RIS318630 Verblijfstatus oudere Surinamers
Tekst van het document
RIS-nummer: 318630
Schriftelijke vragen: Verblijfstatus oudere Surinamers Indiener: Lenne Baboeram (GroenLinks)
Datum: 11-04-2024
Aan de voorzitter van de gemeenteraad,
In Nederland woont een groep Surinaamse ouderen die geboren zijn in de tijd dat Nederland Suriname als haar kolonie beschouwde /Nederlands Suriname en in die tijd de Nederlandse nationaliteit hadden. Als zij niet binnen vijf jaar na de Surinaamse onafhankelijkheid een paspoort hadden aangevraagd, waren ze daarna niet langer in het bezit van de Nederlandse nationaliteit. Hierdoor verblijven ze in Nederland zonder geldige verblijfsstatus. Een groep van ongeveer honderd mensen vraagt nu alsnog de Nederlandse nationaliteit aan.
Overeenkomstig art. 30 van het Reglement van orde stelt het raadslid Lenne Baboeram de volgende vragen:
1.
Kent het college het artikel '' Honderd oudere Surinamers vragen verblijfsstatus aan op grond van ‘oud-Nederlanderschap’. ‘Je gunt ze een menswaardige oude dag’ '' van de Volkskrant (5 april 2024)? Heeft het college een beeld hoeveel inwoners van Den Haag in deze groep vallen?
2. Is het college het met GroenLinks eens dat het hier gaat om een schrijnend geval, waarbij het meer dan logisch is dat deze groep een Nederlands paspoort behoren te krijgen?
3. Is het college bereid om te lobbyen bij het rijk dat er snel voortgang wordt gemaakt voor deze groep mensen?
4. Vindt het college dat, gezien de lange periode van onzekerheid voor deze mensen, het billijk is om, indien deze mensen de Nederlandse nationaliteit krijgen, hen gratis een paspoort of identiteitsbewijs aan te bieden?
5.
Wat zijn de consequenties voor deze groep inwoners dat zij geen verblijfsstatus hebben voor toegang tot gemeentelijke diensten? Is het college bereid om indien deze mensen de Nederlandse nationaliteit krijgen hen actief te benaderen en indien gewenst te helpen met bijkomende zaken?
In de schriftelijke vragen met betrekking tot het "AOW-gat van Surinaamse Nederlanders" (RIS313839), heeft GroenLinks vragen gesteld over de situatie van Surinaamse Nederlanders met betrekking tot hun AOW. Zij ontvingen een eenmalige vergoeding van 5000 euro van het Rijk als "gebaar". Desondanks zijn Surinaamse Nederlanders nog steeds afhankelijk van de regeling voor aanvullende inkomstenvoorziening (AIO) voor ouderen naast hun AOW, die berekend is over alleen het deel dat zij in Nederland woonden en niet over het deel dat zij in de kolonie van Nederland woonden. Deze regeling voor aanvullende inkomstenvoorziening kent strengere voorwaarden dan de AOW, zoals een beperking van maximaal 13 weken verblijf in het buitenland per jaar. GroenLinks vindt dat deze 5000 euro alleen een symbolische waarde heeft en niet recht doet aan het geld waar deze Surinaamse Nederlanders recht op hebben.
6. Is het college het eens met GroenLinks dat het onnodig en oneerlijk is dat Surinaamse Nederlanders met een AOW-gat worden beperkt door regels van de AIO? Is het college bereid om zich in te zetten bij het rijk om deze extra regels op te heffen?
Lenne Baboeram GroenLinks