie - De contouren van de strandwallen en van de gebieden met samendrukbare lagen in de ondergrond Bouwjaren van de panden In de onderstaande kaart zijn de bouwjaren van de panden in de gemeente aangegeven:

Figuur 1.1. Bouwjaren panden in Den Haag Om een indruk te geven van de stedenbouwkundige ontwikkeling van Den Haag, zijn hieronder de vooroorlogse panden links weergegeven en de na-oorlogse panden rechts.

datum referentie

27 september 2023 222192_AdB_RAP_0001_v2

Pandprofielen We hebben een analyse uitgevoerd naar de bovengrondse kenmerken van wijken en de bebouwing in Den Haag. Aan de hand hiervan hebben we zogenaamde ‘pandprofielen’ opgesteld voor de stad. De pandprofielen hebben we besproken met de opdrachtgever. Als bron van informatie hebben we Google-maps Streetview gebruikt en een aantal publicaties over de stedenbouwkundige ontwikkeling van de stad.

Pandprofielen 1250-1900

Monumentale herenhuizen en kantoren

Voorbeeld

Haagsche Hofjes

Revolutiebouw (of speculatiebouw)

1900-1940

Wonen en werken op stand

Volkshuisvesting vooroorlogs

Kenmerken Groot, luxe gebouwd

Degelijke gebouwd, vaak vanuit filantropisch gedachtengoed om huisvesting van arbeiders te verbeteren

Op staal

Lagere kwaliteit: snel gebouwd, met winstoogmerk

Op staal of houten palen

Aaneengesloten bebouwing

Op staal of houten palen

Gebouwd na Woningwet 1902 Degelijke bouw, met geld vanuit overheid

Op staal of houten palen

Portiekwoningen Beneden/bovenwoning en Vrijstaand Lintbebouwing buitengebied

datum referentie

27 september 2023 222192_AdB_RAP_0001_v2

Meest gangbare funderingstype Op staal

Op staal of houten palen

1945- heden

Volkshuisvesting na-oorlogs

Meerlagenbouw Flats

Stadsherstel

Betonpalen

Betonpalen

Bloemkoolwijken

Betonpalen

Woonerf

Vinex

Betonpalen

datum referentie

27 september 2023 222192_AdB_RAP_0001_v2

Archiefgegevens funderingstype In de onderstaande kaart is te zien waar uit de archiefstudie informatie over het funderingstype beschikbaar is gekomen.

Figuur 1.2: Funderingsgegevens uit archief Den Haag

Hierbij zijn de volgende bronnen geraadpleegd: - het archief van Aveco de Bondt (en voormalig Wareco) - openbaar digitaal beschikbare informatie - Bouwarchief gemeente Den Haag - Bouwhistorische publicaties over Den Haag. De informatie over funderingstypen hebben we vervolgens aan de pandprofielen gekoppeld om een consistent beeld te krijgen van de funderingstypen die in de verschillende wijken en buurten van Den Haag is te verwachten. Bij het vaststellen van het funderingstype hebben wij ons gericht op het oorspronkelijke bouwvlak (vaak het woonhuis). Aanbouwen zijn buiten beschouwing gelaten. Hierbij merken we op dat bij voor-oorlogse panden op staal regelmatig aanbouwen zijn gezien op de tekeningen uit het bouwarchief, die dan wel op palen zijn gefundeerd.

datum referentie

27 september 2023 222192_AdB_RAP_0001_v2

Contouren strandwallen en gebieden met samendrukbare lagen In onderstaande kaart is aangegeven waar in Den Haag strandwallen aanwezig zijn, en in welke gebieden de zogenaamde strandvlaktes liggen. In de strandvlaktes zijn samendrukbare lagen (veen, klei) in de bovenste meters van de bodem aanwezig.

Figuur 1.3 Strandwallen (licht) en gebieden met samendrukbare lagen (donker) in de bovenste meters van de bodem

datum referentie

27 september 2023 222192_AdB_RAP_0001_v2

Bijlage 2 Toelichting lage grondwaterstanden Algemene impressie grondwaterstand en oppervlaktewaterpeil In de onderstaande kaart zijn de peilgebieden van het oppervlaktewater weergegeven. In grijs staat het boezemgebied van het Hoogheemraadschap van Delfland. Het boezemgebied heeft het hoogste oppervlaktewaterpeil: NAP -0,42 m. De overige gebieden zijn polders, waar het oppervlaktewaterpeil lager is. De polders In Wateringseveld en Ypenburg hebben de laagste waterpeilen. De waterpeilen van deze polders liggen tussen de NAP -4,0 m tot NAP -5,0 m, dus meters beneden het boezempeil.

Figuur 2.1 Peilgebieden oppervlaktewater

In de onderstaande kaart is een representatief lage grondwaterstand weergegeven die kan worden gezien als een weerspiegeling van de verwachte grondwaterstand in de afgelopen eeuw (neerslag situatie zoals in periode rondom 1990, DSM onttrekking aan). De kaart is gebaseerd op berekeningen met het grondwatermodel van de gemeente Den Haag. In het groene gebied zakt de representatief lage grondwaterstand niet verder uit dan 0,20 m onder het boezempeil. Hoe verder van de kust af, hoe lager de lage grondwaterstanden worden.

Figuur 2.2 Representatief lage grondwaterstand afgelopen eeuw

datum referentie

27 september 2023 222192_AdB_RAP_0001_v2

Figuur 2.3 Representatief lage grondwaterstanden in het boezemgebied (a) representatief voor afgelopen eeuw, (b) toekomstige situatie met klimaatverandering en andere toekomstige grondwatereffecten. In de groene gebieden zakt de gemodelleerde RLG minder ver uit dan 20 cm onder boezempeil, in de rode gebieden meer dan 20 cm onder boezempeil.

Risico droogte voor funderingen: algemene beschouwing Het berekende effect van klimaatverandering en de bijbehorende toename van droge jaren is kleiner dan de berekende grondwaterstijging in 2050. Dat neemt niet weg dat ook in de toekomst er gebieden zijn waar de grondwaterstand meer dan 20 cm uitzakt onder oppervlakte water. Daarmee blijft ook in de toekomst het risico op het droogvallen van funderingshout aanwezig. Frequentie droge jaren, nu en in de toekomst We hebben een aantal droge jaren achter de rug. Vooral 2018 had een zeer droge zomer. Door klimaatverandering kan een dergelijke droogte vaker optreden. Bovendien wordt de kans daarbij groter dat een extreem droge zomer volgt op een droge winter of dat meerdere droge jaren achter elkaar voorkomen. In hoeverre droogte wordt versterkt door klimaatverandering is nog niet helemaal zeker. Dit is afhankelijk van de wereldwijde klimaatverandering en de effecten daarvan op de luchtstromingen in Nederland. Een toename van de droogte door klimaatverandering is waarschijnlijk2. Figuur 2.4 laat zien wat dit betekent voor de herhalingstijden van verschillende droge jaren. Door klimaatverandering vergroot de kans dat twee droge jaren na elkaar optreden. Daarnaast worden droge jaren droger. Een jaar als 2018 komt nu een keer in de dertig jaar voor.

Dit wordt afhankelijk van de snelheid van klimaatverandering een keer in de tien jaar tot 25 jaar in 2085. Een droogte die een keer in de dertig jaar voorkomt, wordt bij sterke klimaatverandering in 2050 vergelijkbaar met het zeer droge jaar 1976.

2 https://www.knmi.nl/over-het-knmi/nieuws/toekomstige-zomers-mogelijk-droger-dan-gedacht

datum referentie

27 september 2023 222192_AdB_RAP_0001_v2

Figuur 2.4 Verandering in herhalingstijd van enkele historisch droge jaren op basis van KNMI ’14 klimaatscenario’s (bron: KNMI 2018, De droogte van 2018).

We hebben karakteristieke jaren gebruikt om verschillende statistieken te vertalen naar de grondwatersituatie in gemeente Den Haag. Hiervoor zijn onderstaande jaren doorgerekend met het grondwatermodel: Jaar als Frequentie huidig Frequentie 2050 WH+

2017 Normaal

2018 1/30

20193 1/10

20204 1/20

1976 1/90

Normaal

1/15

1/3

1/65

1/30

3 Vergelijkbaar verloop van het neerslagtekort als in 2003, zie bijlage XX. 4 Het neerslag tekort van 2020 volgt in grote lijnen het neerslagtekort van de 5% droogste jaren (groene lijn in bijlage XX), dit

betekent een frequentie in de huidige situatie van 1/20. 2019 eindigde als een normaal droog jaar dus beïnvloedt de statistiek van 2020 niet. 5 Als omrekenfactor van huidig naar 2050 WH+ is 0,3 aangehouden, vergelijkbaar met de omrekenfactor bij de andere jaren.

datum referentie

27 september 2023 222192_AdB_RAP_0001_v2

Effect van droogte op de grondwaterstand a. Effect T=20 droge zomer (2020)

Het effect van een droge zomer op de grondwaterstand na een normale winter is beperkt tot minder dan 5 cm extra uitzakking ten opzichte van een normaal jaar. Dit wordt geïllustreerd in het figuur hier links voor 2020 (T=20 droge zomer). In de drogere zomer van 2018 (T=30) zakte de grondwaterstand vergelijkbaar uit, dit komt omdat deze zomer volgde op een relatief natte winter.

b. Effect T=10 droge zomer; na een droge winter (2019)

Na een droge winter heeft een droge zomer meer effect op de grondwaterstand. De T=10 droge zomer van 2019 zorgt daardoor voor een grotere gemodelleerde uitzakking dan de drogere zomers van 2018 en 2020. In de meeste wijken bleef de extra uitzakking beperkt tot minder dan 5 cm. In Bezuidenhout, Schildersbuurt, Rustenburg en Oostbroek en Transvaalkwartier is het droogte effect het grootst met een extra uitzakking van 5-10 cm.

c. Effect T=90 droge zomer (1976)

Figuur 2.5 extra uitzakking van het grondwater ten opzicht van een normaal jaar (2017) in een droge zomer (a), een droge zomer na een droge winter (b) en een extreem droge zomer (c). datum referentie

27 september 2023 222192_AdB_RAP_0001_v2

Voor een extreem droge zomer, zoals 1976 (T=100) laat het grondwatermodel zien dat de grondwaterstand in de hele stad extra uitzakt. In Bezuidenhout, Schildersbuurt, Rustenburg en Oostbroek, Transvaalkwartier en Ypenburg is het droogte effect het grootst met een extra uitzakking van 10-20 cm.

Effect van DSM onttrekking op de grondwaterstanden De DSM onttrekking heeft een aanzienlijk Effect DSM onttrekking grondwatereffect (zie figuur 2.6). Dit zorgt voor een continue verlaging van de laagste grondwaterstand, in veel wijken van meer dan 10 cm en plaatselijk meer dan 20 cm. Het effect van de DSM is het meest zichtbaar in Transvaalkwartier, Schildersbuurt, Groente en Fruitmarkt, Laakkwartier en Spoorwijk, de Stationsbuurt, de zuidkant van het Centrum en Ypenburg en Wateringseveld. In de Schildersbuurt en Laakkwartier zijn de grootste verlagingen van de grondwaterstand te zien in de buurt van oude bebouwing.

Figuur 2.6 Verlaging van de grondwaterstand door de DSM onttrekking bij 100% van het vergunde onttrekkingsdebiet.

De combinatie van het effect van de DSM onttrekking en droge jaren in het verleden tot relatief lage grondwaterstanden en mogelijk droogvallen van funderingshout hebben geleid. Door de stopzetting van de DSM onttrekking wordt de kans op het droogvallen van funderingshout kleiner.

In het nevenstaande figuur is het verloop van de grondwaterstand door het jaar heen weergegeven, bij verschillende DSM onttrekkingsdebieten.

Figuur 3.2 Grondwaterstand verloop in een normaal jaar (zoals 2017), zonder DSM onttrekking (blauw), met de DSM onttrekking op 60 % (groen, huidige situatie) en met de DSM onttrekking op 100% (rood). In de Schildersbuurt (links) en de Stationsbuurt (rechts). Het blauwe vlak geeft aan op welke diepte mogelijk funderingshout aanwezig is (vanaf 10 cm onder de laagste grondwaterstand in een normaal jaar, voor panden voor de start van de DSM onttrekking).

datum referentie

27 september 2023 222192_AdB_RAP_0001_v2

Bijlage 3 Toelichting Haagse funderingssignatuur: aanlegdiepte Houten paalfundering Uit archiefgegevens blijkt dat het funderingshout over het algemeen ’minimaal 20 cm onder den laagst te verwachten grondwaterstand’ werd aangelegd. Het aanlegniveau is soms op tekening weergegeven, soms in de vergunningaanvraag benoemd en vaak blijkt het in het ongewisse. In de onderstaande figuur is links een voorbeeld gegeven van een pand met concrete gegevens over het aanlegniveau van de fundering en rechts een voorbeeld met beperkte informatie.

In de onderstaande tabel staat aangegeven van welke adressen we de aanlegdiepte hebben kunnen bepalen. De bouwblokken staan op volgorde van de diepte van het hout ten opzichte van het oppervlaktewater. Het betreft 23 bouwblokken. Straat / bouwblok

bouwjaar

opp.waterpeil

diepte hout

diepte hout

(m NAP)

wijk

(m NAP)

(m tov opp.water)

Hoefkade

1889

-0,43

-0,63

-0,20

centrum zuid-west

zoutkeetsingel

1902

-0,43

-0,64

-0,21

centrum

zoutkeetsingel

1902

-0,43

-0,85

-0,42

centrum

Goeverneurlaan

1931

-1,30

-1,95

-0,65

laak

Groenteweg

1932

-0,43

-1,09

-0,66

centrum zuid-west

johan camphuijsstraat

1911

-0,43

-1,10

-0,67

bezuidenhout

Frans Halslaan

1903

-0,43

-1,12

-0,69

centrum zuid-west

Oudemansstraat

1931

-1,30

-2,00

-0,70

laak

Frans Halslaan

1903

-0,43

-1,13

-0,70

centrum zuid-west

Metsusstraat

1936

-0,43

-1,23

-0,80

schildersbuurt

johan camphuijsstraat

1911

-0,43

-1,24

-0,81

bezuidenhout

johan camphuijsstraat

1911

-0,43

-1,26

-0,83

bezuidenhout

datum referentie

27 september 2023 222192_AdB_RAP_0001_v2

(dieper dan)

(dieper dan)

Rederijkerstraat

1940

-0,82

-1,66

-0,84

moerwijk-noord

Boendalestraat

1936

-0,82

-1,67

-0,85

moerwijk-noord

johan camphuijsstraat

1911

-0,43

adelheidstraat

1908

-0,43

-1,33

-0,90

bezuidenhout

-1,35

-0,92

bezuidenhout

Goeverneurlaan

1931

-1,30

-2,28

-0,98

laak

Schalk Burgerstraat

1925

-0,43

-1,52

-1,09

centrum zuid-west

Fruitweg

1925

-0,43

-1,53

-1,10

centrum zuid-west

johan camphuijsstraat

1916

-0,43

-1,66

-1,23

bezuidenhout

Nieuwe Molstraat Cornelis van der Lijnstraat

1675

-0,43

-1,68

-1,25

centrum

1933

-0,43

-1,68

-1,25

bezuidenhout

Veenweg

1964

-1,89

-3,60

-1,71

leidschenveen

(dieper dan)

Uit de tabel blijkt dat het volgende: ➢ Bij 3 bouwblokken zit het funderingshout op minder dan 0,50 m onder het oppervlaktewaterpeil. Dit zijn panden met een bouwjaar van voor 1910. ➢ Bij circa 14 bouwblokken zit het funderingshout tussen 0,50 en 1,0 m onder het oppervlaktewaterpeil. Dit zijn panden met een bouwjaar tussen de 1903 en 1940. ➢ Bij circa 6 bouwblokken zit het funderingshout dieper dan 1,0 m onder het oppervlaktewaterpeil. Dit zijn panden met een bouwjaar tussen 1916 en 1964. Schadegevoeligheid HOOG

FUNDERING OP HOUTEN PALEN Subtype pandprofiel ‘ondiep hout’ Revolutiebouw (voor 1910)

MEDIUM

‘normaal hout’

Volkshuisvesting (1910-1940)

‘diep hout’

Volkshuisvesting (1910-1940)

LAAG

Lintbebouwing Vinex (1945-1980)

Fundering op staal Uit de archiefstudie blijkt dat het aanlegniveau van de panden op staal varieert van ongeveer 0,7 m tot 4,0 m diepte. Bij de oude lintbebouwing in de Vinex-wijken zijn met name ondiepere funderingen op staal gezien, met een diepte van minder dan een meter onder maaiveld. De aanlegniveaus in de stad zijn over het algemeen dieper (meer dan 1,5 m). Daarnaast is op archieftekeningen vaak expliciet aangegeven dat de fundering tot ‘op de zandplaat’ aangelegd diende te worden. Een voorbeeld hiervan is in de onderstaande tekening te zien.

datum referentie

27 september 2023 222192_AdB_RAP_0001_v2

Visuele inspectie schade We hebben een visuele inspectie op hoofdlijn uitgevoerd naar eventuele schadebeelden in de stad. Hiervoor hebben we google-streetview geraadpleegd is er een veldbezoek uitgevoerd in de vooroorlogse stadswijken. Uit de visuele inspectie blijkt dat er geen grote schadebeelden zichtbaar zijn bij de panden, voor zover het de voorgevel aangaat.

datum referentie

27 september 2023 222192_AdB_RAP_0001_v2

Bijlage 4 Funderingsschade: analyse op wijkniveau Wanneer treedt schade op? Funderingsschade bij panden op staal manifesteert zich doorgaans snel (binnen weken tot maanden) na het optreden van lage grondwaterstanden). Bij panden op houten palen duurt het veel langer voordat schade door lage grondwaterstanden zichtbaar wordt. Een cumulatieve droogstandstijd van 10 tot 20 jaar is voldoende om tot een dusdanig ernstige aantasting van het funderingshout te komen, dat dit leidt tot constructieve schade [1]. Deze termijn wordt omgekeerd evenredig langer, wanneer het funderingshout

slechts delen van het jaar droogstaat. Een voorbeeld: bij gemiddeld 2 maanden per jaar droogstand (1/6 deel van het jaar) is na 60-120 jaar schade te verwachten. Waar treedt schade op? Uit bijlage 1 is gebleken dat rondom het centrum wijken liggen met kwetsbare funderingen. Of er ook daadwerkelijk schade optreedt, is afhankelijk van de aanlegdiepte van de fundering in relatie tot de grondwaterstand. Hieronder staat beschreven in welke wijken funderingsschade is te verwachten. We maken hierbij onderscheid tussen schade aan funderingen op staal en schade aan funderingen op houten palen. Ook maken we onderscheid tussen panden die in de stad liggen, en panden in het (voormalig) buitengebied (de huidige Vinex-locaties). Panden op staal We schatten in dat er bij de panden op staal over het algemeen sprake is van een klein risico op funderingsschade door lage grondwaterstanden is. We baseren ons hierbij op de archiefstudie waarbij relatief grote aanlegdiepte zijn gezien en doorgaans werd gebouwd tot op ‘de zandplaat’. Daarnaast is de bodemdaling in de stad beperkt, zie onderstaande figuur. De zeer beperkte schade die in het stadsbeeld is een bevestiging van de risico-inschatting.

Figuur 4.1 Bodemdaling (mm/jaar) op basis van radarbeelden voor de periode oktober 2017 - oktober 2019 (links) en de periode april 2009 - oktober 2019 (rechts) (bron: at-las.portal.skygeo.com)

We zien in het voormalige buitengebied, de huidige Vinex-locaties, wel een risico bij panden op staal van de oorspronkelijke lintbebouwing. Hier zijn namelijk ondiepere funderingen aangetroffen en treedt een bodemdaling op van meer dan 3 mm/jaar.

datum referentie

27 september 2023 222192_AdB_RAP_0001_v2

Panden op houten palen We schatten in dat er bij de panden op houten palen in de stad weldegelijk een risico op funderingsschade door lage grondwaterstanden is. We baseren ons hierbij op de archiefstudie waarbij een aantal relatief ondiepe funderingen is gezien. Over de panden op houten palen in de Vinex-locaties is, op basis van deze studie, geen uitspraak te doen over het risico op schade door lage grondwaterstanden. Er zijn van één pand gegevens gevonden in het archief, en dit betrof een pand uit 1964 met betonopzetters. Van panden met een eventuele Amsterdamse of Rotterdamse houten paalfundering zijn geen gegevens uit het archief beschikbaar gekomen.

datum referentie

27 september 2023 222192_AdB_RAP_0001_v2

Bijlage 5 Funderingsschade: stad (houten palen) Inschatting wijken met funderingsschade Als eerste stap hebben we bepaald in welke wijken er panden op houten palen zijn te verwachten, die potentieel droog hebben gestaan de afgelopen eeuw. We hebben hiervoor de volgende informatie over elkaar heengelegd, voor de wijken in de stad: 1. 2. 3.

panden met een bouwjaar van voor 1940 gebieden met samendrukbare lagen in de ondergrond gebieden waar de lage grondwaterstand niet dieper ligt dan 20 cm onder het oppervlaktewaterpeil

De uitkomst van de analyse is weergegeven in onderstaande tabel. Tabel 1. Funderingsschade door lage grondwaterstanden Wijk met kwetsbare funderingen

Stadsdeel

Klein risico op Groot risico op funderingsschade door funderingsschade door lage grondwaterstanden lage grondwaterstanden

Centrum

Archipelbuurt Zeeheldenkwartier

STAD Archipelbuurt Zeeheldenkwartier Stationsbuurt Schilderswijk Transvaalkwartier Groente- en Fruitmarkt Rustenburg en Oostbroek

Stationsbuurt Schilderswijk Transvaalkwartier Groente- en Fruitmarkt Rustenburg en Oostbroek

Bezuidenhout

Haagse Hout

-

Laakkwartier en Spoorwijk

Laak

Laakkwartier en Spoorwijk

Moerwijk

Escamp

Moerwijk

Bezuidenhout

De wijken met een groot risico op funderingsschade door lage grondwaterstanden zijn: Schilderswijk, Stationsbuurt en Bezuidenhout. Dit is met name het gevolg van de aanwezigheid van oude bebouwing (met een bouwjaar van voor 1910). Bij deze bebouwing is een kans op een ondiepe houten paalfundering. Daarnaast zakt de grondwaterstand in de zone ten zuiden van het centrum uit tot decimeters onder het oppervlaktewaterpeil. Voor de Vinex-locaties hebben we een andere systematiek gehanteerd. Deze staat in de volgende bijlage toegelicht. Inschatting aantallen risicovolle panden Om een inschatting te kunnen maken van het aantal risicovolle panden, hebben we de volgende informatie over elkaar heen gelegd: ➢ ➢ ➢

panden met een bouwjaar van voor 1940 gebieden met samendrukbare lagen in de ondergrond gebieden waar de lage grondwaterstand niet dieper ligt dan 20 cm onder het oppervlaktewaterpeil.

datum referentie

27 september 2023 222192_AdB_RAP_0001_v2

Voor deze risicovolle panden hebben we een schatting gemaakt van het percentage dat op staal is gefundeerd en het percentage op houten palen. Deze schatting is in onderstaande tabel weergegeven. Tabel 2: Percentage funderingen op staal en houten palen, bij vooroorlogse bebouwing in risico-wijken WIJK

Schatting % staal

Schatting % houten palen

Stationsbuurt

25%

75%

Schildersbuurt

50%

50%

Bezuidenhout

25%

75%

Lintbebouwing Vinex-uitbreidingen

Niet te bepalen

Niet te bepalen

Steekproef:7 adressen

Vervolgens hebben we ingeschat welk percentage van de funderingen op houten palen ouder is dan bouwjaar 1910 en welk percentage een bouwjaar heeft tussen 1910-1940. Hiervoor hebben we de volgende informatie over elkaar heen gelegd: ➢ ➢ ➢

funderingsgegevens pandprofielen bouwjaren.

Inschatting (best-guess) aantallen panden met funderingsschade Per wijk hebben we de toetswaarde voor de grondwaterstand bepaald. Daarbij hebben we twee categorieën onderscheiden, namelijk ‘hoog hout’ en voor ‘normaal hout’ (zie tabel 3). Hiervoor hebben we de informatie over de funderingshoogte uit bijlage 2 per wijk geanalyseerd en deze gecombineerd met de pandprofielen. Het aantal panden met een concreet aanlegniveau is weliswaar beperkt, maar doordat er duidelijke pandprofielen in de stad zijn te onderscheiden kunnen we toch een representatief beeld schetsen. Op basis van de pandprofielen hebben we voor de panden van 1910 hebben we als aanname gehanteerd dat de helft van deze panden ‘hoog hout’ in de fundering heeft, en de andere helft ‘normaal hout’. De panden met een bouwjaar tussen 1910-1940 hebben ‘normaal hout’ in de fundering. Tabel 3: Stationsbuurt: toetswaarden grondwaterstanden vooroorlogse panden STATIONSBUURT Steekproef:7 adressen

Toetswaarde grondwaterstand (m tov oppervlaktewaterpeil)

Toetswaarde grondwaterstand (m tov NAP)

Ondiep hout (voor 1910)

-0,2

-0,6

Normaal hout (1910-1940)

-0,8

-1,2

Tabel 4: Schildersbuurt: toetswaarden grondwaterstand vooroorlogse panden SCHILDERSBUURT Steekproef:10 adressen

Toetswaarde grondwaterstand (m tov oppervlaktewaterpeil)

Toetswaarde grondwaterstand (m tov NAP)

Ondiep hout (voor 1910)

-0,2

-0,6

Normaal hout (1910-1940)

-0,8

-1,2

Tabel 5: Bezuidenhout: toetswaarde grondwaterstand vooroorlogse panden vooroorlogs BEZUIDENHOUT Steekproef:7 adressen

Toetswaarde grondwaterstand (m tov oppervlaktewaterpeil)

Toetswaarde grondwaterstand (m tov NAP)

Ondiep hout (voor 1910)

-0,7

-1,1

Normaal hout (1910-1940)

-1,2

-1,6

datum referentie

27 september 2023 222192_AdB_RAP_0001_v2

Met de waardes uit de tabellen hebben we vervolgens getoetst bij hoeveel panden naar verwachting droogstand van het hout is opgetreden door lage grondwaterstanden de afgelopen eeuw. Hiervoor is de kaart uit bijlage 2 voor de lage grondwaterstanden gebruikt.

datum referentie

27 september 2023 222192_AdB_RAP_0001_v2

Bijlage 6 Funderingsschade: Vinex-wijken (staal en houten palen) Lintbebouwing in Vinexwijken De oude lintbebouwing in de Vinexwijken hebben een ander pandprofiel dan de bebouwing in de stad. De panden zijn over het algemeen vrijstaand, waarbij elk adres ten tijde van de bouw een eigen particuliere opdrachtgever had. Hierdoor is er weinig samenhang in funderingstypen en funderingsdiepten te verwachten en is het lastig een generieke uitspraak te doen. Ook de grondwatersituatie laat een gefragmenteerder beeld zien dan in de stad. Zo zijn er veel verschillende peilgebieden en ligt de oudere bebouwing vaak aan een dijk. Dit betekent in het overgangsgebied tussen peilgebieden met een hoog en laag peil. De grondwaterstandsverschillen onder de woning zullen hierdoor groter zijn. Er is geen goede indicatie te geven van de reeds opgetreden schade bij de oude lintbebouwing aan de hand van een veldinspectie vanaf de openbare weg. De panden liggen doorgaans verder van de weg af en de meeste schade aan de panden zal aan de achterkant zijn opgetreden. Vanwege het gefragmenteerde funderings- en grondwaterbeeld is er met de huidige onderzoeksinspanning geen consistente uitspraak te doen over het aantal panden waar schade door lage grondwaterstanden is te verwachten.

Om toch een inschatting van de schade te kunnen maken, gaan we uit van een worse-case en stellen we dat alle bebouwing voor 1980 in potentie risicovol is.

Wijk met kwetsbare funderingen

Stadsdeel

Klein risico op Groot risico op funderingsschade door funderingsschade door lage grondwaterstanden lage grondwaterstanden

Wateringse Veld

Escamp

-

Wateringse Veld (oude lintbebouwing)

Leidschenveen

Leisdchenveen-Ypenburg

-

Leidschenveen (oude lintbebouwing)

VINEX-UITBREIDINGEN

datum referentie

27 september 2023 222192_AdB_RAP_0001_v2

Bijlage 7 Funderingsschade: methodiek en kentallen Voor het bepalen van de kosten van funderingsschade gaan we uit van: ➢ de kosten voor het repareren van schade die als gevolg van ongelijkmatige zettingen is ontstaan. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan het herstellen van scheuren en het uitvoeren van schilderwerk. Het betreft het repareren van bovengrondse gevolgschade. ➢ de kosten voor het volledig vervangen van de fundering, door een fundering op betonpalen. De kosten voor funderingsschade hebben we gebaseerd op: ➢ de kosten van reparaties van de bovengrondse gevolgschade (bij zowel een houten paalfundering als een fundering op staal) ➢ de kosten van funderingsherstel (bij een houten paalfundering). We hanteren als uitgangspunt dat er bij panden op staal alleen sprake is van het herstel van gevolgschade; het aanbrengen van een paalfundering is bij panden op staal niet van toepassing. We hebben de volgende kentallen gehanteerd voor het ramen van de schadekosten: Type schade

herstelwerkzaamhed Minimale en herstelkosten € per pand, excl. BTW Prijspeil Q4 2022

Maximale herstelkosten € per pand, excl. BTW Prijspeil Q4 2022

Van toepassing op

Funderingsherstel Aanbrengen betonpalen 100.000,(bron: expert-judgement Aveco en betonvloer de Bondt, KCAF)

120.000,-

Houten paalfundering

Gevolgschade (bron: Klimaatschadeschatter D3)

Schilderwerk, opvullen en herstel scheuren

2.500,-

12.000,-

Houten paalfundering / fundering op staal

Gevolgschade (bron: Klimaatschadeschatter D4)

Schilderwerk, opvullen en herstel scheuren

12.000,-

71.000,-

Fundering op staal bij grote bodemdaling

De geraamde kosten voor funderingsherstel betreffen de bouwkosten (exclusief BTW). We gaan uit van vervanging van de volledige palen bij droogstand van houten palen (dus niet van paalkopverlaging). Bij de kosten voor funderingsherstel is rekening gehouden met de sloop en het herstel van de begane grondvloer. We laten de volgende bijkomende kosten buiten beschouwing: vervangende woonruimte, afvoer verontreinigde grond, vervangen keuken, et cetera.

datum referentie

27 september 2023 222192_AdB_RAP_0001_v2

AANTALLEN houten paalfundering

aantal afgelopen eeuw 750

fundering op staal TOTAAL

KOSTEN houten paalfundering fundering op staal TOTAAL

extra aantal klimaat 140

150 900

20 160

Potentieel obv droogstand afgelopen eeuw 71.750.000 1.800.000 73.550.000

extra aantal klimaat 14.350.000 240.000 14.590.000

7.2 Gevoeligheidsanalyse Deze studie is gebaseerd op feiten, aannames en berekeningen, die elk een eigen bandbreedte in ‘hardheid’ kennen. In de onderstaande tabel is de gevoeligheidsanalyse van de gegevens weergegeven. Grootste onzekerheid zit in de aanlegdiepte: welk aandeel van de panden heeft ‘hoog hout’. Op basis van de pandprofielen zijn nu uitgegaan van de volgende aanname op basis van de beperkte steekproef: Voor de panden van 1910 hebben we als aanname gehanteerd dat de helft van deze panden ‘hoog hout’ in de fundering heeft, en de andere helft ‘normaal hout’. De panden met een bouwjaar tussen 1910-1940 hebben ‘normaal hout’ in de fundering (zie bijlage 3). Om de onzekerheid in deze aanname te ondervangen hebben we een marge gehanteerd, waarbij we ervan uit gaan dat alle panden voor 1910 ‘hoog hout’ hebben en een deel van de panden met bouwjaar tussen 1910-1940. Hiermee wordt het aantal panden met mogelijk droogvallend funderingshout 4x zo groot. Daarnaast is om de marge te bepalen de maximale schatting van de funderingsherstelkosten (zie bovenstaande tabel) gebruikt. lage grondwaterstanden Type gegeven

Bron

Hardheid

Invloed uit uitkomst

funderingstype Stad funderingstype Vinex aanlegdiepte bouwjaar bodemopbouw

Archief Archief Archief BAG DINOloket

+ +/++ +

Groot Groot Groot Groot Groot

Grondwaterstand

grondwatermodel

+

Groot

Kental kosten

Klimaatschadeschatter + en expertjudgement

Groot

AANTAL PANDEN MET RISICO OP SCHADE

Aantal Hout Staal

min 500 100

Best guess 750 150

max 3.000 150

Bedrag afgelopen eeuw Bedrag klimaat

50 MLN 10 MLN

80 MLN 15 MLN

400 MLN 75 MLN

datum referentie

27 september 2023 222192_AdB_RAP_0001_v2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14087218/1