CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS318509 Bijlage Kadernota Buitenreclame 2024 - 2029

Gemeenteraad 12 september 2024, gemeente Den HaagBij agendapunt: Voorstel van het college inzake Kadernota buitenreclame Den Haag 2024-2029 (RIS318509)3.789 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Concept Kadernota Buitenreclame Den Haag 2024- 2029 ‘Reclame op straat’

Inleiding Buitenreclame maakt onderdeel uit van het straatbeeld en kan daarmee beeldbepalend zijn. Deze kadernota ‘Reclame op straat’ geeft aan hoe we binnen de gemeente willen omgaan met reclame in de buitenruimte. De aanleiding voor actualisatie van het beleid voor buitenreclame is dat de vorige reclamenota ‘Zichtbaar met kwaliteit’ een looptijd had van 2018 tot 2022. Bij reclame in de buitenruimte gaat het om vaste reclameobjecten (reclamedragers), die op een vaste plek op gemeentegrond staan. Reclame op straat heeft verschillende vormen. Deze kunnen variëren van reclameborden rond een lantaarnpaal tot bewegende beelden op de zo genoemde vrijstaande (digitale) reclamevitrines. Buitenreclame wordt door de gemeente door middel van aanbestedingen voor verschillende segmenten met een concessieovereenkomst (contract) in de markt gezet. Er is reclame mogelijk in verschillende segmenten en op diverse objecten, zodat er voor verschillende ondernemers en sectoren een mogelijkheid is om reclame te voeren. Deze kadernota gaat niet in op reclame op gevels (inclusief bestickering op winkelruiten), reclame in publiek toegankelijke ruimtes zoals in de tramtunnel, de NS-stations en reclame op privéterreinen. Deze vormen van reclame zijn geregeld in de Welstandsnota Den Haag 2017 (RIS297760) en de daarbij behorende Reclamenota (RIS170855).

Deze kadernota gaat ook niet in op reclame op OVvoertuigen of reclameborden van en bij winkels die geplaatst zijn bij de uitstallingen. We willen niet overal in de buitenruimte reclame. Zo willen we bijvoorbeeld geen reclame in onze grote groengebieden of op het strand. Daarnaast speelt er een maatschappelijke discussie over de inhoud van reclameboodschappen welke we wel of niet willen weren. Zo geldt er al een landelijk een verbod op reclame voor rookwaren en is er sinds 1 juli 2023 een landelijk verbod op ongerichte reclame voor online gokken. Deze kadernota gaat in op de mogelijkheden die de gemeente zelf heeft om reclame in de buitenruimte voor bepaalde producten te weren. In ieder geval zal bij volgende aanbestedingen voor reclameconcessies in het programma van eisen worden meegegeven dat Den Haag geen reclame in de openbare ruimte wil tonen voor fossiele reclame.

2

Hoofdstuk 1. Juridisch kader Voor buitenreclame hanteren we de definitie van handelsreclame uit de Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Den Haag (APV): Iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen. In deze kadernota wordt de term reclame-uiting gebruikt, waarmee de getoonde advertentie als handelsreclame wordt bedoeld. Naast de reclame-uiting is er sprake van reclameobjecten. Dit zijn voorwerpen of dragers waar een reclame-uiting op getoond wordt. De reden dat deze twee termen separaat worden genoemd heeft te maken met het feit dat er voor beide een andere juridische grondslag geldt bij het toetsen van een vergunningaanvraag.

1.1 Gemeentelijke rollen Bij buitenreclame heeft de gemeente twee verschillende rollen: een publiekrechtelijke en een privaatrechtelijke rol. Vanuit de publiekrechtelijke rol is het college verantwoordelijk voor de ruimtelijke kwaliteit, het besluiten op een aanvraag om een vergunning, het uiterlijk aanzien van de gemeente, de welstand van de buitenruimte, de (verkeers-)veiligheid en overlast. Daarnaast houdt de gemeente toezicht op het naleven van de regelgeving. De privaatrechtelijke verantwoordelijkheid heeft betrekking op de exploitatie van de openbare ruimte en de positie van de gemeente als grondeigenaar. De gemeente gaat hiervoor een privaatrechtelijke overeenkomst aan met een reclame-exploitant (concessiehouder). In deze overeenkomst, waarin de gemeente reclame in de buitenruimte toestaat tegen een vergoeding, kunnen diverse voorwaarden worden opgenomen.

1.2 Juridische grondslagen De belangrijkste bepalingen voor buitenreclame zijn te vinden in de APV en in de Omgevingswet (vanaf 01-01-2024).

APV De APV betreft een autonome verordening die betrekking heeft op onderwerpen als de lokale openbare orde, veiligheid en de bescherming van de gezondheid. De APV kent twee artikelen om reclame(uitingen) in de openbare ruimte te reguleren: De vergunningsverplichtingen voor het plaatsen, aanbrengen of hebben van een reclamedrager zijn vastgelegd in artikel 2:10. Deze bepaling heeft betrekking op de vergunning voor voorwerpen of stoffen op, aan, in of boven de weg. Op grond van artikel 2:97 geldt verder nog een (omgevings)vergunningplicht voor het maken of voeren van handelsreclame op of aan een onroerende zaak met behulp van een opschrift, aankondiging of afbeelding in welke vorm dan ook, die zichtbaar is vanaf een voor het publiek toegankelijke plaats. In de praktijk betekent dit dat voor elke reclamevorm een vergunning voor artikel 2:97 van de APV moet worden aangevraagd.

Omgevingswet Het onderwerp handelsreclame heeft invloed op de invoering van de Omgevingswet. De procedures vanuit de WABO moeten worden omgezet naar de Omgevingswet en worden verder uitgewerkt in de gemeentelijke verordeningen (o.a. APV). Daarin staan de voorwaarden waaraan een aanvraag voor een omgevingsvergunning kan worden getoetst. De overgangstermijn van WABO naar omgevingswet bedraagt circa acht jaar. Dat betekent dat op dit moment de WABO nog van toepassing is. Voor het plaatsen van een bouwwerk in de openbare ruimte is veelal een omgevingsvergunning voor de

3

activiteit ‘Bouwen’ noodzakelijk in het kader van de Omgevingswet. 1 Dit kunnen ook objecten zijn waar reclame op wordt gevoerd. Voorbeelden hiervan zijn de reclamemasten en de vrijstaande (digitale) reclamevitrines. Een vergunningsaanvraag voor deze activiteit wordt getoetst aan het vigerende omgevingssplan (of de beheersverordening), redelijke eisen van welstand (aan de hand van de welstandsnota en reclamenota), het Bouwbesluit en de Bouwverordening.

1.3 Concessieovereenkomsten De gemeente sluit concessieovereenkomsten met reclame-exploitanten. Dit nadat daartoe eerst een openbare aanbestedingsprocedure is doorlopen. Om iedere ondernemer en reclame-exploitant een aanbod te kunnen laten doen om reclame te voeren, wordt in verschillende segmenten uitgevraagd waar behoefte is om reclame te voeren in de openbare ruimte. De exploitanten betalen een afdracht aan de gemeente en/of verlenen diensten in ruil voor deze reclame-uitingen. Met deze concessie wordt ook het maken van reclame in de openbare ruimte gereguleerd. Alleen de winnaar van een aanbesteding krijgt de concessie en heeft het recht om reclame te kunnen voeren in de openbare ruimte voor het desbetreffende segment.

1.4 Objecten van derden In de stad staan verschillende objecten die niet in eigendom zijn van de gemeente. Bijvoorbeeld nutsvoorzieningen, zoals transformatorhuisjes en telecomkasten. Op deze objecten wordt soms ook reclame gevoerd, veelal in ruil voor het graffiti-vrijhouden van deze voorzieningen. Voor deze reclame is op basis van art 2:97 van de APV een omgevingsvergunning noodzakelijk. De beleidsuitgangspunten van de gemeente worden wel meegegeven aan de eigenaren van deze objecten, maar zijn niet bindend. De reden hiervan is dat de objecten niet van de gemeente zijn en daarom niet gehandhaafd kan worden op reclame-uitingen op deze objecten. Indien we geen reclame op deze nutsvoorzieningen van derden willen hebben, dan zal een algeheel verbod op reclame op nutsvoorzieningen (ook gemeentelijke objecten) ingesteld moeten worden.

1

Definitie bouwwerk in omgevingswet: constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren, met inbegrip van de daarvan deel uitmakende bouwwerkgebonden installaties anders dan een schip dat wordt gebruikt voor verblijf van personen en dat is bestemd en wordt gebruikt voor de vaart.

4

Hoofdstuk 2. Buitenreclame in Den Haag Het maken van buitenreclame komt voort uit de behoefte van ondernemers om een product, merk of dienst aan te prijzen en om deze reclameboodschappen in het straatbeeld weer te kunnen geven. Dit uitte zich eind vorige eeuw in (wild)plakken van commerciële posters in de stad op plekken en locaties waar dit niet gewenst was. De gemeente is daarom ruimte gaan bieden voor het plaatsen van reclameboodschappen in ruil voor een afdracht aan de gemeente of in ruil voor een wederdienst aan de gemeente, bijvoorbeeld door objecten schoon te houden. Een goed voorbeeld zijn de bushokjes (abri’s). Reizigers kunnen zo droog wachten op het ov. Het plaatsen en het beheren van de abri’s worden bekostigd uit de reclame-inkomsten. Voor inwoners en bezoekers van Den Haag is het van belang om naast kennis te nemen van commerciële diensten en producten, ook kennis te nemen van (commerciële) evenementen, gemeentelijke communicatie en/ of landelijke campagnes ten aanzien van verschillende thema’s. Er moet worden gewaakt voor een omgeving die overheerst wordt door commerciële boodschappen. Daarom zijn er ook gebieden waar geen reclame geplaatst mag worden. De gemeente bepaalt zelf welke concessies op de markt worden gezet. Bij deze concessies kan de gemeente ook bepalen welke reclameobjecten geplaatst mogen worden.

Op basis van de concessie met de exploitant kan de gemeente ook invloed uitoefenen op de reclame-uitingen (welke uitingen er in de buitenruimte wel of niet mogen komen, voor zover het niet onredelijk is). Dit geldt niet voor objecten van derden die geplaatst zijn in de buitenruimte (zie paragraaf 1.4). Ging het in het verleden vooral over de kwaliteit en uitstraling van de reclame en de reclameobjecten, tegenwoordig gaat het daarnaast ook over het gebruik, de functionaliteit en de beleving.2 Bij kwaliteit en uitstraling wordt beoordeeld of de reclameobjecten passen bij het straatbeeld. Dit wordt getoetst door de ACOR (Adviescommissie Openbare Ruimte). Bij het gebruik en de beleving van de openbare ruimte wordt steeds meer gekeken naar de boodschap zelf en of deze boodschap nog aansluit bij de maatschappelijke wensen. Dit komt tot uiting in de discussie over het weren van reclameboodschappen op objecten. We vinden het belangrijk om voor verschillende segmenten reclamemogelijkheden te bieden. Zo zijn er grote landelijke of internationale campagnes, maar moet er ook voldoende ruimte zijn voor het lokale MKB. Ook voor de culturele sector en sport moeten er mogelijkheden zijn om hun aanbod kenbaar te maken. Tot slot wil de gemeente zelf ook ruimte hebben om gemeentelijke informatie te tonen op reclameobjecten.

In de afgelopen jaren zijn hierover al afspraken gemaakt door bijvoorbeeld ruimte voor gemeentelijke informatie en stadspromotie in de concessieovereenkomsten op te nemen.

2

Kadernota Openbare Ruimte (RIS310884).

5

Hoofdstuk 3. Voorwaarden voor reclame in de buitenruimte Op basis van de evaluatie van het reclamebeleid (RIS314585) en de schriftelijke inbreng van de fracties van de gemeenteraad op deze evaluatie zijn de volgende voorwaarden voor reclame in de buitenruimte geformuleerd:

3.1 Aantal objecten Het aantal vaste reclameobjecten moet beperkt blijven, daarom wordt de door de gemeente ter beschikking gestelde openbare ruimte voor het aantal objecten niet uitgebreid.3 In nieuwe concessies wordt geen uitbreidingsmogelijkheid voor de objecten meegenomen.

3.2 Steigerdoekreclame Gezien de grote impact van steigerdoekreclame op de uitstraling van de omgeving, wordt steigerdoekreclame alleen nog toegestaan wanneer het steigerdoek voorzien is van een afbeelding van de gevel die zich achter het doek bevindt. In dat geval mag de reclame niet groter zijn dan 60% van het doekoppervlak (Amendement K.G, RIS319947). Dit past in de keuze om de impact van reclame op de openbare ruimte beperkt te houden. De toegestane duur van plaatsing van het steigerdoek hangt samen met de plaatsing van de steiger en mag nooit langer aanwezig zijn dan de (gevel)werkzaamheden duren. Voor het terugdringen van de steigerdoekreclame zal een overgangstermijn worden aangehouden.

3.3 Spectaculars Een 'spectacular’ of ‘special’ is een tijdelijke toevoeging of uitbreiding op een bestaande reclame-uiting. Vaak zijn dit reclame-uitingen met 3D-elementen. In bijlage I zijn voorbeelden hiervan te vinden. Bij nieuwe aanbestedingen van concessies zal de mogelijkheid voor het aanbrengen van een ‘spectacular’ niet langer als optie worden meegenomen.

3.4 Rotondes Uit de evaluatie komt naar voren dat er in het algemeen eerder minder behoefte is aan reclame dan meer. Uit onderzoek is gebleken dat het toevoegen van reclame op rotondes geen meerwaarde heeft voor de gemeente. Op dit moment zijn er in Leidschenveen- Ypenburg een aantal rotondes waar reclame wordt gevoerd. Het aantal rotondes waarop reclame kan worden gevoerd, zal niet worden uitgebreid.

3.5 Locaties Reclame-exploitanten geven aan dat zij de meeste behoefte hebben aan reclame-uitingen in gebieden waar veel bezoekers en toeristen zijn te vinden. In deze gebieden zijn meer reclame-uitingen terug te zien dan in andere delen van de stad. In groengebieden en op het strand mag geen reclame worden geplaatst. De reclameobjecten elders in de stad moeten passen in de omgeving (zie ook 3.15).

3.6 Ontwikkeling van buitenreclame De markt van reclame-uitingen en reclameobjecten is aan verandering onderhevig. Zo zijn roterende posters en digitale schermen in het straatbeeld gekomen. Indien er in de regelgeving en in concessies de mogelijkheid is om een pilot te doen met een nieuwe reclamevorm, dan wordt daarvoor (tijdelijk) ruimte geboden. De reden hiervoor is dat we ondernemers de ruimte willen bieden om te kunnen experimenteren met nieuwe, (bijvoorbeeld duurzame) vormen van reclameobjecten. Een advies van de ACOR en welstand is hierbij wel noodzakelijk. Initiatieven om commerciële reclame te combineren met straatmeubilair, bijvoorbeeld reclame op zitbankjes of afvalbakken, worden niet toegestaan (Amendement K.D, RIS319940).

3.7 Duurzaamheid Bij de aanbestedingsprocedures zullen voor de reclameobjecten extra punten gescoord worden, wanneer er aandacht is voor duurzaamheid. Hierbij kan gedacht worden aan het materiaal van het

3

Een overzicht van vaste reclameobjecten die op dit moment in Den Haag zijn te vinden is te zien in bijlage I.

6

object, plaatsing van het object, onderhoud, productie, posterwisselingen, recycling van het materiaal, schoon vervoer, hergebruik van stoffen en energiezuinige schermen.

3.8 Verkeersveiligheid Reclame trekt aandacht en mag niet afleiden van het verkeer. Buitenreclame mag het zicht op verkeer of belangrijke zichtlijnen niet verstoren. Nieuwe reclameobjecten zullen getoetst worden door het Vooroverleg Verkeerszaken (VOV).

3.9 Toegankelijke buitenruimte Er moet bij plaatsing van nieuwe objecten altijd voldoende vrije doorloopruimte voor de voetganger overblijven. De gemeente hanteert op trottoirs minimaal 1,5 meter en in winkelgebieden zelfs meer. De openbare ruimte moet toegankelijk zijn voor iedereen. Geleidelijnen mogen bijvoorbeeld niet onderbroken worden door de vaste reclameobjecten.

3.10 Lichthinder Reclame die wordt aangelicht moet minimaal voldoen aan de richtlijnen Lichthinder van de Nederlandse Stichting Voor Verlichtingskunde (NSVV), 2020. Hierin staat opgenomen hoe specifiek om te gaan met reclameverlichting. Onder andere de helderheid van grotere lichtgevende oppervlakten in relatie tot reclame-uitingen en dynamische reclame-uitingen door het veranderen van kleur, richting en intensiteit. Ook wordt ingegaan op de aanlichtingsrichting van reclameobjecten en hoe om te gaan met reclameobjecten in de nabijheid van natuur en landelijke gebieden.

3.11 Gemeentelijke informatie Reclameobjecten bieden mogelijkheden voor de gemeente om te communiceren met de bewoners en bezoekers van de stad. Daarom moet bij bepaalde segmenten in de concessies een gedeelte van de reclamevlakken beschikbaar zijn voor gemeentelijke informatie en stadspromotie.

3.12 Weren van reclameboodschappen Naast de reclame die nu al landelijk wordt geweerd en getoetst via de Stichting Reclame Code bestaat er een behoefte om lokaal ook andere reclameboodschappen te weren (zie ook hoofdstuk 4 ‘Inhoud van reclameboodschap’).

3.13 Wildplakken Op basis van art. 2:42 van de APV is plakken en kladden niet toestaan. Dat geldt dus ook voor reclame. Wel zijn er zijden op de bovengrondse glas-, papier en pmd-containers aangewezen als aanplakplekken voor het aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen.

3.14 Segmenten Er zullen verschillende segmenten op de markt gezet worden, zodat er voor iedere ondernemer en voor iedere portemonnee een mogelijkheid is om reclame te maken in de buitenruimte. Voorbeeld hiervan zijn de 2-signsborden of vrijstaande (digitale) reclamevitrines.

3.15 Kwaliteit reclameobjecten Wanneer reclameobjecten vervangen worden door nieuwe modellen, dan dienen deze modellen goedgekeurd te worden door de ACOR. Reclameobjecten waarvoor een omgevingsvergunning voor de activiteit ‘Bouwen’ nodig is, worden daarnaast getoetst aan redelijke eisen van welstand.

3.16 Technologie in reclameobjecten Het is niet toegestaan om technologie te verwerken in de reclameobjecten, anders dan nodig is om het reclameobject werkzaam te houden. Technologie in reclameobjecten mag enkel na goedkeuring van de gemeente geplaatst worden. De gemeente heeft de mogelijkheid om deze technologie niet toe te staan. Bij de aanbesteding van nieuwe concessies zullen voorwaarden gesteld worden aan technologie in reclameobjecten. Een voorbeeld hiervan is de hoeveelheid vrijstaande digitale reclamevitrines.

7

3.17 Overige objecten Informatieborden en winkeluitstallingen geplaatst in de openbare ruimte vallen niet onder het begrip reclameobject. Informatieborden worden geplaatst bij evenemententerreinen, (bouw)werkzaamheden en verkiezingen. Winkeluitstallingen mogen voor de winkel worden geplaatst als aandachtstrekker voor producten of diensten die binnen worden verkocht of aangeboden. Naast fysieke producten kunnen dit ook borden of banieren zijn. De uitstalling of borden mogen vergunningvrij geplaatst worden aansluitend tegen de gevel met een maximale afstand van 80 cm en een maximale hoogte van 2 meter. Hiervoor hoeft dus geen APV-vergunning te worden aangevraagd en na sluitingstijd dient het object verwijderd te worden. In overige gevallen zal wel een vergunning moeten worden aangevraagd.

8

Hoofdstuk 4. Inhoud van reclameboodschap De Stichting Reclame Code (SRC) bevordert dat er verantwoord reclame wordt gemaakt, om zo de betrouwbaarheid en geloofwaardigheid van reclame te waarborgen. De landelijke Reclame Code Commissie toetst de inhoud van de reclameboodschappen en houdt daarbij rekening met het recht op vrijheid van meningsuiting. De basis van de reclamecode is dat een reclame niet misleidend mag zijn, niet in strijd met de waarheid, niet nodeloos kwetsend en niet in strijd met de goede smaak en het fatsoen. De commissie toetst hierop als een klacht over een reclame uiting wordt ingediend. Bij door de gemeente gesloten overeenkomsten met reclame-exploitanten is daarom aangegeven dat een reclameuiting niet in strijd mag zijn met de Nederlandse Reclame Code. Het maatschappelijke debat over de inhoud van de reclameboodschap is veranderd. Voor bepaalde producten is maatschappelijk het draagvlak afgenomen om reclame te maken. Zo is in de Tabakswet een verbod opgenomen voor het maken van reclame voor tabak. In de Alcoholwet en de Wet op de Kansspelen staat wanneer en op welke manier daarvoor reclame mag worden gemaakt. Vanaf 1 juli 2023 is het landelijk verbod voor ongerichte reclame voor online kansspelen ingegaan. De gemeente en de reclame-exploitanten hebben zich aan dit verbod te houden.

In deze paragraaf wordt ingegaan op de ruimte die de gemeente heeft om bepaalde reclame in de buitenruimte te weren.

4.1 Reclame weren via privaatrechtelijk weg De exploitatie van de verschillende reclamedragers worden gereguleerd via concessieovereenkomsten. In de aanbesteding van nieuwe overeenkomsten kunnen in het programma van eisen meer restricties opgenomen worden om bepaalde reclame-uitingen te weren uit de openbare ruimte. Ook andere overheden gebruiken deze (privaatrechtelijke) weg om reclames op inhoudelijke gronden te weren (Amsterdam, Utrecht, Haarlem, Alkmaar, provincie Noord Holland). Voor uitstallingen, gevelreclame en bestickering van winkelpuien worden geen privaatrechtelijke overeenkomsten gesloten. Hiervoor zijn slechts publiekrechtelijke vergunningen nodig. Er kunnen daarmee dus ook geen voorwaarden worden meegegeven via een privaatrechtelijke overeenkomst.

4.2 Reclameconcessies Het weren van reclame via de bestaande reclameconcessies kan niet tussentijds eenzijdig worden doorgevoerd. Het tussentijds doorvoeren van restricties wordt gezien als een wezenlijke wijziging van een bestaande (concessie)overeenkomst. Een dergelijke, eenzijdige aanpassing van de overeenkomst, is niet mogelijk zonder juridische en financiële consequenties. Dit blijkt ook uit eerdere overeenkomsten met de reclame-exploitanten waarbij zij hebben aangegeven dat zij gedurende de looptijd van de overeenkomst de afspraken die hierin zijn opgenomen willen respecteren. Bij volgende aanbestedingen voor reclameconcessies zal in het programma van eisen worden meegegeven dat Den Haag in de openbare ruimte geen fossiele reclame en reclame voor gokken wil tonen. In de aanbesteding wordt het volgende meegegeven: Onder fossiele reclame wordt verstaan: ‘reclame door of voor bedrijven in de kolensector, de olie- en gassector en de luchtvaartsector en reclame over de producten en diensten fossiele brandstoffen, vliegvakanties, vliegtickets, grijze stroomcontracten, gascontracten, cruisereizen of auto’s met een fossiele of hybride brandstofmotor.

Ook issue- en image-advertising en sponsoring van bedrijven uit genoemde sectoren wordt hieronder verstaan’.4 Onder reclame voor gokken wordt verstaan: ‘reclame voor online kansspelen en fysieke kansspelgelegenheden’ (Amendement K.C).

4 Issue- en imageadvertenties: Advertenties om mensen te overtuigen hun mening of gedrag te veranderen in

plaats van ze iets te verkopen en advertenties waar slechts afbeeldingen (bijvoorbeeld logo’s) die aan een organisatie refereren zijn weergegeven.

9

Hoofdstuk 5. Financiën Buitenreclame heeft ook als doel om inkomsten voor de gemeente te genereren. Deze inkomsten bestaan uit afdrachten na aanbesteding van reclameconcessies en uit diensten aan de gemeente, bijvoorbeeld het schoonhouden van (gemeentelijk) straatmeubilair. De reclameopbrengsten komen ten goede van de algemene middelen. De reclameopbrengsten zijn momenteel jaarlijks begroot op ca. € 4,8 miljoen.5 Wanneer bepaalde reclameboodschappen geweerd zullen worden, kan dit impact hebben op de afdracht aan de gemeente en daarmee de gemeentebegroting. Restricties opleggen in het type reclame-uitingen kan dus (in de toekomst) leiden tot terugloop van de inkomsten. Hoe meer restricties in het type reclame-uitingen worden doorgevoerd in de overeenkomsten, hoe meer inkomsten dit scheelt. Exploitanten kunnen immers niet meer voor alle bedrijven reclame maken.

5

In dit bedrag zijn de kosten voor het schoonhouden van (gemeentelijk) straatmeubilair niet opgenomen.

10

Hoofdstuk 6. Toezicht en handhaving Om de stad overzichtelijk te houden op het gebied van buitenreclame, is het van belang dat de gemeente toezicht houdt op het naleven van regelgeving om de openbare ruimte schoon, heel en veilig te houden. Daarom is naleving van de regels van belang. De gemeentelijke handhavers zullen de voorwaarden van dit reclamebeleid handhaven. Door bepaalde reclameboodschappen te weren wordt de kans groter dat reclame-exploitanten zich, al dan niet bewust, niet aan de voorwaarden houden. Ook dan zal handhavend moeten worden opgetreden. De wijze van handhaving hangt dan samen met de dan geldende prioriteiten op handhavingsgebied. Het weren van bepaalde vormen van reclame zal ook leiden tot een discussie of een bepaalde reclame nu net wel of net niet binnen het verbod valt. Ervaringen en jurisprudentie zal op termijn de scheidslijn scherper moeten maken. Op naleving van de voorwaarden die zijn opgenomen in de concessieovereenkomst zal worden toegezien vanuit contractmanagement.

11

Hoofdstuk 7. Verschillende concessies De gemeente kent de volgende concessies.

12

Bijlage I: Vaste reclameobjecten Zoals in hoofdstuk 1 beschreven zijn vaste reclameobjecten, objecten die op een vaste plek (in de grond verankerd) in de openbare ruimte staan. In Den Haag komen de onderstaande objecten voor: Vorm van reclame

Omschrijving

Reclamemasten

Grote, hoge masten met groot bereik. Meestal geplaatst langs snelwegen om zo het bereik groot te houden en vaak op bedrijven/industrieterrei nen geplaatst om (woon) omgeving niet tot last te zijn Objecten met digitaal, roterend of analoog scherm

Vrijstaande (digitale) reclamevitrine

Lichtmastreclame

Lichtbakken die aan lantaarnpalen worden opgehangen

13

2- signsborden

Dubbele posterframes aan lantaarnpalen

A0/A1 posters in frames op Verkeersregelinstallatie (VRI)-kasten (gemeentelijk)

Frames gehangen aan objecten waarin verwisselbare posters worden opgehangen

A0/A1 frames op objecten van derden

Frames gehangen aan objecten van derden met daarin reclameposters

14

Stedinhuisjes

Op Stedinhuisjes en kasten

Containers

Frames met posters op bijvoorbeeld pmd of glasbakken

Peperbussen

Monumentale transformatorzuil

Stadsklokken

Objecten voor de tijdsaanduiding met een reclame-uiting

15

Abri

Spectacular

Reclamepaneel in bus/tramhalte

Tijdelijke toevoegingen op reclame-uitingen

16

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14542388/1