CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS318647 Beantwoording SV Man met syndroom van Usher in de cel beland

Commissie Leefomgeving 4 juli 2024, gemeente Den HaagBij agendapunt: Ingekomen bestuurlijke stukken1.151 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Datum

BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE

26 juni 2024

VRAGEN

Onderwerp

Ons kenmerk

Antwoord van het college op de vragen van de raadsleden de dames Arp, Faïd en Van doorn, luidend: ‘Man met syndroom van Usher in de cel beland’

DSB/10758463 RIS318647

De raadsleden de dames Arp, Faïd en Van Doorn hebben op 12 april 2024 een brief met daarin acht vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 30 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. Op 10 april 2024 verscheen op de website van Omroep West het artikel “Dove en bijna blinde man in cel gegooid na aanvallen boa, dacht dat hij werd beroofd” (zie bijlage). Hierin schrijft Omroep West dat de betrokkene, die het syndroom van Usher heeft, een nacht in een politiecel is gestopt en daarnaast kreeg hij een boete van 500 euro na een voorval met een boa. 1.

Kan het college aangeven of de boa's die de betrokkene hebben aangehouden van de HTM zijn, of dat zij in dienst zijn van de gemeente?

De aanhouding is verricht door handhavers van de Handhavingsorganisatie van de gemeente Den Haag. 2.

Kan het college aangeven welke protocollen er in werking treden op het moment dat iemand aangeeft (of zichtbaar is) dat diegene een beperking heeft en niet goed kan communiceren?

Er is geen apart protocol voor hoe om te gaan met personen met een beperking. Wel zijn er door de politie meerdere handreikingen opgesteld over omgang met mensen met een beperking. Daarnaast worden alle handhavers jaarlijks getraind en getoetst tijdens de Regeling Toetsing Geweldsbeheersing BOA trainingen (RTGB-training). 3.

Kan het college aangeven hoe boa's zich moeten identificeren op het moment dat iemand aangeeft dat deze persoon een zintuiglijke beperking heeft?

De handhaver legitimeert zich met het legitimatiebewijs dat aan hem of aan haar is verstrekt. Bij optreden in burgerkleding ongevraagd, tenzij bijzondere omstandigheden dit onmogelijk maken. En bij optreden in uniform, op verzoek daartoe. Dit staat benoemd in artikel 2 Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en andere opsporingsambtenaren. Voor personen met een (zintuiglijke) beperking is er geen andere procedure vastgesteld in wet, beleid en/of proces. In dit specifieke geval hebben de handhavers zich in eerste instantie volgens protocol gelegitimeerd. Al gaande het contact met de betrokkene is middels het intoetsen op een mobiele telefoon, een communicatiemethode die werd geïnitieerd door betrokkene, nogmaals aangegeven dat zij als handhavers in dienst van de gemeente Den Haag zijn.

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSB/10758463

In het artikel staat dat de betrokkene op de avond van aanhouding is gezien door een arts, maar pas de volgende dag in het bijzijn van een advocaat is verhoord zonder gebarentolk. 4.

Kan het college aangeven welke protocollen er gelden wanneer een persoon die zichtbaar of vermoedelijk een zintuiglijke beperking heeft wordt aangehouden door de politie? Bijvoorbeeld ten aanzien van de inzet van tolken.

De politie laat weten dat als politiemedewerkers tijdens een operatie in contact komen met een persoon, die zichtbaar of vermoedelijk een (onzichtbare) zintuiglijke beperking heeft, zij daar zoveel als mogelijk rekening mee houden. In de regel is bij een niet-geplande aanhouding geen tijd om een tolk in te schakelen. Uiteraard bestaat er een zorgplicht wanneer iemand onder verantwoording van de politie wordt aangehouden en eventueel in het verlengde daarvan wordt ingesloten in een politiecel. De inzet van een tolk vindt wel plaats aan het politiebureau wanneer een tolk nodig is als er bijvoorbeeld sprake is van een taalbarrière. . 5.

Kan het college aangeven welke protocollen er gelden wanneer een persoon die zichtbaar of vermoedelijk een zintuiglijke beperking heeft in een politiecel wordt opgesloten?

Wanneer er iemand wordt binnengebracht bij de politie, wordt altijd rekening gehouden met zijn of haar zichtbare of vermoedelijke beperkingen. Wanneer daar aanleiding toe is, wordt er altijd een arts ingeschakeld (denk hierbij bijvoorbeeld ook aan verward gedrag en diabetes). Medewerkers van arrestantenzorg kunnen beroep doen op tolken. Er is altijd sprake van maatwerk. In het artikel staat dat de advocaat van de betrokkene naar aanleiding van het voorval een verweerschrift heeft opgesteld en een mediation-gesprek heeft voorgesteld. 6.

Kan het college aangeven waarom er geen reactie is gekomen op het verzoek om een mediationgesprek te doen?

Nee, het college heeft geen rol in het verzoek om een mediation-gesprek. Mediation in een strafzaak verloopt namelijk altijd via het mediationbureau van een rechtbank of gerechtshof. Het mediationbureau kan mediation alleen in gang zetten op verzoek van de officier van justitie van het Openbaar Ministerie (OM) of de strafrechter. Meestal is dit nadat het OM het strafrechtelijk onderzoek heeft afgerond en voordat de officier van justitie een definitieve beslissing over de strafzaak heeft genomen. Want de uitkomst van de mediation telt mee bij het nemen van de eindbeslissing. Een andere partij zoals een advocaat kan het mediationbureau wel op eigen initiatief benaderen. In geval van een minderjarige verdachte of slachtoffer kunnen ook de ouders of verzorgers om mediation vragen. Het mediationbureau legt de vraag dan voor aan de officier van justitie of de strafrechter, want alleen zij kunnen besluiten om de strafzaak naar mediation te verwijzen. Het OM laat desgevraagd weten dat zij daar geen uitspraken over kunnen doen. Mediation is onderdeel van de strafrechtelijke afdoening. Daarover gaat het Openbaar Ministerie.

2/3

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSB/10758463

In het artikel wordt geschreven dat betrokkene de volgende dag werd opgehaald door zijn zus en dat een agent aan de zus vertelde dat betrokkene is staande gehouden omdat de boa dacht dat hij nepblind was. 7.

Kan het college aangeven of boa's bepaalde instructies krijgen voor de omgang met personen met een (mogelijke) zintuiglijke beperking in hun dagelijkse werk en voor het vermijden van stigma en vooroordelen? Indien er niet dergelijke instructies of scholingen worden gegeven, is het college dan bereid om dit wel in overweging te nemen voor de toekomst? Zo nee, waarom niet?

Op dit moment krijgen de handhavers geen specifieke instructie of scholing over de omgang met personen met een (mogelijke) zintuiglijke beperking. Het college is zeker bereid om te onderzoeken, welke mogelijkheden er zijn om onze handhavers hierin extra handvatten te geven. Dit zou bijvoorbeeld een prominentere plek binnen het verplichte trainingsaanbod kunnen krijgen voor alle handhavers die voor gemeente Den Haag werken. Zoals ook in de beantwoording van vraag 3 is aangegeven, wordt er doorgaans wel rekening gehouden met de specifieke (communicatie)behoeften van individuen met een zintuiglijke beperking. Handhavers passen hun werkwijze hier zo goed als mogelijk op aan. 8.

Kan het college aangeven welke lessen zijn getrokken uit deze gebeurtenis?

Het college vindt de situatie betreurenswaardig en is bereid onderzoek te doen naar welke mogelijkheden er zijn om dit in de toekomst verder te voorkomen, zie hiervoor de beantwoording van vraag 7. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de locoburgemeester, Ilma Merx

Robert van Asten

3/3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14332024/1