RIS318612 Beantwoording SV Particulier initiatief Rivierenbuurt rond Geleenstraat
Tekst van het document
Datum
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE
28 mei 2024
VRAGEN
Onderwerp
Ons kenmerk
Antwoord van het college op de vragen van de raadsleden de dames Van Basten Batenburg, Arp, Faïd, Mostert en de heren Dubbelaar en Smit, luidend: ‘Particulier initiatief Rivierenbuurt rond Geleenstraat’
DSO/10747534 RIS318612
De raadsleden de dames Van Basten Batenburg, Arp, Faïd, Mostert en de heren Dubbelaar en Smit hebben op 23 april 2024 een brief met daarin vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 30 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. Begin april presenteerde een Haagse stedenbouwkundige van het Buro for Architectural and Urban design (BAU) een initiatief voor de herontwikkeling van een deel van de Rivierenbuurt aan een aantal raadsfracties, waaronder ondergetekenden. Het initiatief betreft het blok tussen de Pletterijkade, Weteringkade, Pletterijstraat en Scheldestraat. Onderdeel van dit blok zijn de Geleenstraat en de Hunsestraat, waar raamsekswerk is gevestigd. 1.
Is het college bekend met het initiatief vanuit dit Haagse stedenbouwkundig bureau voor de herontwikkeling van de Geleenstraat en omgeving?
Ja, daar is het college bekend mee. 2.
Kan het college de raad informeren over welke betrokkenheid er (ambtelijk) is geweest bij de ontwikkeling? Kan het college de raad informeren over het ambtelijke en bestuurlijke contact over dit initiatief?
De initiatiefnemer heeft zowel op ambtelijk als bestuurlijk niveau zijn plannen gepresenteerd. Dit is een particulier initiatief zonder verdere ambtelijke betrokkenheid bij het maken van de plannen. 3.
Welke kaders zijn er vanuit de gemeente omtrent dit initiatief meegegeven, bijvoorbeeld over het volume van de ontwikkeling en andere ruimtelijke of verkeerskundige voorwaarden?
Geen. 4.
Wat vindt het college van deze particulier ontwikkelde plannen? En kan het college aangeven welke mogelijkheden het ziet?
Het college is blij met initiatiefnemers die meedenken over de ontwikkeling van de stad en vindt het creatieve plannen. Tegelijkertijd ziet het college ook de complexiteit om dit te realiseren, daarbij heeft de initiatiefnemer geen positie in het gebied of een investeringsbereide ontwikkelaar achter zich staan. Zonder initiatiefnemer met positie en middelen ziet het college geen mogelijkheden om dit te realiseren.
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10747534
5.
Is er wat het college betreft een relatie tussen de (toekomstige ontwikkeling van de) Doubletstraat en de Geleenstraat? Zo ja, welke relatie en hoe verhoudt dit zich tot deze plannen voor de Geleenstraat en omgeving?
Ja, er is een relatie tussen (de toekomstige ontwikkeling van de) beide straten aangezien er in beiden raamsekswerk plaatsvindt. Zoals in de commissiebrief Procesvoorstel toekomst raamsekswerk (RIS318710) is aangegeven, gaat het college de komende tijd aan de slag met het opstellen van een projectplan om alternatieven voor raamsekswerk te onderzoeken. Er is op dit moment geen aanleiding om de plannen van het BAU mee te nemen in de ontwikkeling van pilots, zie de beantwoording van vraag 4 en 6. 6.
Kan het college aangeven welke stappen moeten worden doorlopen bij een dergelijk initiatief en welke betrokkenheid van de gemeente daarvoor nodig is? Graag een uitgebreide toelichting op de visie van het college.
Allereerst wordt gekeken of de initiatiefnemer een positie heeft in het gebied. Daarnaast wordt gekeken of het plan past binnen vigerend beleid en kaders van (structuur)visies, omgevingsvisies, bestemmingsplannen en omgevingsplannen. Als beide zaken het geval zijn, kan het initiatief worden besproken in het Haags Initiatieven Team (HIT). Daar komt ook het vervolgproces aan de orde. In dit geval is het plan niet besproken in het HIT en ziet het college gezien de positie van de initiatiefnemer ook geen aanleiding om hierop door te gaan. 7.
Is het college bereid om in gesprek te gaan met de initiatiefnemer om de mogelijkheden voor dit plan te onderzoeken? Graag een toelichting.
Momenteel geeft het college prioriteit aan andere lopende ontwikkelingen. Zie ook de beantwoording van vraag 4 en 6. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx
Jan van Zanen
2/2